Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 januari 2016, gesloten in het Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante nijverheden, betreffende de toekenning van bijkomende sociale voordelen ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de zagerijen en aanverwante nijverheden" | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 januari 2016, gesloten in het Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante nijverheden, betreffende de toekenning van bijkomende sociale voordelen ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de zagerijen en aanverwante nijverheden" |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
2 MEI 2017. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 2 MEI 2017. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 januari 2016, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 januari 2016, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante | gesloten in het Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante |
nijverheden, betreffende de toekenning van bijkomende sociale | nijverheden, betreffende de toekenning van bijkomende sociale |
voordelen ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de | voordelen ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de |
zagerijen en aanverwante nijverheden" (1) | zagerijen en aanverwante nijverheden" (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de zagerijen en | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de zagerijen en |
aanverwante nijverheden; | aanverwante nijverheden; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 januari 2016, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 januari 2016, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante | gesloten in het Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante |
nijverheden, betreffende de toekenning van bijkomende sociale | nijverheden, betreffende de toekenning van bijkomende sociale |
voordelen ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de | voordelen ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de |
zagerijen en aanverwante nijverheden". | zagerijen en aanverwante nijverheden". |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 2 mei 2017. | Gegeven te Brussel, 2 mei 2017. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante nijverheden | Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante nijverheden |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 januari 2016 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 januari 2016 |
Toekenning van bijkomende sociale voordelen ten laste van het "Fonds | Toekenning van bijkomende sociale voordelen ten laste van het "Fonds |
voor bestaanszekerheid van de zagerijen en aanverwante nijverheden" | voor bestaanszekerheid van de zagerijen en aanverwante nijverheden" |
(Overeenkomst geregistreerd op 1 juli 2016 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 1 juli 2016 onder het nummer |
133544/CO/125.02) | 133544/CO/125.02) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de | de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de |
zagerijen en aanverwante nijverheden, alsook op hun werklieden. | zagerijen en aanverwante nijverheden, alsook op hun werklieden. |
Met "werklieden" bedoelt men : arbeiders en arbeidsters. | Met "werklieden" bedoelt men : arbeiders en arbeidsters. |
HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen |
Art. 2.Krachtens artikel 3 van de statuten van het "Fonds voor |
Art. 2.Krachtens artikel 3 van de statuten van het "Fonds voor |
bestaanszekerheid van de zagerijen en aanverwante nijverheden", | bestaanszekerheid van de zagerijen en aanverwante nijverheden", |
opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 oktober 1996 | opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 oktober 1996 |
tot oprichting van een "Fonds voor bestaanszekerheid van de zagerijen | tot oprichting van een "Fonds voor bestaanszekerheid van de zagerijen |
en aanverwante nijverheden" en vaststelling van zijn statuten, | en aanverwante nijverheden" en vaststelling van zijn statuten, |
algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 20 mei 1997, | algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 20 mei 1997, |
worden de bijkomende sociale voordelen vastgesteld bij deze | worden de bijkomende sociale voordelen vastgesteld bij deze |
collectieve arbeidsovereenkomst toegekend aan de werklieden bedoeld | collectieve arbeidsovereenkomst toegekend aan de werklieden bedoeld |
onder artikel 1. | onder artikel 1. |
De toekennings- en uitbetalingsmodaliteiten van deze voordelen worden | De toekennings- en uitbetalingsmodaliteiten van deze voordelen worden |
door het beheerscomité van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de | door het beheerscomité van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de |
zagerijen en aanverwante nijverheden" vastgesteld binnen de perken | zagerijen en aanverwante nijverheden" vastgesteld binnen de perken |
voortvloeiend uit deze collectieve arbeidsovereenkomst. | voortvloeiend uit deze collectieve arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK III. - Sociaal voordeel | HOOFDSTUK III. - Sociaal voordeel |
Art. 3.Het volgend sociaal voordeel wordt toegekend aan de werklieden |
Art. 3.Het volgend sociaal voordeel wordt toegekend aan de werklieden |
die tewerkgesteld werden tijdens het refertejaar : 5,25 pct. van de | die tewerkgesteld werden tijdens het refertejaar : 5,25 pct. van de |
brutolonen aan 108 pct., verdiend tijdens het refertejaar. | brutolonen aan 108 pct., verdiend tijdens het refertejaar. |
Onder "refertejaar" verstaat men : de periode vanaf 1 juli van het | Onder "refertejaar" verstaat men : de periode vanaf 1 juli van het |
voorgaande kalenderjaar tot en met 30 juni van het toekenningsjaar van | voorgaande kalenderjaar tot en met 30 juni van het toekenningsjaar van |
het sociaal voordeel. | het sociaal voordeel. |
Art. 4.Om te kunnen genieten van het sociaal voordeel bedoeld in |
Art. 4.Om te kunnen genieten van het sociaal voordeel bedoeld in |
artikel 3, dienen de werklieden tewerkgesteld zijn op 30 juni van het | artikel 3, dienen de werklieden tewerkgesteld zijn op 30 juni van het |
toekenningsjaar. | toekenningsjaar. |
Art. 5.De werklieden die tussen 1 januari en 30 juni van het |
Art. 5.De werklieden die tussen 1 januari en 30 juni van het |
toekenningsjaar door de werkgever worden ontslagen, behalve om | toekenningsjaar door de werkgever worden ontslagen, behalve om |
dringende redenen, en die gedurende gans het vorige jaar ingeschreven | dringende redenen, en die gedurende gans het vorige jaar ingeschreven |
waren in het personeelsregister van één of meerdere onder artikel 1 | waren in het personeelsregister van één of meerdere onder artikel 1 |
bedoelde werkgevers kunnen evenwel ten laste van het "Fonds voor | bedoelde werkgevers kunnen evenwel ten laste van het "Fonds voor |
bestaanszekerheid van de zagerijen en aanverwante nijverheden" een | bestaanszekerheid van de zagerijen en aanverwante nijverheden" een |
forfaitair voordeel genieten. | forfaitair voordeel genieten. |
Het forfaitair sociaal voordeel bedoeld in de vorige alinea bedraagt | Het forfaitair sociaal voordeel bedoeld in de vorige alinea bedraagt |
60 EUR per maand van inschrijving in het personeelsregister gedurende | 60 EUR per maand van inschrijving in het personeelsregister gedurende |
de periode van 1 januari tot 30 juni van het toekenningsjaar. | de periode van 1 januari tot 30 juni van het toekenningsjaar. |
Indien de overeenkomst vóór de zestiende van de maand een einde neemt, | Indien de overeenkomst vóór de zestiende van de maand een einde neemt, |
wordt deze maand als niet gepresteerd beschouwd. | wordt deze maand als niet gepresteerd beschouwd. |
Indien de overeenkomst ten vroegste op de zestiende van de maand een | Indien de overeenkomst ten vroegste op de zestiende van de maand een |
einde neemt, wordt deze maand als gepresteerd beschouwd. | einde neemt, wordt deze maand als gepresteerd beschouwd. |
De werknemer die zijn werk vrijwillig verlaat mag het genot van deze | De werknemer die zijn werk vrijwillig verlaat mag het genot van deze |
bepaling niet inroepen. | bepaling niet inroepen. |
HOOFDSTUK IV. - Bestaanszekerheid | HOOFDSTUK IV. - Bestaanszekerheid |
Art. 6.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt met "dag" bedoeld : |
Art. 6.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt met "dag" bedoeld : |
iedere dag voor dewelke een wettelijke sociale vergoeding werd | iedere dag voor dewelke een wettelijke sociale vergoeding werd |
toegekend ten gevolge de schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens | toegekend ten gevolge de schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens |
tijdelijke werkloosheid om economische redenen, ziekte of | tijdelijke werkloosheid om economische redenen, ziekte of |
arbeidsongeval. | arbeidsongeval. |
Art. 7.Een bijkomende bestaanszekerheidsvergoeding wordt toegekend |
Art. 7.Een bijkomende bestaanszekerheidsvergoeding wordt toegekend |
(arbeidsstelsel 5 dagen per week) : | (arbeidsstelsel 5 dagen per week) : |
1. vanaf de 26ste dag tot de 261ste dag in geval van ziekte; | 1. vanaf de 26ste dag tot de 261ste dag in geval van ziekte; |
2. vanaf de 26ste dag tot de 125ste dag in geval van arbeidsongeval; | 2. vanaf de 26ste dag tot de 125ste dag in geval van arbeidsongeval; |
3. vanaf de 13de dag tot de 120ste dag in geval van tijdelijke | 3. vanaf de 13de dag tot de 120ste dag in geval van tijdelijke |
werkloosheid om economische redenen. | werkloosheid om economische redenen. |
De berekening van de dagen geschiedt per kalenderjaar. | De berekening van de dagen geschiedt per kalenderjaar. |
Een carenzperiode van 25 dagen wordt globaal maar eens per jaar | Een carenzperiode van 25 dagen wordt globaal maar eens per jaar |
toegepast, ongeacht de aard van de schorsing(en) van de uitvoering van | toegepast, ongeacht de aard van de schorsing(en) van de uitvoering van |
de arbeidsovereenkomst die aanleiding geeft (geven) tot uitbetaling | de arbeidsovereenkomst die aanleiding geeft (geven) tot uitbetaling |
van de bijkomende bestaanszekerheids-vergoedingen. | van de bijkomende bestaanszekerheids-vergoedingen. |
Ingeval van ziekte of arbeidsongeval met dezelfde oorzaak en waarbij | Ingeval van ziekte of arbeidsongeval met dezelfde oorzaak en waarbij |
de schorsingsperiode van de arbeidsovereenkomst loopt over twee | de schorsingsperiode van de arbeidsovereenkomst loopt over twee |
kalenderjaren, mag de carenzperiode de 25 kalenderdagen niet | kalenderjaren, mag de carenzperiode de 25 kalenderdagen niet |
overschrijden voor beide kalenderjaren samen. | overschrijden voor beide kalenderjaren samen. |
Art. 8.Het bedrag van de dagelijkse bestaanszekerheidsvergoeding |
Art. 8.Het bedrag van de dagelijkse bestaanszekerheidsvergoeding |
bedraagt sinds 1 januari 2014 5,58 EUR per dag. | bedraagt sinds 1 januari 2014 5,58 EUR per dag. |
Art. 9.Vanaf 1 januari 2016 wordt het bij artikel 8 vastgestelde |
Art. 9.Vanaf 1 januari 2016 wordt het bij artikel 8 vastgestelde |
bedrag van de dagelijkse bestaanszekerheidsvergoeding gekoppeld aan | bedrag van de dagelijkse bestaanszekerheidsvergoeding gekoppeld aan |
het gezondheidsindexcijfer (afgevlakte index) van de | het gezondheidsindexcijfer (afgevlakte index) van de |
consumptieprijzen, dat maandelijks wordt vastgesteld door de Federale | consumptieprijzen, dat maandelijks wordt vastgesteld door de Federale |
Overheidsdienst Economie en wordt bekend gemaakt in het Belgisch | Overheidsdienst Economie en wordt bekend gemaakt in het Belgisch |
Staatsblad. | Staatsblad. |
Art. 10.De aanpassing van het bedrag van de dagelijkse |
Art. 10.De aanpassing van het bedrag van de dagelijkse |
bestaanszekerheidsvergoeding gebeurt bij het begin van elk | bestaanszekerheidsvergoeding gebeurt bij het begin van elk |
kalenderkwartaal, vanaf de eerste kalenderdag van dit kwartaal. Het | kalenderkwartaal, vanaf de eerste kalenderdag van dit kwartaal. Het |
startindexcijfer (afgevlakte index) is het indexcijfer van januari | startindexcijfer (afgevlakte index) is het indexcijfer van januari |
2016. | 2016. |
Art. 11.De coëfficiënt die gebruikt wordt bij de berekening van de |
Art. 11.De coëfficiënt die gebruikt wordt bij de berekening van de |
aanpassing van het bedrag van de dagelijkse | aanpassing van het bedrag van de dagelijkse |
bestaanszekerheidsvergoeding, wordt berekend tot vier decimalen en | bestaanszekerheidsvergoeding, wordt berekend tot vier decimalen en |
bekomen door het rekenkundig gemiddelde van het indexcijfer van de | bekomen door het rekenkundig gemiddelde van het indexcijfer van de |
eerste twee maanden van het voorbije kwartaal te delen door dit van de | eerste twee maanden van het voorbije kwartaal te delen door dit van de |
eerste twee maanden van het daaraan voorafgaande kwartaal. | eerste twee maanden van het daaraan voorafgaande kwartaal. |
Het resultaat van de berekeningen door toepassing van de coëfficiënt | Het resultaat van de berekeningen door toepassing van de coëfficiënt |
met vier decimalen wordt niet afgerond. | met vier decimalen wordt niet afgerond. |
Indien dit indexeringsmechanisme zou leiden tot een negatief | Indien dit indexeringsmechanisme zou leiden tot een negatief |
resultaat, wordt de vermindering van het bedrag van de dagelijkse | resultaat, wordt de vermindering van het bedrag van de dagelijkse |
bestaanszekerheidsvergoeding geneutraliseerd. | bestaanszekerheidsvergoeding geneutraliseerd. |
HOOFDSTUK V. - Uitkering in geval van dodelijk arbeidsongeval | HOOFDSTUK V. - Uitkering in geval van dodelijk arbeidsongeval |
Art. 12.Het overlijden van de werkman dat het recht opent op de |
Art. 12.Het overlijden van de werkman dat het recht opent op de |
uitkering, geregeld door deze collectieve arbeidsovereenkomst, moet | uitkering, geregeld door deze collectieve arbeidsovereenkomst, moet |
het gevolg zijn van een arbeidsongeval vergoedbaar door de bevoegde | het gevolg zijn van een arbeidsongeval vergoedbaar door de bevoegde |
verzekeraar. | verzekeraar. |
Art. 13.De vergoeding verschuldigd krachtens deze overeenkomst wordt |
Art. 13.De vergoeding verschuldigd krachtens deze overeenkomst wordt |
uitbetaald aan de overlevende echtgenoot (echtgenote) of aan de | uitbetaald aan de overlevende echtgenoot (echtgenote) of aan de |
persoon met wie de werkman samenwoonde of, bij ontstentenis, aan zijn | persoon met wie de werkman samenwoonde of, bij ontstentenis, aan zijn |
afstammelingen. | afstammelingen. |
Art. 14.Het bedrag van de uitkering bedraagt 2.500 EUR vanaf 1 |
Art. 14.Het bedrag van de uitkering bedraagt 2.500 EUR vanaf 1 |
januari 2016. | januari 2016. |
Art. 15.De vergoeding wordt door het "Fonds voor bestaanszekerheid |
Art. 15.De vergoeding wordt door het "Fonds voor bestaanszekerheid |
van de zagerijen en aanverwante nijverheden" uitbetaald op verzoek van | van de zagerijen en aanverwante nijverheden" uitbetaald op verzoek van |
een in de Nationale Arbeidsraad vertegenwoordigde vakorganisatie | een in de Nationale Arbeidsraad vertegenwoordigde vakorganisatie |
waarbij de overleden werkman aangesloten was of op vraag van de | waarbij de overleden werkman aangesloten was of op vraag van de |
rechthebbenden bedoeld in artikel 13. | rechthebbenden bedoeld in artikel 13. |
Art. 16.Het paritair beheerscomité van het "Fonds voor |
Art. 16.Het paritair beheerscomité van het "Fonds voor |
bestaanszekerheid van de zagerijen en aanverwante nijverheden" bepaalt | bestaanszekerheid van de zagerijen en aanverwante nijverheden" bepaalt |
de bewijsstukken die bij de aanvraag tot uitbetaling van de uitkering | de bewijsstukken die bij de aanvraag tot uitbetaling van de uitkering |
worden gevoegd. | worden gevoegd. |
Art. 17.Het paritair beheerscomité van het "Fonds voor |
Art. 17.Het paritair beheerscomité van het "Fonds voor |
bestaanszekerheid van de zagerijen en aanverwante nijverheden" zal | bestaanszekerheid van de zagerijen en aanverwante nijverheden" zal |
kunnen samenkomen en een crisiscel creëren indien zich uitzonderlijke | kunnen samenkomen en een crisiscel creëren indien zich uitzonderlijke |
omstandigheden voordoen. | omstandigheden voordoen. |
HOOFDSTUK VI. - Vergoeding permanente vorming | HOOFDSTUK VI. - Vergoeding permanente vorming |
Art. 18.Om de werklieden aan te moedigen zich te vormen en in te |
Art. 18.Om de werklieden aan te moedigen zich te vormen en in te |
lichten in de zin van een permanente vorming, wordt hen een vergoeding | lichten in de zin van een permanente vorming, wordt hen een vergoeding |
toegekend. | toegekend. |
Het bedrag van de vergoeding permanente vorming is vastgesteld op 0,78 | Het bedrag van de vergoeding permanente vorming is vastgesteld op 0,78 |
EUR per effectief gepresteerde dag en 0,60 EUR per gelijkgestelde dag | EUR per effectief gepresteerde dag en 0,60 EUR per gelijkgestelde dag |
ziekte, arbeidsongeval of tijdelijke werkloosheid. | ziekte, arbeidsongeval of tijdelijke werkloosheid. |
HOOFDSTUK VII. - Syndicale premie | HOOFDSTUK VII. - Syndicale premie |
Art. 19.De bij een vakbond aangesloten werklieden die van het in |
Art. 19.De bij een vakbond aangesloten werklieden die van het in |
artikel 3 bedoelde sociaal voordeel genieten, ontvangen een syndicale | artikel 3 bedoelde sociaal voordeel genieten, ontvangen een syndicale |
premie van 135 EUR per jaar. | premie van 135 EUR per jaar. |
De bij een vakbond aangesloten werklieden die van het in artikel 5 | De bij een vakbond aangesloten werklieden die van het in artikel 5 |
bedoeld forfaitair voordeel genieten, ontvangen een syndicale premie | bedoeld forfaitair voordeel genieten, ontvangen een syndicale premie |
van 11,25 EUR per maand gedekt door dit forfaitair voordeel. | van 11,25 EUR per maand gedekt door dit forfaitair voordeel. |
De bij een vakbond aangesloten werklieden die van de bijkomende | De bij een vakbond aangesloten werklieden die van de bijkomende |
vergoeding brugpensioen genieten, vastgesteld bij de collectieve | vergoeding brugpensioen genieten, vastgesteld bij de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 22 juni 2009 betreffende het brugpensioen, | arbeidsovereenkomst van 22 juni 2009 betreffende het brugpensioen, |
ontvangen een syndicale premie van 11,25 EUR per maand voor dewelke | ontvangen een syndicale premie van 11,25 EUR per maand voor dewelke |
zij een bijkomende vergoeding ontvangen. | zij een bijkomende vergoeding ontvangen. |
Dit geldt eveneens voor de werklieden die genieten van de forfaitaire | Dit geldt eveneens voor de werklieden die genieten van de forfaitaire |
bedrijfstoeslag SWT 58 jaar - lange loopbaan, SWT 56 jaar - 40 jaar | bedrijfstoeslag SWT 58 jaar - lange loopbaan, SWT 56 jaar - 40 jaar |
loopbaan (vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomsten van 28 | loopbaan (vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomsten van 28 |
juni 2013), SWT 58 jaar - zware beroepen (vastgesteld bij de | juni 2013), SWT 58 jaar - zware beroepen (vastgesteld bij de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 17 december 2013), SWT 58 jaar - | collectieve arbeidsovereenkomst van 17 december 2013), SWT 58 jaar - |
40 jaar loopbaan, SWT 58 jaar - nachtarbeid, medische SWT 58 jaar - 35 | 40 jaar loopbaan, SWT 58 jaar - nachtarbeid, medische SWT 58 jaar - 35 |
jaar loopbaan, SWT 58 jaar - vastgeklikte rechten, SWT 60 jaar - | jaar loopbaan, SWT 58 jaar - vastgeklikte rechten, SWT 60 jaar - |
algemeen stelsel (vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomsten | algemeen stelsel (vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomsten |
van 29 juni 2015). | van 29 juni 2015). |
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen en geldigheidsduur | HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen en geldigheidsduur |
Art. 20.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt deze van 17 |
Art. 20.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt deze van 17 |
december 2013 betreffende de toekenning van bijkomende sociale | december 2013 betreffende de toekenning van bijkomende sociale |
voordelen ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de | voordelen ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de |
zagerijen en aanverwante nijverheden", geregistreerd onder het nummer | zagerijen en aanverwante nijverheden", geregistreerd onder het nummer |
120785/CO/125.02. | 120785/CO/125.02. |
Art. 21.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
Art. 21.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
ingang van 1 januari 2016 en is gesloten voor onbepaalde duur. | ingang van 1 januari 2016 en is gesloten voor onbepaalde duur. |
Zij kan worden opgezegd door iedere partij mits een opzeggingstermijn | Zij kan worden opgezegd door iedere partij mits een opzeggingstermijn |
van drie maanden betekend bij aangetekende brief, gericht aan de | van drie maanden betekend bij aangetekende brief, gericht aan de |
voorzitter van het Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante | voorzitter van het Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante |
nijverheden. | nijverheden. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 mei 2017. | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 mei 2017. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |