Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 02/06/2008
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" (1) "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" (1) Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" (1)
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
2 JUNI 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt 2 JUNI 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007, verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007,
gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de
toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende
vergoeding (brugpensioen) ten laste van het "Fonds voor vergoeding (brugpensioen) ten laste van het "Fonds voor
bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" (1) bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor
bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007, gesloten
in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de toekenning in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de toekenning
aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding
(brugpensioen) ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de (brugpensioen) ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de
werklieden uit het bouwbedrijf", met uitzondering van de bepalingen in werklieden uit het bouwbedrijf", met uitzondering van de bepalingen in
strijd met artikel 4, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. strijd met artikel 4, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.
17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende
vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij
worden ontslagen. worden ontslagen.

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 2 juni 2008. Gegeven te Brussel, 2 juni 2008.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister De Vice-Eerste Minister
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, en Minister van Werk en Gelijke Kansen,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958.
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor het bouwbedrijf Paritair Comité voor het bouwbedrijf
Collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007 Collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007
Toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende Toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende
vergoeding (brugpensioen) ten laste van het "Fonds voor vergoeding (brugpensioen) ten laste van het "Fonds voor
bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" (Overeenkomst bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" (Overeenkomst
geregistreerd op 2 oktober 2007 onder het nummer 85042/CO/124) geregistreerd op 2 oktober 2007 onder het nummer 85042/CO/124)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor
het bouwbedrijf ressorteren en op de arbeiders die zij tewerkstellen. het bouwbedrijf ressorteren en op de arbeiders die zij tewerkstellen.
In deze collectieve arbeidsovereenkomst verstaat men onder : In deze collectieve arbeidsovereenkomst verstaat men onder :
- "arbeiders" : de arbeiders en arbeidsters; - "arbeiders" : de arbeiders en arbeidsters;
- "fonds voor bestaanszekerheid" : het "Fonds voor bestaanszekerheid - "fonds voor bestaanszekerheid" : het "Fonds voor bestaanszekerheid
van de werklieden uit het bouwbedrijf". van de werklieden uit het bouwbedrijf".
HOOFDSTUK II. - Het conventioneel brugpensioen vanaf 58 jaar HOOFDSTUK II. - Het conventioneel brugpensioen vanaf 58 jaar

Art. 2.Het fonds voor bestaanszekerheid kent een maandelijkse

Art. 2.Het fonds voor bestaanszekerheid kent een maandelijkse

aanvullende vergoeding toe aan de arbeiders die tussen de leeftijd van aanvullende vergoeding toe aan de arbeiders die tussen de leeftijd van
58 en 65 jaar door een in artikel 1 bedoelde werkgever ontslagen zijn, 58 en 65 jaar door een in artikel 1 bedoelde werkgever ontslagen zijn,
behoudens omwille van dringende redenen. behoudens omwille van dringende redenen.

Art. 3.Om recht te hebben op de aanvullende vergoeding, moeten de in

Art. 3.Om recht te hebben op de aanvullende vergoeding, moeten de in

artikel 2 bedoelde arbeiders aan de volgende voorwaarden voldoen : artikel 2 bedoelde arbeiders aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de 1° de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de
beëindiging van de overeenkomst; beëindiging van de overeenkomst;
2° elke door de terzake toepasselijke reglementering niet toegelaten 2° elke door de terzake toepasselijke reglementering niet toegelaten
beroepsactiviteit hebben stopgezet; beroepsactiviteit hebben stopgezet;
3° werkloosheidsuitkeringen genieten; 3° werkloosheidsuitkeringen genieten;
4° ten minste 10 jaar van hun beroepsloopbaan doorgebracht hebben in 4° ten minste 10 jaar van hun beroepsloopbaan doorgebracht hebben in
dienst van één of meerdere van de in artikel 1 bedoelde ondernemingen; dienst van één of meerdere van de in artikel 1 bedoelde ondernemingen;
5° ten minste 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen 5° ten minste 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen
tijdens de laatste 10 jaar voor de op inactiviteitsstelling of 7 tijdens de laatste 10 jaar voor de op inactiviteitsstelling of 7
kaarten in de loop van de laatste 15 jaar; kaarten in de loop van de laatste 15 jaar;
6° voldoen aan de criteria, bepaald in het koninklijk besluit van 7 6° voldoen aan de criteria, bepaald in het koninklijk besluit van 7
december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen
in geval van conventioneel brugpensioen. in geval van conventioneel brugpensioen.
In afwijking op het vorige lid, 6°, moet de arbeider, wanneer zijn In afwijking op het vorige lid, 6°, moet de arbeider, wanneer zijn
brugpensioen onder toepassing valt van het koninklijk besluit van 3 brugpensioen onder toepassing valt van het koninklijk besluit van 3
mei 2007 tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader mei 2007 tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader
van het generatiepact, voldoen aan de criteria die dit koninklijk van het generatiepact, voldoen aan de criteria die dit koninklijk
besluit bepaalt voor de brugpensioenregeling vanaf 58 jaar voor besluit bepaalt voor de brugpensioenregeling vanaf 58 jaar voor
werknemers die 35 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen werknemers die 35 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen
rechtvaardigen. rechtvaardigen.

Art. 4.Voor de toepassing van artikel 3, 4° wordt als beroepsloopbaan

Art. 4.Voor de toepassing van artikel 3, 4° wordt als beroepsloopbaan

beschouwd de prestaties en de gelijkgestelde periodes die in beschouwd de prestaties en de gelijkgestelde periodes die in
aanmerking worden genomen voor het toekennen van een legitimatiekaart. aanmerking worden genomen voor het toekennen van een legitimatiekaart.

Art. 5.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 2 bedoelde arbeiders

Art. 5.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 2 bedoelde arbeiders

moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst. arbeidsovereenkomst.
De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte
periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 2, mag evenwel periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 2, mag evenwel
een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van
58 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve 58 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst. arbeidsovereenkomst.
HOOFDSTUK III. - Het conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar HOOFDSTUK III. - Het conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar

Art. 6.Dit hoofdstuk bepaalt de toekenningsvoorwaarden en

Art. 6.Dit hoofdstuk bepaalt de toekenningsvoorwaarden en

-modaliteiten van de regeling van het conventioneel brugpensioen voor -modaliteiten van de regeling van het conventioneel brugpensioen voor
de arbeiders die tewerkgesteld zijn in de ondernemingen bedoeld in de arbeiders die tewerkgesteld zijn in de ondernemingen bedoeld in
artikel 1 en die 56 jaar en ouder zijn op het ogenblik dat zij artikel 1 en die 56 jaar en ouder zijn op het ogenblik dat zij
ontslagen worden door hun werkgever, behoudens omwille van dringende ontslagen worden door hun werkgever, behoudens omwille van dringende
reden, en die beschikken over een attest dat hun ongeschiktheid tot reden, en die beschikken over een attest dat hun ongeschiktheid tot
voortzetting van hun beroepsactiviteit bevestigt, afgegeven door een voortzetting van hun beroepsactiviteit bevestigt, afgegeven door een
arbeidsgeneesheer. arbeidsgeneesheer.
De raad van bestuur van het fonds voor bestaanszekerheid bepaalt de De raad van bestuur van het fonds voor bestaanszekerheid bepaalt de
gevallen waarin voor de toepassing van het eerste lid, de schorsing gevallen waarin voor de toepassing van het eerste lid, de schorsing
van de arbeidsovereenkomst gelijkgesteld kan worden met een van de arbeidsovereenkomst gelijkgesteld kan worden met een
tewerkstelling. tewerkstelling.

Art. 7.De in artikel 6 bedoelde arbeiders genieten van een

Art. 7.De in artikel 6 bedoelde arbeiders genieten van een

maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van het fonds voor maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van het fonds voor
bestaanszekerheid, voor zover ze aan alle volgende voorwaarden voldoen bestaanszekerheid, voor zover ze aan alle volgende voorwaarden voldoen
: :
- aan hun werkgever een attest van de arbeidsgeneesheer van de - aan hun werkgever een attest van de arbeidsgeneesheer van de
onderneming hebben overgemaakt dat de ongeschiktheid tot voortzetting onderneming hebben overgemaakt dat de ongeschiktheid tot voortzetting
van hun beroepsactiviteit bevestigt. Deze attestatie moet gebeuren van hun beroepsactiviteit bevestigt. Deze attestatie moet gebeuren
vóór iedere andere stap in de procedure; vóór iedere andere stap in de procedure;
- de leeftijd van 56 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de - de leeftijd van 56 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de
beëindiging van de arbeidsovereenkomst; beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
- op het einde van de arbeidsovereenkomst volgende loopbaan kunnen - op het einde van de arbeidsovereenkomst volgende loopbaan kunnen
bewijzen : bewijzen :
- een beroepsloopbaan van minstens 33 jaar als loontrekkende - een beroepsloopbaan van minstens 33 jaar als loontrekkende
werknemer; werknemer;
- een beroepsloopbaan van minstens 10 jaar in één of meerdere - een beroepsloopbaan van minstens 10 jaar in één of meerdere
ondernemingen die behoren tot het Paritair Comité voor het ondernemingen die behoren tot het Paritair Comité voor het
bouwbedrijf; bouwbedrijf;
- ten minste 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen - ten minste 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen
tijdens de laatste 10 jaar voor het einde van de arbeidsovereenkomst tijdens de laatste 10 jaar voor het einde van de arbeidsovereenkomst
of 7 kaarten in de loop van de laatste 15 jaar; de legitimatiekaarten of 7 kaarten in de loop van de laatste 15 jaar; de legitimatiekaarten
door gelijkstelling mogen niet in aanmerking worden genomen; door gelijkstelling mogen niet in aanmerking worden genomen;
- werkloosheidsuitkeringen genieten; - werkloosheidsuitkeringen genieten;
- elke door de terzake toepasselijk reglementering niet toegelaten - elke door de terzake toepasselijk reglementering niet toegelaten
beroepsactiviteit hebben stopgezet. beroepsactiviteit hebben stopgezet.

Art. 8.De beroepsloopbaan als loontrekkende werknemer wordt berekend

Art. 8.De beroepsloopbaan als loontrekkende werknemer wordt berekend

overeenkomstig artikel 110 van de wet van 26 maart 1999 betreffende overeenkomstig artikel 110 van de wet van 26 maart 1999 betreffende
het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende
diverse bepalingen. diverse bepalingen.

Art. 9.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 6 bedoelde arbeiders

Art. 9.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 6 bedoelde arbeiders

moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst. arbeidsovereenkomst.
De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte
periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 6, mag evenwel periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 6, mag evenwel
een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van
56 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve 56 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst. arbeidsovereenkomst.
HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding

Art. 10.§ 1. De maandbedragen van de aanvullende vergoeding ten laste

Art. 10.§ 1. De maandbedragen van de aanvullende vergoeding ten laste

van het fonds voor bestaanszekerheid, bedoeld in de hoofdstukken II en van het fonds voor bestaanszekerheid, bedoeld in de hoofdstukken II en
III, worden vastgesteld op : III, worden vastgesteld op :
- 152,11 EUR als het uurloon van de arbeider lager is dan het - 152,11 EUR als het uurloon van de arbeider lager is dan het
conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA; conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA;
- 159,42 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 159,42 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA, maar lager het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA, maar lager
dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II; dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II;
- 180,42 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 180,42 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II, maar lager het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II, maar lager
dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie MA; dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie MA;
- 189,14 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 189,14 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie MA, maar lager het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie MA, maar lager
dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III; dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III;
- 212,84 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 212,84 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III, maar het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III, maar
lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV; lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV;
- 240,11 EUR als uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan het - 240,11 EUR als uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan het
conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV. conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV.
In afwijking op het vorige lid, laatste streepje, zijn de In afwijking op het vorige lid, laatste streepje, zijn de
maandbedragen van de aanvullende vergoeding ten laste van het fonds maandbedragen van de aanvullende vergoeding ten laste van het fonds
voor bestaanszekerheid vastgesteld op : voor bestaanszekerheid vastgesteld op :
- 273,51 EUR voor de arbeider die gedurende 10 jaar ononderbroken ten - 273,51 EUR voor de arbeider die gedurende 10 jaar ononderbroken ten
minste de kwalificatie ploegbaas B heeft genoten; minste de kwalificatie ploegbaas B heeft genoten;
- 306,91 EUR voor de arbeider die gedurende 10 jaar ononderbroken de - 306,91 EUR voor de arbeider die gedurende 10 jaar ononderbroken de
kwalificatie meestergast heeft genoten. kwalificatie meestergast heeft genoten.
§ 2. Voor de arbeiders die behoren tot de categorie "werknemers die § 2. Voor de arbeiders die behoren tot de categorie "werknemers die
samenwonen met een echtgenoot of echtgenote die niet over een samenwonen met een echtgenoot of echtgenote die niet over een
beroepsinkomen beschikt", zoals gedefinieerd in artikel 110, § 1, 1° beroepsinkomen beschikt", zoals gedefinieerd in artikel 110, § 1, 1°
van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de
werkloosheidsreglementering, worden de bedragen vermeld in § 1, werkloosheidsreglementering, worden de bedragen vermeld in § 1,
vermeerderd met 55,50 EUR. vermeerderd met 55,50 EUR.
§ 3. Onverminderd de verhoging bedoeld in § 2, wordt het bedrag van de § 3. Onverminderd de verhoging bedoeld in § 2, wordt het bedrag van de
aanvullende vergoeding die uitgekeerd wordt in de maand december aanvullende vergoeding die uitgekeerd wordt in de maand december
verhoogd met : verhoogd met :
- 122,50 EUR voor de arbeiders die behoren tot de categorie - 122,50 EUR voor de arbeiders die behoren tot de categorie
"werknemers met gezinslast", zoals gedefinieerd in artikel 110, § 1 "werknemers met gezinslast", zoals gedefinieerd in artikel 110, § 1
van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de
werkloosheidsreglementering; werkloosheidsreglementering;
- 61,25 EUR voor de overige arbeiders. - 61,25 EUR voor de overige arbeiders.

Art. 11.Het fonds voor bestaanszekerheid neemt, naast de aanvullende

Art. 11.Het fonds voor bestaanszekerheid neemt, naast de aanvullende

vergoeding, ook de bijzondere werkgeversbijdragen ten laste, met name vergoeding, ook de bijzondere werkgeversbijdragen ten laste, met name
: :
- de bijzondere compenserende maandelijkse werkgeversbijdrage, bedoeld - de bijzondere compenserende maandelijkse werkgeversbijdrage, bedoeld
in artikel 111 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch in artikel 111 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch
actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen; actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen;
- de bijzondere werkgeversbijdrage voor de pensioenen, bedoeld in - de bijzondere werkgeversbijdrage voor de pensioenen, bedoeld in
artikel 268 van de programmawet van 22 december 1989; artikel 268 van de programmawet van 22 december 1989;
- de bijzondere werkgeversbijdrage voor de werkloosheidsverzekering, - de bijzondere werkgeversbijdrage voor de werkloosheidsverzekering,
bedoeld in artikel 141 van de wet van 29 december 1990 houdende bedoeld in artikel 141 van de wet van 29 december 1990 houdende
sociale bepalingen. sociale bepalingen.
Bij opheffing van de in het 1ste lid bedoelde bepalingen door de Bij opheffing van de in het 1ste lid bedoelde bepalingen door de
inwerkingtreding van het hoofdstuk VI van titel XI van de wet houdende inwerkingtreding van het hoofdstuk VI van titel XI van de wet houdende
diverse bepalingen (I) van 27 december 2006, neemt het fonds voor diverse bepalingen (I) van 27 december 2006, neemt het fonds voor
bestaanszekerheid vanaf dat ogenblik de bijzondere werkgeversbijdragen bestaanszekerheid vanaf dat ogenblik de bijzondere werkgeversbijdragen
op het conventioneel brugpensioen ten laste die in het voormelde op het conventioneel brugpensioen ten laste die in het voormelde
hoofdstuk van de wet van 27 december 2006 zijn bepaald. hoofdstuk van de wet van 27 december 2006 zijn bepaald.
HOOFDSTUK V. - Halftijds brugpensioen HOOFDSTUK V. - Halftijds brugpensioen

Art. 12.De bij artikel 1 bedoelde arbeiders die voldoen aan de bij

Art. 12.De bij artikel 1 bedoelde arbeiders die voldoen aan de bij

artikel 13 bepaalde voorwaarden, kunnen tot het halftijds brugpensioen artikel 13 bepaalde voorwaarden, kunnen tot het halftijds brugpensioen
toetreden volgens de bij dit hoofdstuk bepaalde modaliteiten. toetreden volgens de bij dit hoofdstuk bepaalde modaliteiten.
Afdeling 1. - Toetredingsvoorwaarden Afdeling 1. - Toetredingsvoorwaarden

Art. 13.Het recht op halftijds brugpensioen wordt toegekend aan de

Art. 13.Het recht op halftijds brugpensioen wordt toegekend aan de

arbeiders die voltijds tewerkgesteld zijn in de bij artikel 1 bedoelde arbeiders die voltijds tewerkgesteld zijn in de bij artikel 1 bedoelde
ondernemingen en die op het ogenblik waarop de halvering van hun ondernemingen en die op het ogenblik waarop de halvering van hun
arbeidsprestaties ingaat, aan alle volgende voorwaarden voldoen : arbeidsprestaties ingaat, aan alle volgende voorwaarden voldoen :
- 57 jaar oud zijn; - 57 jaar oud zijn;
- minstens 25 jaar loopbaan als loontrekkende hebben; - minstens 25 jaar loopbaan als loontrekkende hebben;
- minstens 10 jaar van hun beroepsloopbaan in één of meerdere bij - minstens 10 jaar van hun beroepsloopbaan in één of meerdere bij
artikel 1 bedoelde ondernemingen hebben doorgebracht; artikel 1 bedoelde ondernemingen hebben doorgebracht;
- minstens één jaar anciënniteit hebben in de onderneming waar zij hun - minstens één jaar anciënniteit hebben in de onderneming waar zij hun
arbeidsprestaties verminderen; arbeidsprestaties verminderen;
- minstens 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen - minstens 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen
tijdens de laatste 10 jaar vóór de vermindering van de tijdens de laatste 10 jaar vóór de vermindering van de
arbeidsprestaties of 7 kaarten in de loop van de laatste 15 jaar; arbeidsprestaties of 7 kaarten in de loop van de laatste 15 jaar;
- met de werkgever de modaliteiten van de vermindering van de - met de werkgever de modaliteiten van de vermindering van de
arbeidsprestaties hebben overeengekomen overeenkomstig de bepalingen arbeidsprestaties hebben overeengekomen overeenkomstig de bepalingen
van de artikelen 14 en 15. van de artikelen 14 en 15.

Art. 14.De tussen de werkgever en de arbeider gesloten overeenkomst

Art. 14.De tussen de werkgever en de arbeider gesloten overeenkomst

tot halvering van de arbeidsprestaties wordt ten laatste op het tot halvering van de arbeidsprestaties wordt ten laatste op het
tijdstip waarop de vermindering van de arbeidsprestaties aanvangt, tijdstip waarop de vermindering van de arbeidsprestaties aanvangt,
schriftelijk vastgesteld. schriftelijk vastgesteld.
De bij lid 1 bedoelde overeenkomst bevat met name de aanduiding van de De bij lid 1 bedoelde overeenkomst bevat met name de aanduiding van de
deeltijdse arbeidsregeling, de overeenkomstig de bepalingen van deeltijdse arbeidsregeling, de overeenkomstig de bepalingen van
artikel 15 vastgestelde arbeidscyclus en het uurrooster. artikel 15 vastgestelde arbeidscyclus en het uurrooster.
De werkgever stuurt een kopie van de bij lid 1 bedoelde overeenkomst De werkgever stuurt een kopie van de bij lid 1 bedoelde overeenkomst
naar het fonds voor bestaanszekerheid. naar het fonds voor bestaanszekerheid.
Afdeling 2. - Toepassingsmodaliteiten Afdeling 2. - Toepassingsmodaliteiten

Art. 15.De wekelijkse arbeidsduur van de arbeider die toetreedt tot

Art. 15.De wekelijkse arbeidsduur van de arbeider die toetreedt tot

het halftijds brugpensioen is gemiddeld gelijk aan de helft van het het halftijds brugpensioen is gemiddeld gelijk aan de helft van het
aantal arbeidsuren in de normale voltijdse wekelijkse arbeidsregeling aantal arbeidsuren in de normale voltijdse wekelijkse arbeidsregeling
die geldt in de onderneming. die geldt in de onderneming.
Wanneer de arbeidsdagen worden gespreid over een langere cyclus dan Wanneer de arbeidsdagen worden gespreid over een langere cyclus dan
een week, wordt de arbeidsduur bedoeld in lid 1 berekend op basis van een week, wordt de arbeidsduur bedoeld in lid 1 berekend op basis van
deze cyclus. De arbeidscyclus mag niet meer bedragen dan een periode deze cyclus. De arbeidscyclus mag niet meer bedragen dan een periode
van 4 weken. van 4 weken.

Art. 16.Voor zijn halftijds brugpensioen ontvangt de arbeider bovenop

Art. 16.Voor zijn halftijds brugpensioen ontvangt de arbeider bovenop

de werkloosheidsuitkering, een aanvullende vergoeding die berekend de werkloosheidsuitkering, een aanvullende vergoeding die berekend
wordt overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV van collectieve wordt overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV van collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 55 van 13 juli 1993 tot instelling van een arbeidsovereenkomst nr. 55 van 13 juli 1993 tot instelling van een
regeling van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers, regeling van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers,
ingeval van halvering van de arbeidsprestaties, gewijzigd door de ingeval van halvering van de arbeidsprestaties, gewijzigd door de
collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 55bis van 7 februari 1995 en nr. collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 55bis van 7 februari 1995 en nr.
55ter van 10 maart 1998. Het bedrag van deze aanvullende vergoeding 55ter van 10 maart 1998. Het bedrag van deze aanvullende vergoeding
mag niet minder bedragen dan de helft van de forfaitaire vergoeding mag niet minder bedragen dan de helft van de forfaitaire vergoeding
toegekend aan een arbeider van dezelfde beroepscategorie die toetreedt toegekend aan een arbeider van dezelfde beroepscategorie die toetreedt
tot het voltijds brugpensioen. tot het voltijds brugpensioen.
Het bedrag van de bij lid 1 bedoelde aanvullende vergoeding en het Het bedrag van de bij lid 1 bedoelde aanvullende vergoeding en het
bedrag van de daarop berekende hoofdelijke bijdrage wordt gedragen bedrag van de daarop berekende hoofdelijke bijdrage wordt gedragen
door het fonds voor bestaanszekerheid. door het fonds voor bestaanszekerheid.

Art. 17.Het fonds voor bestaanszekerheid wordt belast met de controle

Art. 17.Het fonds voor bestaanszekerheid wordt belast met de controle

op de toepassing van de bij dit hoofdstuk bedoelde bepalingen. op de toepassing van de bij dit hoofdstuk bedoelde bepalingen.
De werkgever is verplicht het in lid 1 bedoelde fonds alle gegevens De werkgever is verplicht het in lid 1 bedoelde fonds alle gegevens
mee te delen die nodig zijn voor de berekening van het bedrag van de mee te delen die nodig zijn voor de berekening van het bedrag van de
aanvullende vergoedingen die verschuldigd zijn aan de arbeider die aanvullende vergoedingen die verschuldigd zijn aan de arbeider die
toetreedt tot het halftijds brugpensioen. toetreedt tot het halftijds brugpensioen.
HOOFDSTUK VI. - Procedure en algemene bepalingen HOOFDSTUK VI. - Procedure en algemene bepalingen

Art. 18.De aanvraag tot toekenning van de aanvullende vergoeding moet

Art. 18.De aanvraag tot toekenning van de aanvullende vergoeding moet

worden ingediend bij het fonds voor bestaanszekerheid door toedoen van worden ingediend bij het fonds voor bestaanszekerheid door toedoen van
een vakbondsorganisatie die deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft een vakbondsorganisatie die deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft
ondertekend of door de betrokkene rechtstreeks bij middel van een ondertekend of door de betrokkene rechtstreeks bij middel van een
bijzonder formulier. bijzonder formulier.
De aanvraag moet vergezeld gaan van de documenten tot staving van het De aanvraag moet vergezeld gaan van de documenten tot staving van het
recht op de aanvullende vergoeding. recht op de aanvullende vergoeding.

Art. 19.De raad van bestuur van het fonds voor bestaanszekerheid

Art. 19.De raad van bestuur van het fonds voor bestaanszekerheid

bepaalt de praktische modaliteiten en de procedure die moet worden bepaalt de praktische modaliteiten en de procedure die moet worden
gevolgd bij het indienen en het behandelen van de aanvragen tot gevolgd bij het indienen en het behandelen van de aanvragen tot
toekenning. toekenning.

Art. 20.De Patronale Dienst bedoeld in artikel 23 van de statuten van

Art. 20.De Patronale Dienst bedoeld in artikel 23 van de statuten van

het fonds voor bestaanszekerheid is belast met de administratieve, het fonds voor bestaanszekerheid is belast met de administratieve,
boekhoudkundige en financiële organisatie van de verrichtingen die boekhoudkundige en financiële organisatie van de verrichtingen die
voortvloeien uit de toepassing van deze collectieve voortvloeien uit de toepassing van deze collectieve
arbeidsovereenkomst. arbeidsovereenkomst.

Art. 21.De aanvullende vergoeding brugpensioen kan niet gecumuleerd

Art. 21.De aanvullende vergoeding brugpensioen kan niet gecumuleerd

worden met andere voordelen van bestaanszekerheid, met uitzondering worden met andere voordelen van bestaanszekerheid, met uitzondering
van de promotievergoeding. van de promotievergoeding.

Art. 22.De bijzondere gevallen die niet op grond van de bepalingen

Art. 22.De bijzondere gevallen die niet op grond van de bepalingen

van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen worden opgelost, van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen worden opgelost,
worden door de meest gerede partij voorgelegd aan de raad van bestuur worden door de meest gerede partij voorgelegd aan de raad van bestuur
van het fonds voor bestaanszekerheid. van het fonds voor bestaanszekerheid.
Bij enige moeilijkheid rond de toegang in het regime "brugpensioen", Bij enige moeilijkheid rond de toegang in het regime "brugpensioen",
kan de meest gerede partij deze problematiek bij het verzoeningsbureau kan de meest gerede partij deze problematiek bij het verzoeningsbureau
van het paritair comité aanhangig maken nadat de lokale van het paritair comité aanhangig maken nadat de lokale
verzoeningsprocedure werd uitgeput. verzoeningsprocedure werd uitgeput.
HOOFDSTUK VII. - Financiering HOOFDSTUK VII. - Financiering

Art. 23.De aanvullende vergoeding wordt gefinancierd door de

Art. 23.De aanvullende vergoeding wordt gefinancierd door de

forfaitaire bijdrage verschuldigd aan het fonds voor bestaanszekerheid forfaitaire bijdrage verschuldigd aan het fonds voor bestaanszekerheid
(collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juni 2004 tot vaststelling van (collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juni 2004 tot vaststelling van
de forfaitaire bijdrage aan het fonds voor bestaanszekerheid). de forfaitaire bijdrage aan het fonds voor bestaanszekerheid).
HOOFDSTUK VIII. - Specifieke maatregelen HOOFDSTUK VIII. - Specifieke maatregelen

Art. 24.Aan de werkgever die, in toepassing van het koninklijk

Art. 24.Aan de werkgever die, in toepassing van het koninklijk

besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van
werkloosheidsvergoedingen in geval van conventioneel brugpensioen, werkloosheidsvergoedingen in geval van conventioneel brugpensioen,
overgaat tot de vervanging van een bruggepensioneerde arbeider, wordt overgaat tot de vervanging van een bruggepensioneerde arbeider, wordt
aanbevolen behoudens geldige reden een jongere van minder dan 26 jaar aanbevolen behoudens geldige reden een jongere van minder dan 26 jaar
aan te werven. aan te werven.

Art. 25.Het is verboden arbeiders die een voltijds brugpensioen

Art. 25.Het is verboden arbeiders die een voltijds brugpensioen

genieten tewerk te stellen in de ondernemingen bedoeld in artikel 1 of genieten tewerk te stellen in de ondernemingen bedoeld in artikel 1 of
hen als uitzendkracht ter beschikking te stellen van deze hen als uitzendkracht ter beschikking te stellen van deze
ondernemingen. ondernemingen.

Art. 26.In afwijking op de toekenningsvoorwaarden bepaald in de

Art. 26.In afwijking op de toekenningsvoorwaarden bepaald in de

hoofdstukken II en III, betaalt het fonds voor bestaanszekerheid de hoofdstukken II en III, betaalt het fonds voor bestaanszekerheid de
aanvullende vergoeding verder uit in geval van werkhervatting door de aanvullende vergoeding verder uit in geval van werkhervatting door de
in de artikelen 2 en 6 bedoelde arbeiders tijdens hun brugpensioen. in de artikelen 2 en 6 bedoelde arbeiders tijdens hun brugpensioen.
Dit geldt tevens voor de bruggepensioneerde die tijdelijk zijn Dit geldt tevens voor de bruggepensioneerde die tijdelijk zijn
brugpensioen schorst om in een opleidingscentrum (erkend door het brugpensioen schorst om in een opleidingscentrum (erkend door het
"Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid") bijkomende vorming te "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid") bijkomende vorming te
geven aan werkzoekenden en werknemers. geven aan werkzoekenden en werknemers.
De uitbetaling neemt in ieder geval een einde op het ogenblik dat de De uitbetaling neemt in ieder geval een einde op het ogenblik dat de
in de artikelen 2 en 6 bedoelde arbeiders de wettelijke in de artikelen 2 en 6 bedoelde arbeiders de wettelijke
pensioenleeftijd bereiken. pensioenleeftijd bereiken.
In geval er, in strijd met het verbod, toch werkhervatting zou zijn In geval er, in strijd met het verbod, toch werkhervatting zou zijn
bij dezelfde werkgever die de arbeider heeft ontslagen om reden van bij dezelfde werkgever die de arbeider heeft ontslagen om reden van
brugpensioen, vordert het fonds voor bestaanszekerheid van die brugpensioen, vordert het fonds voor bestaanszekerheid van die
werkgever de terugbetaling van de werkgeversbijdragen die op de werkgever de terugbetaling van de werkgeversbijdragen die op de
doorbetaalde aanvullende vergoeding verschuldigd zijn. doorbetaalde aanvullende vergoeding verschuldigd zijn.
HOOFDSTUK IX. - Geldigheidsduur HOOFDSTUK IX. - Geldigheidsduur

Art. 27.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een

Art. 27.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een

bepaalde duur. Ze treedt in werking op 1 januari 2007 en houdt op van bepaalde duur. Ze treedt in werking op 1 januari 2007 en houdt op van
kracht te zijn op 31 december 2008. kracht te zijn op 31 december 2008.
Ze vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 november 2006 tot Ze vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 november 2006 tot
verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 juli 2005 verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 juli 2005
betreffende de toekenning aan sommige bejaarde werklieden van een betreffende de toekenning aan sommige bejaarde werklieden van een
aanvullende vergoeding (brugpensioen) ten laste van het "Fonds voor aanvullende vergoeding (brugpensioen) ten laste van het "Fonds voor
bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf". bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf".
Gezien om gevoegd te worden bij het koninklijk besluit van 2 juni Gezien om gevoegd te worden bij het koninklijk besluit van 2 juni
2008. 2008.
De Vice-Eerste Minister De Vice-Eerste Minister
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, en Minister van Werk en Gelijke Kansen,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
^