← Terug naar "Koninklijk besluit tot vaststelling van de principes volgens dewelke het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie de berekening en het bedrag verifieert en goedkeurt van de kosten waarvan aan het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden de terugbetaling wordt gevraagd "
Koninklijk besluit tot vaststelling van de principes volgens dewelke het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie de berekening en het bedrag verifieert en goedkeurt van de kosten waarvan aan het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden de terugbetaling wordt gevraagd | Koninklijk besluit tot vaststelling van de principes volgens dewelke het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie de berekening en het bedrag verifieert en goedkeurt van de kosten waarvan aan het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden de terugbetaling wordt gevraagd |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE |
2 APRIL 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de principes | 2 APRIL 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de principes |
volgens dewelke het Belgisch Instituut voor postdiensten en | volgens dewelke het Belgisch Instituut voor postdiensten en |
telecommunicatie de berekening en het bedrag verifieert en goedkeurt | telecommunicatie de berekening en het bedrag verifieert en goedkeurt |
van de kosten waarvan aan het fonds voor de nooddiensten die ter | van de kosten waarvan aan het fonds voor de nooddiensten die ter |
plaatse hulp bieden de terugbetaling wordt gevraagd | plaatse hulp bieden de terugbetaling wordt gevraagd |
VERSLAG AAN DE KONING | VERSLAG AAN DE KONING |
Sire, | Sire, |
Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, geeft uitvoering | Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, geeft uitvoering |
aan artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, van de wet van 13 juni | aan artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, van de wet van 13 juni |
2005 betreffende de elektronische communicatie (hierna « de wet »). | 2005 betreffende de elektronische communicatie (hierna « de wet »). |
Deze tweede zin is eerst in artikel 107 ingevoegd door de wet van 18 | Deze tweede zin is eerst in artikel 107 ingevoegd door de wet van 18 |
mei 2009 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie | mei 2009 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie |
en is later verplaatst naar 107/1, § 5, van de wet. Hij luidt als | en is later verplaatst naar 107/1, § 5, van de wet. Hij luidt als |
volgt : « De berekening en het bedrag van de kosten worden | volgt : « De berekening en het bedrag van de kosten worden |
geverifieerd en goedgekeurd door het Instituut volgens de principes | geverifieerd en goedgekeurd door het Instituut volgens de principes |
vastgelegd door de Koning ». Dit koninklijk besluit werd ter openbare | vastgelegd door de Koning ». Dit koninklijk besluit werd ter openbare |
raadpleging voorgelegd van 16 november 2011 tot 21 december 2011. | raadpleging voorgelegd van 16 november 2011 tot 21 december 2011. |
Er werd rekening gehouden met het advies 55.314/4 van 6 maart 2014 van | Er werd rekening gehouden met het advies 55.314/4 van 6 maart 2014 van |
de Raad van State. Bepaalde principes zijn reeds van toepassing voor | de Raad van State. Bepaalde principes zijn reeds van toepassing voor |
het BIPT (transparantieprincipe voor de actie van het BIPT via de | het BIPT (transparantieprincipe voor de actie van het BIPT via de |
raadpleging van de belanghebbenden en inzage in de administratieve | raadpleging van de belanghebbenden en inzage in de administratieve |
documenten, het motiveringsprincipe voor de beslissingen van het BIPT, | documenten, het motiveringsprincipe voor de beslissingen van het BIPT, |
de mogelijkheid beroep aan te tekenen tegen een beslissing van het | de mogelijkheid beroep aan te tekenen tegen een beslissing van het |
BIPT, objectiviteit- en neutraliteitsprincipe, eerbiedigen van de | BIPT, objectiviteit- en neutraliteitsprincipe, eerbiedigen van de |
vertrouwelijkheid, de mogelijkheid voor het BIPT om van elke betrokken | vertrouwelijkheid, de mogelijkheid voor het BIPT om van elke betrokken |
persoon alle nuttige informatie op te vragen, enz.) uit hoofde van de | persoon alle nuttige informatie op te vragen, enz.) uit hoofde van de |
wet en de jurisprudentie. Het is niet nodig deze in herinnering te | wet en de jurisprudentie. Het is niet nodig deze in herinnering te |
brengen in het koninklijk besluit. | brengen in het koninklijk besluit. |
ARTIKELGEWIJZE COMMENTAAR | ARTIKELGEWIJZE COMMENTAAR |
Artikel 1 definieert een aantal in het besluit voorkomende termen. | Artikel 1 definieert een aantal in het besluit voorkomende termen. |
Voor het overige gelden de definities uit artikel 2 van de wet. | Voor het overige gelden de definities uit artikel 2 van de wet. |
Het koninklijk besluit definieert het begrip "begunstigden van het | Het koninklijk besluit definieert het begrip "begunstigden van het |
fonds". Het gaat om de beheerscentrales van de nooddiensten die ter | fonds". Het gaat om de beheerscentrales van de nooddiensten die ter |
plaatse hulp bieden, alsook om de organisaties die door de overheid | plaatse hulp bieden, alsook om de organisaties die door de overheid |
worden belast om de beheerscentrales van de nooddiensten die ter | worden belast om de beheerscentrales van de nooddiensten die ter |
plaatse hulp bieden te exploiteren (art. 107/1, § 1, van de wet), | plaatse hulp bieden te exploiteren (art. 107/1, § 1, van de wet), |
namelijk op dit ogenblik de NV A.S.T.R.I.D. | namelijk op dit ogenblik de NV A.S.T.R.I.D. |
Artikel 2 wijst op de principes op basis waarvan het BIPT het bedrag | Artikel 2 wijst op de principes op basis waarvan het BIPT het bedrag |
en de berekening van de kosten moet controleren. | en de berekening van de kosten moet controleren. |
Het BIPT moet nagaan of de begunstigden van het fonds hun | Het BIPT moet nagaan of de begunstigden van het fonds hun |
terugbetalingsaanvraag binnen de gestelde termijnen hebben ingediend | terugbetalingsaanvraag binnen de gestelde termijnen hebben ingediend |
bij het fonds. Het gaat hier over de datum van 1 maart volgend op het | bij het fonds. Het gaat hier over de datum van 1 maart volgend op het |
beschouwde jaar (artikel 6 van het koninklijk besluit van 2 april 2014 | beschouwde jaar (artikel 6 van het koninklijk besluit van 2 april 2014 |
tot vaststelling van de nadere regels voor de werking van het fonds | tot vaststelling van de nadere regels voor de werking van het fonds |
voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden) en binnen de maand | voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden) en binnen de maand |
volgend op de inwerkingtreding van het voornoemde besluit voor het | volgend op de inwerkingtreding van het voornoemde besluit voor het |
eerste werkingsjaar van het fonds (artikel 13 van hetzelfde besluit). | eerste werkingsjaar van het fonds (artikel 13 van hetzelfde besluit). |
Het BIPT moet nagaan of de kosten werden gedaan door de begunstigden | Het BIPT moet nagaan of de kosten werden gedaan door de begunstigden |
van het fonds tijdens het beschouwde jaar (en niet tijdens de | van het fonds tijdens het beschouwde jaar (en niet tijdens de |
voorgaande jaren). Voor het eerste werkingsjaar van het fonds worden | voorgaande jaren). Voor het eerste werkingsjaar van het fonds worden |
de kosten gedaan in de voorgaande jaren, ten uitzonderlijken titel, | de kosten gedaan in de voorgaande jaren, ten uitzonderlijken titel, |
eveneens in rekening gebracht (artikel 13 van het koninklijk besluit | eveneens in rekening gebracht (artikel 13 van het koninklijk besluit |
van 2 april 2014 tot vaststelling van de nadere regels voor de werking | van 2 april 2014 tot vaststelling van de nadere regels voor de werking |
van het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden). | van het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden). |
Het BIPT moet dus de kosten verwerpen die gebudgetteerd werden maar | Het BIPT moet dus de kosten verwerpen die gebudgetteerd werden maar |
die uiteindelijk niet werden gemaakt en de kosten die nog niet werden | die uiteindelijk niet werden gemaakt en de kosten die nog niet werden |
gedaan. Het artikel 107/1 van de wet voorziet inderdaad in een systeem | gedaan. Het artikel 107/1 van de wet voorziet inderdaad in een systeem |
van terugbetaling van kosten wat veronderstelt dat de begunstigden van | van terugbetaling van kosten wat veronderstelt dat de begunstigden van |
het fonds deze kosten eerst moeten gedaan hebben vooraleer hun | het fonds deze kosten eerst moeten gedaan hebben vooraleer hun |
terugbetaling aan het fonds te kunnen vragen. | terugbetaling aan het fonds te kunnen vragen. |
Het BIPT moet nagaan of de begunstigden van het fonds hem de stavende | Het BIPT moet nagaan of de begunstigden van het fonds hem de stavende |
documenten hebben overhandigd binnen de gestelde termijnen, het weze | documenten hebben overhandigd binnen de gestelde termijnen, het weze |
de eerste maart volgende op het beschouwde jaar (artikel 6 van het | de eerste maart volgende op het beschouwde jaar (artikel 6 van het |
koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de nadere | koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de nadere |
regels voor de werking van het fonds voor de nooddiensten die ter | regels voor de werking van het fonds voor de nooddiensten die ter |
plaatse hulp bieden) en voor het eerste werkingsjaar van het fonds | plaatse hulp bieden) en voor het eerste werkingsjaar van het fonds |
binnen de maand volgend op de inwerkingtreding van voornoemd besluit | binnen de maand volgend op de inwerkingtreding van voornoemd besluit |
(artikel 13 van hetzelfde besluit). Als de stavende documenten niet | (artikel 13 van hetzelfde besluit). Als de stavende documenten niet |
beschikbaar zijn op die data, dan kan het fonds een datum voor het | beschikbaar zijn op die data, dan kan het fonds een datum voor het |
overzenden van deze documenten vastleggen overeenkomstig het | overzenden van deze documenten vastleggen overeenkomstig het |
voornoemde artikel 6. Dit teneinde het BIPT in staat te stellen om | voornoemde artikel 6. Dit teneinde het BIPT in staat te stellen om |
zijn controlewerk af te sluiten en het fonds om de begunstigden van | zijn controlewerk af te sluiten en het fonds om de begunstigden van |
het fonds op tijd te vergoeden. | het fonds op tijd te vergoeden. |
Artikel 3 wijst op het principe op basis waarvan het BIPT het bedrag | Artikel 3 wijst op het principe op basis waarvan het BIPT het bedrag |
en de berekening van de kosten dient goed te keuren. | en de berekening van de kosten dient goed te keuren. |
Als het BIPT een onderdeel van de kosten verwerpt, kan het het | Als het BIPT een onderdeel van de kosten verwerpt, kan het het |
volledige bedrag en de berekening van de kosten niet goedkeuren. Het | volledige bedrag en de berekening van de kosten niet goedkeuren. Het |
koninklijk besluit bepaalt dan dat het BIPT die onderdelen van kosten | koninklijk besluit bepaalt dan dat het BIPT die onderdelen van kosten |
moet goedkeuren die het kan aanvaarden. | moet goedkeuren die het kan aanvaarden. |
Artikel 4 heeft betrekking op de uitvoering van het besluit. | Artikel 4 heeft betrekking op de uitvoering van het besluit. |
Ik heb de eer te zijn, | Ik heb de eer te zijn, |
Sire, | Sire, |
van Uwe Majesteit, | van Uwe Majesteit, |
de zeer eerbiedige | de zeer eerbiedige |
en zeer getrouwe dienaar, | en zeer getrouwe dienaar, |
De Minister van Economie, | De Minister van Economie, |
J. VANDE LANOTTE | J. VANDE LANOTTE |
Raad van State, afdeling Wetgeving | Raad van State, afdeling Wetgeving |
Advies 55.314/4 van 6 maart 2014 over een ontwerp van koninklijk | Advies 55.314/4 van 6 maart 2014 over een ontwerp van koninklijk |
besluit `tot vaststelling van de principes volgens dewelke het | besluit `tot vaststelling van de principes volgens dewelke het |
Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie de berekening | Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie de berekening |
en het bedrag verifieert en goedkeurt van de kosten waarvan aan het | en het bedrag verifieert en goedkeurt van de kosten waarvan aan het |
fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden de | fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden de |
terugbetaling wordt gevraagd' | terugbetaling wordt gevraagd' |
Op 7 februari 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de | Op 7 februari 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de |
Vice-Eerste Minister en Minister van Economie verzocht binnen een | Vice-Eerste Minister en Minister van Economie verzocht binnen een |
termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp | termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp |
van koninklijk besluit `tot vaststelling van de principes volgens | van koninklijk besluit `tot vaststelling van de principes volgens |
dewelke het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie | dewelke het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie |
de berekening en het bedrag verifieert en goedkeurt van de kosten | de berekening en het bedrag verifieert en goedkeurt van de kosten |
waarvan aan het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden | waarvan aan het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden |
de terugbetaling wordt gevraagd'. | de terugbetaling wordt gevraagd'. |
Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 6 maart 2014. | Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 6 maart 2014. |
De kamer was samengesteld uit Pierre LIENARDY, kamervoorzitter, | De kamer was samengesteld uit Pierre LIENARDY, kamervoorzitter, |
Jacques JAUMOTTE en Bernard BLERO, staatsraden, en Anne-Catherine VAN | Jacques JAUMOTTE en Bernard BLERO, staatsraden, en Anne-Catherine VAN |
GEERSDAELE, griffier. | GEERSDAELE, griffier. |
Het verslag is uitgebracht door Anne VAGMAN, eerste auditeur. | Het verslag is uitgebracht door Anne VAGMAN, eerste auditeur. |
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het | De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het |
advies is nagezien onder toezicht van Pierre LIENARDY. | advies is nagezien onder toezicht van Pierre LIENARDY. |
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 6 maart 2014. | Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 6 maart 2014. |
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, | Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, |
eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, | eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, |
beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de | beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de |
voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van | voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van |
het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te | het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te |
vervullen voorafgaande vormvereisten. | vervullen voorafgaande vormvereisten. |
Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de | Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de |
volgende opmerkingen. | volgende opmerkingen. |
ONDERZOEK VAN HET ONTWERP | ONDERZOEK VAN HET ONTWERP |
BIJZONDERE OPMERKINGEN | BIJZONDERE OPMERKINGEN |
AANHEF | AANHEF |
Het eerste lid moet worden geredigeerd als volgt: | Het eerste lid moet worden geredigeerd als volgt: |
"Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische | "Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische |
communicatie, artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, ingevoegd | communicatie, artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, ingevoegd |
bij de wet van 10 juli 2012;". | bij de wet van 10 juli 2012;". |
DISPOSITIEF | DISPOSITIEF |
Artikel 1 | Artikel 1 |
In de bepaling onder 2° moet worden verwezen naar artikel 107/1, § 1, | In de bepaling onder 2° moet worden verwezen naar artikel 107/1, § 1, |
van de wet van 13 juni 2005 en niet naar artikel 107, § 5/1, van die | van de wet van 13 juni 2005 en niet naar artikel 107, § 5/1, van die |
wet. | wet. |
Artikel 2 | Artikel 2 |
Artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, van de wet van 13 juni | Artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, van de wet van 13 juni |
2005, dat als rechtsgrond dient voor het ontworpen besluit, belast de | 2005, dat als rechtsgrond dient voor het ontworpen besluit, belast de |
Koning ermee de principes vast te leggen volgens welke de berekening | Koning ermee de principes vast te leggen volgens welke de berekening |
en het bedrag van de kosten die dat artikel vermeldt, worden | en het bedrag van de kosten die dat artikel vermeldt, worden |
geverifieerd en goedgekeurd door het BIPT. | geverifieerd en goedgekeurd door het BIPT. |
De voorliggende bepaling, die uitvoering beoogt te geven aan die | De voorliggende bepaling, die uitvoering beoogt te geven aan die |
machtiging, luidt als volgt: | machtiging, luidt als volgt: |
"Het Instituut past het bedrag en de berekening van de kosten waarvan | "Het Instituut past het bedrag en de berekening van de kosten waarvan |
de begunstigden van het fonds de terugbetaling vragen aan, onder | de begunstigden van het fonds de terugbetaling vragen aan, onder |
andere, wanneer deze kosten niet zijn gerechtvaardigd met | andere, wanneer deze kosten niet zijn gerechtvaardigd met |
bewijsstukken, of, wanneer het Instituut van oordeel is dat deze | bewijsstukken, of, wanneer het Instituut van oordeel is dat deze |
kosten geen aan de begunstigden van het fonds terugbetaalbare kosten | kosten geen aan de begunstigden van het fonds terugbetaalbare kosten |
vormen". | vormen". |
Die bepaling is voor kritiek vatbaar ten aanzien van artikel 107/1, § | Die bepaling is voor kritiek vatbaar ten aanzien van artikel 107/1, § |
5, tweede lid, tweede zin, van de wet van 13 juni 2005. | 5, tweede lid, tweede zin, van de wet van 13 juni 2005. |
Ze definieert immers niet de principes volgens welke de kosten door | Ze definieert immers niet de principes volgens welke de kosten door |
het BIPT worden "geverifieerd en goedgekeurd", maar ze omschrijft - | het BIPT worden "geverifieerd en goedgekeurd", maar ze omschrijft - |
door middel van voorbeelden - de gevallen waarin het BIPT het bedrag | door middel van voorbeelden - de gevallen waarin het BIPT het bedrag |
en de berekening van de kosten "aanpast". | en de berekening van de kosten "aanpast". |
Fundamenteler is dat het ontworpen besluit niet meer doet dan - | Fundamenteler is dat het ontworpen besluit niet meer doet dan - |
bovendien door middel van voorbeelden - bepalen in welke gevallen het | bovendien door middel van voorbeelden - bepalen in welke gevallen het |
Instituut het bedrag en de berekening van de kosten niet kan | Instituut het bedrag en de berekening van de kosten niet kan |
goedkeuren en aldus de wettelijke bepaling die ze als rechtsgrond | goedkeuren en aldus de wettelijke bepaling die ze als rechtsgrond |
opgeeft, niet volledig uitvoert. Dat geldt des te meer daar het aldus | opgeeft, niet volledig uitvoert. Dat geldt des te meer daar het aldus |
vastgelegde "principe" in het tweede geval eigenlijk louter een | vastgelegde "principe" in het tweede geval eigenlijk louter een |
tautologie vormt (te weten het geval waarin "het Instituut van oordeel | tautologie vormt (te weten het geval waarin "het Instituut van oordeel |
is dat [de] kosten geen aan de begunstigden van het fonds | is dat [de] kosten geen aan de begunstigden van het fonds |
terugbetaalbare kosten vormen"). | terugbetaalbare kosten vormen"). |
Het ontworpen besluit moet dus fundamenteel worden herzien teneinde | Het ontworpen besluit moet dus fundamenteel worden herzien teneinde |
artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, van de wet van 13 juni | artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, van de wet van 13 juni |
2005 correct uit te voeren, opdat het met name de principes vastlegt | 2005 correct uit te voeren, opdat het met name de principes vastlegt |
op basis waarvan het BIPT de berekening en het bedrag van de kosten | op basis waarvan het BIPT de berekening en het bedrag van de kosten |
verifieert en goedkeurt. | verifieert en goedkeurt. |
De griffier, | De griffier, |
A.-C. VAN GEERSDAELE | A.-C. VAN GEERSDAELE |
De voorzitter, | De voorzitter, |
P. LIENARDY | P. LIENARDY |
2 APRIL 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de principes | 2 APRIL 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de principes |
volgens dewelke het Belgisch Instituut voor postdiensten en | volgens dewelke het Belgisch Instituut voor postdiensten en |
telecommunicatie de berekening en het bedrag verifieert en goedkeurt | telecommunicatie de berekening en het bedrag verifieert en goedkeurt |
van de kosten waarvan aan het fonds voor de nooddiensten die ter | van de kosten waarvan aan het fonds voor de nooddiensten die ter |
plaatse hulp bieden de terugbetaling wordt gevraagd | plaatse hulp bieden de terugbetaling wordt gevraagd |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische | Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische |
communicatie, artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, ingevoegd | communicatie, artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, ingevoegd |
bij de wet van 10 juli 2012; | bij de wet van 10 juli 2012; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13 |
februari 2013; | februari 2013; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op |
16 december 2013; | 16 december 2013; |
Gelet op de raadpleging van 19 december 2013 tot 10 januari 2014 van | Gelet op de raadpleging van 19 december 2013 tot 10 januari 2014 van |
het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en | het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en |
Televisie; | Televisie; |
Gelet op het akkoord van het Overlegcomité, gegeven op 5 februari | Gelet op het akkoord van het Overlegcomité, gegeven op 5 februari |
2014; | 2014; |
Gelet op advies 55.314/4 van de Raad van State, gegeven op 6 maart | Gelet op advies 55.314/4 van de Raad van State, gegeven op 6 maart |
2014 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten | 2014 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten |
op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Economie, | Op de voordracht van de Minister van Economie, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° « wet » : wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische | 1° « wet » : wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische |
communicatie; | communicatie; |
2° « fonds » : fonds voor de nooddiensten zoals bedoeld in artikel | 2° « fonds » : fonds voor de nooddiensten zoals bedoeld in artikel |
107/1, § 1 van de wet; | 107/1, § 1 van de wet; |
3° « begunstigden van het fonds » : de nooddiensten die ter plaats te | 3° « begunstigden van het fonds » : de nooddiensten die ter plaats te |
hulp bieden alsook de organisatie bedoeld in artikel 107/1, § 1, van | hulp bieden alsook de organisatie bedoeld in artikel 107/1, § 1, van |
de wet; | de wet; |
4° « aan de begunstigden van het fonds terugbetaalbare kosten » : | 4° « aan de begunstigden van het fonds terugbetaalbare kosten » : |
kosten die worden gemaakt door de begunstigden van het fonds en die | kosten die worden gemaakt door de begunstigden van het fonds en die |
krachtens de wetgeving moeten worden gedragen door de operatoren en | krachtens de wetgeving moeten worden gedragen door de operatoren en |
beheerd worden door het fonds. | beheerd worden door het fonds. |
Art. 2.Het Instituut controleert het bedrag en de berekening van de |
Art. 2.Het Instituut controleert het bedrag en de berekening van de |
kosten waarvan de begunstigden van het fonds de terugbetaling vragen | kosten waarvan de begunstigden van het fonds de terugbetaling vragen |
aan dit fonds op basis van de volgende principes : | aan dit fonds op basis van de volgende principes : |
1° Het Instituut controleert dat de aanvraag voor terugbetaling van | 1° Het Instituut controleert dat de aanvraag voor terugbetaling van |
kosten bij het fonds werd ingediend binnen de termijnen die zijn | kosten bij het fonds werd ingediend binnen de termijnen die zijn |
vastgelegd in het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling | vastgelegd in het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling |
van de nadere regels voor de werking van het fonds voor de | van de nadere regels voor de werking van het fonds voor de |
nooddiensten die ter plaatse hulp bieden; | nooddiensten die ter plaatse hulp bieden; |
2° Het Instituut controleert dat de kosten werden gedaan door de | 2° Het Instituut controleert dat de kosten werden gedaan door de |
begunstigden van het fonds gedurende het beschouwde jaar; | begunstigden van het fonds gedurende het beschouwde jaar; |
3° Het Instituut controleert dat de kosten wel degelijk aan de | 3° Het Instituut controleert dat de kosten wel degelijk aan de |
begunstigden van het fonds terugbetaalbare kosten vormen; | begunstigden van het fonds terugbetaalbare kosten vormen; |
4° De controle van het Instituut gebeurt op basis van stavende | 4° De controle van het Instituut gebeurt op basis van stavende |
documenten; | documenten; |
5° Het Instituut controleert dat de stavende documenten die het worden | 5° Het Instituut controleert dat de stavende documenten die het worden |
bezorgd door de begunstigden van het fonds werden overgezonden binnen | bezorgd door de begunstigden van het fonds werden overgezonden binnen |
de termijnen vastgelegd door het koninklijk besluit van 2 april 2014 | de termijnen vastgelegd door het koninklijk besluit van 2 april 2014 |
tot vaststelling van de nadere regels voor de werking van het fonds | tot vaststelling van de nadere regels voor de werking van het fonds |
voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, of binnen de | voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, of binnen de |
termijnen bepaald op grond van dit koninklijk besluit. | termijnen bepaald op grond van dit koninklijk besluit. |
Art. 3.Als het Instituut, in het bijzonder voor één der redenen |
Art. 3.Als het Instituut, in het bijzonder voor één der redenen |
opgesomd in het artikel 2, het bedrag en de berekening van het geheel | opgesomd in het artikel 2, het bedrag en de berekening van het geheel |
van de kosten waarvan de begunstigden van het fonds de terugbetaling | van de kosten waarvan de begunstigden van het fonds de terugbetaling |
vragen niet kan goedkeuren, dan duidt het de verschillende kosten aan | vragen niet kan goedkeuren, dan duidt het de verschillende kosten aan |
die het goedkeurt en deze die het verwerpt evenals het totale bedrag | die het goedkeurt en deze die het verwerpt evenals het totale bedrag |
van de goedgekeurde kosten. | van de goedgekeurde kosten. |
Art. 4.De minister bevoegd voor Telecommunicatie is belast met de |
Art. 4.De minister bevoegd voor Telecommunicatie is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 2 april 2014. | Gegeven te Brussel, 2 april 2014. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Economie, | De Minister van Economie, |
J. VANDE LANOTTE | J. VANDE LANOTTE |