Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 02/08/2002
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de witzandexploitaties "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de witzandexploitaties Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de witzandexploitaties
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID
2 AUGUSTUS 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 2 AUGUSTUS 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001, wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001,
gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en
zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies
Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en
Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de
witzandexploitaties (1) witzandexploitaties (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der
grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de
provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en
Vlaams-Brabant; Vlaams-Brabant;
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001, gesloten
in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven
welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen,
West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant,
betreffende de arbeidsvoorwaarden in de witzandexploitaties. betreffende de arbeidsvoorwaarden in de witzandexploitaties.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering

van dit besluit. van dit besluit.
Gegeven te Punat, 2 augustus 2002. Gegeven te Punat, 2 augustus 2002.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werkgelegenheid, De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in
openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen,
West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant
Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001 Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2001
Arbeidsvoorwaarden in de witzandexploitaties (Overeenkomst Arbeidsvoorwaarden in de witzandexploitaties (Overeenkomst
geregistreerd op 28 september 2001 onder het nummer 58902/CO/102.06) geregistreerd op 28 september 2001 onder het nummer 58902/CO/102.06)
I. Toepassingsgebied I. Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers en op de werklieden van de witzandexploitaties welke in de werkgevers en op de werklieden van de witzandexploitaties welke in
openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen,
West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant. West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant.
Met "werklieden" worden de arbeiders en arbeidsters bedoeld. Met "werklieden" worden de arbeiders en arbeidsters bedoeld.
II. Lonen II. Lonen

Art. 2.Het minimumuurloon van de werkman van 21 jaar en ouder en met

Art. 2.Het minimumuurloon van de werkman van 21 jaar en ouder en met

6 maanden anciënniteit bedraagt op 1 februari 2001, voor een 6 maanden anciënniteit bedraagt op 1 februari 2001, voor een
wekelijkse arbeidsduur van zevenendertig uren, 12,7107 EUR. wekelijkse arbeidsduur van zevenendertig uren, 12,7107 EUR.
Het minimumuurloon alsmede de werkelijk uitbetaalde lonen van de Het minimumuurloon alsmede de werkelijk uitbetaalde lonen van de
werklieden worden verhoogd met : werklieden worden verhoogd met :
- 0,25 EUR/uur vanaf 1 februari 2001; - 0,25 EUR/uur vanaf 1 februari 2001;
- 0,20 EUR/uur vanaf 1 februari 2002; - 0,20 EUR/uur vanaf 1 februari 2002;
- 0,07 EUR/uur vanaf 1 september 2002. - 0,07 EUR/uur vanaf 1 september 2002.
Nieuw aangeworven werknemers ontvangen de eerste 6 maanden 90 pct., en Nieuw aangeworven werknemers ontvangen de eerste 6 maanden 90 pct., en
na zes maanden 95 pct. van het minimumuurloon of, na positieve na zes maanden 95 pct. van het minimumuurloon of, na positieve
evaluatie, van het functieloon; evaluatie, van het functieloon;
na één jaar ontvangt de werknemer 100 pct. van het functieloon. na één jaar ontvangt de werknemer 100 pct. van het functieloon.

Art. 3.De lonen van de werklieden jonger dan 21 jaar worden,

Art. 3.De lonen van de werklieden jonger dan 21 jaar worden,

naargelang hun leeftijd, vastgesteld op de hierna vermelde percentages naargelang hun leeftijd, vastgesteld op de hierna vermelde percentages
van het loon van de meerderjarige werklieden van de categorie waartoe van het loon van de meerderjarige werklieden van de categorie waartoe
ze behoren : ze behoren :
vanaf 18 jaar : 70 pct.; vanaf 18 jaar : 70 pct.;
vanaf 19 jaar : 80 pct.; vanaf 19 jaar : 80 pct.;
vanaf 20 jaar : 90 pct. vanaf 20 jaar : 90 pct.
Nochtans genieten de houders van een diploma A3 en/of B2 van 20 jaar Nochtans genieten de houders van een diploma A3 en/of B2 van 20 jaar
af, 100 pct. van het toepasselijk categorieloon. af, 100 pct. van het toepasselijk categorieloon.
De lonen van de jongere werklieden aangeworven voor een bepaalde duur De lonen van de jongere werklieden aangeworven voor een bepaalde duur
van ten hoogste één maand bedragen volgend percentage van het van ten hoogste één maand bedragen volgend percentage van het
minimumloon : minimumloon :
beneden de 18 jaar : 60 pct.; beneden de 18 jaar : 60 pct.;
vanaf 18 jaar : 70 pct. vanaf 18 jaar : 70 pct.
III. Correctiemechanisme III. Correctiemechanisme

Art. 4.Indien gedurende de looptijd van de collectieve

Art. 4.Indien gedurende de looptijd van de collectieve

arbeidsovereenkomst een tweede indexsprong plaatsvindt, komen de reeds arbeidsovereenkomst een tweede indexsprong plaatsvindt, komen de reeds
verworven en voorziene loonsverhogingen van 2002 te vervallen. verworven en voorziene loonsverhogingen van 2002 te vervallen.
De index wordt berekend op het uurloon minus de reeds verworven De index wordt berekend op het uurloon minus de reeds verworven
loonsverhogingen van 2002 zonder dat dit zou leiden tot een loonsverhogingen van 2002 zonder dat dit zou leiden tot een
loonsverlaging. loonsverlaging.
Het nieuwe uurloon gaat in de eerste dag van de maand volgend op de Het nieuwe uurloon gaat in de eerste dag van de maand volgend op de
maand waarop het indexcijfer is overschreden. maand waarop het indexcijfer is overschreden.
IV. Koppeling van de lonen en van de ploegenpremies aan het IV. Koppeling van de lonen en van de ploegenpremies aan het
indexcijfer van de consumptieprijzen indexcijfer van de consumptieprijzen

Art. 5.De in artikel 2 vermelde lonen en de in artikel 20 voorziene

Art. 5.De in artikel 2 vermelde lonen en de in artikel 20 voorziene

anciënniteitstoeslag zijn gekoppeld aan het gezondheidsindexcijfer, anciënniteitstoeslag zijn gekoppeld aan het gezondheidsindexcijfer,
maandelijks vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en maandelijks vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad .

Art. 6.De in artikel 2 vastgestelde lonen stemmen overeen met het

Art. 6.De in artikel 2 vastgestelde lonen stemmen overeen met het

indexcijfer 105,68. indexcijfer 105,68.
Telkens wanneer het vorig indexcijfer met 2 pct. stijgt of daalt, Telkens wanneer het vorig indexcijfer met 2 pct. stijgt of daalt,
worden de laatste uitbetaalde lonen en ploegenpremies met 2 pct. worden de laatste uitbetaalde lonen en ploegenpremies met 2 pct.
verhoogd of verlaagd. verhoogd of verlaagd.
De verlagingen welke uit een daling van het indexcijfer voortvloeien De verlagingen welke uit een daling van het indexcijfer voortvloeien
worden slechts toegepast wanneer het indexcijfer met een halve schijf worden slechts toegepast wanneer het indexcijfer met een halve schijf
beneden de waarde welke de verhogingen veroorzaakte daalt. beneden de waarde welke de verhogingen veroorzaakte daalt.
De indexcijfers die een verhoging tot gevolg hebben zijn als volgt De indexcijfers die een verhoging tot gevolg hebben zijn als volgt
vastgesteld : vastgesteld :
107,79 - 109,95 - 112,15 - enz. 107,79 - 109,95 - 112,15 - enz.
De indexcijfers die een loonsverlaging tot gevolg hebben zijn als De indexcijfers die een loonsverlaging tot gevolg hebben zijn als
volgt vastgesteld : volgt vastgesteld :
101,58 - 103,61 101,58 - 103,61

Art. 7.De wijzigingen voortvloeiend uit de toepassing van de

Art. 7.De wijzigingen voortvloeiend uit de toepassing van de

artikelen 5 en 6 gaan in de eerste dag van de maand volgend op die artikelen 5 en 6 gaan in de eerste dag van de maand volgend op die
waarvan het indexcijfer aanleiding geeft tot aanpassing van de lonen waarvan het indexcijfer aanleiding geeft tot aanpassing van de lonen
en de ploegenpremies. en de ploegenpremies.
V. Ploegenpremies V. Ploegenpremies

Art. 8.In de ondernemingen waar het werk met opeenvolgende ploegen is

Art. 8.In de ondernemingen waar het werk met opeenvolgende ploegen is

ingericht wordt een ploegenpremie toegekend, berekend op het gemiddeld ingericht wordt een ploegenpremie toegekend, berekend op het gemiddeld
uurloon verhoogd met 0,1896 EUR, van : uurloon verhoogd met 0,1896 EUR, van :
- 2,853 pct. voor de morgenploeg; - 2,853 pct. voor de morgenploeg;
- 7,550 pct. voor de namiddagploeg; - 7,550 pct. voor de namiddagploeg;
- 24,927 pct. voor de nachtploeg. - 24,927 pct. voor de nachtploeg.
Voormeld gemiddeld uurloon bedraagt 13,4619 EUR op 1 februari 2001, Voormeld gemiddeld uurloon bedraagt 13,4619 EUR op 1 februari 2001,
als volgt samengesteld : als volgt samengesteld :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
80,7711 EUR : 6 = 13,4619 EUR 80,7711 EUR : 6 = 13,4619 EUR
Dit gemiddeld uurloon wordt bij elke wijziging van de uurlonen Dit gemiddeld uurloon wordt bij elke wijziging van de uurlonen
herberekend. herberekend.
VI. Zaterdagwerk VI. Zaterdagwerk

Art. 9.Voor het werk op zaterdag vanaf 6 uur ontvangen de werklieden

Art. 9.Voor het werk op zaterdag vanaf 6 uur ontvangen de werklieden

een premie die gelijk is aan 80 pct. van het basisloon per uur een premie die gelijk is aan 80 pct. van het basisloon per uur
prestatie. prestatie.
VII. Terugroeping naar het werk VII. Terugroeping naar het werk

Art. 10.Vanaf 1 februari 1999, voor terugroeping naar het werk wordt

Art. 10.Vanaf 1 februari 1999, voor terugroeping naar het werk wordt

een premie toegekend van 17,3525 EUR per terugroeping. een premie toegekend van 17,3525 EUR per terugroeping.
VIII. Eindejaarspremie VIII. Eindejaarspremie

Art. 11.De werklieden die op 30 november ingeschreven zijn in de

Art. 11.De werklieden die op 30 november ingeschreven zijn in de

onderneming en zelf geen opzeg hebben gegeven, hebben recht op een onderneming en zelf geen opzeg hebben gegeven, hebben recht op een
eindejaarspremie. eindejaarspremie.
Het bedrag van deze eindejaarspremie wordt vastgesteld op 1.420,50 EUR Het bedrag van deze eindejaarspremie wordt vastgesteld op 1.420,50 EUR
voor 2001 en 2002. voor 2001 en 2002.
Bij werkonbekwaamheid wordt het eerste jaar gelijkgesteld met gewerkte Bij werkonbekwaamheid wordt het eerste jaar gelijkgesteld met gewerkte
dagen en geeft het recht op de eindejaarspremie. dagen en geeft het recht op de eindejaarspremie.
De eindejaarspremie wordt uitbetaald naar rato van één twaalfde per De eindejaarspremie wordt uitbetaald naar rato van één twaalfde per
gewerkte maand aan : gewerkte maand aan :
a) de werklieden die in de loop van de twaalf maanden vóór 30 november a) de werklieden die in de loop van de twaalf maanden vóór 30 november
: :
1° gepensioneerd zijn; 1° gepensioneerd zijn;
2° ontslagen werden wegens economische redenen; 2° ontslagen werden wegens economische redenen;
3° aangeworven werden. 3° aangeworven werden.
b) de rechtverkrijgenden van de werklieden die in de loop van de b) de rechtverkrijgenden van de werklieden die in de loop van de
twaalf maanden vóór 30 november overleden zijn. twaalf maanden vóór 30 november overleden zijn.
IX. Anciënniteitsverlofdagen IX. Anciënniteitsverlofdagen

Art. 12.De werklieden hebben vanaf vier jaren dienst recht op tegen

Art. 12.De werklieden hebben vanaf vier jaren dienst recht op tegen

enkel uurloon betaalde anciënniteitsverlofdagen. enkel uurloon betaalde anciënniteitsverlofdagen.
Vanaf het kalenderjaar waarin men de hierna vermelde anciënniteit Vanaf het kalenderjaar waarin men de hierna vermelde anciënniteit
bereikt, wordt het aantal dagen waarop de werklieden recht hebben, bereikt, wordt het aantal dagen waarop de werklieden recht hebben,
vastgesteld als volgt : vastgesteld als volgt :
4 jaar anciënniteit : 1 dag; 4 jaar anciënniteit : 1 dag;
8 jaar anciënniteit : 2 dagen; 8 jaar anciënniteit : 2 dagen;
12 jaar anciënniteit : 3 dagen; 12 jaar anciënniteit : 3 dagen;
16 jaar anciënniteit : 4 dagen; 16 jaar anciënniteit : 4 dagen;
20 jaar anciënniteit : 5 dagen. 20 jaar anciënniteit : 5 dagen.
De betaling gebeurt op het tijdstip dat de dagen worden genomen. De betaling gebeurt op het tijdstip dat de dagen worden genomen.
Deze verlofdagen zijn niet overdraagbaar naar het volgend Deze verlofdagen zijn niet overdraagbaar naar het volgend
kalenderjaar. kalenderjaar.
De anciënniteitsdagen voor deeltijdse werknemers worden pro rata het De anciënniteitsdagen voor deeltijdse werknemers worden pro rata het
voltijds arbeidsregime berekend. voltijds arbeidsregime berekend.
X. Syndicale premie X. Syndicale premie

Art. 13.Mits het eerbiedigen van de sociale vrede tijdens de duur van

Art. 13.Mits het eerbiedigen van de sociale vrede tijdens de duur van

deze collectieve arbeidsovereenkomst storten de werkgevers vanaf 2001 deze collectieve arbeidsovereenkomst storten de werkgevers vanaf 2001
een patronale bijdrage van 99,15 EUR, vermenigvuldigd met het een patronale bijdrage van 99,15 EUR, vermenigvuldigd met het
gemiddelde van het aantal werklieden die het voorgaande jaar werden gemiddelde van het aantal werklieden die het voorgaande jaar werden
tewerkgesteld. tewerkgesteld.
De stortingen gebeuren in onderling akkoord tussen elke betrokken De stortingen gebeuren in onderling akkoord tussen elke betrokken
werkgever en de betrokken syndicale organisaties, uiterlijk op 15 juni werkgever en de betrokken syndicale organisaties, uiterlijk op 15 juni
van het lopende jaar. van het lopende jaar.
XI. Werkzekerheid XI. Werkzekerheid

Art. 14.a) De werkgevers stellen alles in het werk om geen ontslag

Art. 14.a) De werkgevers stellen alles in het werk om geen ontslag

wegens economische redenen te moeten doorvoeren gedurende de duur van wegens economische redenen te moeten doorvoeren gedurende de duur van
deze collectieve arbeidsovereenkomst. deze collectieve arbeidsovereenkomst.
b) Vooraleer er tot ontslag wegens economische redenen overgegaan b) Vooraleer er tot ontslag wegens economische redenen overgegaan
wordt zullen de werkgevers trachten de betrokkenen in andere wordt zullen de werkgevers trachten de betrokkenen in andere
afdelingen van de onderneming te herplaatsen of een beroep te doen op afdelingen van de onderneming te herplaatsen of een beroep te doen op
gedeeltelijke werkloosheid. gedeeltelijke werkloosheid.
c) Indien er toch tot ontslag wegens economische redenen moet worden c) Indien er toch tot ontslag wegens economische redenen moet worden
overgegaan verbinden de werkgevers er zich toe vooraf in contact te overgegaan verbinden de werkgevers er zich toe vooraf in contact te
treden met de vakbondsorganisaties. treden met de vakbondsorganisaties.
d) Wat betreft de sector witzand van de N.V. "S.C.R. SIBELCO" en « d) Wat betreft de sector witzand van de N.V. "S.C.R. SIBELCO" en «
NZM-GRIT » verbinden de werkgevers er zich toe tijdens de duur van NZM-GRIT » verbinden de werkgevers er zich toe tijdens de duur van
deze collectieve arbeidsovereenkomst geen ontslagen door te voeren om deze collectieve arbeidsovereenkomst geen ontslagen door te voeren om
economische redenen. economische redenen.
XII. Carensdag XII. Carensdag

Art. 15.De carensdag wordt voor de duur van deze collectieve

Art. 15.De carensdag wordt voor de duur van deze collectieve

arbeidsovereenkomst afgeschaft. arbeidsovereenkomst afgeschaft.
XIII. Maaltijdcheques XIII. Maaltijdcheques

Art. 16.De patronale bijdrage in de maaltijdcheques bedraagt met

Art. 16.De patronale bijdrage in de maaltijdcheques bedraagt met

ingang van 1 maart 2001, 4,06 EUR per gewerkte dag. De ingang van 1 maart 2001, 4,06 EUR per gewerkte dag. De
werknemersbijdrage zal vanaf die datum 1,14 EUR bedragen zodat de werknemersbijdrage zal vanaf die datum 1,14 EUR bedragen zodat de
nominale waarde van de maaltijdcheque 5,20 EUR wordt. nominale waarde van de maaltijdcheque 5,20 EUR wordt.
XIV. Werkgelegenheid XIV. Werkgelegenheid

Art. 17.De aanwervingen die gebeurd zijn krachtens de opeenvolgende

Art. 17.De aanwervingen die gebeurd zijn krachtens de opeenvolgende

tewerkstellingsakkoorden blijven verworven en genieten van de tewerkstellingsakkoorden blijven verworven en genieten van de
werkzekerheidsregeling bedoeld in hoofdstuk XI hierboven. werkzekerheidsregeling bedoeld in hoofdstuk XI hierboven.
XV. Bevordering van de tewerkstelling XV. Bevordering van de tewerkstelling

Art. 18.De werkgever gaat akkoord de openstaande vacatures eerst

Art. 18.De werkgever gaat akkoord de openstaande vacatures eerst

kenbaar te maken binnen de onderneming. kenbaar te maken binnen de onderneming.
De vacatures zullen 14 dagen voor publicatie intern worden verspreid. De vacatures zullen 14 dagen voor publicatie intern worden verspreid.
XVI. Afscheidsvergoeding XVI. Afscheidsvergoeding

Art. 19.Aan de werklieden die met pensioen of met brugpensioen gaan,

Art. 19.Aan de werklieden die met pensioen of met brugpensioen gaan,

en die minstens 15 jaar dienstanciënniteit tellen, wordt een en die minstens 15 jaar dienstanciënniteit tellen, wordt een
afscheidsvergoeding uitbetaald die gelijk is aan 22,31 EUR per afscheidsvergoeding uitbetaald die gelijk is aan 22,31 EUR per
gepresteerd dienstjaar in de sector. gepresteerd dienstjaar in de sector.
XVII. Loopbaanonderbreking - Tijdskrediet XVII. Loopbaanonderbreking - Tijdskrediet

Art. 20.a) Voor het jaar 2001 bestaat het recht conform de nationale

Art. 20.a) Voor het jaar 2001 bestaat het recht conform de nationale

regeling op loopbaanonderbreking tot beloop van 3 pct. van het regeling op loopbaanonderbreking tot beloop van 3 pct. van het
personeelsbestand. personeelsbestand.
Iedere aanvraag hieromtrent zal door de werkgever met goed gevolg Iedere aanvraag hieromtrent zal door de werkgever met goed gevolg
worden onderzocht. worden onderzocht.
b) Vanaf het jaar 2002 gaan de beide partijen akkoord met de nationale b) Vanaf het jaar 2002 gaan de beide partijen akkoord met de nationale
regeling betreffende het tijdskrediet. De duurtijd van het regeling betreffende het tijdskrediet. De duurtijd van het
tijdskrediet wordt verhoogd tot 1,5 jaar. tijdskrediet wordt verhoogd tot 1,5 jaar.
Het percentage werknemers die kunnen genieten van de regeling bedraagt Het percentage werknemers die kunnen genieten van de regeling bedraagt
: :
5 pct. van het aantal werknemers onder de 50 jaar voor de aanvragen 5 pct. van het aantal werknemers onder de 50 jaar voor de aanvragen
van werknemers jonger dan 50. van werknemers jonger dan 50.
5 pct. en verhoogbaar tot 10 pct. mits organisatorische oplossing van 5 pct. en verhoogbaar tot 10 pct. mits organisatorische oplossing van
het aantal werknemers boven de 50 jaar voor de aanvragen van het aantal werknemers boven de 50 jaar voor de aanvragen van
werknemers ouder dan 50. werknemers ouder dan 50.

Art. 21.Versoepeling 50+. De beide partijen gaan akkoord met de

Art. 21.Versoepeling 50+. De beide partijen gaan akkoord met de

nationale regeling betreffende het tijdskrediet. Voor het percentage nationale regeling betreffende het tijdskrediet. Voor het percentage
zie artikel 20. zie artikel 20.
XVIII. Werktijdverkorting XVIII. Werktijdverkorting

Art. 22.De werkgever gaat akkoord om een beperkt aantal dagen

Art. 22.De werkgever gaat akkoord om een beperkt aantal dagen

werktijdverkorting in halve dagen te laten opnemen onder volgende werktijdverkorting in halve dagen te laten opnemen onder volgende
strikte voorwaarden : strikte voorwaarden :
maximaal 6 werkdagen kunnen opgesplitst worden; maximaal 6 werkdagen kunnen opgesplitst worden;
nooit tijdens de maanden juli, augustus en december; nooit tijdens de maanden juli, augustus en december;
mits toestemming van de directe chef; mits toestemming van de directe chef;
enkel wanneer de werknemer in dagploeg staat. enkel wanneer de werknemer in dagploeg staat.
XIX. Hospitalisatieverzekering XIX. Hospitalisatieverzekering

Art. 23.De partijen komen overeen om in de hospitalisatieverzekering

Art. 23.De partijen komen overeen om in de hospitalisatieverzekering

volgende zaken te laten opnemen : volgende zaken te laten opnemen :
de dekking van maxi - en superforfaits (One Day Clinic) bij de dekking van maxi - en superforfaits (One Day Clinic) bij
daghospitalisatie; daghospitalisatie;
de periode van pre- en posthospitalisatie uit te breiden naar 2 de periode van pre- en posthospitalisatie uit te breiden naar 2
maanden voor en 6 maanden na de hospitalisatie. maanden voor en 6 maanden na de hospitalisatie.
XX. Groepsverzekering XX. Groepsverzekering

Art. 24.Beide partijen komen overeen om een groepsverzekering op te

Art. 24.Beide partijen komen overeen om een groepsverzekering op te

starten vanaf 1 januari 2002. starten vanaf 1 januari 2002.
De jaarlijkse groepsverzekeringspremie bedraagt 495,79 EUR, zijnde De jaarlijkse groepsverzekeringspremie bedraagt 495,79 EUR, zijnde
371,84 EUR premie plus 123,94 EUR uit de niet verhoging 371,84 EUR premie plus 123,94 EUR uit de niet verhoging
eindejaarspremie. eindejaarspremie.
De modaliteiten zullen in een aparte collectieve arbeidsovereenkomst De modaliteiten zullen in een aparte collectieve arbeidsovereenkomst
vastgelegd worden. vastgelegd worden.
XXI. Eenmalige conjunctuurbonus XXI. Eenmalige conjunctuurbonus

Art. 25.Ter invulling van de 0,4 norm geeft de werkgever een

Art. 25.Ter invulling van de 0,4 norm geeft de werkgever een

éénmalige conjunctuurbonus van 99,15 EUR en een milleniumpremie van éénmalige conjunctuurbonus van 99,15 EUR en een milleniumpremie van
24,79 EUR. 24,79 EUR.
De uitbetaling zal gebeuren in de maand juni 2001 ter gelegenheid van De uitbetaling zal gebeuren in de maand juni 2001 ter gelegenheid van
het afscheidsfeest van de heer S. Emsens. het afscheidsfeest van de heer S. Emsens.
XXII. Functieclassificatie XXII. Functieclassificatie

Art. 26.Beide partijen komen overeen om in overleg een nieuwe

Art. 26.Beide partijen komen overeen om in overleg een nieuwe

functieclassificatie uit te werken tegen eind 2002. functieclassificatie uit te werken tegen eind 2002.
XXIII. Premies XXIII. Premies

Art. 27.De ondertekenende partijen verklaren dat de werknemers die

Art. 27.De ondertekenende partijen verklaren dat de werknemers die

ressorterend onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- ressorterend onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint-
en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de
provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en
Vlaams-Brabant en die inzake domicilie en tewerkstelling voldoen aan Vlaams-Brabant en die inzake domicilie en tewerkstelling voldoen aan
de omschrijvingen aanspraak kunnen maken van alle gewestelijke, de omschrijvingen aanspraak kunnen maken van alle gewestelijke,
federale of gemeenschapspremies. federale of gemeenschapspremies.
XXIV. Overgangsbepalingen XXIV. Overgangsbepalingen

Art. 28.De artikelen of onderdelen ervan die in de eerste rij(en) en

Art. 28.De artikelen of onderdelen ervan die in de eerste rij(en) en

de eerste en vierde kolom van de volgende rij(en) van de onderstaande de eerste en vierde kolom van de volgende rij(en) van de onderstaande
tabel worden vermeld, hebben betrekking op deze arbeidsovereenkomst. tabel worden vermeld, hebben betrekking op deze arbeidsovereenkomst.
Voor de bedragen die in euro worden vermeld in de tweede kolom van de Voor de bedragen die in euro worden vermeld in de tweede kolom van de
tabel gelden vanaf de dag van inwerkingtreding van deze collectieve tabel gelden vanaf de dag van inwerkingtreding van deze collectieve
arbeidsovereenkomst tot 31 december 2001 de bedragen die in Belgische arbeidsovereenkomst tot 31 december 2001 de bedragen die in Belgische
frank worden vermeld in de derde kolom. frank worden vermeld in de derde kolom.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
XXV. Geldigheid XXV. Geldigheid

Art. 29.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1

Art. 29.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1

februari 2001 en houdt op van kracht te zijn op 31 januari 2003. februari 2001 en houdt op van kracht te zijn op 31 januari 2003.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 augustus Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 augustus
2002. 2002.
De Minister van Werkgelegenheid, De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
^