Koninklijk besluit betreffende het welzijn van paarden en pony's op kermissen | Koninklijk besluit betreffende het welzijn van paarden en pony's op kermissen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE |
VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU | VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU |
1 MAART 2013. - Koninklijk besluit betreffende het welzijn van paarden | 1 MAART 2013. - Koninklijk besluit betreffende het welzijn van paarden |
en pony's op kermissen | en pony's op kermissen |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het | Gelet op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het |
welzijn der dieren, artikel 6, § 2, ingevoegd bij de wet van 4 mei | welzijn der dieren, artikel 6, § 2, ingevoegd bij de wet van 4 mei |
1995; | 1995; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 |
oktober 2012; | oktober 2012; |
Gelet op advies 52.474/1 van de Raad van State, gegeven op 13 december | Gelet op advies 52.474/1 van de Raad van State, gegeven op 13 december |
2012, in toepassing van artikel 84, § 1, lid 1, 1°, van de wetten op | 2012, in toepassing van artikel 84, § 1, lid 1, 1°, van de wetten op |
de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Overwegende het advies van de Raad voor Dierenwelzijn van 13 december | Overwegende het advies van de Raad voor Dierenwelzijn van 13 december |
2011 over kermispony's; | 2011 over kermispony's; |
Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid, | Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op paarden en pony's die |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op paarden en pony's die |
bestemd zijn om te worden bereden door het publiek op kermissen en | bestemd zijn om te worden bereden door het publiek op kermissen en |
vergelijkbare evenementen, met uitzondering van maneges. | vergelijkbare evenementen, met uitzondering van maneges. |
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° Ponycarrousel : kermisattractie bestaande uit een mobiele piste | 1° Ponycarrousel : kermisattractie bestaande uit een mobiele piste |
waar pony's en paarden bereden kunnen worden door het publiek; | waar pony's en paarden bereden kunnen worden door het publiek; |
2° Verantwoordelijke van een ponycarrousel : de persoon die een | 2° Verantwoordelijke van een ponycarrousel : de persoon die een |
ponycarrousel beheert, uitbaat of runt; | ponycarrousel beheert, uitbaat of runt; |
3° Dieren : de paarden en pony's die worden ingezet of bestemd zijn om | 3° Dieren : de paarden en pony's die worden ingezet of bestemd zijn om |
te worden ingezet in een carrousel; | te worden ingezet in een carrousel; |
4° Buitenverblijf : ruimte in open lucht waarvan de bovenkant open is | 4° Buitenverblijf : ruimte in open lucht waarvan de bovenkant open is |
en die ingericht is om de dieren erin onder te brengen; | en die ingericht is om de dieren erin onder te brengen; |
5° Binnenverblijf : stal of andere langs vier zijden afgesloten ruimte | 5° Binnenverblijf : stal of andere langs vier zijden afgesloten ruimte |
voorzien van een dak; | voorzien van een dak; |
6° Schuilplaats : kunstmatig gecreëerde of natuurlijke (bomen, | 6° Schuilplaats : kunstmatig gecreëerde of natuurlijke (bomen, |
hagen,...) ruimte die de dieren een efficiënte beschutting biedt tegen | hagen,...) ruimte die de dieren een efficiënte beschutting biedt tegen |
wind, regen en hitte (schaduwzone). | wind, regen en hitte (schaduwzone). |
HOOFDSTUK II. - Verzorging van de dieren | HOOFDSTUK II. - Verzorging van de dieren |
Art. 3.Om een goede gezondheidstoestand en het welzijn van de dieren |
Art. 3.Om een goede gezondheidstoestand en het welzijn van de dieren |
aanwezig op de kermis te garanderen, worden ze minstens twee keer per | aanwezig op de kermis te garanderen, worden ze minstens twee keer per |
dag gecontroleerd door de verantwoordelijke van de ponycarrousel. | dag gecontroleerd door de verantwoordelijke van de ponycarrousel. |
Art. 4.§ 1. De dieren krijgen een voeding die afgestemd is op hun |
Art. 4.§ 1. De dieren krijgen een voeding die afgestemd is op hun |
behoeften en hun fysiologische toestand. | behoeften en hun fysiologische toestand. |
§ 2. De dieren moeten vlot en voldoende toegang hebben tot drinkwater, | § 2. De dieren moeten vlot en voldoende toegang hebben tot drinkwater, |
ook wanneer ze aan het werk zijn in de ponycarrousel. | ook wanneer ze aan het werk zijn in de ponycarrousel. |
Art. 5.Dieren die gewond zijn of zichtbare tekenen van een |
Art. 5.Dieren die gewond zijn of zichtbare tekenen van een |
gezondheidsstoornis vertonen en die mogelijk lijden, worden | gezondheidsstoornis vertonen en die mogelijk lijden, worden |
onmiddellijk behandeld en zo nodig gescheiden van de rest van de | onmiddellijk behandeld en zo nodig gescheiden van de rest van de |
groep. Telkens als het nodig is, wordt een dierenarts geconsulteerd. | groep. Telkens als het nodig is, wordt een dierenarts geconsulteerd. |
Art. 6.De hoeven moeten regelmatig gekapt en verzorgd worden. |
Art. 6.De hoeven moeten regelmatig gekapt en verzorgd worden. |
Art. 7.Er moet een bijzondere aandacht geschonken worden aan het |
Art. 7.Er moet een bijzondere aandacht geschonken worden aan het |
bestrijden van insecten. | bestrijden van insecten. |
Art. 8.De dieren moeten doeltreffend ontwormd worden. |
Art. 8.De dieren moeten doeltreffend ontwormd worden. |
HOOFDSTUK III. - Werkomstandigheden van de dieren | HOOFDSTUK III. - Werkomstandigheden van de dieren |
Afdeling I. - Algemene voorwaarden | Afdeling I. - Algemene voorwaarden |
Art. 9.De dieren moeten geschikt zijn voor het werk. Hengsten, |
Art. 9.De dieren moeten geschikt zijn voor het werk. Hengsten, |
zogende merries of merries die meer dan acht maanden drachtig zijn, | zogende merries of merries die meer dan acht maanden drachtig zijn, |
worden niet ingezet. | worden niet ingezet. |
Art. 10.Het gewicht van de ruiters moet aangepast zijn aan de bouw |
Art. 10.Het gewicht van de ruiters moet aangepast zijn aan de bouw |
van de dieren. | van de dieren. |
Art. 11.Tikken met de hielen, trekken aan de teugels, de dieren |
Art. 11.Tikken met de hielen, trekken aan de teugels, de dieren |
slaan, roepen of elk ander ongepast gedrag moet aan de ruiters | slaan, roepen of elk ander ongepast gedrag moet aan de ruiters |
verboden worden. Dit verbod is opgenomen in een reglement dat | verboden worden. Dit verbod is opgenomen in een reglement dat |
duidelijk zichtbaar moet zijn voor het publiek. | duidelijk zichtbaar moet zijn voor het publiek. |
Art. 12.§ 1. De ruiters mogen geen teugels verbonden met een bit |
Art. 12.§ 1. De ruiters mogen geen teugels verbonden met een bit |
gebruiken. | gebruiken. |
§ 2. Bitten worden zo weinig mogelijk en enkel om veiligheidsreden | § 2. Bitten worden zo weinig mogelijk en enkel om veiligheidsreden |
gebruikt en dit door bekwame personen onder de verantwoordelijkheid | gebruikt en dit door bekwame personen onder de verantwoordelijkheid |
van de verantwoordelijke van de ponycarrousel. | van de verantwoordelijke van de ponycarrousel. |
Afdeling II. - Uitrusting | Afdeling II. - Uitrusting |
Art. 13.Om elk risico op kwetsuren tijdens het werk in de |
Art. 13.Om elk risico op kwetsuren tijdens het werk in de |
ponycarrousel te vermijden, is de uitrusting in goede staat en | ponycarrousel te vermijden, is de uitrusting in goede staat en |
aangepast aan de bouw van de dieren. Onder uitrusting wordt verstaan | aangepast aan de bouw van de dieren. Onder uitrusting wordt verstaan |
het tuig (halsters, bitten, dekentjes, zadels, singels, | het tuig (halsters, bitten, dekentjes, zadels, singels, |
stijgbeugels,...) en alle materialen van de attractie waarmee de | stijgbeugels,...) en alle materialen van de attractie waarmee de |
dieren in contact kunnen komen. | dieren in contact kunnen komen. |
Afdeling III. - Piste van de ponycarrousel | Afdeling III. - Piste van de ponycarrousel |
Art. 14.De bodem van de piste is vlak en bekleed met een dikke |
Art. 14.De bodem van de piste is vlak en bekleed met een dikke |
rubberen mat of, bij gebrek hieraan, bedekt met een laag zaagsel om de | rubberen mat of, bij gebrek hieraan, bedekt met een laag zaagsel om de |
schokken op te vangen en overmatige slijtage van de hoeven te | schokken op te vangen en overmatige slijtage van de hoeven te |
verhinderen. | verhinderen. |
Art. 15.De diameter van de piste is minstens acht meter indien de |
Art. 15.De diameter van de piste is minstens acht meter indien de |
schofthoogte van alle pony's kleiner is dan 1,20 meter en minstens | schofthoogte van alle pony's kleiner is dan 1,20 meter en minstens |
tien meter in de andere gevallen. | tien meter in de andere gevallen. |
HOOFDSTUK IV. - Verblijven van de dieren | HOOFDSTUK IV. - Verblijven van de dieren |
Art. 16.Tijdens de periodes van inactiviteit, wat zowel de periodes |
Art. 16.Tijdens de periodes van inactiviteit, wat zowel de periodes |
tijdens kermissen waarop de dieren niet werken als de periodes tussen | tijdens kermissen waarop de dieren niet werken als de periodes tussen |
twee kermissen in inhoudt, worden de dieren zoveel mogelijk | twee kermissen in inhoudt, worden de dieren zoveel mogelijk |
ondergebracht in een weide of in buitenverblijven. | ondergebracht in een weide of in buitenverblijven. |
Art. 17.Met uitzondering van agressieve, zieke of gewonde individuen |
Art. 17.Met uitzondering van agressieve, zieke of gewonde individuen |
worden de dieren niet individueel gehouden. | worden de dieren niet individueel gehouden. |
Art. 18.De volgende huisvestingsnormen worden zowel overdag als 's |
Art. 18.De volgende huisvestingsnormen worden zowel overdag als 's |
nachts gerespecteerd : | nachts gerespecteerd : |
- 9 m2 per dier; | - 9 m2 per dier; |
- een kant van het verblijf moet een lengte hebben van ten minste twee | - een kant van het verblijf moet een lengte hebben van ten minste twee |
keer de schofthoogte van het grootste dier; | keer de schofthoogte van het grootste dier; |
- het verblijf is minstens drie meter hoog. | - het verblijf is minstens drie meter hoog. |
Art. 19.§ 1. De binnenverblijven laten de dieren toe een ruim |
Art. 19.§ 1. De binnenverblijven laten de dieren toe een ruim |
uitzicht naar buiten te hebben. | uitzicht naar buiten te hebben. |
§ 2. De dieren worden niet vastgebonden in de verblijven. | § 2. De dieren worden niet vastgebonden in de verblijven. |
§ 3. In de verblijven wordt verrijkingsmateriaal, zoals hooi of stro, | § 3. In de verblijven wordt verrijkingsmateriaal, zoals hooi of stro, |
ter beschikking gesteld van de dieren. | ter beschikking gesteld van de dieren. |
Art. 20.Er moet een rookverbod gelden in de binnenverblijven waar |
Art. 20.Er moet een rookverbod gelden in de binnenverblijven waar |
dieren zijn ondergebracht. | dieren zijn ondergebracht. |
Art. 21.Wanneer de dieren in buitenverblijven gehouden worden, moeten |
Art. 21.Wanneer de dieren in buitenverblijven gehouden worden, moeten |
ze opgestald kunnen worden of beschikken over een schuilplaats. | ze opgestald kunnen worden of beschikken over een schuilplaats. |
Art. 22.De dieren kunnen zich niet kwetsen aan de omheiningen van de |
Art. 22.De dieren kunnen zich niet kwetsen aan de omheiningen van de |
weiden en de buitenverblijven. | weiden en de buitenverblijven. |
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen |
Art. 23.Overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden |
Art. 23.Overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden |
opgespoord, vastgesteld en bestraft conform de bepalingen van de wet | opgespoord, vastgesteld en bestraft conform de bepalingen van de wet |
van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der | van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der |
dieren. | dieren. |
Art. 24.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede |
Art. 24.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede |
maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, | maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, |
met uitzondering van artikel 15 dat in werking treedt op 1 januari | met uitzondering van artikel 15 dat in werking treedt op 1 januari |
2016. | 2016. |
Art. 25.De minister bevoegd voor Dierenwelzijn is belast met de |
Art. 25.De minister bevoegd voor Dierenwelzijn is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 1 maart 2013. | Gegeven te Brussel, 1 maart 2013. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Volksgezondheid, | De Minister van Volksgezondheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |