← Terug naar "Koninklijk besluit tot opheffing van de koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 31 maart 1898 op de beroepsverenigingen "
Koninklijk besluit tot opheffing van de koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 31 maart 1898 op de beroepsverenigingen | Koninklijk besluit tot opheffing van de koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 31 maart 1898 op de beroepsverenigingen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE |
1 JULI 2021. - Koninklijk besluit tot opheffing van de koninklijke | 1 JULI 2021. - Koninklijk besluit tot opheffing van de koninklijke |
besluiten tot uitvoering van de wet van 31 maart 1898 op de | besluiten tot uitvoering van de wet van 31 maart 1898 op de |
beroepsverenigingen | beroepsverenigingen |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de Grondwet, artikel 108; | Gelet op de Grondwet, artikel 108; |
Gelet op de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van | Gelet op de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van |
vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen, | vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen, |
artikel 36 en artikel 41, § 1, gewijzigd bij de wet van 28 april 2020; | artikel 36 en artikel 41, § 1, gewijzigd bij de wet van 28 april 2020; |
Gelet op het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 genomen in | Gelet op het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 genomen in |
uitvoering van artikel 6 van de wet van 31 maart 1898 op de | uitvoering van artikel 6 van de wet van 31 maart 1898 op de |
beroepsverenigingen en tot opheffing van het Regentsbesluit van 23 | beroepsverenigingen en tot opheffing van het Regentsbesluit van 23 |
augustus 1948 genomen in uitvoering van artikel 6 van de wet van 31 | augustus 1948 genomen in uitvoering van artikel 6 van de wet van 31 |
maart 1898 op de beroepsverenigingen; | maart 1898 op de beroepsverenigingen; |
Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot bepaling van | Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot bepaling van |
het model van de rekeningen die de beroepsvereniging op haar zetel | het model van de rekeningen die de beroepsvereniging op haar zetel |
moet bewaren overeenkomstig artikel 8 van de wet van 31 maart 1898 op | moet bewaren overeenkomstig artikel 8 van de wet van 31 maart 1898 op |
de beroepsverenigingen; | de beroepsverenigingen; |
Gelet op advies 69.009/1 van de Raad van State, gegeven op 7 april | Gelet op advies 69.009/1 van de Raad van State, gegeven op 7 april |
2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Overwegende dat artikel 36 van de wet van 23 maart 2019 tot invoering | Overwegende dat artikel 36 van de wet van 23 maart 2019 tot invoering |
van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende | van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende |
diverse bepalingen, hierna genoemd "de wet van 23 maart 2019", de wet | diverse bepalingen, hierna genoemd "de wet van 23 maart 2019", de wet |
van 31 maart 1898 op de beroepsverenigingen volledig opheft; | van 31 maart 1898 op de beroepsverenigingen volledig opheft; |
Overwegende dat hieruit volgt dat de besluiten tot uitvoering van die | Overwegende dat hieruit volgt dat de besluiten tot uitvoering van die |
wet van 31 maart 1898 eveneens uitdrukkelijk moeten worden opgeheven; | wet van 31 maart 1898 eveneens uitdrukkelijk moeten worden opgeheven; |
Overwegende dat, wat het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot | Overwegende dat, wat het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot |
bepaling van het model van de rekeningen die de beroepsvereniging op | bepaling van het model van de rekeningen die de beroepsvereniging op |
haar zetel moet bewaren overeenkomstig artikel 8 van de wet van 31 | haar zetel moet bewaren overeenkomstig artikel 8 van de wet van 31 |
maart 1898 op de beroepsverenigingen betreft, de toepassing ervan nog | maart 1898 op de beroepsverenigingen betreft, de toepassing ervan nog |
steeds noodzakelijk is gedurende een overgangsperiode; | steeds noodzakelijk is gedurende een overgangsperiode; |
Overwegende dat artikel 39, § 1, derde lid, van de wet van 23 maart | Overwegende dat artikel 39, § 1, derde lid, van de wet van 23 maart |
2019 bepaalt dat de statuten van elke beroepsvereniging uiterlijk op 1 | 2019 bepaalt dat de statuten van elke beroepsvereniging uiterlijk op 1 |
januari 2024 in overeenstemming moeten worden gebracht met de | januari 2024 in overeenstemming moeten worden gebracht met de |
bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen; | bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen; |
Overwegende dat artikel 41, § 1, van de wet van 23 maart 2019 bepaalt | Overwegende dat artikel 41, § 1, van de wet van 23 maart 2019 bepaalt |
dat de rechtspersonen die de rechtsvorm van een beroepsvereniging | dat de rechtspersonen die de rechtsvorm van een beroepsvereniging |
hebben aangenomen, tot hun omzetting in een andere rechtsvorm beheerst | hebben aangenomen, tot hun omzetting in een andere rechtsvorm beheerst |
blijven door de wet van 31 maart 1898 op de beroepsverenigingen; | blijven door de wet van 31 maart 1898 op de beroepsverenigingen; |
Overwegende dat hetzelfde artikel bepaalt dat de dwingende bepalingen | Overwegende dat hetzelfde artikel bepaalt dat de dwingende bepalingen |
van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen die op de VZW | van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen die op de VZW |
toepassing vinden, toepasselijk worden op de beroepsvereniging en de | toepassing vinden, toepasselijk worden op de beroepsvereniging en de |
federatie van beroepsverenigingen vanaf de dag waarop hetzelfde | federatie van beroepsverenigingen vanaf de dag waarop hetzelfde |
Wetboek op hen van toepassing wordt; | Wetboek op hen van toepassing wordt; |
Overwegende dat omwille van deze overgangsbepaling het koninklijk | Overwegende dat omwille van deze overgangsbepaling het koninklijk |
besluit van 21 december 2013 tot bepaling van het model van de | besluit van 21 december 2013 tot bepaling van het model van de |
rekeningen die de beroepsvereniging op haar zetel moet bewaren | rekeningen die de beroepsvereniging op haar zetel moet bewaren |
overeenkomstig artikel 8 van de wet van 31 maart 1898 op de | overeenkomstig artikel 8 van de wet van 31 maart 1898 op de |
beroepsverenigingen, van toepassing blijft op de beroepsverenigingen | beroepsverenigingen, van toepassing blijft op de beroepsverenigingen |
die nog niet zijn omgevormd tot een VZW; | die nog niet zijn omgevormd tot een VZW; |
Op de voordracht van de Minister van Werk en de Minister van | Op de voordracht van de Minister van Werk en de Minister van |
Middenstand, | Middenstand, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 genomen in |
Artikel 1.Het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 genomen in |
uitvoering van artikel 6 van de wet van 31 maart 1898 op de | uitvoering van artikel 6 van de wet van 31 maart 1898 op de |
beroepsverenigingen en tot opheffing van het Regentsbesluit van 23 | beroepsverenigingen en tot opheffing van het Regentsbesluit van 23 |
augustus 1948 genomen in uitvoering van artikel 6 van de wet van 31 | augustus 1948 genomen in uitvoering van artikel 6 van de wet van 31 |
maart 1898 op de beroepsverenigingen, gewijzigd bij het koninklijk | maart 1898 op de beroepsverenigingen, gewijzigd bij het koninklijk |
besluit van 2 juli 2009, wordt opgeheven. | besluit van 2 juli 2009, wordt opgeheven. |
Art. 2.Het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot bepaling van |
Art. 2.Het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot bepaling van |
het model van de rekeningen die de beroepsvereniging op haar zetel | het model van de rekeningen die de beroepsvereniging op haar zetel |
moet bewaren overeenkomstig artikel 8 van de wet van 31 maart 1898 op | moet bewaren overeenkomstig artikel 8 van de wet van 31 maart 1898 op |
de beroepsverenigingen wordt opgeheven. | de beroepsverenigingen wordt opgeheven. |
Voor wat betreft de beroepsverenigingen en de federaties van | Voor wat betreft de beroepsverenigingen en de federaties van |
beroepsverenigingen waarop de overgangsmaatregelen van artikel 39, § | beroepsverenigingen waarop de overgangsmaatregelen van artikel 39, § |
1, van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van | 1, van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van |
vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen | vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen |
betrekking hebben, blijft het koninklijk besluit bedoeld in het eerste | betrekking hebben, blijft het koninklijk besluit bedoeld in het eerste |
lid van toepassing tot en met 31 december 2023. | lid van toepassing tot en met 31 december 2023. |
Art. 3.De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor |
Art. 3.De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor |
Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van | Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 1 juli 2021. | Gegeven te Brussel, 1 juli 2021. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
De Minister van Middenstand, | De Minister van Middenstand, |
D. CLARINVAL | D. CLARINVAL |