Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Ministerieel Besluit van 25/11/2010
← Terug naar "Ministerieel besluit betreffende de criteria van aanwijzing en de modaliteiten voor de indiening van de aanwijzingsaanvraag van instanties belast met de uitvoering van de keuringsprocedure van subsystemen door verwijzing naar de van toepassing zijnde nationale veiligheidsvoorschriften "
Ministerieel besluit betreffende de criteria van aanwijzing en de modaliteiten voor de indiening van de aanwijzingsaanvraag van instanties belast met de uitvoering van de keuringsprocedure van subsystemen door verwijzing naar de van toepassing zijnde nationale veiligheidsvoorschriften Ministerieel besluit betreffende de criteria van aanwijzing en de modaliteiten voor de indiening van de aanwijzingsaanvraag van instanties belast met de uitvoering van de keuringsprocedure van subsystemen door verwijzing naar de van toepassing zijnde nationale veiligheidsvoorschriften
FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER
25 NOVEMBER 2010. - Ministerieel besluit betreffende de criteria van 25 NOVEMBER 2010. - Ministerieel besluit betreffende de criteria van
aanwijzing en de modaliteiten voor de indiening van de aanwijzing en de modaliteiten voor de indiening van de
aanwijzingsaanvraag van instanties belast met de uitvoering van de aanwijzingsaanvraag van instanties belast met de uitvoering van de
keuringsprocedure van subsystemen door verwijzing naar de van keuringsprocedure van subsystemen door verwijzing naar de van
toepassing zijnde nationale veiligheidsvoorschriften toepassing zijnde nationale veiligheidsvoorschriften
De Eerste Minister en de Staatssecretaris voor Mobiliteit, De Eerste Minister en de Staatssecretaris voor Mobiliteit,
Gelet op de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit Gelet op de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit
van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap, artikel 57; van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap, artikel 57;
Gelet op het ministerieel besluit van 30 oktober 2008 betreffende de Gelet op het ministerieel besluit van 30 oktober 2008 betreffende de
regels voor het indienen van de aanwijzigingsaanvraag voor de regels voor het indienen van de aanwijzigingsaanvraag voor de
instanties belast met het onderzoek van de conformiteit met de van instanties belast met het onderzoek van de conformiteit met de van
toepassing zijnde normen en technische specificaties van de toepassing zijnde normen en technische specificaties van de
subsystemen, wanneer de gehanteerde nationale voorschriften van subsystemen, wanneer de gehanteerde nationale voorschriften van
toepassing zijn bij afwezigheid van TSI's of in geval van afwijkingen toepassing zijn bij afwezigheid van TSI's of in geval van afwijkingen
hiervan in het kader van de interoperabiliteit van het trans-Europese hiervan in het kader van de interoperabiliteit van het trans-Europese
hogesnelheidsspoorwegsysteem of het conventionele spoorwegsysteem; hogesnelheidsspoorwegsysteem of het conventionele spoorwegsysteem;
Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen; Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;
Gelet op advies 48.752/4 van de Raad van State, gegeven op 20 oktober Gelet op advies 48.752/4 van de Raad van State, gegeven op 20 oktober
2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
Besluiten : Besluiten :
HOOFDSTUK 1. - Definities HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

« wet » : de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit « wet » : de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit
van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap. van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap.
HOOFDSTUK 2. - Criteria voor aanwijzing HOOFDSTUK 2. - Criteria voor aanwijzing

Art. 2.De instantie die om haar aanwijzing verzoekt, moet in het

Art. 2.De instantie die om haar aanwijzing verzoekt, moet in het

betreffende bevoegdheidsdomein : betreffende bevoegdheidsdomein :
1° zich onthouden van elke tussenkomst, rechtstreeks of als 1° zich onthouden van elke tussenkomst, rechtstreeks of als
gemachtigde, bij het ontwerp, de fabricage, de constructie, de verkoop gemachtigde, bij het ontwerp, de fabricage, de constructie, de verkoop
het onderhoud of de exploitatie van subsystemen. Uitwisseling van het onderhoud of de exploitatie van subsystemen. Uitwisseling van
technische informatie tussen de fabrikant en de instantie wordt door technische informatie tussen de fabrikant en de instantie wordt door
deze bepaling niet uitgesloten; deze bepaling niet uitgesloten;
2° de keuringen met de grootste beroepsintegriteit en technische 2° de keuringen met de grootste beroepsintegriteit en technische
bekwaamheid uitvoeren en vrij zijn van elke pressie en beïnvloeding, bekwaamheid uitvoeren en vrij zijn van elke pressie en beïnvloeding,
met name van financiële aard, die de beoordeling of de uitkomst van de met name van financiële aard, die de beoordeling of de uitkomst van de
keuring kan beïnvloeden, inzonderheid door personen of groepen die bij keuring kan beïnvloeden, inzonderheid door personen of groepen die bij
de resultaten van de keuring belang hebben. Met name dient de de resultaten van de keuring belang hebben. Met name dient de
instantie vanuit functioneel oogpunt onafhankelijk te zijn van de instantie vanuit functioneel oogpunt onafhankelijk te zijn van de
instanties aangewezen voor het afleveren van de toelatingen voor het instanties aangewezen voor het afleveren van de toelatingen voor het
indienststellen, de licenties en veiligheidscertificaten alsmede van indienststellen, de licenties en veiligheidscertificaten alsmede van
de diensten die belast zijn met onderzoek bij ongevallen; de diensten die belast zijn met onderzoek bij ongevallen;
3° kunnen verzekeren van het geheel van taken die door de wet aan een 3° kunnen verzekeren van het geheel van taken die door de wet aan een
dergelijke instantie worden toegewezen, onder andere de kennis van de dergelijke instantie worden toegewezen, onder andere de kennis van de
van toepassing zijnde veiligheidsvoorschriften, en voor de taken van toepassing zijnde veiligheidsvoorschriften, en voor de taken
waarvoor zij wenst te worden aangeduid, dat deze worden uitgevoerd waarvoor zij wenst te worden aangeduid, dat deze worden uitgevoerd
door de instantie zelf of onder haar verantwoordelijkheid; door de instantie zelf of onder haar verantwoordelijkheid;
4° beschikken over personeel en de noodzakelijke middelen hebben om op 4° beschikken over personeel en de noodzakelijke middelen hebben om op
een gepaste wijze de technische en administratieve taken uit te voeren een gepaste wijze de technische en administratieve taken uit te voeren
die verbonden zijn aan de uitvoering van evaluaties en keuringen. Dat die verbonden zijn aan de uitvoering van evaluaties en keuringen. Dat
veronderstelt dat er in het kader van de organisatie voldoende veronderstelt dat er in het kader van de organisatie voldoende
wetenschappelijk personeel is, begiftigd met ervaring en voldoende wetenschappelijk personeel is, begiftigd met ervaring en voldoende
kennis om het functioneel karakter en de prestaties van de subsystemen kennis om het functioneel karakter en de prestaties van de subsystemen
in verband met de eisen van de wet; in verband met de eisen van de wet;
5° toegang hebben tot het noodzakelijk materieel voor de vereiste 5° toegang hebben tot het noodzakelijk materieel voor de vereiste
keuringen, meer bepaald voor de uitzonderlijke keuringen. keuringen, meer bepaald voor de uitzonderlijke keuringen.

Art. 3.Het personeel belast met de controles moet :

Art. 3.Het personeel belast met de controles moet :

1° een professionele opleiding hebben met betrekking tot het geheel 1° een professionele opleiding hebben met betrekking tot het geheel
van evaluatie- en keuringsverrichtingen waarvoor de instantie wenst te van evaluatie- en keuringsverrichtingen waarvoor de instantie wenst te
worden aangewezen; worden aangewezen;
2° beschikken over voldoende kennis van de voorschriften met 2° beschikken over voldoende kennis van de voorschriften met
betrekking tot keuringen en controles die het uitvoert en over betrekking tot keuringen en controles die het uitvoert en over
voldoende praktijkervaring met betrekking tot deze keuringen en voldoende praktijkervaring met betrekking tot deze keuringen en
controles; controles;
3° beschikken over de vereiste bekwaamheid voor het afleveren van 3° beschikken over de vereiste bekwaamheid voor het afleveren van
attesten, processen-verbaal en rapporten die de verwezenlijking van attesten, processen-verbaal en rapporten die de verwezenlijking van
uitgevoerde controles inhouden. uitgevoerde controles inhouden.
De onafhankelijkheid van het personeel belast met controle moet De onafhankelijkheid van het personeel belast met controle moet
gewaarborgd worden. De vergoeding van iedere agent dient te gebeuren gewaarborgd worden. De vergoeding van iedere agent dient te gebeuren
noch in functie van het aantal controles dat hij uitvoert, noch in noch in functie van het aantal controles dat hij uitvoert, noch in
functie van de resultaten van deze controles. functie van de resultaten van deze controles.
Het personeel van de aangewezen instantie belast met controles is Het personeel van de aangewezen instantie belast met controles is
gebonden door de plicht tot vertrouwelijkheid voor alles wat het gebonden door de plicht tot vertrouwelijkheid voor alles wat het
verneemt in de uitoefening van zijn functies, behalve ten overstaan verneemt in de uitoefening van zijn functies, behalve ten overstaan
van het Bestuur of zijn afgevaardigde, in het kader van zijn van het Bestuur of zijn afgevaardigde, in het kader van zijn
activiteiten als aangewezen instantie. activiteiten als aangewezen instantie.

Art. 4.De instantie moet een billijke verzekering voor burgerlijke

Art. 4.De instantie moet een billijke verzekering voor burgerlijke

aansprakelijkheid onderschrijven. aansprakelijkheid onderschrijven.
HOOFDSTUK 3. - Modaliteiten voor het indienen van de aanvraag HOOFDSTUK 3. - Modaliteiten voor het indienen van de aanvraag

Art. 5.De aanvraag tot aanwijzing wordt per aangetekende brief met

Art. 5.De aanvraag tot aanwijzing wordt per aangetekende brief met

ontvangstbewijs gestuurd naar het Bestuur. ontvangstbewijs gestuurd naar het Bestuur.

Art. 6.De aanvraag bevat de stukken en documenten die staven dat de

Art. 6.De aanvraag bevat de stukken en documenten die staven dat de

instantie voldoet aan de criteria weergegeven in hoofdstuk 2, en meer instantie voldoet aan de criteria weergegeven in hoofdstuk 2, en meer
bepaald de volgende documenten en stukken : bepaald de volgende documenten en stukken :
1° een document dat de functionele onafhankelijkheid bewijst van de 1° een document dat de functionele onafhankelijkheid bewijst van de
instantie en het met de keuringen belaste personeel ten aanzien van de instantie en het met de keuringen belaste personeel ten aanzien van de
instanties bedoeld in artikel 3, 7°, 8° en 9°, van de wet; instanties bedoeld in artikel 3, 7°, 8° en 9°, van de wet;
2° een ondernemingsplan dat aantoont dat de instantie beschikt over 2° een ondernemingsplan dat aantoont dat de instantie beschikt over
personeel en noodzakelijke middelen om op een gepaste wijze de personeel en noodzakelijke middelen om op een gepaste wijze de
technische en administratieve activiteiten te vervullen die verbonden technische en administratieve activiteiten te vervullen die verbonden
zijn aan de uitvoering van keuringen; zijn aan de uitvoering van keuringen;
3° een attest dat vaststelt dat het personeel dat belast zal worden 3° een attest dat vaststelt dat het personeel dat belast zal worden
met controles beantwoordt aan de criteria van artikel 3; met controles beantwoordt aan de criteria van artikel 3;
4° een attest dat op nauwkeurige wijze de modaliteiten vaststelt van 4° een attest dat op nauwkeurige wijze de modaliteiten vaststelt van
berekening van de vergoeding van het personeel dat belast zal worden berekening van de vergoeding van het personeel dat belast zal worden
met controles; met controles;
5° het bewijs dat het personeel dat belast zal worden met controles 5° het bewijs dat het personeel dat belast zal worden met controles
behoorlijk werd ingelicht over de plicht tot vertrouwelijkheid zoals behoorlijk werd ingelicht over de plicht tot vertrouwelijkheid zoals
bedoeld in artikel 3, derde lid. bedoeld in artikel 3, derde lid.

Art. 7.De aanvrager verstrekt ook alle bijkomende inlichtingen op

Art. 7.De aanvrager verstrekt ook alle bijkomende inlichtingen op

basis waarvan er kan worden beoordeeld of hij aan de basis waarvan er kan worden beoordeeld of hij aan de
aanwijzingsvoorwaarden voldoet. aanwijzingsvoorwaarden voldoet.

Art. 8.Alle door de aanvrager in het kader van dit besluit

Art. 8.Alle door de aanvrager in het kader van dit besluit

overgezonden documenten en stukken bestaan uit één ondertekend overgezonden documenten en stukken bestaan uit één ondertekend
origineel en één kopie op elektronische drager. origineel en één kopie op elektronische drager.

Art. 9.Het ministerieel besluit van 30 oktober 2008 betreffende de

Art. 9.Het ministerieel besluit van 30 oktober 2008 betreffende de

regels voor het indienen van de aanwijzigingsaanvraag voor de regels voor het indienen van de aanwijzigingsaanvraag voor de
instanties belast met het onderzoek van de conformiteit met de van instanties belast met het onderzoek van de conformiteit met de van
toepassing zijnde normen en technische specificaties van de toepassing zijnde normen en technische specificaties van de
subsystemen, wanneer de gehanteerde nationale voorschriften van subsystemen, wanneer de gehanteerde nationale voorschriften van
toepassing zijn bij afwezigheid van TSI's of in geval van afwijkingen toepassing zijn bij afwezigheid van TSI's of in geval van afwijkingen
hiervan in het kader van de interoperabiliteit van het trans-Europese hiervan in het kader van de interoperabiliteit van het trans-Europese
hogesnelheidsspoorwegsysteem of het conventionele spoorwegsysteem, hogesnelheidsspoorwegsysteem of het conventionele spoorwegsysteem,
wordt opgeheven. wordt opgeheven.
Brussel, 25 november 2010. Brussel, 25 november 2010.
De Eerste Minister, De Eerste Minister,
Y. LETERME Y. LETERME
De Staatssecretaris voor Mobiliteit, De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
E. SCHOUPPE E. SCHOUPPE
^