Ministerieel besluit tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 10 januari 2008 betreffende de zoogkoeienpremie | Ministerieel besluit tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 10 januari 2008 betreffende de zoogkoeienpremie |
---|---|
MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST | MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST |
21 JANUARI 2008. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de | 21 JANUARI 2008. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de |
uitvoeringsbepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 10 | uitvoeringsbepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 10 |
januari 2008 betreffende de zoogkoeienpremie | januari 2008 betreffende de zoogkoeienpremie |
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en | De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en |
Toerisme, | Toerisme, |
Gelet op Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september | Gelet op Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september |
2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor | 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor |
regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het | regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het |
gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde | gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde |
steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de | steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de |
Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. | Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. |
1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, | 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, |
(EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. | (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. |
2529/2001, laatst gewijzigd bij de Verordening (EG) nr. 1276/2007 van | 2529/2001, laatst gewijzigd bij de Verordening (EG) nr. 1276/2007 van |
de Commissie van 29 oktober 2007; | de Commissie van 29 oktober 2007; |
Gelet op Verordening (EG) nr. 1973/2004 van de Commissie van 29 | Gelet op Verordening (EG) nr. 1973/2004 van de Commissie van 29 |
oktober 2004 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. | oktober 2004 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. |
1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 met betrekking tot de bij | 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 met betrekking tot de bij |
de titels IV en IVbis van die verordening ingestelde steunregelingen | de titels IV en IVbis van die verordening ingestelde steunregelingen |
en het gebruik van braakgelegde grond voor de productie van | en het gebruik van braakgelegde grond voor de productie van |
grondstoffen; | grondstoffen; |
Gelet op artikel 3, § 1, 2°, van de wet van 28 maart 1975 betreffende | Gelet op artikel 3, § 1, 2°, van de wet van 28 maart 1975 betreffende |
de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, laatst | de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, laatst |
gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999 en bij de wet van 28 maart | gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999 en bij de wet van 28 maart |
2003 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari | 2003 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari |
2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door | 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door |
het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot | het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot |
wijziging van diverse wettelijke bepalingen; | wijziging van diverse wettelijke bepalingen; |
Gelet op het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 betreffende de |
identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de | identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de |
epidemiologische bewaking van de runderen, laatst gewijzigd bij het | epidemiologische bewaking van de runderen, laatst gewijzigd bij het |
koninklijk besluit van 13 april 2006; | koninklijk besluit van 13 april 2006; |
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 9 september 2004 | Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 9 september 2004 |
betreffende de toepassing van de heffing in de sector melk en | betreffende de toepassing van de heffing in de sector melk en |
zuivelproducten, laatst gewijzigd op 18 december 2007; | zuivelproducten, laatst gewijzigd op 18 december 2007; |
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 10 januari 2008 | Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 10 januari 2008 |
betreffende de zoogkoeienpremie; | betreffende de zoogkoeienpremie; |
Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de federale | Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de federale |
overheid op 7 januari 2008; | overheid op 7 januari 2008; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 19 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 19 |
oktober 2007; | oktober 2007; |
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 25 | Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 25 |
oktober 2007; | oktober 2007; |
Gelet op het advies nr. 43.762/4 van de Raad van State, gegeven op 14 | Gelet op het advies nr. 43.762/4 van de Raad van State, gegeven op 14 |
november 2007, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | november 2007, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Overwegende dat de modaliteiten voor de toekenning van rechten op de | Overwegende dat de modaliteiten voor de toekenning van rechten op de |
zoogkoeienpremie aan de landbouwers vanaf 1 januari 2008 van | zoogkoeienpremie aan de landbouwers vanaf 1 januari 2008 van |
toepassing zijn; | toepassing zijn; |
Overwegende dat de landbouwers zo spoedig mogelijk over die | Overwegende dat de landbouwers zo spoedig mogelijk over die |
modaliteiten ingelicht dienen te worden; | modaliteiten ingelicht dienen te worden; |
Overwegende dat er in boetes voorzien is in geval van niet-naleving | Overwegende dat er in boetes voorzien is in geval van niet-naleving |
van de termijnen die bij de Europese regelgeving opgelegd zijn om de | van de termijnen die bij de Europese regelgeving opgelegd zijn om de |
betrokken steun te storten aan de landbouwers of bij vertraging in de | betrokken steun te storten aan de landbouwers of bij vertraging in de |
tenuitvoerlegging van de betrokken regelgevingen of bij slechte | tenuitvoerlegging van de betrokken regelgevingen of bij slechte |
uitvoering, | uitvoering, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° "besluit van de Waalse Regering" : het besluit van de Waalse | 1° "besluit van de Waalse Regering" : het besluit van de Waalse |
Regering van 10 januari 2008 betreffende de zoogkoeienpremie; | Regering van 10 januari 2008 betreffende de zoogkoeienpremie; |
2° "veebeslag" : het geheel van runderen zoals omschreven in artikel | 2° "veebeslag" : het geheel van runderen zoals omschreven in artikel |
1, punt 7°, van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 betreffende | 1, punt 7°, van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 betreffende |
de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de | de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de |
epidemiologische bewaking van de runderen; | epidemiologische bewaking van de runderen; |
3° "Sanitel" : geautomatiseerd systeem voor de behandeling van de | 3° "Sanitel" : geautomatiseerd systeem voor de behandeling van de |
gegevens betreffende de identificatie en de registratie van runderen; | gegevens betreffende de identificatie en de registratie van runderen; |
4° "paspoort" : het document bedoeld in artikel 16 van voornoemd | 4° "paspoort" : het document bedoeld in artikel 16 van voornoemd |
koninklijk besluit van 8 augustus 1997. | koninklijk besluit van 8 augustus 1997. |
Art. 2.§ 1. Overeenkomstig artikel 4, § 1, van het besluit van de |
Art. 2.§ 1. Overeenkomstig artikel 4, § 1, van het besluit van de |
Waalse Regering wordt een formulier voor de aanvraag tot overdracht | Waalse Regering wordt een formulier voor de aanvraag tot overdracht |
van rechten op de zoogkoeienpremie met volledige bedrijfsovername per | van rechten op de zoogkoeienpremie met volledige bedrijfsovername per |
aangetekend schrijven verstuurd naar de bevoegde Directie | aangetekend schrijven verstuurd naar de bevoegde Directie |
Buitendiensten van het bestuur of tegen ontvangstbewijs afgegeven, | Buitendiensten van het bestuur of tegen ontvangstbewijs afgegeven, |
ofwel in de loop van de maand februari van het betrokken jaar ofwel | ofwel in de loop van de maand februari van het betrokken jaar ofwel |
bij de indiening van de aanvraag voor de zoogkoeienpremie van het | bij de indiening van de aanvraag voor de zoogkoeienpremie van het |
seizoen van hetzelfde jaar. De datum van de poststempel op de envelop | seizoen van hetzelfde jaar. De datum van de poststempel op de envelop |
of de datum van het ontvangstbewijs gelden als bewijs voor de datum | of de datum van het ontvangstbewijs gelden als bewijs voor de datum |
van indiening van de aanvraag tot overdracht van rechten. | van indiening van de aanvraag tot overdracht van rechten. |
De overdrager moet zijn volledige rechten op de zoogkoeienpremie en | De overdrager moet zijn volledige rechten op de zoogkoeienpremie en |
zijn volledige bedrijf, namelijk alle productie-eenheden waarover hij | zijn volledige bedrijf, namelijk alle productie-eenheden waarover hij |
beschikt op het tijdstip van de overdracht van zijn rechten op de | beschikt op het tijdstip van de overdracht van zijn rechten op de |
zoogkoeienpremie naar de overnemer, definitief aan de overnemer | zoogkoeienpremie naar de overnemer, definitief aan de overnemer |
afstaan. Daartoe dient een koopakte, een huurovereenkomst, een | afstaan. Daartoe dient een koopakte, een huurovereenkomst, een |
erfopvolgingsakte of een overnameovereenkomst gevoegd te worden bij | erfopvolgingsakte of een overnameovereenkomst gevoegd te worden bij |
het formulier voor de aanvraag tot overdracht bedoeld in lid 1. | het formulier voor de aanvraag tot overdracht bedoeld in lid 1. |
De dag van de overdracht van de rechten op de zoogkoeienpremie | De dag van de overdracht van de rechten op de zoogkoeienpremie |
verliest de overdrager zijn hoedanigheid van landbouwer en mag hij | verliest de overdrager zijn hoedanigheid van landbouwer en mag hij |
niet meer een landbouwactiviteit uitoefenen. | niet meer een landbouwactiviteit uitoefenen. |
De overname van activiteiten bij de overdrager mag enkel plaatsvinden | De overname van activiteiten bij de overdrager mag enkel plaatsvinden |
op een bedrijf dat geen verband houdt met het vorige wat betreft | op een bedrijf dat geen verband houdt met het vorige wat betreft |
grond, gebouwen, veebestand. | grond, gebouwen, veebestand. |
Het formulier voor de aanvraag van de overdracht van rechten bedoeld | Het formulier voor de aanvraag van de overdracht van rechten bedoeld |
in § 1, lid 1, dient ondertekend te worden door de overdrager en de | in § 1, lid 1, dient ondertekend te worden door de overdrager en de |
overnemer tegelijk. | overnemer tegelijk. |
Indien de overdrager een groepering van natuurlijke personen is, moet | Indien de overdrager een groepering van natuurlijke personen is, moet |
het formulier voor de aanvraag tot overdracht bedoeld in lid 1, | het formulier voor de aanvraag tot overdracht bedoeld in lid 1, |
ondertekend worden door alle leden ervan. Als de overdrager een | ondertekend worden door alle leden ervan. Als de overdrager een |
rechtspersoon is, moet het ondertekend worden door alle beheerders of | rechtspersoon is, moet het ondertekend worden door alle beheerders of |
bestuurders ervan. | bestuurders ervan. |
§ 2. Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van het besluit van de Waalse | § 2. Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van het besluit van de Waalse |
Regering wordt een formulier voor de aanvraag tot overdracht van | Regering wordt een formulier voor de aanvraag tot overdracht van |
rechten op de zoogkoeienpremie zonder volledige bedrijfsovername per | rechten op de zoogkoeienpremie zonder volledige bedrijfsovername per |
aangetekend schrijven verstuurd naar de bevoegde Directie | aangetekend schrijven verstuurd naar de bevoegde Directie |
Buitendiensten van het bestuur of tegen ontvangstbewijs afgegeven, | Buitendiensten van het bestuur of tegen ontvangstbewijs afgegeven, |
ofwel in de loop van de maand februari van het betrokken jaar. | ofwel in de loop van de maand februari van het betrokken jaar. |
De datum van de poststempel op de envelop of de datum van het | De datum van de poststempel op de envelop of de datum van het |
ontvangstbewijs gelden als bewijs voor de datum van indiening van de | ontvangstbewijs gelden als bewijs voor de datum van indiening van de |
aanvraag tot overdracht van rechten. De overdracht mag enkel | aanvraag tot overdracht van rechten. De overdracht mag enkel |
betrekking hebben op een aantal rechten dat minder bedraagt dan de | betrekking hebben op een aantal rechten dat minder bedraagt dan de |
eenheid als het overeenstemt met het totaalaantal rechten van de | eenheid als het overeenstemt met het totaalaantal rechten van de |
overdrager. | overdrager. |
Het formulier voor de aanvraag van de overdracht van rechten bedoeld | Het formulier voor de aanvraag van de overdracht van rechten bedoeld |
in § 2, lid 1, dient ondertekend te worden door de overdrager en de | in § 2, lid 1, dient ondertekend te worden door de overdrager en de |
overnemer tegelijk. | overnemer tegelijk. |
Indien de overdrager een groepering van natuurlijke personen is, moet | Indien de overdrager een groepering van natuurlijke personen is, moet |
het formulier voor de aanvraag tot overdracht bedoeld in § 2, lid 1, | het formulier voor de aanvraag tot overdracht bedoeld in § 2, lid 1, |
ondertekend worden door alle leden ervan. Als de overdrager een | ondertekend worden door alle leden ervan. Als de overdrager een |
rechtspersoon is, moet het ondertekend worden door alle beheerders of | rechtspersoon is, moet het ondertekend worden door alle beheerders of |
bestuurders ervan. | bestuurders ervan. |
Art. 3.§ 1. Om in aanmerking te kunnen komen voor de |
Art. 3.§ 1. Om in aanmerking te kunnen komen voor de |
zoogkoeienpremie, dient de landbouwer een premieaanvraag in te dienen | zoogkoeienpremie, dient de landbouwer een premieaanvraag in te dienen |
in de periode van 1 mei tot 30 september van het betrokken jaar, onder | in de periode van 1 mei tot 30 september van het betrokken jaar, onder |
gebruikmaking van een officieel formulier. Dat formulier wordt | gebruikmaking van een officieel formulier. Dat formulier wordt |
ambtshalve verstuurd naar elke landbouwer die over rechten op de | ambtshalve verstuurd naar elke landbouwer die over rechten op de |
premie beschikt. | premie beschikt. |
De landbouwer bedoeld in het eerste lid die geen formulier gekregen | De landbouwer bedoeld in het eerste lid die geen formulier gekregen |
heeft, kan er zich een duplicaat van verschaffen bij de bevoegde | heeft, kan er zich een duplicaat van verschaffen bij de bevoegde |
Directie Buitendiensten. | Directie Buitendiensten. |
§ 2. Het aanvraagformulier wordt in twee exemplaren aan de landbouwer | § 2. Het aanvraagformulier wordt in twee exemplaren aan de landbouwer |
overgemaakt. Het afschrift is voor hem bestemd. Het origineel, | overgemaakt. Het afschrift is voor hem bestemd. Het origineel, |
behoorlijk ingevuld en ondertekend, wordt bij aangetekend schrijven | behoorlijk ingevuld en ondertekend, wordt bij aangetekend schrijven |
ingediend bij de bevoegde Directie Buitendiensten of tegen | ingediend bij de bevoegde Directie Buitendiensten of tegen |
ontvangstbewijs afgegeven. De datum van de poststempel op de envelop | ontvangstbewijs afgegeven. De datum van de poststempel op de envelop |
of de datum van het ontvangstbewijs gelden als bewijs voor de datum | of de datum van het ontvangstbewijs gelden als bewijs voor de datum |
van indiening van de premieaanvraag. | van indiening van de premieaanvraag. |
§ 3. Er wordt per landbouwer en per jaar slechts één aanvraag | § 3. Er wordt per landbouwer en per jaar slechts één aanvraag |
toegelaten. | toegelaten. |
§ 4. Op diens premieaanvraagformulier dient de landbouwer het aantal | § 4. Op diens premieaanvraagformulier dient de landbouwer het aantal |
zoogkoeien en vaarzen aan te geven waarvoor hij de premie wenst te | zoogkoeien en vaarzen aan te geven waarvoor hij de premie wenst te |
verkrijgen. | verkrijgen. |
§ 5. Om de plaats van het aanhouden, zoals bepaald in artikel 16 van | § 5. Om de plaats van het aanhouden, zoals bepaald in artikel 16 van |
voornoemde Verordening (EG) nr. 796/2004, aan te geven, moet de | voornoemde Verordening (EG) nr. 796/2004, aan te geven, moet de |
landbouwer voor elke zoogkoe waarvoor hij de premie aanvraagt, | landbouwer voor elke zoogkoe waarvoor hij de premie aanvraagt, |
aangeven in welke productie-eenheid die zoogkoe zich bevindt tijdens | aangeven in welke productie-eenheid die zoogkoe zich bevindt tijdens |
de volledige aanhoudperiode. Mochten aangegeven zoogkoeien zich | de volledige aanhoudperiode. Mochten aangegeven zoogkoeien zich |
tijdens de betrokken aanhoudperiode eveneens op andere gronden | tijdens de betrokken aanhoudperiode eveneens op andere gronden |
bevinden dan die, aangegeven in de oppervlakte-aangifte van hetzelfde | bevinden dan die, aangegeven in de oppervlakte-aangifte van hetzelfde |
jaar, moet de landbouwer het bestuur daar op voorhand over inlichten, | jaar, moet de landbouwer het bestuur daar op voorhand over inlichten, |
zoniet worden de runderen beschouwd als van het bedrijf afwezig zijnd, | zoniet worden de runderen beschouwd als van het bedrijf afwezig zijnd, |
onverminderd eventuele andere straffen. | onverminderd eventuele andere straffen. |
Indien een landbouwer officieel de machtiging gekregen heeft in | Indien een landbouwer officieel de machtiging gekregen heeft in |
afwijking van artikel 31, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 | afwijking van artikel 31, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 |
augustus 1997 om zoogkoeien aan te houden waarvoor hij de premie | augustus 1997 om zoogkoeien aan te houden waarvoor hij de premie |
aanvraagt in een beslag waarvoor de identitificatiedocumenten een | aanvraagt in een beslag waarvoor de identitificatiedocumenten een |
ander adres vermelden dan het hoofdadres van het bestand, dient hij | ander adres vermelden dan het hoofdadres van het bestand, dient hij |
bij zijn aanvraag een afschrift van die machtiging te voegen die | bij zijn aanvraag een afschrift van die machtiging te voegen die |
gedagtekend en ondertekend is door het Federale Agentschap voor de | gedagtekend en ondertekend is door het Federale Agentschap voor de |
Veiligheid van de Voedselketen. Die afwijking kan enkel in overweging | Veiligheid van de Voedselketen. Die afwijking kan enkel in overweging |
worden genomen indien de twee productie-eenheden waartussen de | worden genomen indien de twee productie-eenheden waartussen de |
bewegingen toegelaten zijn zonder een beroep hoeven te doen op de | bewegingen toegelaten zijn zonder een beroep hoeven te doen op de |
gebruikelijke aankoopprocedures, door dezelfde landbouwer worden | gebruikelijke aankoopprocedures, door dezelfde landbouwer worden |
uitgebaat. | uitgebaat. |
§ 6. Drie weken na de indiening van de aanvraag wordt er een bericht | § 6. Drie weken na de indiening van de aanvraag wordt er een bericht |
van ontvangst gericht aan de landbouwer, waarop alle | van ontvangst gericht aan de landbouwer, waarop alle |
identificatiegegevens van zijn bedrijf, de aanhoudingsplaatsen van de | identificatiegegevens van zijn bedrijf, de aanhoudingsplaatsen van de |
runderen zoals op zijn formulier aangegeven, evenals de nummers van de | runderen zoals op zijn formulier aangegeven, evenals de nummers van de |
runderen van het bedrijf weerhouden als premiegerechtigde zoogkoeien | runderen van het bedrijf weerhouden als premiegerechtigde zoogkoeien |
en vaarzen en de nummers van de andere runderen die aanwezig zijn op | en vaarzen en de nummers van de andere runderen die aanwezig zijn op |
het bedrijf, vermeld staan. Te rekenen van het versturen van dat | het bedrijf, vermeld staan. Te rekenen van het versturen van dat |
bericht van ontvangst beschikt de landbouwer over tien kalenderdagen | bericht van ontvangst beschikt de landbouwer over tien kalenderdagen |
om eventuele wijzigingen aan te brengen in zijn aanvraag. Bij | om eventuele wijzigingen aan te brengen in zijn aanvraag. Bij |
uitblijven van een reactie van de landbouwer binnen voornoemde termijn | uitblijven van een reactie van de landbouwer binnen voornoemde termijn |
worden de gegevens vermeld op dat bericht van ontvangst beschouwd als | worden de gegevens vermeld op dat bericht van ontvangst beschouwd als |
aanvaard door de landbouwer. | aanvaard door de landbouwer. |
§ 7. De aanvrager moet gedurende de gehele aanhoudperiode de bevoegde | § 7. De aanvrager moet gedurende de gehele aanhoudperiode de bevoegde |
Directie Buitendiensten schriftelijk binnen de tien werkdagen volgend | Directie Buitendiensten schriftelijk binnen de tien werkdagen volgend |
op het gebeurde elke vermindering zonder vervanging van het aangegeven | op het gebeurde elke vermindering zonder vervanging van het aangegeven |
aantal zoogkoeien of elke overschrijding van het voorgeschreven | aantal zoogkoeien of elke overschrijding van het voorgeschreven |
maximumaantal vaarzen of elke vermindering van het aantal vaarzen tot | maximumaantal vaarzen of elke vermindering van het aantal vaarzen tot |
onder het voorgeschreven minimumaantal vaarzen zoals bepaald bij | onder het voorgeschreven minimumaantal vaarzen zoals bepaald bij |
Verordening (EG) nr. 1782/2003 zoals voornoemd, artikel 125, § 2, | Verordening (EG) nr. 1782/2003 zoals voornoemd, artikel 125, § 2, |
mededelen. | mededelen. |
§ 2. Elke vermindering of elke overschrijding dient door bewijzen | § 2. Elke vermindering of elke overschrijding dient door bewijzen |
verantwoord te worden. | verantwoord te worden. |
Art. 4.§ 1. Aan volgende voorwaarden dient te worden voldaan voor elk |
Art. 4.§ 1. Aan volgende voorwaarden dient te worden voldaan voor elk |
vrouwelijk rund op het tijdstip van indiening van de aanvraag : | vrouwelijk rund op het tijdstip van indiening van de aanvraag : |
1° het vrouwelijk rund moet minstens één keer gekalfd hebben en als | 1° het vrouwelijk rund moet minstens één keer gekalfd hebben en als |
moeder van een kalf in Sanitel geregistreerd zijn of, in geval van een | moeder van een kalf in Sanitel geregistreerd zijn of, in geval van een |
vaars, minstens acht maanden oud zijn; | vaars, minstens acht maanden oud zijn; |
2° het vrouwelijk rund behoort tot een vleesras of is verkregen door | 2° het vrouwelijk rund behoort tot een vleesras of is verkregen door |
kruising met een vleesras en is in Sanitel geregistreerd als zijnde | kruising met een vleesras en is in Sanitel geregistreerd als zijnde |
van een vleesrastype of een gemengd rastype; | van een vleesrastype of een gemengd rastype; |
3° het vrouwelijk rund mag nog niet eerder premiegerechtigd zijn | 3° het vrouwelijk rund mag nog niet eerder premiegerechtigd zijn |
bevonden in een premieaanvraag van een andere landbouwer voor dezelfde | bevonden in een premieaanvraag van een andere landbouwer voor dezelfde |
campagne; | campagne; |
4° het vrouwelijk rund moet deel uitmaken van een vrouwelijk | 4° het vrouwelijk rund moet deel uitmaken van een vrouwelijk |
rundveebestand dat dient voor de kalverkweek met het oog op | rundveebestand dat dient voor de kalverkweek met het oog op |
vleesproductie. Behoudens uitzonderlijke gevallen mag een veebestand | vleesproductie. Behoudens uitzonderlijke gevallen mag een veebestand |
niet beschouwd worden als een vrouwelijk rundveebeslag bestemd voor de | niet beschouwd worden als een vrouwelijk rundveebeslag bestemd voor de |
kalverkweek met het oog op vleesproductie dan tijdens het kalenderjaar | kalverkweek met het oog op vleesproductie dan tijdens het kalenderjaar |
waarin de aanvraag is ingediend aan volgende voorwaarden is voldaan : | waarin de aanvraag is ingediend aan volgende voorwaarden is voldaan : |
a) in dat veebeslag bedraagt het aantal geboortes van kalveren van het | a) in dat veebeslag bedraagt het aantal geboortes van kalveren van het |
vleesras of gemengd ras, geregistreerd in Sanitel, minstens : | vleesras of gemengd ras, geregistreerd in Sanitel, minstens : |
1) 70 % van het aantal zoogkoeien waarvoor de landbouwer de premie | 1) 70 % van het aantal zoogkoeien waarvoor de landbouwer de premie |
heeft aangevraagd indien hij de premie aanvraagt voor veertien | heeft aangevraagd indien hij de premie aanvraagt voor veertien |
runderen of meer; | runderen of meer; |
2) 60 % van het aantal zoogkoeien waarvoor de landbouwer de premie | 2) 60 % van het aantal zoogkoeien waarvoor de landbouwer de premie |
heeft aangevraagd indien hij de premie aanvraagt voor minder dan | heeft aangevraagd indien hij de premie aanvraagt voor minder dan |
veertien en meer dan zeven runderen; | veertien en meer dan zeven runderen; |
3) 50 % van het aantal zoogkoeien waarvoor de landbouwer de premie | 3) 50 % van het aantal zoogkoeien waarvoor de landbouwer de premie |
heeft aangevraagd indien hij de premie aanvraagt voor zeven runderen | heeft aangevraagd indien hij de premie aanvraagt voor zeven runderen |
of minder; | of minder; |
b) minstens 50 % van het aantal kalveren berekend volgens punt a) | b) minstens 50 % van het aantal kalveren berekend volgens punt a) |
gehouden worden in het veebeslag tijdens een minimumperiode van drie | gehouden worden in het veebeslag tijdens een minimumperiode van drie |
maanden; | maanden; |
5° in het geval van een aangekocht vrouwelijk rund moet het, behoudens | 5° in het geval van een aangekocht vrouwelijk rund moet het, behoudens |
uitzonderlijke gevallen, minstens één keer gekalfd hebben in het | uitzonderlijke gevallen, minstens één keer gekalfd hebben in het |
bedrijf van de premieaanvrager en geregistreerd zijn in Sanitel als | bedrijf van de premieaanvrager en geregistreerd zijn in Sanitel als |
moeder van het betrokken kalf. Als een aangekocht vrouwelijk rund, | moeder van het betrokken kalf. Als een aangekocht vrouwelijk rund, |
aangehouden in de premieaanvraag, het bedrijf verlaat, om welke reden | aangehouden in de premieaanvraag, het bedrijf verlaat, om welke reden |
ook, zonder minstens één keer gekalfd te hebben tijdens zijn verblijf | ook, zonder minstens één keer gekalfd te hebben tijdens zijn verblijf |
in het bedrijf, wordt er voor het rund waarvan sprake geen enkele | in het bedrijf, wordt er voor het rund waarvan sprake geen enkele |
premie toegekend. Daarnaast dient de landbouwer het bestuur mede te | premie toegekend. Daarnaast dient de landbouwer het bestuur mede te |
delen dat het betrokken rund het bedrijf verlaat binnen de tien | delen dat het betrokken rund het bedrijf verlaat binnen de tien |
kalenderdagen volgend op die gebeurtenis, op straffe van de toepassing | kalenderdagen volgend op die gebeurtenis, op straffe van de toepassing |
van de straffen van artikel 59 van Verordening (EG) nr. 796/2004. | van de straffen van artikel 59 van Verordening (EG) nr. 796/2004. |
§ 2. De runderen die gebruikt worden als vervangingsdieren gedurende | § 2. De runderen die gebruikt worden als vervangingsdieren gedurende |
de aanhoudingsperiode dienen te voldoen aan de voorwaarden verwoord in | de aanhoudingsperiode dienen te voldoen aan de voorwaarden verwoord in |
§ 1. | § 1. |
§ 3. Een vrouwelijk rund dat beantwoordt aan bovenvermelde voorwaarden | § 3. Een vrouwelijk rund dat beantwoordt aan bovenvermelde voorwaarden |
van § 1 wordt zoogkoe genoemd in de zin van dit besluit. | van § 1 wordt zoogkoe genoemd in de zin van dit besluit. |
§ 4. Wil de landbouwer in aanmerking komen voor de zoogkoeienpremie, | § 4. Wil de landbouwer in aanmerking komen voor de zoogkoeienpremie, |
dienen alle runderen van zijn bedrijf geïdentificeerd en geregistreerd | dienen alle runderen van zijn bedrijf geïdentificeerd en geregistreerd |
te worden overeenkomstig de bepalingen van voornoemd koninklijk | te worden overeenkomstig de bepalingen van voornoemd koninklijk |
besluit van 8 augustus 1997. | besluit van 8 augustus 1997. |
In het geval waarin runderen van meerdere premiegerechtigde | In het geval waarin runderen van meerdere premiegerechtigde |
landbouwers aan een gemeenschappelijk Sanitel-veebeslag behoren, wordt | landbouwers aan een gemeenschappelijk Sanitel-veebeslag behoren, wordt |
de zoogkoeienpremie enkel toegekend indien voor de indiening van de | de zoogkoeienpremie enkel toegekend indien voor de indiening van de |
aanvraag de relatie "rund-productie-eenheid" in Sanitel geregistreerd | aanvraag de relatie "rund-productie-eenheid" in Sanitel geregistreerd |
is voor elk rund van de landbouwer en indien die relatie | is voor elk rund van de landbouwer en indien die relatie |
geactualiseerd wordt op permanente en conforme wijze. | geactualiseerd wordt op permanente en conforme wijze. |
Art. 5.§ 1. Het aantal zoogkoeien dat nodig is voor de productie van |
Art. 5.§ 1. Het aantal zoogkoeien dat nodig is voor de productie van |
de referentiehoeveelheden melk toegewezen aan de producent op 31 maart | de referentiehoeveelheden melk toegewezen aan de producent op 31 maart |
van het jaar waarvoor de premie is aangevraagd, wordt bepaald middels | van het jaar waarvoor de premie is aangevraagd, wordt bepaald middels |
het theoretisch gemiddelde melkrendement per koe zoals bepaald bij | het theoretisch gemiddelde melkrendement per koe zoals bepaald bij |
Verordening (EG) nr. 1973/2004 zoals voornoemd of middels het | Verordening (EG) nr. 1973/2004 zoals voornoemd of middels het |
daadwerkelijk gemiddelde melkrendement (van het melkveebeslag) van het | daadwerkelijk gemiddelde melkrendement (van het melkveebeslag) van het |
bedrijf, vastgesteld voor het jaar dat aan de premieaanvraag | bedrijf, vastgesteld voor het jaar dat aan de premieaanvraag |
voorafgaat. In voorkomend geval laat de landbouwer de vereniging | voorafgaat. In voorkomend geval laat de landbouwer de vereniging |
erkend overeenkomstig het ministerieel besluit van 27 februari 1991 | erkend overeenkomstig het ministerieel besluit van 27 februari 1991 |
betreffende de verbetering van het rundersoort toe dat rendement mede | betreffende de verbetering van het rundersoort toe dat rendement mede |
te delen aan het bestuur. Zoniet gaat het bestuur zelf bij | te delen aan het bestuur. Zoniet gaat het bestuur zelf bij |
bovenvermelde erkende vereniging na of de gegevens van de melkcontrole | bovenvermelde erkende vereniging na of de gegevens van de melkcontrole |
die de landbouwer medegedeeld heeft, juist zijn. | die de landbouwer medegedeeld heeft, juist zijn. |
§ 2. De individuele referentiehoeveelheid melk die het voorwerp heeft | § 2. De individuele referentiehoeveelheid melk die het voorwerp heeft |
uitgemaakt van de tijdelijke afstand overeenkomstig artikel 4 van het | uitgemaakt van de tijdelijke afstand overeenkomstig artikel 4 van het |
besluit van de Waalse Regering van 9 december 2004 betreffende de | besluit van de Waalse Regering van 9 december 2004 betreffende de |
toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten | toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten |
wordt toegevoegd aan de individuele referentiehoeveelheid bedoeld in § | wordt toegevoegd aan de individuele referentiehoeveelheid bedoeld in § |
1 van de landbouwer-overnemer en, omgekeerd, afgetrokken van de | 1 van de landbouwer-overnemer en, omgekeerd, afgetrokken van de |
referentiehoeveelheid van de landbouwer-overlater. | referentiehoeveelheid van de landbouwer-overlater. |
§ 3. De individuele referentiehoeveelheid die in aanmerking komt is | § 3. De individuele referentiehoeveelheid die in aanmerking komt is |
evenwel de hoeveelheid op 1 april van het lopende kalenderjaar in | evenwel de hoeveelheid op 1 april van het lopende kalenderjaar in |
volgende gevallen : | volgende gevallen : |
- indien de landbouwer overdrager of overnemer is van een | - indien de landbouwer overdrager of overnemer is van een |
referentiehoeveelheid tijdens de periode die eindigt op 31 maart van | referentiehoeveelheid tijdens de periode die eindigt op 31 maart van |
het lopende kalenderjaar maar met uitwerking op de eerstvolgende 1e | het lopende kalenderjaar maar met uitwerking op de eerstvolgende 1e |
april overeenkomstig de artikelen 1.15, 5, 9, 10 en 14 van het besluit | april overeenkomstig de artikelen 1.15, 5, 9, 10 en 14 van het besluit |
van de Waalse Regering van 9 september 2004; | van de Waalse Regering van 9 september 2004; |
- indien de landbouwer overdrager of verkrijger is van een | - indien de landbouwer overdrager of verkrijger is van een |
referentiehoeveelheid tijdens de periode die eindigt op 31 maart van | referentiehoeveelheid tijdens de periode die eindigt op 31 maart van |
het lopende kalenderjaar maar met uitwerking op de eerstvolgende 1 | het lopende kalenderjaar maar met uitwerking op de eerstvolgende 1 |
april, overeenkomstig artikel 15 van het besluit van de Waalse | april, overeenkomstig artikel 15 van het besluit van de Waalse |
Regering van 9 september 2004. | Regering van 9 september 2004. |
Art. 6.De betaling wordt geweigerd aan de producenten die op |
Art. 6.De betaling wordt geweigerd aan de producenten die op |
kunstmatige manier de voorwaarden tot stand hebben gebracht om de | kunstmatige manier de voorwaarden tot stand hebben gebracht om de |
zoogkoeienpremie te verkrijgen. | zoogkoeienpremie te verkrijgen. |
Art. 7.Het nagaan van de inachtneming door de landbouwer van de |
Art. 7.Het nagaan van de inachtneming door de landbouwer van de |
verplichtingen van de zoogkoeienpremieregeling wordt verricht door de | verplichtingen van de zoogkoeienpremieregeling wordt verricht door de |
personeelsleden van het Directoraat-generaal Landbouw van het | personeelsleden van het Directoraat-generaal Landbouw van het |
Ministerie van het Waalse Gewest. | Ministerie van het Waalse Gewest. |
Art. 8.Het bestuur wordt belast met de betaling van de premies en met |
Art. 8.Het bestuur wordt belast met de betaling van de premies en met |
de inning van de onverschuldigd betaalde bedragen. | de inning van de onverschuldigd betaalde bedragen. |
Art. 9.Bij bedragen die onverschuldigd betaald worden ten gevolge van |
Art. 9.Bij bedragen die onverschuldigd betaald worden ten gevolge van |
de niet-naleving van de verbintenissen en/of ten gevolge van een valse | de niet-naleving van de verbintenissen en/of ten gevolge van een valse |
aangifte van de landbouwer en die teruggeïnd dienen te worden, worden | aangifte van de landbouwer en die teruggeïnd dienen te worden, worden |
die onverschuldigde bedragen vermeerderd met een intrest tegen de | die onverschuldigde bedragen vermeerderd met een intrest tegen de |
wettelijke rentevoet. | wettelijke rentevoet. |
Ongeacht de steunregeling die door het bestuur beheerd wordt, kan het | Ongeacht de steunregeling die door het bestuur beheerd wordt, kan het |
bestuur bij een onverschuldigd gestort bedrag of bij een bijkomende | bestuur bij een onverschuldigd gestort bedrag of bij een bijkomende |
heffing, een compensatie verrichten met elk ander steunbedrag dat aan | heffing, een compensatie verrichten met elk ander steunbedrag dat aan |
de producent verschuldigd is. | de producent verschuldigd is. |
Art. 10.Op straffe van uitsluiting moet het beroep tegen de |
Art. 10.Op straffe van uitsluiting moet het beroep tegen de |
beslissingen getroffen overeenkomstig het besluit van de Waalse | beslissingen getroffen overeenkomstig het besluit van de Waalse |
Regering en diens toepassingsmodaliteiten op straffe van nietigheid | Regering en diens toepassingsmodaliteiten op straffe van nietigheid |
bij aangetekend schrijven worden ingediend bij het bestuur binnen één | bij aangetekend schrijven worden ingediend bij het bestuur binnen één |
maand volgend op de mededeling van de beslissing. | maand volgend op de mededeling van de beslissing. |
De indiening van een beroep is van generlei invloed op de opschorting | De indiening van een beroep is van generlei invloed op de opschorting |
van een eventuele aanvraag tot terugbetaling van de onverschuldigd | van een eventuele aanvraag tot terugbetaling van de onverschuldigd |
betaalde bedragen. | betaalde bedragen. |
Art. 11.Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 januari 2008. |
Art. 11.Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 januari 2008. |
Namen, 21 januari 2008. | Namen, 21 januari 2008. |
B. LUTGEN | B. LUTGEN |