Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Ministerieel Besluit van 19/04/2007
← Terug naar "Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie "
Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE
VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
19 APRIL 2007. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria 19 APRIL 2007. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria
voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd
worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van
verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie
De Minister van Volksgezondheid, De Minister van Volksgezondheid,
Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967
betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen,
inzonderheid op artikel 35sexies, ingevoegd bij de wet van 19 december inzonderheid op artikel 35sexies, ingevoegd bij de wet van 19 december
1990; 1990;
Gelet op het koninklijk besluit van 27 september 2006 houdende de Gelet op het koninklijk besluit van 27 september 2006 houdende de
lijst van bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwaamheden lijst van bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwaamheden
voor de beoefenaars van de verpleegkunde, inzonderheid op artikel 2, voor de beoefenaars van de verpleegkunde, inzonderheid op artikel 2,
2; 2;
Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Verpleegkunde, gegeven Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Verpleegkunde, gegeven
op 20 juni 2006; op 20 juni 2006;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24
augustus 2006; augustus 2006;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 30 Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 30
maart 2007; maart 2007;
Gelet op het advies 41.676/3 van de Raad van State, gegeven op 6 Gelet op het advies 41.676/3 van de Raad van State, gegeven op 6
december 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van december 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van
de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de gecoördineerde wetten op de Raad van State,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder de

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder de

Erkenningscommissie : de erkenningscommissie van de Nationale Raad Erkenningscommissie : de erkenningscommissie van de Nationale Raad
voor Verpleegkunde, zoals omschreven in artikel 21septiesdecies, § 1, voor Verpleegkunde, zoals omschreven in artikel 21septiesdecies, § 1,
tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967
betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, ingevoegd betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, ingevoegd
bij de wet van 10 augustus 2001. bij de wet van 10 augustus 2001.
HOOFDSTUK II. - Criteria voor het verkrijgen van de erkenning HOOFDSTUK II. - Criteria voor het verkrijgen van de erkenning
als verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie als verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie

Art. 2.Wie erkend wenst te worden om zich op de bijzondere

Art. 2.Wie erkend wenst te worden om zich op de bijzondere

beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere
deskundigheid in geriatrie te kunnen beroepen : deskundigheid in geriatrie te kunnen beroepen :
- is houder van het diploma, de graad of de titel van gebrevetteerde - is houder van het diploma, de graad of de titel van gebrevetteerde
of gegradueerde verpleegkundige, of van Bachelor in de verpleegkunde, of gegradueerde verpleegkundige, of van Bachelor in de verpleegkunde,
en en
- heeft met vrucht een bijkomende opleiding in de geriatrie gevolgd - heeft met vrucht een bijkomende opleiding in de geriatrie gevolgd
die beantwoordt aan de vereisten vermeld in artikel 3. die beantwoordt aan de vereisten vermeld in artikel 3.

Art. 3.De in artikel 2 bedoelde bijkomende opleiding omvat een

Art. 3.De in artikel 2 bedoelde bijkomende opleiding omvat een

theoretisch gedeelte van minstens 150 effectieve uren, in de drie theoretisch gedeelte van minstens 150 effectieve uren, in de drie
onderstaande domeinen : onderstaande domeinen :
1° Verpleegkundige wetenschappen : 1° Verpleegkundige wetenschappen :
? Verpleegkundige zorg op maat van de oudere : principes en oefeningen ? Verpleegkundige zorg op maat van de oudere : principes en oefeningen
: :
- somatische, psychische, functionele en sociale aspecten van - somatische, psychische, functionele en sociale aspecten van
geriatrische verpleegkundige zorg; geriatrische verpleegkundige zorg;
- preventie en readaptatie, revalidatie; - preventie en readaptatie, revalidatie;
- tiltechniek en ergonomie. - tiltechniek en ergonomie.
? Deontologie en ethiek. ? Deontologie en ethiek.
? Methodologie van het toegepast onderzoek inzake geriatrie. ? Methodologie van het toegepast onderzoek inzake geriatrie.
? Stervensbegeleiding en palliatieve zorg. ? Stervensbegeleiding en palliatieve zorg.
? Organisatie en beheer van gespecialiseerde diensten. ? Organisatie en beheer van gespecialiseerde diensten.
? Apparatuur en materiaal gebruikt in de geriatrie (manipulatie van ? Apparatuur en materiaal gebruikt in de geriatrie (manipulatie van
protheses, ortheses en vervangmateriaal). protheses, ortheses en vervangmateriaal).
? Gezondheidsopvoeding en -voorlichting. ? Gezondheidsopvoeding en -voorlichting.
2° Biomedische wetenschappen : 2° Biomedische wetenschappen :
? Anatomo-fysiologie van het ouder worden. ? Anatomo-fysiologie van het ouder worden.
? Geriatrische psychopathologie. ? Geriatrische psychopathologie.
? Pathologie en geriatrische therapie. ? Pathologie en geriatrische therapie.
? Farmacologie. ? Farmacologie.
? Voeding en dieetleer. ? Voeding en dieetleer.
3° Sociale en menswetenschappen : 3° Sociale en menswetenschappen :
? Gerontologie. ? Gerontologie.
? Specifieke wet- en regelgeving. ? Specifieke wet- en regelgeving.
? Gezondheidsbeleid in de ouderenzorg. ? Gezondheidsbeleid in de ouderenzorg.
? Communicatie met en de relatie tussen zorgverlener en patiënt. ? Communicatie met en de relatie tussen zorgverlener en patiënt.
HOOFDSTUK III. - Voorwaarden om de bijzondere beroepsbekwaamheid van HOOFDSTUK III. - Voorwaarden om de bijzondere beroepsbekwaamheid van
verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in geriatrie te verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in geriatrie te
behouden behouden

Art. 4.De bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een

Art. 4.De bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een

bijzondere deskundigheid in geriatrie wordt toegekend voor onbepaalde bijzondere deskundigheid in geriatrie wordt toegekend voor onbepaalde
duur, maar het behoud ervan is aan voorwaarden onderworpen : duur, maar het behoud ervan is aan voorwaarden onderworpen :
1° De verpleegkundige volgt een permanente vorming met betrekking tot 1° De verpleegkundige volgt een permanente vorming met betrekking tot
geriatrische zorg teneinde de verpleegkundige zorg te kunnen geriatrische zorg teneinde de verpleegkundige zorg te kunnen
verstrekken overeenkomstig de huidige evolutie van de verpleegkundige verstrekken overeenkomstig de huidige evolutie van de verpleegkundige
wetenschap en aldus zijn kennis en bekwaamheid te onderhouden en te wetenschap en aldus zijn kennis en bekwaamheid te onderhouden en te
ontwikkelen in de drie domeinen bedoeld in artikel 3. ontwikkelen in de drie domeinen bedoeld in artikel 3.
Deze permanente vorming omvat minstens 60 effectieve uren per periode Deze permanente vorming omvat minstens 60 effectieve uren per periode
van 4 jaar. van 4 jaar.
2° De verpleegkundige heeft gedurende de afgelopen vier jaar minimum 2° De verpleegkundige heeft gedurende de afgelopen vier jaar minimum
1500 effectieve uren zijn functie uitgeoefend in een erkende 1500 effectieve uren zijn functie uitgeoefend in een erkende
geriatrische dienst en/of in een zorgdomein al dan niet specifiek geriatrische dienst en/of in een zorgdomein al dan niet specifiek
gericht tot ouderen. gericht tot ouderen.

Art. 5.De documenten die aantonen dat de permanente vorming is

Art. 5.De documenten die aantonen dat de permanente vorming is

gevolgd en dat de verpleegkunde binnen een erkende geriatrische dienst gevolgd en dat de verpleegkunde binnen een erkende geriatrische dienst
en/of in een zorgdomein al dan niet specifiek gericht tot ouderen, is en/of in een zorgdomein al dan niet specifiek gericht tot ouderen, is
uitgeoefend, worden gedurende 4 jaar door de houder van de bijzondere uitgeoefend, worden gedurende 4 jaar door de houder van de bijzondere
beroepsbekwaamheid met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie beroepsbekwaamheid met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie
bewaard. Deze elementen kunnen te allen tijde worden meegedeeld op bewaard. Deze elementen kunnen te allen tijde worden meegedeeld op
verzoek van de Erkenningscommissie of de persoon die met de controle verzoek van de Erkenningscommissie of de persoon die met de controle
van het dossier van de betrokken verpleegkundige is belast. van het dossier van de betrokken verpleegkundige is belast.
HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden
om de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige om de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige
met een bijzondere deskundigheid in geriatrie opnieuw te verkrijgen met een bijzondere deskundigheid in geriatrie opnieuw te verkrijgen

Art. 6.Als sanctie om de bekwaamheid opnieuw te verkrijgen, wordt 20

Art. 6.Als sanctie om de bekwaamheid opnieuw te verkrijgen, wordt 20

procent van het door de Minister gevraagde aantal uren gevolgd bovenop procent van het door de Minister gevraagde aantal uren gevolgd bovenop
de door de Minister opgelegde uren permanente vorming per bijzondere de door de Minister opgelegde uren permanente vorming per bijzondere
beroepsbekwaamheid. beroepsbekwaamheid.
HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen

Art. 7.In afwijking van artikel 2 kan de gebrevetteerde,

Art. 7.In afwijking van artikel 2 kan de gebrevetteerde,

gediplomeerde of gegradueerde verpleegkundige of van Bachelor in de gediplomeerde of gegradueerde verpleegkundige of van Bachelor in de
verpleegkundige zorgen erkend worden om zich op de bijzondere verpleegkundige zorgen erkend worden om zich op de bijzondere
beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere
deskundigheid in de geriatrie te beroepen, op voorwaarde dat hij deskundigheid in de geriatrie te beroepen, op voorwaarde dat hij
beantwoordt aan volgende voorwaarden : beantwoordt aan volgende voorwaarden :
- op 30 september 2010 de functie van verpleegkundige gedurende - op 30 september 2010 de functie van verpleegkundige gedurende
minstens twee jaar voltijds equivalent uitgeoefend hebben, in een minstens twee jaar voltijds equivalent uitgeoefend hebben, in een
erkende geriatrische dienst (kenletter G) in een dagziekenhuis voor de erkende geriatrische dienst (kenletter G) in een dagziekenhuis voor de
geriatrische patiënt of in een erkende dienst met kenletter Sp voor geriatrische patiënt of in een erkende dienst met kenletter Sp voor
psychogeriatrische aandoeningen; psychogeriatrische aandoeningen;
- het bewijs leveren dat hij met vrucht een bijkomende opleiding - het bewijs leveren dat hij met vrucht een bijkomende opleiding
gevolgd heeft van minimum 50 effectieve uren in de drie domeinen van gevolgd heeft van minimum 50 effectieve uren in de drie domeinen van
de ouderenzorg die in artikel 3 opgenomen worden, ten laatste op 30 de ouderenzorg die in artikel 3 opgenomen worden, ten laatste op 30
september 2010; september 2010;
- ten laatste op 31 december 2010, zijn schriftelijke aanvraag bij de - ten laatste op 31 december 2010, zijn schriftelijke aanvraag bij de
Erkenningscommissie ingediend hebben om van de overgangsmaatregelen te Erkenningscommissie ingediend hebben om van de overgangsmaatregelen te
genieten. genieten.
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 8.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de vierde

Art. 8.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de vierde

maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Brussel, 19 april 2007. Brussel, 19 april 2007.
R. DEMOTTE R. DEMOTTE
^