Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 3 van het ministerieel besluit van 18 november 2003 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het Vlaamse Gewest | Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 3 van het ministerieel besluit van 18 november 2003 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het Vlaamse Gewest |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
18 NOVEMBER 2003. - Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 3 | 18 NOVEMBER 2003. - Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 3 |
van het ministerieel besluit van 18 november 2003 tot uitvoering van | van het ministerieel besluit van 18 november 2003 tot uitvoering van |
het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot toekenning | het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot toekenning |
van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen | van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen |
in het Vlaamse Gewest | in het Vlaamse Gewest |
De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands beleid en E-government, | De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands beleid en E-government, |
Gelet op het decreet van 31 januari 2003 betreffende het economisch | Gelet op het decreet van 31 januari 2003 betreffende het economisch |
ondersteuningsbeleid, inzonderheid op hoofdstuk I, II, XII tot en met | ondersteuningsbeleid, inzonderheid op hoofdstuk I, II, XII tot en met |
XIV, XVI en XVII; | XIV, XVI en XVII; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 10 juni 2003 tot | Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 10 juni 2003 tot |
bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, | bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, |
gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 29 augustus 2003 | gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 29 augustus 2003 |
en 24 oktober 2003; | en 24 oktober 2003; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot | Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot |
toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor | toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor |
investeringen in het Vlaamse Gewest; | investeringen in het Vlaamse Gewest; |
Gelet op het ministerieel besluit van 18 november 2003 tot uitvoering | Gelet op het ministerieel besluit van 18 november 2003 tot uitvoering |
van het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot | van het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot |
toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor | toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor |
investeringen in het Vlaamse Gewest; | investeringen in het Vlaamse Gewest; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 17 november 2003; | begroting, gegeven op 17 november 2003; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat overeenkomstig de beslissing van 7 februari 2001 van | Overwegende dat overeenkomstig de beslissing van 7 februari 2001 van |
de Europese Commissie met betrekking tot de steunmaatregelen aan | de Europese Commissie met betrekking tot de steunmaatregelen aan |
middelgrote en grote ondernemingen in de regionale steungebieden (N | middelgrote en grote ondernemingen in de regionale steungebieden (N |
715/2000) er uiterlijk tot 31 december 2003 regionale steun op basis | 715/2000) er uiterlijk tot 31 december 2003 regionale steun op basis |
van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie | van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie |
aan deze ondernemingen verleend mag worden; | aan deze ondernemingen verleend mag worden; |
Overwegende dat overeenkomstig de beslissing van 20 juni 2001 van de | Overwegende dat overeenkomstig de beslissing van 20 juni 2001 van de |
Europese Commissie de horizontale bepalingen van de wet van 30 | Europese Commissie de horizontale bepalingen van de wet van 30 |
december 1970 betreffende de economische expansie uiterlijk op 31 | december 1970 betreffende de economische expansie uiterlijk op 31 |
december 2003 ingetrokken moeten worden (E1/2001); | december 2003 ingetrokken moeten worden (E1/2001); |
Overwegende dat de huidige economische conjunctuur dringende | Overwegende dat de huidige economische conjunctuur dringende |
maatregelen vereist om de economische expansie te bevorderen, | maatregelen vereist om de economische expansie te bevorderen, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Ter uitvoering van artikel 3 van het ministerieel besluit |
Artikel 1.Ter uitvoering van artikel 3 van het ministerieel besluit |
van 18 november 2003 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse | van 18 november 2003 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse |
regering van 10 oktober 2003 tot toekenning van steun aan kleine en | regering van 10 oktober 2003 tot toekenning van steun aan kleine en |
middelgrote ondernemingen voor investeringen in het Vlaamse Gewest | middelgrote ondernemingen voor investeringen in het Vlaamse Gewest |
bevat dit besluit de oproep tot indiening van de subsidieaanvragen | bevat dit besluit de oproep tot indiening van de subsidieaanvragen |
door kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het | door kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het |
Vlaamse Gewest en de vereiste gegevens. | Vlaamse Gewest en de vereiste gegevens. |
Art. 2.De periode voor de indiening van de subsidieaanvragen gaat in |
Art. 2.De periode voor de indiening van de subsidieaanvragen gaat in |
op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit en eindigt op 31 | op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit en eindigt op 31 |
maart 2004. Begin- en einddatum zijn in deze periode inbegrepen. | maart 2004. Begin- en einddatum zijn in deze periode inbegrepen. |
Art. 3.§ 1. Voor de beoordeling van de oproep zijn de volgende |
Art. 3.§ 1. Voor de beoordeling van de oproep zijn de volgende |
criteria van toepassing : | criteria van toepassing : |
1° beleidscriteria : | 1° beleidscriteria : |
a) verhouding van het gevraagde subsidiepercentage ten opzichte van | a) verhouding van het gevraagde subsidiepercentage ten opzichte van |
het maximaal toegelaten subsidiepercentage; | het maximaal toegelaten subsidiepercentage; |
b) duurzaam ondernemen. Dit criterium wordt beoordeeld op basis van | b) duurzaam ondernemen. Dit criterium wordt beoordeeld op basis van |
het bezit van een van de volgende duurzaamheidscertificaten : | het bezit van een van de volgende duurzaamheidscertificaten : |
1) SA 8000; | 1) SA 8000; |
2) EMAS; | 2) EMAS; |
3) SO 14001; | 3) SO 14001; |
a) gebruik van de informatie- en communicatietechnologie. Dit | a) gebruik van de informatie- en communicatietechnologie. Dit |
criterium wordt beoordeeld op basis van het beschikken over een | criterium wordt beoordeeld op basis van het beschikken over een |
actieve website; | actieve website; |
b) leeftijd van de onderneming. Dit criterium is enkel van toepassing | b) leeftijd van de onderneming. Dit criterium is enkel van toepassing |
op startende ondernemingen als bedoeld in artikel 1, 6°, van het | op startende ondernemingen als bedoeld in artikel 1, 6°, van het |
besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot toekenning van | besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot toekenning van |
steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen in | steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen in |
het Vlaamse Gewest; | het Vlaamse Gewest; |
c) tewerkstelling. Dit criterium wordt beoordeeld door de | c) tewerkstelling. Dit criterium wordt beoordeeld door de |
tewerkstellingsevolutie te vergelijken tussen twee periodes; | tewerkstellingsevolutie te vergelijken tussen twee periodes; |
2° bedrijfseconomische criteria : | 2° bedrijfseconomische criteria : |
a) percentage van de autofinanciering ten opzichte van het bedrag van | a) percentage van de autofinanciering ten opzichte van het bedrag van |
de in aanmerking komende investeringen; | de in aanmerking komende investeringen; |
b) economische leefbaarheid van de onderneming. Dit criterium wordt | b) economische leefbaarheid van de onderneming. Dit criterium wordt |
beoordeeld op basis van de volgende economische | beoordeeld op basis van de volgende economische |
performantie-indicatoren : | performantie-indicatoren : |
1) de bruto toegevoegde waarde ten opzichte van de tewerkstelling; | 1) de bruto toegevoegde waarde ten opzichte van de tewerkstelling; |
2) de cashflowgeneratie voor belastingen ten opzichte van de totale | 2) de cashflowgeneratie voor belastingen ten opzichte van de totale |
activa; | activa; |
3) de loonkosten ten opzichte van de bruto toegevoegde waarde. | 3) de loonkosten ten opzichte van de bruto toegevoegde waarde. |
§ 2. De criteria, bedoeld in § 1, en de li-waarde, bedoeld in artikel | § 2. De criteria, bedoeld in § 1, en de li-waarde, bedoeld in artikel |
18, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 | 18, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 |
tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen in | tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen in |
het Vlaamse Gewest, worden verder toegelicht in de bijlage. | het Vlaamse Gewest, worden verder toegelicht in de bijlage. |
Art. 4.Het gewicht van de criteria, bedoeld in artikel 3, wordt |
Art. 4.Het gewicht van de criteria, bedoeld in artikel 3, wordt |
bepaald door de wegingscoëfficiënt, bedoeld in artikel 11 van het | bepaald door de wegingscoëfficiënt, bedoeld in artikel 11 van het |
ministerieel besluit van 18 november 2003 tot uitvoering van het | ministerieel besluit van 18 november 2003 tot uitvoering van het |
besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot toekenning van | besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot toekenning van |
steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen in | steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen in |
het Vlaamse Gewest. De wegingscoëfficiënten voor elk van deze criteria | het Vlaamse Gewest. De wegingscoëfficiënten voor elk van deze criteria |
bedragen : | bedragen : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Art. 5.De subsidie-enveloppe is voor deze oproep vastgesteld op |
Art. 5.De subsidie-enveloppe is voor deze oproep vastgesteld op |
30.000.000 euro. | 30.000.000 euro. |
Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 18 november 2003. |
Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 18 november 2003. |
Brussel, 18 november 2003. | Brussel, 18 november 2003. |
P. CEYSENS | P. CEYSENS |
Bijlage : toelichting bij de beoordelingscriteria, genoemd in artikel | Bijlage : toelichting bij de beoordelingscriteria, genoemd in artikel |
3 | 3 |
Artikel 18 van het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 | Artikel 18 van het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 |
tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor | tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor |
investeringen in het Vlaamse Gewest bepaalt dat de aanvragen | investeringen in het Vlaamse Gewest bepaalt dat de aanvragen |
individueel getoetst worden aan een aantal criteria. De waarden van | individueel getoetst worden aan een aantal criteria. De waarden van |
deze criteria worden genormaliseerd aan de hand van de volgende | deze criteria worden genormaliseerd aan de hand van de volgende |
formule : | formule : |
Ln = (Li - M)/D waarbij : | Ln = (Li - M)/D waarbij : |
Ln = genormaliseerde waarde van een criterium; | Ln = genormaliseerde waarde van een criterium; |
Li = te normaliseren waarde van een criterium; | Li = te normaliseren waarde van een criterium; |
Voor de raadpleging van de formule, zie beeld | Voor de raadpleging van de formule, zie beeld |
N = aantal waarden van de groep; | N = aantal waarden van de groep; |
Voor de raadpleging van de formule, zie beeld | Voor de raadpleging van de formule, zie beeld |
Aan het verkregen resultaat per criterium wordt een gewicht toegekend | Aan het verkregen resultaat per criterium wordt een gewicht toegekend |
door middel van een wegingscoëfficiënt. De optelling van de | door middel van een wegingscoëfficiënt. De optelling van de |
genormaliseerde gewogen resultaten van de criteria levert de | genormaliseerde gewogen resultaten van de criteria levert de |
totaalscore op. | totaalscore op. |
Beleidscriteria | Beleidscriteria |
1. Verhouding van het gevraagde subsidiepercentage ten opzichte van | 1. Verhouding van het gevraagde subsidiepercentage ten opzichte van |
het maximaal toegelaten subsidiepercentage | het maximaal toegelaten subsidiepercentage |
Het maximaal toegelaten subsidiepercentage varieert naar gelang van de | Het maximaal toegelaten subsidiepercentage varieert naar gelang van de |
grootte van de onderneming en de betreffende steunzone. | grootte van de onderneming en de betreffende steunzone. |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Li-waarde | Li-waarde |
1° Er is slechts één investeringsplaats. | 1° Er is slechts één investeringsplaats. |
De li-waarde is gelijk aan : 1 - (de verhouding van het door de | De li-waarde is gelijk aan : 1 - (de verhouding van het door de |
onderneming gevraagde subsidiepercentage tot het maximaal toegelaten | onderneming gevraagde subsidiepercentage tot het maximaal toegelaten |
subsidiepercentage). | subsidiepercentage). |
2° Er zijn meerdere investeringsplaatsen. | 2° Er zijn meerdere investeringsplaatsen. |
De investeringsbedragen worden per steunzone samengeteld en de | De investeringsbedragen worden per steunzone samengeteld en de |
onderneming geeft aan welk subsidiepercentage ze per steunzone | onderneming geeft aan welk subsidiepercentage ze per steunzone |
aanvraagt. | aanvraagt. |
De li-waarde wordt voor elke steunzone berekend : 1 - (de verhouding | De li-waarde wordt voor elke steunzone berekend : 1 - (de verhouding |
van het door de onderneming gevraagde subsidiepercentage tot het | van het door de onderneming gevraagde subsidiepercentage tot het |
maximaal toegelaten subsidiepercentage in de betreffende steunzone). | maximaal toegelaten subsidiepercentage in de betreffende steunzone). |
De verkregen li-waarde per steunzone wordt vermenigvuldigd met de | De verkregen li-waarde per steunzone wordt vermenigvuldigd met de |
verhouding van het investeringsbedrag in de desbetreffende steunzone | verhouding van het investeringsbedrag in de desbetreffende steunzone |
tot het totale investeringsbedrag voor alle steunzones samen. Na | tot het totale investeringsbedrag voor alle steunzones samen. Na |
optelling van de li-waarden per steunzone verkrijgt men de li-waarde | optelling van de li-waarden per steunzone verkrijgt men de li-waarde |
voor dit criterium. | voor dit criterium. |
2. Duurzaam ondernemen | 2. Duurzaam ondernemen |
1° SA 8000 | 1° SA 8000 |
SA 8000 staat voor Social Accountability 8000. Het is de | SA 8000 staat voor Social Accountability 8000. Het is de |
internationale standaard die ethische zaken bij de productie van | internationale standaard die ethische zaken bij de productie van |
goederen en diensten veilig stelt. Het model stelt een reeks | goederen en diensten veilig stelt. Het model stelt een reeks |
basiseisen met betrekking tot kinderarbeid, dwangarbeid, pesten, | basiseisen met betrekking tot kinderarbeid, dwangarbeid, pesten, |
gezondheid, veiligheid, vakbondsrechten, niet-discriminatie, werkuren, | gezondheid, veiligheid, vakbondsrechten, niet-discriminatie, werkuren, |
loon en communicatie. De in België erkende certificeringsinstelling | loon en communicatie. De in België erkende certificeringsinstelling |
SGS zorgt voor de controle op de naleving van die normen. | SGS zorgt voor de controle op de naleving van die normen. |
Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de website van de | Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de website van de |
Council on Economic Priorities Accreditation Agency : | Council on Economic Priorities Accreditation Agency : |
http://www.cepaa.org/SA8000/SA8000.htm. | http://www.cepaa.org/SA8000/SA8000.htm. |
2° EMAS (Communautair Milieubeheer- en Milieuauditsysteem) | 2° EMAS (Communautair Milieubeheer- en Milieuauditsysteem) |
EMAS beoogt de bevordering van een gestage verbetering van de | EMAS beoogt de bevordering van een gestage verbetering van de |
milieuprestaties van alle Europese organisaties en van de informatie | milieuprestaties van alle Europese organisaties en van de informatie |
van het publiek en alle belanghebbenden. De reglementaire basis | van het publiek en alle belanghebbenden. De reglementaire basis |
hiervoor is Verordening (EG) nr. 761/2001 van het Europees Parlement | hiervoor is Verordening (EG) nr. 761/2001 van het Europees Parlement |
en de Raad van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van | en de Raad van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van |
organisaties aan een Communautair Milieubeheer- en Milieuauditsysteem | organisaties aan een Communautair Milieubeheer- en Milieuauditsysteem |
(EMAS) (Publicatieblad L 114, 24.04.2001). | (EMAS) (Publicatieblad L 114, 24.04.2001). |
Voor meer uitleg hierover wordt verwezen naar de websites van de | Voor meer uitleg hierover wordt verwezen naar de websites van de |
Europese Unie : | Europese Unie : |
http://europa.eu.int/scadplus/leg/nl/lvb/l28022.htm | http://europa.eu.int/scadplus/leg/nl/lvb/l28022.htm |
http://europa.eu.int/business/nl/topics/environment/emas.html. | http://europa.eu.int/business/nl/topics/environment/emas.html. |
3° ISO14001 | 3° ISO14001 |
ISO14001 is een Environmental Management System dat de minimumeisen | ISO14001 is een Environmental Management System dat de minimumeisen |
beschrijft voor een milieuzorgsysteem. Het legt twee eisen voor | beschrijft voor een milieuzorgsysteem. Het legt twee eisen voor |
milieuprestaties op, enerzijds het engagement om de vigerende | milieuprestaties op, enerzijds het engagement om de vigerende |
wetgeving na te leven en anderzijds het engagement tot continue | wetgeving na te leven en anderzijds het engagement tot continue |
verbetering. Voor meer uitleg hierover wordt verwezen naar de website | verbetering. Voor meer uitleg hierover wordt verwezen naar de website |
van de International Organisation for Standardizationen van het | van de International Organisation for Standardizationen van het |
Belgisch Instituut voor Normalisatie : | Belgisch Instituut voor Normalisatie : |
http://www.iso.ch/iso/en/ISOOnline.openerpage | http://www.iso.ch/iso/en/ISOOnline.openerpage |
http://www.bin.be/NL/index.htm. | http://www.bin.be/NL/index.htm. |
Li-waarde | Li-waarde |
Als de onderneming over een duurzaamheidscertificaat (ISO14001, EMAS, | Als de onderneming over een duurzaamheidscertificaat (ISO14001, EMAS, |
SA8000) beschikt dat geldig is op de indieningsdatum van de | SA8000) beschikt dat geldig is op de indieningsdatum van de |
subsidieaanvraag, wordt een li-waarde 1 toegekend. Anders is de | subsidieaanvraag, wordt een li-waarde 1 toegekend. Anders is de |
li-waarde gelijk aan 0. | li-waarde gelijk aan 0. |
3. Gebruik van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) | 3. Gebruik van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) |
Li-waarde | Li-waarde |
Een onderneming met een URL (= website) verkrijgt een li-waarde van 1. | Een onderneming met een URL (= website) verkrijgt een li-waarde van 1. |
Als er geen URL is, is de li-waarde gelijk aan 0. | Als er geen URL is, is de li-waarde gelijk aan 0. |
4. Leeftijd van de onderneming | 4. Leeftijd van de onderneming |
Alleen ondernemingen die op het moment van indieningsdatum van de | Alleen ondernemingen die op het moment van indieningsdatum van de |
aanvraag maximaal vijf jaar oud zijn, scoren op dit criterium. | aanvraag maximaal vijf jaar oud zijn, scoren op dit criterium. |
De leeftijd van een onderneming, uitgedrukt in dagen, is het verschil | De leeftijd van een onderneming, uitgedrukt in dagen, is het verschil |
tussen de indieningsdatum van de aanvraag en de startdatum van de | tussen de indieningsdatum van de aanvraag en de startdatum van de |
onderneming. | onderneming. |
Li-waarde | Li-waarde |
De li-waarde is gelijk aan 1 - (de leeftijd van de onderneming gedeeld | De li-waarde is gelijk aan 1 - (de leeftijd van de onderneming gedeeld |
door 1828 dagen). | door 1828 dagen). |
5. Tewerkstelling | 5. Tewerkstelling |
Bij de analyse van de tewerkstellingsevolutie wordt de tewerkstelling | Bij de analyse van de tewerkstellingsevolutie wordt de tewerkstelling |
in de onderneming één jaar voor de indieningsdatum (A-1) vergeleken | in de onderneming één jaar voor de indieningsdatum (A-1) vergeleken |
met die drie jaar vóór de indieningsdatum (A-3). | met die drie jaar vóór de indieningsdatum (A-3). |
1° A-1 = de laatste vier kwartalen voor de indieningsdatum die | 1° A-1 = de laatste vier kwartalen voor de indieningsdatum die |
beschikbaar zijn en die door de R.S.Z. aangeleverd kunnen worden. | beschikbaar zijn en die door de R.S.Z. aangeleverd kunnen worden. |
2° A-3 = de oudste vier kwartalen van de twee jaar voorafgaand aan de | 2° A-3 = de oudste vier kwartalen van de twee jaar voorafgaand aan de |
periode (A-1). | periode (A-1). |
Li-waarde | Li-waarde |
Er wordt rekening gehouden met zowel de absolute als de relatieve | Er wordt rekening gehouden met zowel de absolute als de relatieve |
tewerkstellingsevolutie en voor beide wordt een li-waarde berekend. | tewerkstellingsevolutie en voor beide wordt een li-waarde berekend. |
De li-waarde van de absolute aangroei is het verschil tussen (A-1) en | De li-waarde van de absolute aangroei is het verschil tussen (A-1) en |
(A-3). | (A-3). |
De li-waarde van de relatieve aangroei is het quotiënt van | De li-waarde van de relatieve aangroei is het quotiënt van |
(A-1) en (A-3). | (A-1) en (A-3). |
Bedrijfseconomische criteria | Bedrijfseconomische criteria |
1 Percentage van de autofinanciering ten opzichte van het bedrag van | 1 Percentage van de autofinanciering ten opzichte van het bedrag van |
de in aanmerking komende investeringen | de in aanmerking komende investeringen |
De ondernemingen moeten bij de indiening van een dossier vermelden | De ondernemingen moeten bij de indiening van een dossier vermelden |
hoeveel eigen middelen aangewend zullen worden voor de financiering | hoeveel eigen middelen aangewend zullen worden voor de financiering |
van het geplande investeringsprogramma. Na de realisatie van de | van het geplande investeringsprogramma. Na de realisatie van de |
investeringen en de financiering ervan, zal bij de controle, | investeringen en de financiering ervan, zal bij de controle, |
voorafgaand aan de uitbetaling van het saldo van de subsidie, deze | voorafgaand aan de uitbetaling van het saldo van de subsidie, deze |
geraamde financieringswijze aan de werkelijkheid getoetst worden. | geraamde financieringswijze aan de werkelijkheid getoetst worden. |
De hiernavolgende definitie van eigen middelen is hanteerbaar voor | De hiernavolgende definitie van eigen middelen is hanteerbaar voor |
alle ondernemingen, zowel voor die welk een jaarrekening moeten | alle ondernemingen, zowel voor die welk een jaarrekening moeten |
hebben, als voor die welk een vereenvoudigde boekhouding moeten | hebben, als voor die welk een vereenvoudigde boekhouding moeten |
bijhouden. | bijhouden. |
De volgende elementen worden als eigen middelen aanvaard, met | De volgende elementen worden als eigen middelen aanvaard, met |
uitzondering van alle andere mogelijke bronnen van autofinanciering : | uitzondering van alle andere mogelijke bronnen van autofinanciering : |
Inbreng van nieuw kapitaal : | Inbreng van nieuw kapitaal : |
1° verhoging van maatschappelijk kapitaal (bron : code 10 van de | 1° verhoging van maatschappelijk kapitaal (bron : code 10 van de |
balans); | balans); |
2° verhoging van de uitgiftepremies (bron : code 11 van de balans); | 2° verhoging van de uitgiftepremies (bron : code 11 van de balans); |
3° inbreng van nieuwe eigen middelen in eenmanszaken door verkoop van | 3° inbreng van nieuwe eigen middelen in eenmanszaken door verkoop van |
activa (gronden, gebouwen, aandelen enzovoort) of opneming van | activa (gronden, gebouwen, aandelen enzovoort) of opneming van |
spaarrekeningen die al bestonden voor de start van de investeringen | spaarrekeningen die al bestonden voor de start van de investeringen |
(bron : verkoopsakten, facturen, andere bewijsmiddelen van de | (bron : verkoopsakten, facturen, andere bewijsmiddelen van de |
verkoop). | verkoop). |
Cashflow | Cashflow |
De cashflow wordt als volgt berekend : de som van de cashflow | De cashflow wordt als volgt berekend : de som van de cashflow |
(afschrijvingen + winst of - verlies voor belastingen) van de | (afschrijvingen + winst of - verlies voor belastingen) van de |
boekjaren waarin de investeringen worden gerealiseerd. | boekjaren waarin de investeringen worden gerealiseerd. |
Bronnen : | Bronnen : |
1° afschrijvingen : code 630 van de jaarrekening of het bedrag van de | 1° afschrijvingen : code 630 van de jaarrekening of het bedrag van de |
afschrijvingen, vermeld in de resultatenrekening bij de | afschrijvingen, vermeld in de resultatenrekening bij de |
belastingaangifte van niet-jaarrekeningplichtige ondernemingen; | belastingaangifte van niet-jaarrekeningplichtige ondernemingen; |
2° winst van het boekjaar voor belastingen : code 70/66 van de | 2° winst van het boekjaar voor belastingen : code 70/66 van de |
jaarrekening of de winst, vermeld in de resultatenrekening bij de | jaarrekening of de winst, vermeld in de resultatenrekening bij de |
belastingaangifte van niet-jaarrekeningplichtige ondernemingen; | belastingaangifte van niet-jaarrekeningplichtige ondernemingen; |
3° verlies van het boekjaar voor belastingen : code 66/70 van de | 3° verlies van het boekjaar voor belastingen : code 66/70 van de |
jaarrekening of het verlies, vermeld in de resultatenrekening bij de | jaarrekening of het verlies, vermeld in de resultatenrekening bij de |
belastingaangifte van niet-jaarrekeningplichtige ondernemingen. | belastingaangifte van niet-jaarrekeningplichtige ondernemingen. |
Li-waarde | Li-waarde |
De li-waarde is gelijk aan het quotiënt van de investeringen, | De li-waarde is gelijk aan het quotiënt van de investeringen, |
gefinancierd met eigen middelen en het totaal aanvaarde | gefinancierd met eigen middelen en het totaal aanvaarde |
investeringsbedrag. | investeringsbedrag. |
2 Economische leefbaarheid van de onderneming | 2 Economische leefbaarheid van de onderneming |
De economische leefbaarheid van de onderneming wordt beoordeeld aan de | De economische leefbaarheid van de onderneming wordt beoordeeld aan de |
hand van de bruto toegevoegde waarde ten opzichte van de | hand van de bruto toegevoegde waarde ten opzichte van de |
tewerkstelling, van de cashflowgeneratie voor belastingen ten opzichte | tewerkstelling, van de cashflowgeneratie voor belastingen ten opzichte |
van de totale activa en van de loonkosten ten opzichte van de bruto | van de totale activa en van de loonkosten ten opzichte van de bruto |
toegevoegde waarde. | toegevoegde waarde. |
Voor ondernemingen waarvan de gegevens beschikbaar zijn in de | Voor ondernemingen waarvan de gegevens beschikbaar zijn in de |
referentiedatabank worden deze boekhoudkundige gegevens gehaald uit de | referentiedatabank worden deze boekhoudkundige gegevens gehaald uit de |
laatst beschikbare jaarrekening die aanwezig is in de | laatst beschikbare jaarrekening die aanwezig is in de |
referentiedatabank. | referentiedatabank. |
Recentelijk opgerichte ondernemingen die reeds over een afgesloten | Recentelijk opgerichte ondernemingen die reeds over een afgesloten |
jaarrekening beschikken, maar waarvan de gegevens nog niet beschikbaar | jaarrekening beschikken, maar waarvan de gegevens nog niet beschikbaar |
zijn in de referentiedatabank, gebruiken de gegevens uit deze | zijn in de referentiedatabank, gebruiken de gegevens uit deze |
jaarrekening om de aanvraag in te vullen. | jaarrekening om de aanvraag in te vullen. |
Ondernemingen die niet-jaarrekeningplichtig zijn, gebruiken de | Ondernemingen die niet-jaarrekeningplichtig zijn, gebruiken de |
gegevens uit hun laatst afgesloten resultatenrekening (cf. de bijlage | gegevens uit hun laatst afgesloten resultatenrekening (cf. de bijlage |
bij de fiscale aangifte). | bij de fiscale aangifte). |
Recentelijk opgerichte ondernemingen die nog niet over een afgesloten | Recentelijk opgerichte ondernemingen die nog niet over een afgesloten |
jaarrekening of resultatenrekening beschikken, gebruiken de gegevens, | jaarrekening of resultatenrekening beschikken, gebruiken de gegevens, |
vermeld in het Businessplan van het eerste werkingsjaar. | vermeld in het Businessplan van het eerste werkingsjaar. |
De bruto toegevoegde waarde (BrTW) wordt op de volgende wijze berekend | De bruto toegevoegde waarde (BrTW) wordt op de volgende wijze berekend |
: | : |
1° Voor ondernemingen met een volledige jaarrekening : | 1° Voor ondernemingen met een volledige jaarrekening : |
BrTW = bedrijfsopbrengsten (70/74) - bedrijfssubsidies (740) - | BrTW = bedrijfsopbrengsten (70/74) - bedrijfssubsidies (740) - |
handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (60) - diensten en diverse | handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (60) - diensten en diverse |
goederen (61). | goederen (61). |
2° Voor ondernemingen met een verkorte jaarrekening : | 2° Voor ondernemingen met een verkorte jaarrekening : |
BrTW = brutomarge (70/61) - bedrijfssubsidies. | BrTW = brutomarge (70/61) - bedrijfssubsidies. |
3° Voor investeerders zonder jaarrekening : | 3° Voor investeerders zonder jaarrekening : |
BrTW = omzet (= verkopen) + beginvoorraad - aankopen - eindvoorraad - | BrTW = omzet (= verkopen) + beginvoorraad - aankopen - eindvoorraad - |
diensten en diverse goederen - bedrijfssubsidies. | diensten en diverse goederen - bedrijfssubsidies. |
De investeerders zonder jaarrekening moeten de volgende gegevens | De investeerders zonder jaarrekening moeten de volgende gegevens |
invullen : | invullen : |
1° bedrijfsopbrengsten : omzet (= verkopen); | 1° bedrijfsopbrengsten : omzet (= verkopen); |
2° intermediair gebruik handelsgoederen en hulpstoffen : aankopen + | 2° intermediair gebruik handelsgoederen en hulpstoffen : aankopen + |
(beginvoorraad - eindvoorraad); | (beginvoorraad - eindvoorraad); |
3° diensten en diverse goederen : kosten van diensten en diverse | 3° diensten en diverse goederen : kosten van diensten en diverse |
goederen; | goederen; |
4° bedrijfssubsidies : bedrag van de verkregen subsidies; | 4° bedrijfssubsidies : bedrag van de verkregen subsidies; |
5° resultaat : winst of verlies voor belastingen; | 5° resultaat : winst of verlies voor belastingen; |
6° totale activa : nettoboekwaarde investeringen + eindvoorraad + | 6° totale activa : nettoboekwaarde investeringen + eindvoorraad + |
klantenvorderingen. | klantenvorderingen. |
Li-waarde | Li-waarde |
1° Bruto toegevoegde waarde ten opzichte van tewerkstelling | 1° Bruto toegevoegde waarde ten opzichte van tewerkstelling |
De li-waarde is gelijk aan het quotiënt van de bruto toegevoegde | De li-waarde is gelijk aan het quotiënt van de bruto toegevoegde |
waarde en het gemiddelde personeelsbestand in voltijdse equivalenten. | waarde en het gemiddelde personeelsbestand in voltijdse equivalenten. |
2° Cashflowgeneratie voor belastingen ten opzichte van totale activa | 2° Cashflowgeneratie voor belastingen ten opzichte van totale activa |
De li-waarde is gelijk aan het quotiënt van de cashflow (= winst of | De li-waarde is gelijk aan het quotiënt van de cashflow (= winst of |
verlies voor belastingen + afschrijvingen) en de totale activa. | verlies voor belastingen + afschrijvingen) en de totale activa. |
3° Loonkosten ten opzichte van bruto toegevoegde waarde | 3° Loonkosten ten opzichte van bruto toegevoegde waarde |
De li-waarde is gelijk aan 1 - (het quotiënt van de loonkosten en de | De li-waarde is gelijk aan 1 - (het quotiënt van de loonkosten en de |
bruto toegevoegde waarde). | bruto toegevoegde waarde). |
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 18 | Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 18 |
november 2003 tot uitvoering van artikel 3 van het ministerieel | november 2003 tot uitvoering van artikel 3 van het ministerieel |
besluit van 18 november 2003 tot uitvoering van het besluit van de | besluit van 18 november 2003 tot uitvoering van het besluit van de |
Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot toekenning van steun aan | Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot toekenning van steun aan |
kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het Vlaamse | kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het Vlaamse |
Gewest. | Gewest. |
Brussel, 18 november 2003. | Brussel, 18 november 2003. |
De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid en E-government, | De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid en E-government, |
P. CEYSENS | P. CEYSENS |