← Terug naar "Ministerieel besluit tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact "
Ministerieel besluit tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact | Ministerieel besluit tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
13 APRIL 2011. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de | 13 APRIL 2011. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de |
definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2009 van sectoren die | definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2009 van sectoren die |
onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van | onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van |
artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot | artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot |
invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de | invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de |
financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die | financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die |
behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren | behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren |
in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 | in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 |
betreffende het generatiepact (1) | betreffende het generatiepact (1) |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Gelet op de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, | Gelet op de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, |
inzonderheid artikel 30; | inzonderheid artikel 30; |
Gelet op het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van | Gelet op het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van |
een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het | een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het |
betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren | betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren |
die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van | die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van |
artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het | artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het |
generatiepact; | generatiepact; |
Gelet op het unaniem gezamenlijk advies van de Nationale Arbeidsraad | Gelet op het unaniem gezamenlijk advies van de Nationale Arbeidsraad |
en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, gegeven op 26 januari | en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, gegeven op 26 januari |
2011; | 2011; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 |
februari 2011; | februari 2011; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting, | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting, |
gegeven op 23 februari 2011; | gegeven op 23 februari 2011; |
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de | Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de |
omstandigheid dat voormeld ontwerp van ministerieel besluit de lijst | omstandigheid dat voormeld ontwerp van ministerieel besluit de lijst |
van sectoren vaststelt die onvoldoende opleidingsinspanningen | van sectoren vaststelt die onvoldoende opleidingsinspanningen |
realiseren voor de jaren 2008 en 2009 in uitvoering van artikel 3, § | realiseren voor de jaren 2008 en 2009 in uitvoering van artikel 3, § |
4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van | 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van |
een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het | een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het |
betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren | betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren |
die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van | die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van |
artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het | artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het |
generatiepact; | generatiepact; |
Dat op grond van voormeld artikel 30 van de generatiepactwet en van | Dat op grond van voormeld artikel 30 van de generatiepactwet en van |
voormeld koninklijk besluit, wanneer de globale opleidingsinspanningen | voormeld koninklijk besluit, wanneer de globale opleidingsinspanningen |
van alle werkgevers die ressorteren onder de wet van 5 december 1968 | van alle werkgevers die ressorteren onder de wet van 5 december 1968 |
betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire | betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire |
comités samen niet minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die | comités samen niet minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die |
ondernemingen bedragen, de werkgevers die behoren tot sectoren die | ondernemingen bedragen, de werkgevers die behoren tot sectoren die |
onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren een werkgeversbijdrage | onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren een werkgeversbijdrage |
van 0,05 % verschuldigd zijn, berekend op grond van het volledige | van 0,05 % verschuldigd zijn, berekend op grond van het volledige |
jaarloon van de werknemers of daarmee gelijkgestelden voor wie zij de | jaarloon van de werknemers of daarmee gelijkgestelden voor wie zij de |
gewone bijdrage voor betaald educatief verlof verschuldigd zijn; | gewone bijdrage voor betaald educatief verlof verschuldigd zijn; |
Dat in het technisch verslag van de Centrale Raad voor het | Dat in het technisch verslag van de Centrale Raad voor het |
Bedrijfsleven wordt vastgesteld dat voor de jaren 2008 en 2009 de | Bedrijfsleven wordt vastgesteld dat voor de jaren 2008 en 2009 de |
globale opleidingsinspanningen van alle werkgevers uit de privé-sector | globale opleidingsinspanningen van alle werkgevers uit de privé-sector |
samen niet minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die | samen niet minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die |
ondernemingen bedragen; | ondernemingen bedragen; |
Dat de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het | Dat de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het |
Bedrijfsleven, in uitvoering van artikel 3, § 3, tweede lid, van het | Bedrijfsleven, in uitvoering van artikel 3, § 3, tweede lid, van het |
voormeld koninklijk besluit van 11 oktober 2007, hun gezamenlijk | voormeld koninklijk besluit van 11 oktober 2007, hun gezamenlijk |
advies hebben gegeven op 26 januari 2011 waarin ze unaniem vastleggen | advies hebben gegeven op 26 januari 2011 waarin ze unaniem vastleggen |
welke de sectoren zijn waar geen collectieve arbeidsovereenkomst | welke de sectoren zijn waar geen collectieve arbeidsovereenkomst |
inzake bijkomende opleidingsinspanningen van kracht is die voldoet aan | inzake bijkomende opleidingsinspanningen van kracht is die voldoet aan |
de vereisten van voormeld koninklijk besluit voor respectievelijk 2008 | de vereisten van voormeld koninklijk besluit voor respectievelijk 2008 |
en 2009; | en 2009; |
Dat bijgevoegd ontwerp van ministerieel besluit de lijst van sectoren | Dat bijgevoegd ontwerp van ministerieel besluit de lijst van sectoren |
vaststelt die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren op basis | vaststelt die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren op basis |
van voornoemd advies met het oog op de overmaking ervan aan de | van voornoemd advies met het oog op de overmaking ervan aan de |
Rijksdienst voor Sociale Zekerheid; | Rijksdienst voor Sociale Zekerheid; |
Dat de opbrengst van deze bijdrage door de Rijksdienst voor Sociale | Dat de opbrengst van deze bijdrage door de Rijksdienst voor Sociale |
Zekerheid wordt doorgestort aan de Rijksdienst voor | Zekerheid wordt doorgestort aan de Rijksdienst voor |
Arbeidsvoorziening, waar deze opbrengst uitsluitend toegewezen wordt | Arbeidsvoorziening, waar deze opbrengst uitsluitend toegewezen wordt |
aan de financiering van het betaald educatief verlof; | aan de financiering van het betaald educatief verlof; |
Dat de voormelde lijsten zo spoedig mogelijk aan de Rijksdienst voor | Dat de voormelde lijsten zo spoedig mogelijk aan de Rijksdienst voor |
Sociale Zekerheid moeten worden overgemaakt, vermits deze bijkomende | Sociale Zekerheid moeten worden overgemaakt, vermits deze bijkomende |
werkgeversbijdrage dient te worden aangegeven op de kwartaalaangifte | werkgeversbijdrage dient te worden aangegeven op de kwartaalaangifte |
van het eerste kwartaal van 2011 en dient gestort te worden met de | van het eerste kwartaal van 2011 en dient gestort te worden met de |
socialezekerheidsbijdragen van dit kwartaal, conform de voorwaarden | socialezekerheidsbijdragen van dit kwartaal, conform de voorwaarden |
van voormeld koninklijk besluit; | van voormeld koninklijk besluit; |
Dat voormeld ontwerp van ministerieel besluit dringend noodzakelijk is | Dat voormeld ontwerp van ministerieel besluit dringend noodzakelijk is |
enerzijds omwille van het feit dat de rechtsbasis waarbij voormelde | enerzijds omwille van het feit dat de rechtsbasis waarbij voormelde |
lijsten worden vastgelegd en het overeenkomstige ministerieel besluit | lijsten worden vastgelegd en het overeenkomstige ministerieel besluit |
genomen moeten zijn vóór het einde van het kwartaal waarin de bijdrage | genomen moeten zijn vóór het einde van het kwartaal waarin de bijdrage |
is verschuldigd, met name vóór het einde van het eerste kwartaal van | is verschuldigd, met name vóór het einde van het eerste kwartaal van |
het jaar 2011 en dat anderzijds omwille van het feit dat de | het jaar 2011 en dat anderzijds omwille van het feit dat de |
"schuldenaars van de bijkomende werkgeversbijdrage", met name de | "schuldenaars van de bijkomende werkgeversbijdrage", met name de |
werkgevers die behoren tot de sectoren die onvoldoende | werkgevers die behoren tot de sectoren die onvoldoende |
opleidingsinspanningen voor de jaren 2008 en 2009 realiseren, zo | opleidingsinspanningen voor de jaren 2008 en 2009 realiseren, zo |
spoedig mogelijk op de hoogte moeten worden gesteld van de hen | spoedig mogelijk op de hoogte moeten worden gesteld van de hen |
opgelegde verplichting m.b.t. het betalen van de bijkomende | opgelegde verplichting m.b.t. het betalen van de bijkomende |
werkgeversbijdrage voor de jaren 2008 en 2009, | werkgeversbijdrage voor de jaren 2008 en 2009, |
Gelet op het advies nr. 49.378/1 van de Raad van State, gegeven op 15 | Gelet op het advies nr. 49.378/1 van de Raad van State, gegeven op 15 |
maart 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | maart 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Overwegende dat in het interprofessioneel akkoord 1999-2000 de sociale | Overwegende dat in het interprofessioneel akkoord 1999-2000 de sociale |
partners de verbintenis aangegaan zijn bijkomende | partners de verbintenis aangegaan zijn bijkomende |
opleidingsinspanningen te leveren met als doel over een periode van | opleidingsinspanningen te leveren met als doel over een periode van |
zes jaar te komen tot een inspanning ten belope van 1,9 % van de | zes jaar te komen tot een inspanning ten belope van 1,9 % van de |
totale loonmassa van de ondernemingen; die verbintenis werd bevestigd | totale loonmassa van de ondernemingen; die verbintenis werd bevestigd |
in de interprofessionele akkoorden voor 2001-2002 en 2003-2004; | in de interprofessionele akkoorden voor 2001-2002 en 2003-2004; |
Overwegende dat artikel 30, § 1, van de wet van 23 december 2005 | Overwegende dat artikel 30, § 1, van de wet van 23 december 2005 |
betreffende het generatiepact aan die verbintenis een mechanisme heeft | betreffende het generatiepact aan die verbintenis een mechanisme heeft |
gekoppeld dat toelaat een aanvullende bijdrage voor het betaald | gekoppeld dat toelaat een aanvullende bijdrage voor het betaald |
educatief verlof vast te stellen, wanneer wordt vastgesteld dat de | educatief verlof vast te stellen, wanneer wordt vastgesteld dat de |
doelstelling met betrekking tot de globale opleidingsinspanningen van | doelstelling met betrekking tot de globale opleidingsinspanningen van |
de ondernemingen niet wordt gehaald; | de ondernemingen niet wordt gehaald; |
Overwegende dat artikel 30, § 3, van de wet van 23 december 2005 als | Overwegende dat artikel 30, § 3, van de wet van 23 december 2005 als |
volgt luidt : "De vaststelling dat de in § 1 bepaalde globale | volgt luidt : "De vaststelling dat de in § 1 bepaalde globale |
inspanningen inzake opleiding al dan niet 1,9 pct. van de totale | inspanningen inzake opleiding al dan niet 1,9 pct. van de totale |
loonmassa van die ondernemingen bedragen, wordt beoordeeld op basis | loonmassa van die ondernemingen bedragen, wordt beoordeeld op basis |
van het in artikel 5 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van | van het in artikel 5 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van |
de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het | de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het |
concurrentievermogen bedoeld technisch verslag van de Centrale Raad | concurrentievermogen bedoeld technisch verslag van de Centrale Raad |
voor het Bedrijfsleven"; | voor het Bedrijfsleven"; |
Overwegende dat in voornoemd technisch verslag van de Centrale Raad | Overwegende dat in voornoemd technisch verslag van de Centrale Raad |
voor het Bedrijfsleven wordt vastgesteld dat voor de jaren 2008 en | voor het Bedrijfsleven wordt vastgesteld dat voor de jaren 2008 en |
2009 de globale inspanningen inzake opleiding van alle werkgevers die | 2009 de globale inspanningen inzake opleiding van alle werkgevers die |
ressorteren onder de wet van 5 december 1968 betreffende de | ressorteren onder de wet van 5 december 1968 betreffende de |
collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités samen niet | collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités samen niet |
minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die ondernemingen | minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die ondernemingen |
bedragen; | bedragen; |
Overwegende dat, overeenkomstig artikel 3, § 3, van het voormeld | Overwegende dat, overeenkomstig artikel 3, § 3, van het voormeld |
koninklijk besluit van 11 oktober 2007, de lijsten van sectoren die | koninklijk besluit van 11 oktober 2007, de lijsten van sectoren die |
onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren voor de jaren 2008 en | onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren voor de jaren 2008 en |
2009 op 12 juli 2010 door de directeur-generaal van de Algemene | 2009 op 12 juli 2010 door de directeur-generaal van de Algemene |
Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale | Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale |
Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg voor advies | Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg voor advies |
werden overgemaakt aan de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad | werden overgemaakt aan de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad |
voor het Bedrijfsleven; | voor het Bedrijfsleven; |
Overwegende dat de sociale partners in het kader van het | Overwegende dat de sociale partners in het kader van het |
interprofessioneel akkoord geen advies hebben uitgebracht waarin staat | interprofessioneel akkoord geen advies hebben uitgebracht waarin staat |
dat zij van oordeel zijn dat een bijkomende analyse nodig is, in | dat zij van oordeel zijn dat een bijkomende analyse nodig is, in |
toepassing van artikel 30, § 3, alinea 3, van de wet van 23 december | toepassing van artikel 30, § 3, alinea 3, van de wet van 23 december |
2005 betreffende het generatiepact; | 2005 betreffende het generatiepact; |
Overwegende dat, overeenkomstig artikel 3, § 3, tweede lid, van het | Overwegende dat, overeenkomstig artikel 3, § 3, tweede lid, van het |
voormeld koninklijk besluit van 11 oktober 2007, de Nationale | voormeld koninklijk besluit van 11 oktober 2007, de Nationale |
Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, hun | Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, hun |
gezamenlijk advies hebben gegeven op 26 januari 2011 waarin ze unaniem | gezamenlijk advies hebben gegeven op 26 januari 2011 waarin ze unaniem |
vastleggen welke de sectoren zijn waar geen collectieve | vastleggen welke de sectoren zijn waar geen collectieve |
arbeidsovereenkomst inzake bijkomende opleidingsinspanningen van | arbeidsovereenkomst inzake bijkomende opleidingsinspanningen van |
kracht is die voldoet aan de vereisten van het koninklijk besluit van | kracht is die voldoet aan de vereisten van het koninklijk besluit van |
11 oktober 2007 voor respectievelijk 2008 en 2009; | 11 oktober 2007 voor respectievelijk 2008 en 2009; |
Overwegende dat de Minister van Werk, overeenkomstig artikel 3, § 4, | Overwegende dat de Minister van Werk, overeenkomstig artikel 3, § 4, |
van voornoemd koninklijk besluit van 11 oktober 2007, de lijst van | van voornoemd koninklijk besluit van 11 oktober 2007, de lijst van |
sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren vaststelt | sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren vaststelt |
bij ministerieel besluit op basis van voornoemd advies met het oog op | bij ministerieel besluit op basis van voornoemd advies met het oog op |
de overmaking ervan aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, | de overmaking ervan aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.De definitieve lijst van de sectoren die onvoldoende |
Artikel 1.De definitieve lijst van de sectoren die onvoldoende |
opleidingsinspanningen voor het jaar 2008 realiseren, in uitvoering | opleidingsinspanningen voor het jaar 2008 realiseren, in uitvoering |
van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een | van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een |
bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het | bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het |
betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren | betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren |
die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van | die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van |
artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het | artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het |
generatiepact, is gevoegd in bijlage I van dit besluit. | generatiepact, is gevoegd in bijlage I van dit besluit. |
Deze lijst wordt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid overgemaakt | Deze lijst wordt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid overgemaakt |
met het oog op de toepassing van artikel 1 van het voormelde | met het oog op de toepassing van artikel 1 van het voormelde |
koninklijk besluit. | koninklijk besluit. |
Art. 2.De definitieve lijst van de sectoren die onvoldoende |
Art. 2.De definitieve lijst van de sectoren die onvoldoende |
opleidingsinspanningen voor het jaar 2009 realiseren, in uitvoering | opleidingsinspanningen voor het jaar 2009 realiseren, in uitvoering |
van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een | van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een |
bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het | bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het |
betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren | betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren |
die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van | die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van |
artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het | artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het |
generatiepact, is gevoegd in bijlage II van dit besluit. | generatiepact, is gevoegd in bijlage II van dit besluit. |
Deze lijst wordt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid overgemaakt | Deze lijst wordt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid overgemaakt |
met het oog op de toepassing van artikel 1 van het voormelde | met het oog op de toepassing van artikel 1 van het voormelde |
koninklijk besluit. | koninklijk besluit. |
Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 januari 2011. |
Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 januari 2011. |
Brussel, 13 april 2011. | Brussel, 13 april 2011. |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwi jzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwi jzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 23 december 2005, Belgisch Staatsblad van 30 december 2005; | Wet van 23 december 2005, Belgisch Staatsblad van 30 december 2005; |
Koninklijk besluit van 11 oktober 2007, Belgisch Staatsblad van 5 | Koninklijk besluit van 11 oktober 2007, Belgisch Staatsblad van 5 |
december 2007. | december 2007. |
Koninklijk besluit van 23 december 2008, Belgisch Staatsblad van 29 | Koninklijk besluit van 23 december 2008, Belgisch Staatsblad van 29 |
december 2008. | december 2008. |
Bijlage I : definitieve lijst van sectoren die onvoldoende | Bijlage I : definitieve lijst van sectoren die onvoldoende |
opleidingsinspanningen realiseren voor 2008 | opleidingsinspanningen realiseren voor 2008 |
Beslissing CRB-NAR 2008 | Beslissing CRB-NAR 2008 |
PC Nummer | PC Nummer |
Benaming | Benaming |
N | N |
101 | 101 |
Nationale Gemengde Mijncommissie | Nationale Gemengde Mijncommissie |
(N) (1) (2) | (N) (1) (2) |
102 | 102 |
Paritair comité voor het Groefbedrijf | Paritair comité voor het Groefbedrijf |
N | N |
102.01 | 102.01 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der | Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der |
groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen | groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen |
N | N |
102.03 | 102.03 |
Paritair Subcomité voor de porfiergroeven in de provincie Henegouwen | Paritair Subcomité voor de porfiergroeven in de provincie Henegouwen |
en de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant | en de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant |
N | N |
102.05 | 102.05 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven | Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven |
welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies | welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies |
Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen | Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen |
N | N |
102.06 | 102.06 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in | Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in |
openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, | openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, |
West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant | West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant |
N | N |
102.07 | 102.07 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, | Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, |
cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement | cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement |
Doornik | Doornik |
N | N |
102.08 | 102.08 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op | Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op |
het gehele grondgebied van het Rijk | het gehele grondgebied van het Rijk |
N | N |
102.09 | 102.09 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf van de groeven van niet uit te | Paritair Subcomité voor het bedrijf van de groeven van niet uit te |
houwen kalksteen en van de kalkovens, van de bitterspaatgroeven en | houwen kalksteen en van de kalkovens, van de bitterspaatgroeven en |
-ovens op het gehele grondgebied van het Rijk | -ovens op het gehele grondgebied van het Rijk |
N | N |
102.11 | 102.11 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der leisteengroeven, | Paritair Subcomité voor het bedrijf der leisteengroeven, |
coticulegroeven en groeven van slijpsteen voor scheermessen in de | coticulegroeven en groeven van slijpsteen voor scheermessen in de |
provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen | provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen |
N (1) (3) | N (1) (3) |
106 | 106 |
Paritair comité voor het cementbedrijf | Paritair comité voor het cementbedrijf |
N | N |
106.02 | 106.02 |
Paritair Subcomité voor de betonindustrie | Paritair Subcomité voor de betonindustrie |
N | N |
106.03 | 106.03 |
Paritair Subcomité voor de vezelcement | Paritair Subcomité voor de vezelcement |
N | N |
107 | 107 |
Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en | Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en |
naaisters | naaisters |
N (1) | N (1) |
113 | 113 |
Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf | Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf |
N | N |
113.01 | 113.01 |
Paritair subcomité voor het faience- en porseleinbedrijf | Paritair subcomité voor het faience- en porseleinbedrijf |
N | N |
113.02 | 113.02 |
Paritair subcomité voor de ceramiekbekleding en vloertegels | Paritair subcomité voor de ceramiekbekleding en vloertegels |
N | N |
113.03 | 113.03 |
Paritair subcomité voor de vuurvaste producten | Paritair subcomité voor de vuurvaste producten |
N | N |
113.04 | 113.04 |
Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen | Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen |
N | N |
120.02 | 120.02 |
Paritair Subcomité voor de vlasbereiding | Paritair Subcomité voor de vlasbereiding |
N | N |
120.03 | 120.03 |
Paritair Subcomité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in | Paritair Subcomité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in |
jute of in vervangingsmaterialen | jute of in vervangingsmaterialen |
N (1) | N (1) |
125 | 125 |
Paritair Comité voor de houtnijverheid | Paritair Comité voor de houtnijverheid |
N | N |
125.01 | 125.01 |
Paritair Subcomité voor de bosontginningen | Paritair Subcomité voor de bosontginningen |
N | N |
125.02 | 125.02 |
Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante nijverheden | Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante nijverheden |
N | N |
125.03 | 125.03 |
Paritair Subcomité voor de houthandel | Paritair Subcomité voor de houthandel |
N | N |
127 | 127 |
Paritair Comité voor de handel in brandstoffen | Paritair Comité voor de handel in brandstoffen |
N | N |
127.02 | 127.02 |
Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen | Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen |
N | N |
133 | 133 |
Paritair Comité voor het tabaksbedrijf | Paritair Comité voor het tabaksbedrijf |
N | N |
139 | 139 |
Paritair Comité voor de binnenscheepvaart | Paritair Comité voor de binnenscheepvaart |
N | N |
143 | 143 |
Paritair Comité voor de zeevisserij | Paritair Comité voor de zeevisserij |
N | N |
146 | 146 |
Paritair Comité voor het bosbouwbedrijf | Paritair Comité voor het bosbouwbedrijf |
N | N |
147 | 147 |
Paritair Comité voor de wapensmederij met de hand | Paritair Comité voor de wapensmederij met de hand |
N (1) | N (1) |
148 | 148 |
Paritair Comité voor bont en kleinvel | Paritair Comité voor bont en kleinvel |
N | N |
148.01 | 148.01 |
Paritair Subcomité voor de haarsnijderijen | Paritair Subcomité voor de haarsnijderijen |
N | N |
148.03 | 148.03 |
Paritair Subcomité voor de industriële en ambachtelijke fabricage van | Paritair Subcomité voor de industriële en ambachtelijke fabricage van |
bontwerk | bontwerk |
N | N |
148.05 | 148.05 |
Paritair Subcomité voor de pelslooierijen | Paritair Subcomité voor de pelslooierijen |
N (4) | N (4) |
149 | 149 |
Paritair Comité voor de sectors die aan de metaal-, machine- en | Paritair Comité voor de sectors die aan de metaal-, machine- en |
elektrische bouw verwant zijn | elektrische bouw verwant zijn |
N | N |
149.03 | 149.03 |
Paritair Subcomité voor de edele metalen | Paritair Subcomité voor de edele metalen |
N | N |
150 | 150 |
Paritair comité voor gewoon pottengoed in potaarde | Paritair comité voor gewoon pottengoed in potaarde |
N | N |
203 | 203 |
Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven | Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven |
N | N |
204 | 204 |
Paritair Comité voor de bedienden uit de porfiergroeven van het kanton | Paritair Comité voor de bedienden uit de porfiergroeven van het kanton |
van Lessen, van Bierk-bij-Halle en van Quenast | van Lessen, van Bierk-bij-Halle en van Quenast |
N | N |
205 | 205 |
Paritair Comité voor de bedienden van de steenkolenmijnen | Paritair Comité voor de bedienden van de steenkolenmijnen |
N | N |
216 | 216 |
Paritair Comité voor de notarisbedienden | Paritair Comité voor de notarisbedienden |
N | N |
217 | 217 |
Paritair Comité voor de casinobedienden | Paritair Comité voor de casinobedienden |
N | N |
223 | 223 |
Nationaal Paritair Comité voor de sport | Nationaal Paritair Comité voor de sport |
N | N |
225 | 225 |
Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het | Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het |
gesubsidieerd vrij onderwijs | gesubsidieerd vrij onderwijs |
N (5) | N (5) |
303 | 303 |
Paritair Comité voor het filmbedrijf | Paritair Comité voor het filmbedrijf |
N | N |
303.01 | 303.01 |
Paritair Subcomité voor de filmproductie | Paritair Subcomité voor de filmproductie |
N | N |
303.02 | 303.02 |
Paritair Subcomité voor de verdeling van films | Paritair Subcomité voor de verdeling van films |
N | N |
303.04 | 303.04 |
Paritair Subcomité voor de technische filmbedrijvigheid | Paritair Subcomité voor de technische filmbedrijvigheid |
N (1) | N (1) |
315 | 315 |
Paritair Comité voor de handelsluchtvaart | Paritair Comité voor de handelsluchtvaart |
N | N |
315.01 | 315.01 |
Paritair Subcomité voor het technisch onderhoud, bijstand en opleiding | Paritair Subcomité voor het technisch onderhoud, bijstand en opleiding |
in de luchtvaartsector | in de luchtvaartsector |
N | N |
315.02 | 315.02 |
Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen | Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen |
N (6) | N (6) |
318 | 318 |
Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp | Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp |
N | N |
320 | 320 |
Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen | Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen |
N | N |
321 | 321 |
Paritair Comité voor de groothandelaars-verdelers in geneesmiddelen | Paritair Comité voor de groothandelaars-verdelers in geneesmiddelen |
N | N |
324 | 324 |
Paritair Comité voor de diamantnijverheid en -handel | Paritair Comité voor de diamantnijverheid en -handel |
N | N |
324.01 | 324.01 |
Paritair Subcomité voor het diamantzagen | Paritair Subcomité voor het diamantzagen |
N | N |
324.02 | 324.02 |
Paritair subcomité voor de kleinbranche in de diamantnijverheid en | Paritair subcomité voor de kleinbranche in de diamantnijverheid en |
-handel | -handel |
N | N |
325 | 325 |
Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen | Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen |
N | N |
326 | 326 |
Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf | Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf |
N (1) (7) | N (1) (7) |
327 | 327 |
Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale | Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale |
werkplaatsen | werkplaatsen |
N (1) | N (1) |
328 | 328 |
Paritair Comité voor het stads- en streekvervoer | Paritair Comité voor het stads- en streekvervoer |
N | N |
328.01 | 328.01 |
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse | Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse |
Gewest | Gewest |
N | N |
328.02 | 328.02 |
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Waalse | Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Waalse |
Gewest | Gewest |
N | N |
328.03 | 328.03 |
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Brusselse | Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Brusselse |
Hoofdstedelijk Gewest | Hoofdstedelijk Gewest |
Totaal | Totaal |
66 | 66 |
(1) geen werknemers onder dit PC | (1) geen werknemers onder dit PC |
(2) met uitzondering van het subcomité 102.02, 102.04 en 102.10 (niet | (2) met uitzondering van het subcomité 102.02, 102.04 en 102.10 (niet |
samengesteld) | samengesteld) |
(3) met uitzondering van subcomité PC 106.01 | (3) met uitzondering van subcomité PC 106.01 |
(4) met uitzondering van subcomités 149.01, 149.02 en 149.04 | (4) met uitzondering van subcomités 149.01, 149.02 en 149.04 |
(5) met uitzondering van subcomités 303.03 | (5) met uitzondering van subcomités 303.03 |
(6) met uitzondering van subcomité PC 318.01 en 318.02 | (6) met uitzondering van subcomité PC 318.01 en 318.02 |
(7) met uitzondering van subcomités 327.01, 327.02 en 327.03 | (7) met uitzondering van subcomités 327.01, 327.02 en 327.03 |
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 13 april | Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 13 april |
2011 tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en | 2011 tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en |
2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in | 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in |
uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 | uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 |
oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten | oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten |
bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de | bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de |
werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende | werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende |
opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de | opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de |
wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact. | wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact. |
Brussel, 13 april 2011. | Brussel, 13 april 2011. |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
Bijlage II : definitieve lijst van sectoren die onvoldoende | Bijlage II : definitieve lijst van sectoren die onvoldoende |
opleidingsinspanningen realiseren voor 2009 | opleidingsinspanningen realiseren voor 2009 |
Beslissing | Beslissing |
CRB-NAR 2009 | CRB-NAR 2009 |
PC Nummer | PC Nummer |
Benaming | Benaming |
N | N |
101 | 101 |
Nationale Gemengde Mijncommissie | Nationale Gemengde Mijncommissie |
(N) (1) (2) | (N) (1) (2) |
102 | 102 |
Paritair comité voor het Groefbedrijf | Paritair comité voor het Groefbedrijf |
N | N |
102.01 | 102.01 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der | Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der |
groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen | groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen |
N | N |
102.02 | 102.02 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der | Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der |
groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen | groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen |
N | N |
102.03 | 102.03 |
Paritair Subcomité voor de porfiergroeven in de provincie Henegouwen | Paritair Subcomité voor de porfiergroeven in de provincie Henegouwen |
en de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant | en de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant |
N | N |
102.04 | 102.04 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en | Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en |
kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd | kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd |
de kwartsietgroeven van de provincie Waals-Brabant | de kwartsietgroeven van de provincie Waals-Brabant |
N | N |
102.05 | 102.05 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven | Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven |
welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies | welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies |
Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen | Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen |
N | N |
102.06 | 102.06 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in | Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in |
openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, | openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, |
West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant | West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant |
N | N |
102.07 | 102.07 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, | Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, |
cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement | cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement |
Doornik | Doornik |
N | N |
102.08 | 102.08 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op | Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op |
het gehele grondgebied van het Rijk | het gehele grondgebied van het Rijk |
N | N |
102.11 | 102.11 |
Paritair Subcomité voor het bedrijf der leisteengroeven, | Paritair Subcomité voor het bedrijf der leisteengroeven, |
coticulegroeven en groeven van slijpsteen voor scheermessen in de | coticulegroeven en groeven van slijpsteen voor scheermessen in de |
provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen | provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen |
(N) (1) (3) | (N) (1) (3) |
106 | 106 |
Paritair comité voor het cementbedrijf | Paritair comité voor het cementbedrijf |
N | N |
106.02 | 106.02 |
Paritair Subcomité voor de betonindustrie | Paritair Subcomité voor de betonindustrie |
N | N |
107 | 107 |
Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en | Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en |
naaisters | naaisters |
N | N |
110 | 110 |
Paritair Comité voor de textielverzorging | Paritair Comité voor de textielverzorging |
N | N |
112 | 112 |
Paritair Comité voor het garagebedrijf | Paritair Comité voor het garagebedrijf |
N | N |
113 | 113 |
Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf | Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf |
N | N |
113.01 | 113.01 |
Paritair subcomité voor het faience- en het porseleinbedrijf, de | Paritair subcomité voor het faience- en het porseleinbedrijf, de |
sanitaire artikelen en de schuurproducten en het ceramisch aardewerk | sanitaire artikelen en de schuurproducten en het ceramisch aardewerk |
N | N |
113.02 | 113.02 |
Paritair subcomité voor de ondernemingen voor ceramiekbekleding en | Paritair subcomité voor de ondernemingen voor ceramiekbekleding en |
vloertegels | vloertegels |
N | N |
113.03 | 113.03 |
Paritair subcomité voor de vuurvaste producten | Paritair subcomité voor de vuurvaste producten |
N | N |
113.04 | 113.04 |
Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen | Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen |
N | N |
120.02 | 120.02 |
Paritair Subcomité voor de vlasbereiding | Paritair Subcomité voor de vlasbereiding |
N | N |
120.03 | 120.03 |
Paritair Subcomité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in | Paritair Subcomité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in |
jute of in vervangingsmaterialen | jute of in vervangingsmaterialen |
N (1) | N (1) |
125 | 125 |
Paritair Comité voor de houtnijverheid | Paritair Comité voor de houtnijverheid |
N | N |
125.01 | 125.01 |
Paritair Subcomité voor de bosontginningen | Paritair Subcomité voor de bosontginningen |
N | N |
125.02 | 125.02 |
Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante nijverheden | Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante nijverheden |
N | N |
125.03 | 125.03 |
Paritair Subcomité voor de houthandel | Paritair Subcomité voor de houthandel |
N | N |
133 | 133 |
Paritair Comité voor het tabaksbedrijf | Paritair Comité voor het tabaksbedrijf |
N | N |
136 | 136 |
Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking | Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking |
N (1) (4) | N (1) (4) |
142 | 142 |
Paritair Comité voor de ondernemingen waar teruggewonnen grondstoffen | Paritair Comité voor de ondernemingen waar teruggewonnen grondstoffen |
opnieuw ter waarde worden gebracht | opnieuw ter waarde worden gebracht |
N | N |
142.01 | 142.01 |
Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen | Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen |
N | N |
143 | 143 |
Paritair Comité voor de zeevisserij | Paritair Comité voor de zeevisserij |
N | N |
147 | 147 |
Paritair Comité voor de wapensmederij met de hand | Paritair Comité voor de wapensmederij met de hand |
N (1) | N (1) |
148 | 148 |
Paritair Comité voor bont en kleinvel | Paritair Comité voor bont en kleinvel |
N | N |
148.01 | 148.01 |
Paritair Subcomité voor de haarsnijderijen | Paritair Subcomité voor de haarsnijderijen |
N | N |
148.03 | 148.03 |
Paritair Subcomité voor de industriële en ambachtelijke fabricage van | Paritair Subcomité voor de industriële en ambachtelijke fabricage van |
bontwerk | bontwerk |
N | N |
148.05 | 148.05 |
Paritair Subcomité voor de pelslooierijen | Paritair Subcomité voor de pelslooierijen |
N (1) | N (1) |
149 | 149 |
Paritair Comité voor de sectors die aan de metaal-, machine- en | Paritair Comité voor de sectors die aan de metaal-, machine- en |
elektrische bouw verwant zijn | elektrische bouw verwant zijn |
N | N |
149.01 | 149.01 |
Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie | Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie |
N | N |
149.02 | 149.02 |
Paritair Subcomité voor het koetswerk | Paritair Subcomité voor het koetswerk |
N | N |
149.03 | 149.03 |
Paritair Subcomité voor de edele metalen | Paritair Subcomité voor de edele metalen |
N | N |
149.04 | 149.04 |
Paritair Subcomité voor de metaalhandel | Paritair Subcomité voor de metaalhandel |
N | N |
150 | 150 |
Paritair comité voor gewoon pottengoed in potaarde | Paritair comité voor gewoon pottengoed in potaarde |
N | N |
152 | 152 |
Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij | Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij |
onderwijs | onderwijs |
N | N |
201 | 201 |
Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel | Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel |
N | N |
202.01 | 202.01 |
Paritair Subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven | Paritair Subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven |
N | N |
203 | 203 |
Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven | Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven |
N | N |
204 | 204 |
Paritair Comité voor de bedienden uit de porfiergroeven van het kanton | Paritair Comité voor de bedienden uit de porfiergroeven van het kanton |
van Lessen, van Bierk-bij-Halle en van Quenast | van Lessen, van Bierk-bij-Halle en van Quenast |
N | N |
205 | 205 |
Paritair Comité voor de bedienden van de steenkolenmijnen | Paritair Comité voor de bedienden van de steenkolenmijnen |
N | N |
216 | 216 |
Paritair Comité voor de notarisbedienden | Paritair Comité voor de notarisbedienden |
N | N |
223 | 223 |
Nationaal Paritair Comité voor de sport | Nationaal Paritair Comité voor de sport |
N | N |
225 | 225 |
Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het | Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het |
gesubsidieerd vrij onderwijs | gesubsidieerd vrij onderwijs |
N | N |
226 | 226 |
Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het | Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het |
vervoer en de logistiek | vervoer en de logistiek |
N | N |
303 | 303 |
Paritair Comité voor het filmbedrijf | Paritair Comité voor het filmbedrijf |
N | N |
303.01 | 303.01 |
Paritair Subcomité voor de filmproductie | Paritair Subcomité voor de filmproductie |
N | N |
303.03 | 303.03 |
Paritair Subcomité voor de exploitatie van bioscoopzalen | Paritair Subcomité voor de exploitatie van bioscoopzalen |
N | N |
307 | 307 |
Paritair Comité voor de makelarij en verzekeringsagentschappen | Paritair Comité voor de makelarij en verzekeringsagentschappen |
N | N |
313 | 313 |
Paritair Comité voor de apotheken en tarificatiediensten | Paritair Comité voor de apotheken en tarificatiediensten |
N | N |
315 | 315 |
Paritair Comité voor de handelsluchtvaart | Paritair Comité voor de handelsluchtvaart |
N | N |
315.01 | 315.01 |
Paritair Subcomité voor het technisch onderhoud, bijstand en opleiding | Paritair Subcomité voor het technisch onderhoud, bijstand en opleiding |
in de luchtvaartsector | in de luchtvaartsector |
N | N |
315.02 | 315.02 |
Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen | Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen |
N (5) | N (5) |
318 | 318 |
Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp | Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp |
N | N |
320 | 320 |
Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen | Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen |
N | N |
321 | 321 |
Paritair Comité voor de groothandelaars-verdelers in geneesmiddelen | Paritair Comité voor de groothandelaars-verdelers in geneesmiddelen |
N | N |
324 | 324 |
Paritair Comité voor de diamantnijverheid en -handel | Paritair Comité voor de diamantnijverheid en -handel |
N | N |
324.01 | 324.01 |
Paritair Subcomité voor het diamantzagen | Paritair Subcomité voor het diamantzagen |
N | N |
324.02 | 324.02 |
Paritair subcomité voor de kleinbranche in de diamantnijverheid en | Paritair subcomité voor de kleinbranche in de diamantnijverheid en |
-handel | -handel |
N | N |
325 | 325 |
Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen | Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen |
N | N |
326 | 326 |
Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf | Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf |
N (1) (6) | N (1) (6) |
327 | 327 |
Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale | Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale |
werkplaatsen | werkplaatsen |
N | N |
327.02 | 327.02 |
Paritair Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door | Paritair Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door |
de Franse Gemeenschapscommissie | de Franse Gemeenschapscommissie |
N (1) | N (1) |
328 | 328 |
Paritair Comité voor het stads- en streekvervoer | Paritair Comité voor het stads- en streekvervoer |
N | N |
328.01 | 328.01 |
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse | Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse |
Gewest | Gewest |
N | N |
328.02 | 328.02 |
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Waalse | Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Waalse |
Gewest | Gewest |
N | N |
328.03 | 328.03 |
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Brusselse | Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Brusselse |
Hoofdstedelijk Gewest | Hoofdstedelijk Gewest |
N | N |
332 | 332 |
Paritair Comité voor de Franstalige en Duitstalige welzijns- en | Paritair Comité voor de Franstalige en Duitstalige welzijns- en |
gezondheidssector | gezondheidssector |
Totaal | Totaal |
76 | 76 |
(1) geen werknemers onder dit PC | (1) geen werknemers onder dit PC |
(2) met uitzondering van het subcomité 102.09 en 102.10 (niet | (2) met uitzondering van het subcomité 102.09 en 102.10 (niet |
samengesteld) | samengesteld) |
(3) met uitzondering van subcomité PC 106.01 en 106.03 | (3) met uitzondering van subcomité PC 106.01 en 106.03 |
(4) met uitzondering van subcomités 142.02, 142.03 en 142.04 | (4) met uitzondering van subcomités 142.02, 142.03 en 142.04 |
(5) met uitzondering van subcomité PC 318.01 en 318.02 | (5) met uitzondering van subcomité PC 318.01 en 318.02 |
(6) met uitzondering van subcomités PC 327.01 en 327.03 | (6) met uitzondering van subcomités PC 327.01 en 327.03 |
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 13 april | Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 13 april |
2011 tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en | 2011 tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en |
2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in | 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in |
uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 | uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 |
oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten | oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten |
bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de | bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de |
werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende | werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende |
opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de | opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de |
wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact. | wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact. |
Brussel, 13 april 2011. | Brussel, 13 april 2011. |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |