Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Ministerieel Besluit van 13/04/2011
← Terug naar "Ministerieel besluit tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact "
Ministerieel besluit tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact Ministerieel besluit tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
13 APRIL 2011. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de 13 APRIL 2011. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de
definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2009 van sectoren die definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2009 van sectoren die
onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van
artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot
invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de
financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die
behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren
in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005
betreffende het generatiepact (1) betreffende het generatiepact (1)
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Gelet op de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, Gelet op de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact,
inzonderheid artikel 30; inzonderheid artikel 30;
Gelet op het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van Gelet op het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van
een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het
betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren
die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van
artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het
generatiepact; generatiepact;
Gelet op het unaniem gezamenlijk advies van de Nationale Arbeidsraad Gelet op het unaniem gezamenlijk advies van de Nationale Arbeidsraad
en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, gegeven op 26 januari en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, gegeven op 26 januari
2011; 2011;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17
februari 2011; februari 2011;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting, Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting,
gegeven op 23 februari 2011; gegeven op 23 februari 2011;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de
omstandigheid dat voormeld ontwerp van ministerieel besluit de lijst omstandigheid dat voormeld ontwerp van ministerieel besluit de lijst
van sectoren vaststelt die onvoldoende opleidingsinspanningen van sectoren vaststelt die onvoldoende opleidingsinspanningen
realiseren voor de jaren 2008 en 2009 in uitvoering van artikel 3, § realiseren voor de jaren 2008 en 2009 in uitvoering van artikel 3, §
4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van
een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het
betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren
die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van
artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het
generatiepact; generatiepact;
Dat op grond van voormeld artikel 30 van de generatiepactwet en van Dat op grond van voormeld artikel 30 van de generatiepactwet en van
voormeld koninklijk besluit, wanneer de globale opleidingsinspanningen voormeld koninklijk besluit, wanneer de globale opleidingsinspanningen
van alle werkgevers die ressorteren onder de wet van 5 december 1968 van alle werkgevers die ressorteren onder de wet van 5 december 1968
betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire
comités samen niet minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die comités samen niet minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die
ondernemingen bedragen, de werkgevers die behoren tot sectoren die ondernemingen bedragen, de werkgevers die behoren tot sectoren die
onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren een werkgeversbijdrage onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren een werkgeversbijdrage
van 0,05 % verschuldigd zijn, berekend op grond van het volledige van 0,05 % verschuldigd zijn, berekend op grond van het volledige
jaarloon van de werknemers of daarmee gelijkgestelden voor wie zij de jaarloon van de werknemers of daarmee gelijkgestelden voor wie zij de
gewone bijdrage voor betaald educatief verlof verschuldigd zijn; gewone bijdrage voor betaald educatief verlof verschuldigd zijn;
Dat in het technisch verslag van de Centrale Raad voor het Dat in het technisch verslag van de Centrale Raad voor het
Bedrijfsleven wordt vastgesteld dat voor de jaren 2008 en 2009 de Bedrijfsleven wordt vastgesteld dat voor de jaren 2008 en 2009 de
globale opleidingsinspanningen van alle werkgevers uit de privé-sector globale opleidingsinspanningen van alle werkgevers uit de privé-sector
samen niet minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die samen niet minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die
ondernemingen bedragen; ondernemingen bedragen;
Dat de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Dat de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het
Bedrijfsleven, in uitvoering van artikel 3, § 3, tweede lid, van het Bedrijfsleven, in uitvoering van artikel 3, § 3, tweede lid, van het
voormeld koninklijk besluit van 11 oktober 2007, hun gezamenlijk voormeld koninklijk besluit van 11 oktober 2007, hun gezamenlijk
advies hebben gegeven op 26 januari 2011 waarin ze unaniem vastleggen advies hebben gegeven op 26 januari 2011 waarin ze unaniem vastleggen
welke de sectoren zijn waar geen collectieve arbeidsovereenkomst welke de sectoren zijn waar geen collectieve arbeidsovereenkomst
inzake bijkomende opleidingsinspanningen van kracht is die voldoet aan inzake bijkomende opleidingsinspanningen van kracht is die voldoet aan
de vereisten van voormeld koninklijk besluit voor respectievelijk 2008 de vereisten van voormeld koninklijk besluit voor respectievelijk 2008
en 2009; en 2009;
Dat bijgevoegd ontwerp van ministerieel besluit de lijst van sectoren Dat bijgevoegd ontwerp van ministerieel besluit de lijst van sectoren
vaststelt die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren op basis vaststelt die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren op basis
van voornoemd advies met het oog op de overmaking ervan aan de van voornoemd advies met het oog op de overmaking ervan aan de
Rijksdienst voor Sociale Zekerheid; Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
Dat de opbrengst van deze bijdrage door de Rijksdienst voor Sociale Dat de opbrengst van deze bijdrage door de Rijksdienst voor Sociale
Zekerheid wordt doorgestort aan de Rijksdienst voor Zekerheid wordt doorgestort aan de Rijksdienst voor
Arbeidsvoorziening, waar deze opbrengst uitsluitend toegewezen wordt Arbeidsvoorziening, waar deze opbrengst uitsluitend toegewezen wordt
aan de financiering van het betaald educatief verlof; aan de financiering van het betaald educatief verlof;
Dat de voormelde lijsten zo spoedig mogelijk aan de Rijksdienst voor Dat de voormelde lijsten zo spoedig mogelijk aan de Rijksdienst voor
Sociale Zekerheid moeten worden overgemaakt, vermits deze bijkomende Sociale Zekerheid moeten worden overgemaakt, vermits deze bijkomende
werkgeversbijdrage dient te worden aangegeven op de kwartaalaangifte werkgeversbijdrage dient te worden aangegeven op de kwartaalaangifte
van het eerste kwartaal van 2011 en dient gestort te worden met de van het eerste kwartaal van 2011 en dient gestort te worden met de
socialezekerheidsbijdragen van dit kwartaal, conform de voorwaarden socialezekerheidsbijdragen van dit kwartaal, conform de voorwaarden
van voormeld koninklijk besluit; van voormeld koninklijk besluit;
Dat voormeld ontwerp van ministerieel besluit dringend noodzakelijk is Dat voormeld ontwerp van ministerieel besluit dringend noodzakelijk is
enerzijds omwille van het feit dat de rechtsbasis waarbij voormelde enerzijds omwille van het feit dat de rechtsbasis waarbij voormelde
lijsten worden vastgelegd en het overeenkomstige ministerieel besluit lijsten worden vastgelegd en het overeenkomstige ministerieel besluit
genomen moeten zijn vóór het einde van het kwartaal waarin de bijdrage genomen moeten zijn vóór het einde van het kwartaal waarin de bijdrage
is verschuldigd, met name vóór het einde van het eerste kwartaal van is verschuldigd, met name vóór het einde van het eerste kwartaal van
het jaar 2011 en dat anderzijds omwille van het feit dat de het jaar 2011 en dat anderzijds omwille van het feit dat de
"schuldenaars van de bijkomende werkgeversbijdrage", met name de "schuldenaars van de bijkomende werkgeversbijdrage", met name de
werkgevers die behoren tot de sectoren die onvoldoende werkgevers die behoren tot de sectoren die onvoldoende
opleidingsinspanningen voor de jaren 2008 en 2009 realiseren, zo opleidingsinspanningen voor de jaren 2008 en 2009 realiseren, zo
spoedig mogelijk op de hoogte moeten worden gesteld van de hen spoedig mogelijk op de hoogte moeten worden gesteld van de hen
opgelegde verplichting m.b.t. het betalen van de bijkomende opgelegde verplichting m.b.t. het betalen van de bijkomende
werkgeversbijdrage voor de jaren 2008 en 2009, werkgeversbijdrage voor de jaren 2008 en 2009,
Gelet op het advies nr. 49.378/1 van de Raad van State, gegeven op 15 Gelet op het advies nr. 49.378/1 van de Raad van State, gegeven op 15
maart 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de maart 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende dat in het interprofessioneel akkoord 1999-2000 de sociale Overwegende dat in het interprofessioneel akkoord 1999-2000 de sociale
partners de verbintenis aangegaan zijn bijkomende partners de verbintenis aangegaan zijn bijkomende
opleidingsinspanningen te leveren met als doel over een periode van opleidingsinspanningen te leveren met als doel over een periode van
zes jaar te komen tot een inspanning ten belope van 1,9 % van de zes jaar te komen tot een inspanning ten belope van 1,9 % van de
totale loonmassa van de ondernemingen; die verbintenis werd bevestigd totale loonmassa van de ondernemingen; die verbintenis werd bevestigd
in de interprofessionele akkoorden voor 2001-2002 en 2003-2004; in de interprofessionele akkoorden voor 2001-2002 en 2003-2004;
Overwegende dat artikel 30, § 1, van de wet van 23 december 2005 Overwegende dat artikel 30, § 1, van de wet van 23 december 2005
betreffende het generatiepact aan die verbintenis een mechanisme heeft betreffende het generatiepact aan die verbintenis een mechanisme heeft
gekoppeld dat toelaat een aanvullende bijdrage voor het betaald gekoppeld dat toelaat een aanvullende bijdrage voor het betaald
educatief verlof vast te stellen, wanneer wordt vastgesteld dat de educatief verlof vast te stellen, wanneer wordt vastgesteld dat de
doelstelling met betrekking tot de globale opleidingsinspanningen van doelstelling met betrekking tot de globale opleidingsinspanningen van
de ondernemingen niet wordt gehaald; de ondernemingen niet wordt gehaald;
Overwegende dat artikel 30, § 3, van de wet van 23 december 2005 als Overwegende dat artikel 30, § 3, van de wet van 23 december 2005 als
volgt luidt : "De vaststelling dat de in § 1 bepaalde globale volgt luidt : "De vaststelling dat de in § 1 bepaalde globale
inspanningen inzake opleiding al dan niet 1,9 pct. van de totale inspanningen inzake opleiding al dan niet 1,9 pct. van de totale
loonmassa van die ondernemingen bedragen, wordt beoordeeld op basis loonmassa van die ondernemingen bedragen, wordt beoordeeld op basis
van het in artikel 5 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van van het in artikel 5 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van
de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het
concurrentievermogen bedoeld technisch verslag van de Centrale Raad concurrentievermogen bedoeld technisch verslag van de Centrale Raad
voor het Bedrijfsleven"; voor het Bedrijfsleven";
Overwegende dat in voornoemd technisch verslag van de Centrale Raad Overwegende dat in voornoemd technisch verslag van de Centrale Raad
voor het Bedrijfsleven wordt vastgesteld dat voor de jaren 2008 en voor het Bedrijfsleven wordt vastgesteld dat voor de jaren 2008 en
2009 de globale inspanningen inzake opleiding van alle werkgevers die 2009 de globale inspanningen inzake opleiding van alle werkgevers die
ressorteren onder de wet van 5 december 1968 betreffende de ressorteren onder de wet van 5 december 1968 betreffende de
collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités samen niet collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités samen niet
minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die ondernemingen minstens 1,9 pct. van de totale loonmassa van die ondernemingen
bedragen; bedragen;
Overwegende dat, overeenkomstig artikel 3, § 3, van het voormeld Overwegende dat, overeenkomstig artikel 3, § 3, van het voormeld
koninklijk besluit van 11 oktober 2007, de lijsten van sectoren die koninklijk besluit van 11 oktober 2007, de lijsten van sectoren die
onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren voor de jaren 2008 en onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren voor de jaren 2008 en
2009 op 12 juli 2010 door de directeur-generaal van de Algemene 2009 op 12 juli 2010 door de directeur-generaal van de Algemene
Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale
Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg voor advies Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg voor advies
werden overgemaakt aan de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad werden overgemaakt aan de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad
voor het Bedrijfsleven; voor het Bedrijfsleven;
Overwegende dat de sociale partners in het kader van het Overwegende dat de sociale partners in het kader van het
interprofessioneel akkoord geen advies hebben uitgebracht waarin staat interprofessioneel akkoord geen advies hebben uitgebracht waarin staat
dat zij van oordeel zijn dat een bijkomende analyse nodig is, in dat zij van oordeel zijn dat een bijkomende analyse nodig is, in
toepassing van artikel 30, § 3, alinea 3, van de wet van 23 december toepassing van artikel 30, § 3, alinea 3, van de wet van 23 december
2005 betreffende het generatiepact; 2005 betreffende het generatiepact;
Overwegende dat, overeenkomstig artikel 3, § 3, tweede lid, van het Overwegende dat, overeenkomstig artikel 3, § 3, tweede lid, van het
voormeld koninklijk besluit van 11 oktober 2007, de Nationale voormeld koninklijk besluit van 11 oktober 2007, de Nationale
Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, hun Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, hun
gezamenlijk advies hebben gegeven op 26 januari 2011 waarin ze unaniem gezamenlijk advies hebben gegeven op 26 januari 2011 waarin ze unaniem
vastleggen welke de sectoren zijn waar geen collectieve vastleggen welke de sectoren zijn waar geen collectieve
arbeidsovereenkomst inzake bijkomende opleidingsinspanningen van arbeidsovereenkomst inzake bijkomende opleidingsinspanningen van
kracht is die voldoet aan de vereisten van het koninklijk besluit van kracht is die voldoet aan de vereisten van het koninklijk besluit van
11 oktober 2007 voor respectievelijk 2008 en 2009; 11 oktober 2007 voor respectievelijk 2008 en 2009;
Overwegende dat de Minister van Werk, overeenkomstig artikel 3, § 4, Overwegende dat de Minister van Werk, overeenkomstig artikel 3, § 4,
van voornoemd koninklijk besluit van 11 oktober 2007, de lijst van van voornoemd koninklijk besluit van 11 oktober 2007, de lijst van
sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren vaststelt sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren vaststelt
bij ministerieel besluit op basis van voornoemd advies met het oog op bij ministerieel besluit op basis van voornoemd advies met het oog op
de overmaking ervan aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, de overmaking ervan aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.De definitieve lijst van de sectoren die onvoldoende

Artikel 1.De definitieve lijst van de sectoren die onvoldoende

opleidingsinspanningen voor het jaar 2008 realiseren, in uitvoering opleidingsinspanningen voor het jaar 2008 realiseren, in uitvoering
van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een
bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het
betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren
die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van
artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het
generatiepact, is gevoegd in bijlage I van dit besluit. generatiepact, is gevoegd in bijlage I van dit besluit.
Deze lijst wordt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid overgemaakt Deze lijst wordt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid overgemaakt
met het oog op de toepassing van artikel 1 van het voormelde met het oog op de toepassing van artikel 1 van het voormelde
koninklijk besluit. koninklijk besluit.

Art. 2.De definitieve lijst van de sectoren die onvoldoende

Art. 2.De definitieve lijst van de sectoren die onvoldoende

opleidingsinspanningen voor het jaar 2009 realiseren, in uitvoering opleidingsinspanningen voor het jaar 2009 realiseren, in uitvoering
van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een
bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het
betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren
die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van
artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het
generatiepact, is gevoegd in bijlage II van dit besluit. generatiepact, is gevoegd in bijlage II van dit besluit.
Deze lijst wordt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid overgemaakt Deze lijst wordt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid overgemaakt
met het oog op de toepassing van artikel 1 van het voormelde met het oog op de toepassing van artikel 1 van het voormelde
koninklijk besluit. koninklijk besluit.

Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 januari 2011.

Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 januari 2011.

Brussel, 13 april 2011. Brussel, 13 april 2011.
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwi jzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwi jzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 23 december 2005, Belgisch Staatsblad van 30 december 2005; Wet van 23 december 2005, Belgisch Staatsblad van 30 december 2005;
Koninklijk besluit van 11 oktober 2007, Belgisch Staatsblad van 5 Koninklijk besluit van 11 oktober 2007, Belgisch Staatsblad van 5
december 2007. december 2007.
Koninklijk besluit van 23 december 2008, Belgisch Staatsblad van 29 Koninklijk besluit van 23 december 2008, Belgisch Staatsblad van 29
december 2008. december 2008.
Bijlage I : definitieve lijst van sectoren die onvoldoende Bijlage I : definitieve lijst van sectoren die onvoldoende
opleidingsinspanningen realiseren voor 2008 opleidingsinspanningen realiseren voor 2008
Beslissing CRB-NAR 2008 Beslissing CRB-NAR 2008
PC Nummer PC Nummer
Benaming Benaming
N N
101 101
Nationale Gemengde Mijncommissie Nationale Gemengde Mijncommissie
(N) (1) (2) (N) (1) (2)
102 102
Paritair comité voor het Groefbedrijf Paritair comité voor het Groefbedrijf
N N
102.01 102.01
Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der
groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen
N N
102.03 102.03
Paritair Subcomité voor de porfiergroeven in de provincie Henegouwen Paritair Subcomité voor de porfiergroeven in de provincie Henegouwen
en de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant en de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant
N N
102.05 102.05
Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven
welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies
Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen
N N
102.06 102.06
Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in
openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen,
West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant
N N
102.07 102.07
Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven,
cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement
Doornik Doornik
N N
102.08 102.08
Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op
het gehele grondgebied van het Rijk het gehele grondgebied van het Rijk
N N
102.09 102.09
Paritair Subcomité voor het bedrijf van de groeven van niet uit te Paritair Subcomité voor het bedrijf van de groeven van niet uit te
houwen kalksteen en van de kalkovens, van de bitterspaatgroeven en houwen kalksteen en van de kalkovens, van de bitterspaatgroeven en
-ovens op het gehele grondgebied van het Rijk -ovens op het gehele grondgebied van het Rijk
N N
102.11 102.11
Paritair Subcomité voor het bedrijf der leisteengroeven, Paritair Subcomité voor het bedrijf der leisteengroeven,
coticulegroeven en groeven van slijpsteen voor scheermessen in de coticulegroeven en groeven van slijpsteen voor scheermessen in de
provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen
N (1) (3) N (1) (3)
106 106
Paritair comité voor het cementbedrijf Paritair comité voor het cementbedrijf
N N
106.02 106.02
Paritair Subcomité voor de betonindustrie Paritair Subcomité voor de betonindustrie
N N
106.03 106.03
Paritair Subcomité voor de vezelcement Paritair Subcomité voor de vezelcement
N N
107 107
Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en
naaisters naaisters
N (1) N (1)
113 113
Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf
N N
113.01 113.01
Paritair subcomité voor het faience- en porseleinbedrijf Paritair subcomité voor het faience- en porseleinbedrijf
N N
113.02 113.02
Paritair subcomité voor de ceramiekbekleding en vloertegels Paritair subcomité voor de ceramiekbekleding en vloertegels
N N
113.03 113.03
Paritair subcomité voor de vuurvaste producten Paritair subcomité voor de vuurvaste producten
N N
113.04 113.04
Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen
N N
120.02 120.02
Paritair Subcomité voor de vlasbereiding Paritair Subcomité voor de vlasbereiding
N N
120.03 120.03
Paritair Subcomité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in Paritair Subcomité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in
jute of in vervangingsmaterialen jute of in vervangingsmaterialen
N (1) N (1)
125 125
Paritair Comité voor de houtnijverheid Paritair Comité voor de houtnijverheid
N N
125.01 125.01
Paritair Subcomité voor de bosontginningen Paritair Subcomité voor de bosontginningen
N N
125.02 125.02
Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante nijverheden Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante nijverheden
N N
125.03 125.03
Paritair Subcomité voor de houthandel Paritair Subcomité voor de houthandel
N N
127 127
Paritair Comité voor de handel in brandstoffen Paritair Comité voor de handel in brandstoffen
N N
127.02 127.02
Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen
N N
133 133
Paritair Comité voor het tabaksbedrijf Paritair Comité voor het tabaksbedrijf
N N
139 139
Paritair Comité voor de binnenscheepvaart Paritair Comité voor de binnenscheepvaart
N N
143 143
Paritair Comité voor de zeevisserij Paritair Comité voor de zeevisserij
N N
146 146
Paritair Comité voor het bosbouwbedrijf Paritair Comité voor het bosbouwbedrijf
N N
147 147
Paritair Comité voor de wapensmederij met de hand Paritair Comité voor de wapensmederij met de hand
N (1) N (1)
148 148
Paritair Comité voor bont en kleinvel Paritair Comité voor bont en kleinvel
N N
148.01 148.01
Paritair Subcomité voor de haarsnijderijen Paritair Subcomité voor de haarsnijderijen
N N
148.03 148.03
Paritair Subcomité voor de industriële en ambachtelijke fabricage van Paritair Subcomité voor de industriële en ambachtelijke fabricage van
bontwerk bontwerk
N N
148.05 148.05
Paritair Subcomité voor de pelslooierijen Paritair Subcomité voor de pelslooierijen
N (4) N (4)
149 149
Paritair Comité voor de sectors die aan de metaal-, machine- en Paritair Comité voor de sectors die aan de metaal-, machine- en
elektrische bouw verwant zijn elektrische bouw verwant zijn
N N
149.03 149.03
Paritair Subcomité voor de edele metalen Paritair Subcomité voor de edele metalen
N N
150 150
Paritair comité voor gewoon pottengoed in potaarde Paritair comité voor gewoon pottengoed in potaarde
N N
203 203
Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven
N N
204 204
Paritair Comité voor de bedienden uit de porfiergroeven van het kanton Paritair Comité voor de bedienden uit de porfiergroeven van het kanton
van Lessen, van Bierk-bij-Halle en van Quenast van Lessen, van Bierk-bij-Halle en van Quenast
N N
205 205
Paritair Comité voor de bedienden van de steenkolenmijnen Paritair Comité voor de bedienden van de steenkolenmijnen
N N
216 216
Paritair Comité voor de notarisbedienden Paritair Comité voor de notarisbedienden
N N
217 217
Paritair Comité voor de casinobedienden Paritair Comité voor de casinobedienden
N N
223 223
Nationaal Paritair Comité voor de sport Nationaal Paritair Comité voor de sport
N N
225 225
Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het
gesubsidieerd vrij onderwijs gesubsidieerd vrij onderwijs
N (5) N (5)
303 303
Paritair Comité voor het filmbedrijf Paritair Comité voor het filmbedrijf
N N
303.01 303.01
Paritair Subcomité voor de filmproductie Paritair Subcomité voor de filmproductie
N N
303.02 303.02
Paritair Subcomité voor de verdeling van films Paritair Subcomité voor de verdeling van films
N N
303.04 303.04
Paritair Subcomité voor de technische filmbedrijvigheid Paritair Subcomité voor de technische filmbedrijvigheid
N (1) N (1)
315 315
Paritair Comité voor de handelsluchtvaart Paritair Comité voor de handelsluchtvaart
N N
315.01 315.01
Paritair Subcomité voor het technisch onderhoud, bijstand en opleiding Paritair Subcomité voor het technisch onderhoud, bijstand en opleiding
in de luchtvaartsector in de luchtvaartsector
N N
315.02 315.02
Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen
N (6) N (6)
318 318
Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp
N N
320 320
Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen
N N
321 321
Paritair Comité voor de groothandelaars-verdelers in geneesmiddelen Paritair Comité voor de groothandelaars-verdelers in geneesmiddelen
N N
324 324
Paritair Comité voor de diamantnijverheid en -handel Paritair Comité voor de diamantnijverheid en -handel
N N
324.01 324.01
Paritair Subcomité voor het diamantzagen Paritair Subcomité voor het diamantzagen
N N
324.02 324.02
Paritair subcomité voor de kleinbranche in de diamantnijverheid en Paritair subcomité voor de kleinbranche in de diamantnijverheid en
-handel -handel
N N
325 325
Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen
N N
326 326
Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf
N (1) (7) N (1) (7)
327 327
Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale
werkplaatsen werkplaatsen
N (1) N (1)
328 328
Paritair Comité voor het stads- en streekvervoer Paritair Comité voor het stads- en streekvervoer
N N
328.01 328.01
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse
Gewest Gewest
N N
328.02 328.02
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Waalse Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Waalse
Gewest Gewest
N N
328.03 328.03
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Brusselse Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Brusselse
Hoofdstedelijk Gewest Hoofdstedelijk Gewest
Totaal Totaal
66 66
(1) geen werknemers onder dit PC (1) geen werknemers onder dit PC
(2) met uitzondering van het subcomité 102.02, 102.04 en 102.10 (niet (2) met uitzondering van het subcomité 102.02, 102.04 en 102.10 (niet
samengesteld) samengesteld)
(3) met uitzondering van subcomité PC 106.01 (3) met uitzondering van subcomité PC 106.01
(4) met uitzondering van subcomités 149.01, 149.02 en 149.04 (4) met uitzondering van subcomités 149.01, 149.02 en 149.04
(5) met uitzondering van subcomités 303.03 (5) met uitzondering van subcomités 303.03
(6) met uitzondering van subcomité PC 318.01 en 318.02 (6) met uitzondering van subcomité PC 318.01 en 318.02
(7) met uitzondering van subcomités 327.01, 327.02 en 327.03 (7) met uitzondering van subcomités 327.01, 327.02 en 327.03
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 13 april Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 13 april
2011 tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2011 tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en
2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in
uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11
oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten
bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de
werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende
opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de
wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact. wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.
Brussel, 13 april 2011. Brussel, 13 april 2011.
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
Bijlage II : definitieve lijst van sectoren die onvoldoende Bijlage II : definitieve lijst van sectoren die onvoldoende
opleidingsinspanningen realiseren voor 2009 opleidingsinspanningen realiseren voor 2009
Beslissing Beslissing
CRB-NAR 2009 CRB-NAR 2009
PC Nummer PC Nummer
Benaming Benaming
N N
101 101
Nationale Gemengde Mijncommissie Nationale Gemengde Mijncommissie
(N) (1) (2) (N) (1) (2)
102 102
Paritair comité voor het Groefbedrijf Paritair comité voor het Groefbedrijf
N N
102.01 102.01
Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der
groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen groeven van uit te houwen kalksteen in de provincie Henegouwen
N N
102.02 102.02
Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der
groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen
N N
102.03 102.03
Paritair Subcomité voor de porfiergroeven in de provincie Henegouwen Paritair Subcomité voor de porfiergroeven in de provincie Henegouwen
en de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant en de kwartsietgroeven in de provincie Waals-Brabant
N N
102.04 102.04
Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en
kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd
de kwartsietgroeven van de provincie Waals-Brabant de kwartsietgroeven van de provincie Waals-Brabant
N N
102.05 102.05
Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven
welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies
Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen
N N
102.06 102.06
Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in
openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen,
West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant
N N
102.07 102.07
Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven,
cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement
Doornik Doornik
N N
102.08 102.08
Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op Paritair Subcomité voor het bedrijf der marmergroeven en -zagerijen op
het gehele grondgebied van het Rijk het gehele grondgebied van het Rijk
N N
102.11 102.11
Paritair Subcomité voor het bedrijf der leisteengroeven, Paritair Subcomité voor het bedrijf der leisteengroeven,
coticulegroeven en groeven van slijpsteen voor scheermessen in de coticulegroeven en groeven van slijpsteen voor scheermessen in de
provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen
(N) (1) (3) (N) (1) (3)
106 106
Paritair comité voor het cementbedrijf Paritair comité voor het cementbedrijf
N N
106.02 106.02
Paritair Subcomité voor de betonindustrie Paritair Subcomité voor de betonindustrie
N N
107 107
Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en
naaisters naaisters
N N
110 110
Paritair Comité voor de textielverzorging Paritair Comité voor de textielverzorging
N N
112 112
Paritair Comité voor het garagebedrijf Paritair Comité voor het garagebedrijf
N N
113 113
Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf
N N
113.01 113.01
Paritair subcomité voor het faience- en het porseleinbedrijf, de Paritair subcomité voor het faience- en het porseleinbedrijf, de
sanitaire artikelen en de schuurproducten en het ceramisch aardewerk sanitaire artikelen en de schuurproducten en het ceramisch aardewerk
N N
113.02 113.02
Paritair subcomité voor de ondernemingen voor ceramiekbekleding en Paritair subcomité voor de ondernemingen voor ceramiekbekleding en
vloertegels vloertegels
N N
113.03 113.03
Paritair subcomité voor de vuurvaste producten Paritair subcomité voor de vuurvaste producten
N N
113.04 113.04
Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen
N N
120.02 120.02
Paritair Subcomité voor de vlasbereiding Paritair Subcomité voor de vlasbereiding
N N
120.03 120.03
Paritair Subcomité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in Paritair Subcomité voor het vervaardigen van en de handel in zakken in
jute of in vervangingsmaterialen jute of in vervangingsmaterialen
N (1) N (1)
125 125
Paritair Comité voor de houtnijverheid Paritair Comité voor de houtnijverheid
N N
125.01 125.01
Paritair Subcomité voor de bosontginningen Paritair Subcomité voor de bosontginningen
N N
125.02 125.02
Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante nijverheden Paritair Subcomité voor de zagerijen en aanverwante nijverheden
N N
125.03 125.03
Paritair Subcomité voor de houthandel Paritair Subcomité voor de houthandel
N N
133 133
Paritair Comité voor het tabaksbedrijf Paritair Comité voor het tabaksbedrijf
N N
136 136
Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking
N (1) (4) N (1) (4)
142 142
Paritair Comité voor de ondernemingen waar teruggewonnen grondstoffen Paritair Comité voor de ondernemingen waar teruggewonnen grondstoffen
opnieuw ter waarde worden gebracht opnieuw ter waarde worden gebracht
N N
142.01 142.01
Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen
N N
143 143
Paritair Comité voor de zeevisserij Paritair Comité voor de zeevisserij
N N
147 147
Paritair Comité voor de wapensmederij met de hand Paritair Comité voor de wapensmederij met de hand
N (1) N (1)
148 148
Paritair Comité voor bont en kleinvel Paritair Comité voor bont en kleinvel
N N
148.01 148.01
Paritair Subcomité voor de haarsnijderijen Paritair Subcomité voor de haarsnijderijen
N N
148.03 148.03
Paritair Subcomité voor de industriële en ambachtelijke fabricage van Paritair Subcomité voor de industriële en ambachtelijke fabricage van
bontwerk bontwerk
N N
148.05 148.05
Paritair Subcomité voor de pelslooierijen Paritair Subcomité voor de pelslooierijen
N (1) N (1)
149 149
Paritair Comité voor de sectors die aan de metaal-, machine- en Paritair Comité voor de sectors die aan de metaal-, machine- en
elektrische bouw verwant zijn elektrische bouw verwant zijn
N N
149.01 149.01
Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie
N N
149.02 149.02
Paritair Subcomité voor het koetswerk Paritair Subcomité voor het koetswerk
N N
149.03 149.03
Paritair Subcomité voor de edele metalen Paritair Subcomité voor de edele metalen
N N
149.04 149.04
Paritair Subcomité voor de metaalhandel Paritair Subcomité voor de metaalhandel
N N
150 150
Paritair comité voor gewoon pottengoed in potaarde Paritair comité voor gewoon pottengoed in potaarde
N N
152 152
Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij
onderwijs onderwijs
N N
201 201
Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel
N N
202.01 202.01
Paritair Subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven Paritair Subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven
N N
203 203
Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven
N N
204 204
Paritair Comité voor de bedienden uit de porfiergroeven van het kanton Paritair Comité voor de bedienden uit de porfiergroeven van het kanton
van Lessen, van Bierk-bij-Halle en van Quenast van Lessen, van Bierk-bij-Halle en van Quenast
N N
205 205
Paritair Comité voor de bedienden van de steenkolenmijnen Paritair Comité voor de bedienden van de steenkolenmijnen
N N
216 216
Paritair Comité voor de notarisbedienden Paritair Comité voor de notarisbedienden
N N
223 223
Nationaal Paritair Comité voor de sport Nationaal Paritair Comité voor de sport
N N
225 225
Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het
gesubsidieerd vrij onderwijs gesubsidieerd vrij onderwijs
N N
226 226
Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het
vervoer en de logistiek vervoer en de logistiek
N N
303 303
Paritair Comité voor het filmbedrijf Paritair Comité voor het filmbedrijf
N N
303.01 303.01
Paritair Subcomité voor de filmproductie Paritair Subcomité voor de filmproductie
N N
303.03 303.03
Paritair Subcomité voor de exploitatie van bioscoopzalen Paritair Subcomité voor de exploitatie van bioscoopzalen
N N
307 307
Paritair Comité voor de makelarij en verzekeringsagentschappen Paritair Comité voor de makelarij en verzekeringsagentschappen
N N
313 313
Paritair Comité voor de apotheken en tarificatiediensten Paritair Comité voor de apotheken en tarificatiediensten
N N
315 315
Paritair Comité voor de handelsluchtvaart Paritair Comité voor de handelsluchtvaart
N N
315.01 315.01
Paritair Subcomité voor het technisch onderhoud, bijstand en opleiding Paritair Subcomité voor het technisch onderhoud, bijstand en opleiding
in de luchtvaartsector in de luchtvaartsector
N N
315.02 315.02
Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen
N (5) N (5)
318 318
Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp
N N
320 320
Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen
N N
321 321
Paritair Comité voor de groothandelaars-verdelers in geneesmiddelen Paritair Comité voor de groothandelaars-verdelers in geneesmiddelen
N N
324 324
Paritair Comité voor de diamantnijverheid en -handel Paritair Comité voor de diamantnijverheid en -handel
N N
324.01 324.01
Paritair Subcomité voor het diamantzagen Paritair Subcomité voor het diamantzagen
N N
324.02 324.02
Paritair subcomité voor de kleinbranche in de diamantnijverheid en Paritair subcomité voor de kleinbranche in de diamantnijverheid en
-handel -handel
N N
325 325
Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen
N N
326 326
Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf
N (1) (6) N (1) (6)
327 327
Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale
werkplaatsen werkplaatsen
N N
327.02 327.02
Paritair Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door Paritair Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door
de Franse Gemeenschapscommissie de Franse Gemeenschapscommissie
N (1) N (1)
328 328
Paritair Comité voor het stads- en streekvervoer Paritair Comité voor het stads- en streekvervoer
N N
328.01 328.01
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse
Gewest Gewest
N N
328.02 328.02
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Waalse Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Waalse
Gewest Gewest
N N
328.03 328.03
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Brusselse Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Brusselse
Hoofdstedelijk Gewest Hoofdstedelijk Gewest
N N
332 332
Paritair Comité voor de Franstalige en Duitstalige welzijns- en Paritair Comité voor de Franstalige en Duitstalige welzijns- en
gezondheidssector gezondheidssector
Totaal Totaal
76 76
(1) geen werknemers onder dit PC (1) geen werknemers onder dit PC
(2) met uitzondering van het subcomité 102.09 en 102.10 (niet (2) met uitzondering van het subcomité 102.09 en 102.10 (niet
samengesteld) samengesteld)
(3) met uitzondering van subcomité PC 106.01 en 106.03 (3) met uitzondering van subcomité PC 106.01 en 106.03
(4) met uitzondering van subcomités 142.02, 142.03 en 142.04 (4) met uitzondering van subcomités 142.02, 142.03 en 142.04
(5) met uitzondering van subcomité PC 318.01 en 318.02 (5) met uitzondering van subcomité PC 318.01 en 318.02
(6) met uitzondering van subcomités PC 327.01 en 327.03 (6) met uitzondering van subcomités PC 327.01 en 327.03
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 13 april Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 13 april
2011 tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2011 tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en
2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in
uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11 uitvoering van artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit van 11
oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten
bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de
werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende
opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de
wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact. wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.
Brussel, 13 april 2011. Brussel, 13 april 2011.
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
^