← Terug naar "Ministerieel besluit tot vaststelling van de modaliteiten van monsterneming en de technische competentie van de laboratoria voor het opsporen van residuen van PCB/dioxines in sommige producten van dierlijke oorsprong "
Ministerieel besluit tot vaststelling van de modaliteiten van monsterneming en de technische competentie van de laboratoria voor het opsporen van residuen van PCB/dioxines in sommige producten van dierlijke oorsprong | Ministerieel besluit tot vaststelling van de modaliteiten van monsterneming en de technische competentie van de laboratoria voor het opsporen van residuen van PCB/dioxines in sommige producten van dierlijke oorsprong |
---|---|
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU | MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU |
12 JUNI 1999. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de | 12 JUNI 1999. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de |
modaliteiten van monsterneming en de technische competentie van de | modaliteiten van monsterneming en de technische competentie van de |
laboratoria voor het opsporen van residuen van PCB/dioxines in sommige | laboratoria voor het opsporen van residuen van PCB/dioxines in sommige |
producten van dierlijke oorsprong | producten van dierlijke oorsprong |
De Minister van Volksgezondheid, | De Minister van Volksgezondheid, |
Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de | Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de |
gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en | gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en |
andere producten, inzonderheid op de artikel 6bis; | andere producten, inzonderheid op de artikel 6bis; |
Gelet op de beschikking 1999/363/EEG van de Commissie van 3 juni 1999 | Gelet op de beschikking 1999/363/EEG van de Commissie van 3 juni 1999 |
tot vaststelling van beschermende maatregelen met betrekking tot | tot vaststelling van beschermende maatregelen met betrekking tot |
dioxineverontreiniging van voor menselijke of dierlijke voeding | dioxineverontreiniging van voor menselijke of dierlijke voeding |
bestemde dierlijke producten; | bestemde dierlijke producten; |
Gelet op de beschikking 1999/368/EG van de Commissie van 4 juni 1999 | Gelet op de beschikking 1999/368/EG van de Commissie van 4 juni 1999 |
tot vaststelling van beschermende maatregelen met betrekking tot | tot vaststelling van beschermende maatregelen met betrekking tot |
dioxineverontreiniging van voor menselijke of dierlijke voeding | dioxineverontreiniging van voor menselijke of dierlijke voeding |
bestemde dierlijke producten afkomstig van runderen en varkens; | bestemde dierlijke producten afkomstig van runderen en varkens; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat onverwijld maatregelen moeten worden genomen om elk | Overwegende dat onverwijld maatregelen moeten worden genomen om elk |
risico op dioxinevergiftiging bij de consument te vermijden; | risico op dioxinevergiftiging bij de consument te vermijden; |
Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van | Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van |
Binnenlandse Zaken, belast met Volksgezondheid, | Binnenlandse Zaken, belast met Volksgezondheid, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de producten van dierlijke |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de producten van dierlijke |
oorsprong, die onder bewarend beslag zijn geplaatst in toepassing van | oorsprong, die onder bewarend beslag zijn geplaatst in toepassing van |
: | : |
- het ministerieel besluit van 31 mei 1999 houdende maatregelen | - het ministerieel besluit van 31 mei 1999 houdende maatregelen |
betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong, gewijzigd bij | betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong, gewijzigd bij |
de ministeriële besluiten van 2, 5, 8 en 12 juni 1999; | de ministeriële besluiten van 2, 5, 8 en 12 juni 1999; |
- het ministerieel besluit van 5 juni 1999 houdende maatregelen | - het ministerieel besluit van 5 juni 1999 houdende maatregelen |
betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong afkomstig van | betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong afkomstig van |
runderen en varkens, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 8 en | runderen en varkens, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 8 en |
12 juni 1999. | 12 juni 1999. |
Dit besluit is eveneens van toepassing op de producten van dierlijke | Dit besluit is eveneens van toepassing op de producten van dierlijke |
oorsprong bedoeld in de beschikking 1999/368/EG van de Commissie van 4 | oorsprong bedoeld in de beschikking 1999/368/EG van de Commissie van 4 |
juni 1999 en die niet zijn opgenomen in de voornoemde ministeriële | juni 1999 en die niet zijn opgenomen in de voornoemde ministeriële |
besluiten. | besluiten. |
Art. 2.De procedure van monsterneming en de technische competentie |
Art. 2.De procedure van monsterneming en de technische competentie |
van de laboratoria voor het opsporen van residuen van dioxines of PCB | van de laboratoria voor het opsporen van residuen van dioxines of PCB |
in producten van dierlijke oorsprong zijn vastgesteld in de bijlagen I | in producten van dierlijke oorsprong zijn vastgesteld in de bijlagen I |
en II bij dit besluit. | en II bij dit besluit. |
Art. 3.Dit besluit treedt in werking met ingang van 12 juni 1999. |
Art. 3.Dit besluit treedt in werking met ingang van 12 juni 1999. |
Brussel, 12 juni 1999. | Brussel, 12 juni 1999. |
L. VAN DEN BOSSCHE | L. VAN DEN BOSSCHE |
Bijlage I | Bijlage I |
Bemonsteringsprocedure voor de PCB/dioxine-analyses van de sommige | Bemonsteringsprocedure voor de PCB/dioxine-analyses van de sommige |
producten van dierlijke oorsprong | producten van dierlijke oorsprong |
Doelstelling : | Doelstelling : |
Deze procedure tracht het aantal stalen dat genomen moet worden en de | Deze procedure tracht het aantal stalen dat genomen moet worden en de |
steekproefmethode te bepalen om, met een zekere mate van vertrouwen, | steekproefmethode te bepalen om, met een zekere mate van vertrouwen, |
een bepaalde hoeveelheid producten te kunnen vrijgeven op basis van de | een bepaalde hoeveelheid producten te kunnen vrijgeven op basis van de |
resultaten van de analyses die op deze stalen werden uitgevoerd. | resultaten van de analyses die op deze stalen werden uitgevoerd. |
Dit plan slaat op de verdachte en in beslag genomen producten die | Dit plan slaat op de verdachte en in beslag genomen producten die |
verzameld en bewaard worden op het niveau van de fabrikanten, de | verzameld en bewaard worden op het niveau van de fabrikanten, de |
groothandelaars en de verdeelcentra of aankoopcentrales. | groothandelaars en de verdeelcentra of aankoopcentrales. |
Enkel de producten die vanaf 15 januari 1999 werden gefabriceerd, | Enkel de producten die vanaf 15 januari 1999 werden gefabriceerd, |
worden hier bedoeld. De verantwoordelijke persoon dient een inventaris | worden hier bedoeld. De verantwoordelijke persoon dient een inventaris |
op te stellen van alle producten die in de betrokken ministeriële | op te stellen van alle producten die in de betrokken ministeriële |
besluiten bedoeld worden en dient die inventaris en de daarmee verband | besluiten bedoeld worden en dient die inventaris en de daarmee verband |
houdende bewijzen ter beschikking te houden van de AEWI of het IVK | houdende bewijzen ter beschikking te houden van de AEWI of het IVK |
(onder meer aankoopfacturen, nummers van de loten zoals die vermeld | (onder meer aankoopfacturen, nummers van de loten zoals die vermeld |
worden op de etiketten van de producten, de fabricatiedata die | worden op de etiketten van de producten, de fabricatiedata die |
eventueel vermeld worden op de etiketten voor bepaalde producten). | eventueel vermeld worden op de etiketten voor bepaalde producten). |
Procedure : | Procedure : |
1. Bepaling van het lot | 1. Bepaling van het lot |
Het gaat om de hoeveelheid waarop de bemonstering moet gebeuren. | Het gaat om de hoeveelheid waarop de bemonstering moet gebeuren. |
1° Niveau van de fabrikant | 1° Niveau van de fabrikant |
De partij waarop de bemonstering moet gebeuren, is het fabricagelot | De partij waarop de bemonstering moet gebeuren, is het fabricagelot |
van éénzelfde categorie van verdachte producten. Voorbeelden van | van éénzelfde categorie van verdachte producten. Voorbeelden van |
categorieën : mayonaise op basis van eieren, droge worsten, deegwaren, | categorieën : mayonaise op basis van eieren, droge worsten, deegwaren, |
hespen. | hespen. |
Fabricagelot : het geheel van individuele verkoopseenheden, aan de | Fabricagelot : het geheel van individuele verkoopseenheden, aan de |
eindverbruikers of enige andere gebruiker van deze producten die in | eindverbruikers of enige andere gebruiker van deze producten die in |
identieke omstandigheden en op identieke tijdstippen gemaakt werden | identieke omstandigheden en op identieke tijdstippen gemaakt werden |
(vb. van criterium : fabricatiedatum, fabricatieperiode, lotnummer). | (vb. van criterium : fabricatiedatum, fabricatieperiode, lotnummer). |
Homogeen lotnummer : fabricagelot waarvoor bewezen is dat de | Homogeen lotnummer : fabricagelot waarvoor bewezen is dat de |
besmetting op homogene manier verdeeld is over alle producten die tot | besmetting op homogene manier verdeeld is over alle producten die tot |
dat lot behoren of over de verdachte grondstoffen die gebruikt werden | dat lot behoren of over de verdachte grondstoffen die gebruikt werden |
om dat lot te fabriceren (vb. van criterium : er bestaat een etappe | om dat lot te fabriceren (vb. van criterium : er bestaat een etappe |
van efficiënte homogenisering in het fabricageproces en het verband | van efficiënte homogenisering in het fabricageproces en het verband |
tussen alle eenheden van producten van ditzelfde lot en deze etappe | tussen alle eenheden van producten van ditzelfde lot en deze etappe |
kan eenduidig worden bewezen). | kan eenduidig worden bewezen). |
2° Niveau van de handel | 2° Niveau van de handel |
De hoeveelheid waarop steekproeven moeten worden genomen, is het | De hoeveelheid waarop steekproeven moeten worden genomen, is het |
geheel van individuele verkoopseenheden voor de verbruikers van | geheel van individuele verkoopseenheden voor de verbruikers van |
producten van dezelfde categorie die van dezelfde leverancier komen en | producten van dezelfde categorie die van dezelfde leverancier komen en |
die dezelfde datum van minimale houdbaarheid dragen (verplichte | die dezelfde datum van minimale houdbaarheid dragen (verplichte |
vermelding op de etiketten volgens de reglementering). Ook het | vermelding op de etiketten volgens de reglementering). Ook het |
verplichte lotnummer dat op de etiketten staat kan worden gebruikt. | verplichte lotnummer dat op de etiketten staat kan worden gebruikt. |
In de 2 voorgaande gevallen mogen ook producten samengenomen worden | In de 2 voorgaande gevallen mogen ook producten samengenomen worden |
die tot dezelfde categorie behoren die een gelijkaardige aard, | die tot dezelfde categorie behoren die een gelijkaardige aard, |
samenstelling en productiewijze hebben. Een voorbeeld van | samenstelling en productiewijze hebben. Een voorbeeld van |
samengevoegde producten : mayonaises, dressings en andere | samengevoegde producten : mayonaises, dressings en andere |
gelijkaardige sauzen op basis van eieren (meer dan 2 %). | gelijkaardige sauzen op basis van eieren (meer dan 2 %). |
2. Inventaris van de producten van éénzelfde lot : | 2. Inventaris van de producten van éénzelfde lot : |
1° Niveau van de fabrikant | 1° Niveau van de fabrikant |
Voor elke productcategorie dient de fabrikant de inventaris op te | Voor elke productcategorie dient de fabrikant de inventaris op te |
stellen van het totale aantal verkoopseenheden dat tot eenzelfde | stellen van het totale aantal verkoopseenheden dat tot eenzelfde |
fabricagelot behoort. Die inventaris kan ook berekend worden op basis | fabricagelot behoort. Die inventaris kan ook berekend worden op basis |
van het totale gewicht van het lot (rekening houdend met het gewicht | van het totale gewicht van het lot (rekening houdend met het gewicht |
van een eenheid). | van een eenheid). |
2° Niveau van de handel | 2° Niveau van de handel |
Voor elke categorie van producten die afkomstig zijn van eenzelfde | Voor elke categorie van producten die afkomstig zijn van eenzelfde |
leverancier dient de verantwoordelijke persoon de inventaris te maken | leverancier dient de verantwoordelijke persoon de inventaris te maken |
van het totale aantal verkoopseenheden en eventueel van de lotnummers | van het totale aantal verkoopseenheden en eventueel van de lotnummers |
die op de etiketten staan van deze eenheden (zoals door de | die op de etiketten staan van deze eenheden (zoals door de |
reglementering voorgeschreven), die tot eenzelfde lot behoren. | reglementering voorgeschreven), die tot eenzelfde lot behoren. |
3. Bepaling van de intensiteit van de steekproef | 3. Bepaling van de intensiteit van de steekproef |
Het betreft hier het bepalen van het aantal stalen dat in elk lot | Het betreft hier het bepalen van het aantal stalen dat in elk lot |
genomen moet worden en ter analyse moet worden overgemaakt. | genomen moet worden en ter analyse moet worden overgemaakt. |
3.1. Een niet homogeen fabricage- of handelslot | 3.1. Een niet homogeen fabricage- of handelslot |
De methode is gebaseerd op de ISO-norm 3951 : 1989. | De methode is gebaseerd op de ISO-norm 3951 : 1989. |
Het voorgestelde plan en zijn parameters zijn te vinden in punt 6. | Het voorgestelde plan en zijn parameters zijn te vinden in punt 6. |
3.2. Een homogeen fabricagelot | 3.2. Een homogeen fabricagelot |
Aantal stalen : ten minste drie eenheden. | Aantal stalen : ten minste drie eenheden. |
Beslissing tot aanvaarding of tot afwijzing van het lot : | Beslissing tot aanvaarding of tot afwijzing van het lot : |
a) Vlees van gevogelte, producten op basis van vlees van gevogelte, | a) Vlees van gevogelte, producten op basis van vlees van gevogelte, |
eieren en melk : indien de resultaten van de analyse PCB in het staal | eieren en melk : indien de resultaten van de analyse PCB in het staal |
< 200 µg/kg uitgedrukt op vet (200 ppb) of indien de resultaten van de | < 200 µg/kg uitgedrukt op vet (200 ppb) of indien de resultaten van de |
analyses dioxine in het staal < 5 pg TEQ/g, uitgedrukt op vet, dan | analyses dioxine in het staal < 5 pg TEQ/g, uitgedrukt op vet, dan |
wordt het lot aanvaard. | wordt het lot aanvaard. |
b) Vlees van runderen, varkens of producten op basis van vlees van | b) Vlees van runderen, varkens of producten op basis van vlees van |
runderen of varkens : indien de resultaten van de analyses op PCB of | runderen of varkens : indien de resultaten van de analyses op PCB of |
dioxines < is dan de grenswaarde welke nog wettelijk moet vastgelegd | dioxines < is dan de grenswaarde welke nog wettelijk moet vastgelegd |
worden, maar op dit ogenblik < is dan de hierboven vermelde | worden, maar op dit ogenblik < is dan de hierboven vermelde |
grenswaarden, dan wordt het lot aanvaard. | grenswaarden, dan wordt het lot aanvaard. |
c) Indien een analyseresultaat g is dan de hierboven vermelde | c) Indien een analyseresultaat g is dan de hierboven vermelde |
grenswaarden, dan wordt het lot afgewezen. | grenswaarden, dan wordt het lot afgewezen. |
4. Methode van steekproef en analyse | 4. Methode van steekproef en analyse |
De eenheden moeten op die manier in het lot gekozen worden dat elke | De eenheden moeten op die manier in het lot gekozen worden dat elke |
eenheid dezelfde waarschijnlijkheid heeft om deel uit te maken van het | eenheid dezelfde waarschijnlijkheid heeft om deel uit te maken van het |
staal (aselecte steekproef). Dat betekent onder andere : | staal (aselecte steekproef). Dat betekent onder andere : |
- Het staal kan niet samengesteld worden door verschillende eenheden | - Het staal kan niet samengesteld worden door verschillende eenheden |
die in eenzelfde secundaire verpakking steken; | die in eenzelfde secundaire verpakking steken; |
- Een staal nemen op verschillende plaatsen; | - Een staal nemen op verschillende plaatsen; |
- Een staal nemen van eenheden van producten van verschillende aard | - Een staal nemen van eenheden van producten van verschillende aard |
(vb. : paté met peper, paté met asperge,...). | (vb. : paté met peper, paté met asperge,...). |
De minimale hoeveelheid eenheden die ter analyse wordt voorgelegd, | De minimale hoeveelheid eenheden die ter analyse wordt voorgelegd, |
wordt bepaald door de noden van de PCB-analysemethode. Indien de | wordt bepaald door de noden van de PCB-analysemethode. Indien de |
eenheid bij de steekproef een kleinere hoeveelheid bevat, moet die | eenheid bij de steekproef een kleinere hoeveelheid bevat, moet die |
aangevuld worden met andere eenheden en het geheel moet beschouwd | aangevuld worden met andere eenheden en het geheel moet beschouwd |
worden als een nieuwe eenheid van het staal. | worden als een nieuwe eenheid van het staal. |
De identificatie van het lot van elke eenheid waarvan een staal is | De identificatie van het lot van elke eenheid waarvan een staal is |
afgenomen (vb. : lotnummer), moet genoteerd worden en moet vermeld | afgenomen (vb. : lotnummer), moet genoteerd worden en moet vermeld |
worden op de analyseaanvraag, net zoals de naam en het adres van de | worden op de analyseaanvraag, net zoals de naam en het adres van de |
fabrikant. Deze gegevens moeten vermeld worden in het analyseverslag | fabrikant. Deze gegevens moeten vermeld worden in het analyseverslag |
evenals de exacte identificatie van de geviseerde producten (volgens | evenals de exacte identificatie van de geviseerde producten (volgens |
de norm EN 45001). De analyse kan enkel uitgevoerd worden door de | de norm EN 45001). De analyse kan enkel uitgevoerd worden door de |
laboratoria die regelmatig gepubliceerd zullen worden in het Belgisch | laboratoria die regelmatig gepubliceerd zullen worden in het Belgisch |
Staatsblad. | Staatsblad. |
De procedure van de bemonstering en de identificatie zullen onder de | De procedure van de bemonstering en de identificatie zullen onder de |
controle staan van een bevoegd ambtenaar die het staal zal verzegelen. | controle staan van een bevoegd ambtenaar die het staal zal verzegelen. |
Wettelijk vastgestelde norm voor PCB/dioxine : zie punt 3.2. | Wettelijk vastgestelde norm voor PCB/dioxine : zie punt 3.2. |
De steekproef die in het laboratorium wordt uitgevoerd op de eenheden | De steekproef die in het laboratorium wordt uitgevoerd op de eenheden |
van het staal met de analyses als doel en de analysemethode moeten | van het staal met de analyses als doel en de analysemethode moeten |
conform de ISO- of de ad hoc EN-normen zijn. | conform de ISO- of de ad hoc EN-normen zijn. |
5. Het vrijgeven van de producten | 5. Het vrijgeven van de producten |
Het certificaat van vrijgeving wordt opgesteld voor alle | Het certificaat van vrijgeving wordt opgesteld voor alle |
verkoopseenheden die deel uitmaken van het lot dat aan de bemonstering | verkoopseenheden die deel uitmaken van het lot dat aan de bemonstering |
onderworpen werd en geanalyseerd werd. Het zal het aantal eenheden en | onderworpen werd en geanalyseerd werd. Het zal het aantal eenheden en |
de lotnummers van de producten vermelden. Het zal vergezeld zijn van | de lotnummers van de producten vermelden. Het zal vergezeld zijn van |
een verklaring van de verantwoordelijke persoon die stelt dat de | een verklaring van de verantwoordelijke persoon die stelt dat de |
beschreven procedure gevolgd werd (indien nodig kan hij de uitvoering | beschreven procedure gevolgd werd (indien nodig kan hij de uitvoering |
van de hele procedure of van een gedeelte daarvan delegeren aan het | van de hele procedure of van een gedeelte daarvan delegeren aan het |
analyselabo). | analyselabo). |
De analyseresultaten worden verplicht gerapporteerd op een centrale | De analyseresultaten worden verplicht gerapporteerd op een centrale |
plaats waar een comité van ten minste twee ambtenaren een beoordeling | plaats waar een comité van ten minste twee ambtenaren een beoordeling |
zal uitbrengen : ten minste 1 aangeduid door de Minister van | zal uitbrengen : ten minste 1 aangeduid door de Minister van |
Volksgezondheid en 1 aangeduid door de Minister van Landbouw. | Volksgezondheid en 1 aangeduid door de Minister van Landbouw. |
6. Intensiteit van de steekproef | 6. Intensiteit van de steekproef |
Parameters : | Parameters : |
- Een zekerheid van 95 % om een lot te beoordelen. | - Een zekerheid van 95 % om een lot te beoordelen. |
- NQA = 0,25 (NAQ = niveau van aanvaardbare kwaliteit of maximum | - NQA = 0,25 (NAQ = niveau van aanvaardbare kwaliteit of maximum |
percentage van gebreken in het lot dat, voor de inspectiebehoeften per | percentage van gebreken in het lot dat, voor de inspectiebehoeften per |
steekproef, als aanvaardbaar beschouwd wordt). | steekproef, als aanvaardbaar beschouwd wordt). |
- Algemeen inspectienieveau I voor de kleine stalen, speciaal | - Algemeen inspectienieveau I voor de kleine stalen, speciaal |
inspectieniveau S4 voor de grote stalen. | inspectieniveau S4 voor de grote stalen. |
- Grootte van de steekproef : zie de tabel hieronder : | - Grootte van de steekproef : zie de tabel hieronder : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
N : grootte van het lot | N : grootte van het lot |
n : aantal eenheden dat afgenomen moet worden om een staal van een lot | n : aantal eenheden dat afgenomen moet worden om een staal van een lot |
samen te stellen | samen te stellen |
Om te beslissen of een lot wordt aanvaard of afgewezen, wordt de | Om te beslissen of een lot wordt aanvaard of afgewezen, wordt de |
volgende berekening gemaakt : | volgende berekening gemaakt : |
Kwaliteitsindex Q = (200 ppb-m)/s (m-gemiddelde van de resultaten van | Kwaliteitsindex Q = (200 ppb-m)/s (m-gemiddelde van de resultaten van |
het staal, s = verschil type van de resultaten met betrekking tot het | het staal, s = verschil type van de resultaten met betrekking tot het |
staal) en vergelijk Q met de aanvaardbaarheidsconstante k (zie de | staal) en vergelijk Q met de aanvaardbaarheidsconstante k (zie de |
tabel hierboven). | tabel hierboven). |
a) Als k < Q wordt het lot aanvaard; | a) Als k < Q wordt het lot aanvaard; |
b) Als k > Q wordt het lot afgewezen; | b) Als k > Q wordt het lot afgewezen; |
c) Vlees van gevogelte, producten op basis van vlees van gevogelte, | c) Vlees van gevogelte, producten op basis van vlees van gevogelte, |
eieren en melk : indien de resultaten van de analyse PCB in het staal | eieren en melk : indien de resultaten van de analyse PCB in het staal |
< 200 µg/kg uitgedrukt op vet (200 ppb) of indien de resultaten van de | < 200 µg/kg uitgedrukt op vet (200 ppb) of indien de resultaten van de |
analyses dioxine in het staal < 5 pg TEQ/g, uitgedrukt op vet, dan | analyses dioxine in het staal < 5 pg TEQ/g, uitgedrukt op vet, dan |
wordt het lot aanvaard. | wordt het lot aanvaard. |
Vlees van runderen, varkens of producten op basis van vlees van | Vlees van runderen, varkens of producten op basis van vlees van |
runderen of varkens : indien de resultaten van de analyses op PCB of | runderen of varkens : indien de resultaten van de analyses op PCB of |
dioxines < dan de grenswaarde welke nog wettelijk moet vastgelegd | dioxines < dan de grenswaarde welke nog wettelijk moet vastgelegd |
worden, maar op dit ogenblik < dan de hierboven vermelde grenswaarden, | worden, maar op dit ogenblik < dan de hierboven vermelde grenswaarden, |
dan wordt het lot aanvaard. | dan wordt het lot aanvaard. |
d) Indien een analyseresultaat g dan de hierboven vermelde | d) Indien een analyseresultaat g dan de hierboven vermelde |
grenswaarden, dan wordt het lot afgewezen. | grenswaarden, dan wordt het lot afgewezen. |
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 12 juni | Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 12 juni |
1999. | 1999. |
L. VAN DEN BOSSCHE | L. VAN DEN BOSSCHE |
Bijlage II | Bijlage II |
Procedure voor het bepalen van de technische competentie van de | Procedure voor het bepalen van de technische competentie van de |
laboratoria | laboratoria |
die PCB/dioxine-analyses uitvoeren op sommige producten van dierlijke | die PCB/dioxine-analyses uitvoeren op sommige producten van dierlijke |
oorsprong | oorsprong |
1. Selectie van Belgische laboratoria voor PCB-analyses | 1. Selectie van Belgische laboratoria voor PCB-analyses |
De selectie van de laboratoria is gebaseerd op het beschikken over een | De selectie van de laboratoria is gebaseerd op het beschikken over een |
intern kwaliteitssysteem en een voldoende methodenvalidatie-strategie. | intern kwaliteitssysteem en een voldoende methodenvalidatie-strategie. |
Om de technische competentie van het laboratorium zal een audit | Om de technische competentie van het laboratorium zal een audit |
uitgevoerd worden. Deze audit wordt uitgevoerd door een of meerdere | uitgevoerd worden. Deze audit wordt uitgevoerd door een of meerdere |
Beltest EN-45001 bevoegd verklaarde auditors. Een geactualiseerde | Beltest EN-45001 bevoegd verklaarde auditors. Een geactualiseerde |
lijst van auditors wordt bijgehouden door de Minister van Landbouw en | lijst van auditors wordt bijgehouden door de Minister van Landbouw en |
de Minister van Volksgezondheid. | de Minister van Volksgezondheid. |
Tijdens de audit zal door de bevoegde auditoren nagegaan worden of de | Tijdens de audit zal door de bevoegde auditoren nagegaan worden of de |
laboratoria die wensen erkend te worden, beschikken over de vereiste | laboratoria die wensen erkend te worden, beschikken over de vereiste |
apparatuur, voldoende gekwalificeerd personeel, de noodzakelijke | apparatuur, voldoende gekwalificeerd personeel, de noodzakelijke |
standaarden en een correct methodenvalidatie- en | standaarden en een correct methodenvalidatie- en |
kwaliteitscontroleprotocol. | kwaliteitscontroleprotocol. |
Het laboratorium moet een modelverklaring zoals in punt 7 van deze | Het laboratorium moet een modelverklaring zoals in punt 7 van deze |
bijlage is weergegeven, terugsturen. Als én de audit positief is én de | bijlage is weergegeven, terugsturen. Als én de audit positief is én de |
verklaring teruggezonden wordt, zal het laboratorium formeel erkend | verklaring teruggezonden wordt, zal het laboratorium formeel erkend |
worden door de Minister van Landbouw en door de Minister van | worden door de Minister van Landbouw en door de Minister van |
Volksgezondheid. De lijst met laboratoria zal op regelmatige | Volksgezondheid. De lijst met laboratoria zal op regelmatige |
tijdstippen gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad. | tijdstippen gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad. |
2. Vereiste validatiecriteria voor PCB-analyses | 2. Vereiste validatiecriteria voor PCB-analyses |
- Het laboratorium dient 10 % van zijn totale analysecapaciteit voor | - Het laboratorium dient 10 % van zijn totale analysecapaciteit voor |
PCB's te besteden aan validatiewerk. | PCB's te besteden aan validatiewerk. |
- Volgende criteria dienen bepaald te worden : | - Volgende criteria dienen bepaald te worden : |
- Aantoonbaarheidsgrens (Engels : LOD : Limit of Detection) : het | - Aantoonbaarheidsgrens (Engels : LOD : Limit of Detection) : het |
laboratorium moet aantonen dat het in staat is om een | laboratorium moet aantonen dat het in staat is om een |
aantoonbaarheidsgrens van ten hoogste 200 µg/kg (uitgedrukt op vet) te | aantoonbaarheidsgrens van ten hoogste 200 µg/kg (uitgedrukt op vet) te |
behalen (de som van de 7 congeneren). | behalen (de som van de 7 congeneren). |
- Bepaalbaarheidsgrens (Engels : LOQ : Limit of Quantitation) : deze | - Bepaalbaarheidsgrens (Engels : LOQ : Limit of Quantitation) : deze |
kan bepaald worden via de regressie-techniek of via analyses. | kan bepaald worden via de regressie-techniek of via analyses. |
- Lineariteit : het lineair gebied moet aangetoond worden. Als er | - Lineariteit : het lineair gebied moet aangetoond worden. Als er |
binnen het werkgebied een ander mathematisch verband is moet dit | binnen het werkgebied een ander mathematisch verband is moet dit |
omstandig worden bewezen. | omstandig worden bewezen. |
- Herhaalbaarheid : ten minste zes volledige proeven moeten uitgevoerd | - Herhaalbaarheid : ten minste zes volledige proeven moeten uitgevoerd |
worden onder dezelfde omstandigheden. De maximale relatieve | worden onder dezelfde omstandigheden. De maximale relatieve |
standaardafwijking moet kleiner zijn dan 20 %. | standaardafwijking moet kleiner zijn dan 20 %. |
- Intra-reproduceerbaarheid : de reproduceerbaarheid binnen het | - Intra-reproduceerbaarheid : de reproduceerbaarheid binnen het |
laboratorium. Deze dient bepaald te worden via controlekaarten (met | laboratorium. Deze dient bepaald te worden via controlekaarten (met |
gebruik van 2 s en 3 s grenzen). De intra-reproduceerbaarheid moet | gebruik van 2 s en 3 s grenzen). De intra-reproduceerbaarheid moet |
voldoen aan het criterium van Horwitz : srel.max. = 2(1-0.5logc). | voldoen aan het criterium van Horwitz : srel.max. = 2(1-0.5logc). |
- Rendement : dit moet aangetoond worden via de volgende | - Rendement : dit moet aangetoond worden via de volgende |
BCR-referentiematerialen : CRM 349 (cod liver oil, 2 ppm), CRM 350 | BCR-referentiematerialen : CRM 349 (cod liver oil, 2 ppm), CRM 350 |
(mackerel oil 0.7 ppm) en CRM 450 (natural milk powder, 0.04 ppm). | (mackerel oil 0.7 ppm) en CRM 450 (natural milk powder, 0.04 ppm). |
Indien de vernoemde BCR referentiematerialen niet (meer) ter | Indien de vernoemde BCR referentiematerialen niet (meer) ter |
beschikking zijn, dan moet het laboratorium in elke meetreeks een | beschikking zijn, dan moet het laboratorium in elke meetreeks een |
controlemonster opnemen waaraan 100 µg/kg vet per individuele PCB | controlemonster opnemen waaraan 100 µg/kg vet per individuele PCB |
congeneer is toegevoegd. | congeneer is toegevoegd. |
- Specificiteit : dit kan onder meer aangetoond worden via Rt (1 of 2 | - Specificiteit : dit kan onder meer aangetoond worden via Rt (1 of 2 |
kolommen) met een maximum toegelaten venster van 1 %, vergelijking met | kolommen) met een maximum toegelaten venster van 1 %, vergelijking met |
Arochlor 1254 en 1260 patronen, massa-spectrometrie met identificatie | Arochlor 1254 en 1260 patronen, massa-spectrometrie met identificatie |
van twee specifieke ionen in een bepaalde verhouding. | van twee specifieke ionen in een bepaalde verhouding. |
3. Vereist intern kwaliteitsprogramma voor PCB-analyses | 3. Vereist intern kwaliteitsprogramma voor PCB-analyses |
Onderstaand programma moet bij de dagelijkse routine-analyses | Onderstaand programma moet bij de dagelijkse routine-analyses |
uitgevoerd worden. | uitgevoerd worden. |
- Procedure blanco : de volledige procedure zonder de matrix moet | - Procedure blanco : de volledige procedure zonder de matrix moet |
uitgevoerd worden en er mag geen significant signaal waargenomen | uitgevoerd worden en er mag geen significant signaal waargenomen |
worden dat groter is dan de aantoonbaarheidsgrens. | worden dat groter is dan de aantoonbaarheidsgrens. |
- Werkstandaarden : één standaard volstaat binnen het werkgebied als | - Werkstandaarden : één standaard volstaat binnen het werkgebied als |
de isotopendilutie-techniek wordt gebruikt. Als de GC-ECD-techniek | de isotopendilutie-techniek wordt gebruikt. Als de GC-ECD-techniek |
wordt gebruikt, moet de kalibratiecurve ten minste 5 punten bevatten | wordt gebruikt, moet de kalibratiecurve ten minste 5 punten bevatten |
en voor de GC-MS-techniek dienen er drie standaarden gebruikt te | en voor de GC-MS-techniek dienen er drie standaarden gebruikt te |
worden. | worden. |
- (C)RM of een gespiked Shewart-monster; het spiken dient te gebeuren | - (C)RM of een gespiked Shewart-monster; het spiken dient te gebeuren |
binnen het werkgebied en voor de individuele congeneren. | binnen het werkgebied en voor de individuele congeneren. |
Het laboratorium moet een gedetailleerd schema bijhouden van de | Het laboratorium moet een gedetailleerd schema bijhouden van de |
analysegang (bijv. : standaard 1, standaard 2, monster 1, monster 2, | analysegang (bijv. : standaard 1, standaard 2, monster 1, monster 2, |
monster 3, standaard 1,...) | monster 3, standaard 1,...) |
4. Weergave van resultaten voor PCB-analyses | 4. Weergave van resultaten voor PCB-analyses |
- De beproevingsverslagen moeten alle monstergegevens omvatten en alle | - De beproevingsverslagen moeten alle monstergegevens omvatten en alle |
resultaten moeten uitgedrukt worden in µg/kg (uitgedrukt op vet). | resultaten moeten uitgedrukt worden in µg/kg (uitgedrukt op vet). |
- Het laboratorium mag technische opmerkingen maken i.v.m. de | - Het laboratorium mag technische opmerkingen maken i.v.m. de |
resultaten, maar subjectieve opmerkingen moeten vermeden worden. | resultaten, maar subjectieve opmerkingen moeten vermeden worden. |
- De individuele resultaten van de 7 congeneren moeten aangegeven | - De individuele resultaten van de 7 congeneren moeten aangegeven |
worden. Als een individueel resultaat van een congeneer kleiner is dan | worden. Als een individueel resultaat van een congeneer kleiner is dan |
de individuele aantoonbaarheidsgrens, moet de weergave van dit | de individuele aantoonbaarheidsgrens, moet de weergave van dit |
resultaat als volgt luiden : in het Nederlands : « NIET AANTOONBAAR » | resultaat als volgt luiden : in het Nederlands : « NIET AANTOONBAAR » |
of in het Frans : « NON DECELABLE » of in het Engels « NOT DETECTABLE | of in het Frans : « NON DECELABLE » of in het Engels « NOT DETECTABLE |
». Als een individueel resultaat van een congeneer kleiner is dan de | ». Als een individueel resultaat van een congeneer kleiner is dan de |
individuele aantoonbaarheidsgrens, dan wordt dit individuele resultaat | individuele aantoonbaarheidsgrens, dan wordt dit individuele resultaat |
niet in rekening gebracht bij de som van de 7 congeneren (het | niet in rekening gebracht bij de som van de 7 congeneren (het |
desbetreffende individuele resultaat wordt dus gelijkgesteld aan 0). | desbetreffende individuele resultaat wordt dus gelijkgesteld aan 0). |
Als de totale som van de zeven congeneren kleiner is dan de totale | Als de totale som van de zeven congeneren kleiner is dan de totale |
aantoonbaarheidsgrens, dan moet de weergave van het totale resultaat | aantoonbaarheidsgrens, dan moet de weergave van het totale resultaat |
als volgt luiden : in het Nederlands : « NIET AANTOONBAAR » of in het | als volgt luiden : in het Nederlands : « NIET AANTOONBAAR » of in het |
Frans « NON DECELABLE » of in het Engels « NOT DETECTABLE ». Tevens | Frans « NON DECELABLE » of in het Engels « NOT DETECTABLE ». Tevens |
moet het cijfer dat de totale aantoonbaarheidsgrens weergeeft, vermeld | moet het cijfer dat de totale aantoonbaarheidsgrens weergeeft, vermeld |
worden. | worden. |
5. Archivering van monsters | 5. Archivering van monsters |
- Officieel genomen monsters moeten in een koelkast bij een | - Officieel genomen monsters moeten in een koelkast bij een |
tempereatuur kleiner dan 8 °C bewaard worden en dit voor een periode | tempereatuur kleiner dan 8 °C bewaard worden en dit voor een periode |
van minstens 5 dagen (op voorwaarde dat het resultaat lager is dan de | van minstens 5 dagen (op voorwaarde dat het resultaat lager is dan de |
vastgestelde maximale tolerantiewaarde). | vastgestelde maximale tolerantiewaarde). |
- Officieel genomen monsters met analyseresultaten die de maximale | - Officieel genomen monsters met analyseresultaten die de maximale |
tolerantiewaarde overschrijden, moeten in een diepvries bewaard worden | tolerantiewaarde overschrijden, moeten in een diepvries bewaard worden |
(bij - 18 °C). De bevoegde overheid zal dan verdere instructies geven | (bij - 18 °C). De bevoegde overheid zal dan verdere instructies geven |
wat er met deze monsters moet gebeuren. | wat er met deze monsters moet gebeuren. |
6. Aanvaarding van buitenlandse laboratoria | 6. Aanvaarding van buitenlandse laboratoria |
De buitenlandse laboratoria dienen over een EN-45001-accreditatie te | De buitenlandse laboratoria dienen over een EN-45001-accreditatie te |
beschikken in het domein vermeld in bijlage I. Deze | beschikken in het domein vermeld in bijlage I. Deze |
EN-45001-accreditatie moet afgeleverd zijn door een | EN-45001-accreditatie moet afgeleverd zijn door een |
accreditatie-instantie die opgenomen is in de wederzijdse erkenningen | accreditatie-instantie die opgenomen is in de wederzijdse erkenningen |
van de EA (European Cooperation for Accreditation) in het domein dat | van de EA (European Cooperation for Accreditation) in het domein dat |
in deze bijlage vermeld is. Het accreditatiecertificaat en de | in deze bijlage vermeld is. Het accreditatiecertificaat en de |
technische bijlage moeten opgestuurd worden naar één van onderstaande | technische bijlage moeten opgestuurd worden naar één van onderstaande |
diensten : | diensten : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Als het laboratorium niet geaccrediteerd is voor analyses van PCB en | Als het laboratorium niet geaccrediteerd is voor analyses van PCB en |
dioxines in de vermelde matrices, dan moet dezelfde procedure gevolgd | dioxines in de vermelde matrices, dan moet dezelfde procedure gevolgd |
worden als voor de Belgische laboratoria. | worden als voor de Belgische laboratoria. |
7. Declaration Form | 7. Declaration Form |
I accept the requirements explained in the PCB-PROTOCOL, | I accept the requirements explained in the PCB-PROTOCOL, |
I will execute the different aspects of this protocol to the best of | I will execute the different aspects of this protocol to the best of |
my abilities. | my abilities. |
Name of the director of the Laboratory : | Name of the director of the Laboratory : |
Name of the Laboratory : | Name of the Laboratory : |
Adress : | Adress : |
Place and zipcode : | Place and zipcode : |
Country : | Country : |
Tel. : | Tel. : |
Telefax : | Telefax : |
E-mail : | E-mail : |
Signature : | Signature : |
Return this form to one of the services mentionned below : | Return this form to one of the services mentionned below : |
Ministerie van Middenstand en Landbouw | Ministerie van Middenstand en Landbouw |
Inspectie-generaal Grondstoffen en Verwerkte Producten | Inspectie-generaal Grondstoffen en Verwerkte Producten |
WTC III, achtste verdieping | WTC III, achtste verdieping |
Simon Bolivarlaan 30 | Simon Bolivarlaan 30 |
B-1000 Brussel | B-1000 Brussel |
Tel. : 00 32 2 208 38 61 | Tel. : 00 32 2 208 38 61 |
Telefax : 00 32 2 208 38 66 | Telefax : 00 32 2 208 38 66 |
E-mail : Geert.De.Poorter@cmlag.fgov.be | E-mail : Geert.De.Poorter@cmlag.fgov.be |
Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu | Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu |
Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur | Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur |
Juliette Wytsmanstraat 14 | Juliette Wytsmanstraat 14 |
B-1050 Brussel | B-1050 Brussel |
Tel. : 00 32 2 642 51 86 | Tel. : 00 32 2 642 51 86 |
Telefax : 00 32 2 642 52 27 | Telefax : 00 32 2 642 52 27 |
E-mail : Hedwig.Beernaert@iph.fgov.be | E-mail : Hedwig.Beernaert@iph.fgov.be |
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 12 juni | Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 12 juni |
1999. | 1999. |
L. VAN DEN BOSSCHE | L. VAN DEN BOSSCHE |