Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Ministerieel Besluit van 11/06/1999
← Terug naar "Ministerieel besluit genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 7 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 138 en 140 van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen en tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten van de overname door de Rijksdienst voor Pensioenen van het beheer van de renten bedoeld in hoofdstuk 1 van de wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood "
Ministerieel besluit genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 7 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 138 en 140 van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen en tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten van de overname door de Rijksdienst voor Pensioenen van het beheer van de renten bedoeld in hoofdstuk 1 van de wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood Ministerieel besluit genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 7 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 138 en 140 van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen en tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten van de overname door de Rijksdienst voor Pensioenen van het beheer van de renten bedoeld in hoofdstuk 1 van de wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
11 JUNI 1999. - Ministerieel besluit genomen ter uitvoering van 11 JUNI 1999. - Ministerieel besluit genomen ter uitvoering van
artikel 3 van het koninklijk besluit van 7 december 1998 tot artikel 3 van het koninklijk besluit van 7 december 1998 tot
uitvoering van de artikelen 138 en 140 van de wet van 29 april 1996 uitvoering van de artikelen 138 en 140 van de wet van 29 april 1996
houdende sociale bepalingen en tot bepaling van de houdende sociale bepalingen en tot bepaling van de
toepassingsmodaliteiten van de overname door de Rijksdienst voor toepassingsmodaliteiten van de overname door de Rijksdienst voor
Pensioenen van het beheer van de renten bedoeld in hoofdstuk 1 van de Pensioenen van het beheer van de renten bedoeld in hoofdstuk 1 van de
wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de
harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van
de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van
ouderdom en vroegtijdige dood ouderdom en vroegtijdige dood
De Minister van Pensioenen, Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en De Minister van Pensioenen, Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en
Leefmilieu, Leefmilieu,
Gelet op de wet van 29 april 1966 houdende sociale bepalingen, Gelet op de wet van 29 april 1966 houdende sociale bepalingen,
inzonderheid op artikelen 138, 139 en 140; inzonderheid op artikelen 138, 139 en 140;
Gelet op het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende Gelet op het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende
het rust- en overlevingspensioen voor werknemers. het rust- en overlevingspensioen voor werknemers.
Gelet op de wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de eenmaking Gelet op de wet van 28 mei 1971 tot verwezenlijking van de eenmaking
en harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam en harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam
van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen
van ouderdom en vroegtijdige dood. van ouderdom en vroegtijdige dood.
Gelet op het koninlijk besluit van 7 december 1998 tot uitvoering van Gelet op het koninlijk besluit van 7 december 1998 tot uitvoering van
de artikelen 138 en 140 van de wet van 29 april 1996 houdende sociale de artikelen 138 en 140 van de wet van 29 april 1996 houdende sociale
bepalingen, inzonderheid artikel 3; bepalingen, inzonderheid artikel 3;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd door de wet van 4 augustus 1996; 1989 en gewijzigd door de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de
omstandigheid dat voor de toepassing van het artikel 138 van de wet omstandigheid dat voor de toepassing van het artikel 138 van de wet
van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen, dat in werking treedt van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen, dat in werking treedt
op 1 januari 1999, de nodige maatregelen moeten worden genomen inzake op 1 januari 1999, de nodige maatregelen moeten worden genomen inzake
de overdracht van de wiskundige reserves van het Nationaal de overdracht van de wiskundige reserves van het Nationaal
Pensioenfonds voor Mijnwerkers aan de Rijksdienst voor Pensioenen; Pensioenfonds voor Mijnwerkers aan de Rijksdienst voor Pensioenen;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat
de wiskundige reserves van het Nationaal Pensioenfonds voor de wiskundige reserves van het Nationaal Pensioenfonds voor
Mijnwerkers en hun tegenwaarden met een gelijkaardig bedrag op 1 Mijnwerkers en hun tegenwaarden met een gelijkaardig bedrag op 1
januari 1999 aan de Rijksdienst voor Pensioenen werden overgedragen, januari 1999 aan de Rijksdienst voor Pensioenen werden overgedragen,
dat deze o.m. bestaan uit de hypothecaire leningen toegestaan door het dat deze o.m. bestaan uit de hypothecaire leningen toegestaan door het
Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers, dat onverwijld de nodige Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers, dat onverwijld de nodige
schikkingen moeten worden getroffen om deze overdracht tegenstelbaar schikkingen moeten worden getroffen om deze overdracht tegenstelbaar
te maken aan derden; te maken aan derden;
Gelet op het feit dat de leefbaarheid op lange termijn van het Gelet op het feit dat de leefbaarheid op lange termijn van het
wettelijk kapitalisatiestelsel het verkrijgen van betrouwbare en wettelijk kapitalisatiestelsel het verkrijgen van betrouwbare en
correct geraamde activa vereist, correct geraamde activa vereist,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.De tegenwaarden van de wiskundige reserves van het

Artikel 1.De tegenwaarden van de wiskundige reserves van het

Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers, vastgesteld op 31 december Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers, vastgesteld op 31 december
1998 en aangelegd krachtens artikel 2 van de wet van 28 mei 1971 tot 1998 en aangelegd krachtens artikel 2 van de wet van 28 mei 1971 tot
verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de
kapitalisatiestelsels ingericht in het kader van de wetten tegen de kapitalisatiestelsels ingericht in het kader van de wetten tegen de
geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood, bestaan uit geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood, bestaan uit
contanten en de hypothecaire leningen toegestaan door het Nationaal contanten en de hypothecaire leningen toegestaan door het Nationaal
Pensioenfonds voor Mijnwerkers. Pensioenfonds voor Mijnwerkers.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1999.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1999.

Brussel, 11 juni 1999. Brussel, 11 juni 1999.
J. PEETERS J. PEETERS
^