Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Ministerieel Besluit van 10/05/1999
← Terug naar "Ministerieel besluit houdende de vaststelling van de evaluatiecriteria met betrekking tot de programmatie van de regionale dienstencentra "
Ministerieel besluit houdende de vaststelling van de evaluatiecriteria met betrekking tot de programmatie van de regionale dienstencentra Ministerieel besluit houdende de vaststelling van de evaluatiecriteria met betrekking tot de programmatie van de regionale dienstencentra
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
10 MEI 1999. - Ministerieel besluit houdende de vaststelling van de 10 MEI 1999. - Ministerieel besluit houdende de vaststelling van de
evaluatiecriteria met betrekking tot de programmatie van de regionale evaluatiecriteria met betrekking tot de programmatie van de regionale
dienstencentra dienstencentra
De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn, De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn,
Gelet op het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en de Gelet op het decreet van 14 juli 1998 houdende de erkenning en de
subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen in de
thuiszorg, inzonderheid op artikel 24, § 2; thuiszorg, inzonderheid op artikel 24, § 2;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1997 tot Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1997 tot
bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering,
gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 28 september gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 28 september
1998 en 19 december 1998; 1998 en 19 december 1998;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 18 december 1998 Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 18 december 1998
houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en
welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg, inzonderheid op afdeling 1 van welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg, inzonderheid op afdeling 1 van
bijlage III; bijlage III;
Gelet op het ministerieel besluit van 2 maart 1999 houdende de Gelet op het ministerieel besluit van 2 maart 1999 houdende de
vastlegging van de regio's die per provincie in aanmerking komen voor vastlegging van de regio's die per provincie in aanmerking komen voor
de programmatie van regionale dienstencentra en diensten voor de programmatie van regionale dienstencentra en diensten voor
oppashulp, en houdende de vastlegging van het maximale aantal oppashulp, en houdende de vastlegging van het maximale aantal
regionale dienstencentra en diensten voor oppashulp per regio; regionale dienstencentra en diensten voor oppashulp per regio;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4
juli 1989 en 4 augustus 1996; juli 1989 en 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 18 december Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 18 december
1998 houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en 1998 houdende de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en
welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg in werking is getreden op 1 welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg in werking is getreden op 1
januari 1999 en dat de evaluatiecriteria voor de programmatie van de januari 1999 en dat de evaluatiecriteria voor de programmatie van de
regionale dienstencentra vastgesteld moeten worden om regionale regionale dienstencentra vastgesteld moeten worden om regionale
dienstencentra te kunnen erkennen, dienstencentra te kunnen erkennen,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder een

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder een

nog niet afgehandelde erkenningsaanvraag : een ontvankelijke aanvraag nog niet afgehandelde erkenningsaanvraag : een ontvankelijke aanvraag
tot erkenning van een regionaal dienstencentrum die nog in onderzoek tot erkenning van een regionaal dienstencentrum die nog in onderzoek
is of een ontvankelijke aanvraag tot erkenning van een regionaal is of een ontvankelijke aanvraag tot erkenning van een regionaal
dienstencentrum waarvoor een tijdelijke opschorting van de dienstencentrum waarvoor een tijdelijke opschorting van de
erkenningsprocedure werd bekomen. erkenningsprocedure werd bekomen.

Art. 2.Bij de beoordeling of een aanvraag tot erkenning van een

Art. 2.Bij de beoordeling of een aanvraag tot erkenning van een

regionaal dienstencentrum voldoet aan de programmatie, worden de regionaal dienstencentrum voldoet aan de programmatie, worden de
evaluatiecriteria gehanteerd die in dit besluit vervat liggen. evaluatiecriteria gehanteerd die in dit besluit vervat liggen.

Art. 3.Een ontvankelijke aanvraag die bij inwilliging een toename van

Art. 3.Een ontvankelijke aanvraag die bij inwilliging een toename van

het totale aantal erkende regionale dienstencentra tot gevolg zou het totale aantal erkende regionale dienstencentra tot gevolg zou
hebben, kan enkel voldoen aan de programmatie, indien bij inwilliging hebben, kan enkel voldoen aan de programmatie, indien bij inwilliging
van de aanvraag het totale aantal erkende en het aantal geplande van de aanvraag het totale aantal erkende en het aantal geplande
regionale dienstencentra waarvoor een nog niet afgehandelde regionale dienstencentra waarvoor een nog niet afgehandelde
erkenningsaanvraag ingediend werd die voldoet aan de programmatie, erkenningsaanvraag ingediend werd die voldoet aan de programmatie,
lager is dan of gelijk is aan het programmacijfer van de betreffende lager is dan of gelijk is aan het programmacijfer van de betreffende
regio. Indien dit totale aantal bij inwilliging van de aanvraag hoger regio. Indien dit totale aantal bij inwilliging van de aanvraag hoger
zou zijn dan het programmacijfer van de overeenstemmende regio, zou zijn dan het programmacijfer van de overeenstemmende regio,
voldoet de aanvraag niet aan de programmatie en dient ze niet verder voldoet de aanvraag niet aan de programmatie en dient ze niet verder
te worden getoetst aan de overige evaluatiecriteria. te worden getoetst aan de overige evaluatiecriteria.

Art. 4.Als de aanvraag tot een erkenning geen toename tot gevolg zou

Art. 4.Als de aanvraag tot een erkenning geen toename tot gevolg zou

hebben van het totale aantal erkende regionale dienstencentra en het hebben van het totale aantal erkende regionale dienstencentra en het
aantal regionale dienstencentra waarvoor een nog niet afgehandelde aantal regionale dienstencentra waarvoor een nog niet afgehandelde
erkenningsaanvraag werd ingediend die voldoet aan de programmatie, dan erkenningsaanvraag werd ingediend die voldoet aan de programmatie, dan
voldoet de aanvraag aan de programmatie, op voorwaarde dat ze ook aan voldoet de aanvraag aan de programmatie, op voorwaarde dat ze ook aan
de overige evaluatiecriteria voldoet. de overige evaluatiecriteria voldoet.

Art. 5.De ontvankelijke aanvragen worden behandeld in de volgorde van

Art. 5.De ontvankelijke aanvragen worden behandeld in de volgorde van

de datum van indiening. de datum van indiening.

Art. 6.In afwijking van artikel 4, wordt bij de behandeling van de

Art. 6.In afwijking van artikel 4, wordt bij de behandeling van de

ontvankelijke aanvragen die uiterlijk op 31 maart 1999 ingediend ontvankelijke aanvragen die uiterlijk op 31 maart 1999 ingediend
werden, voorrang gegeven aan aanvragen die in kader van werden, voorrang gegeven aan aanvragen die in kader van
overgangsmaatregelen zoals bedoeld in artikel 9 van bijlage III, overgangsmaatregelen zoals bedoeld in artikel 9 van bijlage III,
gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 18 december 1998 gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 18 december 1998
houdende de erkenning en subsidiëring van verenigingen en houdende de erkenning en subsidiëring van verenigingen en
welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg, bewijzen dat minstens in de welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg, bewijzen dat minstens in de
loop van 1998 al voldaan werd aan de voorwaarden betreffende de hulp- loop van 1998 al voldaan werd aan de voorwaarden betreffende de hulp-
en dienstverlening zoals bepaald in artikel 4, A van bijlage III, en dienstverlening zoals bepaald in artikel 4, A van bijlage III,
gevoegd bij hetzelfde besluit. gevoegd bij hetzelfde besluit.
Als het aantal ontvankelijke aanvragen dat voldoet aan voorwaarden Als het aantal ontvankelijke aanvragen dat voldoet aan voorwaarden
zoals omschreven in het eerste lid, van dien aard is dat het zoals omschreven in het eerste lid, van dien aard is dat het
programmacijfer voor de regio in kwestie overschreden wordt, dan wordt programmacijfer voor de regio in kwestie overschreden wordt, dan wordt
bij het bepalen van de volgorde waarin deze dossiers worden behandeld, bij het bepalen van de volgorde waarin deze dossiers worden behandeld,
rekening gehouden met de mate waarin de aanvragen bewijzen dat al aan rekening gehouden met de mate waarin de aanvragen bewijzen dat al aan
de gestelde voorwaarden is voldaan. de gestelde voorwaarden is voldaan.
In het kader van het eerste en het tweede lid, wordt bij de In het kader van het eerste en het tweede lid, wordt bij de
beoordeling van de werkzaamheden rekening gehouden met die beoordeling van de werkzaamheden rekening gehouden met die
werkzaamheden die ingericht werden gedurende 1998 binnen de regio werkzaamheden die ingericht werden gedurende 1998 binnen de regio
waarbinnen de erkenning aangevraagd wordt. waarbinnen de erkenning aangevraagd wordt.

Art. 7.In afwijking van artikel 4, en onverminderd artikel 5, wordt

Art. 7.In afwijking van artikel 4, en onverminderd artikel 5, wordt

bij de behandeling van de ontvankelijke erkenningsdossiers die bij de behandeling van de ontvankelijke erkenningsdossiers die
ingediend werden uiterlijk 31 maart 1999 en die niet in aanmerking ingediend werden uiterlijk 31 maart 1999 en die niet in aanmerking
komen voor de toepassing van artikel 5, voorrang gegeven aan die komen voor de toepassing van artikel 5, voorrang gegeven aan die
dossiers waarvoor geen schorsing van de behandeling aangevraagd wordt. dossiers waarvoor geen schorsing van de behandeling aangevraagd wordt.
De volgorde bij de behandeling van deze dossiers wordt bepaald door de De volgorde bij de behandeling van deze dossiers wordt bepaald door de
datum waarop voorzien wordt dat de werking van het regionaal datum waarop voorzien wordt dat de werking van het regionaal
dienstencentrum zal voldoen aan de voorwaarden betreffende de hulp- en dienstencentrum zal voldoen aan de voorwaarden betreffende de hulp- en
dienstverlening zoals bepaald in artikel 4, A van bijlage III, gevoegd dienstverlening zoals bepaald in artikel 4, A van bijlage III, gevoegd
bij het besluit van de Vlaamse regering van 18 december 1998 houdende bij het besluit van de Vlaamse regering van 18 december 1998 houdende
de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en de erkenning en de subsidiëring van verenigingen en
welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg. welzijnsvoorzieningen in de thuiszorg.

Art. 8.Een aanvraag tot erkenning voldoet aan de programmatie als ze

Art. 8.Een aanvraag tot erkenning voldoet aan de programmatie als ze

strekt tot erkenning van een regionaal dienstencentrum waarvan de strekt tot erkenning van een regionaal dienstencentrum waarvan de
lokalen opgericht zijn of zullen worden in de regio waar het regionaal lokalen opgericht zijn of zullen worden in de regio waar het regionaal
dienstencentrum past in de programmatie. dienstencentrum past in de programmatie.

Art. 9.Een aanvraag tot erkenning voldoet niet aan de programmatie

Art. 9.Een aanvraag tot erkenning voldoet niet aan de programmatie

als ze strekt tot erkenning van een regionaal dienstencentrum waarvan als ze strekt tot erkenning van een regionaal dienstencentrum waarvan
de initiatiefnemer dezelfde is als de initiatiefnemer die al een de initiatiefnemer dezelfde is als de initiatiefnemer die al een
erkend regionaal dienstencentrum uitbaat dat gelegen is binnen de erkend regionaal dienstencentrum uitbaat dat gelegen is binnen de
straal van 5 kilometer t.o.v. de inplantingsplaats van het regionaal straal van 5 kilometer t.o.v. de inplantingsplaats van het regionaal
dienstencentrum waarvoor de erkenningsaanvraag is ingediend. Een dienstencentrum waarvoor de erkenningsaanvraag is ingediend. Een
aanvraag voldoet niet in de programmatie indien ze strekt tot aanvraag voldoet niet in de programmatie indien ze strekt tot
erkenning van een regionaal dienstencentrum waarvan de initiatiefnemer erkenning van een regionaal dienstencentrum waarvan de initiatiefnemer
reeds eerder een andere nog niet afgehandelde erkenningsaanvraag heeft reeds eerder een andere nog niet afgehandelde erkenningsaanvraag heeft
ingediend die past in de programmatie, en waarvan de inplantingsplaats ingediend die past in de programmatie, en waarvan de inplantingsplaats
gelegen is binnen de straal van 5 kilomter t.o.v. de inplantingsplaats gelegen is binnen de straal van 5 kilomter t.o.v. de inplantingsplaats
van het regionaal dienstencentrum waarvoor de erkenningsaanvraag is van het regionaal dienstencentrum waarvoor de erkenningsaanvraag is
ingediend. ingediend.

Art. 10.Een aanvraag tot erkenning als regionaal dienstencentrum

Art. 10.Een aanvraag tot erkenning als regionaal dienstencentrum

voldoet aan de programmatie als uit het beleidsplan, dat bij de voldoet aan de programmatie als uit het beleidsplan, dat bij de
erkenningsaanvraag gevoegd wordt, blijkt dat het regionaal erkenningsaanvraag gevoegd wordt, blijkt dat het regionaal
dienstencentrum zijn hulp- en dienstverlening richt naar gebruikers dienstencentrum zijn hulp- en dienstverlening richt naar gebruikers
van alle leeftijdscategorieën. van alle leeftijdscategorieën.

Art. 11.Een aanvraag voldoet aan de programmatie, wanneer uit het

Art. 11.Een aanvraag voldoet aan de programmatie, wanneer uit het

beleidsplan blijkt dat het regionaal dienstencentrum zich richt naar beleidsplan blijkt dat het regionaal dienstencentrum zich richt naar
personen met verminderde welzijnskansen die in een thuissituatie personen met verminderde welzijnskansen die in een thuissituatie
verblijven, en die behoefte hebben aan de hulp- en dienstverlening, verblijven, en die behoefte hebben aan de hulp- en dienstverlening,
beschreven in de verplichte en optionele werkzaamheden. beschreven in de verplichte en optionele werkzaamheden.

Art. 12.Een aanvraag tot erkenning voldoet aan de programmatie

Art. 12.Een aanvraag tot erkenning voldoet aan de programmatie

wanneer : wanneer :
1° aan de ingang van het regionaal dienstencentrum voor de bezoekers 1° aan de ingang van het regionaal dienstencentrum voor de bezoekers
die naar en van het centrum gevoerd worden een aangepaste mogelijkheid die naar en van het centrum gevoerd worden een aangepaste mogelijkheid
tot in- en uitstappen beschikbaar is of bij een gepland regionaal tot in- en uitstappen beschikbaar is of bij een gepland regionaal
dienstencentrum beschikbaar zal zijn op het moment dat het regionaal dienstencentrum beschikbaar zal zijn op het moment dat het regionaal
dienstencentrum gerealiseerd zal zijn; dienstencentrum gerealiseerd zal zijn;
2° ten minste aan één van de volgende twee elementen wordt voldaan : 2° ten minste aan één van de volgende twee elementen wordt voldaan :
a) binnen een straal van 500 meter van de ingang is er een a) binnen een straal van 500 meter van de ingang is er een
opstapplaats van het openbaar vervoer. Voor een gepland regionaal opstapplaats van het openbaar vervoer. Voor een gepland regionaal
dienstencentrum volstaat het dat aangetoond wordt dat er binnen een dienstencentrum volstaat het dat aangetoond wordt dat er binnen een
straal van 500 meter er een opstapplaats zal zijn op het ogenblik dat straal van 500 meter er een opstapplaats zal zijn op het ogenblik dat
het regionaal dienstencentrum gerealiseerd zal zijn; het regionaal dienstencentrum gerealiseerd zal zijn;
b) binnen een straal van 300 meter van de ingang zijn er voldoende b) binnen een straal van 300 meter van de ingang zijn er voldoende
parkeermogelijkheden beschikbaar voor de gebruikers en het personeel parkeermogelijkheden beschikbaar voor de gebruikers en het personeel
van het regionaal dienstencentrum. Voor een gepland regionaal van het regionaal dienstencentrum. Voor een gepland regionaal
dienstencentrum volstaat het dat aangetoond wordt dat deze dienstencentrum volstaat het dat aangetoond wordt dat deze
parkeermogelijkheden binnen een straal van 300 meter van de ingang parkeermogelijkheden binnen een straal van 300 meter van de ingang
beschikbaar zullen zijn op het ogenblik dat het regionaal beschikbaar zullen zijn op het ogenblik dat het regionaal
dienstencentrum gerealiseerd zal zijn. dienstencentrum gerealiseerd zal zijn.

Art. 13.Een aanvraag tot het verkrijgen van een erkenning voldoet

Art. 13.Een aanvraag tot het verkrijgen van een erkenning voldoet

niet aan de programmatie wanneer een erkenning aangevraagd wordt voor niet aan de programmatie wanneer een erkenning aangevraagd wordt voor
een regionaal dienstencentrum dat op dezelfde inplantingsplaats een regionaal dienstencentrum dat op dezelfde inplantingsplaats
opgericht zou worden als deze waar zich al een lokaal of een regionaal opgericht zou worden als deze waar zich al een lokaal of een regionaal
dienstencentrum bevindt of waar een ander lokaal of een regionaal dienstencentrum bevindt of waar een ander lokaal of een regionaal
dienstencentrum gepland wordt en waarvoor ook een nog niet dienstencentrum gepland wordt en waarvoor ook een nog niet
afgehandelde erkenningsaanvraag is ingediend. afgehandelde erkenningsaanvraag is ingediend.

Art. 14.Een aanvraag tot erkenning voldoet aan de programmatie,

Art. 14.Een aanvraag tot erkenning voldoet aan de programmatie,

wanneer relevante samenwerkingsverbanden met welzijnsvoorzieningen uit wanneer relevante samenwerkingsverbanden met welzijnsvoorzieningen uit
regio kunnen aangetoond worden, of wanneer de initiatiefnemer regio kunnen aangetoond worden, of wanneer de initiatiefnemer
verklaart dat hij relevante samenwerkingsverbanden zal aangaan bij de verklaart dat hij relevante samenwerkingsverbanden zal aangaan bij de
totstandkoming van de werking van het regionaal dienstencentrum. totstandkoming van de werking van het regionaal dienstencentrum.

Art. 15.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999.

Art. 15.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999.

Brussel, 10 mei 1999. Brussel, 10 mei 1999.
L. MARTENS L. MARTENS
^