Ministerieel besluit betreffende de toediening van difterie-antitoxine en de daarmee verband houdende geneesmiddelenbewaking | Ministerieel besluit betreffende de toediening van difterie-antitoxine en de daarmee verband houdende geneesmiddelenbewaking |
---|---|
FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR GENEESMIDDELEN EN GEZONDHEIDSPRODUCTEN | FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR GENEESMIDDELEN EN GEZONDHEIDSPRODUCTEN |
9 MEI 2023. - Ministerieel besluit betreffende de toediening van | 9 MEI 2023. - Ministerieel besluit betreffende de toediening van |
difterie-antitoxine en de daarmee verband houdende | difterie-antitoxine en de daarmee verband houdende |
geneesmiddelenbewaking | geneesmiddelenbewaking |
De Minister van Volksgezondheid, | De Minister van Volksgezondheid, |
Gelet op de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen voor menselijk | Gelet op de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen voor menselijk |
gebruik, artikel 6quater, § 1, eerste lid, 5° ); | gebruik, artikel 6quater, § 1, eerste lid, 5° ); |
Gelet op het koninklijk besluit van 14 december 2006 betreffende | Gelet op het koninklijk besluit van 14 december 2006 betreffende |
geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik, artikel | geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik, artikel |
110, derde lid; | 110, derde lid; |
Gelet op de beslissing van 16 december 2022 houdende de toestemming | Gelet op de beslissing van 16 december 2022 houdende de toestemming |
voor de invoer en het gebruik van difterie-antitoxine; | voor de invoer en het gebruik van difterie-antitoxine; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën geven op 6 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën geven op 6 |
februari 2023; | februari 2023; |
Gelet op het advies nr. 73.272/3 van de Raad van State, gegeven op 14 | Gelet op het advies nr. 73.272/3 van de Raad van State, gegeven op 14 |
april 2023, bij toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | april 2023, bij toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: |
1° "bijwerking": "bijwerking van een geneesmiddel voor menselijk | 1° "bijwerking": "bijwerking van een geneesmiddel voor menselijk |
gebruik" in de zin van artikel 1, § 1, 10bis), van de wet van 25 maart | gebruik" in de zin van artikel 1, § 1, 10bis), van de wet van 25 maart |
1964 op de geneesmiddelen voor menselijk gebruik ; | 1964 op de geneesmiddelen voor menselijk gebruik ; |
2° "ernstige bijwerking": "ernstige bijwerking van een geneesmiddel | 2° "ernstige bijwerking": "ernstige bijwerking van een geneesmiddel |
voor menselijk gebruik" in de zin van artikel 1, § 1, 11), van de wet | voor menselijk gebruik" in de zin van artikel 1, § 1, 11), van de wet |
van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen voor menselijk gebruik; | van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen voor menselijk gebruik; |
3° "onverwachte bijwerking": "onverwachte bijwerking" in de zin van | 3° "onverwachte bijwerking": "onverwachte bijwerking" in de zin van |
artikel 1, § 1, 13), van de wet van 25 maart 1964 op de | artikel 1, § 1, 13), van de wet van 25 maart 1964 op de |
geneesmiddelen. | geneesmiddelen. |
Art. 2.De difterie-antitoxine ingevoerd en verdeeld overeenkomstig de |
Art. 2.De difterie-antitoxine ingevoerd en verdeeld overeenkomstig de |
beslissing van 16 december 2022 houdende de toestemming voor de invoer | beslissing van 16 december 2022 houdende de toestemming voor de invoer |
en het gebruik van difterie-antitoxine, wordt toegediend onder medisch | en het gebruik van difterie-antitoxine, wordt toegediend onder medisch |
toezicht van een arts verbonden aan het ziekenhuis waar het | toezicht van een arts verbonden aan het ziekenhuis waar het |
geneesmiddel wordt afgeleverd. | geneesmiddel wordt afgeleverd. |
Art. 3.De arts die toezicht houdt op de toediening van de |
Art. 3.De arts die toezicht houdt op de toediening van de |
difterie-antitoxine heeft de schriftelijke toestemming van de patiënt | difterie-antitoxine heeft de schriftelijke toestemming van de patiënt |
nodig, welke bij het dossier van de patiënt moet worden gevoegd | nodig, welke bij het dossier van de patiënt moet worden gevoegd |
overeenkomstig artikel 8, § 1, derde lid, van de wet van 22 augustus | overeenkomstig artikel 8, § 1, derde lid, van de wet van 22 augustus |
2002 betreffende de rechten van de patiënt, vóór de toediening van | 2002 betreffende de rechten van de patiënt, vóór de toediening van |
difterie-antitoxine. | difterie-antitoxine. |
In afwijking van het vorig lid, indien de arts vaststelt dat de | In afwijking van het vorig lid, indien de arts vaststelt dat de |
patiënt onvoldoende kan lezen of schrijven, documenteert hij dit en | patiënt onvoldoende kan lezen of schrijven, documenteert hij dit en |
wordt de toestemming gegeven overeenkomstig artikel 8, § 1, tweede lid | wordt de toestemming gegeven overeenkomstig artikel 8, § 1, tweede lid |
van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt. | van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt. |
Art. 4.§ 1. De arts die toezicht houdt op de toediening van de |
Art. 4.§ 1. De arts die toezicht houdt op de toediening van de |
difterie-antitoxine meldt elke vermoedelijke ernstige of onverwachte | difterie-antitoxine meldt elke vermoedelijke ernstige of onverwachte |
bijwerking, binnen de termijnen bepaald door artikel 28, § 1, eerste | bijwerking, binnen de termijnen bepaald door artikel 28, § 1, eerste |
lid van de wet van 7 mei 2004 inzake experimenten op de menselijke | lid van de wet van 7 mei 2004 inzake experimenten op de menselijke |
persoon, aan het FAGG. | persoon, aan het FAGG. |
Het ziekenhuis waar de difterie-antitoxine wordt afgeleverd en | Het ziekenhuis waar de difterie-antitoxine wordt afgeleverd en |
toegediend, maakt bovendien op 31 december en op 30 juni van elk jaar | toegediend, maakt bovendien op 31 december en op 30 juni van elk jaar |
een elektronisch verslag over aan de FOD VVVL, op het adres | een elektronisch verslag over aan de FOD VVVL, op het adres |
"federalstrategicstock@health.fgov.be". Dit verslag bevat de volgende | "federalstrategicstock@health.fgov.be". Dit verslag bevat de volgende |
gegevens: | gegevens: |
1° het aantal toegediende dosissen van de difterie-antitoxine; | 1° het aantal toegediende dosissen van de difterie-antitoxine; |
2° het aantal personen dat minstens één dosis van de | 2° het aantal personen dat minstens één dosis van de |
difterie-antitoxine heeft ontvangen; | difterie-antitoxine heeft ontvangen; |
3° het leeftijdsbereik van de onder 2° bedoelde personen; | 3° het leeftijdsbereik van de onder 2° bedoelde personen; |
4° de opdeling qua geslacht van de onder 2° bedoelde personen; | 4° de opdeling qua geslacht van de onder 2° bedoelde personen; |
5° een beschrijving van alle vermoedelijke bijwerkingen. | 5° een beschrijving van alle vermoedelijke bijwerkingen. |
De arts die toezicht houdt op de toediening van de | De arts die toezicht houdt op de toediening van de |
difterie-antitoxine, verschaft de in het tweede lid bedoelde | difterie-antitoxine, verschaft de in het tweede lid bedoelde |
geanonimiseerde gegevens aan het ziekenhuis waar de | geanonimiseerde gegevens aan het ziekenhuis waar de |
difterie-antitoxine werd afgeleverd en toegediend. | difterie-antitoxine werd afgeleverd en toegediend. |
De meldingen bedoeld in het eerste en tweede lid worden | De meldingen bedoeld in het eerste en tweede lid worden |
geanonimiseerd. | geanonimiseerd. |
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, meldt de arts elke | § 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, meldt de arts elke |
vermoedelijke ernstige of onverwachte bijwerking binnen de maand van | vermoedelijke ernstige of onverwachte bijwerking binnen de maand van |
inwerkingtreding van dit ministerieel besluit, voor de toedieningen | inwerkingtreding van dit ministerieel besluit, voor de toedieningen |
die potentieel hebben plaatsgevonden vóór zijn inwerkingtreding. | die potentieel hebben plaatsgevonden vóór zijn inwerkingtreding. |
Art. 5.Dit besluit treedt in werking de dag volgend op de dag van de |
Art. 5.Dit besluit treedt in werking de dag volgend op de dag van de |
bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en treedt buiten werking op 31 | bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en treedt buiten werking op 31 |
december 2025. | december 2025. |
Brussel, 9 mei 2023. | Brussel, 9 mei 2023. |
De Minister van Volksgezondheid, | De Minister van Volksgezondheid, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |