Ministerieel besluit ter uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 23 maart 1999 houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en gebouwen en van de bouw van nieuwe sociale woningen in de eigendomssector | Ministerieel besluit ter uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 23 maart 1999 houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en gebouwen en van de bouw van nieuwe sociale woningen in de eigendomssector |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
8 NOVEMBER 1999. - Ministerieel besluit ter uitvoering van het besluit | 8 NOVEMBER 1999. - Ministerieel besluit ter uitvoering van het besluit |
van de Vlaamse regering van 23 maart 1999 houdende de subsidiëring van | van de Vlaamse regering van 23 maart 1999 houdende de subsidiëring van |
de renovatie van woningen en gebouwen en van de bouw van nieuwe | de renovatie van woningen en gebouwen en van de bouw van nieuwe |
sociale woningen in de eigendomssector | sociale woningen in de eigendomssector |
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting | De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting |
en Brusselse Aangelegenheden, | en Brusselse Aangelegenheden, |
Gelet op de Vlaamse Wooncode, ingevoerd bij decreet van 15 juli 1997; | Gelet op de Vlaamse Wooncode, ingevoerd bij decreet van 15 juli 1997; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 23 maart 1999 | Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 23 maart 1999 |
houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en gebouwen en | houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en gebouwen en |
van de bouw van nieuwe sociale woningen in de eigendomssector; | van de bouw van nieuwe sociale woningen in de eigendomssector; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1999, tot | Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1999, tot |
bepaling van de bevoegdheden van de Vlaamse regering; | bepaling van de bevoegdheden van de Vlaamse regering; |
Overwegende dat er dringend een procedure moet worden vastgelegd met | Overwegende dat er dringend een procedure moet worden vastgelegd met |
betrekking tot de aanwending van de op de begroting van het Vlaamse | betrekking tot de aanwending van de op de begroting van het Vlaamse |
Gewest voorziene subsidies voor de in het voormelde besluit beoogde | Gewest voorziene subsidies voor de in het voormelde besluit beoogde |
operaties, | operaties, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen |
Artikel 1.voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting; | 1° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting; |
2° de administratie : de afdeling Woonbeleid van het ministerie van de | 2° de administratie : de afdeling Woonbeleid van het ministerie van de |
Vlaamse Gemeenschap; | Vlaamse Gemeenschap; |
3° het besluit : het besluit van de Vlaamse regering van 23 maart 1999 | 3° het besluit : het besluit van de Vlaamse regering van 23 maart 1999 |
houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en gebouwen en | houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en gebouwen en |
van de bouw van nieuwe sociale woningen in de eigendomssector. | van de bouw van nieuwe sociale woningen in de eigendomssector. |
Art. 2.Het maximumbedrag voor de kostprijs van de bouw- of |
Art. 2.Het maximumbedrag voor de kostprijs van de bouw- of |
renovatiewerken, zoals bedoeld in artikel 5 van het besluit, wordt | renovatiewerken, zoals bedoeld in artikel 5 van het besluit, wordt |
vastgesteld op de volgende bedragen : | vastgesteld op de volgende bedragen : |
1° 1 900 000 frank voor een studio; | 1° 1 900 000 frank voor een studio; |
2° 2 400 000 frank voor een woningen met één slaapkamer; | 2° 2 400 000 frank voor een woningen met één slaapkamer; |
3° 2 800 000 frank voor een woningen met twee slaapkamers; | 3° 2 800 000 frank voor een woningen met twee slaapkamers; |
4° 3 300 000 frank voor een woningen met drie slaapkamers; | 4° 3 300 000 frank voor een woningen met drie slaapkamers; |
5° 3 700 000 frank voor een woning met vier of meer slaapkamers. | 5° 3 700 000 frank voor een woning met vier of meer slaapkamers. |
HOOFDSTUK 2. - Procedure | HOOFDSTUK 2. - Procedure |
Art. 3.De Vlaamse Huisvestingsmaatschappij (VHM) en het Vlaams |
Art. 3.De Vlaamse Huisvestingsmaatschappij (VHM) en het Vlaams |
Woningfonds (VWF) leggen elk afzonderlijk en jaarlijks, uiterlijk vóór | Woningfonds (VWF) leggen elk afzonderlijk en jaarlijks, uiterlijk vóór |
1 maart van het lopende begrotingsjaar, de voor de subsidies in | 1 maart van het lopende begrotingsjaar, de voor de subsidies in |
aanmerking komende projecten voor aan de minister onder de vorm van | aanmerking komende projecten voor aan de minister onder de vorm van |
een programma. | een programma. |
Dit programma, waarvan met dezelfde post een afschrift moet worden | Dit programma, waarvan met dezelfde post een afschrift moet worden |
bezorgd aan de administratie, bevat minimaal informatie over : | bezorgd aan de administratie, bevat minimaal informatie over : |
1. de initiatiefnemer; | 1. de initiatiefnemer; |
2. de ligging van het project, de doelstellingen ervan en het beoogde | 2. de ligging van het project, de doelstellingen ervan en het beoogde |
aantal woningen; | aantal woningen; |
3. gegevens inzake de criteria zoals bedoeld in artikel 3 van het | 3. gegevens inzake de criteria zoals bedoeld in artikel 3 van het |
besluit, waarbij wordt vermeld of het project in een SIF-plus gemeente | besluit, waarbij wordt vermeld of het project in een SIF-plus gemeente |
of een gemeente met een erkend herwaarderingsgebied gelegen is, het om | of een gemeente met een erkend herwaarderingsgebied gelegen is, het om |
nieuwbouw of vervangingsbouw gaat en of het project eventueel de | nieuwbouw of vervangingsbouw gaat en of het project eventueel de |
opbouw van appartementen of rijwoningen beoogt; | opbouw van appartementen of rijwoningen beoogt; |
4. de raming van het project, exclusief kosten; | 4. de raming van het project, exclusief kosten; |
5. de maximale subsidie (30 % of 40 %); | 5. de maximale subsidie (30 % of 40 %); |
6. in het geval het gaat om projecten van de VHM het programma waarop | 6. in het geval het gaat om projecten van de VHM het programma waarop |
de projecten werden ingeschreven met het oog op de aanvullende | de projecten werden ingeschreven met het oog op de aanvullende |
financiering; | financiering; |
7. de stand van het dossier. | 7. de stand van het dossier. |
Per individueel project wordt telkens ook een liggingsplan en | Per individueel project wordt telkens ook een liggingsplan en |
inplantingsplan bezorgd teneinde een beoordeling van de criteria | inplantingsplan bezorgd teneinde een beoordeling van de criteria |
mogelijk te maken. | mogelijk te maken. |
Art. 4.Na ontvangst van het advies van de administratie en van de |
Art. 4.Na ontvangst van het advies van de administratie en van de |
Inspectie van Financiën, keurt de minister een programma goed voor de | Inspectie van Financiën, keurt de minister een programma goed voor de |
subsidiëring. De vastlegging van de subsidies voor dit goedgekeurde | subsidiëring. De vastlegging van de subsidies voor dit goedgekeurde |
programma gebeurt op basis van de maximum bedragen vermeld in artikel | programma gebeurt op basis van de maximum bedragen vermeld in artikel |
2. | 2. |
Art. 5.Pas op het ogenblik dat de subsidies formeel zijn vastgelegd |
Art. 5.Pas op het ogenblik dat de subsidies formeel zijn vastgelegd |
op basis van een globaal programmavoorstel mogen de betrokken werken | op basis van een globaal programmavoorstel mogen de betrokken werken |
worden gegund. | worden gegund. |
Indien een initiatiefnemer de werken gegund heeft voor de vastlegging | Indien een initiatiefnemer de werken gegund heeft voor de vastlegging |
van de subsidies op basis van het goedgekeurd programma zal die | van de subsidies op basis van het goedgekeurd programma zal die |
subsidie ambtshalve worden ingetrokken. | subsidie ambtshalve worden ingetrokken. |
Art. 6.De VHM en het VWF zijn elk voor de door hun ingediende |
Art. 6.De VHM en het VWF zijn elk voor de door hun ingediende |
projecten verantwoordelijk voor de opvolging van de uitvoering van het | projecten verantwoordelijk voor de opvolging van de uitvoering van het |
subisidieprogramma en zijn rapporteren hieromtrent jaarlijks, | subisidieprogramma en zijn rapporteren hieromtrent jaarlijks, |
uiterlijk vóór 15 december aan de minister. | uiterlijk vóór 15 december aan de minister. |
De VHM en het VWF bezorgen eveneens jaarlijks een overzicht van de | De VHM en het VWF bezorgen eveneens jaarlijks een overzicht van de |
eindafrekeningen van de individuele projecten aan de administratie, | eindafrekeningen van de individuele projecten aan de administratie, |
die binnen een termijn van één maand het uitbetalingsdossier voorlegt | die binnen een termijn van één maand het uitbetalingsdossier voorlegt |
aan het Rekenhof via de Controleur van de vastleggingen. | aan het Rekenhof via de Controleur van de vastleggingen. |
Art. 7.Jaarliks kunnen de VHM en het VWF een voorstel van gewijzigd |
Art. 7.Jaarliks kunnen de VHM en het VWF een voorstel van gewijzigd |
investeringsprogramma voorleggen volgens de hiervoor beschreven | investeringsprogramma voorleggen volgens de hiervoor beschreven |
procedure. Dat voorstel moet uiterlijk vóór 1 oktober aan de minister | procedure. Dat voorstel moet uiterlijk vóór 1 oktober aan de minister |
en aan de administratie worden bezorgd. | en aan de administratie worden bezorgd. |
Art. 8.De administratie oefent toezicht uit op het nakomen door de |
Art. 8.De administratie oefent toezicht uit op het nakomen door de |
VHM en het VWF van de hen krachtens dit besluit opgelegde voorwaarden. | VHM en het VWF van de hen krachtens dit besluit opgelegde voorwaarden. |
HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen | HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen |
Art. 9.In afwijking van artikel 3 moet het voorstel van programma |
Art. 9.In afwijking van artikel 3 moet het voorstel van programma |
voor het begrotingsjaar 1999 uiterlijk vóór 16 november aan de | voor het begrotingsjaar 1999 uiterlijk vóór 16 november aan de |
minister worden voorgelegd. | minister worden voorgelegd. |
Art. 10.In afwijking van artikel 5 kunnen in 1999 nog subsidies |
Art. 10.In afwijking van artikel 5 kunnen in 1999 nog subsidies |
worden toegekend voor sociale woonprojecten die voor de datum van de | worden toegekend voor sociale woonprojecten die voor de datum van de |
inwerkingtreding van het besluit opgenomen zijn op het goedgekeurd | inwerkingtreding van het besluit opgenomen zijn op het goedgekeurd |
investeringsprogramma 1998 van de VHM voor de eigendomssector en | investeringsprogramma 1998 van de VHM voor de eigendomssector en |
waarvoor een ministerieel erkenningsbesluit in het kader van artikel | waarvoor een ministerieel erkenningsbesluit in het kader van artikel |
94 en 95 van de Huisvestingscode werd getroffen, waarvan de | 94 en 95 van de Huisvestingscode werd getroffen, waarvan de |
geldigheidstermijn nog niet is verstreken. Overeenkomstig artikel 10 | geldigheidstermijn nog niet is verstreken. Overeenkomstig artikel 10 |
van het besluit komen deze projecten in aanmerking komen voor de | van het besluit komen deze projecten in aanmerking komen voor de |
toepassing van dit besluit, in zoverre ze uiteraard aan de criteria | toepassing van dit besluit, in zoverre ze uiteraard aan de criteria |
voldoen. | voldoen. |
Hoofdstuk 4. - slotbepaling | Hoofdstuk 4. - slotbepaling |
Art. 11.Dit besluit treedt in werking op 15 november 1999. |
Art. 11.Dit besluit treedt in werking op 15 november 1999. |
Brussel, 8 november 1999. | Brussel, 8 november 1999. |
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, | De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, |
Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden, | Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden, |
B. ANCIAUX | B. ANCIAUX |