Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Ministerieel Besluit van 07/05/1999
← Terug naar "Ministerieel besluit betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap "
Ministerieel besluit betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap Ministerieel besluit betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap
MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR EN MINISTERIE VAN SOCIALE MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR EN MINISTERIE VAN SOCIALE
ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
7 MEI 1999. - Ministerieel besluit betreffende de parkeerkaart voor 7 MEI 1999. - Ministerieel besluit betreffende de parkeerkaart voor
mensen met een handicap mensen met een handicap
De Minister van Binnenlandse Zaken, De Minister van Binnenlandse Zaken,
De Minister van Volksgezondheid, De Minister van Volksgezondheid,
De Staatssecretaris voor Veiligheid en Maatschappelijke Integratie, De Staatssecretaris voor Veiligheid en Maatschappelijke Integratie,
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen
reglement op de politie van het wegverkeer, inzonderheid op artikel reglement op de politie van het wegverkeer, inzonderheid op artikel
27.4.3, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 juni 1978; 27.4.3, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 juni 1978;
Gelet op het advies van de inspecteur van financiën, gegeven op 25 Gelet op het advies van de inspecteur van financiën, gegeven op 25
februari 1999; februari 1999;
Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen
van dit besluit betrokken zijn; van dit besluit betrokken zijn;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de aanbeveling van de Raad van de Europese Unie van 4 Overwegende dat de aanbeveling van de Raad van de Europese Unie van 4
juni 1998 inzake een parkeerkaart voor mensen met een handicap juni 1998 inzake een parkeerkaart voor mensen met een handicap
voorziet dat de Lidstaten de nodige maatregelen zullen nemen om ervoor voorziet dat de Lidstaten de nodige maatregelen zullen nemen om ervoor
te zorgen dat de parkeerkaarten van uniform communautair model voor te zorgen dat de parkeerkaarten van uniform communautair model voor
mensen met een handicap uiterlijk op 1 januari 2000 ter beschikking mensen met een handicap uiterlijk op 1 januari 2000 ter beschikking
worden gesteld, en dat technische problemen, zoals de uitputting van worden gesteld, en dat technische problemen, zoals de uitputting van
de stocks van de huidige kaarten eisen dat het huidige ministerieel de stocks van de huidige kaarten eisen dat het huidige ministerieel
besluit op korte termijn in werking treedt, besluit op korte termijn in werking treedt,
Besluiten : Besluiten :

Artikel 1.1° De kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk

Artikel 1.1° De kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk

besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie
van het wegverkeer, kan uitgereikt worden aan: van het wegverkeer, kan uitgereikt worden aan:
a) de personen die door een blijvende invaliditeit van tenminste 80 % a) de personen die door een blijvende invaliditeit van tenminste 80 %
getroffen zijn; getroffen zijn;
b) de personen wier gezondheidstoestand tot een blijvende vermindering b) de personen wier gezondheidstoestand tot een blijvende vermindering
van de graad van zelfredzaamheid met tenminste 12 punten leidt, van de graad van zelfredzaamheid met tenminste 12 punten leidt,
bepaald overeenkomstig de handleiding en de schaal die van toepassing bepaald overeenkomstig de handleiding en de schaal die van toepassing
zijn in het kader van de wetgeving betreffende de tegemoetkomingen aan zijn in het kader van de wetgeving betreffende de tegemoetkomingen aan
gehandicapten; gehandicapten;
c) de personen die getroffen zijn door een blijvende invaliditeit die c) de personen die getroffen zijn door een blijvende invaliditeit die
rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en
tenminste 50 % bedraagt; tenminste 50 % bedraagt;
d) de personen die volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of d) de personen die volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of
bij wie deze geamputeerd zijn; bij wie deze geamputeerd zijn;
e) de burgerlijke en militaire oorlogsinvaliden met minstens 50 % e) de burgerlijke en militaire oorlogsinvaliden met minstens 50 %
oorlogsinvaliditeit. oorlogsinvaliditeit.
2° De kaart stemt overeen met het model van bijlage I. 2° De kaart stemt overeen met het model van bijlage I.

Art. 2.De kaart wordt aangevraagd:

Art. 2.De kaart wordt aangevraagd:

1° door de oorlogsinvaliden (militaire en gelijkgestelden) en door de 1° door de oorlogsinvaliden (militaire en gelijkgestelden) en door de
militaire invaliden in vredestijd bij het Ministerie van Financiën, militaire invaliden in vredestijd bij het Ministerie van Financiën,
Administratie der Pensioenen, Financietoren, bus 31, Kruidtuinlaan 50, Administratie der Pensioenen, Financietoren, bus 31, Kruidtuinlaan 50,
te 1010 Brussel; te 1010 Brussel;
2° door de burgerlijke oorlogsinvaliden bij het Ministerie van Sociale 2° door de burgerlijke oorlogsinvaliden bij het Ministerie van Sociale
Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur der Oorlogsgetroffenen, Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur der Oorlogsgetroffenen,
Luchtscheepvaartsquare 31, te 1070 Brussel; Luchtscheepvaartsquare 31, te 1070 Brussel;
3° door de andere belanghebbenden bij het Ministerie van Sociale 3° door de andere belanghebbenden bij het Ministerie van Sociale
Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Maatschappelijke Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Maatschappelijke
Integratie, Zwarte Lievevrouwstraat 3c, te 1000 Brussel. Integratie, Zwarte Lievevrouwstraat 3c, te 1000 Brussel.
Het aanvraagformulier wordt bepaald door het Bestuur van de Het aanvraagformulier wordt bepaald door het Bestuur van de
Maatschappelijke Integratie van het Ministerie van Sociale Zaken, Maatschappelijke Integratie van het Ministerie van Sociale Zaken,
Volksgezondheid en Leefmilieu. Het omvat minstens de naam, de Volksgezondheid en Leefmilieu. Het omvat minstens de naam, de
voornaam, de geboortedatum, het rijksregisternummer en de handtekening voornaam, de geboortedatum, het rijksregisternummer en de handtekening
van belanghebbende en moet vergezeld zijn van een recente foto van van belanghebbende en moet vergezeld zijn van een recente foto van
belanghebbende. belanghebbende.
De aflevering van de kaart aan de belanghebbende wordt verzekerd door De aflevering van de kaart aan de belanghebbende wordt verzekerd door
het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie. het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie.

Art. 3.1° Bij de aan het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie

Art. 3.1° Bij de aan het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie

gerichte aanvraag moet een attest bijgevoegd worden uitgaande van een gerichte aanvraag moet een attest bijgevoegd worden uitgaande van een
gerechtelijke of administratieve overheid en waarop vermeld staat dat gerechtelijke of administratieve overheid en waarop vermeld staat dat
belanghebbende door een van de in artikel 1, a) tot d) vermelde belanghebbende door een van de in artikel 1, a) tot d) vermelde
handicaps getroffen is. Indien belanghebbende ten gevolge van een door handicaps getroffen is. Indien belanghebbende ten gevolge van een door
het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie verricht onderzoek tot het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie verricht onderzoek tot
een van de in artikel 1 a) tot d) bedoelde categorieën behoort, moet een van de in artikel 1 a) tot d) bedoelde categorieën behoort, moet
er geen attest bijgevoegd worden. er geen attest bijgevoegd worden.
2° Bij gebrek hieraan moet belanghebbende een certificaat voorleggen 2° Bij gebrek hieraan moet belanghebbende een certificaat voorleggen
dat conform is met bijlage 2 en dat ingevuld wordt door een geneesheer dat conform is met bijlage 2 en dat ingevuld wordt door een geneesheer
naar keuze van de aanvrager. De belanghebbende wiens geneesheer naar keuze van de aanvrager. De belanghebbende wiens geneesheer
verklaart, hetzij dat hij zich met grote moeilijkheden verplaatst of verklaart, hetzij dat hij zich met grote moeilijkheden verplaatst of
met grote bijkomende inspanning of uitgebreid beroep op bijzondere met grote bijkomende inspanning of uitgebreid beroep op bijzondere
hulpmiddelen; hetzij dat het hem onmogelijk valt zich te verplaatsen hulpmiddelen; hetzij dat het hem onmogelijk valt zich te verplaatsen
zonder de hulp van een derde, zonder opvang in een aangepaste zonder de hulp van een derde, zonder opvang in een aangepaste
voorziening of zonder volledig aangepaste omgeving, wordt beschouwd voorziening of zonder volledig aangepaste omgeving, wordt beschouwd
als deel uitmakend van één der categorieën bedoeld in artikel 1, a) als deel uitmakend van één der categorieën bedoeld in artikel 1, a)
tot d). tot d).
In dat geval kan het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie In dat geval kan het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie
overgaan tot een medische controle teneinde na te gaan of overgaan tot een medische controle teneinde na te gaan of
belanghebbende deel uitmaakt van één der categorieën bedoeld bij belanghebbende deel uitmaakt van één der categorieën bedoeld bij
artikel 1, a) tot d). artikel 1, a) tot d).

Art. 4.De aanvrager moet, op verzoek van het Bestuur dat bevoegd is

Art. 4.De aanvrager moet, op verzoek van het Bestuur dat bevoegd is

om de kaart toe te kennen, alle inlichtingen verschaffen die nodig om de kaart toe te kennen, alle inlichtingen verschaffen die nodig
zijn voor de toekenning van de kaart. zijn voor de toekenning van de kaart.

Art. 5.De kaart is strikt persoonlijk; zij mag enkel gebruikt worden

Art. 5.De kaart is strikt persoonlijk; zij mag enkel gebruikt worden

wanneer de titularis vervoerd wordt in het voertuig dat geparkeerd wanneer de titularis vervoerd wordt in het voertuig dat geparkeerd
wordt of wanneer hij zelf dat voertuig bestuurt. wordt of wanneer hij zelf dat voertuig bestuurt.
In geval van misbruik kan de kaart door een bevoegde agent ingehouden In geval van misbruik kan de kaart door een bevoegde agent ingehouden
worden, die de kaart terugstuurt naar het Bestuur van de worden, die de kaart terugstuurt naar het Bestuur van de
Maatschappelijke Integratie. In dat geval kan dit Bestuur beslissen om Maatschappelijke Integratie. In dat geval kan dit Bestuur beslissen om
geen nieuwe kaart aan de betrokkene af te leveren tijdens de 6 maanden geen nieuwe kaart aan de betrokkene af te leveren tijdens de 6 maanden
die volgen op de datum waarop de kaart werd ingetrokken. die volgen op de datum waarop de kaart werd ingetrokken.
Indien het motief dat het gebruik ervan rechtvaardigt wegvalt, moet de Indien het motief dat het gebruik ervan rechtvaardigt wegvalt, moet de
kaart teruggezonden worden door de titularis of zijn rechthebbenden kaart teruggezonden worden door de titularis of zijn rechthebbenden
aan het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie, met vermelding van aan het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie, met vermelding van
de reden van terugzending. de reden van terugzending.

Art. 6.De titularis van de kaart kan een duplicaat ervan bekomen

Art. 6.De titularis van de kaart kan een duplicaat ervan bekomen

wanneer zij verloren, gestolen, vernietigd, beschadigd of onleesbaar wanneer zij verloren, gestolen, vernietigd, beschadigd of onleesbaar
is. is.
Dit duplicaat moet aangevraagd worden bij het Bestuur van de Dit duplicaat moet aangevraagd worden bij het Bestuur van de
Maatschappelijke Integratie. De beschadigde of onleesbare kaart moet Maatschappelijke Integratie. De beschadigde of onleesbare kaart moet
ten laatste bij de aflevering van de nieuwe kaart teruggestuurd ten laatste bij de aflevering van de nieuwe kaart teruggestuurd
worden. Indien de kaart gestolen is, moet een verklaring opgesteld worden. Indien de kaart gestolen is, moet een verklaring opgesteld
door een bevoegde overheid hierover bij de aanvraag om hernieuwing door een bevoegde overheid hierover bij de aanvraag om hernieuwing
gevoegd worden. gevoegd worden.

Art. 7.De kaart wordt toegekend voor een periode van maximaal 10

Art. 7.De kaart wordt toegekend voor een periode van maximaal 10

jaar. De hernieuwing van de kaart gebeurt volgens dezelfde jaar. De hernieuwing van de kaart gebeurt volgens dezelfde
modaliteiten als voor de eerste aanvraag. modaliteiten als voor de eerste aanvraag.

Art. 8.§ 1. Het ministerieel besluit van 29 juli 1991 waarbij de

Art. 8.§ 1. Het ministerieel besluit van 29 juli 1991 waarbij de

personen worden aangewezen die de speciale parkeerkaart voor personen worden aangewezen die de speciale parkeerkaart voor
gehandicapten kunnen bekomen alsook de ministeries die bevoegd zijn om gehandicapten kunnen bekomen alsook de ministeries die bevoegd zijn om
deze kaart uit te reiken en waarbij het model ervan alsmede de deze kaart uit te reiken en waarbij het model ervan alsmede de
modaliteiten van afgifte, intrekking en gebruik worden bepaald, modaliteiten van afgifte, intrekking en gebruik worden bepaald,
gewijzigd bij het ministerieel besluit van 5 april 1996, wordt gewijzigd bij het ministerieel besluit van 5 april 1996, wordt
opgeheven. opgeheven.
§ 2. Nochtans blijven de speciale parkeerkaarten die overeenkomstig § 2. Nochtans blijven de speciale parkeerkaarten die overeenkomstig
het ministerieel besluit van 29 juli 1991 uitgereikt werden, geldig het ministerieel besluit van 29 juli 1991 uitgereikt werden, geldig
tot hun vervaldatum. tot hun vervaldatum.
§ 3. De speciale parkeerkaarten die uitgereikt werden overeenkomstig § 3. De speciale parkeerkaarten die uitgereikt werden overeenkomstig
het ministerieel besluit van 12 juli 1973 waarbij de personen die de het ministerieel besluit van 12 juli 1973 waarbij de personen die de
speciale kaart kunnen bekomen die toelaat voor onbeperkte duur te speciale kaart kunnen bekomen die toelaat voor onbeperkte duur te
parkeren, en de ministeries en het organisme die bevoegd zijn om deze parkeren, en de ministeries en het organisme die bevoegd zijn om deze
kaart af te leveren worden aangeduid en waarbij het model ervan kaart af te leveren worden aangeduid en waarbij het model ervan
alsmede de modaliteiten van afgifte, van intrekking en van gebruik alsmede de modaliteiten van afgifte, van intrekking en van gebruik
worden bepaald, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 1 december worden bepaald, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 1 december
1975, blijven geldig tot 31 juli 2001. Zij kunnen weliswaar niet in 1975, blijven geldig tot 31 juli 2001. Zij kunnen weliswaar niet in
aanmerking komen voor de afgifte van een duplicaat. aanmerking komen voor de afgifte van een duplicaat.

Art. 9.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2000.

Art. 9.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2000.

Brussel, 7 mei 1999. Brussel, 7 mei 1999.
De Minister van Binnenlandse Zaken, De Minister van Binnenlandse Zaken,
L. VAN DEN BOSSCHE L. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Volksgezondheid, De Minister van Volksgezondheid,
M. COLLA M. COLLA
De Staatssecretaris voor Veiligheid en Maatschappelijke Integratie, De Staatssecretaris voor Veiligheid en Maatschappelijke Integratie,
J. PEETERS J. PEETERS
Bijlagen Bijlagen
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 7 mei Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 7 mei
1999. 1999.
De Minister van Binnenlandse Zaken, De Minister van Binnenlandse Zaken,
L. VAN DEN BOSSCHE L. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Volksgezondheid, De Minister van Volksgezondheid,
M. COLLA M. COLLA
De Staatssecretaris voor Veiligheid en Maatschappelijke Integratie, De Staatssecretaris voor Veiligheid en Maatschappelijke Integratie,
J. PEETERS J. PEETERS
^