Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Ministerieel Besluit van 05/02/2001
← Terug naar "Ministerieel besluit houdende regeling van de toekenning van een toelage voor onregelmatige prestaties aan sommige personeelsleden van de federale wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort "
Ministerieel besluit houdende regeling van de toekenning van een toelage voor onregelmatige prestaties aan sommige personeelsleden van de federale wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort Ministerieel besluit houdende regeling van de toekenning van een toelage voor onregelmatige prestaties aan sommige personeelsleden van de federale wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort
DIENSTEN VAN DE EERSTE MINISTER DIENSTEN VAN DE EERSTE MINISTER
5 FEBRUARI 2001. - Ministerieel besluit houdende regeling van de 5 FEBRUARI 2001. - Ministerieel besluit houdende regeling van de
toekenning van een toelage voor onregelmatige prestaties aan sommige toekenning van een toelage voor onregelmatige prestaties aan sommige
personeelsleden van de federale wetenschappelijke instellingen die personeelsleden van de federale wetenschappelijke instellingen die
ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid het ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid het
Wetenschapsbeleid behoort Wetenschapsbeleid behoort
De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek, De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek,
Gelet op artikel 37 van de Grondwet; Gelet op artikel 37 van de Grondwet;
Gelet op het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene Gelet op het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene
regeling van de vergoedingen en toelagen van alle aard toegekend aan regeling van de vergoedingen en toelagen van alle aard toegekend aan
het personeel der ministeries; het personeel der ministeries;
Gelet op het advies van 4 november 1999 van het College der hoofden Gelet op het advies van 4 november 1999 van het College der hoofden
van de federale wetenschappelijke instellingen die onderworpen zijn van de federale wetenschappelijke instellingen die onderworpen zijn
aan het gezag van de Minister tot wiens bevoegdheid het aan het gezag van de Minister tot wiens bevoegdheid het
Wetenschapsbeleid behoort; Wetenschapsbeleid behoort;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17
december 1999; december 1999;
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 5 mei Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 5 mei
2000; 2000;
Gelet op het akkoord van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op Gelet op het akkoord van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op
23 maart 2000; 23 maart 2000;
Gelet op het protocol nr. 97/1 van 20 december 2000 van het Gelet op het protocol nr. 97/1 van 20 december 2000 van het
Sectorcomité I Algemeen Bestuur; Sectorcomité I Algemeen Bestuur;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat het voor de goede werking van de diensten Overwegende dat het voor de goede werking van de diensten
onontbeerlijk is de toekenning te regelen van toelagen voor onontbeerlijk is de toekenning te regelen van toelagen voor
onregelmatige prestaties aan de nachtwakers van sommige federale onregelmatige prestaties aan de nachtwakers van sommige federale
wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister tot wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister tot
wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort; wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort;
Gezien het feit dat dit besluit in werking treedt met ingang van 1 Gezien het feit dat dit besluit in werking treedt met ingang van 1
januari 2000, is het van belang dat het zo vlug mogelijk bekendgemaakt januari 2000, is het van belang dat het zo vlug mogelijk bekendgemaakt
wordt om de toelagen te kunnen uitbetalen binnen de termijn wordt om de toelagen te kunnen uitbetalen binnen de termijn
voorgeschreven door de begrotings- en boekhoudingsprocedure, voorgeschreven door de begrotings- en boekhoudingsprocedure,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden

aangewezen om de functie van nachtwaker uit te oefenen in de volgende aangewezen om de functie van nachtwaker uit te oefenen in de volgende
federale wetenschappelijke instellingen : federale wetenschappelijke instellingen :
1° de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België; 1° de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België;
2° de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis; 2° de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis;
3° het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen van België; 3° het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen van België;
4° het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika; 4° het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika;
5° de Koninklijke Bibliotheek van België. 5° de Koninklijke Bibliotheek van België.

Art. 2.Een toelage voor onregelmatige prestaties wordt toegekend aan

Art. 2.Een toelage voor onregelmatige prestaties wordt toegekend aan

het personeel bedoeld in artikel 1 dat verplicht is nacht- of het personeel bedoeld in artikel 1 dat verplicht is nacht- of
weekendprestaties te verrichten. weekendprestaties te verrichten.
In de mate van het mogelijk dient evenwel de voorkeur te worden In de mate van het mogelijk dient evenwel de voorkeur te worden
gegeven aan een compensatie in werktijd (inhaalrust). gegeven aan een compensatie in werktijd (inhaalrust).

Art. 3.Weekendprestaties zijn die welke op zaterdagen, zondagen en op

Art. 3.Weekendprestaties zijn die welke op zaterdagen, zondagen en op

wettelijke en reglementaire feestdagen worden verricht tussen 0 en 24 wettelijke en reglementaire feestdagen worden verricht tussen 0 en 24
uur. uur.

Art. 4.Nachtprestaties zijn die welke tussen 22 uur en 4 uur worden

Art. 4.Nachtprestaties zijn die welke tussen 22 uur en 4 uur worden

verricht. Met nachtprestaties worden gelijkgesteld de prestaties verricht. Met nachtprestaties worden gelijkgesteld de prestaties
verricht tussen 18 uur en 8 uur voor zover zij eindigen om of na 22 verricht tussen 18 uur en 8 uur voor zover zij eindigen om of na 22
uur of beginnen om of vóór 4 uur. uur of beginnen om of vóór 4 uur.

Art. 5.De bedragen van de in artikel 2 bedoelde toelage worden als

Art. 5.De bedragen van de in artikel 2 bedoelde toelage worden als

volgt vastgesteld : volgt vastgesteld :
a) voor weekendprestaties : per uur prestatie 1/1850 van de jaarwedde, a) voor weekendprestaties : per uur prestatie 1/1850 van de jaarwedde,
in voorkomend geval alleen vermeerderd met de toelage voor de in voorkomend geval alleen vermeerderd met de toelage voor de
uitoefening van hogere functies; uitoefening van hogere functies;
b) voor nachtprestaties : per uur prestatie 32,5 % van 1/1850 van de b) voor nachtprestaties : per uur prestatie 32,5 % van 1/1850 van de
jaarwedde. jaarwedde.

Art. 6.§ 1. Voor de nachtprestaties verricht op zaterdagen, zondagen

Art. 6.§ 1. Voor de nachtprestaties verricht op zaterdagen, zondagen

en wettelijke en reglementaire feestdagen, mogen de in artikel 5, a en en wettelijke en reglementaire feestdagen, mogen de in artikel 5, a en
b, vermelde toelagen worden samengevoegd. b, vermelde toelagen worden samengevoegd.
§ 2. De in artikel 5 vermelde toelagen mogen niet worden samengevoegd § 2. De in artikel 5 vermelde toelagen mogen niet worden samengevoegd
met de toelagen van de vergoeding wegens buitengewone prestaties met de toelagen van de vergoeding wegens buitengewone prestaties
waarvan sprake in artikel 3 van het besluit van de Regent van 30 maart waarvan sprake in artikel 3 van het besluit van de Regent van 30 maart
1950; voor de betrokken personeelsleden wordt de gunstigste regeling 1950; voor de betrokken personeelsleden wordt de gunstigste regeling
in aanmerking genomen. in aanmerking genomen.
Voor de toepassing van het voorgaande lid worden de voor eenzelfde Voor de toepassing van het voorgaande lid worden de voor eenzelfde
doorlopende prestatie verschuldigde bedragen globaal in aanmerking doorlopende prestatie verschuldigde bedragen globaal in aanmerking
genomen. genomen.

Art. 7.De toelage wordt maandelijks en na vervallen termijn

Art. 7.De toelage wordt maandelijks en na vervallen termijn

uitbetaald. uitbetaald.
Het gedeelte van een uur dat een prestatie eventueel omvat, wordt naar Het gedeelte van een uur dat een prestatie eventueel omvat, wordt naar
boven afgerond op het volle uur indien het gelijk is aan of meer boven afgerond op het volle uur indien het gelijk is aan of meer
beloopt dan 30 minuten en wordt weggelaten als het deze duur niet beloopt dan 30 minuten en wordt weggelaten als het deze duur niet
bereikt. bereikt.

Art. 8.Dit besluit is niet van toepassing op de personeelsleden die

Art. 8.Dit besluit is niet van toepassing op de personeelsleden die

uit hoofde van hun functies aanspraak maken op compenserende voordelen uit hoofde van hun functies aanspraak maken op compenserende voordelen
voor onregelmatige prestaties. voor onregelmatige prestaties.

Art. 9.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2000.

Art. 9.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2000.

Art. 10.De Secretaris-generaal van de Federale diensten voor

Art. 10.De Secretaris-generaal van de Federale diensten voor

wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden is belast wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden is belast
met de uitvoering van dit besluit. met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 5 februari 2001. Brussel, 5 februari 2001.
Ch. PICQUE Ch. PICQUE
^