Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Ministerieel Besluit van 05/04/2019
← Terug naar "Ministerieel besluit houdende het aantonen van biomassakenmerken "
Ministerieel besluit houdende het aantonen van biomassakenmerken Ministerieel besluit houdende het aantonen van biomassakenmerken
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
OMGEVING OMGEVING
5 APRIL 2019. - Ministerieel besluit houdende het aantonen van 5 APRIL 2019. - Ministerieel besluit houdende het aantonen van
biomassakenmerken biomassakenmerken
DE VLAAMSE MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIEN EN ENERGIE, DE VLAAMSE MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIEN EN ENERGIE,
Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.3, ingevoegd Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.3, ingevoegd
bij het decreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.4, ingevoegd bij het bij het decreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.4, ingevoegd bij het
decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014 decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014
en artikel 7.1.5, § 4, eerste lid, ingevoegd bij het decreet van 8 mei en artikel 7.1.5, § 4, eerste lid, ingevoegd bij het decreet van 8 mei
2009 en laatst gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014; 2009 en laatst gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014;
Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010, artikel 6.1.12/1, Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010, artikel 6.1.12/1,
ingevoegd bij het besluit van 8 april 2011 en laatst gewijzigd bij het ingevoegd bij het besluit van 8 april 2011 en laatst gewijzigd bij het
besluit van 30 november 2018 en artikel 6.1.16, ingevoegd bij het besluit van 30 november 2018 en artikel 6.1.16, ingevoegd bij het
besluit van 8 mei 2009 en laatst gewijzigd bij het besluit van 30 besluit van 8 mei 2009 en laatst gewijzigd bij het besluit van 30
november 2018; november 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende
wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft
technische wijzigingen van de certificatentoekenning en de invoering technische wijzigingen van de certificatentoekenning en de invoering
van biomassacertificatie, van duurzaamheidscriteria voor vaste en van biomassacertificatie, van duurzaamheidscriteria voor vaste en
gasvormige biomassa en van ILUC-voorwaarden, artikel 32; gasvormige biomassa en van ILUC-voorwaarden, artikel 32;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018
houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat
betreft diverse bepalingen over energie, artikel 72; betreft diverse bepalingen over energie, artikel 72;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 6 februari Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 6 februari
2018; 2018;
Gelet op advies nr. 63.025/3 van de Raad van State, gegeven op 26 Gelet op advies nr. 63.025/3 van de Raad van State, gegeven op 26
maart 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de maart 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK I. - Algemeenheden HOOFDSTUK I. - Algemeenheden

Artikel 1.De begrippen en definities, vermeld in het Energiedecreet

Artikel 1.De begrippen en definities, vermeld in het Energiedecreet

van 8 mei 2009 en het Energiebesluit van 19 november 2010, zijn van van 8 mei 2009 en het Energiebesluit van 19 november 2010, zijn van
toepassing op dit besluit. toepassing op dit besluit.

Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder :

Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder :

1° biomassamarktpartij : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die 1° biomassamarktpartij : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die
de eigendom of de fysieke controle heeft over biomassa, vanaf de de eigendom of de fysieke controle heeft over biomassa, vanaf de
oorsprong van deze biomassa tot en met het finale gebruik of voor één oorsprong van deze biomassa tot en met het finale gebruik of voor één
of meerdere stappen in deze keten; of meerdere stappen in deze keten;
2° certificatie-instantie : onpartijdig rechtspersoon die 2° certificatie-instantie : onpartijdig rechtspersoon die
biomassarapporten opstelt conform de bepalingen van dit besluit en die biomassarapporten opstelt conform de bepalingen van dit besluit en die
de naleving van de eisen met betrekking tot het aantonen van de naleving van de eisen met betrekking tot het aantonen van
biomassakenmerken controleert over de volledige productieketen van een biomassakenmerken controleert over de volledige productieketen van een
biomassastroom en gedurende de volledige geldigheidsduur van het biomassastroom en gedurende de volledige geldigheidsduur van het
biomassarapport, of die een erkend certificatieschema controleert; biomassarapport, of die een erkend certificatieschema controleert;
3° certificatieschema : geheel van schriftelijke bepalingen dat tot 3° certificatieschema : geheel van schriftelijke bepalingen dat tot
doel heeft kenmerken van een bepaalde biomassastroom aan te tonen en doel heeft kenmerken van een bepaalde biomassastroom aan te tonen en
tevens te garanderen dat aan de eisen met betrekking tot certificatie tevens te garanderen dat aan de eisen met betrekking tot certificatie
van de betreffende biomassastroom voldaan is doorheen de volledige van de betreffende biomassastroom voldaan is doorheen de volledige
productieketen van die biomassa. productieketen van die biomassa.
HOOFDSTUK II. - Biomassarapport HOOFDSTUK II. - Biomassarapport

Art. 3.Voor elke gecontracteerde hoeveelheid biomassa wordt

Art. 3.Voor elke gecontracteerde hoeveelheid biomassa wordt

overeenkomstig de bepalingen in artikel 4 een biomassarapport overeenkomstig de bepalingen in artikel 4 een biomassarapport
opgesteld dat tenminste de in artikel 5 bedoelde informatie bevat en opgesteld dat tenminste de in artikel 5 bedoelde informatie bevat en
dat aan het Vlaams Energieagentschap wordt overgemaakt. dat aan het Vlaams Energieagentschap wordt overgemaakt.

Art. 4.Het biomassarapport is opgesteld overeenkomstig de bepalingen

Art. 4.Het biomassarapport is opgesteld overeenkomstig de bepalingen

in de artikelen 18 tot en met 20 van dit besluit volgens een erkend in de artikelen 18 tot en met 20 van dit besluit volgens een erkend
certificatieschema overeenkomstig de bepalingen in dit besluit door certificatieschema overeenkomstig de bepalingen in dit besluit door
een erkende certificatie-instantie. In de gevallen waarin gepaste een erkende certificatie-instantie. In de gevallen waarin gepaste
normen voor certificatie niet of niet volledig voorhanden zouden zijn, normen voor certificatie niet of niet volledig voorhanden zouden zijn,
kan het Vlaams Energieagentschap akkoord gaan met verificatie. kan het Vlaams Energieagentschap akkoord gaan met verificatie.

Art. 5.§ 1. Het biomassarapport bevat ten minste volgende informatie:

Art. 5.§ 1. Het biomassarapport bevat ten minste volgende informatie:

1° unieke referentiecode van het biomassarapport; 1° unieke referentiecode van het biomassarapport;
2° datum van toekenning van het biomassarapport; 2° datum van toekenning van het biomassarapport;
3° identiteit van de finale biomassaproducent; 3° identiteit van de finale biomassaproducent;
4° identificatie van de biomassastroom; 4° identificatie van de biomassastroom;
5° identificatie van de productieketen; 5° identificatie van de productieketen;
6° land van oorsprong van de biomassastroom en NUTS 2-regio indien van 6° land van oorsprong van de biomassastroom en NUTS 2-regio indien van
toepassing voor het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/2 toepassing voor het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/2
van het Energiebesluit van 19 november 2010; van het Energiebesluit van 19 november 2010;
7° minimale gedekte hoeveelheid van de biomassastroom op jaarbasis. 7° minimale gedekte hoeveelheid van de biomassastroom op jaarbasis.
§ 2. Indien de biomassastroom vervaardigd is uit afvalstoffen, bevat § 2. Indien de biomassastroom vervaardigd is uit afvalstoffen, bevat
het biomassarapport eveneens volgende informatie: het biomassarapport eveneens volgende informatie:
1° het advies van de OVAM inzake de energetische valorisatie van de 1° het advies van de OVAM inzake de energetische valorisatie van de
afvalstroom; afvalstroom;
2° de groenfactor: de hoeveelheid energie van de afvalstroom die in 2° de groenfactor: de hoeveelheid energie van de afvalstroom die in
aanmerking komt voor het verkrijgen van groenestroomcertificaten zoals aanmerking komt voor het verkrijgen van groenestroomcertificaten zoals
bepaald in artikel 6.1.10 van het Energiebesluit van 19 november 2010. bepaald in artikel 6.1.10 van het Energiebesluit van 19 november 2010.
§ 3. Indien de biomassastroom een houtstroom betreft, bevat het § 3. Indien de biomassastroom een houtstroom betreft, bevat het
biomassarapport eveneens volgende informatie: biomassarapport eveneens volgende informatie:
1° of de biomassastroom wel of niet onder de noemer `korteomloophout' 1° of de biomassastroom wel of niet onder de noemer `korteomloophout'
valt; valt;
2° of de biomassastroom wel of niet onder de noemer `hout dat geen 2° of de biomassastroom wel of niet onder de noemer `hout dat geen
industriële grondstof is' valt. industriële grondstof is' valt.
§ 4. Indien de biomassastroom vloeibare biomassa betreft die § 4. Indien de biomassastroom vloeibare biomassa betreft die
vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen die niet afkomstig zijn vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen die niet afkomstig zijn
van landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw, bevat het van landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw, bevat het
biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punt 1° van § 5 biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punt 1° van § 5
in dit artikel; in dit artikel;
Indien de biomassastroom vloeibare biomassa betreft die a) niet Indien de biomassastroom vloeibare biomassa betreft die a) niet
vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen of b) die vervaardigd is vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen of b) die vervaardigd is
uit afvalstoffen en residuen die afkomstig zijn van landbouw, uit afvalstoffen en residuen die afkomstig zijn van landbouw,
aquacultuur, visserij of bosbouw, bevat het biomassarapport bijkomend aquacultuur, visserij of bosbouw, bevat het biomassarapport bijkomend
de informatie beschreven in punten 1°, 2°, 3°, 4° en 5° van § 5 in dit de informatie beschreven in punten 1°, 2°, 3°, 4° en 5° van § 5 in dit
artikel; artikel;
Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die niet Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die niet
vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is
afkomstig van landbouw, aquacultuur of visserij, bevat het afkomstig van landbouw, aquacultuur of visserij, bevat het
biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 2°, 3°, biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 2°, 3°,
4°, 5° en 7° van § 5 in dit artikel; 4°, 5° en 7° van § 5 in dit artikel;
Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die niet Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die niet
vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is niet vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is niet
afkomstig van landbouw, aquacultuur of visserij, bevat het afkomstig van landbouw, aquacultuur of visserij, bevat het
biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 6°, 7°, biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 6°, 7°,
8° en 9° van § 5 in dit artikel; 8° en 9° van § 5 in dit artikel;
Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die
vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is
afkomstig van landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of afkomstig van landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of
natuurgebieden, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie natuurgebieden, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie
beschreven in punten 7° en 9° van § 5 in dit artikel; beschreven in punten 7° en 9° van § 5 in dit artikel;
Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die
vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is niet vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is niet
afkomstig van landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of afkomstig van landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of
natuurgebieden, bevat het biomassarapport geen bijkomende informatie natuurgebieden, bevat het biomassarapport geen bijkomende informatie
beschreven in § 5 in dit artikel; beschreven in § 5 in dit artikel;
§ 5. Afhankelijk van de aard van de biomassastroom bevat het § 5. Afhankelijk van de aard van de biomassastroom bevat het
biomassarapport, overeenkomstig § 4 van dit artikel, al dan niet biomassarapport, overeenkomstig § 4 van dit artikel, al dan niet
volgende aanvullende informatie: volgende aanvullende informatie:
1° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/2 van het 1° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/2 van het
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd, voor zover van Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd, voor zover van
toepassing, met vermelding van de overeenkomstige toepassing, met vermelding van de overeenkomstige
broeikasgasemissiereducties, het al dan niet gebruik van actuele data, broeikasgasemissiereducties, het al dan niet gebruik van actuele data,
de eventuele bonus voor hersteld aangetast land en de eventuele factor de eventuele bonus voor hersteld aangetast land en de eventuele factor
voor emissiereductie door koolstofopslag in de bodem; voor emissiereductie door koolstofopslag in de bodem;
2° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/3 van het 2° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/3 van het
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd;
3° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/4 van het 3° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/4 van het
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd;
4° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/5 van het 4° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/5 van het
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd;
5° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/6 van het 5° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/6 van het
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd;
6° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7 van het 6° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7 van het
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd;
7° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/8 van het 7° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/8 van het
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd;
8° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/9 van het 8° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/9 van het
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd;
9° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/10 van het 9° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/10 van het
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd;
10° het duurzaamheidscertificatieschema of de 10° het duurzaamheidscertificatieschema of de
duurzaamheidscertificatieschema's waarmee de informatie onder 1° tot duurzaamheidscertificatieschema's waarmee de informatie onder 1° tot
en met 10° is aangetoond voor zover van toepassing. en met 10° is aangetoond voor zover van toepassing.

Art. 6.Het biomassarapport heeft een maximale geldigheidsduur van

Art. 6.Het biomassarapport heeft een maximale geldigheidsduur van

twee jaar vanaf de datum van toekenning als vermeld op het twee jaar vanaf de datum van toekenning als vermeld op het
biomassarapport. biomassarapport.
HOOFDSTUK III. - Certificatie-instanties HOOFDSTUK III. - Certificatie-instanties

Art. 7.Een certificatie-instantie wordt als erkend beschouwd indien

Art. 7.Een certificatie-instantie wordt als erkend beschouwd indien

de instantie aan volgende voorwaarden voldoet: de instantie aan volgende voorwaarden voldoet:
1° rechtspersoonlijkheid bezitten en onafhankelijk zijn, dit wil 1° rechtspersoonlijkheid bezitten en onafhankelijk zijn, dit wil
zeggen geen enkele band hebben met de gecontroleerde zeggen geen enkele band hebben met de gecontroleerde
biomassamarktpartijen of met de belangen van deze biomassamarktpartijen of met de belangen van deze
biomassamarktpartijen; biomassamarktpartijen;
2° geaccrediteerd zijn door BELAC overeenkomstig de norm NBN EN 2° geaccrediteerd zijn door BELAC overeenkomstig de norm NBN EN
ISO/IEC 17065:2012 ten behoeve van de instellingen die overgaan tot de ISO/IEC 17065:2012 ten behoeve van de instellingen die overgaan tot de
certificatie van producten, processen en diensten, of gelijkwaardig, certificatie van producten, processen en diensten, of gelijkwaardig,
met betrekking tot het toepassingsdomein biomassacertificatie met betrekking tot het toepassingsdomein biomassacertificatie
overeenkomstig dit besluit; overeenkomstig dit besluit;
3° de certificatie-instanties vermeld in artikel 18 verbinden zich 3° de certificatie-instanties vermeld in artikel 18 verbinden zich
ertoe om aan het Vlaams Energieagentschap jaarlijks een verslag over ertoe om aan het Vlaams Energieagentschap jaarlijks een verslag over
te maken waarin informatie is opgenomen met betrekking tot de functie te maken waarin informatie is opgenomen met betrekking tot de functie
van de certificatie-instantie binnen het domein biomassacertificatie van de certificatie-instantie binnen het domein biomassacertificatie
zoals bedoeld in dit besluit. zoals bedoeld in dit besluit.

Art. 8.§ 1. Voor het bepalen van de criteria zoals vastgelegd in

Art. 8.§ 1. Voor het bepalen van de criteria zoals vastgelegd in

artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/6 van het Energiebesluit artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/6 van het Energiebesluit
van 19 november 2010 wordt een certificatie-instantie als erkend van 19 november 2010 wordt een certificatie-instantie als erkend
beschouwd indien en voor zover deze werd geaccrediteerd voor beschouwd indien en voor zover deze werd geaccrediteerd voor
certificatie van Europees erkende vrijwillige schema's of indien en certificatie van Europees erkende vrijwillige schema's of indien en
voor zover deze hiertoe erkend werd door: voor zover deze hiertoe erkend werd door:
1° de Europese Commissie; of 1° de Europese Commissie; of
2° een andere lidstaat van de Europese Unie; of 2° een andere lidstaat van de Europese Unie; of
3° door middel van een bilaterale of multilaterale overeenkomst die de 3° door middel van een bilaterale of multilaterale overeenkomst die de
Europese Gemeenschap heeft afgesloten met een derde land. Europese Gemeenschap heeft afgesloten met een derde land.
§ 2. De vrijwillige schema's evenals de door de Europese Unie § 2. De vrijwillige schema's evenals de door de Europese Unie
afgesloten bilaterale of multilaterale overeenkomsten, bedoeld in afgesloten bilaterale of multilaterale overeenkomsten, bedoeld in
paragraaf 1, zijn deze waarvoor een besluit van de Europese Commissie paragraaf 1, zijn deze waarvoor een besluit van de Europese Commissie
is genomen zoals bedoeld in artikel 18, paragrafen 4 tot en met 6, van is genomen zoals bedoeld in artikel 18, paragrafen 4 tot en met 6, van
Richtlijn 2009/28/EG. Richtlijn 2009/28/EG.
HOOFDSTUK IV. - Certificatieschema's HOOFDSTUK IV. - Certificatieschema's

Art. 9.Een certificatieschema wordt als erkend beschouwd indien het

Art. 9.Een certificatieschema wordt als erkend beschouwd indien het

schema aan volgende voorwaarden voldoet: schema aan volgende voorwaarden voldoet:
1° het is opgesteld door een certificatie-instantie die geaccrediteerd 1° het is opgesteld door een certificatie-instantie die geaccrediteerd
is door BELAC overeenkomstig de norm NBN EN ISO/IEC 17067:2013 ten is door BELAC overeenkomstig de norm NBN EN ISO/IEC 17067:2013 ten
behoeve van de instellingen die overgaan tot de certificatie van behoeve van de instellingen die overgaan tot de certificatie van
producten, processen en diensten, of gelijkwaardig, met betrekking tot producten, processen en diensten, of gelijkwaardig, met betrekking tot
het toepassingsdomein biomassacertificatie overeenkomstig dit besluit; het toepassingsdomein biomassacertificatie overeenkomstig dit besluit;
2° in de bepalingen van het certificatieschema wordt ten minste 2° in de bepalingen van het certificatieschema wordt ten minste
tegemoet gekomen aan de bepalingen in de artikelen 10 tot en met 22 en tegemoet gekomen aan de bepalingen in de artikelen 10 tot en met 22 en
artikel 25 van dit besluit. artikel 25 van dit besluit.

Art. 10.§ 1. De bepalingen van het certificatieschema beschrijven de

Art. 10.§ 1. De bepalingen van het certificatieschema beschrijven de

organisatie van de rapportering, de doorlichting en de controle van de organisatie van de rapportering, de doorlichting en de controle van de
marktpartijen, en de organisatie, de doorlichting en de controle van marktpartijen, en de organisatie, de doorlichting en de controle van
het certificatieschema. het certificatieschema.
§ 2. De rechtspersoon die houder is van het certificatieschema: § 2. De rechtspersoon die houder is van het certificatieschema:
1° is verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en 1° is verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en
fraudebestendigheid van het certificatieschema; fraudebestendigheid van het certificatieschema;
2° legt een passende standaard vast voor het uitvoeren van 2° legt een passende standaard vast voor het uitvoeren van
onafhankelijke audits van de processen en voor de verificatie van de onafhankelijke audits van de processen en voor de verificatie van de
verschafte informatie, waarbij de richtlijnen van de internationale verschafte informatie, waarbij de richtlijnen van de internationale
standaard ISO 19011 in overweging genomen kunnen worden; standaard ISO 19011 in overweging genomen kunnen worden;
3° legt een passend systeem vast ter controle van de bij het 3° legt een passend systeem vast ter controle van de bij het
certificatieschema aangesloten marktpartijen door een erkende certificatieschema aangesloten marktpartijen door een erkende
certificatie-instantie waarbij de frequentie en methode van controle certificatie-instantie waarbij de frequentie en methode van controle
duidelijk omschreven is en waarbij verzekerd is dat een marktpartij duidelijk omschreven is en waarbij verzekerd is dat een marktpartij
bij iedere opstelling van een nieuw biomassarapport een volledige bij iedere opstelling van een nieuw biomassarapport een volledige
certificatieaudit ondergaat en minstens één maal per jaar een certificatieaudit ondergaat en minstens één maal per jaar een
controleaudit ondergaat; controleaudit ondergaat;
4° legt een passend systeem vast voor het doorgeven van de informatie 4° legt een passend systeem vast voor het doorgeven van de informatie
bedoeld in artikel 4 van één marktpartij tot de andere, op elke stap bedoeld in artikel 4 van één marktpartij tot de andere, op elke stap
in de productieketen tot aan het eindverbruik en gebaseerd op een in de productieketen tot aan het eindverbruik en gebaseerd op een
massabalans overeenkomstig artikel 6.1.12/1, § 1 van het massabalans overeenkomstig artikel 6.1.12/1, § 1 van het
Energiebesluit van 19 november 2010. Er wordt jaarlijks een Energiebesluit van 19 november 2010. Er wordt jaarlijks een
massabalans opgesteld door de marktpartij. Bij de beschrijving van massabalans opgesteld door de marktpartij. Bij de beschrijving van
biomassastromen wordt steeds op een eenduidige wijze verwezen naar de biomassastromen wordt steeds op een eenduidige wijze verwezen naar de
gebruikelijke benaming overeenkomstig artikel 20; gebruikelijke benaming overeenkomstig artikel 20;
5° implementeert een doeltreffend systeem van kwaliteitsborging en 5° implementeert een doeltreffend systeem van kwaliteitsborging en
risicobeheer waarbij de eisen van ISAE 3000 in overweging genomen risicobeheer waarbij de eisen van ISAE 3000 in overweging genomen
kunnen worden; kunnen worden;
6° voorziet in een procedure voor klachten, bezwaren en beroepen 6° voorziet in een procedure voor klachten, bezwaren en beroepen
waarbij de tijdige afhandeling hiervan met betrekking tot waarbij de tijdige afhandeling hiervan met betrekking tot
administratieve beslissingen binnen het systeem of in verband met de administratieve beslissingen binnen het systeem of in verband met de
interpretatie van de regels die het systeem beschrijven wordt interpretatie van de regels die het systeem beschrijven wordt
gegarandeerd. gegarandeerd.
§ 3. De marktpartijen die deelnemen aan het certificatieschema: § 3. De marktpartijen die deelnemen aan het certificatieschema:
1° verbinden zich ertoe voldoende en correcte informatie te 1° verbinden zich ertoe voldoende en correcte informatie te
verschaffen in het kader van de massabalans, de traceerbaarheid en de verschaffen in het kader van de massabalans, de traceerbaarheid en de
vaststelling van de onderzochte biomassakenmerken en afdoende vaststelling van de onderzochte biomassakenmerken en afdoende
bewijsmateriaal bij te houden gedurende een in het schema vastgelegde bewijsmateriaal bij te houden gedurende een in het schema vastgelegde
periode; periode;
2° aanvaarden de verantwoordelijkheid voor het voorbereiden en 2° aanvaarden de verantwoordelijkheid voor het voorbereiden en
aanleveren van informatie met betrekking tot de controles in het kader aanleveren van informatie met betrekking tot de controles in het kader
van dit certificatieschema. van dit certificatieschema.
§ 4. De certificatie-instanties die door de marktpartijen belast § 4. De certificatie-instanties die door de marktpartijen belast
worden met de controle op de naleving van het certificatieschema: worden met de controle op de naleving van het certificatieschema:
1° zijn verantwoordelijk voor het verzekeren van de nauwkeurigheid, 1° zijn verantwoordelijk voor het verzekeren van de nauwkeurigheid,
betrouwbaarheid en fraudebestendigheid van de door de marktpartijen betrouwbaarheid en fraudebestendigheid van de door de marktpartijen
gebruikte systemen; gebruikte systemen;
2° zijn verantwoordelijk voor de controle op de accuraatheid van de 2° zijn verantwoordelijk voor de controle op de accuraatheid van de
aangeleverde gegevens en de vaststelling van de gepaste frequentie en aangeleverde gegevens en de vaststelling van de gepaste frequentie en
methode van de monsterneming. methode van de monsterneming.
§ 5. De rechtspersoon die houder is van het certificatieschema zorgt § 5. De rechtspersoon die houder is van het certificatieschema zorgt
ervoor dat bewijzen met betrekking tot de punten onder paragraaf 2 tot ervoor dat bewijzen met betrekking tot de punten onder paragraaf 2 tot
en met paragraaf 4 beschikbaar zijn. en met paragraaf 4 beschikbaar zijn.

Art. 11.De bepalingen van het certificatieschema beschrijven het

Art. 11.De bepalingen van het certificatieschema beschrijven het

beoordelingskader voor de vaststelling van de biomassakenmerken beoordelingskader voor de vaststelling van de biomassakenmerken
overeenkomstig bijlage I en II van dit besluit, en voor het opstellen overeenkomstig bijlage I en II van dit besluit, en voor het opstellen
van het biomassarapport overeenkomstig de artikelen 18 tot en met 20 van het biomassarapport overeenkomstig de artikelen 18 tot en met 20
van dit besluit. van dit besluit.
HOOFDSTUK V. - Controle door een erkende certificatie-instantie HOOFDSTUK V. - Controle door een erkende certificatie-instantie

Art. 12.§ 1. Uit de controles die door een erkende

Art. 12.§ 1. Uit de controles die door een erkende

certificatie-instantie worden uitgevoerd, kunnen non-conformiteiten certificatie-instantie worden uitgevoerd, kunnen non-conformiteiten
blijken met de bepalingen in het certificatieschema. blijken met de bepalingen in het certificatieschema.
Een non-conformiteit wordt als groot aangeduid zodra de bij de Een non-conformiteit wordt als groot aangeduid zodra de bij de
marktpartijen verzamelde informatie ertoe leidt dat de waarde vermeld marktpartijen verzamelde informatie ertoe leidt dat de waarde vermeld
op het biomassarapport geen conservatieve waarde blijkt te zijn. op het biomassarapport geen conservatieve waarde blijkt te zijn.
§ 2. Zodra een grote non-conformiteit wordt vastgesteld door een § 2. Zodra een grote non-conformiteit wordt vastgesteld door een
erkende certificatie-instantie, wordt die door de erkende certificatie-instantie, wordt die door de
certificatie-instantie onverwijld gerapporteerd aan de betreffende certificatie-instantie onverwijld gerapporteerd aan de betreffende
markpartijen. Zowel de marktpartijen als de certificatie-instantie markpartijen. Zowel de marktpartijen als de certificatie-instantie
rapporteren onverwijld de grote non-conformiteit aan het Vlaams rapporteren onverwijld de grote non-conformiteit aan het Vlaams
Energieagentschap. De erkende certificatie-instantie verschaft aan het Energieagentschap. De erkende certificatie-instantie verschaft aan het
Vlaamse Energieagentschap alle noodzakelijke informatie die toelaat om Vlaamse Energieagentschap alle noodzakelijke informatie die toelaat om
de loten non-conforme biomassa te identificeren. de loten non-conforme biomassa te identificeren.
§ 3. Voor een levering biomassa waarbij een grote non-conformiteit § 3. Voor een levering biomassa waarbij een grote non-conformiteit
geïdentificeerd is, worden de betreffende biomassakenmerken geacht een geïdentificeerd is, worden de betreffende biomassakenmerken geacht een
waarde te hebben overeenkomstig artikel 26. waarde te hebben overeenkomstig artikel 26.
§ 4. Een non-conformiteit die niet omschreven is in paragraaf 1 wordt § 4. Een non-conformiteit die niet omschreven is in paragraaf 1 wordt
als klein beschouwd. Kleine non-conformiteiten worden jaarlijks door als klein beschouwd. Kleine non-conformiteiten worden jaarlijks door
de certificatie-instantie aan het Vlaams Energieagentschap de certificatie-instantie aan het Vlaams Energieagentschap
gerapporteerd evenals de eventuele corrigerende maatregelen. gerapporteerd evenals de eventuele corrigerende maatregelen.
§ 5. Om de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7, 1°, 2° en § 5. Om de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7, 1°, 2° en
3° van het Energiebesluit van 19 november 2010 in praktijk af te 3° van het Energiebesluit van 19 november 2010 in praktijk af te
toetsen, wordt de verificatie van een eenvoudige verklaring, gesteund toetsen, wordt de verificatie van een eenvoudige verklaring, gesteund
door GIS-data en de betreffende exploitatievergunningen of door GIS-data en de betreffende exploitatievergunningen of
beheersplannen, als sluitend aanvaard. beheersplannen, als sluitend aanvaard.
§ 6. Om de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7, 4°, 5° en § 6. Om de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7, 4°, 5° en
6° van het Energiebesluit van 19 november 2010 in praktijk af te 6° van het Energiebesluit van 19 november 2010 in praktijk af te
toetsen, wordt de bevestiging door verificatie ervan als sluitend toetsen, wordt de bevestiging door verificatie ervan als sluitend
aanvaard. De nodige vaststellingen daartoe moeten evenwel gebeuren aanvaard. De nodige vaststellingen daartoe moeten evenwel gebeuren
tijdens een onaangekondigd bezoek op initiatief van de tijdens een onaangekondigd bezoek op initiatief van de
certificatie-instantie of het Vlaams Energieagentschap, en aan de hand certificatie-instantie of het Vlaams Energieagentschap, en aan de hand
van foto's worden gestaafd. van foto's worden gestaafd.
HOOFDSTUK VI. - Gedeeltelijke certificatie HOOFDSTUK VI. - Gedeeltelijke certificatie

Art. 13.§ 1. Onder gedeeltelijke certificatie wordt verstaan

Art. 13.§ 1. Onder gedeeltelijke certificatie wordt verstaan

certificatie van slechts een deel van de te beschouwen productieketen, certificatie van slechts een deel van de te beschouwen productieketen,
of certificatie van slechts een deel van de aan te tonen of certificatie van slechts een deel van de aan te tonen
biomassakenmerken. biomassakenmerken.
§ 2. Gedeeltelijke certificatie wordt enkel toegestaan bij het § 2. Gedeeltelijke certificatie wordt enkel toegestaan bij het
aantonen van de biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, aantonen van de biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16,
paragrafen 1/2 tot en met 1/10 van het Energiebesluit van 19 november paragrafen 1/2 tot en met 1/10 van het Energiebesluit van 19 november
2010 en onder de voorwaarde dat het deel van de keten of de 2010 en onder de voorwaarde dat het deel van de keten of de
biomassakenmerken die niet onder het ene certificatieschema vallen wel biomassakenmerken die niet onder het ene certificatieschema vallen wel
volledig beschouwd zijn onder een ander certificatieschema of volledig beschouwd zijn onder een ander certificatieschema of
aangetoond worden aan de hand van verificatie. aangetoond worden aan de hand van verificatie.
§ 3. De voorwaarden van de massabalans zijn steeds doorheen de § 3. De voorwaarden van de massabalans zijn steeds doorheen de
volledige productieketen gegarandeerd en alle betrokken volledige productieketen gegarandeerd en alle betrokken
certificatieschema's bevatten de nodige bepalingen om uitwisseling van certificatieschema's bevatten de nodige bepalingen om uitwisseling van
de relevante informatie te verzekeren. de relevante informatie te verzekeren.
HOOFDSTUK VII. - Groepsaudit HOOFDSTUK VII. - Groepsaudit

Art. 14.§ 1. Groepsaudit is uitsluitend toegestaan voor het aantonen

Art. 14.§ 1. Groepsaudit is uitsluitend toegestaan voor het aantonen

van kenmerken van biomassastromen afkomstig van kleinschalige van kenmerken van biomassastromen afkomstig van kleinschalige
landbouwers, bosbouwers, producentenorganisaties en coöperaties, voor landbouwers, bosbouwers, producentenorganisaties en coöperaties, voor
zover deze een intern controlesysteem hanteren, overeenkomstig de zover deze een intern controlesysteem hanteren, overeenkomstig de
voorwaarden in paragraaf 2 tot en met 5. voorwaarden in paragraaf 2 tot en met 5.
§ 2. Groepsaudit wordt uitgevoerd door een erkende § 2. Groepsaudit wordt uitgevoerd door een erkende
certificatie-instantie overeenkomstig de norm ISEAL 2008 - Norm P035 certificatie-instantie overeenkomstig de norm ISEAL 2008 - Norm P035
of gelijkwaardig. of gelijkwaardig.
§ 3. De biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen § 3. De biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen
1/3 tot en met 1/7, en paragrafen 1/9 en 1/10 kunnen uitsluitend via 1/3 tot en met 1/7, en paragrafen 1/9 en 1/10 kunnen uitsluitend via
een groepsaudit vastgesteld worden indien de betreffende gebieden zich een groepsaudit vastgesteld worden indien de betreffende gebieden zich
dicht bij elkaar bevinden en soortgelijke kenmerken vertonen. dicht bij elkaar bevinden en soortgelijke kenmerken vertonen.
§ 4. De biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen § 4. De biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen
1/2 en 1/8 kunnen uitsluitend via een groepsaudit vastgesteld worden 1/2 en 1/8 kunnen uitsluitend via een groepsaudit vastgesteld worden
indien de eenheden dicht bij elkaar liggen binnen eenzelfde NUTS indien de eenheden dicht bij elkaar liggen binnen eenzelfde NUTS
2-gebied, soortgelijke productiesystemen en dezelfde producten hebben, 2-gebied, soortgelijke productiesystemen en dezelfde producten hebben,
en indien van toepassing, dezelfde bonus voor hersteld aangetast land en indien van toepassing, dezelfde bonus voor hersteld aangetast land
alsook dezelfde factor voor de emissiereductie door koolstofopslag in alsook dezelfde factor voor de emissiereductie door koolstofopslag in
de bodem door een verbeterd landbouwbeheer werden toegepast, zoals de bodem door een verbeterd landbouwbeheer werden toegepast, zoals
bedoel in bijlage XI, deel C, paragrafen 1, 7 en 8 van het bedoel in bijlage XI, deel C, paragrafen 1, 7 en 8 van het
Energiebesluit van 19 november 2010. Energiebesluit van 19 november 2010.
§ 5. Er wordt jaarlijks en op willekeurige basis een selectie van de § 5. Er wordt jaarlijks en op willekeurige basis een selectie van de
deelnemende marktpartijen gecontroleerd door een erkende deelnemende marktpartijen gecontroleerd door een erkende
certificatie-instantie. certificatie-instantie.
HOOFDSTUK VIII. - Methode gebaseerd op regionale risicoschatting HOOFDSTUK VIII. - Methode gebaseerd op regionale risicoschatting

Art. 15.§ 1. De methode van regionale risicoschatting is uitsluitend

Art. 15.§ 1. De methode van regionale risicoschatting is uitsluitend

toegestaan voor het bepalen van de biomassakenmerken zoals bepaald in toegestaan voor het bepalen van de biomassakenmerken zoals bepaald in
artikel 6.1.16, paragrafen 1/7 tot en met 1/10 van het Energiebesluit artikel 6.1.16, paragrafen 1/7 tot en met 1/10 van het Energiebesluit
van 19 november 2010. van 19 november 2010.
§ 2. De methode van regionale risicoschatting is uitsluitend § 2. De methode van regionale risicoschatting is uitsluitend
toegestaan voor een homogene regio waarvan de grenzen duidelijk toegestaan voor een homogene regio waarvan de grenzen duidelijk
vastgelegd zijn. vastgelegd zijn.
§ 3. Voor het bepalen van een homogene regio wordt hoofdzakelijk § 3. Voor het bepalen van een homogene regio wordt hoofdzakelijk
rekening gehouden met de uniformiteit van de karakteristieken met rekening gehouden met de uniformiteit van de karakteristieken met
betrekking tot de principes voor duurzaam bosbeheer zoals bepaald in betrekking tot de principes voor duurzaam bosbeheer zoals bepaald in
artikel 6.1.16, § 1/9 van het Energiebesluit van 19 november 2010. artikel 6.1.16, § 1/9 van het Energiebesluit van 19 november 2010.

Art. 16.§ 1. Een risicoanalyse wordt uitgevoerd voor de regio zoals

Art. 16.§ 1. Een risicoanalyse wordt uitgevoerd voor de regio zoals

bepaald onder artikel 15 gebaseerd op informatie die op lokaal niveau bepaald onder artikel 15 gebaseerd op informatie die op lokaal niveau
wordt verzameld met betrekking tot die criteria waarvoor een wordt verzameld met betrekking tot die criteria waarvoor een
inschatting dient gemaakt te worden. inschatting dient gemaakt te worden.
§ 2. Voor ieder criterium wordt een risico bepaald als "specifiek § 2. Voor ieder criterium wordt een risico bepaald als "specifiek
risico" of "laag risico": risico" of "laag risico":
1° De risicoclassificatie is gebaseerd op de mogelijke gevolgen van 1° De risicoclassificatie is gebaseerd op de mogelijke gevolgen van
een non-conformiteit gecombineerd met de graad van waarschijnlijkheid een non-conformiteit gecombineerd met de graad van waarschijnlijkheid
van die non-conformiteit; van die non-conformiteit;
2° Het risico neemt toe met de waarschijnlijkheid dat een negatief 2° Het risico neemt toe met de waarschijnlijkheid dat een negatief
gevolg van een non-conformiteit plaats vindt, gecombineerd met de gevolg van een non-conformiteit plaats vindt, gecombineerd met de
waarschijnlijkheid van die non-conformiteit; waarschijnlijkheid van die non-conformiteit;
3° Een verwaarloosbare waarschijnlijkheid van een non-conformiteit 3° Een verwaarloosbare waarschijnlijkheid van een non-conformiteit
geeft voor dat criterium een laag risico; geeft voor dat criterium een laag risico;
4° Een specifiek risico is een ongekend risico of een risico dat niet 4° Een specifiek risico is een ongekend risico of een risico dat niet
laag is. laag is.
§ 3. Een laag risico wordt onderbouwd door middel van verifieerbare § 3. Een laag risico wordt onderbouwd door middel van verifieerbare
informatie die een combinatie is van: informatie die een combinatie is van:
1° documentverificatie zoals bijvoorbeeld via wetgeving, 1° documentverificatie zoals bijvoorbeeld via wetgeving,
regeringsstatistieken of beheersplannen; en regeringsstatistieken of beheersplannen; en
2° lokale verificatie door: 2° lokale verificatie door:
a) consultatie van stakeholders en experten uit alle relevante a) consultatie van stakeholders en experten uit alle relevante
stakeholdercategorieën in de regio; en stakeholdercategorieën in de regio; en
b) eigen onderzoek in de regio. b) eigen onderzoek in de regio.

Art. 17.§ 1. Indien een criterium als specifiek risico is bepaald,

Art. 17.§ 1. Indien een criterium als specifiek risico is bepaald,

worden er mitigatiemaatregelen gedefinieerd om het risico minstens tot worden er mitigatiemaatregelen gedefinieerd om het risico minstens tot
laag risico te reduceren. laag risico te reduceren.
§ 2. Indien voor één of meerdere criteria met specifiek risico geen § 2. Indien voor één of meerdere criteria met specifiek risico geen
effectieve maatregelen vastgelegd kunnen worden om deze tot een laag effectieve maatregelen vastgelegd kunnen worden om deze tot een laag
risico te reduceren, dan zal de regio worden geherdefinieerd zodat het risico te reduceren, dan zal de regio worden geherdefinieerd zodat het
risico op de productie van een biomassastroom uit een regio die niet risico op de productie van een biomassastroom uit een regio die niet
voldoet aan de criteria wordt vermeden. voldoet aan de criteria wordt vermeden.
§ 3. Indien voor één of meerdere criteria met specifiek risico ondanks § 3. Indien voor één of meerdere criteria met specifiek risico ondanks
de bepaling in de tweede paragraaf nog steeds geen reductie tot een de bepaling in de tweede paragraaf nog steeds geen reductie tot een
laag risico mogelijk is, dan voldoet de uit deze regio afkomstige laag risico mogelijk is, dan voldoet de uit deze regio afkomstige
biomassastroom niet aan de eisen met betrekking tot deze criteria. biomassastroom niet aan de eisen met betrekking tot deze criteria.
HOOFDSTUK IX. - Opstelling van het biomassarapport HOOFDSTUK IX. - Opstelling van het biomassarapport

Art. 18.Het biomassarapport wordt opgesteld door een erkende

Art. 18.Het biomassarapport wordt opgesteld door een erkende

certificatie-instantie nadat een instantie een succesvolle audit heeft certificatie-instantie nadat een instantie een succesvolle audit heeft
uitgevoerd van de volledige productieketen van een bepaalde uitgevoerd van de volledige productieketen van een bepaalde
biomassastroom volgens de bepalingen van een erkend biomassastroom volgens de bepalingen van een erkend
certificatieschema. certificatieschema.
Het biomassarapport geeft een overzicht van alle relevante kenmerken Het biomassarapport geeft een overzicht van alle relevante kenmerken
van de biomassastroom. van de biomassastroom.

Art. 19.Het biomassarapport wordt opgesteld volgens het model in

Art. 19.Het biomassarapport wordt opgesteld volgens het model in

bijlage II bij dit besluit. Daarbij zijn minstens volgende bepalingen bijlage II bij dit besluit. Daarbij zijn minstens volgende bepalingen
van toepassing: van toepassing:
1° De unieke referentiecode is gestructureerd als 1° De unieke referentiecode is gestructureerd als
BE-VL-BM-[XXX]-[YYY]-[ZZZ]-[rapportnummer]-[controlegetal] waarbij BE BE-VL-BM-[XXX]-[YYY]-[ZZZ]-[rapportnummer]-[controlegetal] waarbij BE
staat voor België, VL staat voor Vlaanderen, BM staat voor biomassa, staat voor België, VL staat voor Vlaanderen, BM staat voor biomassa,
[XXX] gelijk is aan de unieke 3-lettercode van de [XXX] gelijk is aan de unieke 3-lettercode van de
certificatie-instantie die het biomassarapport uitgeeft, [YYY] gelijk certificatie-instantie die het biomassarapport uitgeeft, [YYY] gelijk
is aan de unieke 3-lettercode van het certificatieschema dat hiervoor is aan de unieke 3-lettercode van het certificatieschema dat hiervoor
toegepast werd, [ZZZ] gelijk is aan de unieke 3-lettercode van de toegepast werd, [ZZZ] gelijk is aan de unieke 3-lettercode van de
finale biomassaproducent, een rapportnummer dat er voor zorgt dat de finale biomassaproducent, een rapportnummer dat er voor zorgt dat de
referentiecode van het biomassarapport uniek is en tot slot een referentiecode van het biomassarapport uniek is en tot slot een
controlegetal bestaande uit 2 cijfers; controlegetal bestaande uit 2 cijfers;
2° De datum van toekenning is gestructureerd als [dag maand jaar]; 2° De datum van toekenning is gestructureerd als [dag maand jaar];
3° De informatie met betrekking tot de identiteit van de finale 3° De informatie met betrekking tot de identiteit van de finale
biomassaproducent omvat minstens de bedrijfsnaam, de rechtsvorm, het biomassaproducent omvat minstens de bedrijfsnaam, de rechtsvorm, het
ondernemingsnummer, het adres en de contactpersoon met naam, voornaam, ondernemingsnummer, het adres en de contactpersoon met naam, voornaam,
telefoonnummer en email-adres; telefoonnummer en email-adres;
4° De identificatie van de biomassastroom omvat de beschrijvingen van 4° De identificatie van de biomassastroom omvat de beschrijvingen van
de biomassastroom overeenkomstig artikel 20; de biomassastroom overeenkomstig artikel 20;
5° De identificatie van de productieketen omvat een opsomming van de 5° De identificatie van de productieketen omvat een opsomming van de
verschillende biomassavormen en verwerkingsprocessen in chronologische verschillende biomassavormen en verwerkingsprocessen in chronologische
volgorde bij het doorlopen van de productieketen; volgorde bij het doorlopen van de productieketen;
6° Het land van oorsprong is het land waar de biomassastroom geoogst 6° Het land van oorsprong is het land waar de biomassastroom geoogst
werd of ontstaan is als afval indien dit afval niet afkomstig is van werd of ontstaan is als afval indien dit afval niet afkomstig is van
landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of natuurbeheer; landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of natuurbeheer;
7° De minimale gedekte hoeveelheid van de biomassastroom op jaarbasis 7° De minimale gedekte hoeveelheid van de biomassastroom op jaarbasis
wordt uitgedrukt in kilogram geleverde biomassastroom per jaar in de wordt uitgedrukt in kilogram geleverde biomassastroom per jaar in de
vorm zoals deze geleverd wordt; vorm zoals deze geleverd wordt;
8° De voorbehandelingsenergie wordt uitgedrukt in kilowattuur per 8° De voorbehandelingsenergie wordt uitgedrukt in kilowattuur per
kilogram geleverde biomassastroom; kilogram geleverde biomassastroom;
9° De transportenergie wordt uitgedrukt in kilowattuur per kilogram 9° De transportenergie wordt uitgedrukt in kilowattuur per kilogram
geleverde biomassastroom; geleverde biomassastroom;
10° Het advies van de OVAM inzake energetische valorisatie omvat de 10° Het advies van de OVAM inzake energetische valorisatie omvat de
woordelijke overname van het formele advies van de OVAM met betrekking woordelijke overname van het formele advies van de OVAM met betrekking
tot energetische valorisatie van de betreffende biomassastroom; tot energetische valorisatie van de betreffende biomassastroom;
11° Indien van toepassing, de groenfactor omvat de woordelijke 11° Indien van toepassing, de groenfactor omvat de woordelijke
overname van het formele advies van de OVAM met betrekking tot de overname van het formele advies van de OVAM met betrekking tot de
groenfactor; groenfactor;
12° De kenmerken met betrekking tot `korteomloophout' en `hout dat 12° De kenmerken met betrekking tot `korteomloophout' en `hout dat
geen industriële grondstof is', worden aangeduid met "ja" of "neen"; geen industriële grondstof is', worden aangeduid met "ja" of "neen";
13° De kenmerken met betrekking tot de criteria zoals bepaald in 13° De kenmerken met betrekking tot de criteria zoals bepaald in
artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/10 van het Energiebesluit artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/10 van het Energiebesluit
van 19 november 2010 wordt per criterium dat van toepassing is van 19 november 2010 wordt per criterium dat van toepassing is
aangegeven of er al dan niet aan voldaan is; aangegeven of er al dan niet aan voldaan is;
14° Bij de broeikasgasemissiereductiecriteria voor het gebruik van 14° Bij de broeikasgasemissiereductiecriteria voor het gebruik van
vloeibare, vaste of gasvormige biomassa wordt het reductiepercentage vloeibare, vaste of gasvormige biomassa wordt het reductiepercentage
vermeld alsook of actuele data gebruikt werden voor deze berekeningen vermeld alsook of actuele data gebruikt werden voor deze berekeningen
en indien ja voor welke delen van de productieketen. Indien van en indien ja voor welke delen van de productieketen. Indien van
toepassing wordt tevens vermeld of de bonus voor hersteld aangetast toepassing wordt tevens vermeld of de bonus voor hersteld aangetast
land gebruikt werd zoals bepaald in bijlage XI, deel C, paragrafen 7 land gebruikt werd zoals bepaald in bijlage XI, deel C, paragrafen 7
en 8 van het Energiebesluit van 19 november 2010 en of de factor voor en 8 van het Energiebesluit van 19 november 2010 en of de factor voor
emissiereductie door koolstofopslag in de bodem gebruikt werd zoals emissiereductie door koolstofopslag in de bodem gebruikt werd zoals
bedoeld in bijlage XI, deel C, paragraaf 1 van het Energiebesluit van bedoeld in bijlage XI, deel C, paragraaf 1 van het Energiebesluit van
19 november 2010; 19 november 2010;
15° Voor de punten 13 en 14 wordt een opsomming gegeven van alle 15° Voor de punten 13 en 14 wordt een opsomming gegeven van alle
certificatieschema's waarmee de duurzaamheidskenmerken worden certificatieschema's waarmee de duurzaamheidskenmerken worden
aangetoond gedurende de volledige periode van geldigheid van het aangetoond gedurende de volledige periode van geldigheid van het
biomassarapport; biomassarapport;
16° Voor de berekening van broeikasgasemissies van vaste en gasvormige 16° Voor de berekening van broeikasgasemissies van vaste en gasvormige
biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte wordt de biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte wordt de
methodologie toegepast, zoals vastgelegd in het EC rapport COM(2010) methodologie toegepast, zoals vastgelegd in het EC rapport COM(2010)
11, aangevuld door EC SWD(2014)259, en de fossil fuel comparator van 11, aangevuld door EC SWD(2014)259, en de fossil fuel comparator van
het Europese Joint Research Center. het Europese Joint Research Center.

Art. 20.§ 1. De definitie van afvalstof, vermeld in het

Art. 20.§ 1. De definitie van afvalstof, vermeld in het

materialendecreet is van toepassing voor dit besluit. materialendecreet is van toepassing voor dit besluit.
In geval van twijfel over het afvalstatuut wordt het advies van de In geval van twijfel over het afvalstatuut wordt het advies van de
OVAM ingewonnen en beslist OVAM over het afvalstatuut. OVAM ingewonnen en beslist OVAM over het afvalstatuut.
§ 2. De identificatie van een biomassastroom die geen afval is, bevat § 2. De identificatie van een biomassastroom die geen afval is, bevat
minstens de volgende gegevens: minstens de volgende gegevens:
1° De gebruikelijke benaming van de biomassastroom; 1° De gebruikelijke benaming van de biomassastroom;
2° De commerciële benaming zoals gebruikt in contracten en op facturen 2° De commerciële benaming zoals gebruikt in contracten en op facturen
en leveringsbons; en leveringsbons;
3° GN-code of -codes; 3° GN-code of -codes;
4° De morfologie of vorm waarin de inputstroom aan de installatie 4° De morfologie of vorm waarin de inputstroom aan de installatie
wordt toegevoegd, zijnde vloeibaar, vast of gasvormig; wordt toegevoegd, zijnde vloeibaar, vast of gasvormig;
5° De stukgrootte indien van toepassing, meer bepaald de 5° De stukgrootte indien van toepassing, meer bepaald de
minimumafmeting en maximumafmeting van de stukken in de biomassastroom minimumafmeting en maximumafmeting van de stukken in de biomassastroom
uitgedrukt in cm; uitgedrukt in cm;
6° De onderste verbrandingswaarde op natte basis uitgedrukt in 6° De onderste verbrandingswaarde op natte basis uitgedrukt in
kilowattuur per kilogram (kWh/kg) en het vochtgehalte uitgedrukt in kilowattuur per kilogram (kWh/kg) en het vochtgehalte uitgedrukt in
procent (%). procent (%).
§ 3. De identificatie van een biomassastroom die afval is, bevat § 3. De identificatie van een biomassastroom die afval is, bevat
minstens de gegevens die vermeld moeten worden op het minstens de gegevens die vermeld moeten worden op het
afvalstoffenformulier zoals bedoeld in artikel 6.1.2, § 1 van het afvalstoffenformulier zoals bedoeld in artikel 6.1.2, § 1 van het
Energiebesluit van 19 november 2010. Energiebesluit van 19 november 2010.
HOOFDSTUK X. - Periodieke beoordeling van een certificatieschema HOOFDSTUK X. - Periodieke beoordeling van een certificatieschema

Art. 21.§ 1. Het Vlaams Energieagentschap is verantwoordelijk voor de

Art. 21.§ 1. Het Vlaams Energieagentschap is verantwoordelijk voor de

periodieke beoordeling van erkende certificatieschema's. periodieke beoordeling van erkende certificatieschema's.
§ 2. Als een certificatieschema erkend is, wordt het onderworpen aan § 2. Als een certificatieschema erkend is, wordt het onderworpen aan
een eerste beoordeling na een jaar en vervolgens om de twee jaar een eerste beoordeling na een jaar en vervolgens om de twee jaar
zolang de erkenning behouden blijft. zolang de erkenning behouden blijft.
§ 3. Het Vlaams Energieagentschap publiceert een beoordelingsverslag § 3. Het Vlaams Energieagentschap publiceert een beoordelingsverslag
van het certificatieschema. van het certificatieschema.

Art. 22.Ingeval de reglementaire bepalingen die van toepassing waren

Art. 22.Ingeval de reglementaire bepalingen die van toepassing waren

op het ogenblik van de vorige beoordeling van het certificatieschema op het ogenblik van de vorige beoordeling van het certificatieschema
belangrijke wijzigingen ondergaan, dan is een nieuwe beoordeling belangrijke wijzigingen ondergaan, dan is een nieuwe beoordeling
noodzakelijk. Die nieuwe beoordeling heeft in dat geval enkel noodzakelijk. Die nieuwe beoordeling heeft in dat geval enkel
betrekking op de nieuwe en/of gewijzigde reglementaire bepalingen. betrekking op de nieuwe en/of gewijzigde reglementaire bepalingen.
HOOFDSTUK XI. - Certificatieschema beheerd door het Vlaams HOOFDSTUK XI. - Certificatieschema beheerd door het Vlaams
Energieagentschap Energieagentschap

Art. 23.Het Vlaams Energieagentschap beheert een certificatieschema

Art. 23.Het Vlaams Energieagentschap beheert een certificatieschema

dat voorziet in een vereenvoudigde rapportering overeenkomstig de dat voorziet in een vereenvoudigde rapportering overeenkomstig de
bepalingen in artikel 25 van dit besluit, die het voor de bepalingen in artikel 25 van dit besluit, die het voor de
productie-installaties vermeld in artikel 6.1.12/1, § 3 van het productie-installaties vermeld in artikel 6.1.12/1, § 3 van het
Energiebesluit van 19 november 2010 haalbaar maakt om aan de eisen uit Energiebesluit van 19 november 2010 haalbaar maakt om aan de eisen uit
het Energiebesluit van 19 november 2010 te voldoen. het Energiebesluit van 19 november 2010 te voldoen.

Art. 24.§ 1. Een installatie kan slechts gebruik maken van de

Art. 24.§ 1. Een installatie kan slechts gebruik maken van de

vereenvoudigde certificatieprocedure indien zij voldoet aan de vereenvoudigde certificatieprocedure indien zij voldoet aan de
volgende voorwaarden: volgende voorwaarden:
1° Er wordt een overzichtstabel van de inputstromen overgemaakt aan 1° Er wordt een overzichtstabel van de inputstromen overgemaakt aan
het Vlaams Energieagentschap in een door het Vlaams Energieagentschap het Vlaams Energieagentschap in een door het Vlaams Energieagentschap
bepaald formaat; bepaald formaat;
2° Deze tabel wordt tijdens de volledige periode dat de installatie 2° Deze tabel wordt tijdens de volledige periode dat de installatie
certificaatgerechtigd is doorlopend geactualiseerd en jaarlijks aan certificaatgerechtigd is doorlopend geactualiseerd en jaarlijks aan
het Vlaams Energieagentschap overgemaakt; het Vlaams Energieagentschap overgemaakt;
3° Installaties die vloeibare biomassa rechtstreeks in een 3° Installaties die vloeibare biomassa rechtstreeks in een
verbrandingsproces verbruiken kunnen enkel die loten vloeibare verbrandingsproces verbruiken kunnen enkel die loten vloeibare
biomassa verbruiken die zijn geregistreerd in de federale gegevensbank biomassa verbruiken die zijn geregistreerd in de federale gegevensbank
biobrandstoffen van de federale overheidsdienst volksgezondheid, biobrandstoffen van de federale overheidsdienst volksgezondheid,
veiligheid van de voedselketen en leefmilieu door middel van de veiligheid van de voedselketen en leefmilieu door middel van de
volgende website: www.product-declaration.be. Daarbij wordt voor elk volgende website: www.product-declaration.be. Daarbij wordt voor elk
lot vloeibare biomassa het unieke referentienummer van registratie in lot vloeibare biomassa het unieke referentienummer van registratie in
de federale gegevensbank biobrandstoffen samen met het overeenkomstige de federale gegevensbank biobrandstoffen samen met het overeenkomstige
volume opgetekend in de overzichtstabel inputstromen. volume opgetekend in de overzichtstabel inputstromen.
4° Installaties die onder meer zeefoverloop of houtige fractie 4° Installaties die onder meer zeefoverloop of houtige fractie
groenafval afkomstig van Vlaamse composteerinstallaties groenafval afkomstig van Vlaamse composteerinstallaties
(biomassaleverancier) inzetten als brandstof dienen voor deze (biomassaleverancier) inzetten als brandstof dienen voor deze
biomassastromen geen biomassarapport op te vragen aan de biomassastromen geen biomassarapport op te vragen aan de
biomassaleverancier indien deze stromen conform het Actieplan biomassaleverancier indien deze stromen conform het Actieplan
Biomassareststromen (6.2) tot stand kwamen. Biomassareststromen (6.2) tot stand kwamen.
§ 2. Het Vlaams Energieagentschap kan op elk moment de door de § 2. Het Vlaams Energieagentschap kan op elk moment de door de
marktpartijen verschafte informatie controleren en bijkomende marktpartijen verschafte informatie controleren en bijkomende
informatie opvragen. informatie opvragen.
HOOFDSTUK XII. - Controle door het Vlaams Energieagentschap HOOFDSTUK XII. - Controle door het Vlaams Energieagentschap

Art. 25.§ 1. Het Vlaams Energieagentschap kan een

Art. 25.§ 1. Het Vlaams Energieagentschap kan een

productie-installatie die elektriciteit of warmte opwekt uit een productie-installatie die elektriciteit of warmte opwekt uit een
hernieuwbare energiebron op elk moment controleren om na te gaan of de hernieuwbare energiebron op elk moment controleren om na te gaan of de
elektriciteit of warmte wel opgewekt wordt uit een hernieuwbare en elektriciteit of warmte wel opgewekt wordt uit een hernieuwbare en
aanvaardbare energiebron, en of de metingen van de geproduceerde aanvaardbare energiebron, en of de metingen van de geproduceerde
elektriciteit, warmte en andere metingen die noodzakelijk zijn voor de elektriciteit, warmte en andere metingen die noodzakelijk zijn voor de
berekening van het aantal toe te kennen aanvaardbare berekening van het aantal toe te kennen aanvaardbare
groenestroomcertificaten overeenstemmen met de werkelijkheid, groenestroomcertificaten overeenstemmen met de werkelijkheid,
overeenkomstig artikel 6.1.4, § 2, van het Energiebesluit van 19 overeenkomstig artikel 6.1.4, § 2, van het Energiebesluit van 19
november 2010. november 2010.
§ 2. Bij controle wordt, op eenvoudige vraag van het Vlaams § 2. Bij controle wordt, op eenvoudige vraag van het Vlaams
Energieagentschap, al het bewijsmateriaal overgemaakt onder de Energieagentschap, al het bewijsmateriaal overgemaakt onder de
gevraagde vorm ter staving van: gevraagde vorm ter staving van:
1° de bepaling van biomassakenmerken; 1° de bepaling van biomassakenmerken;
2° de in het kader van een bepaald groenestroomdossier of dossier voor 2° de in het kader van een bepaald groenestroomdossier of dossier voor
ondersteuning van groene warmte afgelegde verklaringen; ondersteuning van groene warmte afgelegde verklaringen;
3° uitgevoerde audits; 3° uitgevoerde audits;
4° leveringen van biomassa. 4° leveringen van biomassa.
§ 3. Indien het Vlaams Energieagentschap beslist dat de gebruikte § 3. Indien het Vlaams Energieagentschap beslist dat de gebruikte
biomassa niet voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het biomassa niet voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het
Energiebesluit of in dit ministerieel besluit, kan de houder van het Energiebesluit of in dit ministerieel besluit, kan de houder van het
biomassarapport een gemotiveerd beroep indienen tegen deze beslissing biomassarapport een gemotiveerd beroep indienen tegen deze beslissing
van het Vlaams Energieagentschap, via een aangetekende brief bij de van het Vlaams Energieagentschap, via een aangetekende brief bij de
minister bevoegd voor energie. minister bevoegd voor energie.

Art. 26.Wanneer de waarde van een bepaald biomassakenmerk ontbreekt

Art. 26.Wanneer de waarde van een bepaald biomassakenmerk ontbreekt

op een biomassarapport of wanneer er een non-conformiteit werd op een biomassarapport of wanneer er een non-conformiteit werd
vastgesteld bij de bepaling van een bepaald biomassakenmerk, kan het vastgesteld bij de bepaling van een bepaald biomassakenmerk, kan het
Vlaams Energieagentschap een conservatieve inschatting maken van dit Vlaams Energieagentschap een conservatieve inschatting maken van dit
biomassakenmerk: biomassakenmerk:
1° Voor biomassakenmerken met betrekking tot energieverbruiken wordt 1° Voor biomassakenmerken met betrekking tot energieverbruiken wordt
de conservatieve inschatting berekend door het Vlaams de conservatieve inschatting berekend door het Vlaams
Energieagentschap via een conservatieve benadering op basis van eigen Energieagentschap via een conservatieve benadering op basis van eigen
expertise; expertise;
2° Voor biomassakenmerken met betrekking tot de aanvaardbaarheid van 2° Voor biomassakenmerken met betrekking tot de aanvaardbaarheid van
afvalstromen en houtstromen houdt de conservatieve inschatting in dat afvalstromen en houtstromen houdt de conservatieve inschatting in dat
de betreffende biomassastroom geen aanleiding geeft tot aanvaardbare de betreffende biomassastroom geen aanleiding geeft tot aanvaardbare
groenestroomcertificaten; groenestroomcertificaten;
3° Voor biomassakenmerken met betrekking tot de duurzaamheidscriteria 3° Voor biomassakenmerken met betrekking tot de duurzaamheidscriteria
houdt de conservatieve inschatting in dat de betreffende houdt de conservatieve inschatting in dat de betreffende
biomassastroom niet voldoet aan de duurzaamheidscriteria. biomassastroom niet voldoet aan de duurzaamheidscriteria.

Art. 27.De informatie op het biomassarapport wordt door het Vlaams

Art. 27.De informatie op het biomassarapport wordt door het Vlaams

Energieagentschap beheerd overeenkomstig het decreet van 26 maart 2004 Energieagentschap beheerd overeenkomstig het decreet van 26 maart 2004
betreffende de openbaarheid van bestuur. betreffende de openbaarheid van bestuur.
HOOFDSTUK XIII. - Slot- en overgangsbepalingen HOOFDSTUK XIII. - Slot- en overgangsbepalingen

Art. 28.De artikelen 1, 7, 18, 1° en 27 van het besluit van de

Art. 28.De artikelen 1, 7, 18, 1° en 27 van het besluit van de

Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende wijziging van het Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende wijziging van het
Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft technische Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft technische
wijzigingen van de certificatentoekenning en de invoering van wijzigingen van de certificatentoekenning en de invoering van
biomassacertificatie, van duurzaamheidscriteria voor vaste en biomassacertificatie, van duurzaamheidscriteria voor vaste en
gasvormige biomassa en van ILUC-voorwaarden treden in werking voor gasvormige biomassa en van ILUC-voorwaarden treden in werking voor
alle biomassa gecontracteerd vanaf de inwerkingtreding van dit alle biomassa gecontracteerd vanaf de inwerkingtreding van dit
besluit, en treden in werking voor alle biomassa gecontracteerd besluit, en treden in werking voor alle biomassa gecontracteerd
voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit vanaf 1 april voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit vanaf 1 april
2020. 2020.

Art. 29.Artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30

Art. 29.Artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30

november 2018 houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2018 houdende wijziging van het Energiebesluit van 19
november 2010, wat betreft diverse bepalingen over energie, treedt in november 2010, wat betreft diverse bepalingen over energie, treedt in
werking. werking.

Art. 30.§ 1. Indien na de inwerkingtreding van dit besluit geen

Art. 30.§ 1. Indien na de inwerkingtreding van dit besluit geen

biomassarapporten door een groenestroomproducent aan het Vlaams biomassarapporten door een groenestroomproducent aan het Vlaams
Energieagentschap voorgelegd kunnen worden, wordt voor ieder Energieagentschap voorgelegd kunnen worden, wordt voor ieder
biomassakenmerk een conservatieve inschatting toegepast. biomassakenmerk een conservatieve inschatting toegepast.
§ 2. Het Vlaams Energieagentschap aanvaardt tot en met 30 september § 2. Het Vlaams Energieagentschap aanvaardt tot en met 30 september
2020 dat de biomassakenmerken zoals bedoeld in artikel 5 van dit 2020 dat de biomassakenmerken zoals bedoeld in artikel 5 van dit
besluit bepaald worden volgens de procedures die van kracht waren voor besluit bepaald worden volgens de procedures die van kracht waren voor
de inwerkingtreding van dit besluit. de inwerkingtreding van dit besluit.
§ 3. Voor alle biomassa gecontracteerd voorafgaand aan de § 3. Voor alle biomassa gecontracteerd voorafgaand aan de
inwerkingtreding van dit besluit aanvaardt het Vlaams inwerkingtreding van dit besluit aanvaardt het Vlaams
Energieagentschap tot en met 30 september 2020 dat de Energieagentschap tot en met 30 september 2020 dat de
biomassakenmerken zoals bedoeld in artikel 5, § 4, derde tot en met biomassakenmerken zoals bedoeld in artikel 5, § 4, derde tot en met
zesde lid van dit besluit aangetoond worden met behulp van een zesde lid van dit besluit aangetoond worden met behulp van een
zelfverklaring waarvan het model door het Vlaams Energieagentschap ter zelfverklaring waarvan het model door het Vlaams Energieagentschap ter
beschikking wordt gesteld; beschikking wordt gesteld;
§ 4. Het vereenvoudigd certificatieschema van het Vlaams § 4. Het vereenvoudigd certificatieschema van het Vlaams
Energieagentschap zal zes maanden na publicatie van dit besluit in Energieagentschap zal zes maanden na publicatie van dit besluit in
werking treden. De desbetreffende installaties zullen hiervan tijdig werking treden. De desbetreffende installaties zullen hiervan tijdig
op de hoogte gebracht worden met vermelding van de eventuele acties op de hoogte gebracht worden met vermelding van de eventuele acties
die door de desbetreffende installaties ondernomen dienen te worden om die door de desbetreffende installaties ondernomen dienen te worden om
te voldoen aan de vereisten van dit schema. te voldoen aan de vereisten van dit schema.
Brussel, 5 april 2019. Brussel, 5 april 2019.
De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie, De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie,
L. PEETERS L. PEETERS
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
^