Ministerieel besluit houdende het aantonen van biomassakenmerken | Ministerieel besluit houdende het aantonen van biomassakenmerken |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
OMGEVING | OMGEVING |
5 APRIL 2019. - Ministerieel besluit houdende het aantonen van | 5 APRIL 2019. - Ministerieel besluit houdende het aantonen van |
biomassakenmerken | biomassakenmerken |
DE VLAAMSE MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIEN EN ENERGIE, | DE VLAAMSE MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIEN EN ENERGIE, |
Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.3, ingevoegd | Gelet op het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.3, ingevoegd |
bij het decreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.4, ingevoegd bij het | bij het decreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.4, ingevoegd bij het |
decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014 | decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014 |
en artikel 7.1.5, § 4, eerste lid, ingevoegd bij het decreet van 8 mei | en artikel 7.1.5, § 4, eerste lid, ingevoegd bij het decreet van 8 mei |
2009 en laatst gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014; | 2009 en laatst gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014; |
Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010, artikel 6.1.12/1, | Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010, artikel 6.1.12/1, |
ingevoegd bij het besluit van 8 april 2011 en laatst gewijzigd bij het | ingevoegd bij het besluit van 8 april 2011 en laatst gewijzigd bij het |
besluit van 30 november 2018 en artikel 6.1.16, ingevoegd bij het | besluit van 30 november 2018 en artikel 6.1.16, ingevoegd bij het |
besluit van 8 mei 2009 en laatst gewijzigd bij het besluit van 30 | besluit van 8 mei 2009 en laatst gewijzigd bij het besluit van 30 |
november 2018; | november 2018; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende |
wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft | wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft |
technische wijzigingen van de certificatentoekenning en de invoering | technische wijzigingen van de certificatentoekenning en de invoering |
van biomassacertificatie, van duurzaamheidscriteria voor vaste en | van biomassacertificatie, van duurzaamheidscriteria voor vaste en |
gasvormige biomassa en van ILUC-voorwaarden, artikel 32; | gasvormige biomassa en van ILUC-voorwaarden, artikel 32; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 |
houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat | houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat |
betreft diverse bepalingen over energie, artikel 72; | betreft diverse bepalingen over energie, artikel 72; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 6 februari | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 6 februari |
2018; | 2018; |
Gelet op advies nr. 63.025/3 van de Raad van State, gegeven op 26 | Gelet op advies nr. 63.025/3 van de Raad van State, gegeven op 26 |
maart 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | maart 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Algemeenheden | HOOFDSTUK I. - Algemeenheden |
Artikel 1.De begrippen en definities, vermeld in het Energiedecreet |
Artikel 1.De begrippen en definities, vermeld in het Energiedecreet |
van 8 mei 2009 en het Energiebesluit van 19 november 2010, zijn van | van 8 mei 2009 en het Energiebesluit van 19 november 2010, zijn van |
toepassing op dit besluit. | toepassing op dit besluit. |
Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder : |
Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder : |
1° biomassamarktpartij : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die | 1° biomassamarktpartij : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die |
de eigendom of de fysieke controle heeft over biomassa, vanaf de | de eigendom of de fysieke controle heeft over biomassa, vanaf de |
oorsprong van deze biomassa tot en met het finale gebruik of voor één | oorsprong van deze biomassa tot en met het finale gebruik of voor één |
of meerdere stappen in deze keten; | of meerdere stappen in deze keten; |
2° certificatie-instantie : onpartijdig rechtspersoon die | 2° certificatie-instantie : onpartijdig rechtspersoon die |
biomassarapporten opstelt conform de bepalingen van dit besluit en die | biomassarapporten opstelt conform de bepalingen van dit besluit en die |
de naleving van de eisen met betrekking tot het aantonen van | de naleving van de eisen met betrekking tot het aantonen van |
biomassakenmerken controleert over de volledige productieketen van een | biomassakenmerken controleert over de volledige productieketen van een |
biomassastroom en gedurende de volledige geldigheidsduur van het | biomassastroom en gedurende de volledige geldigheidsduur van het |
biomassarapport, of die een erkend certificatieschema controleert; | biomassarapport, of die een erkend certificatieschema controleert; |
3° certificatieschema : geheel van schriftelijke bepalingen dat tot | 3° certificatieschema : geheel van schriftelijke bepalingen dat tot |
doel heeft kenmerken van een bepaalde biomassastroom aan te tonen en | doel heeft kenmerken van een bepaalde biomassastroom aan te tonen en |
tevens te garanderen dat aan de eisen met betrekking tot certificatie | tevens te garanderen dat aan de eisen met betrekking tot certificatie |
van de betreffende biomassastroom voldaan is doorheen de volledige | van de betreffende biomassastroom voldaan is doorheen de volledige |
productieketen van die biomassa. | productieketen van die biomassa. |
HOOFDSTUK II. - Biomassarapport | HOOFDSTUK II. - Biomassarapport |
Art. 3.Voor elke gecontracteerde hoeveelheid biomassa wordt |
Art. 3.Voor elke gecontracteerde hoeveelheid biomassa wordt |
overeenkomstig de bepalingen in artikel 4 een biomassarapport | overeenkomstig de bepalingen in artikel 4 een biomassarapport |
opgesteld dat tenminste de in artikel 5 bedoelde informatie bevat en | opgesteld dat tenminste de in artikel 5 bedoelde informatie bevat en |
dat aan het Vlaams Energieagentschap wordt overgemaakt. | dat aan het Vlaams Energieagentschap wordt overgemaakt. |
Art. 4.Het biomassarapport is opgesteld overeenkomstig de bepalingen |
Art. 4.Het biomassarapport is opgesteld overeenkomstig de bepalingen |
in de artikelen 18 tot en met 20 van dit besluit volgens een erkend | in de artikelen 18 tot en met 20 van dit besluit volgens een erkend |
certificatieschema overeenkomstig de bepalingen in dit besluit door | certificatieschema overeenkomstig de bepalingen in dit besluit door |
een erkende certificatie-instantie. In de gevallen waarin gepaste | een erkende certificatie-instantie. In de gevallen waarin gepaste |
normen voor certificatie niet of niet volledig voorhanden zouden zijn, | normen voor certificatie niet of niet volledig voorhanden zouden zijn, |
kan het Vlaams Energieagentschap akkoord gaan met verificatie. | kan het Vlaams Energieagentschap akkoord gaan met verificatie. |
Art. 5.§ 1. Het biomassarapport bevat ten minste volgende informatie: |
Art. 5.§ 1. Het biomassarapport bevat ten minste volgende informatie: |
1° unieke referentiecode van het biomassarapport; | 1° unieke referentiecode van het biomassarapport; |
2° datum van toekenning van het biomassarapport; | 2° datum van toekenning van het biomassarapport; |
3° identiteit van de finale biomassaproducent; | 3° identiteit van de finale biomassaproducent; |
4° identificatie van de biomassastroom; | 4° identificatie van de biomassastroom; |
5° identificatie van de productieketen; | 5° identificatie van de productieketen; |
6° land van oorsprong van de biomassastroom en NUTS 2-regio indien van | 6° land van oorsprong van de biomassastroom en NUTS 2-regio indien van |
toepassing voor het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/2 | toepassing voor het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/2 |
van het Energiebesluit van 19 november 2010; | van het Energiebesluit van 19 november 2010; |
7° minimale gedekte hoeveelheid van de biomassastroom op jaarbasis. | 7° minimale gedekte hoeveelheid van de biomassastroom op jaarbasis. |
§ 2. Indien de biomassastroom vervaardigd is uit afvalstoffen, bevat | § 2. Indien de biomassastroom vervaardigd is uit afvalstoffen, bevat |
het biomassarapport eveneens volgende informatie: | het biomassarapport eveneens volgende informatie: |
1° het advies van de OVAM inzake de energetische valorisatie van de | 1° het advies van de OVAM inzake de energetische valorisatie van de |
afvalstroom; | afvalstroom; |
2° de groenfactor: de hoeveelheid energie van de afvalstroom die in | 2° de groenfactor: de hoeveelheid energie van de afvalstroom die in |
aanmerking komt voor het verkrijgen van groenestroomcertificaten zoals | aanmerking komt voor het verkrijgen van groenestroomcertificaten zoals |
bepaald in artikel 6.1.10 van het Energiebesluit van 19 november 2010. | bepaald in artikel 6.1.10 van het Energiebesluit van 19 november 2010. |
§ 3. Indien de biomassastroom een houtstroom betreft, bevat het | § 3. Indien de biomassastroom een houtstroom betreft, bevat het |
biomassarapport eveneens volgende informatie: | biomassarapport eveneens volgende informatie: |
1° of de biomassastroom wel of niet onder de noemer `korteomloophout' | 1° of de biomassastroom wel of niet onder de noemer `korteomloophout' |
valt; | valt; |
2° of de biomassastroom wel of niet onder de noemer `hout dat geen | 2° of de biomassastroom wel of niet onder de noemer `hout dat geen |
industriële grondstof is' valt. | industriële grondstof is' valt. |
§ 4. Indien de biomassastroom vloeibare biomassa betreft die | § 4. Indien de biomassastroom vloeibare biomassa betreft die |
vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen die niet afkomstig zijn | vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen die niet afkomstig zijn |
van landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw, bevat het | van landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw, bevat het |
biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punt 1° van § 5 | biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punt 1° van § 5 |
in dit artikel; | in dit artikel; |
Indien de biomassastroom vloeibare biomassa betreft die a) niet | Indien de biomassastroom vloeibare biomassa betreft die a) niet |
vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen of b) die vervaardigd is | vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen of b) die vervaardigd is |
uit afvalstoffen en residuen die afkomstig zijn van landbouw, | uit afvalstoffen en residuen die afkomstig zijn van landbouw, |
aquacultuur, visserij of bosbouw, bevat het biomassarapport bijkomend | aquacultuur, visserij of bosbouw, bevat het biomassarapport bijkomend |
de informatie beschreven in punten 1°, 2°, 3°, 4° en 5° van § 5 in dit | de informatie beschreven in punten 1°, 2°, 3°, 4° en 5° van § 5 in dit |
artikel; | artikel; |
Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die niet | Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die niet |
vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is | vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is |
afkomstig van landbouw, aquacultuur of visserij, bevat het | afkomstig van landbouw, aquacultuur of visserij, bevat het |
biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 2°, 3°, | biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 2°, 3°, |
4°, 5° en 7° van § 5 in dit artikel; | 4°, 5° en 7° van § 5 in dit artikel; |
Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die niet | Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die niet |
vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is niet | vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is niet |
afkomstig van landbouw, aquacultuur of visserij, bevat het | afkomstig van landbouw, aquacultuur of visserij, bevat het |
biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 6°, 7°, | biomassarapport bijkomend de informatie beschreven in punten 6°, 7°, |
8° en 9° van § 5 in dit artikel; | 8° en 9° van § 5 in dit artikel; |
Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die | Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die |
vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is | vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is |
afkomstig van landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of | afkomstig van landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of |
natuurgebieden, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie | natuurgebieden, bevat het biomassarapport bijkomend de informatie |
beschreven in punten 7° en 9° van § 5 in dit artikel; | beschreven in punten 7° en 9° van § 5 in dit artikel; |
Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die | Indien de biomassastroom vaste of gasvormige biomassa betreft die |
vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is niet | vervaardigd is uit afvalstoffen en residuen en die biomassa is niet |
afkomstig van landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of | afkomstig van landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of |
natuurgebieden, bevat het biomassarapport geen bijkomende informatie | natuurgebieden, bevat het biomassarapport geen bijkomende informatie |
beschreven in § 5 in dit artikel; | beschreven in § 5 in dit artikel; |
§ 5. Afhankelijk van de aard van de biomassastroom bevat het | § 5. Afhankelijk van de aard van de biomassastroom bevat het |
biomassarapport, overeenkomstig § 4 van dit artikel, al dan niet | biomassarapport, overeenkomstig § 4 van dit artikel, al dan niet |
volgende aanvullende informatie: | volgende aanvullende informatie: |
1° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/2 van het | 1° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/2 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd, voor zover van | Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd, voor zover van |
toepassing, met vermelding van de overeenkomstige | toepassing, met vermelding van de overeenkomstige |
broeikasgasemissiereducties, het al dan niet gebruik van actuele data, | broeikasgasemissiereducties, het al dan niet gebruik van actuele data, |
de eventuele bonus voor hersteld aangetast land en de eventuele factor | de eventuele bonus voor hersteld aangetast land en de eventuele factor |
voor emissiereductie door koolstofopslag in de bodem; | voor emissiereductie door koolstofopslag in de bodem; |
2° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/3 van het | 2° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/3 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; | Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; |
3° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/4 van het | 3° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/4 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; | Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; |
4° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/5 van het | 4° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/5 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; | Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; |
5° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/6 van het | 5° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/6 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; | Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; |
6° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7 van het | 6° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; | Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; |
7° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/8 van het | 7° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/8 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; | Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; |
8° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/9 van het | 8° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/9 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; | Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; |
9° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/10 van het | 9° of het criterium zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/10 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; | Energiebesluit van 19 november 2010 is nageleefd; |
10° het duurzaamheidscertificatieschema of de | 10° het duurzaamheidscertificatieschema of de |
duurzaamheidscertificatieschema's waarmee de informatie onder 1° tot | duurzaamheidscertificatieschema's waarmee de informatie onder 1° tot |
en met 10° is aangetoond voor zover van toepassing. | en met 10° is aangetoond voor zover van toepassing. |
Art. 6.Het biomassarapport heeft een maximale geldigheidsduur van |
Art. 6.Het biomassarapport heeft een maximale geldigheidsduur van |
twee jaar vanaf de datum van toekenning als vermeld op het | twee jaar vanaf de datum van toekenning als vermeld op het |
biomassarapport. | biomassarapport. |
HOOFDSTUK III. - Certificatie-instanties | HOOFDSTUK III. - Certificatie-instanties |
Art. 7.Een certificatie-instantie wordt als erkend beschouwd indien |
Art. 7.Een certificatie-instantie wordt als erkend beschouwd indien |
de instantie aan volgende voorwaarden voldoet: | de instantie aan volgende voorwaarden voldoet: |
1° rechtspersoonlijkheid bezitten en onafhankelijk zijn, dit wil | 1° rechtspersoonlijkheid bezitten en onafhankelijk zijn, dit wil |
zeggen geen enkele band hebben met de gecontroleerde | zeggen geen enkele band hebben met de gecontroleerde |
biomassamarktpartijen of met de belangen van deze | biomassamarktpartijen of met de belangen van deze |
biomassamarktpartijen; | biomassamarktpartijen; |
2° geaccrediteerd zijn door BELAC overeenkomstig de norm NBN EN | 2° geaccrediteerd zijn door BELAC overeenkomstig de norm NBN EN |
ISO/IEC 17065:2012 ten behoeve van de instellingen die overgaan tot de | ISO/IEC 17065:2012 ten behoeve van de instellingen die overgaan tot de |
certificatie van producten, processen en diensten, of gelijkwaardig, | certificatie van producten, processen en diensten, of gelijkwaardig, |
met betrekking tot het toepassingsdomein biomassacertificatie | met betrekking tot het toepassingsdomein biomassacertificatie |
overeenkomstig dit besluit; | overeenkomstig dit besluit; |
3° de certificatie-instanties vermeld in artikel 18 verbinden zich | 3° de certificatie-instanties vermeld in artikel 18 verbinden zich |
ertoe om aan het Vlaams Energieagentschap jaarlijks een verslag over | ertoe om aan het Vlaams Energieagentschap jaarlijks een verslag over |
te maken waarin informatie is opgenomen met betrekking tot de functie | te maken waarin informatie is opgenomen met betrekking tot de functie |
van de certificatie-instantie binnen het domein biomassacertificatie | van de certificatie-instantie binnen het domein biomassacertificatie |
zoals bedoeld in dit besluit. | zoals bedoeld in dit besluit. |
Art. 8.§ 1. Voor het bepalen van de criteria zoals vastgelegd in |
Art. 8.§ 1. Voor het bepalen van de criteria zoals vastgelegd in |
artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/6 van het Energiebesluit | artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/6 van het Energiebesluit |
van 19 november 2010 wordt een certificatie-instantie als erkend | van 19 november 2010 wordt een certificatie-instantie als erkend |
beschouwd indien en voor zover deze werd geaccrediteerd voor | beschouwd indien en voor zover deze werd geaccrediteerd voor |
certificatie van Europees erkende vrijwillige schema's of indien en | certificatie van Europees erkende vrijwillige schema's of indien en |
voor zover deze hiertoe erkend werd door: | voor zover deze hiertoe erkend werd door: |
1° de Europese Commissie; of | 1° de Europese Commissie; of |
2° een andere lidstaat van de Europese Unie; of | 2° een andere lidstaat van de Europese Unie; of |
3° door middel van een bilaterale of multilaterale overeenkomst die de | 3° door middel van een bilaterale of multilaterale overeenkomst die de |
Europese Gemeenschap heeft afgesloten met een derde land. | Europese Gemeenschap heeft afgesloten met een derde land. |
§ 2. De vrijwillige schema's evenals de door de Europese Unie | § 2. De vrijwillige schema's evenals de door de Europese Unie |
afgesloten bilaterale of multilaterale overeenkomsten, bedoeld in | afgesloten bilaterale of multilaterale overeenkomsten, bedoeld in |
paragraaf 1, zijn deze waarvoor een besluit van de Europese Commissie | paragraaf 1, zijn deze waarvoor een besluit van de Europese Commissie |
is genomen zoals bedoeld in artikel 18, paragrafen 4 tot en met 6, van | is genomen zoals bedoeld in artikel 18, paragrafen 4 tot en met 6, van |
Richtlijn 2009/28/EG. | Richtlijn 2009/28/EG. |
HOOFDSTUK IV. - Certificatieschema's | HOOFDSTUK IV. - Certificatieschema's |
Art. 9.Een certificatieschema wordt als erkend beschouwd indien het |
Art. 9.Een certificatieschema wordt als erkend beschouwd indien het |
schema aan volgende voorwaarden voldoet: | schema aan volgende voorwaarden voldoet: |
1° het is opgesteld door een certificatie-instantie die geaccrediteerd | 1° het is opgesteld door een certificatie-instantie die geaccrediteerd |
is door BELAC overeenkomstig de norm NBN EN ISO/IEC 17067:2013 ten | is door BELAC overeenkomstig de norm NBN EN ISO/IEC 17067:2013 ten |
behoeve van de instellingen die overgaan tot de certificatie van | behoeve van de instellingen die overgaan tot de certificatie van |
producten, processen en diensten, of gelijkwaardig, met betrekking tot | producten, processen en diensten, of gelijkwaardig, met betrekking tot |
het toepassingsdomein biomassacertificatie overeenkomstig dit besluit; | het toepassingsdomein biomassacertificatie overeenkomstig dit besluit; |
2° in de bepalingen van het certificatieschema wordt ten minste | 2° in de bepalingen van het certificatieschema wordt ten minste |
tegemoet gekomen aan de bepalingen in de artikelen 10 tot en met 22 en | tegemoet gekomen aan de bepalingen in de artikelen 10 tot en met 22 en |
artikel 25 van dit besluit. | artikel 25 van dit besluit. |
Art. 10.§ 1. De bepalingen van het certificatieschema beschrijven de |
Art. 10.§ 1. De bepalingen van het certificatieschema beschrijven de |
organisatie van de rapportering, de doorlichting en de controle van de | organisatie van de rapportering, de doorlichting en de controle van de |
marktpartijen, en de organisatie, de doorlichting en de controle van | marktpartijen, en de organisatie, de doorlichting en de controle van |
het certificatieschema. | het certificatieschema. |
§ 2. De rechtspersoon die houder is van het certificatieschema: | § 2. De rechtspersoon die houder is van het certificatieschema: |
1° is verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en | 1° is verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en |
fraudebestendigheid van het certificatieschema; | fraudebestendigheid van het certificatieschema; |
2° legt een passende standaard vast voor het uitvoeren van | 2° legt een passende standaard vast voor het uitvoeren van |
onafhankelijke audits van de processen en voor de verificatie van de | onafhankelijke audits van de processen en voor de verificatie van de |
verschafte informatie, waarbij de richtlijnen van de internationale | verschafte informatie, waarbij de richtlijnen van de internationale |
standaard ISO 19011 in overweging genomen kunnen worden; | standaard ISO 19011 in overweging genomen kunnen worden; |
3° legt een passend systeem vast ter controle van de bij het | 3° legt een passend systeem vast ter controle van de bij het |
certificatieschema aangesloten marktpartijen door een erkende | certificatieschema aangesloten marktpartijen door een erkende |
certificatie-instantie waarbij de frequentie en methode van controle | certificatie-instantie waarbij de frequentie en methode van controle |
duidelijk omschreven is en waarbij verzekerd is dat een marktpartij | duidelijk omschreven is en waarbij verzekerd is dat een marktpartij |
bij iedere opstelling van een nieuw biomassarapport een volledige | bij iedere opstelling van een nieuw biomassarapport een volledige |
certificatieaudit ondergaat en minstens één maal per jaar een | certificatieaudit ondergaat en minstens één maal per jaar een |
controleaudit ondergaat; | controleaudit ondergaat; |
4° legt een passend systeem vast voor het doorgeven van de informatie | 4° legt een passend systeem vast voor het doorgeven van de informatie |
bedoeld in artikel 4 van één marktpartij tot de andere, op elke stap | bedoeld in artikel 4 van één marktpartij tot de andere, op elke stap |
in de productieketen tot aan het eindverbruik en gebaseerd op een | in de productieketen tot aan het eindverbruik en gebaseerd op een |
massabalans overeenkomstig artikel 6.1.12/1, § 1 van het | massabalans overeenkomstig artikel 6.1.12/1, § 1 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010. Er wordt jaarlijks een | Energiebesluit van 19 november 2010. Er wordt jaarlijks een |
massabalans opgesteld door de marktpartij. Bij de beschrijving van | massabalans opgesteld door de marktpartij. Bij de beschrijving van |
biomassastromen wordt steeds op een eenduidige wijze verwezen naar de | biomassastromen wordt steeds op een eenduidige wijze verwezen naar de |
gebruikelijke benaming overeenkomstig artikel 20; | gebruikelijke benaming overeenkomstig artikel 20; |
5° implementeert een doeltreffend systeem van kwaliteitsborging en | 5° implementeert een doeltreffend systeem van kwaliteitsborging en |
risicobeheer waarbij de eisen van ISAE 3000 in overweging genomen | risicobeheer waarbij de eisen van ISAE 3000 in overweging genomen |
kunnen worden; | kunnen worden; |
6° voorziet in een procedure voor klachten, bezwaren en beroepen | 6° voorziet in een procedure voor klachten, bezwaren en beroepen |
waarbij de tijdige afhandeling hiervan met betrekking tot | waarbij de tijdige afhandeling hiervan met betrekking tot |
administratieve beslissingen binnen het systeem of in verband met de | administratieve beslissingen binnen het systeem of in verband met de |
interpretatie van de regels die het systeem beschrijven wordt | interpretatie van de regels die het systeem beschrijven wordt |
gegarandeerd. | gegarandeerd. |
§ 3. De marktpartijen die deelnemen aan het certificatieschema: | § 3. De marktpartijen die deelnemen aan het certificatieschema: |
1° verbinden zich ertoe voldoende en correcte informatie te | 1° verbinden zich ertoe voldoende en correcte informatie te |
verschaffen in het kader van de massabalans, de traceerbaarheid en de | verschaffen in het kader van de massabalans, de traceerbaarheid en de |
vaststelling van de onderzochte biomassakenmerken en afdoende | vaststelling van de onderzochte biomassakenmerken en afdoende |
bewijsmateriaal bij te houden gedurende een in het schema vastgelegde | bewijsmateriaal bij te houden gedurende een in het schema vastgelegde |
periode; | periode; |
2° aanvaarden de verantwoordelijkheid voor het voorbereiden en | 2° aanvaarden de verantwoordelijkheid voor het voorbereiden en |
aanleveren van informatie met betrekking tot de controles in het kader | aanleveren van informatie met betrekking tot de controles in het kader |
van dit certificatieschema. | van dit certificatieschema. |
§ 4. De certificatie-instanties die door de marktpartijen belast | § 4. De certificatie-instanties die door de marktpartijen belast |
worden met de controle op de naleving van het certificatieschema: | worden met de controle op de naleving van het certificatieschema: |
1° zijn verantwoordelijk voor het verzekeren van de nauwkeurigheid, | 1° zijn verantwoordelijk voor het verzekeren van de nauwkeurigheid, |
betrouwbaarheid en fraudebestendigheid van de door de marktpartijen | betrouwbaarheid en fraudebestendigheid van de door de marktpartijen |
gebruikte systemen; | gebruikte systemen; |
2° zijn verantwoordelijk voor de controle op de accuraatheid van de | 2° zijn verantwoordelijk voor de controle op de accuraatheid van de |
aangeleverde gegevens en de vaststelling van de gepaste frequentie en | aangeleverde gegevens en de vaststelling van de gepaste frequentie en |
methode van de monsterneming. | methode van de monsterneming. |
§ 5. De rechtspersoon die houder is van het certificatieschema zorgt | § 5. De rechtspersoon die houder is van het certificatieschema zorgt |
ervoor dat bewijzen met betrekking tot de punten onder paragraaf 2 tot | ervoor dat bewijzen met betrekking tot de punten onder paragraaf 2 tot |
en met paragraaf 4 beschikbaar zijn. | en met paragraaf 4 beschikbaar zijn. |
Art. 11.De bepalingen van het certificatieschema beschrijven het |
Art. 11.De bepalingen van het certificatieschema beschrijven het |
beoordelingskader voor de vaststelling van de biomassakenmerken | beoordelingskader voor de vaststelling van de biomassakenmerken |
overeenkomstig bijlage I en II van dit besluit, en voor het opstellen | overeenkomstig bijlage I en II van dit besluit, en voor het opstellen |
van het biomassarapport overeenkomstig de artikelen 18 tot en met 20 | van het biomassarapport overeenkomstig de artikelen 18 tot en met 20 |
van dit besluit. | van dit besluit. |
HOOFDSTUK V. - Controle door een erkende certificatie-instantie | HOOFDSTUK V. - Controle door een erkende certificatie-instantie |
Art. 12.§ 1. Uit de controles die door een erkende |
Art. 12.§ 1. Uit de controles die door een erkende |
certificatie-instantie worden uitgevoerd, kunnen non-conformiteiten | certificatie-instantie worden uitgevoerd, kunnen non-conformiteiten |
blijken met de bepalingen in het certificatieschema. | blijken met de bepalingen in het certificatieschema. |
Een non-conformiteit wordt als groot aangeduid zodra de bij de | Een non-conformiteit wordt als groot aangeduid zodra de bij de |
marktpartijen verzamelde informatie ertoe leidt dat de waarde vermeld | marktpartijen verzamelde informatie ertoe leidt dat de waarde vermeld |
op het biomassarapport geen conservatieve waarde blijkt te zijn. | op het biomassarapport geen conservatieve waarde blijkt te zijn. |
§ 2. Zodra een grote non-conformiteit wordt vastgesteld door een | § 2. Zodra een grote non-conformiteit wordt vastgesteld door een |
erkende certificatie-instantie, wordt die door de | erkende certificatie-instantie, wordt die door de |
certificatie-instantie onverwijld gerapporteerd aan de betreffende | certificatie-instantie onverwijld gerapporteerd aan de betreffende |
markpartijen. Zowel de marktpartijen als de certificatie-instantie | markpartijen. Zowel de marktpartijen als de certificatie-instantie |
rapporteren onverwijld de grote non-conformiteit aan het Vlaams | rapporteren onverwijld de grote non-conformiteit aan het Vlaams |
Energieagentschap. De erkende certificatie-instantie verschaft aan het | Energieagentschap. De erkende certificatie-instantie verschaft aan het |
Vlaamse Energieagentschap alle noodzakelijke informatie die toelaat om | Vlaamse Energieagentschap alle noodzakelijke informatie die toelaat om |
de loten non-conforme biomassa te identificeren. | de loten non-conforme biomassa te identificeren. |
§ 3. Voor een levering biomassa waarbij een grote non-conformiteit | § 3. Voor een levering biomassa waarbij een grote non-conformiteit |
geïdentificeerd is, worden de betreffende biomassakenmerken geacht een | geïdentificeerd is, worden de betreffende biomassakenmerken geacht een |
waarde te hebben overeenkomstig artikel 26. | waarde te hebben overeenkomstig artikel 26. |
§ 4. Een non-conformiteit die niet omschreven is in paragraaf 1 wordt | § 4. Een non-conformiteit die niet omschreven is in paragraaf 1 wordt |
als klein beschouwd. Kleine non-conformiteiten worden jaarlijks door | als klein beschouwd. Kleine non-conformiteiten worden jaarlijks door |
de certificatie-instantie aan het Vlaams Energieagentschap | de certificatie-instantie aan het Vlaams Energieagentschap |
gerapporteerd evenals de eventuele corrigerende maatregelen. | gerapporteerd evenals de eventuele corrigerende maatregelen. |
§ 5. Om de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7, 1°, 2° en | § 5. Om de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7, 1°, 2° en |
3° van het Energiebesluit van 19 november 2010 in praktijk af te | 3° van het Energiebesluit van 19 november 2010 in praktijk af te |
toetsen, wordt de verificatie van een eenvoudige verklaring, gesteund | toetsen, wordt de verificatie van een eenvoudige verklaring, gesteund |
door GIS-data en de betreffende exploitatievergunningen of | door GIS-data en de betreffende exploitatievergunningen of |
beheersplannen, als sluitend aanvaard. | beheersplannen, als sluitend aanvaard. |
§ 6. Om de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7, 4°, 5° en | § 6. Om de criteria zoals bepaald in artikel 6.1.16, § 1/7, 4°, 5° en |
6° van het Energiebesluit van 19 november 2010 in praktijk af te | 6° van het Energiebesluit van 19 november 2010 in praktijk af te |
toetsen, wordt de bevestiging door verificatie ervan als sluitend | toetsen, wordt de bevestiging door verificatie ervan als sluitend |
aanvaard. De nodige vaststellingen daartoe moeten evenwel gebeuren | aanvaard. De nodige vaststellingen daartoe moeten evenwel gebeuren |
tijdens een onaangekondigd bezoek op initiatief van de | tijdens een onaangekondigd bezoek op initiatief van de |
certificatie-instantie of het Vlaams Energieagentschap, en aan de hand | certificatie-instantie of het Vlaams Energieagentschap, en aan de hand |
van foto's worden gestaafd. | van foto's worden gestaafd. |
HOOFDSTUK VI. - Gedeeltelijke certificatie | HOOFDSTUK VI. - Gedeeltelijke certificatie |
Art. 13.§ 1. Onder gedeeltelijke certificatie wordt verstaan |
Art. 13.§ 1. Onder gedeeltelijke certificatie wordt verstaan |
certificatie van slechts een deel van de te beschouwen productieketen, | certificatie van slechts een deel van de te beschouwen productieketen, |
of certificatie van slechts een deel van de aan te tonen | of certificatie van slechts een deel van de aan te tonen |
biomassakenmerken. | biomassakenmerken. |
§ 2. Gedeeltelijke certificatie wordt enkel toegestaan bij het | § 2. Gedeeltelijke certificatie wordt enkel toegestaan bij het |
aantonen van de biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, | aantonen van de biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, |
paragrafen 1/2 tot en met 1/10 van het Energiebesluit van 19 november | paragrafen 1/2 tot en met 1/10 van het Energiebesluit van 19 november |
2010 en onder de voorwaarde dat het deel van de keten of de | 2010 en onder de voorwaarde dat het deel van de keten of de |
biomassakenmerken die niet onder het ene certificatieschema vallen wel | biomassakenmerken die niet onder het ene certificatieschema vallen wel |
volledig beschouwd zijn onder een ander certificatieschema of | volledig beschouwd zijn onder een ander certificatieschema of |
aangetoond worden aan de hand van verificatie. | aangetoond worden aan de hand van verificatie. |
§ 3. De voorwaarden van de massabalans zijn steeds doorheen de | § 3. De voorwaarden van de massabalans zijn steeds doorheen de |
volledige productieketen gegarandeerd en alle betrokken | volledige productieketen gegarandeerd en alle betrokken |
certificatieschema's bevatten de nodige bepalingen om uitwisseling van | certificatieschema's bevatten de nodige bepalingen om uitwisseling van |
de relevante informatie te verzekeren. | de relevante informatie te verzekeren. |
HOOFDSTUK VII. - Groepsaudit | HOOFDSTUK VII. - Groepsaudit |
Art. 14.§ 1. Groepsaudit is uitsluitend toegestaan voor het aantonen |
Art. 14.§ 1. Groepsaudit is uitsluitend toegestaan voor het aantonen |
van kenmerken van biomassastromen afkomstig van kleinschalige | van kenmerken van biomassastromen afkomstig van kleinschalige |
landbouwers, bosbouwers, producentenorganisaties en coöperaties, voor | landbouwers, bosbouwers, producentenorganisaties en coöperaties, voor |
zover deze een intern controlesysteem hanteren, overeenkomstig de | zover deze een intern controlesysteem hanteren, overeenkomstig de |
voorwaarden in paragraaf 2 tot en met 5. | voorwaarden in paragraaf 2 tot en met 5. |
§ 2. Groepsaudit wordt uitgevoerd door een erkende | § 2. Groepsaudit wordt uitgevoerd door een erkende |
certificatie-instantie overeenkomstig de norm ISEAL 2008 - Norm P035 | certificatie-instantie overeenkomstig de norm ISEAL 2008 - Norm P035 |
of gelijkwaardig. | of gelijkwaardig. |
§ 3. De biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen | § 3. De biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen |
1/3 tot en met 1/7, en paragrafen 1/9 en 1/10 kunnen uitsluitend via | 1/3 tot en met 1/7, en paragrafen 1/9 en 1/10 kunnen uitsluitend via |
een groepsaudit vastgesteld worden indien de betreffende gebieden zich | een groepsaudit vastgesteld worden indien de betreffende gebieden zich |
dicht bij elkaar bevinden en soortgelijke kenmerken vertonen. | dicht bij elkaar bevinden en soortgelijke kenmerken vertonen. |
§ 4. De biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen | § 4. De biomassakenmerken zoals bepaald in artikel 6.1.16, paragrafen |
1/2 en 1/8 kunnen uitsluitend via een groepsaudit vastgesteld worden | 1/2 en 1/8 kunnen uitsluitend via een groepsaudit vastgesteld worden |
indien de eenheden dicht bij elkaar liggen binnen eenzelfde NUTS | indien de eenheden dicht bij elkaar liggen binnen eenzelfde NUTS |
2-gebied, soortgelijke productiesystemen en dezelfde producten hebben, | 2-gebied, soortgelijke productiesystemen en dezelfde producten hebben, |
en indien van toepassing, dezelfde bonus voor hersteld aangetast land | en indien van toepassing, dezelfde bonus voor hersteld aangetast land |
alsook dezelfde factor voor de emissiereductie door koolstofopslag in | alsook dezelfde factor voor de emissiereductie door koolstofopslag in |
de bodem door een verbeterd landbouwbeheer werden toegepast, zoals | de bodem door een verbeterd landbouwbeheer werden toegepast, zoals |
bedoel in bijlage XI, deel C, paragrafen 1, 7 en 8 van het | bedoel in bijlage XI, deel C, paragrafen 1, 7 en 8 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010. | Energiebesluit van 19 november 2010. |
§ 5. Er wordt jaarlijks en op willekeurige basis een selectie van de | § 5. Er wordt jaarlijks en op willekeurige basis een selectie van de |
deelnemende marktpartijen gecontroleerd door een erkende | deelnemende marktpartijen gecontroleerd door een erkende |
certificatie-instantie. | certificatie-instantie. |
HOOFDSTUK VIII. - Methode gebaseerd op regionale risicoschatting | HOOFDSTUK VIII. - Methode gebaseerd op regionale risicoschatting |
Art. 15.§ 1. De methode van regionale risicoschatting is uitsluitend |
Art. 15.§ 1. De methode van regionale risicoschatting is uitsluitend |
toegestaan voor het bepalen van de biomassakenmerken zoals bepaald in | toegestaan voor het bepalen van de biomassakenmerken zoals bepaald in |
artikel 6.1.16, paragrafen 1/7 tot en met 1/10 van het Energiebesluit | artikel 6.1.16, paragrafen 1/7 tot en met 1/10 van het Energiebesluit |
van 19 november 2010. | van 19 november 2010. |
§ 2. De methode van regionale risicoschatting is uitsluitend | § 2. De methode van regionale risicoschatting is uitsluitend |
toegestaan voor een homogene regio waarvan de grenzen duidelijk | toegestaan voor een homogene regio waarvan de grenzen duidelijk |
vastgelegd zijn. | vastgelegd zijn. |
§ 3. Voor het bepalen van een homogene regio wordt hoofdzakelijk | § 3. Voor het bepalen van een homogene regio wordt hoofdzakelijk |
rekening gehouden met de uniformiteit van de karakteristieken met | rekening gehouden met de uniformiteit van de karakteristieken met |
betrekking tot de principes voor duurzaam bosbeheer zoals bepaald in | betrekking tot de principes voor duurzaam bosbeheer zoals bepaald in |
artikel 6.1.16, § 1/9 van het Energiebesluit van 19 november 2010. | artikel 6.1.16, § 1/9 van het Energiebesluit van 19 november 2010. |
Art. 16.§ 1. Een risicoanalyse wordt uitgevoerd voor de regio zoals |
Art. 16.§ 1. Een risicoanalyse wordt uitgevoerd voor de regio zoals |
bepaald onder artikel 15 gebaseerd op informatie die op lokaal niveau | bepaald onder artikel 15 gebaseerd op informatie die op lokaal niveau |
wordt verzameld met betrekking tot die criteria waarvoor een | wordt verzameld met betrekking tot die criteria waarvoor een |
inschatting dient gemaakt te worden. | inschatting dient gemaakt te worden. |
§ 2. Voor ieder criterium wordt een risico bepaald als "specifiek | § 2. Voor ieder criterium wordt een risico bepaald als "specifiek |
risico" of "laag risico": | risico" of "laag risico": |
1° De risicoclassificatie is gebaseerd op de mogelijke gevolgen van | 1° De risicoclassificatie is gebaseerd op de mogelijke gevolgen van |
een non-conformiteit gecombineerd met de graad van waarschijnlijkheid | een non-conformiteit gecombineerd met de graad van waarschijnlijkheid |
van die non-conformiteit; | van die non-conformiteit; |
2° Het risico neemt toe met de waarschijnlijkheid dat een negatief | 2° Het risico neemt toe met de waarschijnlijkheid dat een negatief |
gevolg van een non-conformiteit plaats vindt, gecombineerd met de | gevolg van een non-conformiteit plaats vindt, gecombineerd met de |
waarschijnlijkheid van die non-conformiteit; | waarschijnlijkheid van die non-conformiteit; |
3° Een verwaarloosbare waarschijnlijkheid van een non-conformiteit | 3° Een verwaarloosbare waarschijnlijkheid van een non-conformiteit |
geeft voor dat criterium een laag risico; | geeft voor dat criterium een laag risico; |
4° Een specifiek risico is een ongekend risico of een risico dat niet | 4° Een specifiek risico is een ongekend risico of een risico dat niet |
laag is. | laag is. |
§ 3. Een laag risico wordt onderbouwd door middel van verifieerbare | § 3. Een laag risico wordt onderbouwd door middel van verifieerbare |
informatie die een combinatie is van: | informatie die een combinatie is van: |
1° documentverificatie zoals bijvoorbeeld via wetgeving, | 1° documentverificatie zoals bijvoorbeeld via wetgeving, |
regeringsstatistieken of beheersplannen; en | regeringsstatistieken of beheersplannen; en |
2° lokale verificatie door: | 2° lokale verificatie door: |
a) consultatie van stakeholders en experten uit alle relevante | a) consultatie van stakeholders en experten uit alle relevante |
stakeholdercategorieën in de regio; en | stakeholdercategorieën in de regio; en |
b) eigen onderzoek in de regio. | b) eigen onderzoek in de regio. |
Art. 17.§ 1. Indien een criterium als specifiek risico is bepaald, |
Art. 17.§ 1. Indien een criterium als specifiek risico is bepaald, |
worden er mitigatiemaatregelen gedefinieerd om het risico minstens tot | worden er mitigatiemaatregelen gedefinieerd om het risico minstens tot |
laag risico te reduceren. | laag risico te reduceren. |
§ 2. Indien voor één of meerdere criteria met specifiek risico geen | § 2. Indien voor één of meerdere criteria met specifiek risico geen |
effectieve maatregelen vastgelegd kunnen worden om deze tot een laag | effectieve maatregelen vastgelegd kunnen worden om deze tot een laag |
risico te reduceren, dan zal de regio worden geherdefinieerd zodat het | risico te reduceren, dan zal de regio worden geherdefinieerd zodat het |
risico op de productie van een biomassastroom uit een regio die niet | risico op de productie van een biomassastroom uit een regio die niet |
voldoet aan de criteria wordt vermeden. | voldoet aan de criteria wordt vermeden. |
§ 3. Indien voor één of meerdere criteria met specifiek risico ondanks | § 3. Indien voor één of meerdere criteria met specifiek risico ondanks |
de bepaling in de tweede paragraaf nog steeds geen reductie tot een | de bepaling in de tweede paragraaf nog steeds geen reductie tot een |
laag risico mogelijk is, dan voldoet de uit deze regio afkomstige | laag risico mogelijk is, dan voldoet de uit deze regio afkomstige |
biomassastroom niet aan de eisen met betrekking tot deze criteria. | biomassastroom niet aan de eisen met betrekking tot deze criteria. |
HOOFDSTUK IX. - Opstelling van het biomassarapport | HOOFDSTUK IX. - Opstelling van het biomassarapport |
Art. 18.Het biomassarapport wordt opgesteld door een erkende |
Art. 18.Het biomassarapport wordt opgesteld door een erkende |
certificatie-instantie nadat een instantie een succesvolle audit heeft | certificatie-instantie nadat een instantie een succesvolle audit heeft |
uitgevoerd van de volledige productieketen van een bepaalde | uitgevoerd van de volledige productieketen van een bepaalde |
biomassastroom volgens de bepalingen van een erkend | biomassastroom volgens de bepalingen van een erkend |
certificatieschema. | certificatieschema. |
Het biomassarapport geeft een overzicht van alle relevante kenmerken | Het biomassarapport geeft een overzicht van alle relevante kenmerken |
van de biomassastroom. | van de biomassastroom. |
Art. 19.Het biomassarapport wordt opgesteld volgens het model in |
Art. 19.Het biomassarapport wordt opgesteld volgens het model in |
bijlage II bij dit besluit. Daarbij zijn minstens volgende bepalingen | bijlage II bij dit besluit. Daarbij zijn minstens volgende bepalingen |
van toepassing: | van toepassing: |
1° De unieke referentiecode is gestructureerd als | 1° De unieke referentiecode is gestructureerd als |
BE-VL-BM-[XXX]-[YYY]-[ZZZ]-[rapportnummer]-[controlegetal] waarbij BE | BE-VL-BM-[XXX]-[YYY]-[ZZZ]-[rapportnummer]-[controlegetal] waarbij BE |
staat voor België, VL staat voor Vlaanderen, BM staat voor biomassa, | staat voor België, VL staat voor Vlaanderen, BM staat voor biomassa, |
[XXX] gelijk is aan de unieke 3-lettercode van de | [XXX] gelijk is aan de unieke 3-lettercode van de |
certificatie-instantie die het biomassarapport uitgeeft, [YYY] gelijk | certificatie-instantie die het biomassarapport uitgeeft, [YYY] gelijk |
is aan de unieke 3-lettercode van het certificatieschema dat hiervoor | is aan de unieke 3-lettercode van het certificatieschema dat hiervoor |
toegepast werd, [ZZZ] gelijk is aan de unieke 3-lettercode van de | toegepast werd, [ZZZ] gelijk is aan de unieke 3-lettercode van de |
finale biomassaproducent, een rapportnummer dat er voor zorgt dat de | finale biomassaproducent, een rapportnummer dat er voor zorgt dat de |
referentiecode van het biomassarapport uniek is en tot slot een | referentiecode van het biomassarapport uniek is en tot slot een |
controlegetal bestaande uit 2 cijfers; | controlegetal bestaande uit 2 cijfers; |
2° De datum van toekenning is gestructureerd als [dag maand jaar]; | 2° De datum van toekenning is gestructureerd als [dag maand jaar]; |
3° De informatie met betrekking tot de identiteit van de finale | 3° De informatie met betrekking tot de identiteit van de finale |
biomassaproducent omvat minstens de bedrijfsnaam, de rechtsvorm, het | biomassaproducent omvat minstens de bedrijfsnaam, de rechtsvorm, het |
ondernemingsnummer, het adres en de contactpersoon met naam, voornaam, | ondernemingsnummer, het adres en de contactpersoon met naam, voornaam, |
telefoonnummer en email-adres; | telefoonnummer en email-adres; |
4° De identificatie van de biomassastroom omvat de beschrijvingen van | 4° De identificatie van de biomassastroom omvat de beschrijvingen van |
de biomassastroom overeenkomstig artikel 20; | de biomassastroom overeenkomstig artikel 20; |
5° De identificatie van de productieketen omvat een opsomming van de | 5° De identificatie van de productieketen omvat een opsomming van de |
verschillende biomassavormen en verwerkingsprocessen in chronologische | verschillende biomassavormen en verwerkingsprocessen in chronologische |
volgorde bij het doorlopen van de productieketen; | volgorde bij het doorlopen van de productieketen; |
6° Het land van oorsprong is het land waar de biomassastroom geoogst | 6° Het land van oorsprong is het land waar de biomassastroom geoogst |
werd of ontstaan is als afval indien dit afval niet afkomstig is van | werd of ontstaan is als afval indien dit afval niet afkomstig is van |
landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of natuurbeheer; | landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw of natuurbeheer; |
7° De minimale gedekte hoeveelheid van de biomassastroom op jaarbasis | 7° De minimale gedekte hoeveelheid van de biomassastroom op jaarbasis |
wordt uitgedrukt in kilogram geleverde biomassastroom per jaar in de | wordt uitgedrukt in kilogram geleverde biomassastroom per jaar in de |
vorm zoals deze geleverd wordt; | vorm zoals deze geleverd wordt; |
8° De voorbehandelingsenergie wordt uitgedrukt in kilowattuur per | 8° De voorbehandelingsenergie wordt uitgedrukt in kilowattuur per |
kilogram geleverde biomassastroom; | kilogram geleverde biomassastroom; |
9° De transportenergie wordt uitgedrukt in kilowattuur per kilogram | 9° De transportenergie wordt uitgedrukt in kilowattuur per kilogram |
geleverde biomassastroom; | geleverde biomassastroom; |
10° Het advies van de OVAM inzake energetische valorisatie omvat de | 10° Het advies van de OVAM inzake energetische valorisatie omvat de |
woordelijke overname van het formele advies van de OVAM met betrekking | woordelijke overname van het formele advies van de OVAM met betrekking |
tot energetische valorisatie van de betreffende biomassastroom; | tot energetische valorisatie van de betreffende biomassastroom; |
11° Indien van toepassing, de groenfactor omvat de woordelijke | 11° Indien van toepassing, de groenfactor omvat de woordelijke |
overname van het formele advies van de OVAM met betrekking tot de | overname van het formele advies van de OVAM met betrekking tot de |
groenfactor; | groenfactor; |
12° De kenmerken met betrekking tot `korteomloophout' en `hout dat | 12° De kenmerken met betrekking tot `korteomloophout' en `hout dat |
geen industriële grondstof is', worden aangeduid met "ja" of "neen"; | geen industriële grondstof is', worden aangeduid met "ja" of "neen"; |
13° De kenmerken met betrekking tot de criteria zoals bepaald in | 13° De kenmerken met betrekking tot de criteria zoals bepaald in |
artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/10 van het Energiebesluit | artikel 6.1.16, paragrafen 1/2 tot en met 1/10 van het Energiebesluit |
van 19 november 2010 wordt per criterium dat van toepassing is | van 19 november 2010 wordt per criterium dat van toepassing is |
aangegeven of er al dan niet aan voldaan is; | aangegeven of er al dan niet aan voldaan is; |
14° Bij de broeikasgasemissiereductiecriteria voor het gebruik van | 14° Bij de broeikasgasemissiereductiecriteria voor het gebruik van |
vloeibare, vaste of gasvormige biomassa wordt het reductiepercentage | vloeibare, vaste of gasvormige biomassa wordt het reductiepercentage |
vermeld alsook of actuele data gebruikt werden voor deze berekeningen | vermeld alsook of actuele data gebruikt werden voor deze berekeningen |
en indien ja voor welke delen van de productieketen. Indien van | en indien ja voor welke delen van de productieketen. Indien van |
toepassing wordt tevens vermeld of de bonus voor hersteld aangetast | toepassing wordt tevens vermeld of de bonus voor hersteld aangetast |
land gebruikt werd zoals bepaald in bijlage XI, deel C, paragrafen 7 | land gebruikt werd zoals bepaald in bijlage XI, deel C, paragrafen 7 |
en 8 van het Energiebesluit van 19 november 2010 en of de factor voor | en 8 van het Energiebesluit van 19 november 2010 en of de factor voor |
emissiereductie door koolstofopslag in de bodem gebruikt werd zoals | emissiereductie door koolstofopslag in de bodem gebruikt werd zoals |
bedoeld in bijlage XI, deel C, paragraaf 1 van het Energiebesluit van | bedoeld in bijlage XI, deel C, paragraaf 1 van het Energiebesluit van |
19 november 2010; | 19 november 2010; |
15° Voor de punten 13 en 14 wordt een opsomming gegeven van alle | 15° Voor de punten 13 en 14 wordt een opsomming gegeven van alle |
certificatieschema's waarmee de duurzaamheidskenmerken worden | certificatieschema's waarmee de duurzaamheidskenmerken worden |
aangetoond gedurende de volledige periode van geldigheid van het | aangetoond gedurende de volledige periode van geldigheid van het |
biomassarapport; | biomassarapport; |
16° Voor de berekening van broeikasgasemissies van vaste en gasvormige | 16° Voor de berekening van broeikasgasemissies van vaste en gasvormige |
biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte wordt de | biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte wordt de |
methodologie toegepast, zoals vastgelegd in het EC rapport COM(2010) | methodologie toegepast, zoals vastgelegd in het EC rapport COM(2010) |
11, aangevuld door EC SWD(2014)259, en de fossil fuel comparator van | 11, aangevuld door EC SWD(2014)259, en de fossil fuel comparator van |
het Europese Joint Research Center. | het Europese Joint Research Center. |
Art. 20.§ 1. De definitie van afvalstof, vermeld in het |
Art. 20.§ 1. De definitie van afvalstof, vermeld in het |
materialendecreet is van toepassing voor dit besluit. | materialendecreet is van toepassing voor dit besluit. |
In geval van twijfel over het afvalstatuut wordt het advies van de | In geval van twijfel over het afvalstatuut wordt het advies van de |
OVAM ingewonnen en beslist OVAM over het afvalstatuut. | OVAM ingewonnen en beslist OVAM over het afvalstatuut. |
§ 2. De identificatie van een biomassastroom die geen afval is, bevat | § 2. De identificatie van een biomassastroom die geen afval is, bevat |
minstens de volgende gegevens: | minstens de volgende gegevens: |
1° De gebruikelijke benaming van de biomassastroom; | 1° De gebruikelijke benaming van de biomassastroom; |
2° De commerciële benaming zoals gebruikt in contracten en op facturen | 2° De commerciële benaming zoals gebruikt in contracten en op facturen |
en leveringsbons; | en leveringsbons; |
3° GN-code of -codes; | 3° GN-code of -codes; |
4° De morfologie of vorm waarin de inputstroom aan de installatie | 4° De morfologie of vorm waarin de inputstroom aan de installatie |
wordt toegevoegd, zijnde vloeibaar, vast of gasvormig; | wordt toegevoegd, zijnde vloeibaar, vast of gasvormig; |
5° De stukgrootte indien van toepassing, meer bepaald de | 5° De stukgrootte indien van toepassing, meer bepaald de |
minimumafmeting en maximumafmeting van de stukken in de biomassastroom | minimumafmeting en maximumafmeting van de stukken in de biomassastroom |
uitgedrukt in cm; | uitgedrukt in cm; |
6° De onderste verbrandingswaarde op natte basis uitgedrukt in | 6° De onderste verbrandingswaarde op natte basis uitgedrukt in |
kilowattuur per kilogram (kWh/kg) en het vochtgehalte uitgedrukt in | kilowattuur per kilogram (kWh/kg) en het vochtgehalte uitgedrukt in |
procent (%). | procent (%). |
§ 3. De identificatie van een biomassastroom die afval is, bevat | § 3. De identificatie van een biomassastroom die afval is, bevat |
minstens de gegevens die vermeld moeten worden op het | minstens de gegevens die vermeld moeten worden op het |
afvalstoffenformulier zoals bedoeld in artikel 6.1.2, § 1 van het | afvalstoffenformulier zoals bedoeld in artikel 6.1.2, § 1 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010. | Energiebesluit van 19 november 2010. |
HOOFDSTUK X. - Periodieke beoordeling van een certificatieschema | HOOFDSTUK X. - Periodieke beoordeling van een certificatieschema |
Art. 21.§ 1. Het Vlaams Energieagentschap is verantwoordelijk voor de |
Art. 21.§ 1. Het Vlaams Energieagentschap is verantwoordelijk voor de |
periodieke beoordeling van erkende certificatieschema's. | periodieke beoordeling van erkende certificatieschema's. |
§ 2. Als een certificatieschema erkend is, wordt het onderworpen aan | § 2. Als een certificatieschema erkend is, wordt het onderworpen aan |
een eerste beoordeling na een jaar en vervolgens om de twee jaar | een eerste beoordeling na een jaar en vervolgens om de twee jaar |
zolang de erkenning behouden blijft. | zolang de erkenning behouden blijft. |
§ 3. Het Vlaams Energieagentschap publiceert een beoordelingsverslag | § 3. Het Vlaams Energieagentschap publiceert een beoordelingsverslag |
van het certificatieschema. | van het certificatieschema. |
Art. 22.Ingeval de reglementaire bepalingen die van toepassing waren |
Art. 22.Ingeval de reglementaire bepalingen die van toepassing waren |
op het ogenblik van de vorige beoordeling van het certificatieschema | op het ogenblik van de vorige beoordeling van het certificatieschema |
belangrijke wijzigingen ondergaan, dan is een nieuwe beoordeling | belangrijke wijzigingen ondergaan, dan is een nieuwe beoordeling |
noodzakelijk. Die nieuwe beoordeling heeft in dat geval enkel | noodzakelijk. Die nieuwe beoordeling heeft in dat geval enkel |
betrekking op de nieuwe en/of gewijzigde reglementaire bepalingen. | betrekking op de nieuwe en/of gewijzigde reglementaire bepalingen. |
HOOFDSTUK XI. - Certificatieschema beheerd door het Vlaams | HOOFDSTUK XI. - Certificatieschema beheerd door het Vlaams |
Energieagentschap | Energieagentschap |
Art. 23.Het Vlaams Energieagentschap beheert een certificatieschema |
Art. 23.Het Vlaams Energieagentschap beheert een certificatieschema |
dat voorziet in een vereenvoudigde rapportering overeenkomstig de | dat voorziet in een vereenvoudigde rapportering overeenkomstig de |
bepalingen in artikel 25 van dit besluit, die het voor de | bepalingen in artikel 25 van dit besluit, die het voor de |
productie-installaties vermeld in artikel 6.1.12/1, § 3 van het | productie-installaties vermeld in artikel 6.1.12/1, § 3 van het |
Energiebesluit van 19 november 2010 haalbaar maakt om aan de eisen uit | Energiebesluit van 19 november 2010 haalbaar maakt om aan de eisen uit |
het Energiebesluit van 19 november 2010 te voldoen. | het Energiebesluit van 19 november 2010 te voldoen. |
Art. 24.§ 1. Een installatie kan slechts gebruik maken van de |
Art. 24.§ 1. Een installatie kan slechts gebruik maken van de |
vereenvoudigde certificatieprocedure indien zij voldoet aan de | vereenvoudigde certificatieprocedure indien zij voldoet aan de |
volgende voorwaarden: | volgende voorwaarden: |
1° Er wordt een overzichtstabel van de inputstromen overgemaakt aan | 1° Er wordt een overzichtstabel van de inputstromen overgemaakt aan |
het Vlaams Energieagentschap in een door het Vlaams Energieagentschap | het Vlaams Energieagentschap in een door het Vlaams Energieagentschap |
bepaald formaat; | bepaald formaat; |
2° Deze tabel wordt tijdens de volledige periode dat de installatie | 2° Deze tabel wordt tijdens de volledige periode dat de installatie |
certificaatgerechtigd is doorlopend geactualiseerd en jaarlijks aan | certificaatgerechtigd is doorlopend geactualiseerd en jaarlijks aan |
het Vlaams Energieagentschap overgemaakt; | het Vlaams Energieagentschap overgemaakt; |
3° Installaties die vloeibare biomassa rechtstreeks in een | 3° Installaties die vloeibare biomassa rechtstreeks in een |
verbrandingsproces verbruiken kunnen enkel die loten vloeibare | verbrandingsproces verbruiken kunnen enkel die loten vloeibare |
biomassa verbruiken die zijn geregistreerd in de federale gegevensbank | biomassa verbruiken die zijn geregistreerd in de federale gegevensbank |
biobrandstoffen van de federale overheidsdienst volksgezondheid, | biobrandstoffen van de federale overheidsdienst volksgezondheid, |
veiligheid van de voedselketen en leefmilieu door middel van de | veiligheid van de voedselketen en leefmilieu door middel van de |
volgende website: www.product-declaration.be. Daarbij wordt voor elk | volgende website: www.product-declaration.be. Daarbij wordt voor elk |
lot vloeibare biomassa het unieke referentienummer van registratie in | lot vloeibare biomassa het unieke referentienummer van registratie in |
de federale gegevensbank biobrandstoffen samen met het overeenkomstige | de federale gegevensbank biobrandstoffen samen met het overeenkomstige |
volume opgetekend in de overzichtstabel inputstromen. | volume opgetekend in de overzichtstabel inputstromen. |
4° Installaties die onder meer zeefoverloop of houtige fractie | 4° Installaties die onder meer zeefoverloop of houtige fractie |
groenafval afkomstig van Vlaamse composteerinstallaties | groenafval afkomstig van Vlaamse composteerinstallaties |
(biomassaleverancier) inzetten als brandstof dienen voor deze | (biomassaleverancier) inzetten als brandstof dienen voor deze |
biomassastromen geen biomassarapport op te vragen aan de | biomassastromen geen biomassarapport op te vragen aan de |
biomassaleverancier indien deze stromen conform het Actieplan | biomassaleverancier indien deze stromen conform het Actieplan |
Biomassareststromen (6.2) tot stand kwamen. | Biomassareststromen (6.2) tot stand kwamen. |
§ 2. Het Vlaams Energieagentschap kan op elk moment de door de | § 2. Het Vlaams Energieagentschap kan op elk moment de door de |
marktpartijen verschafte informatie controleren en bijkomende | marktpartijen verschafte informatie controleren en bijkomende |
informatie opvragen. | informatie opvragen. |
HOOFDSTUK XII. - Controle door het Vlaams Energieagentschap | HOOFDSTUK XII. - Controle door het Vlaams Energieagentschap |
Art. 25.§ 1. Het Vlaams Energieagentschap kan een |
Art. 25.§ 1. Het Vlaams Energieagentschap kan een |
productie-installatie die elektriciteit of warmte opwekt uit een | productie-installatie die elektriciteit of warmte opwekt uit een |
hernieuwbare energiebron op elk moment controleren om na te gaan of de | hernieuwbare energiebron op elk moment controleren om na te gaan of de |
elektriciteit of warmte wel opgewekt wordt uit een hernieuwbare en | elektriciteit of warmte wel opgewekt wordt uit een hernieuwbare en |
aanvaardbare energiebron, en of de metingen van de geproduceerde | aanvaardbare energiebron, en of de metingen van de geproduceerde |
elektriciteit, warmte en andere metingen die noodzakelijk zijn voor de | elektriciteit, warmte en andere metingen die noodzakelijk zijn voor de |
berekening van het aantal toe te kennen aanvaardbare | berekening van het aantal toe te kennen aanvaardbare |
groenestroomcertificaten overeenstemmen met de werkelijkheid, | groenestroomcertificaten overeenstemmen met de werkelijkheid, |
overeenkomstig artikel 6.1.4, § 2, van het Energiebesluit van 19 | overeenkomstig artikel 6.1.4, § 2, van het Energiebesluit van 19 |
november 2010. | november 2010. |
§ 2. Bij controle wordt, op eenvoudige vraag van het Vlaams | § 2. Bij controle wordt, op eenvoudige vraag van het Vlaams |
Energieagentschap, al het bewijsmateriaal overgemaakt onder de | Energieagentschap, al het bewijsmateriaal overgemaakt onder de |
gevraagde vorm ter staving van: | gevraagde vorm ter staving van: |
1° de bepaling van biomassakenmerken; | 1° de bepaling van biomassakenmerken; |
2° de in het kader van een bepaald groenestroomdossier of dossier voor | 2° de in het kader van een bepaald groenestroomdossier of dossier voor |
ondersteuning van groene warmte afgelegde verklaringen; | ondersteuning van groene warmte afgelegde verklaringen; |
3° uitgevoerde audits; | 3° uitgevoerde audits; |
4° leveringen van biomassa. | 4° leveringen van biomassa. |
§ 3. Indien het Vlaams Energieagentschap beslist dat de gebruikte | § 3. Indien het Vlaams Energieagentschap beslist dat de gebruikte |
biomassa niet voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het | biomassa niet voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het |
Energiebesluit of in dit ministerieel besluit, kan de houder van het | Energiebesluit of in dit ministerieel besluit, kan de houder van het |
biomassarapport een gemotiveerd beroep indienen tegen deze beslissing | biomassarapport een gemotiveerd beroep indienen tegen deze beslissing |
van het Vlaams Energieagentschap, via een aangetekende brief bij de | van het Vlaams Energieagentschap, via een aangetekende brief bij de |
minister bevoegd voor energie. | minister bevoegd voor energie. |
Art. 26.Wanneer de waarde van een bepaald biomassakenmerk ontbreekt |
Art. 26.Wanneer de waarde van een bepaald biomassakenmerk ontbreekt |
op een biomassarapport of wanneer er een non-conformiteit werd | op een biomassarapport of wanneer er een non-conformiteit werd |
vastgesteld bij de bepaling van een bepaald biomassakenmerk, kan het | vastgesteld bij de bepaling van een bepaald biomassakenmerk, kan het |
Vlaams Energieagentschap een conservatieve inschatting maken van dit | Vlaams Energieagentschap een conservatieve inschatting maken van dit |
biomassakenmerk: | biomassakenmerk: |
1° Voor biomassakenmerken met betrekking tot energieverbruiken wordt | 1° Voor biomassakenmerken met betrekking tot energieverbruiken wordt |
de conservatieve inschatting berekend door het Vlaams | de conservatieve inschatting berekend door het Vlaams |
Energieagentschap via een conservatieve benadering op basis van eigen | Energieagentschap via een conservatieve benadering op basis van eigen |
expertise; | expertise; |
2° Voor biomassakenmerken met betrekking tot de aanvaardbaarheid van | 2° Voor biomassakenmerken met betrekking tot de aanvaardbaarheid van |
afvalstromen en houtstromen houdt de conservatieve inschatting in dat | afvalstromen en houtstromen houdt de conservatieve inschatting in dat |
de betreffende biomassastroom geen aanleiding geeft tot aanvaardbare | de betreffende biomassastroom geen aanleiding geeft tot aanvaardbare |
groenestroomcertificaten; | groenestroomcertificaten; |
3° Voor biomassakenmerken met betrekking tot de duurzaamheidscriteria | 3° Voor biomassakenmerken met betrekking tot de duurzaamheidscriteria |
houdt de conservatieve inschatting in dat de betreffende | houdt de conservatieve inschatting in dat de betreffende |
biomassastroom niet voldoet aan de duurzaamheidscriteria. | biomassastroom niet voldoet aan de duurzaamheidscriteria. |
Art. 27.De informatie op het biomassarapport wordt door het Vlaams |
Art. 27.De informatie op het biomassarapport wordt door het Vlaams |
Energieagentschap beheerd overeenkomstig het decreet van 26 maart 2004 | Energieagentschap beheerd overeenkomstig het decreet van 26 maart 2004 |
betreffende de openbaarheid van bestuur. | betreffende de openbaarheid van bestuur. |
HOOFDSTUK XIII. - Slot- en overgangsbepalingen | HOOFDSTUK XIII. - Slot- en overgangsbepalingen |
Art. 28.De artikelen 1, 7, 18, 1° en 27 van het besluit van de |
Art. 28.De artikelen 1, 7, 18, 1° en 27 van het besluit van de |
Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende wijziging van het | Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende wijziging van het |
Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft technische | Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft technische |
wijzigingen van de certificatentoekenning en de invoering van | wijzigingen van de certificatentoekenning en de invoering van |
biomassacertificatie, van duurzaamheidscriteria voor vaste en | biomassacertificatie, van duurzaamheidscriteria voor vaste en |
gasvormige biomassa en van ILUC-voorwaarden treden in werking voor | gasvormige biomassa en van ILUC-voorwaarden treden in werking voor |
alle biomassa gecontracteerd vanaf de inwerkingtreding van dit | alle biomassa gecontracteerd vanaf de inwerkingtreding van dit |
besluit, en treden in werking voor alle biomassa gecontracteerd | besluit, en treden in werking voor alle biomassa gecontracteerd |
voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit vanaf 1 april | voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit vanaf 1 april |
2020. | 2020. |
Art. 29.Artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 |
Art. 29.Artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 |
november 2018 houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 | november 2018 houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 |
november 2010, wat betreft diverse bepalingen over energie, treedt in | november 2010, wat betreft diverse bepalingen over energie, treedt in |
werking. | werking. |
Art. 30.§ 1. Indien na de inwerkingtreding van dit besluit geen |
Art. 30.§ 1. Indien na de inwerkingtreding van dit besluit geen |
biomassarapporten door een groenestroomproducent aan het Vlaams | biomassarapporten door een groenestroomproducent aan het Vlaams |
Energieagentschap voorgelegd kunnen worden, wordt voor ieder | Energieagentschap voorgelegd kunnen worden, wordt voor ieder |
biomassakenmerk een conservatieve inschatting toegepast. | biomassakenmerk een conservatieve inschatting toegepast. |
§ 2. Het Vlaams Energieagentschap aanvaardt tot en met 30 september | § 2. Het Vlaams Energieagentschap aanvaardt tot en met 30 september |
2020 dat de biomassakenmerken zoals bedoeld in artikel 5 van dit | 2020 dat de biomassakenmerken zoals bedoeld in artikel 5 van dit |
besluit bepaald worden volgens de procedures die van kracht waren voor | besluit bepaald worden volgens de procedures die van kracht waren voor |
de inwerkingtreding van dit besluit. | de inwerkingtreding van dit besluit. |
§ 3. Voor alle biomassa gecontracteerd voorafgaand aan de | § 3. Voor alle biomassa gecontracteerd voorafgaand aan de |
inwerkingtreding van dit besluit aanvaardt het Vlaams | inwerkingtreding van dit besluit aanvaardt het Vlaams |
Energieagentschap tot en met 30 september 2020 dat de | Energieagentschap tot en met 30 september 2020 dat de |
biomassakenmerken zoals bedoeld in artikel 5, § 4, derde tot en met | biomassakenmerken zoals bedoeld in artikel 5, § 4, derde tot en met |
zesde lid van dit besluit aangetoond worden met behulp van een | zesde lid van dit besluit aangetoond worden met behulp van een |
zelfverklaring waarvan het model door het Vlaams Energieagentschap ter | zelfverklaring waarvan het model door het Vlaams Energieagentschap ter |
beschikking wordt gesteld; | beschikking wordt gesteld; |
§ 4. Het vereenvoudigd certificatieschema van het Vlaams | § 4. Het vereenvoudigd certificatieschema van het Vlaams |
Energieagentschap zal zes maanden na publicatie van dit besluit in | Energieagentschap zal zes maanden na publicatie van dit besluit in |
werking treden. De desbetreffende installaties zullen hiervan tijdig | werking treden. De desbetreffende installaties zullen hiervan tijdig |
op de hoogte gebracht worden met vermelding van de eventuele acties | op de hoogte gebracht worden met vermelding van de eventuele acties |
die door de desbetreffende installaties ondernomen dienen te worden om | die door de desbetreffende installaties ondernomen dienen te worden om |
te voldoen aan de vereisten van dit schema. | te voldoen aan de vereisten van dit schema. |
Brussel, 5 april 2019. | Brussel, 5 april 2019. |
De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie, | De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie, |
L. PEETERS | L. PEETERS |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |