Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Ministerieel Besluit van 01/07/1999
← Terug naar "Ministerieel besluit tot bepaling van de opbrengst, berekeningswijze en voorwaarden van de fictieve rente, bedoeld in de besluiten van de Vlaamse regering ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode "
Ministerieel besluit tot bepaling van de opbrengst, berekeningswijze en voorwaarden van de fictieve rente, bedoeld in de besluiten van de Vlaamse regering ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode Ministerieel besluit tot bepaling van de opbrengst, berekeningswijze en voorwaarden van de fictieve rente, bedoeld in de besluiten van de Vlaamse regering ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
1 JULI 1999. - Ministerieel besluit tot bepaling van de opbrengst, 1 JULI 1999. - Ministerieel besluit tot bepaling van de opbrengst,
berekeningswijze en voorwaarden van de fictieve rente, bedoeld in de berekeningswijze en voorwaarden van de fictieve rente, bedoeld in de
besluiten van de Vlaamse regering ter uitvoering van de Vlaamse besluiten van de Vlaamse regering ter uitvoering van de Vlaamse
Wooncode Wooncode
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid
en Huisvesting, en Huisvesting,
Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode; Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1997 tot Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1997 tot
bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering,
gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 28 september gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 28 september
1998, 19 december 1998, 23 maart 1999 en 30 maart 1999; 1998, 19 december 1998, 23 maart 1999 en 30 maart 1999;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 23 maart 1999 Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 23 maart 1999
houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en gebouwen en houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en gebouwen en
van de bouw van nieuwe sociale woningen in de eigendomssector, van de bouw van nieuwe sociale woningen in de eigendomssector,
inzonderheid op artikel 1, 10°; inzonderheid op artikel 1, 10°;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei 1999 tot Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei 1999 tot
reglementering van het sociale huurstelsel voor de woningen die door reglementering van het sociale huurstelsel voor de woningen die door
de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door sociale de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door sociale
huisvestingsmaatschappijen erkend door de Vlaamse huisvestingsmaatschappijen erkend door de Vlaamse
Huisvestingsmaatschappij, worden verhuurd in toepassing van titel VII Huisvestingsmaatschappij, worden verhuurd in toepassing van titel VII
van de Vlaamse Wooncode, inzonderheid op artikel 1, 7°; van de Vlaamse Wooncode, inzonderheid op artikel 1, 7°;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei 1999 houdende Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei 1999 houdende
de voorwaarden voor het toestaan van leningen aan particulieren door de voorwaarden voor het toestaan van leningen aan particulieren door
de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij ter uitvoering van de Vlaamse de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij ter uitvoering van de Vlaamse
Wooncode, inzonderheid op artikel 1, 7°; Wooncode, inzonderheid op artikel 1, 7°;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei 1999 Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei 1999
betreffende de voorwaarden en modaliteiten van overdracht van betreffende de voorwaarden en modaliteiten van overdracht van
onroerende goederen door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de onroerende goederen door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de
sociale huisvestingsmaatschappijen in uitvoering van de Vlaamse sociale huisvestingsmaatschappijen in uitvoering van de Vlaamse
Wooncode, inzonderheid op artikel 1, 9°; Wooncode, inzonderheid op artikel 1, 9°;
Gelet op het voorstel van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, gegeven Gelet op het voorstel van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, gegeven
op 9 juni 1999, op 9 juni 1999,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Dit besluit bepaalt de opbrengst, berekeningswijze en

Artikel 1.Dit besluit bepaalt de opbrengst, berekeningswijze en

voorwaarden van de fictieve rente waarvan sprake in : voorwaarden van de fictieve rente waarvan sprake in :
1° Artikel 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei 1° Artikel 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei
1999 tot reglementering van het sociale huurstelsel voor de woningen 1999 tot reglementering van het sociale huurstelsel voor de woningen
die door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door sociale die door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door sociale
huisvestingsmaatschappijen, erkend door de Vlaamse huisvestingsmaatschappijen, erkend door de Vlaamse
Huisvestingsmaatschappij, worden verhuurd in toepassing van titel VII Huisvestingsmaatschappij, worden verhuurd in toepassing van titel VII
van de Vlaamse Wooncode, hierna "het huurbesluit" te noemen; van de Vlaamse Wooncode, hierna "het huurbesluit" te noemen;
2° Artikel 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei 2° Artikel 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei
1999 houdende de voorwaarden voor het toestaan van leningen aan 1999 houdende de voorwaarden voor het toestaan van leningen aan
particulieren door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij ter uitvoering particulieren door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij ter uitvoering
van de Vlaamse Wooncode, hierna "het leningsbesluit" te noemen; van de Vlaamse Wooncode, hierna "het leningsbesluit" te noemen;
3° Artikel 1, 9°, van het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei 3° Artikel 1, 9°, van het besluit van de Vlaamse regering van 11 mei
1999 betreffende de voorwaarden en modaliteiten van overdracht van 1999 betreffende de voorwaarden en modaliteiten van overdracht van
onroerende goederen door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de onroerende goederen door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de
sociale huisvestingsmaatschappijen in uitvoering van de Vlaamse sociale huisvestingsmaatschappijen in uitvoering van de Vlaamse
Wooncode, hierna `het overdrachtsbesluit' te noemen; Wooncode, hierna `het overdrachtsbesluit' te noemen;
4° Artikel 1, 10°, van het besluit van de Vlaamse regering van 23 4° Artikel 1, 10°, van het besluit van de Vlaamse regering van 23
maart 1999 houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en maart 1999 houdende de subsidiëring van de renovatie van woningen en
gebouwen en van de bouw van nieuwe sociale woningen in de gebouwen en van de bouw van nieuwe sociale woningen in de
eigendomssector, hierna "het subsidiebesluit" te noemen. eigendomssector, hierna "het subsidiebesluit" te noemen.

Art. 2.§ 1. De fictieve rente wordt berekend op de prijs of de

Art. 2.§ 1. De fictieve rente wordt berekend op de prijs of de

geschatte waarde van de betreffende woning(en), verminderd met één geschatte waarde van de betreffende woning(en), verminderd met één
miljoen frank en in voorkomend geval met de schuld die nog rust op die miljoen frank en in voorkomend geval met de schuld die nog rust op die
woning(en) en die door de eigenaar nog moet worden afbetaald op het woning(en) en die door de eigenaar nog moet worden afbetaald op het
ogenblik van de vervreemding of van de schatting. ogenblik van de vervreemding of van de schatting.
§ 2. Het resultaat van de berekening onder § 1 wordt, voor wat het § 2. Het resultaat van de berekening onder § 1 wordt, voor wat het
huurbesluit en het leningsbesluit betreft, omgezet in een fictieve huurbesluit en het leningsbesluit betreft, omgezet in een fictieve
jaarlijkse rente die gedurende een periode van 10 jaren in aanmerking jaarlijkse rente die gedurende een periode van 10 jaren in aanmerking
genomen wordt, volgens de volgende formule : de eerste vijf jaren genomen wordt, volgens de volgende formule : de eerste vijf jaren
telkens 13 % van voormeld resultaat, en de daaropvolgende vijf jaren telkens 13 % van voormeld resultaat, en de daaropvolgende vijf jaren
telkens 7 %. telkens 7 %.
§ 3. Het resultaat van de berekening onder § 1 wordt, voor wat het § 3. Het resultaat van de berekening onder § 1 wordt, voor wat het
overdrachtsbesluit en het subsidiebesluit betreft, voor 20 % in overdrachtsbesluit en het subsidiebesluit betreft, voor 20 % in
aanmerking genomen in het inkomensjaar waarop het aanslagbiljet voor aanmerking genomen in het inkomensjaar waarop het aanslagbiljet voor
de personenbelasting betrekking heeft, zoals bedoeld in artikel 3, § de personenbelasting betrekking heeft, zoals bedoeld in artikel 3, §
1, 1° en artikel 3, § 2, 1° van het overdrachtsbesluit en in artikel 1, 1° en artikel 3, § 2, 1° van het overdrachtsbesluit en in artikel
8, § 1, 1° van het subsidiebesluit. 8, § 1, 1° van het subsidiebesluit.
§ 4. De schatting, bedoeld in § 1, wordt uitgevoerd door de daartoe § 4. De schatting, bedoeld in § 1, wordt uitgevoerd door de daartoe
door de VHM aangestelde ambtenaar, die zijn schattingsverslag opmaakt door de VHM aangestelde ambtenaar, die zijn schattingsverslag opmaakt
op basis van een door de Raad van Bestuur van de VHM goedgekeurde op basis van een door de Raad van Bestuur van de VHM goedgekeurde
werkmethode. werkmethode.

Art. 3.§ 1. De periode van 10 jaren, vermeld in artikel 2, § 2, vangt

Art. 3.§ 1. De periode van 10 jaren, vermeld in artikel 2, § 2, vangt

aan : aan :
1° in het referentiejaar dat betrekking heeft op de toewijzing, zoals 1° in het referentiejaar dat betrekking heeft op de toewijzing, zoals
bedoeld in artikel 1, 8°, van het huurbesluit; bedoeld in artikel 1, 8°, van het huurbesluit;
2° in het inkomensjaar waarop het aanslagbiljet voor de 2° in het inkomensjaar waarop het aanslagbiljet voor de
personenbelasting betrekking heeft, zoals bedoeld in artikel 3, § 1, personenbelasting betrekking heeft, zoals bedoeld in artikel 3, § 1,
1°, van het leningsbesluit. 1°, van het leningsbesluit.
§ 2. Als echter de fictieve rente pas berekend kan worden nadat de § 2. Als echter de fictieve rente pas berekend kan worden nadat de
oorspronkelijke reële huurprijs van de woning, die aan de betrokken oorspronkelijke reële huurprijs van de woning, die aan de betrokken
huurder wordt aangerekend, of de oorspronkelijke rentevoet van de huurder wordt aangerekend, of de oorspronkelijke rentevoet van de
lening definitief is vastgesteld, dan vangt deze periode van 10 jaren lening definitief is vastgesteld, dan vangt deze periode van 10 jaren
aan : aan :
1° in het referentiejaar, zoals bedoeld in artikel 1, 8°, van het 1° in het referentiejaar, zoals bedoeld in artikel 1, 8°, van het
huurbesluit, dat betrekking heeft op de eerstvolgende huurbesluit, dat betrekking heeft op de eerstvolgende
huurprijsherziening na het moment van de berekening van de fictieve huurprijsherziening na het moment van de berekening van de fictieve
rente; rente;
2° in het tweede jaar dat voorafgaat aan de vijfjaarlijkse herziening 2° in het tweede jaar dat voorafgaat aan de vijfjaarlijkse herziening
van de op de lening toegepaste rentevoet, zoals bepaald in artikel 5, van de op de lening toegepaste rentevoet, zoals bepaald in artikel 5,
§ 4, van het leningsbesluit, die eerstvolgend is na het moment van de § 4, van het leningsbesluit, die eerstvolgend is na het moment van de
berekening van de fictieve rente. berekening van de fictieve rente.
Brussel, 1 juli 1999. Brussel, 1 juli 1999.
L. PEETERS L. PEETERS
^