Besluit van de Waalse Regering betreffende de financiering van de uitwerking van gemeentelijke mobiliteitsplannen en van de uitvoering van gemeentelijke mobiliteitsplannen en het schoolvervoer en de plannen inzake schoolverplaatsingen | Besluit van de Waalse Regering betreffende de financiering van de uitwerking van gemeentelijke mobiliteitsplannen en van de uitvoering van gemeentelijke mobiliteitsplannen en het schoolvervoer en de plannen inzake schoolverplaatsingen |
---|---|
WAALS MINISTERIE VAN UITRUSTING EN VERVOER | WAALS MINISTERIE VAN UITRUSTING EN VERVOER |
27 MEI 2004. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de | 27 MEI 2004. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de |
financiering van de uitwerking van gemeentelijke mobiliteitsplannen en | financiering van de uitwerking van gemeentelijke mobiliteitsplannen en |
van de uitvoering van gemeentelijke mobiliteitsplannen en het | van de uitvoering van gemeentelijke mobiliteitsplannen en het |
schoolvervoer en de plannen inzake schoolverplaatsingen | schoolvervoer en de plannen inzake schoolverplaatsingen |
De Waalse Regering, | De Waalse Regering, |
Gelet op het decreet van 1 april 2004 betreffende de plaatselijke | Gelet op het decreet van 1 april 2004 betreffende de plaatselijke |
mobiliteit en toegankelijkheid, inzonderheid op de artikelen 15, 23, | mobiliteit en toegankelijkheid, inzonderheid op de artikelen 15, 23, |
26, § 2, en 33; | 26, § 2, en 33; |
Gelet op het decreet van 1 april 2004 betreffende het schoolvervoer en | Gelet op het decreet van 1 april 2004 betreffende het schoolvervoer en |
de plannen inzake schoolverplaatsingen, inzonderheid op artikel 29; | de plannen inzake schoolverplaatsingen, inzonderheid op artikel 29; |
Gelet op het decreet van 21 december 1989 betreffende de diensten voor | Gelet op het decreet van 21 december 1989 betreffende de diensten voor |
het openbaar vervoer in het Waalse Gewest, inzonderheid op artikel 2, | het openbaar vervoer in het Waalse Gewest, inzonderheid op artikel 2, |
tweede lid, 3°; | tweede lid, 3°; |
Overwegende dat de nadere regels voor de financiering van de | Overwegende dat de nadere regels voor de financiering van de |
uitwerking van de gemeentelijke mobiliteitsplannen krachtens artikel | uitwerking van de gemeentelijke mobiliteitsplannen krachtens artikel |
15 van het decreet van 1 april 2004 betreffende de plaatselijke | 15 van het decreet van 1 april 2004 betreffende de plaatselijke |
mobiliteit en toegankelijkheid, evenals de nadere regels voor de | mobiliteit en toegankelijkheid, evenals de nadere regels voor de |
financiering van de uitwerking van de maatregelen uit het gemeentelijk | financiering van de uitwerking van de maatregelen uit het gemeentelijk |
mobiliteitsplan zoals bepaald in artikel 23, § 1, van datzelfde | mobiliteitsplan zoals bepaald in artikel 23, § 1, van datzelfde |
decreet bepaald dienen te worden; | decreet bepaald dienen te worden; |
Overwegende dat de nadere regels voor de financiering van de | Overwegende dat de nadere regels voor de financiering van de |
uitvoering van de plannen inzake schoolverplaatsingen overeenkomstig | uitvoering van de plannen inzake schoolverplaatsingen overeenkomstig |
artikel 29 van het decreet van 1 april 2004 betreffende het | artikel 29 van het decreet van 1 april 2004 betreffende het |
schoolvervoer en de plannen inzake schoolverplaatsingen bepaald dienen | schoolvervoer en de plannen inzake schoolverplaatsingen bepaald dienen |
te worden; | te worden; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 10 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 10 |
maart 2004; | maart 2004; |
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 11 | Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 11 |
maart 2004; | maart 2004; |
Gelet op het advies van de "Conseil supérieur des Villes, Communes et | Gelet op het advies van de "Conseil supérieur des Villes, Communes et |
Provinces de la Région wallonne" (Hoge Raad van Steden, Gemeenten en | Provinces de la Région wallonne" (Hoge Raad van Steden, Gemeenten en |
Provincies van het Waalse Gewest), gegeven op 7 april 2004; | Provincies van het Waalse Gewest), gegeven op 7 april 2004; |
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 17 mei 2004, | Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 17 mei 2004, |
overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde | overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde |
wetten op de Raad van State van 2 april 2003; | wetten op de Raad van State van 2 april 2003; |
Op de voordracht van de Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie, | Op de voordracht van de Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie, |
Besluit : | Besluit : |
Titel 1. - Begripsomschrijvingen | Titel 1. - Begripsomschrijvingen |
Artikel 1.In dit besluit dient te worden verstaan onder : |
Artikel 1.In dit besluit dient te worden verstaan onder : |
- gemeentelijk mobiliteitsplan : het document dat wordt opgemaakt | - gemeentelijk mobiliteitsplan : het document dat wordt opgemaakt |
overeenkomstig titel 3 van het decreet van 1 april 2004 betreffende de | overeenkomstig titel 3 van het decreet van 1 april 2004 betreffende de |
plaatselijke mobiliteit en toegankelijkheid; | plaatselijke mobiliteit en toegankelijkheid; |
- plan inzake schoolverplaatsingen : het document dat wordt opgemaakt | - plan inzake schoolverplaatsingen : het document dat wordt opgemaakt |
overeenkomstig het decreet van 1 april 2004 betreffende het | overeenkomstig het decreet van 1 april 2004 betreffende het |
schoolvervoer en de plannen inzake schoolverplaatsingen; | schoolvervoer en de plannen inzake schoolverplaatsingen; |
- minister : de Minister bevoegd voor Vervoer en Mobiliteit; | - minister : de Minister bevoegd voor Vervoer en Mobiliteit; |
- decreet betreffende de plaatselijke mobiliteit en toegankelijkheid : | - decreet betreffende de plaatselijke mobiliteit en toegankelijkheid : |
het decreet van 1 april 2004 betreffende de plaatselijke mobiliteit en | het decreet van 1 april 2004 betreffende de plaatselijke mobiliteit en |
toegankelijkheid; | toegankelijkheid; |
- mobiliteitsadviseur : de persoon bedoeld in artikel 2, 6°, van het | - mobiliteitsadviseur : de persoon bedoeld in artikel 2, 6°, van het |
decreet van 1 april 2004 betreffende de plaatselijke mobiliteit en | decreet van 1 april 2004 betreffende de plaatselijke mobiliteit en |
toegankelijkheid; | toegankelijkheid; |
- driejarenprogramma voor werken : driejarenprogramma voor | - driejarenprogramma voor werken : driejarenprogramma voor |
gesubsidieerde werken, aangenomen door de regering in de zin van het | gesubsidieerde werken, aangenomen door de regering in de zin van het |
decreet van 29 april 2004 betreffende de subsidies toegekend door het | decreet van 29 april 2004 betreffende de subsidies toegekend door het |
Gewest aan bepaalde investeringen van openbaar nut. | Gewest aan bepaalde investeringen van openbaar nut. |
Titel 2. - Uitwerking en herziening van een gemeentelijk | Titel 2. - Uitwerking en herziening van een gemeentelijk |
mobiliteitsplan | mobiliteitsplan |
Art. 2.§ 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten komt elke |
Art. 2.§ 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten komt elke |
gemeente die een gemeentelijk mobiliteitsplan uitwerkt vanwege de | gemeente die een gemeentelijk mobiliteitsplan uitwerkt vanwege de |
minister in aanmerking voor een subsidie die 75 % vertegenwoordigt van | minister in aanmerking voor een subsidie die 75 % vertegenwoordigt van |
het ereloon van de projectontwerper of van de gemeentelijke | het ereloon van de projectontwerper of van de gemeentelijke |
personeelslasten voor de uitwerking van dat plan indien één of | personeelslasten voor de uitwerking van dat plan indien één of |
meerdere personen specifiek ingezet worden voor dat project, waaronder | meerdere personen specifiek ingezet worden voor dat project, waaronder |
hoe dan ook één mobiliteitsadviseur, met een maximumbedrag van | hoe dan ook één mobiliteitsadviseur, met een maximumbedrag van |
tweehonderdduizend euro. Dat bedrag wordt op tweehonderdvijftigduizend | tweehonderdduizend euro. Dat bedrag wordt op tweehonderdvijftigduizend |
euro gebracht voor de gemeenten die meer dan vijftigduizend inwoners | euro gebracht voor de gemeenten die meer dan vijftigduizend inwoners |
tellen. | tellen. |
De herziening van een gemeentelijk mobiliteitsplan zoals bedoeld in | De herziening van een gemeentelijk mobiliteitsplan zoals bedoeld in |
artikel 26, § 2, 1° of 2°, wordt gelijkgesteld met een uitwerking. | artikel 26, § 2, 1° of 2°, wordt gelijkgesteld met een uitwerking. |
§ 2. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de minister een | § 2. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de minister een |
subsidie toekennen aan een gemeente om een maximum van 75 % van de | subsidie toekennen aan een gemeente om een maximum van 75 % van de |
kosten te dekken met betrekking tot : | kosten te dekken met betrekking tot : |
- een studie ter aanvulling van het gemeentelijk mobiliteitsplan; | - een studie ter aanvulling van het gemeentelijk mobiliteitsplan; |
- de begeleiding en de animatie van een raadplegings- of overlegronde | - de begeleiding en de animatie van een raadplegings- of overlegronde |
met de burgers en de vertegenwoordigers van gestelde verenigingen, in | met de burgers en de vertegenwoordigers van gestelde verenigingen, in |
verband met het gemeentelijk mobiliteitsplan of het hertalen van | verband met het gemeentelijk mobiliteitsplan of het hertalen van |
documenten uit het gemeentelijk mobiliteitsplan; | documenten uit het gemeentelijk mobiliteitsplan; |
- na advies van de opvolgingscommissie bedoeld in artikel 13 van het | - na advies van de opvolgingscommissie bedoeld in artikel 13 van het |
decreet betreffende de plaatselijke mobiliteit en toegankelijkheid, | decreet betreffende de plaatselijke mobiliteit en toegankelijkheid, |
een studie voor het conformmaken van het gemeentelijk mobiliteitsplan | een studie voor het conformmaken van het gemeentelijk mobiliteitsplan |
bedoeld in artikel 33 van dat decreet. | bedoeld in artikel 33 van dat decreet. |
Art. 3.De toekenning van de subsidie bedoeld in artikel 2 wordt |
Art. 3.De toekenning van de subsidie bedoeld in artikel 2 wordt |
ondergeschikt gemaakt aan : | ondergeschikt gemaakt aan : |
1° het bestaan van een adviesverlenende commissie op het vlak van | 1° het bestaan van een adviesverlenende commissie op het vlak van |
ruimtelijke ordening, overeenkomstig artikel 7 van het Waalse Wetboek | ruimtelijke ordening, overeenkomstig artikel 7 van het Waalse Wetboek |
van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium of, in voorkomend | van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium of, in voorkomend |
geval, een plaatselijke commissie voor landelijke ontwikkeling | geval, een plaatselijke commissie voor landelijke ontwikkeling |
overeenkomstig artikel 5 van het decreet van 6 juni 1991 betreffende | overeenkomstig artikel 5 van het decreet van 6 juni 1991 betreffende |
de landelijke ontwikkeling; | de landelijke ontwikkeling; |
2° de aanwezigheid van een mobiliteitsadviseur in het gemeentebestuur. | 2° de aanwezigheid van een mobiliteitsadviseur in het gemeentebestuur. |
Art. 4.§ 1. Op grond van een motiveringsschrijven en een |
Art. 4.§ 1. Op grond van een motiveringsschrijven en een |
begrotingsraming kan de gemeente de minister om een beginselakkoord | begrotingsraming kan de gemeente de minister om een beginselakkoord |
verzoeken over de financiering van een studie zoals bedoeld in artikel | verzoeken over de financiering van een studie zoals bedoeld in artikel |
2. De minister beantwoordt het verzoek van de gemeente binnen de twee | 2. De minister beantwoordt het verzoek van de gemeente binnen de twee |
maanden volgend op de ontvangst van dat verzoek. | maanden volgend op de ontvangst van dat verzoek. |
De gemeente kan voor technische bijstand van het Directoraat-generaal | De gemeente kan voor technische bijstand van het Directoraat-generaal |
Vervoer in aanmerking komen, meer bepaald om een projectontwerper aan | Vervoer in aanmerking komen, meer bepaald om een projectontwerper aan |
te wijzen, een modelbestek te krijgen of een overeenkomst tussen de | te wijzen, een modelbestek te krijgen of een overeenkomst tussen de |
gemeente en de projectontwerper op te stellen. | gemeente en de projectontwerper op te stellen. |
§ 2. Het dossier van de subsidieaanvraag, gericht aan de minister, | § 2. Het dossier van de subsidieaanvraag, gericht aan de minister, |
wordt door het college van burgemeester en schepenen ingediend bij het | wordt door het college van burgemeester en schepenen ingediend bij het |
Directoraat-generaal Vervoer, dat het dossier behandelt. Het dossier | Directoraat-generaal Vervoer, dat het dossier behandelt. Het dossier |
bevat : | bevat : |
1° een afschrift van het gemeenteraadsbesluit van de tot uitwerking, | 1° een afschrift van het gemeenteraadsbesluit van de tot uitwerking, |
herziening of aanvulling van het gemeentelijk mobiliteitsplan; | herziening of aanvulling van het gemeentelijk mobiliteitsplan; |
2° een afschrift van het gemeenteraadsbesluit tot aanwijzing van een | 2° een afschrift van het gemeenteraadsbesluit tot aanwijzing van een |
projectontwerper met, als bijlage, het aanbestedingsverslag; | projectontwerper met, als bijlage, het aanbestedingsverslag; |
3° in voorkomend geval, een afschrift van de overeenkomst gesloten | 3° in voorkomend geval, een afschrift van de overeenkomst gesloten |
tussen de gemeente en de aangewezen projectontwerper; | tussen de gemeente en de aangewezen projectontwerper; |
4° op grond van een verantwoordingsstuk, het bedrag van het ereloon | 4° op grond van een verantwoordingsstuk, het bedrag van het ereloon |
van de projectontwerper en, in voorkomend geval, de gedetailleerde | van de projectontwerper en, in voorkomend geval, de gedetailleerde |
gemeentelijke personeelslasten voor de opmaak en de uitwerking van het | gemeentelijke personeelslasten voor de opmaak en de uitwerking van het |
gemeentelijk mobiliteitsplan, de prestaties van een | gemeentelijk mobiliteitsplan, de prestaties van een |
mobiliteitsadviseur die in aanmerking komt voor een subsidie | mobiliteitsadviseur die in aanmerking komt voor een subsidie |
overeenkomstig artikel 23, § 3, van het decreet betreffende de | overeenkomstig artikel 23, § 3, van het decreet betreffende de |
plaatselijke mobiliteit en toegankelijkheid uitgesloten. | plaatselijke mobiliteit en toegankelijkheid uitgesloten. |
§ 3. Er wordt een overeenkomst gesloten tussen de minister en de | § 3. Er wordt een overeenkomst gesloten tussen de minister en de |
gemeente ter regeling van de bijzonderheden in het gebruik van de | gemeente ter regeling van de bijzonderheden in het gebruik van de |
subsidie met betrekking tot de studie. | subsidie met betrekking tot de studie. |
§ 4. Voor de uitwerking, de herziening of het conformmaken van een | § 4. Voor de uitwerking, de herziening of het conformmaken van een |
gemeentelijk mobiliteitsplan wordt de projectontwerper bedoeld in § 2, | gemeentelijk mobiliteitsplan wordt de projectontwerper bedoeld in § 2, |
2°, erkend overeenkomstig artikel 14 van het decreet betreffende de | 2°, erkend overeenkomstig artikel 14 van het decreet betreffende de |
plaatselijke mobiliteit en toegankelijkheid. | plaatselijke mobiliteit en toegankelijkheid. |
Art. 5.De vereffening van de subsidie geschiedt als volgt : |
Art. 5.De vereffening van de subsidie geschiedt als volgt : |
1° dertig percent van de subsidie bij goedkeuring van het dossier voor | 1° dertig percent van de subsidie bij goedkeuring van het dossier voor |
de subsidieaanvraag door de minister; | de subsidieaanvraag door de minister; |
2° dertig percent van de subsidie op grond van verantwoordingsstukken | 2° dertig percent van de subsidie op grond van verantwoordingsstukken |
waaruit het doel van het plan blijkt, met, in voorkomend geval, als | waaruit het doel van het plan blijkt, met, in voorkomend geval, als |
bijlage, de verantwoordingsstukken inzake personeelskosten; | bijlage, de verantwoordingsstukken inzake personeelskosten; |
3° veertig percent van de subsidie na goedkeuring van het gemeentelijk | 3° veertig percent van de subsidie na goedkeuring van het gemeentelijk |
mobiliteitsplan door de gemeenteraad na afloop van de termijn bedoeld | mobiliteitsplan door de gemeenteraad na afloop van de termijn bedoeld |
in artikel 21, § 2, van het decreet betreffende de plaatselijke | in artikel 21, § 2, van het decreet betreffende de plaatselijke |
mobiliteit en toegankelijkheid. | mobiliteit en toegankelijkheid. |
Art. 6.Indien de groepering van gemeenten door de minister relevant |
Art. 6.Indien de groepering van gemeenten door de minister relevant |
wordt geacht, wordt het maximumbedrag bedoeld in artikel 2 | wordt geacht, wordt het maximumbedrag bedoeld in artikel 2 |
vermenigvuldigd door het aantal gegroepeerde gemeenten. | vermenigvuldigd door het aantal gegroepeerde gemeenten. |
Titel 3. - Uitvoering van de maatregelen uit het gemeentelijk | Titel 3. - Uitvoering van de maatregelen uit het gemeentelijk |
mobiliteitsplan of het plan inzake de schoolverplaatsingen | mobiliteitsplan of het plan inzake de schoolverplaatsingen |
HOOFDSTUK I. - Investeringen van het Gewest uit hoofde van | HOOFDSTUK I. - Investeringen van het Gewest uit hoofde van |
samenwerkingsverbanden | samenwerkingsverbanden |
Art. 7.Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de |
Art. 7.Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de |
minister de "Société régionale wallonne du Transport" (Gewestelijke | minister de "Société régionale wallonne du Transport" (Gewestelijke |
Waalse Vervoermaatschappij) subsidies toewijzen ten belope van 100 % | Waalse Vervoermaatschappij) subsidies toewijzen ten belope van 100 % |
voor de verwezenlijking van investeringen die voldoen aan de drie | voor de verwezenlijking van investeringen die voldoen aan de drie |
hierna omschreven voorwaarden : | hierna omschreven voorwaarden : |
1° zij bekleden een nuttige plaats in een aangenomen gemeentelijk | 1° zij bekleden een nuttige plaats in een aangenomen gemeentelijk |
mobiliteitsplan; | mobiliteitsplan; |
2° zij maken een samenwerkingsverband tussen verschillende | 2° zij maken een samenwerkingsverband tussen verschillende |
opdrachtgevers nodig; | opdrachtgevers nodig; |
3° zij beogen; | 3° zij beogen; |
- een gebruikersvriendelijke overgang tussen verschillende | - een gebruikersvriendelijke overgang tussen verschillende |
vervoersmodi; of | vervoersmodi; of |
- een verbeterde totstandkoming voor het openbaar vervoer, het | - een verbeterde totstandkoming voor het openbaar vervoer, het |
carpoolen, het fietsen of het stappen of voor de toegankelijkheid voor | carpoolen, het fietsen of het stappen of voor de toegankelijkheid voor |
personen met beperkte beweeglijkheid; of | personen met beperkte beweeglijkheid; of |
- een betere verkeersveiligheid. | - een betere verkeersveiligheid. |
Art. 8.De "Société régionale wallonne du Transport" legt jaarlijks na |
Art. 8.De "Société régionale wallonne du Transport" legt jaarlijks na |
overleg met het Directoraat-generaal Autowegen en Wegen en het | overleg met het Directoraat-generaal Autowegen en Wegen en het |
Directoraat-generaal Vervoer een investeringsprogramma over meerdere | Directoraat-generaal Vervoer een investeringsprogramma over meerdere |
jaren waarin alle subsidiabele investeringsprogramma's bedoeld in | jaren waarin alle subsidiabele investeringsprogramma's bedoeld in |
artikel 7 over de betrokken periode opgenomen zijn, ter goedkeuring | artikel 7 over de betrokken periode opgenomen zijn, ter goedkeuring |
aan de minister voor. | aan de minister voor. |
Voor elk project wordt er een dossier opgesteld dat een algemene | Voor elk project wordt er een dossier opgesteld dat een algemene |
presentatie, de noodzakelijke samenwerkingsverbanden, de financiële | presentatie, de noodzakelijke samenwerkingsverbanden, de financiële |
studie, de uitvoeringskalender, de programmering van de noodzakelijke | studie, de uitvoeringskalender, de programmering van de noodzakelijke |
overheidsopdrachten, de financiële programmering van de vastleggingen | overheidsopdrachten, de financiële programmering van de vastleggingen |
en betalingen inhoudt. | en betalingen inhoudt. |
Art. 9.§ 1. Op grond van het meerjarenprogramma legt de "Société |
Art. 9.§ 1. Op grond van het meerjarenprogramma legt de "Société |
régionale wallonne du Transport" de minister jaarlijks uiterlijk op 15 | régionale wallonne du Transport" de minister jaarlijks uiterlijk op 15 |
juli het tijdens het daaropvolgend begrotingsjaar te subsidiëren | juli het tijdens het daaropvolgend begrotingsjaar te subsidiëren |
overheidsopdrachtenprogramma voor. | overheidsopdrachtenprogramma voor. |
Voor elk project wordt een dossier opgesteld waarin de omschrijving en | Voor elk project wordt een dossier opgesteld waarin de omschrijving en |
de verantwoording van de in het vooruitzicht gestelde verrichtingen | de verantwoording van de in het vooruitzicht gestelde verrichtingen |
wordt opgenomen, meer bepaald tegenover het gemeentelijk | wordt opgenomen, meer bepaald tegenover het gemeentelijk |
mobiliteitsplan van de betrokken gemeente, alsmede een ramend bestek | mobiliteitsplan van de betrokken gemeente, alsmede een ramend bestek |
en een programma van uitvoering ervan en de verdeling van het | en een programma van uitvoering ervan en de verdeling van het |
bouwheerschap van de projecten met het Directoraat-generaal Autowegen | bouwheerschap van de projecten met het Directoraat-generaal Autowegen |
en Wegen. | en Wegen. |
§ 2. De minister stelt het jaarlijks programma vast en neemt het op in | § 2. De minister stelt het jaarlijks programma vast en neemt het op in |
het verantwoordingsprogramma van het begrotingsdecreet. | het verantwoordingsprogramma van het begrotingsdecreet. |
Binnen de dertig dagen na goedkeuring van het jaarlijks programma en | Binnen de dertig dagen na goedkeuring van het jaarlijks programma en |
ten vroegste op 15 januari van het betrokken begrotingsjaar worden de | ten vroegste op 15 januari van het betrokken begrotingsjaar worden de |
subsidies vastgelegd en daarvan wordt aan de "Société régionale" | subsidies vastgelegd en daarvan wordt aan de "Société régionale" |
kennis gegeven. | kennis gegeven. |
§ 3. Na afloop van de termijn van drie jaar vermeld in artikel 10 | § 3. Na afloop van de termijn van drie jaar vermeld in artikel 10 |
wordt het deel van de overeenstemmende vastlegging door de minister | wordt het deel van de overeenstemmende vastlegging door de minister |
tenietgedaan indien er niet kennis is gegeven van een | tenietgedaan indien er niet kennis is gegeven van een |
overheidsopdracht bepaald in het programma. De minister kan die | overheidsopdracht bepaald in het programma. De minister kan die |
termijn met één jaar verlengen. | termijn met één jaar verlengen. |
Art. 10.Tijdens de periode van drie jaar volgend op de datum van |
Art. 10.Tijdens de periode van drie jaar volgend op de datum van |
goedkeuring van een jaarlijks programma kan de "Société régionale" na | goedkeuring van een jaarlijks programma kan de "Société régionale" na |
overleg met het Directoraat-generaal Autowegen en Wegen en het | overleg met het Directoraat-generaal Autowegen en Wegen en het |
Directoraat-generaal Vervoer wijzigingen in dat programma, met | Directoraat-generaal Vervoer wijzigingen in dat programma, met |
inachtneming van het bedrag en de procedure bedoeld in de artikelen 8 | inachtneming van het bedrag en de procedure bedoeld in de artikelen 8 |
en 9, ter goedkeuring aan de minister voorleggen. | en 9, ter goedkeuring aan de minister voorleggen. |
Art. 11.De subsidies worden als volgt vereffend : |
Art. 11.De subsidies worden als volgt vereffend : |
1° de helft van het aanvankelijk bedrag van de overheidsopdracht wordt | 1° de helft van het aanvankelijk bedrag van de overheidsopdracht wordt |
vereffend binnen de maand van de aanvraag van de "Société régionale", | vereffend binnen de maand van de aanvraag van de "Société régionale", |
op grond van de datum van het bevel om de prestaties aan te vangen; | op grond van de datum van het bevel om de prestaties aan te vangen; |
2° het overblijvend bedrag van de overheidsopdracht wordt vereffend op | 2° het overblijvend bedrag van de overheidsopdracht wordt vereffend op |
grond van de eindafrekening van de prestaties. | grond van de eindafrekening van de prestaties. |
HOOFDSTUK II. - Aanvullende gemeentelijke financieringen | HOOFDSTUK II. - Aanvullende gemeentelijke financieringen |
Art. 12.§ 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten |
Art. 12.§ 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten |
kan de minister de gemeenten die over een aangenomen of een globaal | kan de minister de gemeenten die over een aangenomen of een globaal |
sinds minder dan twaalf jaar herzien gemeentelijke mobiliteitsplan dan | sinds minder dan twaalf jaar herzien gemeentelijke mobiliteitsplan dan |
wel over een plan inzake schoolverplaatsingen waarvan de minister | wel over een plan inzake schoolverplaatsingen waarvan de minister |
sinds minder dan vijf jaar akte genomen heeft, beschikken, een | sinds minder dan vijf jaar akte genomen heeft, beschikken, een |
subsidie toewijzen voor de verwezenlijking van projecten die aan | subsidie toewijzen voor de verwezenlijking van projecten die aan |
volgende voorwaarden voldoen : | volgende voorwaarden voldoen : |
1° zij bekleden een nuttige plaats in het aangenomen gemeentelijk | 1° zij bekleden een nuttige plaats in het aangenomen gemeentelijk |
moibiliteitsplan of in een plan inzake schoolverplaatsingen; | moibiliteitsplan of in een plan inzake schoolverplaatsingen; |
2° zij beogen | 2° zij beogen |
- een gebruikersvriendelijke overgang tussen verschillende | - een gebruikersvriendelijke overgang tussen verschillende |
verplaatsingswijzen; of | verplaatsingswijzen; of |
- een verbeterde totstandkoming voor het openbaar vervoer, het | - een verbeterde totstandkoming voor het openbaar vervoer, het |
carpoolen, het fietsen of het stappen of voor de toegankelijkheid voor | carpoolen, het fietsen of het stappen of voor de toegankelijkheid voor |
personen met beperkte beweeglijkheid; of | personen met beperkte beweeglijkheid; of |
- een betere verkeersveiligheid; | - een betere verkeersveiligheid; |
3° zij zijn niet inbegrepen in of zijn niet teruggetrokken uit het | 3° zij zijn niet inbegrepen in of zijn niet teruggetrokken uit het |
driejarenprogramma voor werken. | driejarenprogramma voor werken. |
§ 2. De subsidie dekt 75 % van het bedrag van het project en wordt | § 2. De subsidie dekt 75 % van het bedrag van het project en wordt |
beperkt tot 150.000 euro voor de gemeenten met minder dan 10 000 | beperkt tot 150.000 euro voor de gemeenten met minder dan 10 000 |
inwoners, tot 200.000 euro voor de gemeenten die van 10 000 tot minder | inwoners, tot 200.000 euro voor de gemeenten die van 10 000 tot minder |
dan 50 000 inwoners tellen en tot 250.000 euro voor de gemeenten met | dan 50 000 inwoners tellen en tot 250.000 euro voor de gemeenten met |
meer dan 50 000 inwoners. | meer dan 50 000 inwoners. |
Art. 13.§ 1. De dossiers worden door de gemeenten tegen 1 december |
Art. 13.§ 1. De dossiers worden door de gemeenten tegen 1 december |
ingediend bij het Directoraat-generaal Vervoer ter attentie van de | ingediend bij het Directoraat-generaal Vervoer ter attentie van de |
minister. Elk dossier bevat minstens : | minister. Elk dossier bevat minstens : |
- de gedetailleerde omschrijving van het project, met inbegrip van | - de gedetailleerde omschrijving van het project, met inbegrip van |
meer bepaald de doelstellingen, het verband met het gemeentelijk | meer bepaald de doelstellingen, het verband met het gemeentelijk |
mobiliteitsplan of het plan inzake schoolverplaatsingen; | mobiliteitsplan of het plan inzake schoolverplaatsingen; |
- de samenwerkingsverbanden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering | - de samenwerkingsverbanden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering |
van het project en de eventuele banden met andere maatregelen of | van het project en de eventuele banden met andere maatregelen of |
projecten die opgenomen zijn in het gemeentelijk mobiliteitsplan; | projecten die opgenomen zijn in het gemeentelijk mobiliteitsplan; |
- de cijfermatige raming van het project, evenals het tijdschema dat | - de cijfermatige raming van het project, evenals het tijdschema dat |
voor de verwezenlijking van het project bepaald wordt. | voor de verwezenlijking van het project bepaald wordt. |
Art. 14.§ 1. Op voorstel van het Directoraat-generaal Vervoer richt |
Art. 14.§ 1. Op voorstel van het Directoraat-generaal Vervoer richt |
de minister tegen 1 februari een belofte tot subsidie aan de in | de minister tegen 1 februari een belofte tot subsidie aan de in |
aanmerking genomen gemeenten. | aanmerking genomen gemeenten. |
§ 2. Die belofte wordt verbonden aan de voorwaarde dat de gemeente het | § 2. Die belofte wordt verbonden aan de voorwaarde dat de gemeente het |
Directoraat-generaal Vervoer binnen de acht maanden volgend op de | Directoraat-generaal Vervoer binnen de acht maanden volgend op de |
kennisgeving van de belofte tot subsidiëring en uiterlijk tegen 1 | kennisgeving van de belofte tot subsidiëring en uiterlijk tegen 1 |
oktober een aanvullend dossier overmaakt met minstens : | oktober een aanvullend dossier overmaakt met minstens : |
- het bestek, de opmetingsstaten en de plannen voor de in het | - het bestek, de opmetingsstaten en de plannen voor de in het |
vooruitzicht gestelde inrichting, evenals de gedetailleerde financiële | vooruitzicht gestelde inrichting, evenals de gedetailleerde financiële |
ramingen; | ramingen; |
- een nota waarin bevestigd wordt dat de gemeente eigenaar is van de | - een nota waarin bevestigd wordt dat de gemeente eigenaar is van de |
betrokken gronden, in voorkomend geval, of dat de eigenaar van de | betrokken gronden, in voorkomend geval, of dat de eigenaar van de |
betrokken gronden de verwezenlijking van de werken aanvaardt of nog de | betrokken gronden de verwezenlijking van de werken aanvaardt of nog de |
beslissing van de gemeenteraad tot onteigening van de betrokken | beslissing van de gemeenteraad tot onteigening van de betrokken |
gronden; | gronden; |
- het advies van de adviesverlenende commissie op het vlak van | - het advies van de adviesverlenende commissie op het vlak van |
ruimtelijke ordening of, in voorkomend geval, van de plaatselijke | ruimtelijke ordening of, in voorkomend geval, van de plaatselijke |
commissie voor landelijke ontwikkeling; het uitblijven van dat advies | commissie voor landelijke ontwikkeling; het uitblijven van dat advies |
in het dossier wordt gemotiveerd; | in het dossier wordt gemotiveerd; |
- het geprogrammeerde tijdsschema voor de uitvoering van de | - het geprogrammeerde tijdsschema voor de uitvoering van de |
immateriële projecten. | immateriële projecten. |
§ 3. Indien er een stedenbouwkundige vergunning nodig is, wordt er een | § 3. Indien er een stedenbouwkundige vergunning nodig is, wordt er een |
overlegvergadering met de gemachtigd ambtenaar belegd. Het verslag van | overlegvergadering met de gemachtigd ambtenaar belegd. Het verslag van |
die vergadering wordt bij het aanvullend dossier gevoegd. | die vergadering wordt bij het aanvullend dossier gevoegd. |
§ 4. De subsidiebelofte tegenover een gemeente zoals bedoeld in § 1 | § 4. De subsidiebelofte tegenover een gemeente zoals bedoeld in § 1 |
wordt op datum van 1 oktober ondergeschikt gemaakt, in voorkomend | wordt op datum van 1 oktober ondergeschikt gemaakt, in voorkomend |
geval, aan : | geval, aan : |
- het opstarten van de werken met betrekking tot een subsidie zoals | - het opstarten van de werken met betrekking tot een subsidie zoals |
bedoeld in artikel 12, die toegewezen wordt in het voorgaande | bedoeld in artikel 12, die toegewezen wordt in het voorgaande |
begrotingsjaar; of | begrotingsjaar; of |
- het zich niet voordoen van een vertraging die langer duurt dan 50 % | - het zich niet voordoen van een vertraging die langer duurt dan 50 % |
van het tijdschema voor de verwezenlijking van een immaterieel project | van het tijdschema voor de verwezenlijking van een immaterieel project |
met betrekking tot een subsidie bedoeld in artikel 12, die toegewezen | met betrekking tot een subsidie bedoeld in artikel 12, die toegewezen |
wordt in het voorgaande begrotingsjaar. | wordt in het voorgaande begrotingsjaar. |
Als deel uitmakend van de subsidies bedoeld in artikel 12 worden de | Als deel uitmakend van de subsidies bedoeld in artikel 12 worden de |
subsidies beschouwd die aan de gemeenten zijn toegekend als | subsidies beschouwd die aan de gemeenten zijn toegekend als |
"impulskredieten" voor de jaren 1999 tot en met 2004. | "impulskredieten" voor de jaren 1999 tot en met 2004. |
Art. 15.De subsidie wordt vereffend als volgt : |
Art. 15.De subsidie wordt vereffend als volgt : |
- 15 % onmiddellijk na goedkeuring van het subsidiebesluit door de | - 15 % onmiddellijk na goedkeuring van het subsidiebesluit door de |
minister; | minister; |
- 35 % op grond van de beslissing van de gemeenteraad tot toewijzing | - 35 % op grond van de beslissing van de gemeenteraad tot toewijzing |
van de overheidsopdracht, met als bijlage het aanbestedingsverslag en | van de overheidsopdracht, met als bijlage het aanbestedingsverslag en |
de kennisgeving van de opdracht; | de kennisgeving van de opdracht; |
- het overblijvend bedrag op grond van het proces-verbaal van | - het overblijvend bedrag op grond van het proces-verbaal van |
voorlopige oplevering van de werken, in voorkomend geval, en van de | voorlopige oplevering van de werken, in voorkomend geval, en van de |
eindafrekening. | eindafrekening. |
Art. 16.Na afloop van een termijn van twee jaar te rekenen van de |
Art. 16.Na afloop van een termijn van twee jaar te rekenen van de |
kennisgeving van de subsidie door de minister en indien het | kennisgeving van de subsidie door de minister en indien het |
overblijvend gedeelte van de subsidie niet vereffend wordt, verliest | overblijvend gedeelte van de subsidie niet vereffend wordt, verliest |
de subsidiegerechtigde het recht op subsidie voor het niet-uitgevoerde | de subsidiegerechtigde het recht op subsidie voor het niet-uitgevoerde |
gedeelte. De minister kan die termijn met een beperkte periode | gedeelte. De minister kan die termijn met een beperkte periode |
verlengen. | verlengen. |
Art. 17.§ 1. Het decreet van 1 april 2004 betreffende de plaatselijke |
Art. 17.§ 1. Het decreet van 1 april 2004 betreffende de plaatselijke |
mobiliteit en toegankelijkheid treedt in werking op 1 november 2004. | mobiliteit en toegankelijkheid treedt in werking op 1 november 2004. |
§ 2. Dit besluit treedt in werking op 1 november 2004. | § 2. Dit besluit treedt in werking op 1 november 2004. |
Art. 18.De minister van Vervoer en Mobiliteit is belast met de |
Art. 18.De minister van Vervoer en Mobiliteit is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Namen, 27 mei 2004. | Namen, 27 mei 2004. |
De Minister-President, | De Minister-President, |
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE | J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE |
De Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie, | De Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie, |
J. DARAS | J. DARAS |