Besluit van de Waalse Regering betreffende de gekoppelde steun aan eiwithoudende gewassen, vrouwelijke vleesrunderen, gemengde koeien, melkkoeien en schapen | Besluit van de Waalse Regering betreffende de gekoppelde steun aan eiwithoudende gewassen, vrouwelijke vleesrunderen, gemengde koeien, melkkoeien en schapen |
---|---|
WAALSE OVERHEIDSDIENST | WAALSE OVERHEIDSDIENST |
23 FEBRUARI 2023. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de | 23 FEBRUARI 2023. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de |
gekoppelde steun aan eiwithoudende gewassen, vrouwelijke | gekoppelde steun aan eiwithoudende gewassen, vrouwelijke |
vleesrunderen, gemengde koeien, melkkoeien en schapen | vleesrunderen, gemengde koeien, melkkoeien en schapen |
De Waalse Regering, | De Waalse Regering, |
Gelet op Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de | Gelet op Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de |
Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake | Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake |
steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van | steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van |
het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische | het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische |
GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en | GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en |
het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden | het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden |
gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 | gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 |
en (EU) nr. 1307/2013 | en (EU) nr. 1307/2013 |
Gelet op het Waalse Landbouwwetboek, artikelen D.4, D.241 en D.242; | Gelet op het Waalse Landbouwwetboek, artikelen D.4, D.241 en D.242; |
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 7 mei 2015 tot | Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 7 mei 2015 tot |
toekenning van een gekoppelde steun aan de landbouwers voor | toekenning van een gekoppelde steun aan de landbouwers voor |
vrouwelijke vleesrunderen, gemengde koeien, melkkoeien en schapen; | vrouwelijke vleesrunderen, gemengde koeien, melkkoeien en schapen; |
Gelet op het ministerieel besluit van 7 mei 2015 tot uitvoering van | Gelet op het ministerieel besluit van 7 mei 2015 tot uitvoering van |
het besluit van de Waalse Regering van 7 mei 2015 tot toekenning van | het besluit van de Waalse Regering van 7 mei 2015 tot toekenning van |
een gekoppelde steun aan de landbouwers voor vrouwelijke | een gekoppelde steun aan de landbouwers voor vrouwelijke |
vleesrunderen, gemengde koeien, melkkoeien en schapen; | vleesrunderen, gemengde koeien, melkkoeien en schapen; |
Gelet op het rapport van 18 november 2022 opgemaakt overeenkomstig | Gelet op het rapport van 18 november 2022 opgemaakt overeenkomstig |
artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering | artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering |
van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties | van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties |
die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie | die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie |
van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen | van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen |
; | ; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 |
november 2022; | november 2022; |
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 1 | Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 1 |
december 2022; | december 2022; |
Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de federale | Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de federale |
overheid op 15 december 2022; | overheid op 15 december 2022; |
Gelet op het verzoek om advies binnen een termijn van dertig dagen, | Gelet op het verzoek om advies binnen een termijn van dertig dagen, |
gericht aan de Raad van State op 27 december 2022, overeenkomstig | gericht aan de Raad van State op 27 december 2022, overeenkomstig |
artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, | artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, |
gecoördineerd op 12 januari 1973; | gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Gelet op het uitblijven van advies binnen deze termijn; | Gelet op het uitblijven van advies binnen deze termijn; |
Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van | Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van |
State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Landbouw; | Op de voordracht van de Minister van Landbouw; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK 1. - Gemeenschappelijke bepalingen en definities | HOOFDSTUK 1. - Gemeenschappelijke bepalingen en definities |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit en de desbetreffende |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit en de desbetreffende |
uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : | uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : |
1° administratie: de administratie in de zin van artikel D.3, 3°, van | 1° administratie: de administratie in de zin van artikel D.3, 3°, van |
het Waalse Landbouwwetboek; | het Waalse Landbouwwetboek; |
2° actieve landbouwer : de actieve landbouwer in de zin van deel 2, | 2° actieve landbouwer : de actieve landbouwer in de zin van deel 2, |
hoofdstuk 5, van het besluit van de Waalse regering van 23 februari | hoofdstuk 5, van het besluit van de Waalse regering van 23 februari |
2023; | 2023; |
3° besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023: het besluit | 3° besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023: het besluit |
van de Waalse Regering van 23 februari 2023 inzake gemeenschappelijke | van de Waalse Regering van 23 februari 2023 inzake gemeenschappelijke |
begrippen voor de interventies en steunmaatregelen in het kader van | begrippen voor de interventies en steunmaatregelen in het kader van |
het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de conditionaliteit; | het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de conditionaliteit; |
4° vrouwelijke vleesrunderen : vrouwelijke runderen van het | 4° vrouwelijke vleesrunderen : vrouwelijke runderen van het |
vleesrastype vrouwelijke runderen van het vleesrastype overeenkomstig | vleesrastype vrouwelijke runderen van het vleesrastype overeenkomstig |
artikel 11, tweede lid ; | artikel 11, tweede lid ; |
5° schaap: het schaap van zes maanden of ouder; | 5° schaap: het schaap van zes maanden of ouder; |
6° veebezetting : de veebezetting in de zin van artikel 2, 12°, van | 6° veebezetting : de veebezetting in de zin van artikel 2, 12°, van |
het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023; | het besluit van de Waalse Regering van 23 februari 2023; |
7° veestapel: alle dieren, per categorie gedefinieerd in de afdelingen | 7° veestapel: alle dieren, per categorie gedefinieerd in de afdelingen |
2 tot en met 5 van hoofdstuk 3, die behoren tot het beslag dat door | 2 tot en met 5 van hoofdstuk 3, die behoren tot het beslag dat door |
een landbouwer wordt beheerd en gehouden en dat verbonden is met een | een landbouwer wordt beheerd en gehouden en dat verbonden is met een |
productie-eenheid van de landbouwer zoals geregistreerd in het GBCS; | productie-eenheid van de landbouwer zoals geregistreerd in het GBCS; |
8° verzamelaanvraag: de verzamelaanvraag in de zin van artikel D.3, | 8° verzamelaanvraag: de verzamelaanvraag in de zin van artikel D.3, |
13°, van het Waalse Landbouwwetboek; | 13°, van het Waalse Landbouwwetboek; |
9° identificatie- en registratievoorschriften voor dieren : de | 9° identificatie- en registratievoorschriften voor dieren : de |
voorschriften in deel IV, titel I, hoofdstuk 2, afdeling 1, van | voorschriften in deel IV, titel I, hoofdstuk 2, afdeling 1, van |
Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 | Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 |
maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en | maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en |
intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid | intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid |
en de voorschriften in de hoofdstukken VI, IX en X van het koninklijk | en de voorschriften in de hoofdstukken VI, IX en X van het koninklijk |
besluit van 20 mei 2022 betreffende de identificatie en de registratie | besluit van 20 mei 2022 betreffende de identificatie en de registratie |
van bepaalde hoefdieren, pluimvee, konijnen en bepaalde vogels; | van bepaalde hoefdieren, pluimvee, konijnen en bepaalde vogels; |
10° betaalorgaan: het betaalorgaan in de zin van artikel D.3, 25°, van | 10° betaalorgaan: het betaalorgaan in de zin van artikel D.3, 25°, van |
het Waals Landbouwwetboek; | het Waals Landbouwwetboek; |
11° Verordening (EU) 2021/2115 van 2 december 2021 : Verordening (EU) | 11° Verordening (EU) 2021/2115 van 2 december 2021 : Verordening (EU) |
nr. 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december | nr. 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december |
2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de | 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de |
strategische plannen die de lidstaten in het kader van het | strategische plannen die de lidstaten in het kader van het |
gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) | gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) |
en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees | en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees |
Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden | Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden |
gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 | gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 |
en (EU) nr. 1307/2013; | en (EU) nr. 1307/2013; |
12° Sanitel: het computerbestand van het Federaal Agentschap voor de | 12° Sanitel: het computerbestand van het Federaal Agentschap voor de |
Veiligheid van de Voedselketen bedoeld in artikel 2, § 2, 1°, van het | Veiligheid van de Voedselketen bedoeld in artikel 2, § 2, 1°, van het |
koninklijk besluit van 20 mei 2022 betreffende de identificatie en de | koninklijk besluit van 20 mei 2022 betreffende de identificatie en de |
registratie van bepaalde hoefdieren, pluimvee, konijnen en bepaalde | registratie van bepaalde hoefdieren, pluimvee, konijnen en bepaalde |
vogels | vogels |
13° GBCS : het geïntegreerd beheers- en controlesysteem bedoeld in | 13° GBCS : het geïntegreerd beheers- en controlesysteem bedoeld in |
Titel II, Hoofdstuk I, Afdeling 1 van het Waalse Landbouwwetboek; | Titel II, Hoofdstuk I, Afdeling 1 van het Waalse Landbouwwetboek; |
14° voederareaal : het voederareaal bepaald overeenkomstig artikel 18, | 14° voederareaal : het voederareaal bepaald overeenkomstig artikel 18, |
§ 1, tweede lid, van het besluit van de Waalse regering van 23 | § 1, tweede lid, van het besluit van de Waalse regering van 23 |
februari 2023 betreffende de steun voor de biologische landbouw: | februari 2023 betreffende de steun voor de biologische landbouw: |
15. beslag : het beslag in de zin van artikel 2, § 2, 12°, van het | 15. beslag : het beslag in de zin van artikel 2, § 2, 12°, van het |
koninklijk besluit van 20 mei 2022 betreffende de identificatie en de | koninklijk besluit van 20 mei 2022 betreffende de identificatie en de |
registratie van bepaalde hoefdieren, pluimvee, konijnen en bepaalde | registratie van bepaalde hoefdieren, pluimvee, konijnen en bepaalde |
vogels | vogels |
16° rastype : vlees-, melk- of gemengd type, zoals bij de geboorte | 16° rastype : vlees-, melk- of gemengd type, zoals bij de geboorte |
toegewezen aan runderachtigen; | toegewezen aan runderachtigen; |
17° productie-eenheid: de eenheid bedoeld in artikel D.3, 35°, van het | 17° productie-eenheid: de eenheid bedoeld in artikel D.3, 35°, van het |
Waalse Landbouwwetboek: | Waalse Landbouwwetboek: |
18° koe : het vrouwelijke rund dat reeds gekalfd heeft; | 18° koe : het vrouwelijke rund dat reeds gekalfd heeft; |
19° melkkoeien : koeien van het type melkras overeenkomstig artikel | 19° melkkoeien : koeien van het type melkras overeenkomstig artikel |
17, tweede lid; | 17, tweede lid; |
20° gemengde koeien: koeien van gemengd ras overeenkomstig artikel 14, | 20° gemengde koeien: koeien van gemengd ras overeenkomstig artikel 14, |
tweede lid. | tweede lid. |
Art. 2.Op grond van artikel 33 van Verordening (EU) nr. 2021/2115 van |
Art. 2.Op grond van artikel 33 van Verordening (EU) nr. 2021/2115 van |
2 december 2021 wordt aan actieve landbouwers gekoppelde inkomenssteun | 2 december 2021 wordt aan actieve landbouwers gekoppelde inkomenssteun |
toegekend voor : | toegekend voor : |
1° eiwithoudende gewassen; | 1° eiwithoudende gewassen; |
2° vrouwelijke vleesrunderen ; | 2° vrouwelijke vleesrunderen ; |
3° gemengde koeien ; | 3° gemengde koeien ; |
4° melkkoeien ; | 4° melkkoeien ; |
5° schappen. | 5° schappen. |
Art. 3.Landbouwers die steun aanvragen, dienen jaarlijks een aanvraag |
Art. 3.Landbouwers die steun aanvragen, dienen jaarlijks een aanvraag |
voor gekoppelde inkomenssteun in via de verzamelaanvraag als bedoeld | voor gekoppelde inkomenssteun in via de verzamelaanvraag als bedoeld |
in hoofdstuk 2 van deel 2 van het besluit van de Waalse regering van | in hoofdstuk 2 van deel 2 van het besluit van de Waalse regering van |
23 februari 2023. | 23 februari 2023. |
HOOFDSTUK 2. - Gekoppelde inkomenssteun voor eiwithoudende gewassen | HOOFDSTUK 2. - Gekoppelde inkomenssteun voor eiwithoudende gewassen |
Art. 4.Gekoppelde inkomenssteun wordt toegekend aan actieve |
Art. 4.Gekoppelde inkomenssteun wordt toegekend aan actieve |
landbouwers die een van de subsidiabele eiwithoudende gewassen hebben | landbouwers die een van de subsidiabele eiwithoudende gewassen hebben |
aangegeven. | aangegeven. |
De Minister bepaalt welke eiwithoudende gewassen voor steun in | De Minister bepaalt welke eiwithoudende gewassen voor steun in |
aanmerking komen. | aanmerking komen. |
Art. 5.Alleen landbouwarealen die voldoen aan de definitie van |
Art. 5.Alleen landbouwarealen die voldoen aan de definitie van |
subsidiabele hectare als bedoeld in hoofdstuk 4 van deel 2 van het | subsidiabele hectare als bedoeld in hoofdstuk 4 van deel 2 van het |
besluit van de Waalse regering van 23 februari 2023, gelegen op het | besluit van de Waalse regering van 23 februari 2023, gelegen op het |
grondgebied van het Waals Gewest, worden in aanmerking genomen om de | grondgebied van het Waals Gewest, worden in aanmerking genomen om de |
steun te bepalen. | steun te bepalen. |
Gekoppelde inkomenssteun voor eiwithoudende gewassen wordt slechts | Gekoppelde inkomenssteun voor eiwithoudende gewassen wordt slechts |
toegekend voor ten minste een halve hectare subsidiabele grond per | toegekend voor ten minste een halve hectare subsidiabele grond per |
landbouwer. | landbouwer. |
Art. 6.Overeenkomstig artikel 32, § 3, van Verordening (EU) nr. |
Art. 6.Overeenkomstig artikel 32, § 3, van Verordening (EU) nr. |
2021/2115 van 2 december 2021 neemt de gekoppelde inkomenssteun voor | 2021/2115 van 2 december 2021 neemt de gekoppelde inkomenssteun voor |
eiwithoudende gewassen de vorm aan van een jaarlijkse betaling per | eiwithoudende gewassen de vorm aan van een jaarlijkse betaling per |
subsidiabele hectare. | subsidiabele hectare. |
De Minister stelt het bedrag van de gekoppelde inkomenssteun voor | De Minister stelt het bedrag van de gekoppelde inkomenssteun voor |
eiwithoudende gewassen per subsidiabele hectare vast. | eiwithoudende gewassen per subsidiabele hectare vast. |
Om budgettaire redenen kan het steunbedrag worden aangepast binnen de | Om budgettaire redenen kan het steunbedrag worden aangepast binnen de |
door de Minister vastgestelde grenzen, overeenkomstig artikel 102, § | door de Minister vastgestelde grenzen, overeenkomstig artikel 102, § |
2, van Verordening (EU) nr. 2021/2115 van 2 december 2021. | 2, van Verordening (EU) nr. 2021/2115 van 2 december 2021. |
HOOFDSTUK 2. - Gekoppelde inkomenssteun voor dieren | HOOFDSTUK 2. - Gekoppelde inkomenssteun voor dieren |
Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen | Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen |
Art. 7.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder een |
Art. 7.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder een |
subsidiabel dier verstaan een dier : | subsidiabel dier verstaan een dier : |
1° dat voldoet aan de identificatie- en registratievoorschriften voor | 1° dat voldoet aan de identificatie- en registratievoorschriften voor |
dieren gedurende de in artikel 8 vastgestelde aanhoudingsperiode; | dieren gedurende de in artikel 8 vastgestelde aanhoudingsperiode; |
2° dat door de landbouwer gedurende de in artikel 8 bepaalde | 2° dat door de landbouwer gedurende de in artikel 8 bepaalde |
aanhoudingsperiode wordt bijgehouden; | aanhoudingsperiode wordt bijgehouden; |
3° dat geïdentificeerd is door middel van administratieve controles of | 3° dat geïdentificeerd is door middel van administratieve controles of |
controles ter plaatse. | controles ter plaatse. |
In afwijking van het eerste lid, 2°, voldoet een dier als bedoeld in | In afwijking van het eerste lid, 2°, voldoet een dier als bedoeld in |
de artikelen 2 tot en met 4 dat wordt vervangen door een ander dier | de artikelen 2 tot en met 4 dat wordt vervangen door een ander dier |
als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4, aan de voorwaarde, bedoeld | als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4, aan de voorwaarde, bedoeld |
in het eerste lid, 2°, indien beide dieren gedurende de | in het eerste lid, 2°, indien beide dieren gedurende de |
aanhoudingsperiode aaneengesloten worden gehouden. | aanhoudingsperiode aaneengesloten worden gehouden. |
Art. 8.De aanhoudingsperiode voor dieren loopt van 1 april tot en met |
Art. 8.De aanhoudingsperiode voor dieren loopt van 1 april tot en met |
30 september. | 30 september. |
Art. 9.Het maximumaantal dieren vermeld in de artikelen 12, § 3, 15, |
Art. 9.Het maximumaantal dieren vermeld in de artikelen 12, § 3, 15, |
§ 3, 18, § 3, et 22, § 3, is van toepassing op het niveau van de | § 3, 18, § 3, et 22, § 3, is van toepassing op het niveau van de |
titularissen van de rechtspersonen, van de verenigingen of de | titularissen van de rechtspersonen, van de verenigingen of de |
vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid in functie van hun | vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid in functie van hun |
aandelen, van de verdeling van het gebruiksrecht of van hun inbreng in | aandelen, van de verdeling van het gebruiksrecht of van hun inbreng in |
de activiteit van de partner overeenkomstig de voorwaarden | de activiteit van de partner overeenkomstig de voorwaarden |
voorgeschreven door deel 2, hoofdstuk 9, van het besluit van de Waalse | voorgeschreven door deel 2, hoofdstuk 9, van het besluit van de Waalse |
Regering van 23 februari 2023. | Regering van 23 februari 2023. |
Art. 10.Overeenkomstig artikel 32, § 3, van Verordening (EU) nr. |
Art. 10.Overeenkomstig artikel 32, § 3, van Verordening (EU) nr. |
2021/2115 van 2 december 2021 neemt de gekoppelde steun voor dieren de | 2021/2115 van 2 december 2021 neemt de gekoppelde steun voor dieren de |
vorm aan van een jaarlijkse betaling per subsidiabel dier. | vorm aan van een jaarlijkse betaling per subsidiabel dier. |
De minister stelt het steunbedrag vast voor elke bij hoofdstuk 3 | De minister stelt het steunbedrag vast voor elke bij hoofdstuk 3 |
vastgestelde gekoppelde inkomenssteun voor dieren. | vastgestelde gekoppelde inkomenssteun voor dieren. |
Om budgettaire redenen kunnen de bedragen van de steun worden | Om budgettaire redenen kunnen de bedragen van de steun worden |
aangepast binnen de door de Minister vastgestelde grenzen, | aangepast binnen de door de Minister vastgestelde grenzen, |
overeenkomstig artikel 102, § 2, van Verordening (EU) nr. 2021/2115 | overeenkomstig artikel 102, § 2, van Verordening (EU) nr. 2021/2115 |
van 2 december 2021. | van 2 december 2021. |
Deel 2 - Gekoppelde inkomenssteun voor vrouwelijke vleesrunderen | Deel 2 - Gekoppelde inkomenssteun voor vrouwelijke vleesrunderen |
Art. 11.Gekoppelde inkomenssteun wordt toegekend aan actieve |
Art. 11.Gekoppelde inkomenssteun wordt toegekend aan actieve |
landbouwers die vrouwelijke vleesrunderen houden. | landbouwers die vrouwelijke vleesrunderen houden. |
De Minister bepaalt welke rassen als vleesrunderen worden beschouwd en | De Minister bepaalt welke rassen als vleesrunderen worden beschouwd en |
welke dieren van kruisingen in aanmerking komen voor steun voor | welke dieren van kruisingen in aanmerking komen voor steun voor |
vrouwelijke vleesrunderen. | vrouwelijke vleesrunderen. |
Art. 12.§ 1. Vrouwelijke vleesrunderen in de veestapel die correct |
Art. 12.§ 1. Vrouwelijke vleesrunderen in de veestapel die correct |
zijn geïdentificeerd en getraceerd in Sanitel en waarvan het | zijn geïdentificeerd en getraceerd in Sanitel en waarvan het |
rassentype niet door de landbouwer is gewijzigd, komen in aanmerking | rassentype niet door de landbouwer is gewijzigd, komen in aanmerking |
voor gekoppelde inkomenssteun | voor gekoppelde inkomenssteun |
§ 2. De gekoppelde inkomenssteun voor vrouwelijke vleesrunderen, zoals | § 2. De gekoppelde inkomenssteun voor vrouwelijke vleesrunderen, zoals |
geregistreerd in Sanitel, wordt bepaald door het laagste van de | geregistreerd in Sanitel, wordt bepaald door het laagste van de |
volgende aantallen in aanmerking te nemen : | volgende aantallen in aanmerking te nemen : |
1° het minimale dagelijkse aantal subsidiabele vrouwelijke | 1° het minimale dagelijkse aantal subsidiabele vrouwelijke |
vleesrunderen, tussen achttien en honderdtwintig maanden oud, dat is | vleesrunderen, tussen achttien en honderdtwintig maanden oud, dat is |
waargenomen tijdens de aanhoudingsperiode ; | waargenomen tijdens de aanhoudingsperiode ; |
2° het aantal kalveren geboren uit een moeder van het vleestype, | 2° het aantal kalveren geboren uit een moeder van het vleestype, |
geïnventariseerd in het bedrijf van de landbouwer tussen 1 oktober van | geïnventariseerd in het bedrijf van de landbouwer tussen 1 oktober van |
het jaar voorafgaand aan de aanvraag en 30 september van het jaar van | het jaar voorafgaand aan de aanvraag en 30 september van het jaar van |
de aanvraag, vermenigvuldigd met 1,33 ; | de aanvraag, vermenigvuldigd met 1,33 ; |
3° het aantal kalveren geboren uit een moeder van het vleestype en | 3° het aantal kalveren geboren uit een moeder van het vleestype en |
gedurende minimum 3 opeenvolgende maanden gehouden in het bedrijf van | gedurende minimum 3 opeenvolgende maanden gehouden in het bedrijf van |
de landbouwer tussen 1 juli van het jaar dat aan de aanvraag | de landbouwer tussen 1 juli van het jaar dat aan de aanvraag |
voorafgaat en 30 juni van het jaar van de aanvraag, vermenigvuldigd | voorafgaat en 30 juni van het jaar van de aanvraag, vermenigvuldigd |
met 3. | met 3. |
§ 3. De gekoppelde inkomenssteun voor vrouwelijke vleesrunderen wordt | § 3. De gekoppelde inkomenssteun voor vrouwelijke vleesrunderen wordt |
slechts verleend voor minimum 10 subsidiabele vrouwelijke | slechts verleend voor minimum 10 subsidiabele vrouwelijke |
vleesrunderen per landbouwer. | vleesrunderen per landbouwer. |
De gekoppeld inkomenssteun voor vrouwelijke vleesrunderen wordt | De gekoppeld inkomenssteun voor vrouwelijke vleesrunderen wordt |
verleend voor maximum 145 subsidiabele vrouwelijke vleesrunderen per | verleend voor maximum 145 subsidiabele vrouwelijke vleesrunderen per |
landbouwer natuurlijke persoon, per natuurlijke of rechtspersoon die | landbouwer natuurlijke persoon, per natuurlijke of rechtspersoon die |
lid is van een rechtspersoon of een groep van natuurlijke of | lid is van een rechtspersoon of een groep van natuurlijke of |
rechtspersonen overeenkomstig artikel 9. | rechtspersonen overeenkomstig artikel 9. |
§ 4. In afwijking van de leden 2 en 3 wordt, wanneer de gemiddelde | § 4. In afwijking van de leden 2 en 3 wordt, wanneer de gemiddelde |
veebezetting van het bedrijf per hectare voederareaal hoger is dan de | veebezetting van het bedrijf per hectare voederareaal hoger is dan de |
door de minister vastgestelde maximale veebezetting per hectare | door de minister vastgestelde maximale veebezetting per hectare |
voederareaal, de steun toegekend voor het aantal vrouwelijke | voederareaal, de steun toegekend voor het aantal vrouwelijke |
vleesrunderen, berekend in de volgende volgorde: | vleesrunderen, berekend in de volgende volgorde: |
1° de vermenigvuldiging van het aantal vrouwelijke vleesrunderen | 1° de vermenigvuldiging van het aantal vrouwelijke vleesrunderen |
bepaald in toepassing van de paragrafen 2 en 3, eerste lid, met de | bepaald in toepassing van de paragrafen 2 en 3, eerste lid, met de |
verhouding tussen de vastgestelde maximale veebezetting en de | verhouding tussen de vastgestelde maximale veebezetting en de |
gemiddelde veebezetting van het bedrijf ; | gemiddelde veebezetting van het bedrijf ; |
2° toepassing van paragraaf 3, tweede lid, op het aantal vrouwelijke | 2° toepassing van paragraaf 3, tweede lid, op het aantal vrouwelijke |
vleesrunderen bepaald onder 1°. | vleesrunderen bepaald onder 1°. |
Voor de toepassing van lid 1 wordt de gemiddelde veebezetting berekend | Voor de toepassing van lid 1 wordt de gemiddelde veebezetting berekend |
overeenkomstig artikel 28 van het besluit van de Waalse regering van | overeenkomstig artikel 28 van het besluit van de Waalse regering van |
23 februari 2023. | 23 februari 2023. |
De Minister bepaalt de maximale veebezetting per hectare voederareaal. | De Minister bepaalt de maximale veebezetting per hectare voederareaal. |
Art. 13.Onverminderd artikel 12, §§ 3 en 4, wordt het aantal dieren |
Art. 13.Onverminderd artikel 12, §§ 3 en 4, wordt het aantal dieren |
dat recht geeft op gekoppelde inkomenssteun voor vrouwelijke | dat recht geeft op gekoppelde inkomenssteun voor vrouwelijke |
vleesrunderen, jaarlijks bepaald. | vleesrunderen, jaarlijks bepaald. |
Afdeling 3. - Gekoppelde inkomenssteun voor gemengde koeien | Afdeling 3. - Gekoppelde inkomenssteun voor gemengde koeien |
Art. 14.Gekoppelde inkomenssteun wordt toegekend aan de actieve |
Art. 14.Gekoppelde inkomenssteun wordt toegekend aan de actieve |
landbouwers die gemengde koeien houden. | landbouwers die gemengde koeien houden. |
De minister bepaalt welke rassen als gemengd worden beschouwd en welke | De minister bepaalt welke rassen als gemengd worden beschouwd en welke |
dieren van kruisingen in aanmerking komen voor steun voor gemengde | dieren van kruisingen in aanmerking komen voor steun voor gemengde |
koeien. | koeien. |
Art. 15.§ 1. Gemengde koeien in de veestapel die correct zijn |
Art. 15.§ 1. Gemengde koeien in de veestapel die correct zijn |
geïdentificeerd en getraceerd in Sanitel en waarvan het rassentype | geïdentificeerd en getraceerd in Sanitel en waarvan het rassentype |
niet door de landbouwer is gewijzigd, komen in aanmerking voor | niet door de landbouwer is gewijzigd, komen in aanmerking voor |
gekoppelde inkomenssteun | gekoppelde inkomenssteun |
§ 2. De gekoppelde inkomenssteun voor gemengde koeien, zoals | § 2. De gekoppelde inkomenssteun voor gemengde koeien, zoals |
geregistreerd in Sanitel, wordt bepaald door het laagste van de | geregistreerd in Sanitel, wordt bepaald door het laagste van de |
volgende aantallen in aanmerking te nemen : | volgende aantallen in aanmerking te nemen : |
1° het minimale dagelijkse aantal subsidiabele gemengde koeien dat | 1° het minimale dagelijkse aantal subsidiabele gemengde koeien dat |
tijdens de aanhoudingsperiode is waargenomen; | tijdens de aanhoudingsperiode is waargenomen; |
2° het aantal kalveren geboren uit een moeder van het gemengd type en | 2° het aantal kalveren geboren uit een moeder van het gemengd type en |
geïnventariseerd in het bedrijf van de landbouwer tussen 1 oktober van | geïnventariseerd in het bedrijf van de landbouwer tussen 1 oktober van |
het jaar voorafgaand aan de aanvraag en 30 september van het jaar van | het jaar voorafgaand aan de aanvraag en 30 september van het jaar van |
de aanvraag ; | de aanvraag ; |
3° het aantal kalveren geboren uit een moeder van het gemengd type en | 3° het aantal kalveren geboren uit een moeder van het gemengd type en |
gedurende minimum 3 opeenvolgende maanden gehouden in het bedrijf van | gedurende minimum 3 opeenvolgende maanden gehouden in het bedrijf van |
de landbouwer tussen 1 juli van het jaar dat aan de aanvraag | de landbouwer tussen 1 juli van het jaar dat aan de aanvraag |
voorafgaat en 30 juni van het jaar van de aanvraag, vermenigvuldigd | voorafgaat en 30 juni van het jaar van de aanvraag, vermenigvuldigd |
met 2. | met 2. |
§ 3. De gekoppeld inkomenssteun voor gemengde koeien wordt slechts | § 3. De gekoppeld inkomenssteun voor gemengde koeien wordt slechts |
verleend voor minimum 10 subsidiabele gemengde koeien per landbouwer. | verleend voor minimum 10 subsidiabele gemengde koeien per landbouwer. |
De gekoppelde inkomenssteun voor gemengde koeien wordt verleend voor | De gekoppelde inkomenssteun voor gemengde koeien wordt verleend voor |
maximum 100 subsidiabele gemengde koeien per landbouwer natuurlijke | maximum 100 subsidiabele gemengde koeien per landbouwer natuurlijke |
persoon, per natuurlijke of rechtspersoon die lid is van een | persoon, per natuurlijke of rechtspersoon die lid is van een |
rechtspersoon of een groep van natuurlijke of rechtspersonen | rechtspersoon of een groep van natuurlijke of rechtspersonen |
overeenkomstig artikel 9. | overeenkomstig artikel 9. |
Art. 16.Onverminderd artikel 15, § 3, wordt het aantal dieren dat |
Art. 16.Onverminderd artikel 15, § 3, wordt het aantal dieren dat |
recht geeft op gekoppelde inkomenssteun voor gemengde koeien, | recht geeft op gekoppelde inkomenssteun voor gemengde koeien, |
jaarlijks bepaald. | jaarlijks bepaald. |
Afdeling 4. - Gekoppelde inkomenssteun voor melkkoeien | Afdeling 4. - Gekoppelde inkomenssteun voor melkkoeien |
Art. 17.Er wordt gekoppelde inkomenssteun verleend aan de landbouwers |
Art. 17.Er wordt gekoppelde inkomenssteun verleend aan de landbouwers |
die melkkoeien houden. | die melkkoeien houden. |
De minister bepaalt welke rassen als melkkoeien worden beschouwd en | De minister bepaalt welke rassen als melkkoeien worden beschouwd en |
welke dieren van kruisingen in aanmerking komen voor steun voor | welke dieren van kruisingen in aanmerking komen voor steun voor |
melkkoeien. | melkkoeien. |
Art. 18.§ 1. Melkkoeien in de veestapel die correct zijn |
Art. 18.§ 1. Melkkoeien in de veestapel die correct zijn |
geïdentificeerd en getraceerd in Sanitel en waarvan het rassentype | geïdentificeerd en getraceerd in Sanitel en waarvan het rassentype |
niet door de landbouwer is gewijzigd, komen in aanmerking voor | niet door de landbouwer is gewijzigd, komen in aanmerking voor |
gekoppelde inkomenssteun | gekoppelde inkomenssteun |
§ 2. De gekoppelde inkomenssteun voor melkkoeien, zoals geregistreerd | § 2. De gekoppelde inkomenssteun voor melkkoeien, zoals geregistreerd |
in Sanitel, wordt bepaald door het laagste van de volgende aantallen | in Sanitel, wordt bepaald door het laagste van de volgende aantallen |
in aanmerking te nemen : | in aanmerking te nemen : |
1° het minimale dagelijkse aantal subsidiabele melkkoeien dat tijdens | 1° het minimale dagelijkse aantal subsidiabele melkkoeien dat tijdens |
de aanhoudingsperiode is waargenomen; | de aanhoudingsperiode is waargenomen; |
2° het aantal kalveren geboren uit een moeder van het zuiveltype en | 2° het aantal kalveren geboren uit een moeder van het zuiveltype en |
geïnventariseerd in het bedrijf van de landbouwer tussen 1 oktober van | geïnventariseerd in het bedrijf van de landbouwer tussen 1 oktober van |
het jaar voorafgaand aan de aanvraag en 30 september van het jaar van | het jaar voorafgaand aan de aanvraag en 30 september van het jaar van |
de aanvraag ; | de aanvraag ; |
3° het aantal kalveren geboren uit een moeder van het zuiveltype en | 3° het aantal kalveren geboren uit een moeder van het zuiveltype en |
gedurende minimum 3 opeenvolgende maanden gehouden in het bedrijf van | gedurende minimum 3 opeenvolgende maanden gehouden in het bedrijf van |
de landbouwer tussen 1 juli van het jaar dat aan de aanvraag | de landbouwer tussen 1 juli van het jaar dat aan de aanvraag |
voorafgaat en 30 juni van het jaar van de aanvraag, vermenigvuldigd | voorafgaat en 30 juni van het jaar van de aanvraag, vermenigvuldigd |
met 10. | met 10. |
§ 3. De gekoppeld inkomenssteun voor melkkoeien wordt slechts verleend | § 3. De gekoppeld inkomenssteun voor melkkoeien wordt slechts verleend |
voor minimum 10 subsidiabele melkkoeien per landbouwer. | voor minimum 10 subsidiabele melkkoeien per landbouwer. |
De gekoppelde inkomenssteun voor melkkoeien wordt verleend voor | De gekoppelde inkomenssteun voor melkkoeien wordt verleend voor |
maximum 50 subsidiabele melkkoeien per landbouwer natuurlijke persoon, | maximum 50 subsidiabele melkkoeien per landbouwer natuurlijke persoon, |
per natuurlijke of rechtspersoon die lid is van een rechtspersoon of | per natuurlijke of rechtspersoon die lid is van een rechtspersoon of |
een groep van natuurlijke of rechtspersonen overeenkomstig artikel 9. | een groep van natuurlijke of rechtspersonen overeenkomstig artikel 9. |
Art. 19.Onverminderd artikel 18, § 3, wordt het aantal dieren dat |
Art. 19.Onverminderd artikel 18, § 3, wordt het aantal dieren dat |
recht geeft op gekoppelde inkomenssteun voor melkkoeien, jaarlijks | recht geeft op gekoppelde inkomenssteun voor melkkoeien, jaarlijks |
bepaald. | bepaald. |
Afdeling 5. - Gekoppelde inkomenssteun voor schapen | Afdeling 5. - Gekoppelde inkomenssteun voor schapen |
Art. 20.Gekoppelde inkomenssteun wordt toegekend aan de actieve |
Art. 20.Gekoppelde inkomenssteun wordt toegekend aan de actieve |
landbouwers die schapen houden. | landbouwers die schapen houden. |
Art. 21.Naast de in artikel 7 bedoelde voorwaarden is een schaap |
Art. 21.Naast de in artikel 7 bedoelde voorwaarden is een schaap |
subsidiabel als het in de verzamelaanvraag wordt aangegeven. | subsidiabel als het in de verzamelaanvraag wordt aangegeven. |
Art. 22.§ 1. De schapen in de veestapel komen in aanmerking voor |
Art. 22.§ 1. De schapen in de veestapel komen in aanmerking voor |
gekoppelde inkomenssteun. | gekoppelde inkomenssteun. |
De landbouwer levert op verzoek van het betaalorgaan het bewijs dat de | De landbouwer levert op verzoek van het betaalorgaan het bewijs dat de |
schapen gedurende de aanhoudingsperiode zijn aangehouden door middel | schapen gedurende de aanhoudingsperiode zijn aangehouden door middel |
van de door de administratie beschikbaar gestelde geautomatiseerde | van de door de administratie beschikbaar gestelde geautomatiseerde |
registratieapplicatie voor dieren. | registratieapplicatie voor dieren. |
De termijnen voor het invoeren van schapen in de geautomatiseerde | De termijnen voor het invoeren van schapen in de geautomatiseerde |
toepassing worden door de minister vastgesteld. | toepassing worden door de minister vastgesteld. |
§ 2. De gekoppelde inkomenssteun voor schapen wordt bepaald door het | § 2. De gekoppelde inkomenssteun voor schapen wordt bepaald door het |
minimumaantal subsidiabele schapen dat dagelijks gedurende de | minimumaantal subsidiabele schapen dat dagelijks gedurende de |
aanhoudingsperiode wordt gehouden. | aanhoudingsperiode wordt gehouden. |
§ 3. De gekoppeld inkomenssteun voor schapen wordt slechts verleend | § 3. De gekoppeld inkomenssteun voor schapen wordt slechts verleend |
voor minimum 30 subsidiabele schapen per landbouwer. | voor minimum 30 subsidiabele schapen per landbouwer. |
De gekoppelde inkomenssteun voor schapen wordt verleend voor maximum | De gekoppelde inkomenssteun voor schapen wordt verleend voor maximum |
400 subsidiabele schapen per landbouwer natuurlijke persoon, per | 400 subsidiabele schapen per landbouwer natuurlijke persoon, per |
natuurlijke of rechtspersoon die lid is van een rechtspersoon of een | natuurlijke of rechtspersoon die lid is van een rechtspersoon of een |
groep van natuurlijke of rechtspersonen overeenkomstig artikel 9. | groep van natuurlijke of rechtspersonen overeenkomstig artikel 9. |
Art. 23.Onverminderd artikel 22, § 3, wordt het aantal schapen |
Art. 23.Onverminderd artikel 22, § 3, wordt het aantal schapen |
waarvoor een gekoppeld inkomenssteun voor schapen kan worden verleend, | waarvoor een gekoppeld inkomenssteun voor schapen kan worden verleend, |
jaarlijks bepaald. | jaarlijks bepaald. |
In geen geval wordt gekoppelde steun voor schapen toegekend voor meer | In geen geval wordt gekoppelde steun voor schapen toegekend voor meer |
dan het in de verzamelaanvraag vermelde aantal schapen. | dan het in de verzamelaanvraag vermelde aantal schapen. |
Indien het in de verzamelaanvraag aangegeven aantal schapen groter is | Indien het in de verzamelaanvraag aangegeven aantal schapen groter is |
dan het aantal subsidiabele schapen als gevolg van administratieve | dan het aantal subsidiabele schapen als gevolg van administratieve |
controles of controles ter plaatse, wordt het bedrag van de gekoppelde | controles of controles ter plaatse, wordt het bedrag van de gekoppelde |
inkomenssteun voor schapen berekend op basis van het aantal | inkomenssteun voor schapen berekend op basis van het aantal |
subsidiabele schapen. | subsidiabele schapen. |
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen |
Art. 24.Opgeheven worden : |
Art. 24.Opgeheven worden : |
1° het besluit van de Waalse Regering van 7 mei 2015 tot toekenning | 1° het besluit van de Waalse Regering van 7 mei 2015 tot toekenning |
van een gekoppelde steun aan de landbouwers voor vrouwelijke | van een gekoppelde steun aan de landbouwers voor vrouwelijke |
vleesrunderen, gemengde koeien, melkkoeien en schapen, gewijzigd bij | vleesrunderen, gemengde koeien, melkkoeien en schapen, gewijzigd bij |
de besluiten van de Waalse Regering van 17 december 2015 en 2 februari | de besluiten van de Waalse Regering van 17 december 2015 en 2 februari |
2017; | 2017; |
Het ministerieel besluit van 7 mei 2015 tot uitvoering van het besluit | Het ministerieel besluit van 7 mei 2015 tot uitvoering van het besluit |
van de Waalse Regering van 7 mei 2015 tot toekenning van een | van de Waalse Regering van 7 mei 2015 tot toekenning van een |
gekoppelde steun aan de landbouwers voor vrouwelijke vleesrunderen, | gekoppelde steun aan de landbouwers voor vrouwelijke vleesrunderen, |
gemengde koeien, melkkoeien en schapen, gewijzigd bij de ministeriële | gemengde koeien, melkkoeien en schapen, gewijzigd bij de ministeriële |
besluiten van 17 december 2015, 2 februari 2017 en 27 november 2017. | besluiten van 17 december 2015, 2 februari 2017 en 27 november 2017. |
Art. 25.Dit besluit heeft uitwerking op 1 januari 2023. |
Art. 25.Dit besluit heeft uitwerking op 1 januari 2023. |
Art. 26.De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit |
Art. 26.De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Namen, 23 februari 2023. | Namen, 23 februari 2023. |
Voor de Regering: | Voor de Regering: |
De Minister-President, | De Minister-President, |
E. DI RUPO | E. DI RUPO |
De Minister van Economie, Buitenlandse Handel, Onderzoek, Innovatie, | De Minister van Economie, Buitenlandse Handel, Onderzoek, Innovatie, |
Digitale Technologieën, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, het "IFAPME", | Digitale Technologieën, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, het "IFAPME", |
en de Vaardigheidscentra, | en de Vaardigheidscentra, |
W. BORSUS | W. BORSUS |