Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Waalse Regering van 22/12/2005
← Terug naar "Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de sectorale en integrale voorwaarden betreffende de activiteiten i.v.m. het telen of fokken van kalveren van meer dan twee weken en minder dan zes maanden, met uitzondering van zuigkalveren "
Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de sectorale en integrale voorwaarden betreffende de activiteiten i.v.m. het telen of fokken van kalveren van meer dan twee weken en minder dan zes maanden, met uitzondering van zuigkalveren Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de sectorale en integrale voorwaarden betreffende de activiteiten i.v.m. het telen of fokken van kalveren van meer dan twee weken en minder dan zes maanden, met uitzondering van zuigkalveren
MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST
22 DECEMBER 2005. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de 22 DECEMBER 2005. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de
sectorale en integrale voorwaarden betreffende de activiteiten i.v.m. sectorale en integrale voorwaarden betreffende de activiteiten i.v.m.
het telen of fokken van kalveren van meer dan twee weken en minder dan het telen of fokken van kalveren van meer dan twee weken en minder dan
zes maanden, met uitzondering van zuigkalveren zes maanden, met uitzondering van zuigkalveren
De Waalse Regering, De Waalse Regering,
Gelet op het decreet van 11 maart 1999 betreffende de Gelet op het decreet van 11 maart 1999 betreffende de
milieuvergunning, inzonderheid op de artikelen 4, 5, §§ 2 en 3, 7, § milieuvergunning, inzonderheid op de artikelen 4, 5, §§ 2 en 3, 7, §
1, 8 en 9; 1, 8 en 9;
Gelet op het advies van de Adviescommissie voor de bescherming van het Gelet op het advies van de Adviescommissie voor de bescherming van het
water tegen verontreiniging, gegeven op 22 juni 2005; water tegen verontreiniging, gegeven op 22 juni 2005;
Gelet op het advies van de Commissie voor afvalstoffen, gegeven op 30 Gelet op het advies van de Commissie voor afvalstoffen, gegeven op 30
juni 2005; juni 2005;
Gelet op de beraadslaging van de Regering over het verzoek om Gelet op de beraadslaging van de Regering over het verzoek om
adviesverlening door de Raad van State binnen een termijn van adviesverlening door de Raad van State binnen een termijn van
hoogstens dertig dagen; hoogstens dertig dagen;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 26 september Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 26 september
2005, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de 2005, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Landelijke Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Landelijke
Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme; Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities

Artikel 1.Deze voorwaarden zijn van toepassing op de activiteiten

Artikel 1.Deze voorwaarden zijn van toepassing op de activiteiten

i.v.m. het telen of fokken van kalveren van meer dan twee weken en i.v.m. het telen of fokken van kalveren van meer dan twee weken en
minder dan zes maanden, met uitzondering van zuigkalveren zoals minder dan zes maanden, met uitzondering van zuigkalveren zoals
bedoeld in de rubriek 01.20.02 van bijlage I bij het besluit van de bedoeld in de rubriek 01.20.02 van bijlage I bij het besluit van de
Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan
een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde
installaties en activiteiten. installaties en activiteiten.

Art. 2.Voor de toepassing van deze voorwaarden wordt verstaan onder :

Art. 2.Voor de toepassing van deze voorwaarden wordt verstaan onder :

1° schuilplaats in de openlucht : bouwwerk op weilandpercelen waar de 1° schuilplaats in de openlucht : bouwwerk op weilandpercelen waar de
dieren bij slecht weer beschutting vinden; dieren bij slecht weer beschutting vinden;
2° loop- of wachtruimten : ruimten die regelmatig door de dieren 2° loop- of wachtruimten : ruimten die regelmatig door de dieren
gebruikt worden en die ingericht zijn om ze bijeen te kunnen houden; gebruikt worden en die ingericht zijn om ze bijeen te kunnen houden;
3° doorgangsruimten : ruimten die de dieren gebruiken wanneer ze zich 3° doorgangsruimten : ruimten die de dieren gebruiken wanneer ze zich
zonder wachttijd van een plaats naar een andere begeven; zonder wachttijd van een plaats naar een andere begeven;
4° bruin water : water afkomstig van niet-overdekte loop- of 4° bruin water : water afkomstig van niet-overdekte loop- of
wachtruimten die regelmatig door de dieren bezoedeld worden; wachtruimten die regelmatig door de dieren bezoedeld worden;
5° hofwater : water afkomstig van verharde ruimten die tijdens de 5° hofwater : water afkomstig van verharde ruimten die tijdens de
doorgang van de dieren en de bediening van landbouwvoertuigen doorgang van de dieren en de bediening van landbouwvoertuigen
bezoedeld worden, met uitzondering van elke eigenlijke opslagplaats; bezoedeld worden, met uitzondering van elke eigenlijke opslagplaats;
6° dierlijke mest : organische meststoffen uit de landbouw, namelijk 6° dierlijke mest : organische meststoffen uit de landbouw, namelijk
dierlijke uitwerpselen of mengsels, ongeacht de verhoudingen, van dierlijke uitwerpselen of mengsels, ongeacht de verhoudingen, van
dierlijke uitwerpselen en andere bestanddelen zoals stalstro, zelfs na dierlijke uitwerpselen en andere bestanddelen zoals stalstro, zelfs na
verwerking; verwerking;
7° omheinde ruimte : afgesloten ruimte in de openlucht, met inbegrip 7° omheinde ruimte : afgesloten ruimte in de openlucht, met inbegrip
van de loopruimten, weilanden uitgezonderd; van de loopruimten, weilanden uitgezonderd;
8° woning van derden : elk gebouw waarin één of meer personen 8° woning van derden : elk gebouw waarin één of meer personen
doorgaans verblijft/verblijven; doorgaans verblijft/verblijven;
9° afvloeisel : vloeistof uit de landbouwbedrijvigheid, met 9° afvloeisel : vloeistof uit de landbouwbedrijvigheid, met
uitzondering van gier en aalt, die een aandeel zou kunnen hebben in de uitzondering van gier en aalt, die een aandeel zou kunnen hebben in de
verontreiniging van het water door nitraat en die afvloeit uit diens verontreiniging van het water door nitraat en die afvloeit uit diens
productie- of bewaarplaats; regenwater wordt niet als afvloeisel productie- of bewaarplaats; regenwater wordt niet als afvloeisel
beschouwd; beschouwd;
10° stalstro : stro, zaagsel, grind of elke andere stof ter bedekking 10° stalstro : stro, zaagsel, grind of elke andere stof ter bedekking
van de bodem van omheinde ruimten of van elke andere plaats waar van de bodem van omheinde ruimten of van elke andere plaats waar
dieren ondergebracht worden; dieren ondergebracht worden;
11° nieuw gebouw of nieuwe infrastructuur voor de huisvesting van 11° nieuw gebouw of nieuwe infrastructuur voor de huisvesting van
dieren : installatie van na de inwerkingtreding van dit besluit. Dit dieren : installatie van na de inwerkingtreding van dit besluit. Dit
besluit slaat niet op uitbreidingen van bestaande gebouwen of besluit slaat niet op uitbreidingen van bestaande gebouwen of
infrastructuren. infrastructuren.
HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw
Afdeling 1. - Vestiging Afdeling 1. - Vestiging

Art. 3.§ 1. Onverminderd de bepalingen van Boek II van het

Art. 3.§ 1. Onverminderd de bepalingen van Boek II van het

Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, betreffende de Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, betreffende de
preventiegebieden voor waterwinningen, wordt elk nieuw gebouw of elke preventiegebieden voor waterwinningen, wordt elk nieuw gebouw of elke
nieuwe infrastructuur voor de huisvesting van dieren gevestigd op nieuwe infrastructuur voor de huisvesting van dieren gevestigd op
minstens : minstens :
- 10 meter van een oppervlaktewater, een watertappunt, een piëzometer, - 10 meter van een oppervlaktewater, een watertappunt, een piëzometer,
een inlaat van de openbare riolering; een inlaat van de openbare riolering;
- 20 meter van een woning van derden als 100 of minder dan 100 - 20 meter van een woning van derden als 100 of minder dan 100
runderen van minder dan zes maanden ondergebracht worden in het gebouw runderen van minder dan zes maanden ondergebracht worden in het gebouw
of de infrastructuur; of de infrastructuur;
- 50 meter van een woning van derden als 100 of meer dan 100 runderen - 50 meter van een woning van derden als 100 of meer dan 100 runderen
van minder dan zes maanden ondergebracht worden in het gebouw of de van minder dan zes maanden ondergebracht worden in het gebouw of de
infrastructuur. infrastructuur.
§ 2. Onverminderd de bepalingen van Boek II van het Milieuwetboek, dat § 2. Onverminderd de bepalingen van Boek II van het Milieuwetboek, dat
het Waterwetboek inhoudt, betreffende de preventiegebieden voor het Waterwetboek inhoudt, betreffende de preventiegebieden voor
waterwinningen, wordt elke nieuwe infrastructuur voor het opslaan van waterwinningen, wordt elke nieuwe infrastructuur voor het opslaan van
dierlijke mest gevestigd op minstens 10 meter van een dierlijke mest gevestigd op minstens 10 meter van een
oppervlaktewater, een watertappunt, een piëzometer, een inlaat van de oppervlaktewater, een watertappunt, een piëzometer, een inlaat van de
openbare riolering. openbare riolering.
Deze bepaling is niet van toepassing op de renovaties en de heropbouw Deze bepaling is niet van toepassing op de renovaties en de heropbouw
van infrastructuren die het in overeenstemming brengen met de van infrastructuren die het in overeenstemming brengen met de
milieuregelgeving beogen. milieuregelgeving beogen.
Afdeling 2. - Bouw Afdeling 2. - Bouw

Art. 4.Bij de bouw of de inrichting van een gebouw of een

Art. 4.Bij de bouw of de inrichting van een gebouw of een

infrastructuur voor de huisvesting van dieren wordt gezorgd voor een infrastructuur voor de huisvesting van dieren wordt gezorgd voor een
optimale luchtverversing. Desnoods worden de gebouwen voorzien van een optimale luchtverversing. Desnoods worden de gebouwen voorzien van een
mechanische ventilatie met een systeem voor de regulering van het mechanische ventilatie met een systeem voor de regulering van het
luchtdebiet op grond van de temperatuur. luchtdebiet op grond van de temperatuur.

Art. 5.Het gebouw of de infrastructuur voor de huisvesting van dieren

Art. 5.Het gebouw of de infrastructuur voor de huisvesting van dieren

is overdekt en wordt ontworpen of aangepast ten einde te voldoen aan is overdekt en wordt ontworpen of aangepast ten einde te voldoen aan
de vereisten van het soort teelt. de vereisten van het soort teelt.
Art- 6. § 1. Alle vloerbedekkingen van de gebouwen en infrastructuren Art- 6. § 1. Alle vloerbedekkingen van de gebouwen en infrastructuren
voor de huisvesting van dieren, alsmede alle niet overdekte verharde voor de huisvesting van dieren, alsmede alle niet overdekte verharde
ruimten die regelmatig door de dieren gebruikt worden, met ruimten die regelmatig door de dieren gebruikt worden, met
uitzondering van de doorgangsruimten, zijn waterdicht en worden uitzondering van de doorgangsruimten, zijn waterdicht en worden
perfect waterdicht gehouden. perfect waterdicht gehouden.
§ 2. Hellende waterdichte bodems laten de afvoer van afvloeisels en § 2. Hellende waterdichte bodems laten de afvoer van afvloeisels en
reinigingswater toe naar waterdichte opslagplaatsen die voldoende reinigingswater toe naar waterdichte opslagplaatsen die voldoende
ruimte bieden, desnoods via waterdichte leidingen in perfecte staat ruimte bieden, desnoods via waterdichte leidingen in perfecte staat
van werking. van werking.
§ 3. De bepalingen in de §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing op de § 3. De bepalingen in de §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing op de
schuilplaatsen in de openlucht, noch op de voederruimten in weilanden. schuilplaatsen in de openlucht, noch op de voederruimten in weilanden.
§ 4. De bepalingen in de §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing op de § 4. De bepalingen in de §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing op de
oppervlakken onder opeengehoopt stalstro. Deze laatste worden oppervlakken onder opeengehoopt stalstro. Deze laatste worden
ontworpen en beheerd zodat geen dierlijke mest onder het stalstro kan ontworpen en beheerd zodat geen dierlijke mest onder het stalstro kan
doorsijpelen. doorsijpelen.
§ 5. De opslagvloeren, -ruimten en -constructies worden ingericht § 5. De opslagvloeren, -ruimten en -constructies worden ingericht
zodat geen afvloeiend water of dakwater kan binnensijpelen. zodat geen afvloeiend water of dakwater kan binnensijpelen.

Art. 7.De voederinstallaties, zoals troggen, voeder- of drinkbakken

Art. 7.De voederinstallaties, zoals troggen, voeder- of drinkbakken

zijn vervaardigd uit harde, duurzame en vlot wasbare materialen. zijn vervaardigd uit harde, duurzame en vlot wasbare materialen.

Art. 8.De infrastructuren voor de opslag van dierlijke mest en

Art. 8.De infrastructuren voor de opslag van dierlijke mest en

afvloeisels worden gebouwd of ingericht overeenkomstig de bepalingen afvloeisels worden gebouwd of ingericht overeenkomstig de bepalingen
van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt,
betreffende het duurzame beheer van stikstoffen in de landbouw. betreffende het duurzame beheer van stikstoffen in de landbouw.
HOOFDSTUK III. - Exploitatie HOOFDSTUK III. - Exploitatie

Art. 9.§ 1. Het gebouw of de infrastructuur voor de huisvesting van

Art. 9.§ 1. Het gebouw of de infrastructuur voor de huisvesting van

dieren wordt regelmatig gereinigd en eventueel ontsmet met de gepaste dieren wordt regelmatig gereinigd en eventueel ontsmet met de gepaste
producten. producten.
§ 2. Stalstro is in voorkomend geval voldoende voorhanden, gezond en § 2. Stalstro is in voorkomend geval voldoende voorhanden, gezond en
wordt regelmatig hernieuwd. wordt regelmatig hernieuwd.

Art. 10.De exploitant ziet toe op het onderhoud en de netheid van de

Art. 10.De exploitant ziet toe op het onderhoud en de netheid van de

opslagplaats voor krengen. opslagplaats voor krengen.

Art. 11.De vereiste doeltreffende preventiemaatregelen worden genomen

Art. 11.De vereiste doeltreffende preventiemaatregelen worden genomen

tegen ongedierte, insecten en knaagdieren. Deze maatregelen bestaan tegen ongedierte, insecten en knaagdieren. Deze maatregelen bestaan
o.a. in het gebruik van erkende bestrijdingsmiddelen, van toegelaten o.a. in het gebruik van erkende bestrijdingsmiddelen, van toegelaten
vallen of giften voor knaagdieren, in het behoud van de opslagen van vallen of giften voor knaagdieren, in het behoud van de opslagen van
meel en ander voeder in gezonde omstandigheden, in de bescherming meel en ander voeder in gezonde omstandigheden, in de bescherming
ervan met voorzieningen zoals dunne afrasteringen, klamboes, ervan met voorzieningen zoals dunne afrasteringen, klamboes,
elektrische insectenverdelgers of elk ander gelijkwaardig systeem. elektrische insectenverdelgers of elk ander gelijkwaardig systeem.

Art. 12.Producten die een gevaar inhouden voor de mens en het milieu,

Art. 12.Producten die een gevaar inhouden voor de mens en het milieu,

zoals bijtende, ontvlambare, giftige producten, pesticiden, producten zoals bijtende, ontvlambare, giftige producten, pesticiden, producten
ter bestrijding van ongedierte, insecten en knaagdieren, alsmede ter bestrijding van ongedierte, insecten en knaagdieren, alsmede
reinigingsproducten, dierenzorg- en ontsmettingsproducten worden reinigingsproducten, dierenzorg- en ontsmettingsproducten worden
opgeslagen in daartoe bestemde plaatsen en in omstandigheden waarin opgeslagen in daartoe bestemde plaatsen en in omstandigheden waarin
elke accidentele lozing in het natuurlijke milieu voorkomen wordt. elke accidentele lozing in het natuurlijke milieu voorkomen wordt.
Deze producten zijn erkend en het gebruik ervan voldoet aan de Deze producten zijn erkend en het gebruik ervan voldoet aan de
geldende normen. geldende normen.

Art. 13.De voedingsmiddelen worden in specifieke ruimten of in silo's

Art. 13.De voedingsmiddelen worden in specifieke ruimten of in silo's

opgeslagen. opgeslagen.

Art. 14.De vereiste doeltreffende maatregelen worden genomen om

Art. 14.De vereiste doeltreffende maatregelen worden genomen om

ontsnapping van de dieren te voorkomen. ontsnapping van de dieren te voorkomen.
HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie

Art. 15.Er worden voorzorgsmaatregelen genomen om de veiligheid van

Art. 15.Er worden voorzorgsmaatregelen genomen om de veiligheid van

het publiek en van de personen binnen de exploitatie te waarborgen en het publiek en van de personen binnen de exploitatie te waarborgen en
om desnoods voor een snelle en veilige ontruiming te zorgen. Binnen om desnoods voor een snelle en veilige ontruiming te zorgen. Binnen
het bedrijf zijn de toegangen tot de blussers en haspels voortdurend het bedrijf zijn de toegangen tot de blussers en haspels voortdurend
ontruimd. ontruimd.

Art. 16.De hoogte, het type, de afmetingen en de wijdte van de palen,

Art. 16.De hoogte, het type, de afmetingen en de wijdte van de palen,

de wijdte van de draden of de afmetingen van de afrasteringen van de de wijdte van de draden of de afmetingen van de afrasteringen van de
loopruimten en de weilanden worden aan het soort dier aangepast. Er loopruimten en de weilanden worden aan het soort dier aangepast. Er
worden desnoods dubbele of elektrische omheiningen geplaatst. worden desnoods dubbele of elektrische omheiningen geplaatst.

Art. 17.In geval van dierententoonstelling voor het publiek treft de

Art. 17.In geval van dierententoonstelling voor het publiek treft de

exploitant de vereiste doeltreffende maatregelen om elk ongevalrisico exploitant de vereiste doeltreffende maatregelen om elk ongevalrisico
te voorkomen. te voorkomen.
HOOFDSTUK V. - Water HOOFDSTUK V. - Water

Art. 18.Het is verboden rechtstreeks of onrechtstreeks groeimiddelen,

Art. 18.Het is verboden rechtstreeks of onrechtstreeks groeimiddelen,

afvloeisels en ander afvalwater dan huishoud- en regenwater in de afvloeisels en ander afvalwater dan huishoud- en regenwater in de
ondergrond, een openbare riolering, een oppervlaktewater of een afvoer ondergrond, een openbare riolering, een oppervlaktewater of een afvoer
voor regenwater te lozen. voor regenwater te lozen.

Art. 19.§ 1. Dierlijke mest, plantaardige stoffen en afvloeisels

Art. 19.§ 1. Dierlijke mest, plantaardige stoffen en afvloeisels

worden opgeslagen of gehanteerd overeenkomstig de bepalingen van Boek worden opgeslagen of gehanteerd overeenkomstig de bepalingen van Boek
II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, betreffende II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, betreffende
het duurzame beheer van stikstoffen in de landbouw. het duurzame beheer van stikstoffen in de landbouw.
§ 2. Om een te grote productie van hofwater te voorkomen, wordt het § 2. Om een te grote productie van hofwater te voorkomen, wordt het
hof regelmatig mechanisch gereinigd en wordt de verzamelde afval hof regelmatig mechanisch gereinigd en wordt de verzamelde afval
hetzij naar een infrastructuur voor de opslag van dierlijke mest hetzij naar een infrastructuur voor de opslag van dierlijke mest
afgevoerd, hetzij over het land verspreid overeenkomstig de bepalingen afgevoerd, hetzij over het land verspreid overeenkomstig de bepalingen
van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt. van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.
§ 3. Het is verboden bruin water rechtstreeks in de ondergrond, een § 3. Het is verboden bruin water rechtstreeks in de ondergrond, een
openbare riool of een oppervlaktewater te lozen. Het kan naar een openbare riool of een oppervlaktewater te lozen. Het kan naar een
infrastructuur voor de opslag van dierlijke mest weggevoerd worden. infrastructuur voor de opslag van dierlijke mest weggevoerd worden.

Art. 20.Onverminderd de toepassing van andere wetgevingen wordt het

Art. 20.Onverminderd de toepassing van andere wetgevingen wordt het

regenwater afkomstig van daken afgevoerd via verliesputten, regenwater afkomstig van daken afgevoerd via verliesputten,
draineerbuizen, kunstmatige afvoerwegen of oppervlaktewateren draineerbuizen, kunstmatige afvoerwegen of oppervlaktewateren
voorzover het niet krachtens een andere wetgeving verboden is. voorzover het niet krachtens een andere wetgeving verboden is.
HOOFDSTUK VI. - Lucht HOOFDSTUK VI. - Lucht

Art. 21.De exploitant gebruikt de nodige middelen ter beperking van

Art. 21.De exploitant gebruikt de nodige middelen ter beperking van

de uitstoot van geuren uit de gebouwen of infrastructuren voor de de uitstoot van geuren uit de gebouwen of infrastructuren voor de
huisvesting van dieren of uit de bijhorende installaties. huisvesting van dieren of uit de bijhorende installaties.

Art. 22.In geval van een in de lucht gekanaliseerde afvoer voldoet de

Art. 22.In geval van een in de lucht gekanaliseerde afvoer voldoet de

geloosde lucht aan volgende grenswaarde : totale stoffen : 50 mg/Nm3. geloosde lucht aan volgende grenswaarde : totale stoffen : 50 mg/Nm3.
HOOFDSTUK VII. - Beheer van andere afval dan dierlijke mest HOOFDSTUK VII. - Beheer van andere afval dan dierlijke mest

Art. 23.De bepalingen van dit hoofdstuk lopen niet vooruit op de

Art. 23.De bepalingen van dit hoofdstuk lopen niet vooruit op de

toepassing van bijzondere of specifieke bepalingen die de overheid in toepassing van bijzondere of specifieke bepalingen die de overheid in
geval van overmacht zou kunnen opleggen, inzonderheid om een epizoötie geval van overmacht zou kunnen opleggen, inzonderheid om een epizoötie
binnen de schaapsstapel van het bedrijf uit te roeien. binnen de schaapsstapel van het bedrijf uit te roeien.

Art. 24.De dood van een dier wordt onmiddellijk en uiterlijk binnen

Art. 24.De dood van een dier wordt onmiddellijk en uiterlijk binnen

24 uren door de exploitant meegedeeld aan een voor de verwijdering van 24 uren door de exploitant meegedeeld aan een voor de verwijdering van
krengen erkende ophaler. krengen erkende ophaler.
Het kreng wordt in afwachting van zijn verwijdering op een voor de Het kreng wordt in afwachting van zijn verwijdering op een voor de
gemachtigde personen vlot toegankelijke plaats in een gesloten en gemachtigde personen vlot toegankelijke plaats in een gesloten en
waterdichte voorziening bewaard. waterdichte voorziening bewaard.

Art. 25.De exploitant bewaart de door de erkende ophaler of

Art. 25.De exploitant bewaart de door de erkende ophaler of

vervoerder overgemaakte lijsten van opgehaalde krengen. vervoerder overgemaakte lijsten van opgehaalde krengen.
HOOFDSTUK VIII. - Controle, autocontrole, zelftoezicht HOOFDSTUK VIII. - Controle, autocontrole, zelftoezicht

Art. 26.De SANITEL-inventaris en de lijsten bedoeld in artikel 25

Art. 26.De SANITEL-inventaris en de lijsten bedoeld in artikel 25

worden gedurende vijf jaar op de exploitatiezetel bewaard en ter worden gedurende vijf jaar op de exploitatiezetel bewaard en ter
inzage gelegd van de toezichthoudend ambtenaar. inzage gelegd van de toezichthoudend ambtenaar.
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen

Art. 27.De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van

Art. 27.De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Namen, 22 december 2005. Namen, 22 december 2005.
De Minister-President, De Minister-President,
E. DI RUPO E. DI RUPO
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en
Toerisme, Toerisme,
B. LUTGEN B. LUTGEN
^