Besluit van de Waalse Regering betreffende het investeringsprogramma en de investeringssubsidies inzake openbaar vervoerinfrastructuur | Besluit van de Waalse Regering betreffende het investeringsprogramma en de investeringssubsidies inzake openbaar vervoerinfrastructuur |
---|---|
WAALSE OVERHEIDSDIENST | WAALSE OVERHEIDSDIENST |
18 JUNI 2009. - Besluit van de Waalse Regering betreffende het | 18 JUNI 2009. - Besluit van de Waalse Regering betreffende het |
investeringsprogramma en de investeringssubsidies inzake openbaar | investeringsprogramma en de investeringssubsidies inzake openbaar |
vervoerinfrastructuur | vervoerinfrastructuur |
De Waalse Regering, | De Waalse Regering, |
Gelet op het decreet van 21 december 1989 betreffende de diensten voor | Gelet op het decreet van 21 december 1989 betreffende de diensten voor |
het openbaar vervoer in het Waalse Gewest, inzonderheid op artikel 2, | het openbaar vervoer in het Waalse Gewest, inzonderheid op artikel 2, |
3°, vervangen bij het decreet van 26 november 1992; | 3°, vervangen bij het decreet van 26 november 1992; |
Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 21 januari | Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 21 januari |
1993 betreffende het investeringsprogramma en de investeringstoelagen | 1993 betreffende het investeringsprogramma en de investeringstoelagen |
inzake openbare vervoerinfrastructuren; | inzake openbare vervoerinfrastructuren; |
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2004 | Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2004 |
betreffende de financiering van de uitwerking van gemeentelijke | betreffende de financiering van de uitwerking van gemeentelijke |
mobiliteitsplannen en van de uitvoering van gemeentelijke | mobiliteitsplannen en van de uitvoering van gemeentelijke |
mobiliteitsplannen en het schoolvervoer en de plannen inzake | mobiliteitsplannen en het schoolvervoer en de plannen inzake |
schoolverplaatsingen; | schoolverplaatsingen; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 15 juni | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 15 juni |
2009; | 2009; |
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 30 | Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 30 |
april 2009; | april 2009; |
Gelet op advies 46.611/4 van de Raad van State, gegeven op 8 juni | Gelet op advies 46.611/4 van de Raad van State, gegeven op 8 juni |
2009, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op | 2009, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op |
de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Vervoer; | Op de voordracht van de Minister van Vervoer; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Percentage van de subsidies | HOOFDSTUK I. - Percentage van de subsidies |
Artikel 1.Binnen de perken van de beschikbare kredieten mag de |
Artikel 1.Binnen de perken van de beschikbare kredieten mag de |
Minister van Vervoer, hierna "de Minister" genoemd, aan de "Société | Minister van Vervoer, hierna "de Minister" genoemd, aan de "Société |
régionale wallonne du Transport" (Waalse Gewestelijke | régionale wallonne du Transport" (Waalse Gewestelijke |
Vervoermaatschappij), hierna de "Société régionale" genoemd, subsidies | Vervoermaatschappij), hierna de "Société régionale" genoemd, subsidies |
naar rato van 100 % verlenen voor de uitvoering van het | naar rato van 100 % verlenen voor de uitvoering van het |
investeringsprogramma inzake openbaar vervoerinfrastructuur bedoeld in | investeringsprogramma inzake openbaar vervoerinfrastructuur bedoeld in |
artikel 2, tweede lid, 3°, van het decreet van 21 december 1989 | artikel 2, tweede lid, 3°, van het decreet van 21 december 1989 |
betreffende de diensten voor het openbaar vervoer in het Waalse | betreffende de diensten voor het openbaar vervoer in het Waalse |
Gewest. | Gewest. |
HOOFDSTUK II. - Voorwerp van de subsidies | HOOFDSTUK II. - Voorwerp van de subsidies |
Art. 2.Er kunnen subsidies verleend worden voor de investeringen |
Art. 2.Er kunnen subsidies verleend worden voor de investeringen |
betreffende de volgende infrastructuurwerken : | betreffende de volgende infrastructuurwerken : |
1° de uitvoering, inrichting en uitrusting van de vaste werken en | 1° de uitvoering, inrichting en uitrusting van de vaste werken en |
installaties die nuttig zijn voor de exploitatie van een busnetwerk, | installaties die nuttig zijn voor de exploitatie van een busnetwerk, |
zoals busstroken en -banen, haltepunten, eindpunten, overstapparkings, | zoals busstroken en -banen, haltepunten, eindpunten, overstapparkings, |
autobusstations, overstapstations, sanitaire voorzieningen, | autobusstations, overstapstations, sanitaire voorzieningen, |
wachthuisjes, kruispunten met lichten,...; | wachthuisjes, kruispunten met lichten,...; |
2° de uitvoering, inrichting en uitrusting van de vaste of mobiele | 2° de uitvoering, inrichting en uitrusting van de vaste of mobiele |
werken en installaties die nuttig zijn voor de exploitatie van een | werken en installaties die nuttig zijn voor de exploitatie van een |
metro- of tramnetwerk; | metro- of tramnetwerk; |
3° de demonstratieprojecten die nodig zijn voor het uitproberen van | 3° de demonstratieprojecten die nodig zijn voor het uitproberen van |
nieuwe vervoerswijzen; | nieuwe vervoerswijzen; |
4° het demonteren van uitrustingen en de afbraak van infrastructuren | 4° het demonteren van uitrustingen en de afbraak van infrastructuren |
die niet meer nuttig zijn voor de exploitatie, alsook het herstel van | die niet meer nuttig zijn voor de exploitatie, alsook het herstel van |
de plaats; | de plaats; |
5° het onderhoud en de bescherming van de niet-geëxploiteerde werken; | 5° het onderhoud en de bescherming van de niet-geëxploiteerde werken; |
6° de werken, de inrichtingen ter bevordering van de intermodaliteit | 6° de werken, de inrichtingen ter bevordering van de intermodaliteit |
tussen het vervoer per bus, tram of metro en de andere vervoerswijzen; | tussen het vervoer per bus, tram of metro en de andere vervoerswijzen; |
7° de uitrusting van de overstapstations en/of haltepunten met | 7° de uitrusting van de overstapstations en/of haltepunten met |
parkeervoorzieningen voor fietsen (bogen, boxen, stallingen,...); | parkeervoorzieningen voor fietsen (bogen, boxen, stallingen,...); |
8° doorgaans alle inrichtings- en uitrustingsuitgaven met het oog op | 8° doorgaans alle inrichtings- en uitrustingsuitgaven met het oog op |
een betere mobiliteit als alternatief op de individuele wagen; | een betere mobiliteit als alternatief op de individuele wagen; |
9° het grote onderhoud van voornoemde sites en installaties; | 9° het grote onderhoud van voornoemde sites en installaties; |
10° de verplaatsing van de kabels en leidingen die nodig waren om | 10° de verplaatsing van de kabels en leidingen die nodig waren om |
genoemde werken uit te voeren. | genoemde werken uit te voeren. |
Voor de subsidiëring van de investeringen betreffende de | Voor de subsidiëring van de investeringen betreffende de |
infrastructuurwerken bedoeld in het eerste lid kunnen ook in | infrastructuurwerken bedoeld in het eerste lid kunnen ook in |
aanmerking genomen worden : | aanmerking genomen worden : |
1° de aanwervingen van de onroerende goederen die nodig zijn voor de | 1° de aanwervingen van de onroerende goederen die nodig zijn voor de |
uitvoering ervan; | uitvoering ervan; |
2° de conceptuele studies die nodig zijn voor de modernisering en de | 2° de conceptuele studies die nodig zijn voor de modernisering en de |
verbetering van de openbaar vervoersnetwerken; | verbetering van de openbaar vervoersnetwerken; |
3° de prijsherzieningen die de bouwheer moet uitvoeren overeenkomstig | 3° de prijsherzieningen die de bouwheer moet uitvoeren overeenkomstig |
de wettelijke, reglementaire en contractuele bepalingen die op dat | de wettelijke, reglementaire en contractuele bepalingen die op dat |
gebied toepasselijk zijn; | gebied toepasselijk zijn; |
4° de werken uitgevoerd bovenop de veronderstelde hoeveelheden vermeld | 4° de werken uitgevoerd bovenop de veronderstelde hoeveelheden vermeld |
in de posten met prijsborderel, voor zover de waarde van die werken | in de posten met prijsborderel, voor zover de waarde van die werken |
niet hoger is dan 10 % van het totaalbedrag van de opdracht, excl. | niet hoger is dan 10 % van het totaalbedrag van de opdracht, excl. |
BTW, behalve redelijk voorspelbare omstandigheid; | BTW, behalve redelijk voorspelbare omstandigheid; |
5° de werken besteld overeenkomstig artikel 42 van de algemene | 5° de werken besteld overeenkomstig artikel 42 van de algemene |
aannemingsvoorwaarden voor de overheidsopdrachten voor aanneming van | aannemingsvoorwaarden voor de overheidsopdrachten voor aanneming van |
werken, leveringen en diensten en voor de concessies voor openbare | werken, leveringen en diensten en voor de concessies voor openbare |
werken, gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot | werken, gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot |
bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten | bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten |
en van de concessies voor openbare werken; | en van de concessies voor openbare werken; |
6° de specifieke kosten gegenereerd door prestaties van derden, o.a. | 6° de specifieke kosten gegenereerd door prestaties van derden, o.a. |
de geologische en geotechnische campagnes, de honoraria van | de geologische en geotechnische campagnes, de honoraria van |
projectontwerpers, de aanbestedingskosten, de toezichtskosten, de | projectontwerpers, de aanbestedingskosten, de toezichtskosten, de |
kosten voor de oplevering van de materialen, de verzekeringskosten, | kosten voor de oplevering van de materialen, de verzekeringskosten, |
met uitsluiting van die welke de aansprakelijkheid van de | met uitsluiting van die welke de aansprakelijkheid van de |
ondernemingen dekken, de kosten van authentieke akten en van de | ondernemingen dekken, de kosten van authentieke akten en van de |
deskundige landmeters, de kosten van de prestaties inzake de | deskundige landmeters, de kosten van de prestaties inzake de |
coördinatie veiligheid-gezondheid; | coördinatie veiligheid-gezondheid; |
7° de werken die noodzakelijk gemaakt worden wegens buitengewone en | 7° de werken die noodzakelijk gemaakt worden wegens buitengewone en |
onvoorspelbare omstandigheden; | onvoorspelbare omstandigheden; |
8° de kosten voortvloeiend uit het in gebreke blijven van de aannemer, | 8° de kosten voortvloeiend uit het in gebreke blijven van de aannemer, |
voor zover ze niet te zijner laste ingevorderd kunnen worden; | voor zover ze niet te zijner laste ingevorderd kunnen worden; |
9° de schadevergoeding verschuldigd aan de aannemers voor zover ze | 9° de schadevergoeding verschuldigd aan de aannemers voor zover ze |
niet te wijten is aan een feit dat aan de "Société régionale" toe te | niet te wijten is aan een feit dat aan de "Société régionale" toe te |
schrijven is; | schrijven is; |
10° de niet-verhaalbare BTW en, doorgaans, elke belasting die de te | 10° de niet-verhaalbare BTW en, doorgaans, elke belasting die de te |
subsidiëren uitgaven, zoals omschreven in dit besluit, bezwaart. | subsidiëren uitgaven, zoals omschreven in dit besluit, bezwaart. |
Art. 3.Komen niet in aanmerking voor het voordeel van de subsidies : |
Art. 3.Komen niet in aanmerking voor het voordeel van de subsidies : |
1° de onderhoudswerken, alsook de vernieuwingswerken ingevolge een | 1° de onderhoudswerken, alsook de vernieuwingswerken ingevolge een |
gebrek aan onderhoud van de infrastructuren; | gebrek aan onderhoud van de infrastructuren; |
2° de leveringen en de uitrustingen met een louter esthetisch karakter | 2° de leveringen en de uitrustingen met een louter esthetisch karakter |
die niet noodzakelijk zijn voor de veiligheid of voor een rationele, | die niet noodzakelijk zijn voor de veiligheid of voor een rationele, |
economische en efficiënte exploitatie van de installaties, tenzij | economische en efficiënte exploitatie van de installaties, tenzij |
daarin voorzien wordt in wetsbepalingen of in voorschriften voor de | daarin voorzien wordt in wetsbepalingen of in voorschriften voor de |
goede inrichting van de plaats; | goede inrichting van de plaats; |
3° de opdrachten of gedeelten van opdrachten betreffende de | 3° de opdrachten of gedeelten van opdrachten betreffende de |
infrastructuurwerken bedoeld in artikel 2, voor zover ze krachtens een | infrastructuurwerken bedoeld in artikel 2, voor zover ze krachtens een |
andere regelgeving gesubsidieerd worden; | andere regelgeving gesubsidieerd worden; |
4° de verwijlinteresten en de vergoedingen verschuldigd aan de | 4° de verwijlinteresten en de vergoedingen verschuldigd aan de |
aannemer wegens niet-betaling binnen de voorgeschreven termijnen of | aannemer wegens niet-betaling binnen de voorgeschreven termijnen of |
wegens nalatigheden toe te schrijven aan de bouwheer. | wegens nalatigheden toe te schrijven aan de bouwheer. |
Art. 4.Voor de in artikel 2 bedoelde infrastructuurwerken die op |
Art. 4.Voor de in artikel 2 bedoelde infrastructuurwerken die op |
verzoek van de "Société régionale" in regie uitgevoerd worden door de | verzoek van de "Société régionale" in regie uitgevoerd worden door de |
exploitatiemaatschappijen bedoeld in hoofdstuk II van het decreet van | exploitatiemaatschappijen bedoeld in hoofdstuk II van het decreet van |
21 december 1989, worden de subsidies berekend met inachtneming van de | 21 december 1989, worden de subsidies berekend met inachtneming van de |
volgende elementen : | volgende elementen : |
1° de levering van de materialen; | 1° de levering van de materialen; |
2° de vervoerskosten; | 2° de vervoerskosten; |
3° de kosten voor de huur van groot materiaal dat nodig is voor de | 3° de kosten voor de huur van groot materiaal dat nodig is voor de |
uitvoering van de werken; | uitvoering van de werken; |
4° het bedrag van de werken uitbesteed door de | 4° het bedrag van de werken uitbesteed door de |
exploitatiemaatschappijen; | exploitatiemaatschappijen; |
5° de arbeidskosten, incluis de salarissen, lonen, verplaatsingskosten | 5° de arbeidskosten, incluis de salarissen, lonen, verplaatsingskosten |
van het personeel van de exploitatiemaatschappijen, behalve de kosten | van het personeel van de exploitatiemaatschappijen, behalve de kosten |
betreffende de personeelsleden van niveau 1; | betreffende de personeelsleden van niveau 1; |
6° de kosten voor de studies en de controle die niet zijn uitgevoerd | 6° de kosten voor de studies en de controle die niet zijn uitgevoerd |
door personeel van de "Société régionale" en de | door personeel van de "Société régionale" en de |
controleverzekeringspolissen; | controleverzekeringspolissen; |
7° de algemene kosten, forfaitair beperkt tot 5 % van het te | 7° de algemene kosten, forfaitair beperkt tot 5 % van het te |
subsidiëren bedrag. | subsidiëren bedrag. |
HOOFDSTUK III. - Procedure | HOOFDSTUK III. - Procedure |
Afdeling 1. - Programmering en beschrijvende nota's | Afdeling 1. - Programmering en beschrijvende nota's |
Art. 5.De "Société régionale" maakt uiterlijk 20 januari van het jaar |
Art. 5.De "Société régionale" maakt uiterlijk 20 januari van het jaar |
N het jaarlijks programma betreffende het begrotingsjaar N op en legt | N het jaarlijks programma betreffende het begrotingsjaar N op en legt |
het ter goedkeuring aan de Minister over. | het ter goedkeuring aan de Minister over. |
Elk investeringsdossier opgenomen in het programma is het voorwerp van | Elk investeringsdossier opgenomen in het programma is het voorwerp van |
een nota met de omschrijving en de rechtvaardiging van de overwogen | een nota met de omschrijving en de rechtvaardiging van de overwogen |
handelingen, een kostenraming en een programma van de uitvoering | handelingen, een kostenraming en een programma van de uitvoering |
ervan. | ervan. |
De Minister keurt het jaarlijks programma goed, gaat uiterlijk 15 | De Minister keurt het jaarlijks programma goed, gaat uiterlijk 15 |
april over tot de vastlegging van de overeenstemmende subsidie en | april over tot de vastlegging van de overeenstemmende subsidie en |
geeft de "Société régionale" kennis van het besluit. | geeft de "Société régionale" kennis van het besluit. |
Indien een opdracht waarin het programma van het jaar N voorziet niet | Indien een opdracht waarin het programma van het jaar N voorziet niet |
is meegedeeld na afloop van het jaar N+2, gaat de Minister over tot de | is meegedeeld na afloop van het jaar N+2, gaat de Minister over tot de |
vernietiging van het gedeelte van de overeenstemmende vastlegging. | vernietiging van het gedeelte van de overeenstemmende vastlegging. |
Gedurende die periode van drie jaar kan de "Société régionale" | Gedurende die periode van drie jaar kan de "Société régionale" |
wijzigingen in het jaarlijks programma ter goedkeuring aan de Minister | wijzigingen in het jaarlijks programma ter goedkeuring aan de Minister |
overleggen met inachtneming van de procedure waarin dit artikel | overleggen met inachtneming van de procedure waarin dit artikel |
voorziet. | voorziet. |
Art. 6.De "Société régionale" maakt samen met het jaarlijks programma |
Art. 6.De "Société régionale" maakt samen met het jaarlijks programma |
een meerjarenprogramma betreffende de jaren N+1 à N+3 ter informatie | een meerjarenprogramma betreffende de jaren N+1 à N+3 ter informatie |
aan de Minister over. | aan de Minister over. |
Elk project opgenomen in het meerjarenplan is het voorwerp van een | Elk project opgenomen in het meerjarenplan is het voorwerp van een |
dossier bevattende een globale weergave alsook een | dossier bevattende een globale weergave alsook een |
uitvoeringsprogrammering en een financiële programmering van de | uitvoeringsprogrammering en een financiële programmering van de |
vastleggingen en de betalingen. | vastleggingen en de betalingen. |
Afdeling 2. - Tenuitvoerlegging van het jaarlijks programma | Afdeling 2. - Tenuitvoerlegging van het jaarlijks programma |
Art. 7.Na een in het jaarlijks programma opgenomen opdracht die in de |
Art. 7.Na een in het jaarlijks programma opgenomen opdracht die in de |
in artikel 5 bedoelde nota omschreven wordt, te hebben toegewezen, | in artikel 5 bedoelde nota omschreven wordt, te hebben toegewezen, |
maakt de "Société régionale" de aanvraag tot betaling van de | maakt de "Société régionale" de aanvraag tot betaling van de |
desbetreffende subsidies aan de Minister over, samen met het dossier | desbetreffende subsidies aan de Minister over, samen met het dossier |
dat nodig is voor de controle door het Rekenhof. | dat nodig is voor de controle door het Rekenhof. |
HOOFDSTUK IV. - Betaling van de subsidies | HOOFDSTUK IV. - Betaling van de subsidies |
Art. 8.Voor de opdrachten waarvan het oorspronkelijk bedrag hoger is |
Art. 8.Voor de opdrachten waarvan het oorspronkelijk bedrag hoger is |
dan 50.000 euro, excl. BTW : | dan 50.000 euro, excl. BTW : |
1° wordt een som gelijk aan 50 % van het oorspronkelijk bedrag van de | 1° wordt een som gelijk aan 50 % van het oorspronkelijk bedrag van de |
opdracht in de loop van de maand van de aanvraag van de "Société | opdracht in de loop van de maand van de aanvraag van de "Société |
régionale" betaald op basis van de datum waarop opdracht tot het | régionale" betaald op basis van de datum waarop opdracht tot het |
opstarten van de prestaties is gegeven; | opstarten van de prestaties is gegeven; |
2° wordt een som gelijk aan 85 % van het bedrag van de opdracht, | 2° wordt een som gelijk aan 85 % van het bedrag van de opdracht, |
herzieningen inbegrepen, in de loop van de maand van de aanvraag van | herzieningen inbegrepen, in de loop van de maand van de aanvraag van |
de "Société régionale" na aftrek van de voor de eerste tranche | de "Société régionale" na aftrek van de voor de eerste tranche |
betaalde bedragen betaald op basis van een proces-verbaal waaruit | betaalde bedragen betaald op basis van een proces-verbaal waaruit |
blijkt dat de opdracht is uitgevoerd ten belope van 50 % van het | blijkt dat de opdracht is uitgevoerd ten belope van 50 % van het |
oorspronkelijk bedrag, excl. herzieningen; | oorspronkelijk bedrag, excl. herzieningen; |
3° wordt een som gelijk aan 100 % van het bedrag van de opdracht, | 3° wordt een som gelijk aan 100 % van het bedrag van de opdracht, |
herzieningen inbegrepen, na aftrek van de voor de twee eerste tranches | herzieningen inbegrepen, na aftrek van de voor de twee eerste tranches |
betaalde bedragen betaald op basis van de eindafrekening van de | betaalde bedragen betaald op basis van de eindafrekening van de |
prestaties. | prestaties. |
Art. 9.Voor de opdrachten waarvan het oorspronkelijk bedrag gelijk is |
Art. 9.Voor de opdrachten waarvan het oorspronkelijk bedrag gelijk is |
aan 50.000 euro of minder, excl. BTW, worden de subsidies betaald op | aan 50.000 euro of minder, excl. BTW, worden de subsidies betaald op |
basis van de eindafrekening of, desgevallend, van de bewijsstukken. | basis van de eindafrekening of, desgevallend, van de bewijsstukken. |
Art. 10.De subsidies betreffende de kosten voor de aanwerving van |
Art. 10.De subsidies betreffende de kosten voor de aanwerving van |
onroerende goederen en de bijkomende kosten worden betaald op basis | onroerende goederen en de bijkomende kosten worden betaald op basis |
van de bewijsstukken, o.a. het jaarlijks programma, de authentieke | van de bewijsstukken, o.a. het jaarlijks programma, de authentieke |
akten en het advies van het Comité voor de aanwerving van onroerende | akten en het advies van het Comité voor de aanwerving van onroerende |
goederen. | goederen. |
Art. 11.Onerminderd de bepalingen van artikel 10, worden de |
Art. 11.Onerminderd de bepalingen van artikel 10, worden de |
subsidies, wat betreft de dossiers bedoeld in artikel 2, tweede lid, | subsidies, wat betreft de dossiers bedoeld in artikel 2, tweede lid, |
9°, betaald op basis van de bewijsstukken, o.a., desgevallend, de | 9°, betaald op basis van de bewijsstukken, o.a., desgevallend, de |
beslissingen van de raad van bestuur van de "Société régionale" | beslissingen van de raad van bestuur van de "Société régionale" |
waarbij toestemming tot betaling van de vergoedingen of de | waarbij toestemming tot betaling van de vergoedingen of de |
verwijlinteresten is gegeven. | verwijlinteresten is gegeven. |
HOOFDSTUK V. - Slot- en opheffingsbepalingen | HOOFDSTUK V. - Slot- en opheffingsbepalingen |
Art. 12.Opgeheven worden : |
Art. 12.Opgeheven worden : |
1° het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 21 januari 1993 | 1° het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 21 januari 1993 |
betreffende het investeringsprogramma en de investeringstoelagen | betreffende het investeringsprogramma en de investeringstoelagen |
inzake openbare vervoerinfrastructuren, gewijzigd bij het besluit van | inzake openbare vervoerinfrastructuren, gewijzigd bij het besluit van |
de Waalse Regering van 23 januari 1997 en bij het besluit van de | de Waalse Regering van 23 januari 1997 en bij het besluit van de |
Waalse Regering van 13 december 2001; | Waalse Regering van 13 december 2001; |
2° hoofdstuk I van Titel III van het besluit van de Waalse Regering | 2° hoofdstuk I van Titel III van het besluit van de Waalse Regering |
van 27 mei 2004 betreffende de financiering van de uitwerking van | van 27 mei 2004 betreffende de financiering van de uitwerking van |
gemeentelijke mobiliteitsplannen en van de uitvoering van | gemeentelijke mobiliteitsplannen en van de uitvoering van |
gemeentelijke mobiliteitsplannen en het schoolvervoer en de plannen | gemeentelijke mobiliteitsplannen en het schoolvervoer en de plannen |
inzake schoolverplaatsingen, dat de artikelen 7 tot 11 inhoudt. | inzake schoolverplaatsingen, dat de artikelen 7 tot 11 inhoudt. |
Art. 13.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 13.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Art. 14.De Minister bevoegd voor Openbaar Vervoer is belast met de |
Art. 14.De Minister bevoegd voor Openbaar Vervoer is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Namen, 18 juni 2009. | Namen, 18 juni 2009. |
De Minister-President, | De Minister-President, |
R. DEMOTTE | R. DEMOTTE |
De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, | De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, |
A. ANTOINE | A. ANTOINE |