Besluit van de Waalse Regering houdende sectorale voorwaarden inzake watergebruik i.v.m. de vervaardiging van kleurstoffen en pigmenten en de vervaardiging van verf, vernis en drukinkt die niet opgenomen zijn in een andere rubriek , mastiek, plamuur, organische oplosmiddelen en verdunners, afbijtmiddelen, vloeibare houtbeschermingsmiddelen en vloeibare vochtwerende preparaten op basis van siliconen, drukinkt) | Besluit van de Waalse Regering houdende sectorale voorwaarden inzake watergebruik i.v.m. de vervaardiging van kleurstoffen en pigmenten en de vervaardiging van verf, vernis en drukinkt die niet opgenomen zijn in een andere rubriek , mastiek, plamuur, organische oplosmiddelen en verdunners, afbijtmiddelen, vloeibare houtbeschermingsmiddelen en vloeibare vochtwerende preparaten op basis van siliconen, drukinkt) |
---|---|
MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST | MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST |
16 JANUARI 2003. - Besluit van de Waalse Regering houdende sectorale | 16 JANUARI 2003. - Besluit van de Waalse Regering houdende sectorale |
voorwaarden inzake watergebruik i.v.m. de vervaardiging van | voorwaarden inzake watergebruik i.v.m. de vervaardiging van |
kleurstoffen en pigmenten en de vervaardiging van verf, vernis en | kleurstoffen en pigmenten en de vervaardiging van verf, vernis en |
drukinkt die niet opgenomen zijn in een andere rubriek (verf, vernis, | drukinkt die niet opgenomen zijn in een andere rubriek (verf, vernis, |
pigmenten, opacifieermiddelen, verglaasbare samenstellingen, engobes | pigmenten, opacifieermiddelen, verglaasbare samenstellingen, engobes |
(slips), mastiek, plamuur, organische oplosmiddelen en verdunners, | (slips), mastiek, plamuur, organische oplosmiddelen en verdunners, |
afbijtmiddelen, vloeibare houtbeschermingsmiddelen en vloeibare | afbijtmiddelen, vloeibare houtbeschermingsmiddelen en vloeibare |
vochtwerende preparaten op basis van siliconen, drukinkt) | vochtwerende preparaten op basis van siliconen, drukinkt) |
De Waalse Regering, | De Waalse Regering, |
Gelet op het decreet van 11 maart 1999 betreffende de | Gelet op het decreet van 11 maart 1999 betreffende de |
milieuvergunning; | milieuvergunning; |
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot | Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot |
bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de | bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de |
inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de | inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de |
milieuvergunning; | milieuvergunning; |
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot | Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot |
bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen | bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen |
projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten; | projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten; |
Gelet op het advies van de Adviescommissie voor de bescherming van het | Gelet op het advies van de Adviescommissie voor de bescherming van het |
oppervlaktewater tegen verontreiniging, uitgebracht op 15 februari | oppervlaktewater tegen verontreiniging, uitgebracht op 15 februari |
2002; | 2002; |
Gelet op het advies van de Raad van State, uitgebracht op 25 september | Gelet op het advies van de Raad van State, uitgebracht op 25 september |
2002, | 2002, |
Besluit : | Besluit : |
ENIG HOOFDSTUK. - Toepassingsgebied en lozingsvoorwaarden | ENIG HOOFDSTUK. - Toepassingsgebied en lozingsvoorwaarden |
Afdeling I . - Toepassingsgebied | Afdeling I . - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze voorwaarden zijn van toepassing op de activiteiten en |
Artikel 1.Deze voorwaarden zijn van toepassing op de activiteiten en |
installaties die ingedeeld zijn onder de volgende rubrieken : nr. | installaties die ingedeeld zijn onder de volgende rubrieken : nr. |
24.12 en 24.30. | 24.12 en 24.30. |
Voor de toepassing van dit besluit wordt de sector in subsectoren | Voor de toepassing van dit besluit wordt de sector in subsectoren |
onderverdeeld, met name : | onderverdeeld, met name : |
1° Subsector I : productie van titaandioxide; | 1° Subsector I : productie van titaandioxide; |
2° Subsector II : verf, vernis, drukinkt en andere pigmenten dan | 2° Subsector II : verf, vernis, drukinkt en andere pigmenten dan |
titaandioxide; | titaandioxide; |
3° Subsector III : organische samengestelde oplosmiddelen en | 3° Subsector III : organische samengestelde oplosmiddelen en |
afbijtmiddelen, mastiek, plamuur en vloeibare vochtwerende preparaten | afbijtmiddelen, mastiek, plamuur en vloeibare vochtwerende preparaten |
op basis van siliconen, opacifieermiddelen, verglaasbare | op basis van siliconen, opacifieermiddelen, verglaasbare |
samenstellingen en engobes (slips); | samenstellingen en engobes (slips); |
4° Subsector IV : vervaardiging van houtbeschermingsmiddelen. | 4° Subsector IV : vervaardiging van houtbeschermingsmiddelen. |
Afdeling II . - Lozingsvoorwaarden m.b.t. subsector I | Afdeling II . - Lozingsvoorwaarden m.b.t. subsector I |
Onderafdeling I. - Voorwaarden voor lozingen in gewoon | Onderafdeling I. - Voorwaarden voor lozingen in gewoon |
oppervlaktewater | oppervlaktewater |
Art. 2.Industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater wordt |
Art. 2.Industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater wordt |
geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden : | geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden : |
1° de pH-waarde ligt tussen 6,5 en 9. Als het voortkomt uit het | 1° de pH-waarde ligt tussen 6,5 en 9. Als het voortkomt uit het |
gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de | gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de |
natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als | natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als |
ze hoger is dan 9 of lager dan 6,5; | ze hoger is dan 9 of lager dan 6,5; |
2° de biochemische zuurstofbehoefte over vijf dagen bij 20 °C en bij | 2° de biochemische zuurstofbehoefte over vijf dagen bij 20 °C en bij |
aanwezigheid van allyl thio-ureum is niet hoger dan 45 mg per liter; | aanwezigheid van allyl thio-ureum is niet hoger dan 45 mg per liter; |
3° de chemische zuurstofbehoefte is niet hoger dan 173 mg per liter; | 3° de chemische zuurstofbehoefte is niet hoger dan 173 mg per liter; |
4° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 135 mg per | 4° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 135 mg per |
liter; | liter; |
5° de temperatuur is niet hoger dan 30 °C; | 5° de temperatuur is niet hoger dan 30 °C; |
6° het gehalte aan totaal chroom is niet hoger dan 43 mg Cr per liter; | 6° het gehalte aan totaal chroom is niet hoger dan 43 mg Cr per liter; |
7° het gehalte aan totaal zink is niet hoger dan 30 mg Zn per liter; | 7° het gehalte aan totaal zink is niet hoger dan 30 mg Zn per liter; |
8° het gehalte aan totaal lood is niet hoger dan 0,9 mg Pb per liter; | 8° het gehalte aan totaal lood is niet hoger dan 0,9 mg Pb per liter; |
9° het gehalte aan totaal nikkel is niet hoger dan 1,35 mg Ni per | 9° het gehalte aan totaal nikkel is niet hoger dan 1,35 mg Ni per |
liter; | liter; |
10° het gehalte aan totaal arseen is niet hoger dan 0,15 mg As per | 10° het gehalte aan totaal arseen is niet hoger dan 0,15 mg As per |
liter; | liter; |
11° het gehalte aan totaal mangaan is niet hoger dan 135 mg Mn per | 11° het gehalte aan totaal mangaan is niet hoger dan 135 mg Mn per |
liter | liter |
12° het gehalte aan totaal ijzer is niet hoger dan 3 600 mg Fe per | 12° het gehalte aan totaal ijzer is niet hoger dan 3 600 mg Fe per |
liter; | liter; |
13° het gehalte aan totaal aluminium is niet hoger dan 645 mg Al per | 13° het gehalte aan totaal aluminium is niet hoger dan 645 mg Al per |
liter; | liter; |
14° het gehalte aan totaal koper is niet hoger dan 0,75 mg Cu per | 14° het gehalte aan totaal koper is niet hoger dan 0,75 mg Cu per |
liter; | liter; |
15° het gehalte aan totaal tin is niet hoger dan 0,45 mg Snr per | 15° het gehalte aan totaal tin is niet hoger dan 0,45 mg Snr per |
liter; | liter; |
16° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan | 16° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan |
duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; | duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; |
17° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen | 17° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen |
bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen | bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen |
overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 | overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 |
september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen | september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen |
bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot | bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot |
bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door | bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door |
bepaalde gevaarlijke stoffen. | bepaalde gevaarlijke stoffen. |
Art. 3.Voor de installaties die het chloorproces toepassen, voldoet |
Art. 3.Voor de installaties die het chloorproces toepassen, voldoet |
het industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater wordt | het industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater wordt |
geloosd, bovendien aan de volgende voorwaarden : | geloosd, bovendien aan de volgende voorwaarden : |
het gehalte aan totaal chloride is niet hoger dan : | het gehalte aan totaal chloride is niet hoger dan : |
- 5 550 mg Cl per liter bij gebruik van natuurlijk rutiel; | - 5 550 mg Cl per liter bij gebruik van natuurlijk rutiel; |
- 9 750 mg Cl per liter bij gebruik van synthetisch rutiel; | - 9 750 mg Cl per liter bij gebruik van synthetisch rutiel; |
- 19 350 mg Cl per liter bij gebruik van slag. | - 19 350 mg Cl per liter bij gebruik van slag. |
Art. 4.Voor de installaties die het sulfaatproces toepassen, voldoet |
Art. 4.Voor de installaties die het sulfaatproces toepassen, voldoet |
het industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater wordt | het industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater wordt |
geloosd, bovendien aan de volgende voorwaarde : | geloosd, bovendien aan de volgende voorwaarde : |
het gehalte aan totaal sulfaat is niet hoger dan 34 275 mg SO4 per | het gehalte aan totaal sulfaat is niet hoger dan 34 275 mg SO4 per |
liter. | liter. |
Onderafdeling 2 - Referentievolumes | Onderafdeling 2 - Referentievolumes |
Art. 5.Het referentievolume is 35 m3/t vervaardigd TiO2. |
Art. 5.Het referentievolume is 35 m3/t vervaardigd TiO2. |
Afdeling 3 . - Lozingsvoorwaarden m.b.t. subsector II | Afdeling 3 . - Lozingsvoorwaarden m.b.t. subsector II |
Onderafdeling I. - Voorwaarden voor lozingen in gewoon | Onderafdeling I. - Voorwaarden voor lozingen in gewoon |
oppervlaktewater | oppervlaktewater |
Art. 6.Industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater wordt |
Art. 6.Industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater wordt |
geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden : | geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden : |
1° de pH-waarde ligt tussen 6,5 en 9. Als het voortkomt uit het | 1° de pH-waarde ligt tussen 6,5 en 9. Als het voortkomt uit het |
gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de | gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de |
natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als | natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als |
ze hoger is dan 9 of lager dan 6,5; | ze hoger is dan 9 of lager dan 6,5; |
2° de biochemische zuurstofbehoefte over vijf dagen bij 20 °C en bij | 2° de biochemische zuurstofbehoefte over vijf dagen bij 20 °C en bij |
aanwezigheid van allyl thio-ureum is niet hoger dan 25 mg per liter; | aanwezigheid van allyl thio-ureum is niet hoger dan 25 mg per liter; |
3° de chemische zuurstofbehoefte is niet hoger dan 300 mg per liter; | 3° de chemische zuurstofbehoefte is niet hoger dan 300 mg per liter; |
4° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 60 mg per liter; | 4° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 60 mg per liter; |
5° het gehalte aan bezinkbare stoffen is niet hoger dan 0,5 ml per | 5° het gehalte aan bezinkbare stoffen is niet hoger dan 0,5 ml per |
liter (statische bezinking gedurende 2 uur); | liter (statische bezinking gedurende 2 uur); |
6° het gehalte aan niet-polaire koolwaterstoffen is niet hoger dan 5 | 6° het gehalte aan niet-polaire koolwaterstoffen is niet hoger dan 5 |
mg per liter; | mg per liter; |
7° het gehalte aan anionactieve, kationactieve en niet-ionogene | 7° het gehalte aan anionactieve, kationactieve en niet-ionogene |
wasmiddelen is niet hoger dan 3 mg per liter; | wasmiddelen is niet hoger dan 3 mg per liter; |
8° de temperatuur is niet hoger dan 30 °C; | 8° de temperatuur is niet hoger dan 30 °C; |
9° het gehalte aan fenolen is niet hoger dan 1 mg per liter; | 9° het gehalte aan fenolen is niet hoger dan 1 mg per liter; |
10° het gehalte aan vlot ontleedbare cyaniden is niet hoger dan 0,5 mg | 10° het gehalte aan vlot ontleedbare cyaniden is niet hoger dan 0,5 mg |
CN per liter; | CN per liter; |
11° het gehalte aan zeswaardig chroom is niet hoger dan 0,2 mg Cr per | 11° het gehalte aan zeswaardig chroom is niet hoger dan 0,2 mg Cr per |
liter; | liter; |
12° het gehalte aan totaal chroom is niet hoger dan 2 mg Cr per liter; | 12° het gehalte aan totaal chroom is niet hoger dan 2 mg Cr per liter; |
13° het gehalte aan zink is niet hoger dan 3 mg Zn per liter; | 13° het gehalte aan zink is niet hoger dan 3 mg Zn per liter; |
14° het gehalte aan kobalt is niet hoger dan 1 mg Co per liter | 14° het gehalte aan kobalt is niet hoger dan 1 mg Co per liter |
15° het gehalte aan lood is niet hoger dan 0,1 mg Pb per liter; | 15° het gehalte aan lood is niet hoger dan 0,1 mg Pb per liter; |
16° het gehalte aan nikkel is niet hoger dan 2 mg Ni per liter; | 16° het gehalte aan nikkel is niet hoger dan 2 mg Ni per liter; |
17° het gehalte aan arseen is niet hoger dan 0,2 mg As per liter; | 17° het gehalte aan arseen is niet hoger dan 0,2 mg As per liter; |
18° het gehalte aan mangaan is niet hoger dan 1 mg Mn per liter | 18° het gehalte aan mangaan is niet hoger dan 1 mg Mn per liter |
19° het gehalte aan ijzer + aluminium is niet hoger dan 10 mg per | 19° het gehalte aan ijzer + aluminium is niet hoger dan 10 mg per |
liter; | liter; |
20° het gehalte aan totaal koper is niet hoger dan 0,1 mg Cu per | 20° het gehalte aan totaal koper is niet hoger dan 0,1 mg Cu per |
liter; | liter; |
21° het gehalte aan molybdeen is niet hoger dan 1 mg Mo per liter | 21° het gehalte aan molybdeen is niet hoger dan 1 mg Mo per liter |
22° het gehalte aan tin is niet hoger dan 2 mg Snr per liter; | 22° het gehalte aan tin is niet hoger dan 2 mg Snr per liter; |
23° de som van de gehalten aan metalen (behoudens ijzer en aluminium) | 23° de som van de gehalten aan metalen (behoudens ijzer en aluminium) |
is niet hoger dan 10 mg per liter; | is niet hoger dan 10 mg per liter; |
24° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan | 24° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan |
duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; | duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; |
25° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen | 25° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen |
bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen | bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen |
overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 | overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 |
september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen | september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen |
bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot | bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot |
bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door | bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door |
bepaalde gevaarlijke stoffen. | bepaalde gevaarlijke stoffen. |
Onderafdeling II. - Voorwaarden voor lozingen in openbare rioleringen | Onderafdeling II. - Voorwaarden voor lozingen in openbare rioleringen |
Art. 7.Industrieel afvalwater dat in openbare rioleringen geloosd |
Art. 7.Industrieel afvalwater dat in openbare rioleringen geloosd |
wordt, voldoet aan de volgende voorwaarden : | wordt, voldoet aan de volgende voorwaarden : |
1° de pH-waarde ligt tussen 6 en 9.5. Als het voortkomt uit het | 1° de pH-waarde ligt tussen 6 en 9.5. Als het voortkomt uit het |
gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de | gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de |
natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als | natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als |
ze hoger is dan 9.5 of lager dan 6; | ze hoger is dan 9.5 of lager dan 6; |
2° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 1 000 mg per | 2° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 1 000 mg per |
liter; | liter; |
3° het gehalte aan met petroleumether extraheerbare stoffen is niet | 3° het gehalte aan met petroleumether extraheerbare stoffen is niet |
hoger dan 500 mg per liter; | hoger dan 500 mg per liter; |
4° de temperatuur is niet hoger dan 45 °C; | 4° de temperatuur is niet hoger dan 45 °C; |
5° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan | 5° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan |
duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; | duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; |
6° het gehalte aan vlot ontleedbare cyaniden is niet hoger dan 1 mg CN | 6° het gehalte aan vlot ontleedbare cyaniden is niet hoger dan 1 mg CN |
per liter; | per liter; |
7° het gehalte aan zeswaardig chroom is niet hoger dan 1 mg Cr per | 7° het gehalte aan zeswaardig chroom is niet hoger dan 1 mg Cr per |
liter; | liter; |
8° het gehalte aan totaal chroom is niet hoger dan 3 mg Cr per liter; | 8° het gehalte aan totaal chroom is niet hoger dan 3 mg Cr per liter; |
9° het gehalte aan zink is niet hoger dan 10 mg Zn per liter; | 9° het gehalte aan zink is niet hoger dan 10 mg Zn per liter; |
10° het gehalte aan lood is niet hoger dan 2 mg Pb per liter; | 10° het gehalte aan lood is niet hoger dan 2 mg Pb per liter; |
11° het gehalte aan nikkel is niet hoger dan 3 mg Ni per liter; | 11° het gehalte aan nikkel is niet hoger dan 3 mg Ni per liter; |
12° het gehalte aan arseen is niet hoger dan 0,5 mg As per liter; | 12° het gehalte aan arseen is niet hoger dan 0,5 mg As per liter; |
13° het gehalte aan ijzer+aluminium is niet hoger dan 20 mg per liter; | 13° het gehalte aan ijzer+aluminium is niet hoger dan 20 mg per liter; |
14° het gehalte aan totaal koper is niet hoger dan 1 mg Cu per liter; | 14° het gehalte aan totaal koper is niet hoger dan 1 mg Cu per liter; |
15° het gehalte aan tin is niet hoger dan 3 mg Snr per liter; | 15° het gehalte aan tin is niet hoger dan 3 mg Snr per liter; |
16° de som van de gehalten aan metalen (behoudens ijzer en aluminium) | 16° de som van de gehalten aan metalen (behoudens ijzer en aluminium) |
is niet hoger dan 20 mg per liter; | is niet hoger dan 20 mg per liter; |
17° het bevat geen opgelost ontvlambaar of ontplofbaar gas, noch | 17° het bevat geen opgelost ontvlambaar of ontplofbaar gas, noch |
producten die het vrijmaken van dergelijke gassen kunnen veroorzaken; | producten die het vrijmaken van dergelijke gassen kunnen veroorzaken; |
18° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen | 18° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen |
bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen | bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen |
overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 | overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 |
september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen | september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen |
bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot | bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot |
bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door | bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door |
bepaalde gevaarlijke stoffen. | bepaalde gevaarlijke stoffen. |
Onderafdeling III. - Referentievolumes | Onderafdeling III. - Referentievolumes |
Art. 8.Het referentievolume is : |
Art. 8.Het referentievolume is : |
- 1 liter per vervaardigd product voor verf, vernis en pigmenten; | - 1 liter per vervaardigd product voor verf, vernis en pigmenten; |
- 0,5 liter per vervaardigd product voor drukinkt. | - 0,5 liter per vervaardigd product voor drukinkt. |
Afdeling 4 . - Lozingsvoorwaarden m.b.t. subsector III | Afdeling 4 . - Lozingsvoorwaarden m.b.t. subsector III |
Onderafdeling I. - Voorwaarden voor lozingen in gewoon | Onderafdeling I. - Voorwaarden voor lozingen in gewoon |
oppervlaktewater | oppervlaktewater |
Art. 9.Industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater wordt |
Art. 9.Industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater wordt |
geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden : | geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden : |
1° de pH-waarde ligt tussen 6,5 en 9. Als het voortkomt uit het | 1° de pH-waarde ligt tussen 6,5 en 9. Als het voortkomt uit het |
gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de | gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de |
natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als | natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als |
ze hoger is dan 9 of lager dan 6,5; | ze hoger is dan 9 of lager dan 6,5; |
2° de biochemische zuurstofbehoefte over vijf dagen bij 20 °C en bij | 2° de biochemische zuurstofbehoefte over vijf dagen bij 20 °C en bij |
aanwezigheid van allyl thio-ureum is niet hoger dan 25 mg per liter; | aanwezigheid van allyl thio-ureum is niet hoger dan 25 mg per liter; |
3° de chemische zuurstofbehoefte is niet hoger dan 300 mg per liter; | 3° de chemische zuurstofbehoefte is niet hoger dan 300 mg per liter; |
4° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 60 mg per liter; | 4° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 60 mg per liter; |
5° het gehalte aan bezinkbare stoffen is niet hoger dan 0,5 ml per | 5° het gehalte aan bezinkbare stoffen is niet hoger dan 0,5 ml per |
liter (statische bezinking gedurende 2 uur); | liter (statische bezinking gedurende 2 uur); |
6° het gehalte aan niet-polaire koolwaterstoffen is niet hoger dan 5 | 6° het gehalte aan niet-polaire koolwaterstoffen is niet hoger dan 5 |
mg per liter; | mg per liter; |
7° het gehalte aan anionactieve, kationactieve en niet-ionogene | 7° het gehalte aan anionactieve, kationactieve en niet-ionogene |
wasmiddelen is niet hoger dan 3 mg per liter; | wasmiddelen is niet hoger dan 3 mg per liter; |
8° de temperatuur is niet hoger dan 30 °C; | 8° de temperatuur is niet hoger dan 30 °C; |
9° het gehalte aan fenolen is niet hoger dan 1 mg per liter; | 9° het gehalte aan fenolen is niet hoger dan 1 mg per liter; |
10° de som van de gehalten aan metalen (behoudens ijzer en aluminium) | 10° de som van de gehalten aan metalen (behoudens ijzer en aluminium) |
is niet hoger dan 10 mg per liter. Deze bepaling is niet van | is niet hoger dan 10 mg per liter. Deze bepaling is niet van |
toepassing op de vervaardiging van organische samengestelde | toepassing op de vervaardiging van organische samengestelde |
oplosmiddelen en afbijtmiddelen; | oplosmiddelen en afbijtmiddelen; |
11° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan | 11° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan |
duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; | duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; |
12° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen | 12° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen |
bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen | bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen |
overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 | overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 |
september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen | september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen |
bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot | bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot |
bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door | bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door |
bepaalde gevaarlijke stoffen. | bepaalde gevaarlijke stoffen. |
Onderafdeling II. - Voorwaarden voor lozingen in openbare rioleringen | Onderafdeling II. - Voorwaarden voor lozingen in openbare rioleringen |
Art. 10.Industrieel afvalwater dat in openbare rioleringen geloosd |
Art. 10.Industrieel afvalwater dat in openbare rioleringen geloosd |
wordt, voldoet aan de volgende voorwaarden : | wordt, voldoet aan de volgende voorwaarden : |
1° de pH-waarde ligt tussen 6 en 9.5. Als het voortkomt uit het | 1° de pH-waarde ligt tussen 6 en 9.5. Als het voortkomt uit het |
gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de | gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de |
natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als | natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als |
ze hoger is dan 9.5 of lager dan 6; | ze hoger is dan 9.5 of lager dan 6; |
2° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 1 000 mg per | 2° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 1 000 mg per |
liter; | liter; |
3° het gehalte aan met petroleumether extraheerbare stoffen is niet | 3° het gehalte aan met petroleumether extraheerbare stoffen is niet |
hoger dan 500 mg per liter; | hoger dan 500 mg per liter; |
4° de temperatuur is niet hoger dan 45 °C; | 4° de temperatuur is niet hoger dan 45 °C; |
5° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan | 5° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan |
duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; | duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; |
6° de som van de gehalten aan metalen (behoudens ijzer en aluminium) | 6° de som van de gehalten aan metalen (behoudens ijzer en aluminium) |
is niet hoger dan 20 mg per liter. Deze bepaling is niet van | is niet hoger dan 20 mg per liter. Deze bepaling is niet van |
toepassing op de vervaardiging van organische samengestelde | toepassing op de vervaardiging van organische samengestelde |
oplosmiddelen en afbijtmiddelen; | oplosmiddelen en afbijtmiddelen; |
7° het bevat geen opgelost ontvlambaar of ontplofbaar gas, noch | 7° het bevat geen opgelost ontvlambaar of ontplofbaar gas, noch |
producten die het vrijmaken van dergelijke gassen kunnen veroorzaken; | producten die het vrijmaken van dergelijke gassen kunnen veroorzaken; |
8° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen | 8° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen |
bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen | bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen |
overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 | overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 |
september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen | september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen |
bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot | bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot |
bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door | bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door |
bepaalde gevaarlijke stoffen. | bepaalde gevaarlijke stoffen. |
Onderafdeling III. - Referentievolumes | Onderafdeling III. - Referentievolumes |
Art. 11.De referentievolumes zijn : |
Art. 11.De referentievolumes zijn : |
- organische samengestelde oplosmiddelen en afbijtmiddelen : 0,5 l per | - organische samengestelde oplosmiddelen en afbijtmiddelen : 0,5 l per |
vervaardigd product; | vervaardigd product; |
- mastiek, plamuur en vloeibare vochtwerende preparaten op basis van | - mastiek, plamuur en vloeibare vochtwerende preparaten op basis van |
siliconen : 1 l/kg per vervaardigd product voor drukinkt; | siliconen : 1 l/kg per vervaardigd product voor drukinkt; |
- opacifieermiddelen, verglaasbare samenstellingen en engobes : 1 l/kg | - opacifieermiddelen, verglaasbare samenstellingen en engobes : 1 l/kg |
vervaardigd product. | vervaardigd product. |
Afdeling 5 . - Lozingsvoorwaarden voor subsector IV | Afdeling 5 . - Lozingsvoorwaarden voor subsector IV |
Onderafdeling I. - Voorwaarden voor lozingen in gewoon | Onderafdeling I. - Voorwaarden voor lozingen in gewoon |
oppervlaktewater | oppervlaktewater |
Art. 12.Industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater wordt |
Art. 12.Industrieel afvalwater dat in gewoon oppervlaktewater wordt |
geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden : | geloosd, voldoet aan de volgende voorwaarden : |
1° de pH-waarde ligt tussen 6,5 en 9. Als het voortkomt uit het | 1° de pH-waarde ligt tussen 6,5 en 9. Als het voortkomt uit het |
gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de | gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de |
natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als | natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als |
ze hoger is dan 9 of lager dan 6,5; | ze hoger is dan 9 of lager dan 6,5; |
2° de biochemische zuurstofbehoefte over vijf dagen bij 20 °C en bij | 2° de biochemische zuurstofbehoefte over vijf dagen bij 20 °C en bij |
aanwezigheid van allyl thio-ureum is niet hoger dan 25 mg per liter; | aanwezigheid van allyl thio-ureum is niet hoger dan 25 mg per liter; |
3° de chemische zuurstofbehoefte is niet hoger dan 300 mg per liter; | 3° de chemische zuurstofbehoefte is niet hoger dan 300 mg per liter; |
4° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 60 mg per liter; | 4° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 60 mg per liter; |
5° het gehalte aan bezinkbare stoffen is niet hoger dan 0,5 ml per | 5° het gehalte aan bezinkbare stoffen is niet hoger dan 0,5 ml per |
liter (statische bezinking gedurende 2 uur); | liter (statische bezinking gedurende 2 uur); |
6° het gehalte aan niet-polaire koolwaterstoffen is niet hoger dan 5 | 6° het gehalte aan niet-polaire koolwaterstoffen is niet hoger dan 5 |
mg per liter; | mg per liter; |
7° het gehalte aan anionactieve, kationactieve en niet-ionogene | 7° het gehalte aan anionactieve, kationactieve en niet-ionogene |
wasmiddelen is niet hoger dan 3 mg per liter; | wasmiddelen is niet hoger dan 3 mg per liter; |
8° de temperatuur is niet hoger dan 30 °C; | 8° de temperatuur is niet hoger dan 30 °C; |
9° het gehalte aan fenolen is niet hoger dan 1 mg per liter; | 9° het gehalte aan fenolen is niet hoger dan 1 mg per liter; |
10° het gehalte aan zeswaardig chroom is niet hoger dan 0,2 mg Cr per | 10° het gehalte aan zeswaardig chroom is niet hoger dan 0,2 mg Cr per |
liter; | liter; |
11° het gehalte aan totaal chroom is niet hoger dan 2 mg Cr per liter; | 11° het gehalte aan totaal chroom is niet hoger dan 2 mg Cr per liter; |
12° het gehalte aan koper is niet hoger dan 0,1 mg Cu per liter; | 12° het gehalte aan koper is niet hoger dan 0,1 mg Cu per liter; |
13° het gehalte aan boor is niet hoger dan 2 mg B pe liter; | 13° het gehalte aan boor is niet hoger dan 2 mg B pe liter; |
14° de som van de gehalten aan metalen (behoudens ijzer en aluminium) | 14° de som van de gehalten aan metalen (behoudens ijzer en aluminium) |
is niet hoger dan 10 mg per liter. Deze bepaling is niet van | is niet hoger dan 10 mg per liter. Deze bepaling is niet van |
toepassing op de vervaardiging van organische samengestelde | toepassing op de vervaardiging van organische samengestelde |
oplosmiddelen en afbijtmiddelen. | oplosmiddelen en afbijtmiddelen. |
15° het gehalte aan fungiciden is niet hoger dan 1 mg per liter; | 15° het gehalte aan fungiciden is niet hoger dan 1 mg per liter; |
16° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan | 16° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan |
duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; | duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; |
17° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen | 17° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen |
bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen | bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen |
overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 | overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 |
september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen | september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen |
bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot | bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot |
bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door | bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door |
bepaalde gevaarlijke stoffen. | bepaalde gevaarlijke stoffen. |
Onderafdeling II. - Voorwaarden voor lozingen in openbare rioleringen | Onderafdeling II. - Voorwaarden voor lozingen in openbare rioleringen |
Art. 13.Industrieel afvalwater dat in openbare rioleringen geloosd |
Art. 13.Industrieel afvalwater dat in openbare rioleringen geloosd |
wordt, voldoet aan de volgende voorwaarden : | wordt, voldoet aan de volgende voorwaarden : |
1° de pH-waarde ligt tussen 6 en 9.5. Als het voortkomt uit het | 1° de pH-waarde ligt tussen 6 en 9.5. Als het voortkomt uit het |
gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de | gebruik van gewoon oppervlaktewater en/of van grondwater, kan de |
natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als | natuurlijke pH waarde als grenswaarde van de pH aangenomen worden als |
ze hoger is dan 9.5 of lager dan 6; | ze hoger is dan 9.5 of lager dan 6; |
2° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 1 000 mg per | 2° het gehalte aan zwevende stoffen is niet hoger dan 1 000 mg per |
liter; | liter; |
3° het gehalte aan met petroleumether extraheerbare stoffen is niet | 3° het gehalte aan met petroleumether extraheerbare stoffen is niet |
hoger dan 500 mg per liter; | hoger dan 500 mg per liter; |
4° de temperatuur is niet hoger dan 45 °C; | 4° de temperatuur is niet hoger dan 45 °C; |
5° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan | 5° het is vrij van oliën, vetten of andere zwevende stoffen waarvan |
duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; | duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende laag vormen; |
6° het gehalte aan zeswaardig chroom is niet hoger dan 3 mg Cr per | 6° het gehalte aan zeswaardig chroom is niet hoger dan 3 mg Cr per |
liter; | liter; |
7° het gehalte aan totaal chroom is niet hoger dan 3 mg Cr per liter; | 7° het gehalte aan totaal chroom is niet hoger dan 3 mg Cr per liter; |
8° het gehalte aan koper is niet hoger dan 1 mg Cu per liter; | 8° het gehalte aan koper is niet hoger dan 1 mg Cu per liter; |
9° het gehalte aan boor is niet hoger dan 2 mg B per liter; | 9° het gehalte aan boor is niet hoger dan 2 mg B per liter; |
10° de som van de gehalten aan metalen (behoudens ijzer en aluminium) | 10° de som van de gehalten aan metalen (behoudens ijzer en aluminium) |
is niet hoger dan 20 mg per liter. Deze bepaling is niet van | is niet hoger dan 20 mg per liter. Deze bepaling is niet van |
toepassing op de vervaardiging van organische samengestelde | toepassing op de vervaardiging van organische samengestelde |
oplosmiddelen en afbijtmiddelen. | oplosmiddelen en afbijtmiddelen. |
11° het gehalte aan fungiciden is niet hoger dan 1 mg per liter; | 11° het gehalte aan fungiciden is niet hoger dan 1 mg per liter; |
12° het bevat geen opgelost ontvlambaar of ontplofbaar gas, noch | 12° het bevat geen opgelost ontvlambaar of ontplofbaar gas, noch |
producten die het vrijmaken van dergelijke gassen kunnen veroorzaken; | producten die het vrijmaken van dergelijke gassen kunnen veroorzaken; |
13° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen | 13° het is, behoudens uitdrukkelijke toestemming, vrij van de stoffen |
bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen | bedoeld in richtlijn 76/464/EEG en in de dochterrichtlijnen genomen |
overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 | overeenkomstig voormelde richtlijn, alsook in het besluit van 12 |
september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen | september 2002 tot aanpassing van de lijst van de relevante stoffen |
bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot | bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 29 juni 2000 tot |
bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door | bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging door |
bepaalde gevaarlijke stoffen. | bepaalde gevaarlijke stoffen. |
Onderafdeling III. - Referentievolume | Onderafdeling III. - Referentievolume |
Art. 14.Het referentievolume is 0,5 liter per vervaardigd product. |
Art. 14.Het referentievolume is 0,5 liter per vervaardigd product. |
Afdeling 6 . - Analyse- en monsternemingstechnieken | Afdeling 6 . - Analyse- en monsternemingstechnieken |
Art. 15.Voor de monsternemingen en de analyse van de gezamenlijke |
Art. 15.Voor de monsternemingen en de analyse van de gezamenlijke |
parameters bedoeld in de artikelen 2, 3, 7, 8, 9, 11, 12, 14 en 15 van | parameters bedoeld in de artikelen 2, 3, 7, 8, 9, 11, 12, 14 en 15 van |
deze sectorale voorwaarden wordt gebruik gemaakt van de technieken die | deze sectorale voorwaarden wordt gebruik gemaakt van de technieken die |
tegenwoordig toegepast worden of goedgekeurd zijn door het | tegenwoordig toegepast worden of goedgekeurd zijn door het |
referentielaboratorium van het Waalse Gewest. | referentielaboratorium van het Waalse Gewest. |
Art. 16.Wat betreft de voorwaarden bedoeld in de artikelen 2, 3, 7, |
Art. 16.Wat betreft de voorwaarden bedoeld in de artikelen 2, 3, 7, |
8, 9, 11, 12, 14 en 15 van dit besluit, wordt « totaal metaal » | 8, 9, 11, 12, 14 en 15 van dit besluit, wordt « totaal metaal » |
gemeten aan de hand van een ongefilterd monster, aangezuurd bij pH2. | gemeten aan de hand van een ongefilterd monster, aangezuurd bij pH2. |
Afdeling 7 . - Overgangs-, opheffings- en slotbepalingen | Afdeling 7 . - Overgangs-, opheffings- en slotbepalingen |
Art. 17.Het koninklijk besluit van 4 augustus 1986 tot vaststelling |
Art. 17.Het koninklijk besluit van 4 augustus 1986 tot vaststelling |
van de sectoriële voorwaarden voor de lozing, in de gewone | van de sectoriële voorwaarden voor de lozing, in de gewone |
oppervlaktewateren en in de openbare riolen, van afvalwater, afkomstig | oppervlaktewateren en in de openbare riolen, van afvalwater, afkomstig |
van de ondernemingen die lak, verf, drukinkten en pigmenten | van de ondernemingen die lak, verf, drukinkten en pigmenten |
produceren, wordt opgeheven. | produceren, wordt opgeheven. |
Art. 18.Voor de inrichtingen die in werking zijn op de datum van |
Art. 18.Voor de inrichtingen die in werking zijn op de datum van |
inwerkingtreding van dit besluit, kan de bevoegde overheid voorzien in | inwerkingtreding van dit besluit, kan de bevoegde overheid voorzien in |
voorwaarden die niet zo streng zijn als deze sectorale voorwaarden. | voorwaarden die niet zo streng zijn als deze sectorale voorwaarden. |
Die bijzondere voorwaarden zijn hoe dan ook gelijk aan de vorige | Die bijzondere voorwaarden zijn hoe dan ook gelijk aan de vorige |
vergunning. De geldigheidsduur ervan verstrijkt uiterlijk 31 oktober | vergunning. De geldigheidsduur ervan verstrijkt uiterlijk 31 oktober |
2007. | 2007. |
Art. 19.Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2003. |
Art. 19.Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2003. |
Art. 20.De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van |
Art. 20.De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Namen, 16 januari 2003. | Namen, 16 januari 2003. |
De Minister-President, | De Minister-President, |
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE | J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE |
De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu, | De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu, |
M. FORET | M. FORET |