Besluit van de Waalse Regering betreffende de landinrichting van de landeigendommen | Besluit van de Waalse Regering betreffende de landinrichting van de landeigendommen |
---|---|
WAALSE OVERHEIDSDIENST | WAALSE OVERHEIDSDIENST |
15 MEI 2014. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de | 15 MEI 2014. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de |
landinrichting van de landeigendommen | landinrichting van de landeigendommen |
De Waalse Regering, | De Waalse Regering, |
Gelet op het Waalse Landbouwwetboek, inzonderheid op de artikelen | Gelet op het Waalse Landbouwwetboek, inzonderheid op de artikelen |
D.269, D.275, D.279, D.283, D.284, D.298, D.301, D.309, D.310, D.335 | D.269, D.275, D.279, D.283, D.284, D.298, D.301, D.309, D.310, D.335 |
en D.426, § 2, 6°; | en D.426, § 2, 6°; |
Gelet op het koninklijk besluit van 27 oktober 1970 tot uitvoering van | Gelet op het koninklijk besluit van 27 oktober 1970 tot uitvoering van |
de artikelen 44, vierde lid, en 48 van de wet van 22 juli 1970 op de | de artikelen 44, vierde lid, en 48 van de wet van 22 juli 1970 op de |
ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet; | ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet; |
Gelet op het koninklijk besluit van 26 februari 1971 houdende het | Gelet op het koninklijk besluit van 26 februari 1971 houdende het |
modelreglement van de ruilverkavelingscomités; | modelreglement van de ruilverkavelingscomités; |
Gelet op het koninklijk besluit van 26 februari 1971 houdende het | Gelet op het koninklijk besluit van 26 februari 1971 houdende het |
modelreglement van orde van de commissies van advies die de | modelreglement van orde van de commissies van advies die de |
ruilverkavelingscomités bijstaan; | ruilverkavelingscomités bijstaan; |
Gelet op het koninklijk besluit van 26 oktober 1978 houdende | Gelet op het koninklijk besluit van 26 oktober 1978 houdende |
uitvoering van de artikelen 4, 10, 56 en 75 van de wet van 12 juli | uitvoering van de artikelen 4, 10, 56 en 75 van de wet van 12 juli |
1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van | 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van |
landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote | landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote |
infrastructuurwerken; | infrastructuurwerken; |
Gelet op het koninklijk besluit van 26 oktober 1978 tot bepaling van | Gelet op het koninklijk besluit van 26 oktober 1978 tot bepaling van |
de bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de werken | de bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de werken |
uitgevoerd overeenkomstig de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere | uitgevoerd overeenkomstig de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere |
maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van | maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van |
de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken; | de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken; |
Gelet op het koninklijk besluit van 16 december 1981 houdende het | Gelet op het koninklijk besluit van 16 december 1981 houdende het |
modelreglement van de provinciale comités voor de ruilverkaveling van | modelreglement van de provinciale comités voor de ruilverkaveling van |
landeigendommen in der minne in het Waalse Gewest; | landeigendommen in der minne in het Waalse Gewest; |
Gelet op het koninklijk besluit van 16 december 1981 tot vaststelling, | Gelet op het koninklijk besluit van 16 december 1981 tot vaststelling, |
in het Waalse Gewest, van de bedragen voorzien bij artikelen 21, | in het Waalse Gewest, van de bedragen voorzien bij artikelen 21, |
vierde lid, 42, vierde lid en 55 van de wet van 10 januari 1978 | vierde lid, 42, vierde lid en 55 van de wet van 10 januari 1978 |
houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van | houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van |
landeigendommen in der minne; | landeigendommen in der minne; |
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 24 juni 1993 tot | Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 24 juni 1993 tot |
bepaling van de bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de | bepaling van de bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de |
werken uitgevoerd door de ruil- of verkavelingscomités en die | werken uitgevoerd door de ruil- of verkavelingscomités en die |
voortvloeiend zijn uit de bouw van de hoge snelheidstrein; | voortvloeiend zijn uit de bouw van de hoge snelheidstrein; |
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 18 juli 1996 tot | Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 18 juli 1996 tot |
vaststelling van de vergoedingen en de presentiegelden die aan de | vaststelling van de vergoedingen en de presentiegelden die aan de |
leden van de ruilverkavelingscomités en de adviescommissies voor de | leden van de ruilverkavelingscomités en de adviescommissies voor de |
ruilverkaveling toegekend moeten worden, gewijzigd bij het besluit van | ruilverkaveling toegekend moeten worden, gewijzigd bij het besluit van |
de Waalse Regering van 21 november 1996; | de Waalse Regering van 21 november 1996; |
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2008 tot | Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2008 tot |
bepaling van de bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de | bepaling van de bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de |
werken uitgevoerd door de ruil- of verkavelingscomités; | werken uitgevoerd door de ruil- of verkavelingscomités; |
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2008 | Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2008 |
betreffende de investeringen in de landbouwsector, artikel 14; | betreffende de investeringen in de landbouwsector, artikel 14; |
Gelet op het ministerieel besluit van 1 september 1971 tot bepaling | Gelet op het ministerieel besluit van 1 september 1971 tot bepaling |
van de bijdrage van de Staat in de uitgaven voor de werken uitgevoerd | van de bijdrage van de Staat in de uitgaven voor de werken uitgevoerd |
door de ruil- of verkavelingscomités; | door de ruil- of verkavelingscomités; |
Gelet op het ministerieel besluit van 12 december 1981 tot bepaling, | Gelet op het ministerieel besluit van 12 december 1981 tot bepaling, |
voor het Waalse Gewest, van de bijdrage van het Gewest in de uitgaven | voor het Waalse Gewest, van de bijdrage van het Gewest in de uitgaven |
voor de werken uitgevoerd in toepassing van de wet van 10 januari 1978 | voor de werken uitgevoerd in toepassing van de wet van 10 januari 1978 |
houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van | houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van |
landeigendommen in der minne; | landeigendommen in der minne; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 27 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 27 |
februari 2014; | februari 2014; |
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 20 | Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 20 |
maart 2014; | maart 2014; |
Gelet op het advies nr. 2014/000617 van de Autonome adviescel voor | Gelet op het advies nr. 2014/000617 van de Autonome adviescel voor |
Duurzame ontwikkeling, gegeven op 6 maart 2014; | Duurzame ontwikkeling, gegeven op 6 maart 2014; |
Gelet op advies nr. 56.088/4 van de Raad van State, gegeven op 12 mei | Gelet op advies nr. 56.088/4 van de Raad van State, gegeven op 12 mei |
2014, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op | 2014, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op |
de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Landbouw en Landelijke | Op de voordracht van de Minister van Landbouw en Landelijke |
Aangelegenheden; | Aangelegenheden; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder |
"Wetboek", het Waalse Landbouwwetboek. | "Wetboek", het Waalse Landbouwwetboek. |
HOOFDSTUK II. - Samenstelling van de comités | HOOFDSTUK II. - Samenstelling van de comités |
Afdeling 1. - Comité voor landinrichting | Afdeling 1. - Comité voor landinrichting |
Art. 2.De Minister richt de comités voor landinrichting bedoeld in |
Art. 2.De Minister richt de comités voor landinrichting bedoeld in |
artikel D.269 van het Wetboek op en benoemt hun leden. | artikel D.269 van het Wetboek op en benoemt hun leden. |
De Minister wijst de voorzitter onder de leden van het bestuur aan. | De Minister wijst de voorzitter onder de leden van het bestuur aan. |
Art. 3.Het in artikel D.269, § 1, tweede lid, 2°, van het Wetboek |
Art. 3.Het in artikel D.269, § 1, tweede lid, 2°, van het Wetboek |
bedoelde bestuur is: | bedoelde bestuur is: |
1° ofwel het Departement Steun; | 1° ofwel het Departement Steun; |
2° ofwel het Departement Ontwikkeling; | 2° ofwel het Departement Ontwikkeling; |
3° ofwel de Directie Plattelandsontwikkeling | 3° ofwel de Directie Plattelandsontwikkeling |
Het in artikel D.269, § 1, tweede lid, 3°, van het Wetboek bedoelde | Het in artikel D.269, § 1, tweede lid, 3°, van het Wetboek bedoelde |
bestuur is het Departement Natuur en Bossen. | bestuur is het Departement Natuur en Bossen. |
Het in artikel D.269, § 1, tweede lid, 4°, van het Wetboek bedoelde | Het in artikel D.269, § 1, tweede lid, 4°, van het Wetboek bedoelde |
bestuur is het Departement Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw van het | bestuur is het Departement Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw van het |
Operationeel Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, | Operationeel Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, |
Erfgoed en Energie van de Waalse Overheidsdienst. | Erfgoed en Energie van de Waalse Overheidsdienst. |
Het in artikel D.269, § 2, van het Wetboek bedoelde bestuur is de | Het in artikel D.269, § 2, van het Wetboek bedoelde bestuur is de |
Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD | Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD |
Financiën. | Financiën. |
Art. 4.Op verzoek van de Minister verzoekt het bestuur elke |
Art. 4.Op verzoek van de Minister verzoekt het bestuur elke |
administratie bedoeld in artikel D.269, § 1, 1° tot 4° hem binnen | administratie bedoeld in artikel D.269, § 1, 1° tot 4° hem binnen |
dertig dagen na het verzoek de identiteit van de gewone en | dertig dagen na het verzoek de identiteit van de gewone en |
plaatsvervangende leden die hem vertegenwoordigen mede te delen. | plaatsvervangende leden die hem vertegenwoordigen mede te delen. |
Op verzoek van de Minister verzoekt het bestuur het provinciecollege | Op verzoek van de Minister verzoekt het bestuur het provinciecollege |
bedoeld in artikel D.269, § 1, tweede lid, 5° hem binnen zestig dagen | bedoeld in artikel D.269, § 1, tweede lid, 5° hem binnen zestig dagen |
na het verzoek de identiteit van de gewone en plaatsvervangende leden | na het verzoek de identiteit van de gewone en plaatsvervangende leden |
die worden voorgesteld om hem te vertegenwoordigen, mede te delen. | die worden voorgesteld om hem te vertegenwoordigen, mede te delen. |
Op verzoek van de Minister verzoekt het bestuur de provinciale | Op verzoek van de Minister verzoekt het bestuur de provinciale |
landbouwkamer bedoeld in artikel D.269, § 1, tweede lid, 6° hem binnen | landbouwkamer bedoeld in artikel D.269, § 1, tweede lid, 6° hem binnen |
zestig dagen na het verzoek de identiteit van de gewone en | zestig dagen na het verzoek de identiteit van de gewone en |
plaatsvervangende leden die worden voorgesteld om hem te | plaatsvervangende leden die worden voorgesteld om hem te |
vertegenwoordigen, mede te delen. | vertegenwoordigen, mede te delen. |
Art. 5.Op verzoek van de Minister verzoekt het bestuur in geval van |
Art. 5.Op verzoek van de Minister verzoekt het bestuur in geval van |
overgangsinrichting de opdrachtgever bedoeld in artikel D.269, § 1, | overgangsinrichting de opdrachtgever bedoeld in artikel D.269, § 1, |
derde lid, van het Wetboek hem binnen dertig dagen na het verzoek de | derde lid, van het Wetboek hem binnen dertig dagen na het verzoek de |
identiteit van de gewone en plaatsvervangende leden die hem | identiteit van de gewone en plaatsvervangende leden die hem |
vertegenwoordigen mede te delen. | vertegenwoordigen mede te delen. |
Art. 6.De Minister ontbindt de comités voor landinrichting wanneer ze |
Art. 6.De Minister ontbindt de comités voor landinrichting wanneer ze |
de verrichtingen gebonden aan landinrichting waarvoor ze zijn | de verrichtingen gebonden aan landinrichting waarvoor ze zijn |
opgericht, hebben geëindigd. | opgericht, hebben geëindigd. |
Afdeling 2. - Subregionaal comité voor landinrichting | Afdeling 2. - Subregionaal comité voor landinrichting |
Art. 7.De Minister richt het Subregionaal comité voor landinrichting |
Art. 7.De Minister richt het Subregionaal comité voor landinrichting |
bedoeld in artikel D.335 van het Wetboek op volgens de in de artikelen | bedoeld in artikel D.335 van het Wetboek op volgens de in de artikelen |
2 tot 4 bedoelde modaliteiten en bepaalt zijn zetel. | 2 tot 4 bedoelde modaliteiten en bepaalt zijn zetel. |
HOOFDSTUK III. - Huishoudelijk typereglement | HOOFDSTUK III. - Huishoudelijk typereglement |
Afdeling 1. - Comité voor landinrichting | Afdeling 1. - Comité voor landinrichting |
Art. 8.Het comité voor landinrichting maakt zijn huishoudelijk |
Art. 8.Het comité voor landinrichting maakt zijn huishoudelijk |
reglement op overeenkomstig het typereglement bedoeld in artikel | reglement op overeenkomstig het typereglement bedoeld in artikel |
D.279, § 3, van het Wetboek en vermeld in bijlage 1. | D.279, § 3, van het Wetboek en vermeld in bijlage 1. |
Afdeling 2. - Subregionaal comité voor landinrichting | Afdeling 2. - Subregionaal comité voor landinrichting |
Art. 9.Het subregionaal comité voor landinrichting maakt zijn |
Art. 9.Het subregionaal comité voor landinrichting maakt zijn |
huishoudelijk reglement op overeenkomstig het typereglement bedoeld in | huishoudelijk reglement op overeenkomstig het typereglement bedoeld in |
artikel D.335, § 2, van het Wetboek en vermeld in bijlage 1. | artikel D.335, § 2, van het Wetboek en vermeld in bijlage 1. |
Afdeling 3. - Verkavelingscomité | Afdeling 3. - Verkavelingscomité |
Art. 10.De verkavelingscomités passen indien nodig hun huishoudelijk |
Art. 10.De verkavelingscomités passen indien nodig hun huishoudelijk |
reglement aan het in bijlage 1 bedoelde typereglement indien ze | reglement aan het in bijlage 1 bedoelde typereglement indien ze |
ingesteld worden overeenkomstig : | ingesteld worden overeenkomstig : |
1° de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen | 1° de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen |
uit kracht van de wet; | uit kracht van de wet; |
2° de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake | 2° de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake |
ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de | ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de |
uitvoering van grote infrastructuurwerken; | uitvoering van grote infrastructuurwerken; |
3° de wet van 10 januari 1978 houdende bijzondere maatregelen inzake | 3° de wet van 10 januari 1978 houdende bijzondere maatregelen inzake |
ruilverkaveling van landeigendommen in der minne. | ruilverkaveling van landeigendommen in der minne. |
Afdeling 4. - Adviescommissie | Afdeling 4. - Adviescommissie |
Art. 11.De adviescommissie maakt haar huishoudelijk reglement op |
Art. 11.De adviescommissie maakt haar huishoudelijk reglement op |
overeenkomstig het typereglement bedoeld in artikel 279, § 3, van het | overeenkomstig het typereglement bedoeld in artikel 279, § 3, van het |
Wetboek en vermeld in bijlage 2. | Wetboek en vermeld in bijlage 2. |
Art. 12.De adviescommissie ingesteld overeenkomstig de wet van 22 |
Art. 12.De adviescommissie ingesteld overeenkomstig de wet van 22 |
juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de | juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de |
wet past indien nodig haar huishoudelijk reglement aan het in bijlage | wet past indien nodig haar huishoudelijk reglement aan het in bijlage |
2 bedoelde typereglement. | 2 bedoelde typereglement. |
HOOFDSTUK IV. - Toelagen en presentiegeld | HOOFDSTUK IV. - Toelagen en presentiegeld |
Art. 13.De leden van de comités en subregionale comités voor |
Art. 13.De leden van de comités en subregionale comités voor |
landinrichting en de leden van de adviescommissies die niet behoren | landinrichting en de leden van de adviescommissies die niet behoren |
tot het personeel van de Staat, van het Gewest, van de Gemeenschap, | tot het personeel van de Staat, van het Gewest, van de Gemeenschap, |
van de Provincies of de Gemeenten hebben recht op een presentiegeld en | van de Provincies of de Gemeenten hebben recht op een presentiegeld en |
een reis- en verblijftoelage die hun worden toegekend volgens de | een reis- en verblijftoelage die hun worden toegekend volgens de |
volgende modaliteiten: | volgende modaliteiten: |
1° een presentiegeld van vijftig euro voor een deelneming op dezelfde | 1° een presentiegeld van vijftig euro voor een deelneming op dezelfde |
dag op één of meerdere vergaderingen van comités of adviescommissies | dag op één of meerdere vergaderingen van comités of adviescommissies |
waarvan ze deel uitmaken; | waarvan ze deel uitmaken; |
2° een reistoelage die: | 2° een reistoelage die: |
a) met de reële kosten overeenstemt in geval van een openbaar | a) met de reële kosten overeenstemt in geval van een openbaar |
vervoermiddel; | vervoermiddel; |
b) berekend wordt overeenkomstig en onder de voorwaarden van het | b) berekend wordt overeenkomstig en onder de voorwaarden van het |
besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse | besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse |
Ambtenarencode, Boek IV, Titel II, Hoofdstuk I in geval van gebruik | Ambtenarencode, Boek IV, Titel II, Hoofdstuk I in geval van gebruik |
van een persoonlijk voertuig; | van een persoonlijk voertuig; |
3° een verblijftoelage berekend wordt overeenkomstig en onder de | 3° een verblijftoelage berekend wordt overeenkomstig en onder de |
voorwaarden van het besluit van de Waalse Regering van 18 december | voorwaarden van het besluit van de Waalse Regering van 18 december |
2003 houdende de Waalse Ambtenarencode, Boek IV, Titel II, Hoofdstuk | 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode, Boek IV, Titel II, Hoofdstuk |
II. | II. |
Art. 14.De in artikel 13 bedoelde presentiegelden en toelagen zijn |
Art. 14.De in artikel 13 bedoelde presentiegelden en toelagen zijn |
alleen verschuldigd aan de leden van de comités en subregionale | alleen verschuldigd aan de leden van de comités en subregionale |
comités voor landinrichting en van de adviescommissies die geen recht | comités voor landinrichting en van de adviescommissies die geen recht |
hebben op andere gelijksoortige toelagen. | hebben op andere gelijksoortige toelagen. |
Art. 15.Het Waalse Gewest betaalt de presentiegelden en toelagen op |
Art. 15.Het Waalse Gewest betaalt de presentiegelden en toelagen op |
grond van een door het betrokken lid naar waarheid ingevulde | grond van een door het betrokken lid naar waarheid ingevulde |
onkostennota. | onkostennota. |
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen met een schriftelijke en voorafgaande | HOOFDSTUK V. - Wijzigingen met een schriftelijke en voorafgaande |
instemming | instemming |
Art. 16.De wijzigingen die niet verricht kunnen worden door de |
Art. 16.De wijzigingen die niet verricht kunnen worden door de |
betrokkenen zonder de schriftelijke en voorafgaande instemming van de | betrokkenen zonder de schriftelijke en voorafgaande instemming van de |
comités en subregionale comités voor landinrichting zijn: | comités en subregionale comités voor landinrichting zijn: |
1° de bouwwerken; | 1° de bouwwerken; |
2° de aanplantingswerkzaamheden; | 2° de aanplantingswerkzaamheden; |
3° de installatie van afsluitingen; | 3° de installatie van afsluitingen; |
4° de wijziging van de waterhuishouding met inbegrip van de | 4° de wijziging van de waterhuishouding met inbegrip van de |
drainerings- en irrigatiewerken; | drainerings- en irrigatiewerken; |
5° de wijziging van het profiel of de reliëf met inbegrip van de | 5° de wijziging van het profiel of de reliëf met inbegrip van de |
afschaffing van grachten of hellingen en de opvulling van holle wegen; | afschaffing van grachten of hellingen en de opvulling van holle wegen; |
6° het kappen van bomen, het rooien van heggen, de verslechtering of | 6° het kappen van bomen, het rooien van heggen, de verslechtering of |
de verplaatsing van het klein erfgoed; | de verplaatsing van het klein erfgoed; |
7° het ontginnen van weiden, wegen of paden. | 7° het ontginnen van weiden, wegen of paden. |
HOOFDSTUK VI. - Plan van de wegen en de nieuwe afwateringen en | HOOFDSTUK VI. - Plan van de wegen en de nieuwe afwateringen en |
uitvoering van de werken | uitvoering van de werken |
Art. 17.De Minister keurt het plan vast van de wegen en de nieuwe |
Art. 17.De Minister keurt het plan vast van de wegen en de nieuwe |
afwateringen met de daarbij behorende kunstwerken die opgericht, | afwateringen met de daarbij behorende kunstwerken die opgericht, |
gewijzigd of verbeterd moeten worden en die bedoeld zijn artikel D.283 | gewijzigd of verbeterd moeten worden en die bedoeld zijn artikel D.283 |
van het Wetboek. | van het Wetboek. |
Art. 18.In het kader of ten gevolge van de uitvoering van de in |
Art. 18.In het kader of ten gevolge van de uitvoering van de in |
artikel D.284 van het Wetboek bedoelde werken kan de Minister het | artikel D.284 van het Wetboek bedoelde werken kan de Minister het |
comité voor landinrichting toelaten om: | comité voor landinrichting toelaten om: |
1° bij wijze van onteigening te algemenen nutte de nodige innemingen | 1° bij wijze van onteigening te algemenen nutte de nodige innemingen |
te doen om de werken buiten het blok uit te voeren; | te doen om de werken buiten het blok uit te voeren; |
2° gronden te onteigenen ten einde ze bij het blok te voegen of om | 2° gronden te onteigenen ten einde ze bij het blok te voegen of om |
gronden bij wijze van ruiling of op een andere wijze over te dragen om | gronden bij wijze van ruiling of op een andere wijze over te dragen om |
ze uit het blok uit te sluiten. | ze uit het blok uit te sluiten. |
HOOFDSUK VII. - Drempel en uitbetalingsmodaliteiten van de saldi | HOOFDSUK VII. - Drempel en uitbetalingsmodaliteiten van de saldi |
gebonden aan de landinrichtingsverrichtingen | gebonden aan de landinrichtingsverrichtingen |
en provisie voor te betalen kosten | en provisie voor te betalen kosten |
Art. 19.Elke som tussen vijftig euro en vijfhonderd duizend euro kan |
Art. 19.Elke som tussen vijftig euro en vijfhonderd duizend euro kan |
rechtstreeks door de comités voor landinrichting zonder de tussenkomst | rechtstreeks door de comités voor landinrichting zonder de tussenkomst |
van de Deposito- en Consignatiekas aan de houders van zakelijke | van de Deposito- en Consignatiekas aan de houders van zakelijke |
rechten uitgekeerd worden. | rechten uitgekeerd worden. |
Art. 20.Elke som kleiner dan vijftig euro die verschuldigd is door de |
Art. 20.Elke som kleiner dan vijftig euro die verschuldigd is door de |
comités en subregionale comités voor landinrichting of door de | comités en subregionale comités voor landinrichting of door de |
betrokkenen wordt niet uitgekeerd. | betrokkenen wordt niet uitgekeerd. |
Art. 21.De Minister machtigt indien nodig het comité voor |
Art. 21.De Minister machtigt indien nodig het comité voor |
landinrichting om onder de kosten die zullen worden omgeslagen, een | landinrichting om onder de kosten die zullen worden omgeslagen, een |
provisie voor te betalen kosten op te nemen. | provisie voor te betalen kosten op te nemen. |
HOOFDSTUK VIII. - Bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor | HOOFDSTUK VIII. - Bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor |
de werken uitgevoerd door de comités | de werken uitgevoerd door de comités |
en subregionale comités voor landinrichting | en subregionale comités voor landinrichting |
Art. 22.De bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de |
Art. 22.De bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de |
werken uitgevoerd door de comités en subregionale comités voor | werken uitgevoerd door de comités en subregionale comités voor |
landinrichting wordt vastgesteld als volgt: | landinrichting wordt vastgesteld als volgt: |
1° zestig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de werken | 1° zestig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de werken |
voor de aanleg, de inrichting of de afschaffing van openbare wegen, | voor de aanleg, de inrichting of de afschaffing van openbare wegen, |
paden en afwateringen en bijbehorende kunstwerken; | paden en afwateringen en bijbehorende kunstwerken; |
2° zeventig van het totaalbedrag van de uitgave bij de uitvoering van | 2° zeventig van het totaalbedrag van de uitgave bij de uitvoering van |
cemontbetonverhardingen op twee banen voor de werken voor de | cemontbetonverhardingen op twee banen voor de werken voor de |
oprichting en de inrichting van wegen bedoeld in punt 1°; | oprichting en de inrichting van wegen bedoeld in punt 1°; |
3° zestig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de werken | 3° zestig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de werken |
voor de effening, de inrichting van het kavelplan, voor de bestrijding | voor de effening, de inrichting van het kavelplan, voor de bestrijding |
van erosie en overstromingen; | van erosie en overstromingen; |
4° zestig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de | 4° zestig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de |
landinrichtingsmaatregelen; | landinrichtingsmaatregelen; |
5° vijfenveertig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de | 5° vijfenveertig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de |
sanerings- en irrigatiewerken; | sanerings- en irrigatiewerken; |
6° dertig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de werken | 6° dertig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de werken |
voor de installatie van de netten voor elektriciteitsdistributie en | voor de installatie van de netten voor elektriciteitsdistributie en |
voor de watervoorziening; | voor de watervoorziening; |
7° tachtig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de | 7° tachtig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de |
aanplantingswerken uitgevoerd met inlandse planten; | aanplantingswerken uitgevoerd met inlandse planten; |
8° tachtig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de | 8° tachtig procent van het totaalbedrag van de uitgave voor de |
opmaking van een plan voor de aanleg van de sites en voor de | opmaking van een plan voor de aanleg van de sites en voor de |
uitvoering van de in dit plan bedoelde werken; | uitvoering van de in dit plan bedoelde werken; |
9° tachtig procent van het totaalbedrag van de kosten van aankoop van | 9° tachtig procent van het totaalbedrag van de kosten van aankoop van |
het terrein door een ondergeschikte overheid met het oog op de | het terrein door een ondergeschikte overheid met het oog op de |
uitvoering van de in 2° bedoelde werken. | uitvoering van de in 2° bedoelde werken. |
Art. 23.Het totaalbedrag van de uitgaven omvat: |
Art. 23.Het totaalbedrag van de uitgaven omvat: |
1° de reële kosten van de werken bepaald door de afrekening van | 1° de reële kosten van de werken bepaald door de afrekening van |
bedoelde werken; | bedoelde werken; |
2° de algemene kosten gebonden aan de werken, met name de | 2° de algemene kosten gebonden aan de werken, met name de |
ereloonrekeningen van de projectontwerper en van de coördinator | ereloonrekeningen van de projectontwerper en van de coördinator |
veiligheid-gezondheid, de geotechnische proeven en onderzoeken, de | veiligheid-gezondheid, de geotechnische proeven en onderzoeken, de |
proeven op materialen; | proeven op materialen; |
3° de kosten wegens schade aan de gewassen, structurele schade en | 3° de kosten wegens schade aan de gewassen, structurele schade en |
verliezen van het genot, de kosten wegens onteigening, innemingen en | verliezen van het genot, de kosten wegens onteigening, innemingen en |
aankopen en de kosten voor verplaatsing van leidingen en kabels; | aankopen en de kosten voor verplaatsing van leidingen en kabels; |
4° de kosten voor de communicatie en de bevordering van de uitgevoerde | 4° de kosten voor de communicatie en de bevordering van de uitgevoerde |
werken. | werken. |
Art. 24.Ten algemenen nutte of wanneer de werken ruimere |
Art. 24.Ten algemenen nutte of wanneer de werken ruimere |
doelstellingen dan degene die strikt gebonden zijn aan de | doelstellingen dan degene die strikt gebonden zijn aan de |
landinrichting en die bedoeld zijn in artikel D.266, §§ 2 en 3 beogen, | landinrichting en die bedoeld zijn in artikel D.266, §§ 2 en 3 beogen, |
kan de bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de in | kan de bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de in |
artikel 22 bedoelde werken door de Regering verhoogd worden. | artikel 22 bedoelde werken door de Regering verhoogd worden. |
HOOFDSTUK IX. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen | HOOFDSTUK IX. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen |
Art. 25.Opgeheven worden : |
Art. 25.Opgeheven worden : |
1° het koninklijk besluit van 27 oktober 1970 tot uitvoering van de | 1° het koninklijk besluit van 27 oktober 1970 tot uitvoering van de |
artikelen 44, vierde lid, en 48 van de wet van 22 juli 1970 op de | artikelen 44, vierde lid, en 48 van de wet van 22 juli 1970 op de |
ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet, gewijzigd | ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet, gewijzigd |
bij het besluit van de Waalse Regering van 17 januari 2002; | bij het besluit van de Waalse Regering van 17 januari 2002; |
2° het koninklijk besluit van 26 februari 1971 houdende het | 2° het koninklijk besluit van 26 februari 1971 houdende het |
modelreglement van de ruilverkavelingscomités; | modelreglement van de ruilverkavelingscomités; |
3° het koninklijk besluit van 26 februari 1971 houdende het | 3° het koninklijk besluit van 26 februari 1971 houdende het |
modelreglement van orde van de commissies van advies die de | modelreglement van orde van de commissies van advies die de |
ruilverkavelingscomités bijstaan; | ruilverkavelingscomités bijstaan; |
4° het koninklijk besluit van 26 oktober 1978 houdende uitvoering van | 4° het koninklijk besluit van 26 oktober 1978 houdende uitvoering van |
de artikelen 4, 10, 56 en 75 van de wet van 12 juli 1976 houdende | de artikelen 4, 10, 56 en 75 van de wet van 12 juli 1976 houdende |
bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit | bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit |
kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken; | kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken; |
5° het koninklijk besluit van 26 oktober 1978 tot bepaling van de | 5° het koninklijk besluit van 26 oktober 1978 tot bepaling van de |
bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de werken | bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de werken |
uitgevoerd overeenkomstig de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere | uitgevoerd overeenkomstig de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere |
maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van | maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van |
de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken; | de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken; |
6° het koninklijk besluit van 16 december 1981 houdende het | 6° het koninklijk besluit van 16 december 1981 houdende het |
modelreglement van de provinciale comités voor de ruilverkaveling van | modelreglement van de provinciale comités voor de ruilverkaveling van |
landeigendommen in der minne in het Waalse Gewest; | landeigendommen in der minne in het Waalse Gewest; |
7° het koninklijk besluit van 16 december 1981 tot vaststelling, in | 7° het koninklijk besluit van 16 december 1981 tot vaststelling, in |
het Waalse Gewest, van de bedragen voorzien bij artikelen 21, vierde | het Waalse Gewest, van de bedragen voorzien bij artikelen 21, vierde |
lid, 42, vierde lid en 55 van de wet van 10 januari 1978 houdende | lid, 42, vierde lid en 55 van de wet van 10 januari 1978 houdende |
bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen in | bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen in |
der minne, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 17 | der minne, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 17 |
januari 2002; | januari 2002; |
8° het besluit van de Waalse Regering van 24 juni 1993 tot bepaling | 8° het besluit van de Waalse Regering van 24 juni 1993 tot bepaling |
van de bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de werken | van de bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de werken |
uitgevoerd door de ruil- of verkavelingscomités en die voortvloeiend | uitgevoerd door de ruil- of verkavelingscomités en die voortvloeiend |
zijn uit de bouw van de hoge snelheidstrein; | zijn uit de bouw van de hoge snelheidstrein; |
9° het besluit van de Waalse Regering van 18 juli 1996 tot | 9° het besluit van de Waalse Regering van 18 juli 1996 tot |
vaststelling van de vergoedingen en de presentiegelden die aan de | vaststelling van de vergoedingen en de presentiegelden die aan de |
leden van de ruilverkavelingscomités en de adviescommissies voor de | leden van de ruilverkavelingscomités en de adviescommissies voor de |
ruilverkaveling toegekend moeten worden, gewijzigd bij de besluiten | ruilverkaveling toegekend moeten worden, gewijzigd bij de besluiten |
van de Waalse Regering van 21 november 1996 en 17 januari 2002; | van de Waalse Regering van 21 november 1996 en 17 januari 2002; |
10° het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2008 tot | 10° het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2008 tot |
bepaling van de bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de | bepaling van de bijdrage van het Waalse Gewest in de uitgaven voor de |
werken uitgevoerd door de ruil- of verkavelingscomités; | werken uitgevoerd door de ruil- of verkavelingscomités; |
11° het ministerieel besluit van 1 september 1971 tot vaststelling van | 11° het ministerieel besluit van 1 september 1971 tot vaststelling van |
de bijdrage van de Staat in de uitgaven voor de werken uitgevoerd door | de bijdrage van de Staat in de uitgaven voor de werken uitgevoerd door |
de ruilverkavelingscomités, gewijzigd bij de ministeriële besluiten | de ruilverkavelingscomités, gewijzigd bij de ministeriële besluiten |
van 26 maart 1974, 14 maart 1979 en 1 maart 1995 en bij de besluiten | van 26 maart 1974, 14 maart 1979 en 1 maart 1995 en bij de besluiten |
van de Waalse Regering van 17 januari 2002 en 28 februari 2008; | van de Waalse Regering van 17 januari 2002 en 28 februari 2008; |
12° het ministerieel besluit van 12 december 1981 tot bepaling, voor | 12° het ministerieel besluit van 12 december 1981 tot bepaling, voor |
het Waalse Gewest, van de bijdrage van het Gewest in de uitgaven voor | het Waalse Gewest, van de bijdrage van het Gewest in de uitgaven voor |
de werken uitgevoerd in toepassing van de wet van 10 januari 1978 | de werken uitgevoerd in toepassing van de wet van 10 januari 1978 |
houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van | houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van |
landeigendommen in der minne. | landeigendommen in der minne. |
Art. 26.Dit besluit treedt in werking de tiende dag na bekendmaking |
Art. 26.Dit besluit treedt in werking de tiende dag na bekendmaking |
ervan in het Belgisch Staatsblad. | ervan in het Belgisch Staatsblad. |
Titel 11, hoofdstuk 3, van het Wetboek dat artikelen D.266 tot D.352 | Titel 11, hoofdstuk 3, van het Wetboek dat artikelen D.266 tot D.352 |
omvat, treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van dit | omvat, treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van dit |
besluit.. | besluit.. |
Titel 11, hoofdstuk 4, afdelingen 3 en 4 van het Wetboek dat artikelen | Titel 11, hoofdstuk 4, afdelingen 3 en 4 van het Wetboek dat artikelen |
D.358 en D.359 omvat, treedt in werking op de datum van | D.358 en D.359 omvat, treedt in werking op de datum van |
inwerkingtreding van dit besluit. | inwerkingtreding van dit besluit. |
Titel 11, hoofdstuk 4, afdeling 5 van het Wetboek dat artikelen D.360 | Titel 11, hoofdstuk 4, afdeling 5 van het Wetboek dat artikelen D.360 |
en D.361 omvat, treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van | en D.361 omvat, treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van |
het Wetboek. | het Wetboek. |
Art. 27.De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden is |
Art. 27.De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden is |
belast met de uitvoering van dit besluit. | belast met de uitvoering van dit besluit. |
Namen, 15 mei 2014. | Namen, 15 mei 2014. |
De Minister-President, | De Minister-President, |
R DEMOTTE | R DEMOTTE |
De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, | De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, |
Natuur, Bossen en Erfgoed, | Natuur, Bossen en Erfgoed, |
C. DI ANTONIO | C. DI ANTONIO |
BIJLAGE 1 | BIJLAGE 1 |
Huishoudelijk typereglement van de comités en subregionale comités | Huishoudelijk typereglement van de comités en subregionale comités |
voor landinrichting | voor landinrichting |
Artikel 1.Het comité vergadert telkens als de |
Artikel 1.Het comité vergadert telkens als de |
landinrichtingsverrichtingen het vereisen. De voorzitter bepaalt de | landinrichtingsverrichtingen het vereisen. De voorzitter bepaalt de |
vergaderingen en stelt de agenda vast. | vergaderingen en stelt de agenda vast. |
Wanneer minstens drie leden erom verzoeken, roept de voorzitter het | Wanneer minstens drie leden erom verzoeken, roept de voorzitter het |
comité binnen dertig dagen op en plaatst hij de vragen vermeld in de | comité binnen dertig dagen op en plaatst hij de vragen vermeld in de |
oproepingsaanvraag op de agenda. | oproepingsaanvraag op de agenda. |
Art. 2.Behalve het spoedgeval gerechtvaardigd in het proces-verbaal |
Art. 2.Behalve het spoedgeval gerechtvaardigd in het proces-verbaal |
van de zitting roept de voorzitter of de secretaris de leden van het | van de zitting roept de voorzitter of de secretaris de leden van het |
comité schriftelijk of per e-mail minstens acht dagen voor de datum | comité schriftelijk of per e-mail minstens acht dagen voor de datum |
van de vergadering op. De oproeping vermeldt de agenda. | van de vergadering op. De oproeping vermeldt de agenda. |
Art. 3.Elk lid dat de vergadering niet kan bijwonen verzoekt zijn |
Art. 3.Elk lid dat de vergadering niet kan bijwonen verzoekt zijn |
plaatsvervanger hem te vervangen. | plaatsvervanger hem te vervangen. |
Wanneer een lid benoemd op voorstel van de provinciale landbouwkamer | Wanneer een lid benoemd op voorstel van de provinciale landbouwkamer |
van de provincie en zijn plaatsvervanger de vergadering niet kunnen | van de provincie en zijn plaatsvervanger de vergadering niet kunnen |
bijwonen, verzoekt de plaatsvervanger de plaatsvervanger van het | bijwonen, verzoekt de plaatsvervanger de plaatsvervanger van het |
andere lid benoemd op voorstel van de provinciale landbouwkamer van de | andere lid benoemd op voorstel van de provinciale landbouwkamer van de |
provincie hem te vervangen. | provincie hem te vervangen. |
Art. 4.De voorzitter opent en sluit de vergaderingen, leidt de |
Art. 4.De voorzitter opent en sluit de vergaderingen, leidt de |
debatten en de stemopnemingen en handhaaft de politie over de | debatten en de stemopnemingen en handhaaft de politie over de |
vergadering. | vergadering. |
Onverminderd de bepalingen van de artikelen 1 en 2 deelt de voorzitter | Onverminderd de bepalingen van de artikelen 1 en 2 deelt de voorzitter |
aan het einde van de vergadering en voor zover mogelijk de dagen, uren | aan het einde van de vergadering en voor zover mogelijk de dagen, uren |
en plaats van de volgende vergadering alsmede de agendapunten mede. | en plaats van de volgende vergadering alsmede de agendapunten mede. |
De voorzitter zorgt in het bijzonder ervoor dat de bepalingen van het | De voorzitter zorgt in het bijzonder ervoor dat de bepalingen van het |
Landbouwwetboek en van dit reglement worden nageleefd. | Landbouwwetboek en van dit reglement worden nageleefd. |
Bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter en van de | Bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter en van de |
plaatsvervangende voorzitter wijst de vergadering uit haar midden een | plaatsvervangende voorzitter wijst de vergadering uit haar midden een |
lid aan dat de vergadering voorzit. | lid aan dat de vergadering voorzit. |
Art. 5.De secretaris staat de voorzitter bij. Hij brengt verslag uit |
Art. 5.De secretaris staat de voorzitter bij. Hij brengt verslag uit |
over elk punt van de agenda, behoudens wanneer hij hiervan door de | over elk punt van de agenda, behoudens wanneer hij hiervan door de |
vergadering wordt ontslagen. Hij maakt de notulen van de vergadering | vergadering wordt ontslagen. Hij maakt de notulen van de vergadering |
op. | op. |
Zijn de secretaris en de plaatsvervangende secretaris afwezig of | Zijn de secretaris en de plaatsvervangende secretaris afwezig of |
verhinderd, dan wordt het secretariaat van de vergadering waargenomen | verhinderd, dan wordt het secretariaat van de vergadering waargenomen |
door een persoon die daartoe, eventueel buiten de leden van het | door een persoon die daartoe, eventueel buiten de leden van het |
comité, door de vergadering wordt aangewezen. | comité, door de vergadering wordt aangewezen. |
Art. 6.Behoudens instemming van de meerderheid van de aanwezige leden |
Art. 6.Behoudens instemming van de meerderheid van de aanwezige leden |
mogen enkel de punten die op de in de oproepingsbrief vermelde agenda | mogen enkel de punten die op de in de oproepingsbrief vermelde agenda |
gebracht zijn, worden beraadslaagd en beslist. | gebracht zijn, worden beraadslaagd en beslist. |
Art. 7.De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen van |
Art. 7.De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen van |
de aanwezige leden. Het comité drukt zijn wil ofwel mondeling bij | de aanwezige leden. Het comité drukt zijn wil ofwel mondeling bij |
naamafroeping, ofwel met opgeheven hand uit, volgens de beslissing van | naamafroeping, ofwel met opgeheven hand uit, volgens de beslissing van |
de voorzitter die het laatst stemt. | de voorzitter die het laatst stemt. |
Art. 8.In een behoorlijk gerechtvaardigd spoedgeval kan de voorzitter |
Art. 8.In een behoorlijk gerechtvaardigd spoedgeval kan de voorzitter |
of de secretaris in het kader van een exclusief schriftelijke | of de secretaris in het kader van een exclusief schriftelijke |
procedure de leden van het comité verzoeken over een bijzonder punt te | procedure de leden van het comité verzoeken over een bijzonder punt te |
beslissen. De termijn waarin de stemming wordt uitgedrukt wordt | beslissen. De termijn waarin de stemming wordt uitgedrukt wordt |
uitdrukkelijk in de beslissingsaanvraag vermeld. De aanwezigheids- en | uitdrukkelijk in de beslissingsaanvraag vermeld. De aanwezigheids- en |
stemmingsquorums blijven van toepassing in het kader van de | stemmingsquorums blijven van toepassing in het kader van de |
schriftelijke procedure. | schriftelijke procedure. |
Art. 9.Het comité kan alle personen horen wier advies het wenst in te |
Art. 9.Het comité kan alle personen horen wier advies het wenst in te |
winnen. | winnen. |
Art. 10.Telkens als het nodig is hoort het comité de ambtenaren van |
Art. 10.Telkens als het nodig is hoort het comité de ambtenaren van |
de Directie Landinrichting over de taken waarmee de directie is belast | de Directie Landinrichting over de taken waarmee de directie is belast |
in de uitvoering van de landinrichtingsverrichtingen. | in de uitvoering van de landinrichtingsverrichtingen. |
Art. 11.Een lid van het comité mag geen beraadslaging bijwonen noch |
Art. 11.Een lid van het comité mag geen beraadslaging bijwonen noch |
aan een stemming deelnemen betreffende dossiers waarbij hij, ofwel | aan een stemming deelnemen betreffende dossiers waarbij hij, ofwel |
persoonlijk, ofwel als zaakgelastigde, rechtstreeks belang heeft, of | persoonlijk, ofwel als zaakgelastigde, rechtstreeks belang heeft, of |
waarbij zijn echtgenoot, dan wel bloed- of aanverwanten tot en met de | waarbij zijn echtgenoot, dan wel bloed- of aanverwanten tot en met de |
derde graad persoonlijk en rechtstreeks zijn betrokken. | derde graad persoonlijk en rechtstreeks zijn betrokken. |
Art. 12.Tijdens elke zitting keurt het comité het proces-verbaal van |
Art. 12.Tijdens elke zitting keurt het comité het proces-verbaal van |
de vorige zitting goed behalve indien het beslist de goedkeuring tot | de vorige zitting goed behalve indien het beslist de goedkeuring tot |
een latere zitting uit te stellen. Het proces-verbaal wordt | een latere zitting uit te stellen. Het proces-verbaal wordt |
onderworpen aan de ondertekening van de voorzitter en van de | onderworpen aan de ondertekening van de voorzitter en van de |
secretaris van de goedkeuringszitting. | secretaris van de goedkeuringszitting. |
Art. 13.De notulen van de vergaderingen worden overgeschreven of een |
Art. 13.De notulen van de vergaderingen worden overgeschreven of een |
afschrift ervan wordt geplakt, in volgorde en zonder vrije | afschrift ervan wordt geplakt, in volgorde en zonder vrije |
tussenruimte, in een notulenboek waarvan de bladzijden door de | tussenruimte, in een notulenboek waarvan de bladzijden door de |
voorzitter worden genummerd en geparafeerd. Het register en de notulen | voorzitter worden genummerd en geparafeerd. Het register en de notulen |
van de zittingen worden in het archief van het comité bewaard. | van de zittingen worden in het archief van het comité bewaard. |
Art. 14.De secretaris bewaart het archief van het comité en is belast |
Art. 14.De secretaris bewaart het archief van het comité en is belast |
met het dagelijkse beheer van het comité. | met het dagelijkse beheer van het comité. |
Art. 15.Alle leden en plaatsvervangende leden van het comité |
Art. 15.Alle leden en plaatsvervangende leden van het comité |
ontvangen een exemplaar van dit reglement. | ontvangen een exemplaar van dit reglement. |
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van | Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van |
15 mei 2014 betreffende de landinrichting van de landeigendommen. | 15 mei 2014 betreffende de landinrichting van de landeigendommen. |
Namen, 15 mei 2014. | Namen, 15 mei 2014. |
De Minister-President, | De Minister-President, |
R DEMOTTE | R DEMOTTE |
De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, | De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, |
Natuur, Bossen en Erfgoed, | Natuur, Bossen en Erfgoed, |
C. DI ANTONIO | C. DI ANTONIO |
BIJLAGE 2 | BIJLAGE 2 |
Huishoudelijk typereglement van de adviescommissies | Huishoudelijk typereglement van de adviescommissies |
Artikel 1.De commissie vergadert binnen vijftien dagen na elke |
Artikel 1.De commissie vergadert binnen vijftien dagen na elke |
adviesaanvraag ingediend door het comité voor landinrichting. De | adviesaanvraag ingediend door het comité voor landinrichting. De |
voorzitter bepaalt de vergaderingen en stelt de agenda vast. | voorzitter bepaalt de vergaderingen en stelt de agenda vast. |
Art. 2.Behalve het spoedgeval gerechtvaardigd in het proces-verbaal |
Art. 2.Behalve het spoedgeval gerechtvaardigd in het proces-verbaal |
van de zitting roept de voorzitter of de secretaris de leden van de | van de zitting roept de voorzitter of de secretaris de leden van de |
commissie schriftelijk of per e-mail minstens acht dagen voor de datum | commissie schriftelijk of per e-mail minstens acht dagen voor de datum |
van de vergadering op. De oproeping vermeldt de agenda. | van de vergadering op. De oproeping vermeldt de agenda. |
Art. 3.Wanneer een lid, gekozen uit de groep der eigenaars en |
Art. 3.Wanneer een lid, gekozen uit de groep der eigenaars en |
vruchtgebruikers of uit de groep van de exploitanten, een vergadering | vruchtgebruikers of uit de groep van de exploitanten, een vergadering |
niet kan bijwonen, verzoekt hij zijn plaatsvervanger hem te vervangen. | niet kan bijwonen, verzoekt hij zijn plaatsvervanger hem te vervangen. |
Indien bedoelde plaatsvervanger eveneens de vergadering niet kan | Indien bedoelde plaatsvervanger eveneens de vergadering niet kan |
bijwonen, verzoekt hij de andere plaatsvervanger, gekozen in dezelfde | bijwonen, verzoekt hij de andere plaatsvervanger, gekozen in dezelfde |
groep, hem te vervangen. | groep, hem te vervangen. |
Art. 4.De voorzitter opent en sluit de vergaderingen, leidt de |
Art. 4.De voorzitter opent en sluit de vergaderingen, leidt de |
debatten en de stemopnemingen en handhaaft de politie over de | debatten en de stemopnemingen en handhaaft de politie over de |
vergadering. | vergadering. |
De voorzitter zorgt in het bijzonder ervoor dat de bepalingen van het | De voorzitter zorgt in het bijzonder ervoor dat de bepalingen van het |
Landbouwwetboek en van dit reglement worden nageleefd. | Landbouwwetboek en van dit reglement worden nageleefd. |
Bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter en van de | Bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter en van de |
plaatsvervangende voorzitter wijst de vergadering uit haar midden een | plaatsvervangende voorzitter wijst de vergadering uit haar midden een |
lid aan dat de vergadering voorzit. | lid aan dat de vergadering voorzit. |
Art. 5.De secretaris staat de voorzitter bij. Hij brengt verslag uit |
Art. 5.De secretaris staat de voorzitter bij. Hij brengt verslag uit |
over elk punt van de agenda, behoudens wanneer hij hiervan door de | over elk punt van de agenda, behoudens wanneer hij hiervan door de |
vergadering wordt ontslagen. Hij maakt de notulen van de vergadering | vergadering wordt ontslagen. Hij maakt de notulen van de vergadering |
op. | op. |
Zijn de secretaris en de plaatsvervangende secretaris afwezig of | Zijn de secretaris en de plaatsvervangende secretaris afwezig of |
verhinderd, dan wordt het secretariaat van de vergadering waargenomen | verhinderd, dan wordt het secretariaat van de vergadering waargenomen |
door een persoon die daartoe, eventueel buiten de leden van de | door een persoon die daartoe, eventueel buiten de leden van de |
commissie, door de vergadering wordt aangewezen | commissie, door de vergadering wordt aangewezen |
Art. 6.Behoudens instemming van de meerderheid van de aanwezige leden |
Art. 6.Behoudens instemming van de meerderheid van de aanwezige leden |
mogen enkel de punten die op de in de oproepingsbrief vermelde agenda | mogen enkel de punten die op de in de oproepingsbrief vermelde agenda |
gebracht zijn, worden beraadslaagd en beslist. | gebracht zijn, worden beraadslaagd en beslist. |
Art. 7.De commissie brengt advies uit, welke ook het aantal aanwezige |
Art. 7.De commissie brengt advies uit, welke ook het aantal aanwezige |
leden is. | leden is. |
De adviezen worden genomen bij meerderheid van stemmen van de | De adviezen worden genomen bij meerderheid van stemmen van de |
aanwezige leden. De commissie drukt haar wil ofwel mondeling bij | aanwezige leden. De commissie drukt haar wil ofwel mondeling bij |
naamafroeping, ofwel met opgeheven hand uit, volgens de beslissing van | naamafroeping, ofwel met opgeheven hand uit, volgens de beslissing van |
de voorzitter die het laatst stemt. | de voorzitter die het laatst stemt. |
Art. 8.De commissie kan alle personen horen wier advies zij wenst in |
Art. 8.De commissie kan alle personen horen wier advies zij wenst in |
te winnen. | te winnen. |
Art. 9.Een lid van de commissie mag geen beraadslaging bijwonen noch |
Art. 9.Een lid van de commissie mag geen beraadslaging bijwonen noch |
aan een stemming deelnemen betreffende dossiers waarbij hij, ofwel | aan een stemming deelnemen betreffende dossiers waarbij hij, ofwel |
persoonlijk, ofwel als zaakgelastigde, rechtstreeks belang heeft, of | persoonlijk, ofwel als zaakgelastigde, rechtstreeks belang heeft, of |
waarbij zijn echtgenoot, dan wel bloed- of aanverwanten tot en met de | waarbij zijn echtgenoot, dan wel bloed- of aanverwanten tot en met de |
derde graad persoonlijk en rechtstreeks zijn betrokken. | derde graad persoonlijk en rechtstreeks zijn betrokken. |
Art. 10.Het proces-verbaal van elke vergadering wordt ter zitting |
Art. 10.Het proces-verbaal van elke vergadering wordt ter zitting |
zelf opgemaakt en goedgekeurd en onmiddellijk ondertekend door de | zelf opgemaakt en goedgekeurd en onmiddellijk ondertekend door de |
voorzitter en de secretaris van de vergadering. | voorzitter en de secretaris van de vergadering. |
Art. 11.De notulen van de vergaderingen worden overgeschreven of een |
Art. 11.De notulen van de vergaderingen worden overgeschreven of een |
afschrift ervan wordt geplakt, in volgorde en zonder vrije | afschrift ervan wordt geplakt, in volgorde en zonder vrije |
tussenruimte, in een notulenboek waarvan de bladzijden door de | tussenruimte, in een notulenboek waarvan de bladzijden door de |
voorzitter worden genummerd en geparafeerd. Het register en de notulen | voorzitter worden genummerd en geparafeerd. Het register en de notulen |
van de zittingen worden in het archief van de commissie bewaard. | van de zittingen worden in het archief van de commissie bewaard. |
Art. 12.De secretaris bewaart het archief van de commissie. Op het |
Art. 12.De secretaris bewaart het archief van de commissie. Op het |
einde van de landinrichtingsverrichtingen waarvoor de commissie werd | einde van de landinrichtingsverrichtingen waarvoor de commissie werd |
opgericht, overhandigt hij het aan het comité dat door deze laatste | opgericht, overhandigt hij het aan het comité dat door deze laatste |
werd bijgestaan. De secretaris is belast met het dagelijkse beheer van | werd bijgestaan. De secretaris is belast met het dagelijkse beheer van |
de commissie. | de commissie. |
Art. 13.Alle leden en plaatsvervangende leden van de commissie |
Art. 13.Alle leden en plaatsvervangende leden van de commissie |
ontvangen een exemplaar van dit reglement. | ontvangen een exemplaar van dit reglement. |
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van | Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van |
15 mei 2014 betreffende de landinrichting van de landeigendommen. | 15 mei 2014 betreffende de landinrichting van de landeigendommen. |
Namen, 15 mei 2014. | Namen, 15 mei 2014. |
De Minister-President, | De Minister-President, |
R DEMOTTE | R DEMOTTE |
De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, | De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, |
Natuur, Bossen en Erfgoed, | Natuur, Bossen en Erfgoed, |
C. DI ANTONIO | C. DI ANTONIO |