Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 31/05/2002
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne "
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
31 MEI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het 31 MEI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het
besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende
vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning
en van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende en van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende
algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne
De Vlaamse regering, De Vlaamse regering,
Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning,
inzonderheid op de artikelen 3, 14, § 1, gewijzigd bij het decreet van inzonderheid op de artikelen 3, 14, § 1, gewijzigd bij het decreet van
21 december 1990, en 20, vervangen bij het decreet van 22 december 21 december 1990, en 20, vervangen bij het decreet van 22 december
1993 en gewijzigd bij de decreten van 21 oktober 1997 en 11 mei 1999; 1993 en gewijzigd bij de decreten van 21 oktober 1997 en 11 mei 1999;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991
houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de
milieuvergunning, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering milieuvergunning, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering
van 27 februari 1992, 28 oktober 1992, 27 april 1994, 1 juni 1995, 26 van 27 februari 1992, 28 oktober 1992, 27 april 1994, 1 juni 1995, 26
juni 1996, 22 oktober 1996, 12 januari 1999, 15 juni 1999, bij het juni 1996, 22 oktober 1996, 12 januari 1999, 15 juni 1999, bij het
decreet van het Vlaams Parlement van 18 mei 1999 en bij de besluiten decreet van het Vlaams Parlement van 18 mei 1999 en bij de besluiten
van de Vlaamse regering van 29 september 2000, 20 april 2001, 13 juli van de Vlaamse regering van 29 september 2000, 20 april 2001, 13 juli
2001 en 5 oktober 2001; 2001 en 5 oktober 2001;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende
algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, gewijzigd bij algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, gewijzigd bij
de besluiten van de Vlaamse regering van 6 september 1995, 26 juni de besluiten van de Vlaamse regering van 6 september 1995, 26 juni
1996, 3 juni 1997, 17 december 1997, 24 maart 1998, 6 oktober 1998, 19 1996, 3 juni 1997, 17 december 1997, 24 maart 1998, 6 oktober 1998, 19
januari 1999, 15 juni 1999, 3 maart 2000, 17 maart 2000, 17 juli 2000, januari 1999, 15 juni 1999, 3 maart 2000, 17 maart 2000, 17 juli 2000,
19 januari 2001, 20 april 2001, 13 juli 2001, 18 januari 2002 en 25 19 januari 2001, 20 april 2001, 13 juli 2001, 18 januari 2002 en 25
januari 2002; januari 2002;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 18 juni Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 18 juni
2001; 2001;
Gelet op de beslissing van de Vlaamse regering over het verzoek aan de Gelet op de beslissing van de Vlaamse regering over het verzoek aan de
Raad van State om advies te geven binnen een termijn van een maand; Raad van State om advies te geven binnen een termijn van een maand;
Gelet op het advies 32.487/3 van de Raad van State, gegeven op 16 Gelet op het advies 32.487/3 van de Raad van State, gegeven op 16
april 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de april 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw; Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan titel I van VLAREM HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan titel I van VLAREM

Artikel 1.Artikel 5, § 2, 14°, van het besluit van de Vlaamse

Artikel 1.Artikel 5, § 2, 14°, van het besluit van de Vlaamse

regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams
reglement betreffende de milieuvergunning, vervangen bij het besluit reglement betreffende de milieuvergunning, vervangen bij het besluit
van de Vlaamse regering van 13 juli 2001, wordt vervangen als volgt : van de Vlaamse regering van 13 juli 2001, wordt vervangen als volgt :
« 14° in geval de aanvraag betrekking heeft op een directe of « 14° in geval de aanvraag betrekking heeft op een directe of
indirecte lozing in grondwater van gevaarlijke stoffen bedoeld in indirecte lozing in grondwater van gevaarlijke stoffen bedoeld in
bijlage 2B bij dit besluit, op een stortplaats of opslagplaats voor bijlage 2B bij dit besluit, op een stortplaats of opslagplaats voor
afvalstoffen in of op de bodem, of op het geheel of gedeeltelijk afvalstoffen in of op de bodem, of op het geheel of gedeeltelijk
opvullen met niet-verontreinigde uitgegraven bodem van groeven, opvullen met niet-verontreinigde uitgegraven bodem van groeven,
graverijen, uitgravingen en andere putten met inbegrip van graverijen, uitgravingen en andere putten met inbegrip van
waterplassen en vijvers, tevens : waterplassen en vijvers, tevens :
? de geologische kenmerken, waaronder de kenmerken van de bodem en de ? de geologische kenmerken, waaronder de kenmerken van de bodem en de
ondergrond, van het terrein waarop de lozing of het opvullen met ondergrond, van het terrein waarop de lozing of het opvullen met
niet-verontreinigde uitgegraven bodem is gepland, respectievelijk de niet-verontreinigde uitgegraven bodem is gepland, respectievelijk de
stortplaats of opslagplaats wordt ingericht en van de omgeving in een stortplaats of opslagplaats wordt ingericht en van de omgeving in een
straal van 100 m rond de perceelsgrenzen straal van 100 m rond de perceelsgrenzen
? de hydrogeologische kenmerken, zoals de grondwaterhuishouding, van ? de hydrogeologische kenmerken, zoals de grondwaterhuishouding, van
het terrein waarop de lozing of het opvullen met niet-verontreinigde het terrein waarop de lozing of het opvullen met niet-verontreinigde
uitgegraven bodem is gepland, respectievelijk de stortplaats of uitgegraven bodem is gepland, respectievelijk de stortplaats of
opslagplaats wordt ingericht en van de omgeving; opslagplaats wordt ingericht en van de omgeving;
? de beschrijving van de geo- en hydrogeologische kenmerken moet ? de beschrijving van de geo- en hydrogeologische kenmerken moet
voldoende inzicht verschaffen in : voldoende inzicht verschaffen in :
a) de algemene geologische situatie : a) de algemene geologische situatie :
- geologische opbouw; - geologische opbouw;
- preciese granulometrische en lithologische kenmerken van de - preciese granulometrische en lithologische kenmerken van de
verschillende formaties; verschillende formaties;
b) de algemene hydrogeologische situatie : b) de algemene hydrogeologische situatie :
- een uitvoerige beschrijving van alle hydrogeologische kenmerken der - een uitvoerige beschrijving van alle hydrogeologische kenmerken der
watervoerende lagen (o. a. hydraulische geleidbaarheid, watervoerende lagen (o. a. hydraulische geleidbaarheid,
transmissiviteit, bergingscapaciteit, enz.); transmissiviteit, bergingscapaciteit, enz.);
- bepalen van stromingsrichtingen en stromingssnelheid van het - bepalen van stromingsrichtingen en stromingssnelheid van het
grondwater; grondwater;
- vermelden en beschrijven der ondoorlatende lagen; - vermelden en beschrijven der ondoorlatende lagen;
- analyse van piëzometrische waarnemingen; - analyse van piëzometrische waarnemingen;
c) de fysico-chemische kenmerken van het grondwater c) de fysico-chemische kenmerken van het grondwater
d) de waterwinningen in de omgeving (straal = 5 km) d) de waterwinningen in de omgeving (straal = 5 km)
- algemene historiek; - algemene historiek;
- debiet van afpomping; - debiet van afpomping;
- piëzometrische effecten; - piëzometrische effecten;
- continuïteit der bemaling; - continuïteit der bemaling;
- doelstelling van de bemalingsactiviteiten; - doelstelling van de bemalingsactiviteiten;
- fysico-chemische analyseresultaten der specifieke - fysico-chemische analyseresultaten der specifieke
bemalingsactiviteiten; bemalingsactiviteiten;
? een algemene beschrijving van het terrein en de omgeving met ? een algemene beschrijving van het terrein en de omgeving met
vermelding van het huidige gebruik, de begroeiing, het bodembestand en vermelding van het huidige gebruik, de begroeiing, het bodembestand en
de eventuele bebouwing; de eventuele bebouwing;
wanneer het om een stortplaats voor afvalstoffen gaat, ook nog : wanneer het om een stortplaats voor afvalstoffen gaat, ook nog :
? de gegevens inzake stabiliteit van het terrein en haar omgeving : ? de gegevens inzake stabiliteit van het terrein en haar omgeving :
a) berekening van de mogelijke verzakkingen en zettingen van de a) berekening van de mogelijke verzakkingen en zettingen van de
stortplaats en de ondergrond stortplaats en de ondergrond
b) de mogelijke invloed van de verzakkingen en zettingen op de b) de mogelijke invloed van de verzakkingen en zettingen op de
afsluitlagen, drainagesystemen, taluds; afsluitlagen, drainagesystemen, taluds;
c) de berekening van de hoogte en de opbouw van de stortplaats, de c) de berekening van de hoogte en de opbouw van de stortplaats, de
constructie en uitvoering van de afsluitlaag en de drainagesystemen constructie en uitvoering van de afsluitlaag en de drainagesystemen
zodat de stabiliteit van de stortplaats en de goede werking van de zodat de stabiliteit van de stortplaats en de goede werking van de
afsluitlaag en de drainagesystemen verzekerd blijven. » afsluitlaag en de drainagesystemen verzekerd blijven. »

Art. 2.In artikel 5, § 3, 4° van hetzelfde besluit, vervangen bij het

Art. 2.In artikel 5, § 3, 4° van hetzelfde besluit, vervangen bij het

besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001, worden tussen de besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001, worden tussen de
woorden « alsmede » en « op » de woorden « op het geheel of woorden « alsmede » en « op » de woorden « op het geheel of
gedeeltelijk opvullen met niet-verontreinigde uitgegraven bodem van gedeeltelijk opvullen met niet-verontreinigde uitgegraven bodem van
groeven, graverijen, uitgravingen en andere putten met inbegrip van groeven, graverijen, uitgravingen en andere putten met inbegrip van
waterplassen en vijvers of » gevoegd. waterplassen en vijvers of » gevoegd.

Art. 3.Bijlage 1 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van

Art. 3.Bijlage 1 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van

de Vlaamse regering van 12 januari 1999 en gewijzigd bij de besluiten de Vlaamse regering van 12 januari 1999 en gewijzigd bij de besluiten
van de Vlaamse regering van 15 juni 1999, 20 april 2001 en 13 juli van de Vlaamse regering van 15 juni 1999, 20 april 2001 en 13 juli
2001, wordt aangevuld met een rubriek 60, luidend als volgt : 2001, wordt aangevuld met een rubriek 60, luidend als volgt :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan titel II van VLAREM HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan titel II van VLAREM

Art. 4.Aan het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995

Art. 4.Aan het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995

houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne,
gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 6 september gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 6 september
1995, 26 juni 1996, 3 juni 1997, 17 december 1997, 24 maart 1998, 19 1995, 26 juni 1996, 3 juni 1997, 17 december 1997, 24 maart 1998, 19
januari 1999, 15 juni 1999, 3 maart 2000, 17 maart 2000, 17 juli 2000, januari 1999, 15 juni 1999, 3 maart 2000, 17 maart 2000, 17 juli 2000,
19 januari 2001, 20 april 2001, 13 juli 2001, 18 januari 2002 en 25 19 januari 2001, 20 april 2001, 13 juli 2001, 18 januari 2002 en 25
januari 2002, wordt een hoofdstuk 5.60 toegevoegd dat luidt als volgt januari 2002, wordt een hoofdstuk 5.60 toegevoegd dat luidt als volgt
: :
« HOOFDSTUK 5.60 « HOOFDSTUK 5.60
OPVULLING MET NIET-VERONTREINIGDE UITGEGRAVEN BODEM OPVULLING MET NIET-VERONTREINIGDE UITGEGRAVEN BODEM
Art. 5.60.1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de Art. 5.60.1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de
inrichtingen, ingedeeld onder rubriek 60 van de indelingslijst. inrichtingen, ingedeeld onder rubriek 60 van de indelingslijst.
Art. 5.60.2. De gehele of gedeeltelijke opvulling van groeven, Art. 5.60.2. De gehele of gedeeltelijke opvulling van groeven,
graverijen, uitgravingen of andere putten mag uitsluitend gebeuren met graverijen, uitgravingen of andere putten mag uitsluitend gebeuren met
niet-verontreinigde uitgegraven bodem, meer bepaald uitgegraven bodem, niet-verontreinigde uitgegraven bodem, meer bepaald uitgegraven bodem,
uitgegraven bodem die een fysische scheiding heeft ondergaan en uitgegraven bodem die een fysische scheiding heeft ondergaan en
gereinigde uitgegraven bodem die inzake fysische samenstelling voldoet gereinigde uitgegraven bodem die inzake fysische samenstelling voldoet
aan de bepalingen van artikel 53, § 1, 6°, van Vlarebo. aan de bepalingen van artikel 53, § 1, 6°, van Vlarebo.
Inzake verontreiniging moet de uitgegraven bodem voldoen aan de normen Inzake verontreiniging moet de uitgegraven bodem voldoen aan de normen
voor het vrij gebruik van uitgegraven bodem als bodem op een voor het vrij gebruik van uitgegraven bodem als bodem op een
ontvangende grond die binnen bestemmingstype II, III, IV of V gelegen ontvangende grond die binnen bestemmingstype II, III, IV of V gelegen
is, zoals bepaald in bijlage 8 van Vlarebo, respectievelijk aan de is, zoals bepaald in bijlage 8 van Vlarebo, respectievelijk aan de
normen voor het vrij gebruik van uitgegraven bodem als bodem op een normen voor het vrij gebruik van uitgegraven bodem als bodem op een
ontvangende grond die binnen bestemmingstype I gelegen is, zoals ontvangende grond die binnen bestemmingstype I gelegen is, zoals
bepaald in bijlage 7 van Vlarebo. bepaald in bijlage 7 van Vlarebo.
In de milieuvergunning kan van de in vorig lid vermelde normen worden In de milieuvergunning kan van de in vorig lid vermelde normen worden
afgeweken als de bouwheer door middel van een studie, uitgevoerd door afgeweken als de bouwheer door middel van een studie, uitgevoerd door
een erkende bodemsaneringsdeskundige volgens een code van goede een erkende bodemsaneringsdeskundige volgens een code van goede
praktijk, het bewijs levert dat het gebruik van de uitgegraven bodem praktijk, het bewijs levert dat het gebruik van de uitgegraven bodem
als bodem geen verontreiniging van het grondwater kan veroorzaken en als bodem geen verontreiniging van het grondwater kan veroorzaken en
dat mogelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen geen extra dat mogelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen geen extra
risico oplevert. In de studie worden de milieukenmerken van de risico oplevert. In de studie worden de milieukenmerken van de
uitgegraven bodem geëvalueerd in functie van deze van de ontvangende uitgegraven bodem geëvalueerd in functie van deze van de ontvangende
grond. In ieder geval moet voor de eindafdeklaag, meer bepaald de grond. In ieder geval moet voor de eindafdeklaag, meer bepaald de
bovenste 70 cm van de ingebrachte bodem, in toepassing van het bovenste 70 cm van de ingebrachte bodem, in toepassing van het
standstillbegingsel de actuele milieukwaliteit worden gerespecteerd. standstillbegingsel de actuele milieukwaliteit worden gerespecteerd.
Enkel binnen die perken kan in de milieuvergunning voor de Enkel binnen die perken kan in de milieuvergunning voor de
eindafdeklaag afgeweken worden van de in vorig lid vermelde normen. eindafdeklaag afgeweken worden van de in vorig lid vermelde normen.
Omgekeerd kunnen op basis van de geologische en hydrogeologische Omgekeerd kunnen op basis van de geologische en hydrogeologische
gegevens van de inplantingsplaats of op basis van de kwetsbaarheid van gegevens van de inplantingsplaats of op basis van de kwetsbaarheid van
het grondwater in de milieuvergunning strengere waarden worden het grondwater in de milieuvergunning strengere waarden worden
bepaald. bepaald.
Art. 5.60.3. § 1. De aanvoer, de aanvaarding en de opvulling zijn Art. 5.60.3. § 1. De aanvoer, de aanvaarding en de opvulling zijn
enkel toegestaan voorzover dit gebeurt onder het toezicht van de enkel toegestaan voorzover dit gebeurt onder het toezicht van de
exploitant of zijn afgevaardigde. De exploitant deelt de naam van die exploitant of zijn afgevaardigde. De exploitant deelt de naam van die
bevoegde afgevaardigde schriftelijk mee aan de toezichthoudende bevoegde afgevaardigde schriftelijk mee aan de toezichthoudende
overheid. overheid.
§ 2. De uitgegraven bodem mag in de inrichting slechts worden aanvaard § 2. De uitgegraven bodem mag in de inrichting slechts worden aanvaard
op voorwaarde dat het niet-verontreinigde uitgegraven bodem betreft op voorwaarde dat het niet-verontreinigde uitgegraven bodem betreft
zoals bedoeld in artikel 5.60.2, dat alle bepalingen van hoofdstuk X zoals bedoeld in artikel 5.60.2, dat alle bepalingen van hoofdstuk X
van Vlarebo zijn nageleefd en de oorsprong en herkomst van de van Vlarebo zijn nageleefd en de oorsprong en herkomst van de
niet-verontreinigde uitgegraven bodem bekend zijn en de samenstelling niet-verontreinigde uitgegraven bodem bekend zijn en de samenstelling
is vastgelegd. De principiële aanvaarding gebeurt op basis van is vastgelegd. De principiële aanvaarding gebeurt op basis van
documenten die de voormelde gegevens duidelijk vermelden. Daarbij documenten die de voormelde gegevens duidelijk vermelden. Daarbij
worden de daartoe in Vlarebo voorziene documenten gebruikt, zijnde het worden de daartoe in Vlarebo voorziene documenten gebruikt, zijnde het
technisch verslag en het bodembeheerrapport, zoals voorzien in technisch verslag en het bodembeheerrapport, zoals voorzien in
afdeling 5 van hoofdstuk X van Vlarebo. afdeling 5 van hoofdstuk X van Vlarebo.
Bij de aanvoer van de uitgegraven bodem wordt de conformiteit van de Bij de aanvoer van de uitgegraven bodem wordt de conformiteit van de
aangevoerde uitgegraven bodem met de schriftelijke gegevens nagegaan. aangevoerde uitgegraven bodem met de schriftelijke gegevens nagegaan.
Als dat relevant is, wordt de aangevoerde uitgegraven bodem daartoe op Als dat relevant is, wordt de aangevoerde uitgegraven bodem daartoe op
een representatieve wijze bemonsterd en geanalyseerd. een representatieve wijze bemonsterd en geanalyseerd.
§ 3. Tenzij het anders bepaald is in de milieuvergunning, mag de § 3. Tenzij het anders bepaald is in de milieuvergunning, mag de
normale aanvoer van uitgegraven bodem niet vóór 7 uur en na 19 uur normale aanvoer van uitgegraven bodem niet vóór 7 uur en na 19 uur
plaatsvinden. plaatsvinden.
§ 4. Tenzij het anders vermeld is in de milieuvergunning, houdt de § 4. Tenzij het anders vermeld is in de milieuvergunning, houdt de
exploitant een register bij waarin tenminste de volgende gegevens zijn exploitant een register bij waarin tenminste de volgende gegevens zijn
genoteerd : genoteerd :
1° het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de 1° het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de
niet-verontreinigde uitgegraven bodem; niet-verontreinigde uitgegraven bodem;
2° de herkomst en oorsprong van de niet-verontreinigde uitgegraven 2° de herkomst en oorsprong van de niet-verontreinigde uitgegraven
bodem; bodem;
3° de vervoerder van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem; 3° de vervoerder van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem;
4° de hoeveelheid aangevoerde niet-verontreinigde uitgegraven bodem; 4° de hoeveelheid aangevoerde niet-verontreinigde uitgegraven bodem;
5° opmerkingen over de uitgegraven bodem en aanvoer, met inbegrip van 5° opmerkingen over de uitgegraven bodem en aanvoer, met inbegrip van
de geweigerde aangevoerde uitgegraven bodems. de geweigerde aangevoerde uitgegraven bodems.
Art. 5.60.4. Op basis van de geologische en hydrogeologische toestand Art. 5.60.4. Op basis van de geologische en hydrogeologische toestand
van de inplantingsplaats kan de vergunningverlenende overheid in de van de inplantingsplaats kan de vergunningverlenende overheid in de
milieuvergunning maatregelen opleggen voor de opvolging van de milieuvergunning maatregelen opleggen voor de opvolging van de
grondwaterkwaliteit in de omgeving van de inrichting. » grondwaterkwaliteit in de omgeving van de inrichting. »
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 5.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu, is belast

Art. 5.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu, is belast

met de uitvoering van dit besluit. met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 31 mei 2002. Brussel, 31 mei 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw,
V. DUA V. DUA
^