Besluit van de Vlaamse Regering over de zorg en ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- en ondersteuningsnood | Besluit van de Vlaamse Regering over de zorg en ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- en ondersteuningsnood |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
28 SEPTEMBER 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering over de zorg en | 28 SEPTEMBER 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering over de zorg en |
ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of | ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of |
tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- | tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- |
en ondersteuningsnood | en ondersteuningsnood |
DE VLAAMSE REGERING, | DE VLAAMSE REGERING, |
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern | Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern |
verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap | verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap |
voor Personen met een Handicap, artikel 7, eerste lid, artikel 8, 1°, | voor Personen met een Handicap, artikel 7, eerste lid, artikel 8, 1°, |
2°, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, en 5°, en artikel 13, | 2°, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, en 5°, en artikel 13, |
gewijzigd bij de decreten van 20 maart 2009, 12 juli 2013, 25 april | gewijzigd bij de decreten van 20 maart 2009, 12 juli 2013, 25 april |
2014 en 15 juli 2016; | 2014 en 15 juli 2016; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende |
de methodiek voor de berekening van de subsidies voor | de methodiek voor de berekening van de subsidies voor |
personeelskosten; | personeelskosten; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 17 juli 2018; | begroting, gegeven op 17 juli 2018; |
Gelet op advies 64.064/1/V van de Raad van State, gegeven op 6 | Gelet op advies 64.064/1/V van de Raad van State, gegeven op 6 |
september 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, | september 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, |
van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en | Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en |
Gezin; | Gezin; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Definities | HOOFDSTUK I. - Definities |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : |
1° aanvrager : naargelang van het geval de persoon met een handicap of | 1° aanvrager : naargelang van het geval de persoon met een handicap of |
de wettelijke vertegenwoordiger en, als de persoon met een handicap | de wettelijke vertegenwoordiger en, als de persoon met een handicap |
rechtelijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 | rechtelijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 |
tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot | tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot |
instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de | instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de |
menselijke waardigheid, de persoon met een handicap en de | menselijke waardigheid, de persoon met een handicap en de |
bewindvoerder samen of de bewindvoerder; | bewindvoerder samen of de bewindvoerder; |
2° agentschap : het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, | 2° agentschap : het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, |
opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern | opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern |
verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap | verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap |
voor Personen met een Handicap; | voor Personen met een Handicap; |
3° besluit van 27 november 2015 : het besluit van de Vlaamse Regering | 3° besluit van 27 november 2015 : het besluit van de Vlaamse Regering |
van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de | van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de |
aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en | aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en |
ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de | ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de |
terbeschikkingstelling van dat budget; | terbeschikkingstelling van dat budget; |
4° budget : een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en | 4° budget : een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en |
ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april | ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april |
2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een | 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een |
handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg | handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg |
en de ondersteuning voor personen met een handicap; | en de ondersteuning voor personen met een handicap; |
5° budgetcategorie : een budgetcategorie als vermeld in tabel 1, | 5° budgetcategorie : een budgetcategorie als vermeld in tabel 1, |
opgenomen in de bijlage bij het besluit van 27 november 2015; | opgenomen in de bijlage bij het besluit van 27 november 2015; |
6° individuele dienstverleningsovereenkomst : een individuele | 6° individuele dienstverleningsovereenkomst : een individuele |
dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 8, § 1, eerste | dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 8, § 1, eerste |
lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 | lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 |
betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van | betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van |
voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met | voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met |
een handicap; | een handicap; |
7° ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering : het | 7° ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering : het |
ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering als vermeld in | ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering als vermeld in |
artikel 1, 15°, van het besluit van 27 november 2015; | artikel 1, 15°, van het besluit van 27 november 2015; |
8° vergunde zorgaanbieder : de aanbieder van niet-rechtstreeks | 8° vergunde zorgaanbieder : de aanbieder van niet-rechtstreeks |
toegankelijke zorg en ondersteuning die conform het besluit van de | toegankelijke zorg en ondersteuning die conform het besluit van de |
Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van | Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van |
aanbieders van niet- rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning | aanbieders van niet- rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning |
voor personen met een handicap is vergund; | voor personen met een handicap is vergund; |
9° zorgzwaarte-instrument : het zorgzwaarte-instrument, vermeld in | 9° zorgzwaarte-instrument : het zorgzwaarte-instrument, vermeld in |
artikel 1, 24°, van het besluit van 27 november 2015. | artikel 1, 24°, van het besluit van 27 november 2015. |
HOOFDSTUK II. - Doelgroep | HOOFDSTUK II. - Doelgroep |
Art. 2.De volgende personen kunnen bij het agentschap aanspraak maken |
Art. 2.De volgende personen kunnen bij het agentschap aanspraak maken |
op zorg en ondersteuning conform dit besluit : | op zorg en ondersteuning conform dit besluit : |
1° personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie door | 1° personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie door |
een hoge dwarslaesie (C4 of hoger), die acuut en plots is ontstaan en | een hoge dwarslaesie (C4 of hoger), die acuut en plots is ontstaan en |
een onomkeerbare breuk in de levenslijn tot gevolg heeft. Die breuk | een onomkeerbare breuk in de levenslijn tot gevolg heeft. Die breuk |
manifesteert zich vóór de leeftijd van 65 jaar. De toestand van de | manifesteert zich vóór de leeftijd van 65 jaar. De toestand van de |
persoon is niet meer voor verbetering vatbaar en vereist de | persoon is niet meer voor verbetering vatbaar en vereist de |
beschikbaarheid van een gespecialiseerd kader en de permanente | beschikbaarheid van een gespecialiseerd kader en de permanente |
aanwezigheid van een professionele zorgverlener. Als dat nodig is, kan | aanwezigheid van een professionele zorgverlener. Als dat nodig is, kan |
de zorgverlener onmiddellijk ingrijpen en ondersteuning bieden. Een | de zorgverlener onmiddellijk ingrijpen en ondersteuning bieden. Een |
herintegratie in het gezin of in de thuissituatie wordt door de | herintegratie in het gezin of in de thuissituatie wordt door de |
medische toestand van de persoon met een niet-aangeboren hersenletsel | medische toestand van de persoon met een niet-aangeboren hersenletsel |
of tetraplegie door een hoge dwarslaesie (C4 of hoger) als onmogelijk | of tetraplegie door een hoge dwarslaesie (C4 of hoger) als onmogelijk |
beschouwd; | beschouwd; |
2° personen met een niet-aangeboren hersenletsel, vermeld in punt 1°, | 2° personen met een niet-aangeboren hersenletsel, vermeld in punt 1°, |
die ernstige gezondheidsproblemen hebben in combinatie met cognitieve | die ernstige gezondheidsproblemen hebben in combinatie met cognitieve |
of gedragsmatige problemen en personen met tetraplegie door een hoge | of gedragsmatige problemen en personen met tetraplegie door een hoge |
dwarslaesie (C4 of hoger) die ernstige gezondheidsproblemen hebben; | dwarslaesie (C4 of hoger) die ernstige gezondheidsproblemen hebben; |
3° personen met een grote zorg- en ondersteuningsnood, wat resulteert | 3° personen met een grote zorg- en ondersteuningsnood, wat resulteert |
in minstens een budgetcategorie X op basis van de afname van het | in minstens een budgetcategorie X op basis van de afname van het |
zorgzwaarte-instrument; | zorgzwaarte-instrument; |
4° personen die op het moment van de aanvraag, vermeld in artikel 3, | 4° personen die op het moment van de aanvraag, vermeld in artikel 3, |
in een residentiële inrichting voor neurologische of locomotorische | in een residentiële inrichting voor neurologische of locomotorische |
revalidatie verblijven. | revalidatie verblijven. |
HOOFDSTUK III. - Aanvraag en afhandeling van de aanvraag | HOOFDSTUK III. - Aanvraag en afhandeling van de aanvraag |
Art. 3.§ 1. De aanvrager kan een aanvraag van zorg en ondersteuning |
Art. 3.§ 1. De aanvrager kan een aanvraag van zorg en ondersteuning |
als vermeld in dit besluit, indienen bij het agentschap. | als vermeld in dit besluit, indienen bij het agentschap. |
De aanvraag omvat een aanvraagdocument en een medisch attest, die | De aanvraag omvat een aanvraagdocument en een medisch attest, die |
worden vastgesteld door het agentschap, de objectivering van de | worden vastgesteld door het agentschap, de objectivering van de |
ondersteuningsnood aan de hand van de afname van het | ondersteuningsnood aan de hand van de afname van het |
zorgzwaarte-instrument en een ondersteuningsplan voor persoonsvolgende | zorgzwaarte-instrument en een ondersteuningsplan voor persoonsvolgende |
financiering. | financiering. |
Het agentschap kan bijkomende informatie opvragen. | Het agentschap kan bijkomende informatie opvragen. |
§ 2. Het aanvraagdocument en het medisch attest kunnen ten vroegste | § 2. Het aanvraagdocument en het medisch attest kunnen ten vroegste |
drie maanden na de plotse breuk in de levenslijn, vermeld in artikel | drie maanden na de plotse breuk in de levenslijn, vermeld in artikel |
2, 1°, aan het agentschap bezorgd worden en ten laatste dertig maanden | 2, 1°, aan het agentschap bezorgd worden en ten laatste dertig maanden |
na de plotse breuk in de levenslijn. | na de plotse breuk in de levenslijn. |
Het medisch attest wordt opgemaakt door een erkende revalidatiearts | Het medisch attest wordt opgemaakt door een erkende revalidatiearts |
die verbonden is aan een revalidatieziekenhuis of een afdeling voor | die verbonden is aan een revalidatieziekenhuis of een afdeling voor |
neurologische of locomotorische revalidatie van een ziekenhuis. In het | neurologische of locomotorische revalidatie van een ziekenhuis. In het |
medisch attest wordt aangetoond dat de persoon in kwestie voldoet aan | medisch attest wordt aangetoond dat de persoon in kwestie voldoet aan |
de voorwaarden, vermeld in artikel 2, 1°, 2° en 4°. | de voorwaarden, vermeld in artikel 2, 1°, 2° en 4°. |
§ 3. De objectivering van de nood aan zorg en ondersteuning van de | § 3. De objectivering van de nood aan zorg en ondersteuning van de |
persoon in kwestie gebeurt aan de hand van de afname van het | persoon in kwestie gebeurt aan de hand van de afname van het |
zorgzwaarte-instrument. | zorgzwaarte-instrument. |
De aanvrager kan zich wenden tot een multidisciplinair team als | De aanvrager kan zich wenden tot een multidisciplinair team als |
vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 | vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 |
juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag van | juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag van |
ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap | ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap |
voor de afname van het zorgzwaarte-instrument. | voor de afname van het zorgzwaarte-instrument. |
De afname van het zorgzwaarte-instrument kan ten vroegste plaatsvinden | De afname van het zorgzwaarte-instrument kan ten vroegste plaatsvinden |
na afloop van een periode van zes maanden na de plotse breuk in de | na afloop van een periode van zes maanden na de plotse breuk in de |
levenslijn, vermeld in artikel 2, 1°. | levenslijn, vermeld in artikel 2, 1°. |
§ 4. Het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt binnen | § 4. Het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering wordt binnen |
twaalf maanden na de beslissing, vermeld in artikel 4, § 3, bezorgd | twaalf maanden na de beslissing, vermeld in artikel 4, § 3, bezorgd |
aan het agentschap. Als het ondersteuningsplan persoonsvolgende | aan het agentschap. Als het ondersteuningsplan persoonsvolgende |
financiering door de aanvrager zelf wordt bezorgd, geldt bijkomend de | financiering door de aanvrager zelf wordt bezorgd, geldt bijkomend de |
voorwaarde dat het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering | voorwaarde dat het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering |
binnen de voormelde termijn van twaalf maanden wordt goedgekeurd door | binnen de voormelde termijn van twaalf maanden wordt goedgekeurd door |
het agentschap. | het agentschap. |
Art. 4.§ 1. Het agentschap beslist op basis van het aanvraagdocument |
Art. 4.§ 1. Het agentschap beslist op basis van het aanvraagdocument |
en het medisch attest, vermeld in artikel 3, § 2, en op basis van de | en het medisch attest, vermeld in artikel 3, § 2, en op basis van de |
objectivering van de nood aan zorg en ondersteuning, vermeld in | objectivering van de nood aan zorg en ondersteuning, vermeld in |
artikel 3, § 3, of de persoon in kwestie voldoet aan de voorwaarden, | artikel 3, § 3, of de persoon in kwestie voldoet aan de voorwaarden, |
vermeld in artikel 2. | vermeld in artikel 2. |
§ 2. In deze paragraaf wordt verstaan onder adviescommissie : de | § 2. In deze paragraaf wordt verstaan onder adviescommissie : de |
adviescommissie, vermeld in artikel 29 van het besluit van de Vlaamse | adviescommissie, vermeld in artikel 29 van het besluit van de Vlaamse |
regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van | regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van |
de aanvraag van ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen | de aanvraag van ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen |
met een Handicap. | met een Handicap. |
Als het agentschap van oordeel is dat de persoon in kwestie niet | Als het agentschap van oordeel is dat de persoon in kwestie niet |
voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2, brengt het de | voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2, brengt het de |
aanvrager op de hoogte van zijn voornemen van beslissing. | aanvrager op de hoogte van zijn voornemen van beslissing. |
Binnen dertig dagen na de ontvangst van die kennisgeving kan de | Binnen dertig dagen na de ontvangst van die kennisgeving kan de |
aanvrager met een aangetekende brief aan het agentschap een | aanvrager met een aangetekende brief aan het agentschap een |
gemotiveerd verzoekschrift richten om zijn voornemen in heroverweging | gemotiveerd verzoekschrift richten om zijn voornemen in heroverweging |
te nemen. | te nemen. |
De termijn, vermeld in het derde lid, begint pas te lopen op het | De termijn, vermeld in het derde lid, begint pas te lopen op het |
ogenblik dat de aanvrager effectief heeft kunnen kennisnemen van het | ogenblik dat de aanvrager effectief heeft kunnen kennisnemen van het |
voornemen van het agentschap, als hij overmacht of omstandigheden | voornemen van het agentschap, als hij overmacht of omstandigheden |
buiten zijn wil aantoont. | buiten zijn wil aantoont. |
Als de aanvrager binnen de termijn, vermeld in het derde lid, geen | Als de aanvrager binnen de termijn, vermeld in het derde lid, geen |
verzoekschrift aan het agentschap heeft gericht, wordt hij geacht | verzoekschrift aan het agentschap heeft gericht, wordt hij geacht |
onweerlegbaar met het voornemen van het agentschap in te stemmen en | onweerlegbaar met het voornemen van het agentschap in te stemmen en |
verzendt het agentschap hem onmiddellijk de beslissing. | verzendt het agentschap hem onmiddellijk de beslissing. |
Als de aanvrager binnen de termijn, vermeld in het derde lid, aan het | Als de aanvrager binnen de termijn, vermeld in het derde lid, aan het |
agentschap een verzoek tot heroverweging heeft gericht, stuurt het | agentschap een verzoek tot heroverweging heeft gericht, stuurt het |
agentschap het dossier onmiddellijk naar de adviescommissie. Als de | agentschap het dossier onmiddellijk naar de adviescommissie. Als de |
aanvrager in het verzoekschrift daarom heeft gevraagd, wordt hij door | aanvrager in het verzoekschrift daarom heeft gevraagd, wordt hij door |
de adviescommissie gehoord binnen zestig dagen na de ontvangst van het | de adviescommissie gehoord binnen zestig dagen na de ontvangst van het |
dossier. | dossier. |
Binnen dertig dagen na de dag waarop de aanvrager door de | Binnen dertig dagen na de dag waarop de aanvrager door de |
adviescommissie is gehoord, of binnen negentig dagen na de dag waarop | adviescommissie is gehoord, of binnen negentig dagen na de dag waarop |
de adviescommissie het dossier heeft ontvangen, naargelang de | de adviescommissie het dossier heeft ontvangen, naargelang de |
aanvrager al dan niet heeft gevraagd om gehoord te worden, deelt ze | aanvrager al dan niet heeft gevraagd om gehoord te worden, deelt ze |
haar advies mee aan het agentschap. | haar advies mee aan het agentschap. |
Binnen dertig dagen na de dag van de ontvangst van het advies van de | Binnen dertig dagen na de dag van de ontvangst van het advies van de |
adviescommissie deelt het agentschap zijn beslissing en het advies van | adviescommissie deelt het agentschap zijn beslissing en het advies van |
de adviescommissie mee aan de aanvrager. | de adviescommissie mee aan de aanvrager. |
§ 3. Als het agentschap van oordeel is dat de persoon in kwestie | § 3. Als het agentschap van oordeel is dat de persoon in kwestie |
voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2, beslist het | voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2, beslist het |
agentschap : | agentschap : |
1° dat de persoon in kwestie erkend wordt als een persoon met een | 1° dat de persoon in kwestie erkend wordt als een persoon met een |
handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 | handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 |
tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met | tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met |
rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een | rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een |
Handicap; | Handicap; |
2° dat de persoon in kwestie aanspraak kan maken op zeven dagen op | 2° dat de persoon in kwestie aanspraak kan maken op zeven dagen op |
zeven dag- en woonondersteuning als vermeld in artikel 6, § 1, van dit | zeven dag- en woonondersteuning als vermeld in artikel 6, § 1, van dit |
besluit. | besluit. |
De beslissing wordt meegedeeld aan de aanvrager. | De beslissing wordt meegedeeld aan de aanvrager. |
Art. 5.§ 1. Het agentschap stelt, na de ontvangst en in voorkomend |
Art. 5.§ 1. Het agentschap stelt, na de ontvangst en in voorkomend |
geval de goedkeuring van het ondersteuningsplan persoonsvolgende | geval de goedkeuring van het ondersteuningsplan persoonsvolgende |
financiering, conform artikel 21, tweede tot en met vierde lid, van | financiering, conform artikel 21, tweede tot en met vierde lid, van |
het besluit van 27 november 2015, een budgetcategorie vast en beslist | het besluit van 27 november 2015, een budgetcategorie vast en beslist |
dat : | dat : |
1° een budget wordt toegewezen ten bedrage van de budgetcategorie die | 1° een budget wordt toegewezen ten bedrage van de budgetcategorie die |
conform artikel 21, tweede tot en met vierde lid, van het besluit van | conform artikel 21, tweede tot en met vierde lid, van het besluit van |
27 november 2015, is vastgesteld; | 27 november 2015, is vastgesteld; |
2° ambtshalve prioriteitengroep 1 als vermeld in hoofdstuk 2, afdeling | 2° ambtshalve prioriteitengroep 1 als vermeld in hoofdstuk 2, afdeling |
2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de | 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de |
oprichting van een regionale prioriteitencommissie, de toekenning van | oprichting van een regionale prioriteitencommissie, de toekenning van |
prioriteitengroepen, de vaststelling van de maatschappelijke noodzaak, | prioriteitengroepen, de vaststelling van de maatschappelijke noodzaak, |
de toeleiding naar ondersteuning, de afstemming en planning in het | de toeleiding naar ondersteuning, de afstemming en planning in het |
kader van persoonsvolgende financiering, wordt toegekend; | kader van persoonsvolgende financiering, wordt toegekend; |
3° de vraag naar het toegewezen budget binnen prioriteitengroep 1 | 3° de vraag naar het toegewezen budget binnen prioriteitengroep 1 |
ambtshalve gerangschikt wordt met de datum van de aanvraag behalve als | ambtshalve gerangschikt wordt met de datum van de aanvraag behalve als |
het agentschap reeds eerder een budget heeft toegewezen waaraan | het agentschap reeds eerder een budget heeft toegewezen waaraan |
prioriteitengroep 1 werd toegekend, in welk geval de vraag naar het | prioriteitengroep 1 werd toegekend, in welk geval de vraag naar het |
toegewezen budget wordt gerangschikt met dezelfde datum als de datum | toegewezen budget wordt gerangschikt met dezelfde datum als de datum |
waarmee het eerder toegewezen budget was gerangschikt. | waarmee het eerder toegewezen budget was gerangschikt. |
De beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt meegedeeld aan de | De beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt meegedeeld aan de |
aanvrager. | aanvrager. |
§ 2. Als er geen ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering aan | § 2. Als er geen ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering aan |
het agentschap wordt bezorgd binnen de termijn, vermeld in artikel 3, | het agentschap wordt bezorgd binnen de termijn, vermeld in artikel 3, |
§ 4, of als het ondersteuningsplan binnen die termijn niet wordt | § 4, of als het ondersteuningsplan binnen die termijn niet wordt |
goedgekeurd, vervalt de beslissing, vermeld in artikel 4, § 3, en in | goedgekeurd, vervalt de beslissing, vermeld in artikel 4, § 3, en in |
voorkomend geval de beslissing, vermeld in artikel 6, § 2, vierde lid. | voorkomend geval de beslissing, vermeld in artikel 6, § 2, vierde lid. |
HOOFDSTUK IV. - Direct gesubsidieerde zorg en ondersteuning | HOOFDSTUK IV. - Direct gesubsidieerde zorg en ondersteuning |
Art. 6.§ 1. In afwachting van de toewijzing en de |
Art. 6.§ 1. In afwachting van de toewijzing en de |
terbeschikkingstelling van het budget, vermeld in artikel 5, kan de | terbeschikkingstelling van het budget, vermeld in artikel 5, kan de |
betrokken persoon met een handicap aanspraak maken op zeven dagen op | betrokken persoon met een handicap aanspraak maken op zeven dagen op |
zeven dag- en woonondersteuning die wordt geboden door een vergunde | zeven dag- en woonondersteuning die wordt geboden door een vergunde |
zorgaanbieder. | zorgaanbieder. |
Het agentschap subsidieert de vergunde zorgaanbieder die de | Het agentschap subsidieert de vergunde zorgaanbieder die de |
ondersteuning verleent. | ondersteuning verleent. |
§ 2. In deze paragraaf wordt verstaan onder datum van aanvraag : de | § 2. In deze paragraaf wordt verstaan onder datum van aanvraag : de |
datum waarop het aanvraagdocument, vermeld in artikel 3, aan het | datum waarop het aanvraagdocument, vermeld in artikel 3, aan het |
agentschap is bezorgd. | agentschap is bezorgd. |
Het agentschap kan voor dertig personen met een handicap voor wie een | Het agentschap kan voor dertig personen met een handicap voor wie een |
beslissing als vermeld in artikel 4, § 3, is genomen, zeven dagen op | beslissing als vermeld in artikel 4, § 3, is genomen, zeven dagen op |
zeven dag- en woonondersteuning subsidiëren. De Vlaamse minister, | zeven dag- en woonondersteuning subsidiëren. De Vlaamse minister, |
bevoegd voor de bijstand aan personen, kan dat aantal aanpassen. | bevoegd voor de bijstand aan personen, kan dat aantal aanpassen. |
De personen met een handicap met de oudste datum van aanvraag komen | De personen met een handicap met de oudste datum van aanvraag komen |
het eerst in aanmerking voor ondersteuning als vermeld in paragraaf 1. | het eerst in aanmerking voor ondersteuning als vermeld in paragraaf 1. |
Het agentschap houdt bij zijn beslissing rekening met de programmatie, | Het agentschap houdt bij zijn beslissing rekening met de programmatie, |
vermeld in het tweede lid, en met de datum van aanvraag voor welke | vermeld in het tweede lid, en met de datum van aanvraag voor welke |
personen met een handicap met een beslissing als vermeld in artikel 4, | personen met een handicap met een beslissing als vermeld in artikel 4, |
§ 3, ondersteuning als vermeld in paragraaf 1, wordt gesubsidieerd. | § 3, ondersteuning als vermeld in paragraaf 1, wordt gesubsidieerd. |
Art. 7.De beslissingen, vermeld in artikel 4, § 3, artikel 5 en |
Art. 7.De beslissingen, vermeld in artikel 4, § 3, artikel 5 en |
artikel 6, § 2, vierde lid, vervallen in de volgende gevallen : | artikel 6, § 2, vierde lid, vervallen in de volgende gevallen : |
1° binnen drie maanden na de datum van de beslissing, vermeld in | 1° binnen drie maanden na de datum van de beslissing, vermeld in |
artikel 6, § 2, vierde lid, is er geen individuele | artikel 6, § 2, vierde lid, is er geen individuele |
dienstverleningsovereenkomst door een vergunde zorgaanbieder | dienstverleningsovereenkomst door een vergunde zorgaanbieder |
geregistreerd bij het agentschap waarbij wordt voorzien in | geregistreerd bij het agentschap waarbij wordt voorzien in |
ondersteuning als vermeld in artikel 6, § 1; | ondersteuning als vermeld in artikel 6, § 1; |
2° binnen een maand na de beëindiging van een individuele | 2° binnen een maand na de beëindiging van een individuele |
dienstverleningsovereenkomst met een vergunde zorgaanbieder die | dienstverleningsovereenkomst met een vergunde zorgaanbieder die |
ondersteuning als vermeld in artikel 6, § 1, verleent, wordt er geen | ondersteuning als vermeld in artikel 6, § 1, verleent, wordt er geen |
nieuwe individuele dienstverleningsovereenkomst geregistreerd bij het | nieuwe individuele dienstverleningsovereenkomst geregistreerd bij het |
agentschap waarbij wordt voorzien in ondersteuning als vermeld in | agentschap waarbij wordt voorzien in ondersteuning als vermeld in |
artikel 6, § 1. | artikel 6, § 1. |
Als de aanvrager moeilijkheden ervaart bij het vinden van een vergunde | Als de aanvrager moeilijkheden ervaart bij het vinden van een vergunde |
zorgaanbieder, kan hij aan het agentschap collectieve bemiddeling als | zorgaanbieder, kan hij aan het agentschap collectieve bemiddeling als |
vermeld in artikel 10 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering | vermeld in artikel 10 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering |
van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in | van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in |
het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige | het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige |
personen met een handicap, vragen. | personen met een handicap, vragen. |
In afwijking van artikel 11 van het voormelde besluit van 20 juli 2018 | In afwijking van artikel 11 van het voormelde besluit van 20 juli 2018 |
moet de bijstandsorganisatie, vermeld in artikel 11, eerste lid, 2°, | moet de bijstandsorganisatie, vermeld in artikel 11, eerste lid, 2°, |
van het voormelde besluit, niet worden uitgenodigd voor de collectieve | van het voormelde besluit, niet worden uitgenodigd voor de collectieve |
bemiddeling. | bemiddeling. |
Als er een vraag naar collectieve bemiddeling wordt ingediend, wordt | Als er een vraag naar collectieve bemiddeling wordt ingediend, wordt |
de termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, met drie maanden verlengd. | de termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, met drie maanden verlengd. |
De beslissing, vermeld in artikel 4, § 3, eerste lid, 2°, en in | De beslissing, vermeld in artikel 4, § 3, eerste lid, 2°, en in |
artikel 6, § 2, vierde lid, vervallen als aan de betrokken persoon met | artikel 6, § 2, vierde lid, vervallen als aan de betrokken persoon met |
een handicap een budget ter beschikking wordt gesteld. | een handicap een budget ter beschikking wordt gesteld. |
Art. 8.Als er een budget ter beschikking wordt gesteld, eindigt de |
Art. 8.Als er een budget ter beschikking wordt gesteld, eindigt de |
subsidiëring van de vergunde zorgaanbieder die ondersteuning als | subsidiëring van de vergunde zorgaanbieder die ondersteuning als |
vermeld in artikel 6, § 1, verleent aan de betrokken persoon met een | vermeld in artikel 6, § 1, verleent aan de betrokken persoon met een |
handicap, vanaf de eerste dag na afloop van twee maanden te rekenen | handicap, vanaf de eerste dag na afloop van twee maanden te rekenen |
vanaf de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling van het budget. | vanaf de aanvangsdatum van de terbeschikkingstelling van het budget. |
Als de betrokken persoon met een handicap overlijdt, eindigt de | Als de betrokken persoon met een handicap overlijdt, eindigt de |
subsidiëring van de vergunde zorgaanbieder die ondersteuning als | subsidiëring van de vergunde zorgaanbieder die ondersteuning als |
vermeld in artikel 6, § 1, verleent vanaf de eerste dag na afloop van | vermeld in artikel 6, § 1, verleent vanaf de eerste dag na afloop van |
twee maanden te rekenen vanaf de datum van overlijden van de betrokken | twee maanden te rekenen vanaf de datum van overlijden van de betrokken |
persoon met een handicap. | persoon met een handicap. |
Als de individuele dienstverleningsovereenkomst, vermeld in artikel 7, | Als de individuele dienstverleningsovereenkomst, vermeld in artikel 7, |
eerste lid, wordt beëindigd, eindigt de subsidiëring van de vergunde | eerste lid, wordt beëindigd, eindigt de subsidiëring van de vergunde |
zorgaanbieder die ondersteuning als vermeld in artikel 6, § 1, biedt | zorgaanbieder die ondersteuning als vermeld in artikel 6, § 1, biedt |
vanaf de eerste dag na de beëindiging van de individuele | vanaf de eerste dag na de beëindiging van de individuele |
dienstverleningsovereenkomst. | dienstverleningsovereenkomst. |
Art. 9.De persoon met een handicap die ondersteuning geniet als |
Art. 9.De persoon met een handicap die ondersteuning geniet als |
vermeld in artikel 6, § 1, staat zelf in voor de woon- en leefkosten. | vermeld in artikel 6, § 1, staat zelf in voor de woon- en leefkosten. |
Art. 10.§ 1. De vergunde zorgaanbieders die een individuele |
Art. 10.§ 1. De vergunde zorgaanbieders die een individuele |
dienstverleningsovereenkomst hebben geregistreerd waarbij wordt | dienstverleningsovereenkomst hebben geregistreerd waarbij wordt |
voorzien in ondersteuning als vermeld in artikel 6, § 1, worden door | voorzien in ondersteuning als vermeld in artikel 6, § 1, worden door |
het agentschap gesubsidieerd voor 87 personeelspunten en een bedrag | het agentschap gesubsidieerd voor 87 personeelspunten en een bedrag |
van 6481 euro als werkingstoelagen per persoon op jaarbasis. | van 6481 euro als werkingstoelagen per persoon op jaarbasis. |
In voorkomend geval wordt het aantal personeelspunten en het bedrag | In voorkomend geval wordt het aantal personeelspunten en het bedrag |
van de werkingstoelagen pro rata aangepast, rekening houdend met de | van de werkingstoelagen pro rata aangepast, rekening houdend met de |
effectieve duur van de geregistreerde individuele | effectieve duur van de geregistreerde individuele |
dienstverleningsovereenkomst. | dienstverleningsovereenkomst. |
§ 2. Maximaal 3 % van de personeelspunten die subsidieerbaar zijn | § 2. Maximaal 3 % van de personeelspunten die subsidieerbaar zijn |
conform paragraaf 1, kan worden omgezet in werkingsmiddelen tegen een | conform paragraaf 1, kan worden omgezet in werkingsmiddelen tegen een |
bedrag per punt. | bedrag per punt. |
Het bedrag per punt bedraagt 834 euro (achthonderdvierendertig euro). | Het bedrag per punt bedraagt 834 euro (achthonderdvierendertig euro). |
De werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, mogen niet aangewend | De werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, mogen niet aangewend |
worden voor reservevorming, voor de aanwerving van personeel of voor | worden voor reservevorming, voor de aanwerving van personeel of voor |
de vergoeding van personeelskosten. De besteding van het bedrag mag | de vergoeding van personeelskosten. De besteding van het bedrag mag |
gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar. | gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar. |
Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks op 1 januari | Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks op 1 januari |
aangepast, rekening houdend met de gezondheidsindex, vermeld in | aangepast, rekening houdend met de gezondheidsindex, vermeld in |
hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter | hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter |
uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands | uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands |
concurrentievermogen, volgens de formule : (basisbedrag x index | concurrentievermogen, volgens de formule : (basisbedrag x index |
december 20../index december 2017). | december 20../index december 2017). |
Het agentschap subsidieert de werkingsmiddelen, vermeld in het eerste | Het agentschap subsidieert de werkingsmiddelen, vermeld in het eerste |
lid, op voorwaarde dat er over de aanwending van het bedrag | lid, op voorwaarde dat er over de aanwending van het bedrag |
voorafgaand overleg is gepleegd met het collectieve overlegorgaan, | voorafgaand overleg is gepleegd met het collectieve overlegorgaan, |
vermeld in artikel 27 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 | vermeld in artikel 27 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 |
februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en | februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en |
kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en | kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en |
begeleiding van personen met een handicap, of dat er collectieve | begeleiding van personen met een handicap, of dat er collectieve |
inspraak als vermeld in artikel 30 van het voormelde besluit, is | inspraak als vermeld in artikel 30 van het voormelde besluit, is |
geweest en dat er overleg met de werknemersvertegenwoordiging heeft | geweest en dat er overleg met de werknemersvertegenwoordiging heeft |
plaatsgevonden, en er aan die overlegkanalen transparantie is geboden | plaatsgevonden, en er aan die overlegkanalen transparantie is geboden |
over de aanwending. | over de aanwending. |
Op verzoek van het agentschap bewijst de vergunde zorgaanbieder het | Op verzoek van het agentschap bewijst de vergunde zorgaanbieder het |
resultaat van het overleg met het collectieve overlegorgaan of de | resultaat van het overleg met het collectieve overlegorgaan of de |
collectieve inspraak en het overleg met de | collectieve inspraak en het overleg met de |
werknemersvertegenwoordiging. | werknemersvertegenwoordiging. |
HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepaling | HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepaling |
Art. 11.Aan artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 |
Art. 11.Aan artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 |
mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies | mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies |
voor personeelskosten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse | voor personeelskosten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse |
Regering van 22 december 2017, wordt een punt 12° toegevoegd, dat | Regering van 22 december 2017, wordt een punt 12° toegevoegd, dat |
luidt als volgt : | luidt als volgt : |
"12° de personeelspunten, vermeld in artikel 10, § 1, van het besluit | "12° de personeelspunten, vermeld in artikel 10, § 1, van het besluit |
van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 over de zorg en | van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 over de zorg en |
ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of | ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of |
tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- | tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- |
en ondersteuningsnood.". | en ondersteuningsnood.". |
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen |
Art. 12.Dit besluit treedt in werking op 15 oktober 2018. |
Art. 12.Dit besluit treedt in werking op 15 oktober 2018. |
Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, |
Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, |
is belast met de uitvoering van dit besluit. | is belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 28 september 2018. | Brussel, 28 september 2018. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
G. BOURGEOIS | G. BOURGEOIS |
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, | De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, |
J. VANDEURZEN | J. VANDEURZEN |