Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en subsidiëring van jeugdherbergen, jeugdverblijfcentra, ondersteuningsstructuren en de V.Z.W. Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme | Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en subsidiëring van jeugdherbergen, jeugdverblijfcentra, ondersteuningsstructuren en de V.Z.W. Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
28 MEI 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de | 28 MEI 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de |
erkenning en subsidiëring van jeugdherbergen, jeugdverblijfcentra, | erkenning en subsidiëring van jeugdherbergen, jeugdverblijfcentra, |
ondersteuningsstructuren en de V.Z.W. Algemene Dienst voor | ondersteuningsstructuren en de V.Z.W. Algemene Dienst voor |
Jeugdtoerisme | Jeugdtoerisme |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op het decreet van 3 maart 2004 houdende erkenning en | Gelet op het decreet van 3 maart 2004 houdende erkenning en |
subsidiëring van jeugdherbergen, jeugdverblijfcentra, | subsidiëring van jeugdherbergen, jeugdverblijfcentra, |
ondersteuningsstructuren en de v.z.w. Algemene Dienst voor | ondersteuningsstructuren en de v.z.w. Algemene Dienst voor |
Jeugdtoerisme; | Jeugdtoerisme; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 19 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 19 |
februari 2004; | februari 2004; |
Gelet op het begrotingsakkoord, gegeven op 25 maart 2004; | Gelet op het begrotingsakkoord, gegeven op 25 maart 2004; |
Gelet op het advies 07/02 van de Vlaamse Jeugdraad, gegeven op 6 maart | Gelet op het advies 07/02 van de Vlaamse Jeugdraad, gegeven op 6 maart |
2002; | 2002; |
Gelet op advies 36.86613 van de Raad van State, gegeven op 22 april | Gelet op advies 36.86613 van de Raad van State, gegeven op 22 april |
2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de | 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, | Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, |
Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken; | Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Definities | HOOFDSTUK I. - Definities |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de cultuur en de | 1° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de cultuur en de |
jeugd; | jeugd; |
2° de administratie; de afdeling Jeugd en Sport van de administratie | 2° de administratie; de afdeling Jeugd en Sport van de administratie |
Cultuur; | Cultuur; |
3° het decreet : het decreet van 3 maart 2004 houdende erkenning en | 3° het decreet : het decreet van 3 maart 2004 houdende erkenning en |
subsidiëring van jeugdherbergen, jeugdverblijfcentra, | subsidiëring van jeugdherbergen, jeugdverblijfcentra, |
ondersteuningsstructuren en de v.z.w. Algemene Dienst voor | ondersteuningsstructuren en de v.z.w. Algemene Dienst voor |
Jeugdtoerisme; | Jeugdtoerisme; |
4° ADJ : de v.z.w. Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme. | 4° ADJ : de v.z.w. Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme. |
HOOFDSTUK II. - Ondersteuningsstructuren en ADJ | HOOFDSTUK II. - Ondersteuningsstructuren en ADJ |
Art. 2.De beleidsnota's, bedoeld in artikel 6 en 8 van het decreet, |
Art. 2.De beleidsnota's, bedoeld in artikel 6 en 8 van het decreet, |
worden aan de administratie voorgelegd voor 1 maart van het jaar dat | worden aan de administratie voorgelegd voor 1 maart van het jaar dat |
voorafgaat aan de driejaarlijkse beleidsperiode en bevatten volgende | voorafgaat aan de driejaarlijkse beleidsperiode en bevatten volgende |
aspecten : | aspecten : |
1° de missie, waarin de verenigingen hun kernopdracht aangeven en | 1° de missie, waarin de verenigingen hun kernopdracht aangeven en |
waarin ze zich onderscheiden van andere verenigingen; | waarin ze zich onderscheiden van andere verenigingen; |
2° de strategische doelstellingen, die worden geformuleerd in termen | 2° de strategische doelstellingen, die worden geformuleerd in termen |
van effecten op middellange termijn; | van effecten op middellange termijn; |
3° de operationele doelstellingen, die geformuleerd worden in termen | 3° de operationele doelstellingen, die geformuleerd worden in termen |
van resultaten op korte termijn; | van resultaten op korte termijn; |
4° de financiële middelen die zullen worden ingezet voor de werking, | 4° de financiële middelen die zullen worden ingezet voor de werking, |
het personeel en de infrastructuur van de vereniging; | het personeel en de infrastructuur van de vereniging; |
5° voor de ondersteuningsstructuren die met eigen centra werken : een | 5° voor de ondersteuningsstructuren die met eigen centra werken : een |
overzicht van die centra evenals de ontwikkeling hiervan de laatste | overzicht van die centra evenals de ontwikkeling hiervan de laatste |
tien jaar; | tien jaar; |
6° voor ADJ : de ontwikkeling van het bereik van de doelgroepen; | 6° voor ADJ : de ontwikkeling van het bereik van de doelgroepen; |
7° de specificiteit van de doelgroep en de wijze waarop de vereniging | 7° de specificiteit van de doelgroep en de wijze waarop de vereniging |
daarop inspeelt; | daarop inspeelt; |
8° de communicatie met de aangesloten en andere verenigingen of de | 8° de communicatie met de aangesloten en andere verenigingen of de |
gebruikers van het aanbod en de geïnteresseerde burger; | gebruikers van het aanbod en de geïnteresseerde burger; |
9° de vorming en de opleiding van de eigen medewerkers; | 9° de vorming en de opleiding van de eigen medewerkers; |
10° de doelgerichte begeleiding van aangesloten verenigingen of | 10° de doelgerichte begeleiding van aangesloten verenigingen of |
gebruikers van de dienstverlening; | gebruikers van de dienstverlening; |
11° voor de ondersteuningsstructuren : hoe voldaan wordt aan de | 11° voor de ondersteuningsstructuren : hoe voldaan wordt aan de |
vereisten uit artikel 7, § 2, van het decreet. | vereisten uit artikel 7, § 2, van het decreet. |
Art. 3.Op basis van de beleidsnota, waarvoor de administratie een |
Art. 3.Op basis van de beleidsnota, waarvoor de administratie een |
leidraad ter beschikking stelt, sluit de Vlaamse regering een | leidraad ter beschikking stelt, sluit de Vlaamse regering een |
overeenkomst met de ondersteuningsstructuren en ADJ. De overeenkomst | overeenkomst met de ondersteuningsstructuren en ADJ. De overeenkomst |
wordt telkens afgesloten voor 15 november, voorafgaand aan de | wordt telkens afgesloten voor 15 november, voorafgaand aan de |
driejaarlijkse beleidsperiode. | driejaarlijkse beleidsperiode. |
Bij de opstelling van een nieuwe overeenkomst met ADJ bepaalt de | Bij de opstelling van een nieuwe overeenkomst met ADJ bepaalt de |
Vlaamse Regering telkens de aard van haar vertegenwoordiging in de | Vlaamse Regering telkens de aard van haar vertegenwoordiging in de |
beheersorganen. | beheersorganen. |
Bij de opstelling van een nieuwe overeenkomst met de | Bij de opstelling van een nieuwe overeenkomst met de |
ondersteuningsstructuren bepaalt de Vlaamse Regering telkens het | ondersteuningsstructuren bepaalt de Vlaamse Regering telkens het |
maximum dat deze verenigingen aan de centra mogen vragen voor het | maximum dat deze verenigingen aan de centra mogen vragen voor het |
gebruik van de boekingscentrale. | gebruik van de boekingscentrale. |
Art. 4.ADJ en de ondersteuningsstructuren bezorgen jaarlijks een |
Art. 4.ADJ en de ondersteuningsstructuren bezorgen jaarlijks een |
begroting aan de administratie voor 15 november van het jaar dat | begroting aan de administratie voor 15 november van het jaar dat |
voorafgaat aan het begrotingsjaar. | voorafgaat aan het begrotingsjaar. |
Art. 5.§ 1. Het financieel verslag, bedoeld in artikel 12 van het |
Art. 5.§ 1. Het financieel verslag, bedoeld in artikel 12 van het |
decreet, en de balans worden ingediend op formulieren die de | decreet, en de balans worden ingediend op formulieren die de |
administratie ter beschikking stelt. | administratie ter beschikking stelt. |
§ 2. Het voortgangsrapport, bedoeld in artikel 12 van het decreet, | § 2. Het voortgangsrapport, bedoeld in artikel 12 van het decreet, |
wordt opgesteld overeenkomstig de leidraad die de administratie ter | wordt opgesteld overeenkomstig de leidraad die de administratie ter |
beschikking stelt. In dat voortgangsrapport tonen de verenigingen aan | beschikking stelt. In dat voortgangsrapport tonen de verenigingen aan |
dat ze nog steeds beantwoorden aan de erkennings- en | dat ze nog steeds beantwoorden aan de erkennings- en |
subsidiëringsvoorwaarden. | subsidiëringsvoorwaarden. |
Art. 6.Na ontvangst van het jaarlijks financieel verslag en |
Art. 6.Na ontvangst van het jaarlijks financieel verslag en |
voortgangsrapport geeft de administratie voor 1 juni haar bevindingen | voortgangsrapport geeft de administratie voor 1 juni haar bevindingen |
aan ADJ en de ondersteuningsstructuren in een verslag met | aan ADJ en de ondersteuningsstructuren in een verslag met |
aanbevelingen. Een bezwaar daartegen kan ingediend worden binnen | aanbevelingen. Een bezwaar daartegen kan ingediend worden binnen |
veertien dagen bij de administratie. Het standpunt van de | veertien dagen bij de administratie. Het standpunt van de |
administratie over dat bezwaar wordt aan de vereniging bezorgd voor 1 | administratie over dat bezwaar wordt aan de vereniging bezorgd voor 1 |
juli. Indien de vereniging niet akkoord gaat met dat standpunt kan ze | juli. Indien de vereniging niet akkoord gaat met dat standpunt kan ze |
bezwaar aantekenen bij de Vlaamse regering voor 1 augustus. De Vlaamse | bezwaar aantekenen bij de Vlaamse regering voor 1 augustus. De Vlaamse |
regering bezorgt aan de vereniging haar beslissing voor 1 september. | regering bezorgt aan de vereniging haar beslissing voor 1 september. |
HOOFDSTUK III. - Jeugdherbergen en jeugdverblijfcentra | HOOFDSTUK III. - Jeugdherbergen en jeugdverblijfcentra |
Art. 7.Om erkend en gesubsidieerd te worden moeten de jeugdherbergen |
Art. 7.Om erkend en gesubsidieerd te worden moeten de jeugdherbergen |
en de jeugdverblijfcentra erkend zijn als jeugdverblijf van het type | en de jeugdverblijfcentra erkend zijn als jeugdverblijf van het type |
A, B of C, overeenkomstig artikel 24 van het besluit van de Vlaamse | A, B of C, overeenkomstig artikel 24 van het besluit van de Vlaamse |
regering van 28 mei 2004 betreffende de erkenning en financiële | regering van 28 mei 2004 betreffende de erkenning en financiële |
ondersteuning van verblijven in het kader van "Toerisme voor Allen". | ondersteuning van verblijven in het kader van "Toerisme voor Allen". |
Art. 8.Ter uitvoering van artikel 14 en 15 van het decreet moeten de |
Art. 8.Ter uitvoering van artikel 14 en 15 van het decreet moeten de |
jeugdverblijfcentra jaarlijks een aanvraag tot subsidiëring indienen | jeugdverblijfcentra jaarlijks een aanvraag tot subsidiëring indienen |
voor 15 december voorafgaand aan het werkingsjaar waarvoor de | voor 15 december voorafgaand aan het werkingsjaar waarvoor de |
subsidiëring aangevraagd wordt. Die aanvraag gebeurt op formulieren | subsidiëring aangevraagd wordt. Die aanvraag gebeurt op formulieren |
die ter beschikking gesteld worden door de administratie. | die ter beschikking gesteld worden door de administratie. |
Na ontvangst van de door de administratie ter beschikking gestelde | Na ontvangst van de door de administratie ter beschikking gestelde |
formulieren voor het werkings- en financieel verslag, meldt de | formulieren voor het werkings- en financieel verslag, meldt de |
administratie elk jeugdverblijfcentrum voor 1 april het voornemen het | administratie elk jeugdverblijfcentrum voor 1 april het voornemen het |
jeugdverblijfcentrum al of niet verder te subsidiëren en voor de | jeugdverblijfcentrum al of niet verder te subsidiëren en voor de |
centra van het type C hoeveel de werkingssubsidie zal bedragen. De | centra van het type C hoeveel de werkingssubsidie zal bedragen. De |
jeugdverblijfcentra kunnen daarop reageren binnen veertien dagen. | jeugdverblijfcentra kunnen daarop reageren binnen veertien dagen. |
Daarna beslist de minister op voorstel van de administratie over de | Daarna beslist de minister op voorstel van de administratie over de |
verdere subsidiëring en de grootte van het subsidiebedrag. | verdere subsidiëring en de grootte van het subsidiebedrag. |
Art. 9.§ 1. Ter uitvoering van artikel 15, § 3, 2°, moeten |
Art. 9.§ 1. Ter uitvoering van artikel 15, § 3, 2°, moeten |
jeugdverblijfcentra van het type C die in aanmerking willen komen voor | jeugdverblijfcentra van het type C die in aanmerking willen komen voor |
een personeelstoelage een verantwoordingsnota indienen voor 1 mei | een personeelstoelage een verantwoordingsnota indienen voor 1 mei |
voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie aangevraagd wordt. Die | voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie aangevraagd wordt. Die |
verantwoordingsnota, opgesteld volgens een leidraad die ter | verantwoordingsnota, opgesteld volgens een leidraad die ter |
beschikking wordt gesteld door de administratie, geeft uitsluitsel | beschikking wordt gesteld door de administratie, geeft uitsluitsel |
over : | over : |
1° de aard van het jeugdverblijf (met een evolutieschets over de | 1° de aard van het jeugdverblijf (met een evolutieschets over de |
voorbije tien jaar); | voorbije tien jaar); |
2° de aard en de verhouding van de geplande personeelsinzet; | 2° de aard en de verhouding van de geplande personeelsinzet; |
3° de verhoudingen binnen het bereikte doelpubliek (met een | 3° de verhoudingen binnen het bereikte doelpubliek (met een |
vergelijkingstabel over tien jaar); | vergelijkingstabel over tien jaar); |
4° de aard van het gebruik (met een vergelijkingstabel over tien jaar | 4° de aard van het gebruik (met een vergelijkingstabel over tien jaar |
van het programma-aanbod en zelfkook of volpensionmogelijkheden); | van het programma-aanbod en zelfkook of volpensionmogelijkheden); |
5° het prijsbeleid (met een evolutieschets). | 5° het prijsbeleid (met een evolutieschets). |
De verantwoordingsnota kan eventueel ook uitsluitsel geven over : | De verantwoordingsnota kan eventueel ook uitsluitsel geven over : |
1° de beheersaspecten; | 1° de beheersaspecten; |
2° nieuwe of experimentele initiatieven. | 2° nieuwe of experimentele initiatieven. |
De jeugdverblijfcentra vermelden in deze nota ook de barema's die ze | De jeugdverblijfcentra vermelden in deze nota ook de barema's die ze |
willen toepassen voor de aangevraagde personeelsleden. | willen toepassen voor de aangevraagde personeelsleden. |
§ 2. De personeelstoelagen worden, op verantwoord voorstel van de | § 2. De personeelstoelagen worden, op verantwoord voorstel van de |
administratie, toegekend door de minister ten laatste drie maanden | administratie, toegekend door de minister ten laatste drie maanden |
voor het begin van het volgende werkjaar. | voor het begin van het volgende werkjaar. |
Die personeelstoelagen worden toegekend in de vorm van een | Die personeelstoelagen worden toegekend in de vorm van een |
financieringsenveloppe met een maximum van 25.000 euro per toegekende | financieringsenveloppe met een maximum van 25.000 euro per toegekende |
voltijdse equivalent. Indien de loonkosten minder bedragen dan 25.000 | voltijdse equivalent. Indien de loonkosten minder bedragen dan 25.000 |
euro per voltijdse equivalent, wordt de loonkost volledig | euro per voltijdse equivalent, wordt de loonkost volledig |
gesubsidieerd voor wat brutoloon, eindejaarstoelage, vakantiegeld en | gesubsidieerd voor wat brutoloon, eindejaarstoelage, vakantiegeld en |
werkgeversbijdragen betreft. Voor de geregulariseerde DAC-medewerkers | werkgeversbijdragen betreft. Voor de geregulariseerde DAC-medewerkers |
echter blijft artikel 22, § 3, van het decreet geldig. | echter blijft artikel 22, § 3, van het decreet geldig. |
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen |
Art. 10.Voor 2004 gelden volgende overgangsbepalingen : |
Art. 10.Voor 2004 gelden volgende overgangsbepalingen : |
1° in afwijking van artikel 8, § 2, van het decreet en artikel 2 van | 1° in afwijking van artikel 8, § 2, van het decreet en artikel 2 van |
dit besluit dienen de ondersteuningsstructuren en ADJ een beleidsnota | dit besluit dienen de ondersteuningsstructuren en ADJ een beleidsnota |
2005-2007 in voor 1 juli 2004; | 2005-2007 in voor 1 juli 2004; |
2° in afwijking van artikel 10 van het decreet beslist de Vlaamse | 2° in afwijking van artikel 10 van het decreet beslist de Vlaamse |
Regering over het toe te kennen financieringsbudget voor de periode | Regering over het toe te kennen financieringsbudget voor de periode |
2005-2007 uiterlijk drie maanden voorafgaand aan die periode; | 2005-2007 uiterlijk drie maanden voorafgaand aan die periode; |
3° in afwijking van artikel 15, § 3, 2°, van het decreet en artikel 9 | 3° in afwijking van artikel 15, § 3, 2°, van het decreet en artikel 9 |
van dit besluit wordt een begroting en verantwoordingsnota voor | van dit besluit wordt een begroting en verantwoordingsnota voor |
personeelssubsidie in 2005 door de jeugdverblijfcentra ingediend voor | personeelssubsidie in 2005 door de jeugdverblijfcentra ingediend voor |
1 juli 2004; | 1 juli 2004; |
4° in afwijking van artikel 8 van dit besluit moeten de | 4° in afwijking van artikel 8 van dit besluit moeten de |
jeugdverblijfcentra die in 2004 een subsidiëring willen in het kader | jeugdverblijfcentra die in 2004 een subsidiëring willen in het kader |
van het decreet een aanvraag indienen voor 1 juli 2004. | van het decreet een aanvraag indienen voor 1 juli 2004. |
Art. 11.De Vlaamse minister, bevoegd voor de jeugd, is belast met de |
Art. 11.De Vlaamse minister, bevoegd voor de jeugd, is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 28 mei 2004. | Brussel, 28 mei 2004. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
B. SOMERS | B. SOMERS |
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd | De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd |
en Ambtenarenzaken, | en Ambtenarenzaken, |
P. VAN GREMBERGEN | P. VAN GREMBERGEN |