Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en subsidiëring van centra voor loopbaandienstverlening | Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en subsidiëring van centra voor loopbaandienstverlening |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
27 AUGUSTUS 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de | 27 AUGUSTUS 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de |
erkenning en subsidiëring van centra voor loopbaandienstverlening | erkenning en subsidiëring van centra voor loopbaandienstverlening |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot | Gelet op het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot |
begeleiding van de begroting 2004, inzonderheid op artikel 102; | begeleiding van de begroting 2004, inzonderheid op artikel 102; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2001 tot | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2001 tot |
vaststelling van de nadere voorwaarden en regels volgens welke | vaststelling van de nadere voorwaarden en regels volgens welke |
subsidies worden verleend voor permanente vorming en opleiding voor | subsidies worden verleend voor permanente vorming en opleiding voor |
werkenden en bedrijven, luik « hefboomkrediet - loopbaanadvisering »; | werkenden en bedrijven, luik « hefboomkrediet - loopbaanadvisering »; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 |
betreffende de opleidings- en begeleidingscheques voor werknemers, | betreffende de opleidings- en begeleidingscheques voor werknemers, |
inzonderheid op artikel 4, § 3, en 5; | inzonderheid op artikel 4, § 3, en 5; |
Gelet op het advies van de SERV, gegeven op 21 januari 2004; | Gelet op het advies van de SERV, gegeven op 21 januari 2004; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 28 mei 2004; | begroting, gegeven op 28 mei 2004; |
Gelet op het advies 37.371/1 van de Raad van State, gegeven op 1 juli | Gelet op het advies 37.371/1 van de Raad van State, gegeven op 1 juli |
2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de | 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming; | Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Definities | HOOFDSTUK I. - Definities |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : |
1° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de | 1° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
beroepsomscholing en -bijscholing; | beroepsomscholing en -bijscholing; |
2° het ESF-agentschap : de v.z.w. ESF-Agentschap, bedoeld in het | 2° het ESF-agentschap : de v.z.w. ESF-Agentschap, bedoeld in het |
decreet van 8 november 2002 houdende de oprichting van de vzw | decreet van 8 november 2002 houdende de oprichting van de vzw |
ESF-Agentschap; | ESF-Agentschap; |
3° het decreet : het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen | 3° het decreet : het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen |
tot begeleiding van de begroting 2004; | tot begeleiding van de begroting 2004; |
4° loopbaandienstverlening : loopbaandienstverlening als bedoeld in | 4° loopbaandienstverlening : loopbaandienstverlening als bedoeld in |
artikel 102, derde lid, van het decreet; | artikel 102, derde lid, van het decreet; |
5° de werkende : de werkende, bedoeld in artikel 102 van het decreet; | 5° de werkende : de werkende, bedoeld in artikel 102 van het decreet; |
6° kansengroepen : de werkenden die op het ogenblik van hun aanvraag | 6° kansengroepen : de werkenden die op het ogenblik van hun aanvraag |
om loopbaandienstverlening tot een of meerdere van de volgende | om loopbaandienstverlening tot een of meerdere van de volgende |
categorieën behoren : | categorieën behoren : |
a) ten hoogste een diploma van het secundair onderwijs hebben; | a) ten hoogste een diploma van het secundair onderwijs hebben; |
b) de leeftijd hebben van vijfenveertig jaar of meer; | b) de leeftijd hebben van vijfenveertig jaar of meer; |
c) arbeidsgehandicapt zijn voorzover is voldaan aan een van de | c) arbeidsgehandicapt zijn voorzover is voldaan aan een van de |
volgende bepalingen : | volgende bepalingen : |
1) een Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een | 1) een Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een |
Handicap - nummer hebben; | Handicap - nummer hebben; |
2) ten hoogste een diploma buitengewoon secundair onderwijs hebben; | 2) ten hoogste een diploma buitengewoon secundair onderwijs hebben; |
3) bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding | 3) bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding |
ingeschreven staan als beperkt of zeer beperkt arbeidsgeschikt; | ingeschreven staan als beperkt of zeer beperkt arbeidsgeschikt; |
d) geen burger van de Europese Economische Ruimte zijn of minstens een | d) geen burger van de Europese Economische Ruimte zijn of minstens een |
van de ouders of twee van de grootouders zijn geen burger van de | van de ouders of twee van de grootouders zijn geen burger van de |
Europese Unie; | Europese Unie; |
7° de sociale partners : de representatieve werkgevers- en | 7° de sociale partners : de representatieve werkgevers- en |
werknemersorganisaties, opgesomd in artikel 3 van de wet van 5 | werknemersorganisaties, opgesomd in artikel 3 van de wet van 5 |
december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de | december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de |
paritaire comités; | paritaire comités; |
8° HRM : human resources management; | 8° HRM : human resources management; |
9° centrum : een centrum dat loopbaandienstverlening aanbiedt en is | 9° centrum : een centrum dat loopbaandienstverlening aanbiedt en is |
gevestigd in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied | gevestigd in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied |
Brussel-Hoofdstad; | Brussel-Hoofdstad; |
10° erkend centrum : een centrum dat overeenkomstig hoofdstuk II is | 10° erkend centrum : een centrum dat overeenkomstig hoofdstuk II is |
erkend; | erkend; |
11° regels van het Europees Sociaal Fonds : de | 11° regels van het Europees Sociaal Fonds : de |
subsidiabiliteitsregels, vervat in de bijlage van de verordening (EG) | subsidiabiliteitsregels, vervat in de bijlage van de verordening (EG) |
nr. 1685/2000 van 28 juli 2000 van de Europese Commissie tot | nr. 1685/2000 van 28 juli 2000 van de Europese Commissie tot |
vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. | vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. |
1260/1999 van de Raad met betrekking tot de subsidiabiliteit van de | 1260/1999 van de Raad met betrekking tot de subsidiabiliteit van de |
uitgaven voor door de structuurfondsen medegefinancierde | uitgaven voor door de structuurfondsen medegefinancierde |
verrichtingen, gewijzigd door de verordening (EG) nr. 448/2004 van de | verrichtingen, gewijzigd door de verordening (EG) nr. 448/2004 van de |
Commissie van 10 maart 2004, en vervat in de criteria voor Vlaanderen, | Commissie van 10 maart 2004, en vervat in de criteria voor Vlaanderen, |
bepaald door het Vlaams Monitoringcomité ESF doelstelling 3 en haar | bepaald door het Vlaams Monitoringcomité ESF doelstelling 3 en haar |
strategische werkgroepen; | strategische werkgroepen; |
12° contacturen : uren tijdens dewelke de werkende met de | 12° contacturen : uren tijdens dewelke de werkende met de |
loopbaandienstverlener aanwezig is om de stappen, bedoeld in artikel | loopbaandienstverlener aanwezig is om de stappen, bedoeld in artikel |
102 van het decreet, uit te voeren. | 102 van het decreet, uit te voeren. |
HOOFDSTUK II. - De erkenning als centrum voor loopbaandienstverlening | HOOFDSTUK II. - De erkenning als centrum voor loopbaandienstverlening |
Art. 2.§ 1. Om als centrum voor loopbaandienstverlening erkend te |
Art. 2.§ 1. Om als centrum voor loopbaandienstverlening erkend te |
worden, moet het centrum : | worden, moet het centrum : |
1° opgericht zijn in de vorm van een rechtspersoon met als doel | 1° opgericht zijn in de vorm van een rechtspersoon met als doel |
werkenden op eigen initiatief en verzoek te begeleiden in hun | werkenden op eigen initiatief en verzoek te begeleiden in hun |
loopbaan, onafhankelijk van hun werkplaats. De sociale partners | loopbaan, onafhankelijk van hun werkplaats. De sociale partners |
kunnen, zonder opgericht te zijn in de vorm van een rechtspersoon, | kunnen, zonder opgericht te zijn in de vorm van een rechtspersoon, |
eveneens voor erkenning in aanmerking komen; | eveneens voor erkenning in aanmerking komen; |
2° geen loopbaandienstverlening in het kader van het eigen HRM-beleid | 2° geen loopbaandienstverlening in het kader van het eigen HRM-beleid |
van de rechtspersoon of van de sociale partner in kwestie uitbouwen; | van de rechtspersoon of van de sociale partner in kwestie uitbouwen; |
3° minstens één voltijds equivalent adviseur in dienst hebben die in | 3° minstens één voltijds equivalent adviseur in dienst hebben die in |
het bezit is van een diploma van minstens hoger onderwijs buiten de | het bezit is van een diploma van minstens hoger onderwijs buiten de |
universiteit of van universitair onderwijs en die reeds bewezen kennis | universiteit of van universitair onderwijs en die reeds bewezen kennis |
en effectieve ervaring van minimaal een jaar heeft met betrekking tot | en effectieve ervaring van minimaal een jaar heeft met betrekking tot |
het verlenen van adviezen inzake loopbaandienstverlening of reeds | het verlenen van adviezen inzake loopbaandienstverlening of reeds |
minstens vijftig effectieve adviezen inzake loopbaandienstverlening | minstens vijftig effectieve adviezen inzake loopbaandienstverlening |
heeft verleend. | heeft verleend. |
De minister kan andere ervaring gelijkstellen met voornoemde ervaring | De minister kan andere ervaring gelijkstellen met voornoemde ervaring |
inzake loopbaandienstverlening aan de hand van een curriculum vitae | inzake loopbaandienstverlening aan de hand van een curriculum vitae |
waarin het hebben van relevante ervaring in verband met het voeren van | waarin het hebben van relevante ervaring in verband met het voeren van |
adviesgesprekken en het in begeleiding nemen van personen inzake | adviesgesprekken en het in begeleiding nemen van personen inzake |
loopbaandienstverlening wordt bewezen; | loopbaandienstverlening wordt bewezen; |
4° de loopbaandienstverleners met minder dan een jaar beroepservaring | 4° de loopbaandienstverleners met minder dan een jaar beroepservaring |
uitsluitend laten werken onder de rechtstreekse supervisie van een | uitsluitend laten werken onder de rechtstreekse supervisie van een |
meer ervaren loopbaandienstverlener die ook de | meer ervaren loopbaandienstverlener die ook de |
eindverantwoordelijkheid draagt voor het verloop van de | eindverantwoordelijkheid draagt voor het verloop van de |
loopbaandienstverlening; | loopbaandienstverlening; |
5° voor alle personeelsleden een vormingsplan hebben dat in | 5° voor alle personeelsleden een vormingsplan hebben dat in |
samenspraak met hen is opgesteld en dat gericht is op de ontwikkeling | samenspraak met hen is opgesteld en dat gericht is op de ontwikkeling |
van de eigen deskundigheid met betrekking tot het vervullen van de | van de eigen deskundigheid met betrekking tot het vervullen van de |
opdrachten van het centrum; | opdrachten van het centrum; |
6° als centrum minstens een jaar ervaring hebben in het verstrekken | 6° als centrum minstens een jaar ervaring hebben in het verstrekken |
van adviezen inzake loopbaandienstverlening; | van adviezen inzake loopbaandienstverlening; |
7° beschikken over een organisatielabel voor zijn diensten inzake | 7° beschikken over een organisatielabel voor zijn diensten inzake |
loopbaandienstverlening, behaald overeenkomstig de procedure, bedoeld | loopbaandienstverlening, behaald overeenkomstig de procedure, bedoeld |
in artikel 6, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli | in artikel 6, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli |
2001 betreffende de voorwaarden en de procedure tot toekenning, | 2001 betreffende de voorwaarden en de procedure tot toekenning, |
wijziging en intrekking van projectgebonden subsidies uit het Europees | wijziging en intrekking van projectgebonden subsidies uit het Europees |
Sociaal Fonds met betrekking tot doelstelling 3, zwaartepunten 1 en 2; | Sociaal Fonds met betrekking tot doelstelling 3, zwaartepunten 1 en 2; |
8° uitdrukkelijk en onvoorwaardelijk akkoord zijn om minstens eenmaal | 8° uitdrukkelijk en onvoorwaardelijk akkoord zijn om minstens eenmaal |
om de drie jaar zich te onderwerpen aan de audits, door of op verzoek | om de drie jaar zich te onderwerpen aan de audits, door of op verzoek |
van het ESF-agentschap, om te oordelen of nog is voldaan aan de | van het ESF-agentschap, om te oordelen of nog is voldaan aan de |
voorwaarden tot het behoud van het organisatielabel voor wat betreft | voorwaarden tot het behoud van het organisatielabel voor wat betreft |
zijn diensten inzake loopbaandienstverlening; | zijn diensten inzake loopbaandienstverlening; |
9° de bepalingen naleven van de deontologische code, gevoegd als | 9° de bepalingen naleven van de deontologische code, gevoegd als |
bijlage bij dit besluit; | bijlage bij dit besluit; |
10° ondersteuning bieden bij de stappen, bedoeld in artikel 102 van | 10° ondersteuning bieden bij de stappen, bedoeld in artikel 102 van |
het decreet. Aan de hand van de diagnose, bedoeld in artikel 102, | het decreet. Aan de hand van de diagnose, bedoeld in artikel 102, |
derde lid, b), van het decreet wordt daarenboven een coherent inzicht | derde lid, b), van het decreet wordt daarenboven een coherent inzicht |
in interesses en persoonlijkheid verzameld; | in interesses en persoonlijkheid verzameld; |
11° op een objectieve, respectvolle en niet-discriminerende wijze | 11° op een objectieve, respectvolle en niet-discriminerende wijze |
handelen en met inachtneming van het decreet van 8 mei 2002 houdende | handelen en met inachtneming van het decreet van 8 mei 2002 houdende |
evenredige participatie op de arbeidsmarkt. In afwijking van het | evenredige participatie op de arbeidsmarkt. In afwijking van het |
voorgaande zijn positieve acties voor kansengroepen wel toegestaan; | voorgaande zijn positieve acties voor kansengroepen wel toegestaan; |
12° de persoonlijke levenssfeer eerbiedigen en de gegevens die tot de | 12° de persoonlijke levenssfeer eerbiedigen en de gegevens die tot de |
persoonlijke levenssfeer behoren enkel opvragen en gebruiken met | persoonlijke levenssfeer behoren enkel opvragen en gebruiken met |
toestemming en in het belang van de werkende in het kader van zijn | toestemming en in het belang van de werkende in het kader van zijn |
loopbaandienstverlening en met inachtneming van de bepalingen van de | loopbaandienstverlening en met inachtneming van de bepalingen van de |
wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke | wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke |
levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens; | levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens; |
13° een procedure instellen voor een behoorlijke behandeling van | 13° een procedure instellen voor een behoorlijke behandeling van |
mondelinge en schriftelijke klachten over de handelingen en werking | mondelinge en schriftelijke klachten over de handelingen en werking |
van het centrum in kwestie overeenkomstig de bepalingen onder punt 5 | van het centrum in kwestie overeenkomstig de bepalingen onder punt 5 |
van de deontologische code, bedoeld in 9°. De beschrijving van deze | van de deontologische code, bedoeld in 9°. De beschrijving van deze |
procedure wordt samen met de aanvraag tot erkenning bij het | procedure wordt samen met de aanvraag tot erkenning bij het |
ESF-agentschap ingediend. | ESF-agentschap ingediend. |
§ 2. De minister bepaalt de periodes voor het indienen van aanvragen | § 2. De minister bepaalt de periodes voor het indienen van aanvragen |
tot erkenning en kan de administratieve aspecten van de | tot erkenning en kan de administratieve aspecten van de |
erkenningsprocedure nader bepalen. | erkenningsprocedure nader bepalen. |
§ 3. De aanvragen tot erkenning worden door het ESF-agentschap | § 3. De aanvragen tot erkenning worden door het ESF-agentschap |
onderzocht, overeenkomstig de bepalingen van § 1 en § 2. Vervolgens | onderzocht, overeenkomstig de bepalingen van § 1 en § 2. Vervolgens |
erkent de minister de centra voor onbepaalde duur voorzover is voldaan | erkent de minister de centra voor onbepaalde duur voorzover is voldaan |
aan de bepalingen van § 1 en § 2. | aan de bepalingen van § 1 en § 2. |
Art. 3.§ 1. De minister kan naar gelang het geval de erkenning |
Art. 3.§ 1. De minister kan naar gelang het geval de erkenning |
schorsen, de termijn van erkenning inkorten of de erkenning intrekken | schorsen, de termijn van erkenning inkorten of de erkenning intrekken |
als werd vastgesteld dat : | als werd vastgesteld dat : |
1° het centrum de bepalingen van dit besluit of de algemene | 1° het centrum de bepalingen van dit besluit of de algemene |
regelgeving inzake subsidies niet naleeft; | regelgeving inzake subsidies niet naleeft; |
2° de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van het centrum of | 2° de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van het centrum of |
zijn aangestelden of lasthebbers, een onherroepelijke veroordeling | zijn aangestelden of lasthebbers, een onherroepelijke veroordeling |
hebben opgelopen wegens valsheid in geschrifte of wegens misdaden en | hebben opgelopen wegens valsheid in geschrifte of wegens misdaden en |
wanbedrijven, bepaald bij de titels VII en IX van het Strafwetboek; | wanbedrijven, bepaald bij de titels VII en IX van het Strafwetboek; |
3° de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van het centrum of | 3° de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van het centrum of |
zijn aangestelden of lasthebbers, het toezicht en de controle, bedoeld | zijn aangestelden of lasthebbers, het toezicht en de controle, bedoeld |
in hoofdstuk IV, verhinderen; | in hoofdstuk IV, verhinderen; |
4° het centrum gedurende twee opeenvolgende jaren geen | 4° het centrum gedurende twee opeenvolgende jaren geen |
loopbaandienstverleningen overeenkomstig dit besluit heeft | loopbaandienstverleningen overeenkomstig dit besluit heeft |
georganiseerd of gedurende twee opeenvolgende jaren niet voldoet aan | georganiseerd of gedurende twee opeenvolgende jaren niet voldoet aan |
de bepalingen van artikel 4, 8°; | de bepalingen van artikel 4, 8°; |
5° de erkenning is gebeurd op basis van verklaringen die vals, | 5° de erkenning is gebeurd op basis van verklaringen die vals, |
onvolledig of onjuist worden bevonden; | onvolledig of onjuist worden bevonden; |
6° het centrum de inlichtingen die het ter uitvoering van de | 6° het centrum de inlichtingen die het ter uitvoering van de |
bepalingen van dit besluit moet leveren, wetens en willens vervalst. | bepalingen van dit besluit moet leveren, wetens en willens vervalst. |
§ 2. Als de erkenning is ingetrokken omdat het centrum niet meer | § 2. Als de erkenning is ingetrokken omdat het centrum niet meer |
voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, bedoeld in hoofdstuk II, kan het | voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, bedoeld in hoofdstuk II, kan het |
centrum een nieuwe aanvraag tot erkenning indienen zodra het opnieuw | centrum een nieuwe aanvraag tot erkenning indienen zodra het opnieuw |
aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet en in voorkomend geval ook het | aan alle erkenningsvoorwaarden voldoet en in voorkomend geval ook het |
door het ESF-agentschap voorgestelde verbetervoorstel binnen de hem | door het ESF-agentschap voorgestelde verbetervoorstel binnen de hem |
opgelegde termijn implementeert. | opgelegde termijn implementeert. |
In de andere gevallen waarbij de erkenning is ingetrokken, kan het | In de andere gevallen waarbij de erkenning is ingetrokken, kan het |
centrum in kwestie pas opnieuw een erkenning aanvragen een jaar na de | centrum in kwestie pas opnieuw een erkenning aanvragen een jaar na de |
intrekking van de erkenning. | intrekking van de erkenning. |
Als de erkenning is ingetrokken omdat bij het centrum herhaaldelijk | Als de erkenning is ingetrokken omdat bij het centrum herhaaldelijk |
inbreuken of ernstige gebreken of onregelmatigheden werden | inbreuken of ernstige gebreken of onregelmatigheden werden |
vastgesteld, kan de minister bepalen dat het centrum slechts na drie | vastgesteld, kan de minister bepalen dat het centrum slechts na drie |
jaar een nieuwe erkenning kan aanvragen. | jaar een nieuwe erkenning kan aanvragen. |
HOOFDSTUK III. - Steunverlening aan de erkende centra voor | HOOFDSTUK III. - Steunverlening aan de erkende centra voor |
loopbaandienstverlening | loopbaandienstverlening |
Art. 4.Binnen de grenzen van de daartoe goedgekeurde |
Art. 4.Binnen de grenzen van de daartoe goedgekeurde |
begrotingskredieten kan een subsidie worden toegekend aan de erkende | begrotingskredieten kan een subsidie worden toegekend aan de erkende |
centra voor loopbaandienstverlening. Daartoe moet het erkend centrum | centra voor loopbaandienstverlening. Daartoe moet het erkend centrum |
aan de volgende voorwaarden voldoen : | aan de volgende voorwaarden voldoen : |
1° de loopbaandienstverlening ter beschikking stellen van alle | 1° de loopbaandienstverlening ter beschikking stellen van alle |
potentiële aanvragers voor loopbaandienstverlening die voldoen aan | potentiële aanvragers voor loopbaandienstverlening die voldoen aan |
artikel 5; | artikel 5; |
2° in alle faciliteiten voorzien zodat de toegankelijkheid, de | 2° in alle faciliteiten voorzien zodat de toegankelijkheid, de |
beschikbaarheid en de bereikbaarheid zijn gegarandeerd en ze aan alle | beschikbaarheid en de bereikbaarheid zijn gegarandeerd en ze aan alle |
potentiële aanvragers voor loopbaandienstverlening bekendmaken; | potentiële aanvragers voor loopbaandienstverlening bekendmaken; |
3° een volledige kostprijsboekhouding met betrekking tot | 3° een volledige kostprijsboekhouding met betrekking tot |
loopbaandienstverlening voeren en een natuurlijke persoon of een | loopbaandienstverlening voeren en een natuurlijke persoon of een |
rechtspersoon aanstellen die verantwoordelijk is voor de financiële | rechtspersoon aanstellen die verantwoordelijk is voor de financiële |
verrichtingen van die maatregel, zodat de financiële controle op de | verrichtingen van die maatregel, zodat de financiële controle op de |
aanwending van de subsidies door de sociaalrechtelijke inspecteurs, | aanwending van de subsidies door de sociaalrechtelijke inspecteurs, |
bedoeld in hoofdstuk IV, mogelijk is; | bedoeld in hoofdstuk IV, mogelijk is; |
4° aanvaarden dat de sociaalrechtelijke inspecteurs, bedoeld in | 4° aanvaarden dat de sociaalrechtelijke inspecteurs, bedoeld in |
hoofdstuk IV, ter plaatse de inhoudelijke aspecten van de werking en | hoofdstuk IV, ter plaatse de inhoudelijke aspecten van de werking en |
de boekhouding controleren overeenkomstig alle van toepassing zijnde | de boekhouding controleren overeenkomstig alle van toepassing zijnde |
regelgevingen; | regelgevingen; |
5° actief deelnemen aan het structurele netwerkoverleg inzake | 5° actief deelnemen aan het structurele netwerkoverleg inzake |
loopbaandienstverlening en er verslag uitbrengen over zijn werking en | loopbaandienstverlening en er verslag uitbrengen over zijn werking en |
de resultaten van de loopbaandienstverlening; | de resultaten van de loopbaandienstverlening; |
6° een aantal instroom- en uitstroomgegevens inzake | 6° een aantal instroom- en uitstroomgegevens inzake |
loopbaandienstverlening registreren, zoals de identificatiegegevens en | loopbaandienstverlening registreren, zoals de identificatiegegevens en |
de concrete resultaten van alle deelnemers. De minister kan die | de concrete resultaten van alle deelnemers. De minister kan die |
gegevens nader omschrijven; | gegevens nader omschrijven; |
7° periodiek aan het ESF-agentschap, overeenkomstig de regels van het | 7° periodiek aan het ESF-agentschap, overeenkomstig de regels van het |
Europees Sociaal Fonds, een werkingsverslag en een budgettair verslag | Europees Sociaal Fonds, een werkingsverslag en een budgettair verslag |
over het voorbije werkingsjaar voorleggen. Het werkingsverslag bevat | over het voorbije werkingsjaar voorleggen. Het werkingsverslag bevat |
in ieder geval een inhoudelijke beschrijving van de uitvoering van de | in ieder geval een inhoudelijke beschrijving van de uitvoering van de |
verschillende loopbaandienstverleningen en een evaluatie van het | verschillende loopbaandienstverleningen en een evaluatie van het |
optreden van het centrum met betrekking tot de resultaten ervan. Het | optreden van het centrum met betrekking tot de resultaten ervan. Het |
budgettaire verslag bevat in ieder geval de uitgaven, gebaseerd op de | budgettaire verslag bevat in ieder geval de uitgaven, gebaseerd op de |
bewijsstukken die op verzoek kunnen worden voorgelegd en bevat tevens | bewijsstukken die op verzoek kunnen worden voorgelegd en bevat tevens |
een overzicht van subsidies die van andere openbare besturen werden | een overzicht van subsidies die van andere openbare besturen werden |
ontvangen of worden verwacht; | ontvangen of worden verwacht; |
8° jaarlijks minstens tweehonderd werkenden begeleiden waarvan | 8° jaarlijks minstens tweehonderd werkenden begeleiden waarvan |
minstens 40 % bestaat uit werkenden, behorend tot de kansengroepen. | minstens 40 % bestaat uit werkenden, behorend tot de kansengroepen. |
Uiterlijk na twee jaar werking bestaat het aantal te begeleiden | Uiterlijk na twee jaar werking bestaat het aantal te begeleiden |
werkenden voor minstens de helft uit werkenden, behorend tot de | werkenden voor minstens de helft uit werkenden, behorend tot de |
kansengroepen. Het centrum begeleidt jaarlijks meerdere categorieën | kansengroepen. Het centrum begeleidt jaarlijks meerdere categorieën |
van kansengroepen als bedoeld in artikel 1, 6°. Jaarlijks bestaat 75 % | van kansengroepen als bedoeld in artikel 1, 6°. Jaarlijks bestaat 75 % |
van het te begeleiden aantal werkenden uit nieuwe personen. De | van het te begeleiden aantal werkenden uit nieuwe personen. De |
minister kan het minimumaantal te begeleiden werkenden en de | minister kan het minimumaantal te begeleiden werkenden en de |
voornoemde percentages aanpassen en kan eveneens een groeipercentage | voornoemde percentages aanpassen en kan eveneens een groeipercentage |
bepalen. | bepalen. |
Art. 5.§ 1. Er wordt aan de erkende centra voor |
Art. 5.§ 1. Er wordt aan de erkende centra voor |
loopbaandienstverlening een subsidie verleend voorzover de werkende | loopbaandienstverlening een subsidie verleend voorzover de werkende |
aan de volgende voorwaarden voldoet : | aan de volgende voorwaarden voldoet : |
1° voorafgaand aan de aanvraag voor loopbaandienstverlening, minstens | 1° voorafgaand aan de aanvraag voor loopbaandienstverlening, minstens |
twaalf maanden werkervaring als werkende hebben opgedaan; | twaalf maanden werkervaring als werkende hebben opgedaan; |
2° in de loop van de zes jaar die voorafgaat aan de aanvraag voor | 2° in de loop van de zes jaar die voorafgaat aan de aanvraag voor |
loopbaandienstverlening, geen volwaardig loopbaanadvies, gesubsidieerd | loopbaandienstverlening, geen volwaardig loopbaanadvies, gesubsidieerd |
door de Vlaamse Gemeenschap, hebben verkregen; | door de Vlaamse Gemeenschap, hebben verkregen; |
3° op eigen initiatief en verzoek loopbaandienstverlening aanvragen; | 3° op eigen initiatief en verzoek loopbaandienstverlening aanvragen; |
4° voor de loopbaandienstverlening een vergoeding van maximaal 150 | 4° voor de loopbaandienstverlening een vergoeding van maximaal 150 |
euro betalen. Kansengroepen betalen maximaal 25 euro. | euro betalen. Kansengroepen betalen maximaal 25 euro. |
§ 2. De werkende moet op het aanvraagformulier op erewoord verklaren | § 2. De werkende moet op het aanvraagformulier op erewoord verklaren |
dat hij voldoet aan alle voorwaarden, bedoeld in § 1. | dat hij voldoet aan alle voorwaarden, bedoeld in § 1. |
§ 3. De deelnemer kan opleidings- en begeleidingscheques als bedoeld | § 3. De deelnemer kan opleidings- en begeleidingscheques als bedoeld |
in het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de | in het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de |
opleidings- en begeleidingscheques voor werknemers aanwenden voorzover | opleidings- en begeleidingscheques voor werknemers aanwenden voorzover |
is voldaan aan de bepalingen van voornoemd besluit. | is voldaan aan de bepalingen van voornoemd besluit. |
Art. 6.De subsidieaanvragen die aan artikel 4 en 5 voldoen, worden |
Art. 6.De subsidieaanvragen die aan artikel 4 en 5 voldoen, worden |
door het ESF-agentschap gerangschikt volgens het aantal behaalde | door het ESF-agentschap gerangschikt volgens het aantal behaalde |
bonuspunten. Cumulatief worden de volgende bonuspunten toegekend : | bonuspunten. Cumulatief worden de volgende bonuspunten toegekend : |
1° de aanwezigheid van een communicatie- en toeleidingsplan, gericht | 1° de aanwezigheid van een communicatie- en toeleidingsplan, gericht |
op de potentiële deelnemers, ten belope van 2 punten; | op de potentiële deelnemers, ten belope van 2 punten; |
2° de aanwezigheid van een specifiek communicatie- en toeleidingsplan, | 2° de aanwezigheid van een specifiek communicatie- en toeleidingsplan, |
gericht op de potentiële deelnemers van elke categorie van de | gericht op de potentiële deelnemers van elke categorie van de |
kansengroepen ten belope van 2 punten; | kansengroepen ten belope van 2 punten; |
3° de aanwezigheid van specifieke methodieken voor een of meerdere van | 3° de aanwezigheid van specifieke methodieken voor een of meerdere van |
de kansengroepen ten belope van 2 punten voor één specifieke | de kansengroepen ten belope van 2 punten voor één specifieke |
methodiek, ten belope van 4 punten als het centrum voor de vier | methodiek, ten belope van 4 punten als het centrum voor de vier |
categorieën van de kansengroepen telkens een specifieke methodiek | categorieën van de kansengroepen telkens een specifieke methodiek |
heeft. | heeft. |
Art. 7.De erkende centra worden gesubsidieerd in volgorde van de |
Art. 7.De erkende centra worden gesubsidieerd in volgorde van de |
rangschikking, bedoeld in artikel 6, en eventueel volgens een door de | rangschikking, bedoeld in artikel 6, en eventueel volgens een door de |
minister te bepalen regionale verdeelsleutel op basis van objectieve | minister te bepalen regionale verdeelsleutel op basis van objectieve |
arbeidsmarktgegevens op het niveau van het grondgebied van de | arbeidsmarktgegevens op het niveau van het grondgebied van de |
subregio, behorend tot het geheel van aansluitende steden of gemeenten | subregio, behorend tot het geheel van aansluitende steden of gemeenten |
met een uitgesproken sociaal-economische structuur die de grenzen van | met een uitgesproken sociaal-economische structuur die de grenzen van |
een subregionaal tewerkstellingsgebied niet overschrijdt. | een subregionaal tewerkstellingsgebied niet overschrijdt. |
Art. 8.Het erkende centrum ontvangt jaarlijks een basisfinanciering |
Art. 8.Het erkende centrum ontvangt jaarlijks een basisfinanciering |
van 44.000 euro om een kwaliteitsvolle loopbaandienstverlening uit te | van 44.000 euro om een kwaliteitsvolle loopbaandienstverlening uit te |
bouwen en de inhoudelijke uitwerking en administratieve | bouwen en de inhoudelijke uitwerking en administratieve |
voortgangscontrole inzake loopbaandienstverlening te realiseren en uit | voortgangscontrole inzake loopbaandienstverlening te realiseren en uit |
te bouwen. | te bouwen. |
De loopbaandienstverlening wordt per werkende voor minimaal 6 | De loopbaandienstverlening wordt per werkende voor minimaal 6 |
contacturen en maximaal 18 contacturen gesubsidieerd. De | contacturen en maximaal 18 contacturen gesubsidieerd. De |
loopbaandienstverlening van werkenden, behorend tot de kansengroepen, | loopbaandienstverlening van werkenden, behorend tot de kansengroepen, |
wordt voor maximaal 25 contacturen gesubsidieerd. | wordt voor maximaal 25 contacturen gesubsidieerd. |
Het erkende centrum voor loopbaandienstverlening ontvangt maximaal een | Het erkende centrum voor loopbaandienstverlening ontvangt maximaal een |
subsidie van 800 euro per werkende wiens loopbaan door het centrum in | subsidie van 800 euro per werkende wiens loopbaan door het centrum in |
kwestie volwaardig wordt begeleid overeenkomstig dit besluit voor de | kwestie volwaardig wordt begeleid overeenkomstig dit besluit voor de |
voornoemde maximaal aantallen contacturen van respectievelijk 18 en 25 | voornoemde maximaal aantallen contacturen van respectievelijk 18 en 25 |
uren. | uren. |
De minister kan de voornoemde subsidies jaarlijks aanpassen, verhoogd | De minister kan de voornoemde subsidies jaarlijks aanpassen, verhoogd |
met de eventuele jaarlijkse indexaanpassing van de begroting. | met de eventuele jaarlijkse indexaanpassing van de begroting. |
Om voor subsidies in aanmerking te komen, stelt het centrum financiële | Om voor subsidies in aanmerking te komen, stelt het centrum financiële |
rapportages op, overeenkomstig de regels van het Europees Sociaal | rapportages op, overeenkomstig de regels van het Europees Sociaal |
Fonds. De betoelaagbare basis omvat alle kosten die toegestaan zijn | Fonds. De betoelaagbare basis omvat alle kosten die toegestaan zijn |
volgens de regels van het Europees Sociaal Fonds. | volgens de regels van het Europees Sociaal Fonds. |
Art. 9.Jaarlijks kan op verzoek van het erkende centrum een voorschot |
Art. 9.Jaarlijks kan op verzoek van het erkende centrum een voorschot |
van de basisfinanciering, bedoeld in artikel 8, worden uitbetaald | van de basisfinanciering, bedoeld in artikel 8, worden uitbetaald |
overeenkomstig de regels van het Europees Sociaal Fonds. Het saldo van | overeenkomstig de regels van het Europees Sociaal Fonds. Het saldo van |
de toegekende subsidie wordt uitgekeerd overeenkomstig de regels van | de toegekende subsidie wordt uitgekeerd overeenkomstig de regels van |
het Europees Sociaal Fonds. | het Europees Sociaal Fonds. |
Art. 10.De minister kan nadere administratieve aspecten inzake de |
Art. 10.De minister kan nadere administratieve aspecten inzake de |
steunverlening en de procedure tot het verkrijgen van subsidies | steunverlening en de procedure tot het verkrijgen van subsidies |
bepalen. De minister bepaalt de periodes voor het indienen van | bepalen. De minister bepaalt de periodes voor het indienen van |
aanvragen voor subsidies. | aanvragen voor subsidies. |
Art. 11.De subsidies worden naar gelang het geval niet uitbetaald, |
Art. 11.De subsidies worden naar gelang het geval niet uitbetaald, |
verminderd of teruggevorderd indien ingevolge het toezicht en de | verminderd of teruggevorderd indien ingevolge het toezicht en de |
controle, bedoeld in hoofdstuk IV, wordt vastgesteld dat : | controle, bedoeld in hoofdstuk IV, wordt vastgesteld dat : |
1° het centrum de bepalingen van dit besluit of de algemene | 1° het centrum de bepalingen van dit besluit of de algemene |
regelgeving inzake toelagen niet naleeft; | regelgeving inzake toelagen niet naleeft; |
2° de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van het centrum of | 2° de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van het centrum of |
zijn aangestelden of lasthebbers, het toezicht en de controle, bedoeld | zijn aangestelden of lasthebbers, het toezicht en de controle, bedoeld |
in hoofdstuk IV, verhinderen. | in hoofdstuk IV, verhinderen. |
Art. 12.De subsidiedossiers met betrekking tot de dienstverleningen |
Art. 12.De subsidiedossiers met betrekking tot de dienstverleningen |
van voor de schorsing of de intrekking van de erkenning, bedoeld in | van voor de schorsing of de intrekking van de erkenning, bedoeld in |
artikel 3, en die voldoen aan alle bepalingen van dit besluit, worden | artikel 3, en die voldoen aan alle bepalingen van dit besluit, worden |
overeenkomstig de regels van het Europees Sociaal Fonds behandeld. | overeenkomstig de regels van het Europees Sociaal Fonds behandeld. |
HOOFDSTUK IV. - Toezicht en controle | HOOFDSTUK IV. - Toezicht en controle |
Art. 13.Het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen |
Art. 13.Het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen |
van dit besluit wordt uitgevoerd door de sociaalrechtelijke | van dit besluit wordt uitgevoerd door de sociaalrechtelijke |
inspecteurs, bedoeld in artikel 3, 10°, van het decreet van 30 april | inspecteurs, bedoeld in artikel 3, 10°, van het decreet van 30 april |
2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen | 2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen |
die ziijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke | die ziijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke |
aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest | aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest |
bevoegd zijn. | bevoegd zijn. |
Art. 14.De sociaalrechtelijke inspecteurs nemen de nodige maatregelen |
Art. 14.De sociaalrechtelijke inspecteurs nemen de nodige maatregelen |
om het vertrouwelijke karakter te respecteren van de gegevens waarvan | om het vertrouwelijke karakter te respecteren van de gegevens waarvan |
ze kennis hebben gekregen in de uitoefening van hun opdracht. Ze | ze kennis hebben gekregen in de uitoefening van hun opdracht. Ze |
kunnen die gegevens uitsluitend aanwenden voor de uitoefening van hun | kunnen die gegevens uitsluitend aanwenden voor de uitoefening van hun |
toezicht- en controleopdrachten. | toezicht- en controleopdrachten. |
Art. 15.Zowel de erkende centra als de werkenden zijn ertoe gehouden |
Art. 15.Zowel de erkende centra als de werkenden zijn ertoe gehouden |
alle informatie die nodig of nuttig is voor het onderzoek, hetzij | alle informatie die nodig of nuttig is voor het onderzoek, hetzij |
spontaan hetzij op verzoek ter beschikking te stellen van de | spontaan hetzij op verzoek ter beschikking te stellen van de |
sociaalrechtelijke inspecteurs. | sociaalrechtelijke inspecteurs. |
Art. 16.Het erkende centrum wordt door het ESF-agentschap steeds van |
Art. 16.Het erkende centrum wordt door het ESF-agentschap steeds van |
het resultaat van de controle schriftelijk in kennis gesteld. Indien | het resultaat van de controle schriftelijk in kennis gesteld. Indien |
vastgesteld werd dat het erkende centrum de uitvoering niet naleeft | vastgesteld werd dat het erkende centrum de uitvoering niet naleeft |
overeenkomstig dit besluit, wordt het hiervan door met een | overeenkomstig dit besluit, wordt het hiervan door met een |
aangetekende brief in kennis gesteld. | aangetekende brief in kennis gesteld. |
HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen | HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen |
Art. 17.Aan artikel 4, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering |
Art. 17.Aan artikel 4, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering |
van 18 juli 2003 betreffende de opleidings- en begeleidingscheques | van 18 juli 2003 betreffende de opleidings- en begeleidingscheques |
voor werknemers, wordt een 4° toegevoegd, die luidt als volgt : | voor werknemers, wordt een 4° toegevoegd, die luidt als volgt : |
« 4° de centra voor loopbaandienstverlening die zijn erkend in het | « 4° de centra voor loopbaandienstverlening die zijn erkend in het |
kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004 | kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 augustus 2004 |
betreffende de erkenning en subsidiëring van centra voor | betreffende de erkenning en subsidiëring van centra voor |
loopbaandienstverlening. » | loopbaandienstverlening. » |
Art. 18.Aan artikel 5 van hetzelfde besluit wordt een lid toegevoegd, |
Art. 18.Aan artikel 5 van hetzelfde besluit wordt een lid toegevoegd, |
dat luidt als volgt : | dat luidt als volgt : |
« Het maximaal volume, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan voor | « Het maximaal volume, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan voor |
de kansengroepen, bedoeld in artikel 1, 6°, van het besluit van de | de kansengroepen, bedoeld in artikel 1, 6°, van het besluit van de |
Vlaamse Regering betreffende de erkenning en subsidiëring van centra | Vlaamse Regering betreffende de erkenning en subsidiëring van centra |
voor loopbaandienstverlening, met uitzondering van de personen die | voor loopbaandienstverlening, met uitzondering van de personen die |
aangesloten zijn bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering | aangesloten zijn bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering |
van Zelfstandigen of bij een sociale verzekeringskas voor | van Zelfstandigen of bij een sociale verzekeringskas voor |
zelfstandigen, worden verhoogd met het bedrag dat werd betaald voor de | zelfstandigen, worden verhoogd met het bedrag dat werd betaald voor de |
loopbaandienstverlening die werd aangeboden door de | loopbaandienstverlening die werd aangeboden door de |
begeleidingsverstrekkers, erkend overeenkomstig artikel 4. » | begeleidingsverstrekkers, erkend overeenkomstig artikel 4. » |
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen |
Art. 19.Het besluit van 26 oktober 2001 tot vaststelling van de |
Art. 19.Het besluit van 26 oktober 2001 tot vaststelling van de |
nadere voorwaarden en regels volgens welke subsidies worden verleend | nadere voorwaarden en regels volgens welke subsidies worden verleend |
voor permanente vorming en opleiding voor werkenden en bedrijven, luik | voor permanente vorming en opleiding voor werkenden en bedrijven, luik |
« hefboomkrediet-loopbaanadvisering » wordt opgeheven. | « hefboomkrediet-loopbaanadvisering » wordt opgeheven. |
Art. 20.De lopende door de minister goedgekeurde projecten in het |
Art. 20.De lopende door de minister goedgekeurde projecten in het |
kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2001 tot | kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2001 tot |
vaststelling van de nadere voorwaarden en regels volgens welke | vaststelling van de nadere voorwaarden en regels volgens welke |
subsidies worden verleend voor permanente vorming en opleiding voor | subsidies worden verleend voor permanente vorming en opleiding voor |
werkenden en bedrijven, luik « hefboomkrediet-loopbaanadvisering », | werkenden en bedrijven, luik « hefboomkrediet-loopbaanadvisering », |
worden overeenkomstig voornoemd besluit van de Vlaamse Regering van 26 | worden overeenkomstig voornoemd besluit van de Vlaamse Regering van 26 |
oktober 2001 verder behandeld totdat het project in kwestie is | oktober 2001 verder behandeld totdat het project in kwestie is |
afgelopen of wordt stopgezet. | afgelopen of wordt stopgezet. |
De aanvrager van een goedgekeurd project in het kader van het | De aanvrager van een goedgekeurd project in het kader van het |
voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2001, kan | voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2001, kan |
een aanvraag tot erkenning en een nieuw dossier tot subsidiëring | een aanvraag tot erkenning en een nieuw dossier tot subsidiëring |
indienen overeenkomstig dit besluit. | indienen overeenkomstig dit besluit. |
De minister kan aanvullende overgangsmaatregelen bepalen. | De minister kan aanvullende overgangsmaatregelen bepalen. |
Art. 21.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking |
Art. 21.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking |
ervan in het Belgisch Staatsblad. | ervan in het Belgisch Staatsblad. |
Art. 22.De Vlaamse minister, bevoegd voor de beroepsomscholing en |
Art. 22.De Vlaamse minister, bevoegd voor de beroepsomscholing en |
-bijscholing, is belast met de uitvoering van dit besluit. | -bijscholing, is belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 27 augustus 2004. | Brussel, 27 augustus 2004. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
Y. LETERME | Y. LETERME |
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, | De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |
Bijlage | Bijlage |
Deontologische code voor loopbaandienstverlening (artikel 2, § 1, 9°, | Deontologische code voor loopbaandienstverlening (artikel 2, § 1, 9°, |
van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en | van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en |
subsidiëring van centra voor loopbaandienstverlening) | subsidiëring van centra voor loopbaandienstverlening) |
In deze code gebruiken we meestal de mannelijke vorm 'hij' om te | In deze code gebruiken we meestal de mannelijke vorm 'hij' om te |
verwijzen naar een persoon. Deze mannelijke vorm verwijst zowel naar | verwijzen naar een persoon. Deze mannelijke vorm verwijst zowel naar |
mannen als vrouwen. | mannen als vrouwen. |
Inleiding | Inleiding |
Loopbaandienstverlening is een interactief proces met als doelstelling | Loopbaandienstverlening is een interactief proces met als doelstelling |
om een persoon optimaal en professioneel te ondersteunen bij het | om een persoon optimaal en professioneel te ondersteunen bij het |
verkrijgen van inzicht in zijn levensloopbaan en het maken van | verkrijgen van inzicht in zijn levensloopbaan en het maken van |
persoonlijke en bewuste keuzes daarbij. Als dusdanig is het een | persoonlijke en bewuste keuzes daarbij. Als dusdanig is het een |
vormingsproces. | vormingsproces. |
1. Toelichting : houding en rol van de loopbaandienstverlener | 1. Toelichting : houding en rol van de loopbaandienstverlener |
- De klant staat centraal in het dienstverleningsproces : hij klaart | - De klant staat centraal in het dienstverleningsproces : hij klaart |
zijn eigen levensloopbaan uit en maakt zelf de keuzes. De | zijn eigen levensloopbaan uit en maakt zelf de keuzes. De |
dienstverlener ondersteunt de klant bij dat proces. | dienstverlener ondersteunt de klant bij dat proces. |
- De dienstverlener gaat een inspanningsverbintenis aan ten opzichte | - De dienstverlener gaat een inspanningsverbintenis aan ten opzichte |
van de klant. Hij engageert zich om alles in het werk te stellen zodat | van de klant. Hij engageert zich om alles in het werk te stellen zodat |
de loopbaandienstverlening kwaliteitsvol verloopt. | de loopbaandienstverlening kwaliteitsvol verloopt. |
Loopbaandienstverlening is echter geen resultaatverbintenis : er is | Loopbaandienstverlening is echter geen resultaatverbintenis : er is |
geen belofte of zekerheid over het bereiken van een resultaat. | geen belofte of zekerheid over het bereiken van een resultaat. |
- Loopbaandienstverlening is resultaatgericht met als duidelijke | - Loopbaandienstverlening is resultaatgericht met als duidelijke |
doelstelling klanten een beter inzicht te geven in hun levensloop | doelstelling klanten een beter inzicht te geven in hun levensloop |
zodat ze een meer concrete visie op hun toekomst krijgen. Bij de | zodat ze een meer concrete visie op hun toekomst krijgen. Bij de |
bijeenkomsten en tussentijdse opdrachten wordt dat doel steeds voor | bijeenkomsten en tussentijdse opdrachten wordt dat doel steeds voor |
ogen gehouden. | ogen gehouden. |
- De dienstverlener gaat een vertrouwensrelatie aan met de klant. Hij | - De dienstverlener gaat een vertrouwensrelatie aan met de klant. Hij |
moet er aanhoudend over waken dat de vertrouwelijkheid van de | moet er aanhoudend over waken dat de vertrouwelijkheid van de |
verzamelde klantengegevens niet wordt geschaad. | verzamelde klantengegevens niet wordt geschaad. |
- Bij de uitvoering van zijn functie als loopbaandienstverlener gaat | - Bij de uitvoering van zijn functie als loopbaandienstverlener gaat |
de dienstverlener steeds uit van hoogstaande ethische normen wat de | de dienstverlener steeds uit van hoogstaande ethische normen wat de |
bescherming van de privacy of het uitsluiten van discriminatie | bescherming van de privacy of het uitsluiten van discriminatie |
betreft. | betreft. |
2. Het vereiste profiel van de loopbaandienstverlener | 2. Het vereiste profiel van de loopbaandienstverlener |
De loopbaandienstverlener streeft een dienstverlening na van een zo | De loopbaandienstverlener streeft een dienstverlening na van een zo |
hoog mogelijke kwaliteit. De dienstverlener oefent het beroep uit op | hoog mogelijke kwaliteit. De dienstverlener oefent het beroep uit op |
een deskundige en verantwoorde wijze, en ziet erop toe de eigen | een deskundige en verantwoorde wijze, en ziet erop toe de eigen |
professionele competentie op peil te houden en verder uit te bouwen. | professionele competentie op peil te houden en verder uit te bouwen. |
Dat vereist de volgende kwalificaties : | Dat vereist de volgende kwalificaties : |
- de aanwezigheid van een degelijke vooropleiding en | - de aanwezigheid van een degelijke vooropleiding en |
basiskwalificaties. De dienstverlener is terdege voorbereid om | basiskwalificaties. De dienstverlener is terdege voorbereid om |
loopbaandienstverlening aan te pakken. Elke dienstverlener heeft een | loopbaandienstverlening aan te pakken. Elke dienstverlener heeft een |
of meer professioneel relevante opleidingen met succes doorlopen en | of meer professioneel relevante opleidingen met succes doorlopen en |
kan dat bewijzen met de nodige diploma's of certificaten, of hij kan | kan dat bewijzen met de nodige diploma's of certificaten, of hij kan |
aantonen dat hij beschikt over een gelijkgestelde professionele | aantonen dat hij beschikt over een gelijkgestelde professionele |
ervaring; | ervaring; |
- minimale aantoonbare beroepservaring in loopbaandienstverlening. De | - minimale aantoonbare beroepservaring in loopbaandienstverlening. De |
loopbaandienstverlening van elke klant wordt geleid en gevolgd door | loopbaandienstverlening van elke klant wordt geleid en gevolgd door |
een dienstverlener die minstens één jaar voltijdse ervaring in | een dienstverlener die minstens één jaar voltijdse ervaring in |
loopbaandienstverlening of 50 effectieve dienstverleningen heeft | loopbaandienstverlening of 50 effectieve dienstverleningen heeft |
uitgevoerd. Dienstverleners met minder dan een jaar beroepservaring | uitgevoerd. Dienstverleners met minder dan een jaar beroepservaring |
werken uitsluitend onder de rechtstreekse supervisie van een meer | werken uitsluitend onder de rechtstreekse supervisie van een meer |
ervaren dienstverlener, die ook de eindverantwoordelijkheid draagt | ervaren dienstverlener, die ook de eindverantwoordelijkheid draagt |
voor het dienstverleningsproces; | voor het dienstverleningsproces; |
- vormingsengagement. De organisatie voor loopbaandienstverlening ziet | - vormingsengagement. De organisatie voor loopbaandienstverlening ziet |
erop toe dat de professionele competentie van haar | erop toe dat de professionele competentie van haar |
loopbaandienstverleners verder ontwikkeld wordt; | loopbaandienstverleners verder ontwikkeld wordt; |
- zelfkennis. De dienstverlener erkent zijn professionele en | - zelfkennis. De dienstverlener erkent zijn professionele en |
persoonlijke beperkingen en doet indien nodig een beroep op | persoonlijke beperkingen en doet indien nodig een beroep op |
professioneel advies en ondersteuning. Hij hanteert enkel die methoden | professioneel advies en ondersteuning. Hij hanteert enkel die methoden |
als hij daarvoor de vereiste competenties heeft. | als hij daarvoor de vereiste competenties heeft. |
3. Bij de aanvang van de loopbaandienstverlening | 3. Bij de aanvang van de loopbaandienstverlening |
Transparantie van de dienstverlening. De loopbaandienstverlener zorgt | Transparantie van de dienstverlening. De loopbaandienstverlener zorgt |
ervoor dat elke klant die gebruik maakt van de dienstverlening, van | ervoor dat elke klant die gebruik maakt van de dienstverlening, van |
bij de start een duidelijk beeld heeft van de mogelijkheden en de | bij de start een duidelijk beeld heeft van de mogelijkheden en de |
beperkingen van loopbaandienstverlening. | beperkingen van loopbaandienstverlening. |
Bij de aanvang van de dienstverlening zorgt de dienstverlener ervoor | Bij de aanvang van de dienstverlening zorgt de dienstverlener ervoor |
dat de klant een volledig begrip kan hebben van : | dat de klant een volledig begrip kan hebben van : |
- de doelstellingen van de loopbaandienstverlening, met inbegrip van | - de doelstellingen van de loopbaandienstverlening, met inbegrip van |
de eigen verantwoordelijkheid en autonomie in het beheer van de | de eigen verantwoordelijkheid en autonomie in het beheer van de |
levensloopbaan; | levensloopbaan; |
- de diensten die geleverd worden door de dienstverlener en de | - de diensten die geleverd worden door de dienstverlener en de |
planning ervan; | planning ervan; |
- het bedrag dat de klant moet betalen voor de dienstverlening; | - het bedrag dat de klant moet betalen voor de dienstverlening; |
- de betalingswijze, de mogelijkheid en voorwaarden om | - de betalingswijze, de mogelijkheid en voorwaarden om |
opleidingscheques voor werknemers te gebruiken; | opleidingscheques voor werknemers te gebruiken; |
- de hoeveelheid tijd die de klant moet investeren om te kunnen komen | - de hoeveelheid tijd die de klant moet investeren om te kunnen komen |
tot een volwaardige loopbaandienstverlening; | tot een volwaardige loopbaandienstverlening; |
- de achtereenvolgende stappen van het dienstverleningsproces zelf; | - de achtereenvolgende stappen van het dienstverleningsproces zelf; |
- de methodieken die in het dienstverleningsproces worden gebruikt; | - de methodieken die in het dienstverleningsproces worden gebruikt; |
- het afrondingsmoment van de dienstverlening; | - het afrondingsmoment van de dienstverlening; |
- de deontologische regels die de loopbaandienstverlener tijdens de | - de deontologische regels die de loopbaandienstverlener tijdens de |
dienstverlening moet volgen; | dienstverlening moet volgen; |
- de klachtenmogelijkheid over de loopbaandienstverlening. | - de klachtenmogelijkheid over de loopbaandienstverlening. |
Bij de aanvang van de loopbaandienstverlening ontvangt de klant een | Bij de aanvang van de loopbaandienstverlening ontvangt de klant een |
schriftelijk exemplaar van deze bepalingen. De klant krijgt er een | schriftelijk exemplaar van deze bepalingen. De klant krijgt er een |
mondelinge toelichting over. | mondelinge toelichting over. |
4. Het contact tussen de dienstverlener en de klant tijdens de | 4. Het contact tussen de dienstverlener en de klant tijdens de |
dienstverlening | dienstverlening |
4.1 De eigen verantwoordelijkheid, zelfsturing en autonomie van de | 4.1 De eigen verantwoordelijkheid, zelfsturing en autonomie van de |
klant | klant |
Tijdens de loopbaandienstverlening respecteert de dienstverlener de | Tijdens de loopbaandienstverlening respecteert de dienstverlener de |
eigen verantwoordelijkheid, zelfsturing en autonomie van de klant. Dat | eigen verantwoordelijkheid, zelfsturing en autonomie van de klant. Dat |
uit zich als volgt. | uit zich als volgt. |
- De loopbaandienstverlener beslist niet in de plaats van de klant en | - De loopbaandienstverlener beslist niet in de plaats van de klant en |
dringt geen keuzes op. Hij helpt de klant bij het zelf maken van | dringt geen keuzes op. Hij helpt de klant bij het zelf maken van |
keuzes die van belang zijn voor zijn verdere levensloopbaan. Bij het | keuzes die van belang zijn voor zijn verdere levensloopbaan. Bij het |
aanreiken van mogelijkheden van dienstverlening en opleiding treedt de | aanreiken van mogelijkheden van dienstverlening en opleiding treedt de |
loopbaandienstverlener strikt neutraal op. Daarbij is zijn enige | loopbaandienstverlener strikt neutraal op. Daarbij is zijn enige |
doelstelling een traject te bepalen dat het beste aansluit bij de | doelstelling een traject te bepalen dat het beste aansluit bij de |
behoeften en aspiraties van de klant, rekening houdend met zijn | behoeften en aspiraties van de klant, rekening houdend met zijn |
gezins- en familiesituatie. | gezins- en familiesituatie. |
- De klant neemt vrijwillig deel aan de loopbaandienstverlening. De | - De klant neemt vrijwillig deel aan de loopbaandienstverlening. De |
zelfbeschikking van de klant komt tot uiting in het recht om de | zelfbeschikking van de klant komt tot uiting in het recht om de |
professionele relatie met de loopbaandienstverlener al dan niet aan te | professionele relatie met de loopbaandienstverlener al dan niet aan te |
gaan, voort te zetten of te beëindigen. De dienstverlener laat de | gaan, voort te zetten of te beëindigen. De dienstverlener laat de |
dienstverlening niet langer duren dan nodig is voor de klant. Er wordt | dienstverlening niet langer duren dan nodig is voor de klant. Er wordt |
geen intensieve dienstverlening aangeboden als een korte, eenvoudige | geen intensieve dienstverlening aangeboden als een korte, eenvoudige |
dienstverlening volstaat. | dienstverlening volstaat. |
- De dienstverlener legt een zekere terughoudendheid aan de dag. Hij | - De dienstverlener legt een zekere terughoudendheid aan de dag. Hij |
dringt niet verder door in de persoonlijke levenssfeer van de klant | dringt niet verder door in de persoonlijke levenssfeer van de klant |
dan noodzakelijk is voor het slagen van de loopbaandienstverlening. | dan noodzakelijk is voor het slagen van de loopbaandienstverlening. |
- De dienstverlener neemt voldoende professionele afstand. Hij | - De dienstverlener neemt voldoende professionele afstand. Hij |
vermengt geen professionele en niet-professionele rollen om te | vermengt geen professionele en niet-professionele rollen om te |
vermijden dat hij niet in staat is een professionele afstand tot de | vermijden dat hij niet in staat is een professionele afstand tot de |
klant te bewaren waardoor de belangen van de klant kunnen worden | klant te bewaren waardoor de belangen van de klant kunnen worden |
geschaad. | geschaad. |
- De loopbaandienstverlener zal in het kader van de dienstverlening | - De loopbaandienstverlener zal in het kader van de dienstverlening |
geen contacten leggen met derden (organisaties, natuurlijke personen, | geen contacten leggen met derden (organisaties, natuurlijke personen, |
de werkgever) zonder de uitdrukkelijke toestemming van de klant. De | de werkgever) zonder de uitdrukkelijke toestemming van de klant. De |
klant kan die toestemming immers pas geven nadat het voor hem | klant kan die toestemming immers pas geven nadat het voor hem |
duidelijk is waarom dat contact met derden wordt gelegd en wat ervan | duidelijk is waarom dat contact met derden wordt gelegd en wat ervan |
wordt verwacht. | wordt verwacht. |
4.2 Onafhankelijke doorverwijzing | 4.2 Onafhankelijke doorverwijzing |
De loopbaandienstverlener zal zich bij doorverwijzingen (naar | De loopbaandienstverlener zal zich bij doorverwijzingen (naar |
opleiding, arbeidsbemiddeling, hulpverlening enzovoort) op geen enkele | opleiding, arbeidsbemiddeling, hulpverlening enzovoort) op geen enkele |
wijze laten leiden door de belangen of behoeften van de eigen | wijze laten leiden door de belangen of behoeften van de eigen |
organisatie of van andere organisaties. | organisatie of van andere organisaties. |
4.3 Vertrouwelijkheid in de samenwerking. | 4.3 Vertrouwelijkheid in de samenwerking. |
De loopbaandienstverlener gaat een vertrouwensrelatie aan met de | De loopbaandienstverlener gaat een vertrouwensrelatie aan met de |
klant. Dat dwingt hem tot geheimhouding over alles wat hij verneemt | klant. Dat dwingt hem tot geheimhouding over alles wat hij verneemt |
door de uitoefening van de dienstverleningsfunctie. Dat betekent dat : | door de uitoefening van de dienstverleningsfunctie. Dat betekent dat : |
- de loopbaandienstverlener in overeenstemming met de regels en | - de loopbaandienstverlener in overeenstemming met de regels en |
principes van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer moet | principes van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer moet |
handelen; | handelen; |
- de loopbaandienstverlener alle informatie van de klant strikt | - de loopbaandienstverlener alle informatie van de klant strikt |
vertrouwelijk moet behandelen en die onder geen beding mag doorgeven | vertrouwelijk moet behandelen en die onder geen beding mag doorgeven |
of meedelen aan derden, tenzij de klant daar vooraf uitdrukkelijk | of meedelen aan derden, tenzij de klant daar vooraf uitdrukkelijk |
toestemming voor gegeven heeft. Dat is enkel mogelijk als het voor de | toestemming voor gegeven heeft. Dat is enkel mogelijk als het voor de |
klant duidelijk is waarom die informatie moet worden gegeven en nadat | klant duidelijk is waarom die informatie moet worden gegeven en nadat |
hij de desbetreffende informatie (rapport, dossier...) heeft kunnen | hij de desbetreffende informatie (rapport, dossier...) heeft kunnen |
inkijken; | inkijken; |
- de klant te allen tijde inzagerecht heeft in de gegevens die tijdens | - de klant te allen tijde inzagerecht heeft in de gegevens die tijdens |
de loopbaandienstverlening over hem werden verzameld; | de loopbaandienstverlening over hem werden verzameld; |
- na afloop van de loopbaandienstverlening de geheimhoudingsplicht van | - na afloop van de loopbaandienstverlening de geheimhoudingsplicht van |
de loopbaandienstverlener blijft bestaan; | de loopbaandienstverlener blijft bestaan; |
- als de klant erom verzoekt, alle verzamelde persoonlijke informatie | - als de klant erom verzoekt, alle verzamelde persoonlijke informatie |
over zijn geval (testresultaten, gespreksinhoud enzovoort) na afloop | over zijn geval (testresultaten, gespreksinhoud enzovoort) na afloop |
van de loopbaandienstverlening aan hem worden bezorgd. | van de loopbaandienstverlening aan hem worden bezorgd. |
4.4 Uitzonderingen op de vertrouwelijkheid | 4.4 Uitzonderingen op de vertrouwelijkheid |
In de volgende gevallen wordt een uitzondering op de vertrouwelijkheid | In de volgende gevallen wordt een uitzondering op de vertrouwelijkheid |
gemaakt : | gemaakt : |
- klantengegevens die moeten worden geregistreerd voor en kunnen | - klantengegevens die moeten worden geregistreerd voor en kunnen |
opgevraagd worden door een subsidiërende instantie. In dat geval | opgevraagd worden door een subsidiërende instantie. In dat geval |
bezorgt de loopbaandienstverlener uitsluitend identificatiegegevens en | bezorgt de loopbaandienstverlener uitsluitend identificatiegegevens en |
kwantitatieve informatie aan de subsidiërende instantie. Het gaat om | kwantitatieve informatie aan de subsidiërende instantie. Het gaat om |
de identificatie van de klant en trajectbeschrijvende data zoals het | de identificatie van de klant en trajectbeschrijvende data zoals het |
aantal bijeenkomsten en de uitgevoerde stappen in het proces van de | aantal bijeenkomsten en de uitgevoerde stappen in het proces van de |
loopbaandienstverlening. In geen geval worden er gegevens over de | loopbaandienstverlening. In geen geval worden er gegevens over de |
inhoud van de loopbaandienstverlening verstrekt; | inhoud van de loopbaandienstverlening verstrekt; |
- gegevens die zo werden geanonimiseerd dat het onmogelijk is vast te | - gegevens die zo werden geanonimiseerd dat het onmogelijk is vast te |
stellen op welke persoon ze betrekking hebben; | stellen op welke persoon ze betrekking hebben; |
- een beperkte interne gegevensdoorstroming in een gesubsidieerde | - een beperkte interne gegevensdoorstroming in een gesubsidieerde |
organisatie voor loopbaandienstverlening, die noodzakelijk is met het | organisatie voor loopbaandienstverlening, die noodzakelijk is met het |
oog op een adequaat management van de loopbaandienstverlening. | oog op een adequaat management van de loopbaandienstverlening. |
Alle andere informatie kan pas aan derden meegedeeld worden na | Alle andere informatie kan pas aan derden meegedeeld worden na |
expliciete voorafgaande toestemming van de klant. | expliciete voorafgaande toestemming van de klant. |
5. Klachten | 5. Klachten |
Op het niveau van de organisatie voor loopbaandienstverlening is er | Op het niveau van de organisatie voor loopbaandienstverlening is er |
een procedure voor een behoorlijke behandeling van mondelinge en | een procedure voor een behoorlijke behandeling van mondelinge en |
schriftelijke klachten over het niet-naleven van deze deontologische | schriftelijke klachten over het niet-naleven van deze deontologische |
code voor loopbaandienstverlening of over een concrete al dan niet | code voor loopbaandienstverlening of over een concrete al dan niet |
verrichte handeling van de loopbaandienstverlener of over de werking | verrichte handeling van de loopbaandienstverlener of over de werking |
van de organisatie voor loopbaandienstverlening. De klacht wordt in | van de organisatie voor loopbaandienstverlening. De klacht wordt in |
ieder geval behandeld door een persoon die niet bij de feiten waarop | ieder geval behandeld door een persoon die niet bij de feiten waarop |
de klacht betrekking heeft, betrokken is geweest. De persoon die de | de klacht betrekking heeft, betrokken is geweest. De persoon die de |
klacht behandelt, is verplicht het beroepsgeheim te respecteren en een | klacht behandelt, is verplicht het beroepsgeheim te respecteren en een |
strikte neutraliteit in acht te nemen. De loopbaandienstverlener stelt | strikte neutraliteit in acht te nemen. De loopbaandienstverlener stelt |
de klant bij de aanvang van de dienstverlening schriftelijk op de | de klant bij de aanvang van de dienstverlening schriftelijk op de |
hoogte van deze interne klachtenbehandeling. | hoogte van deze interne klachtenbehandeling. |
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering | Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering |
van 27 augustus 2004 betreffende de erkenning en subsidiëring van | van 27 augustus 2004 betreffende de erkenning en subsidiëring van |
centra voor loopbaandienstverlening. | centra voor loopbaandienstverlening. |
Brussel, 27 augustus 2004. | Brussel, 27 augustus 2004. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
Y. LETERME | Y. LETERME |
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, | De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |