Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 26/10/2018
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018 "
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
26 OKTOBER 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de 26 OKTOBER 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de
uitvoering van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018 uitvoering van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018
DE VLAAMSE REGERING, DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der
instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli
1993; 1993;
Gelet op het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, artikel 9, § Gelet op het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, artikel 9, §
1, derde lid, § 2 en § 3, artikel 10, eerste en tweede lid, artikel 1, derde lid, § 2 en § 3, artikel 10, eerste en tweede lid, artikel
11, artikel 13, 2° en 3°, artikel 24, eerste lid, artikel 25, tweede 11, artikel 13, 2° en 3°, artikel 24, eerste lid, artikel 25, tweede
lid, artikel 26, tweede lid, artikel 31, artikel 36, tweede lid, lid, artikel 26, tweede lid, artikel 31, artikel 36, tweede lid,
artikel 38, tweede lid, artikel 39, tweede lid, artikel 41, 2° en 3°, artikel 38, tweede lid, artikel 39, tweede lid, artikel 41, 2° en 3°,
artikel 55, 57, § 2, artikel 59, en artikel 62; artikel 55, 57, § 2, artikel 59, en artikel 62;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
begroting, gegeven op 13 juli 2018; begroting, gegeven op 13 juli 2018;
Gelet op het advies van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Gelet op het advies van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media,
gegeven op 11 september 2018; gegeven op 11 september 2018;
Gelet op advies 64.287/3 van de Raad van State, gegeven op 18 oktober Gelet op advies 64.287/3 van de Raad van State, gegeven op 18 oktober
2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en
Brussel; Brussel;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Definities HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder:

1° belangenbehartiger: een overkoepelende organisatie die voor 1° belangenbehartiger: een overkoepelende organisatie die voor
aangesloten leden optreedt als vertegenwoordiger ten aanzien van de aangesloten leden optreedt als vertegenwoordiger ten aanzien van de
overheid; overheid;
2° financiële verantwoording: een verantwoording waarbij wordt 2° financiële verantwoording: een verantwoording waarbij wordt
aangetoond welke kosten zijn gemaakt voor de realisatie van de aangetoond welke kosten zijn gemaakt voor de realisatie van de
activiteit waarvoor de subsidie is toegekend, en welke opbrengsten de activiteit waarvoor de subsidie is toegekend, en welke opbrengsten de
subsidieontvanger in het kader van die activiteit heeft verworven, subsidieontvanger in het kader van die activiteit heeft verworven,
hetzij uit de activiteit zelf, hetzij uit andere bronnen; hetzij uit de activiteit zelf, hetzij uit andere bronnen;
3° huishoudelijk reglement: het reglement met praktische bepalingen 3° huishoudelijk reglement: het reglement met praktische bepalingen
waarin de deontologie van de beoordelaars en de dagelijkse, interne waarin de deontologie van de beoordelaars en de dagelijkse, interne
aangelegenheden van een commissie en haar beoordelingsactiviteiten aangelegenheden van een commissie en haar beoordelingsactiviteiten
gereguleerd zijn; gereguleerd zijn;
4° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele 4° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele
aangelegenheden; aangelegenheden;
5° webtoepassing: een online platform dat via een webbrowser kan 5° webtoepassing: een online platform dat via een webbrowser kan
worden benaderd als vermeld in artikel 11; worden benaderd als vermeld in artikel 11;
6° werkdagen: alle dagen van de week die geen zaterdagen, zondagen en 6° werkdagen: alle dagen van de week die geen zaterdagen, zondagen en
wettelijke feestdagen betreffen. wettelijke feestdagen betreffen.
HOOFDSTUK 2. - Beoordeling HOOFDSTUK 2. - Beoordeling
Afdeling 1. - Pool van beoordelaars Afdeling 1. - Pool van beoordelaars

Art. 2.Een lid van de pool van beoordelaars voldoet aan de vereisten,

Art. 2.Een lid van de pool van beoordelaars voldoet aan de vereisten,

vermeld in artikel 9, § 1, tweede lid, van het Bovenlokaal vermeld in artikel 9, § 1, tweede lid, van het Bovenlokaal
Cultuurdecreet van 15 juni 2018, als de betrokkene de nodige relevante Cultuurdecreet van 15 juni 2018, als de betrokkene de nodige relevante
kennis en competenties heeft om een te beoordelen aanvraag te situeren kennis en competenties heeft om een te beoordelen aanvraag te situeren
en in perspectief te plaatsen ten opzichte van een aspect of het en in perspectief te plaatsen ten opzichte van een aspect of het
geheel van de culturele sector, met inbegrip van het lokale geheel van de culturele sector, met inbegrip van het lokale
cultuurveld, een functie of een discipline. Die kennis en competenties cultuurveld, een functie of een discipline. Die kennis en competenties
kunnen verworven zijn door professionele of equivalente ervaring. kunnen verworven zijn door professionele of equivalente ervaring.

Art. 3.De leden van de pool van beoordelaars treden niet op als

Art. 3.De leden van de pool van beoordelaars treden niet op als

vertegenwoordiger van de organisatie als ze deel uitmaken van de vertegenwoordiger van de organisatie als ze deel uitmaken van de
bestuursorganen van die organisatie, of als ze daartoe behoren als bestuursorganen van die organisatie, of als ze daartoe behoren als
werknemer of als vrijwilliger. werknemer of als vrijwilliger.

Art. 4.Een benoeming tot lid van de pool van beoordelaars is

Art. 4.Een benoeming tot lid van de pool van beoordelaars is

onverenigbaar met: onverenigbaar met:
1° een verkozen politiek mandaat; 1° een verkozen politiek mandaat;
2° een functie als medewerker van een parlementaire fractie of een 2° een functie als medewerker van een parlementaire fractie of een
kabinet; kabinet;
3° een functie als personeelslid of bestuurder in dienst van een 3° een functie als personeelslid of bestuurder in dienst van een
ondersteunende organisatie als vermeld in artikel 29 en 39 van het ondersteunende organisatie als vermeld in artikel 29 en 39 van het
Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018; Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018;
4° een functie als personeelslid van een belangenbehartiger voor een 4° een functie als personeelslid van een belangenbehartiger voor een
culturele sector of discipline; culturele sector of discipline;
5° een functie als lid van de raad van bestuur van een 5° een functie als lid van de raad van bestuur van een
belangenbehartiger voor een culturele sector of discipline; belangenbehartiger voor een culturele sector of discipline;
6° een functie als personeelslid in dienst van de Vlaamse overheid dat 6° een functie als personeelslid in dienst van de Vlaamse overheid dat
in het kader van zijn functie betrokken is bij de uitvoering van het in het kader van zijn functie betrokken is bij de uitvoering van het
voormelde decreet; voormelde decreet;
7° een mandaat als lid van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en 7° een mandaat als lid van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en
Media, SARC, zoals opgericht middels het decreet van 30 november 2007 Media, SARC, zoals opgericht middels het decreet van 30 november 2007
houdende de oprichting van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en houdende de oprichting van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en
Media. Media.

Art. 5.De administratie bezorgt voor de samenstelling van de pool van

Art. 5.De administratie bezorgt voor de samenstelling van de pool van

beoordelaars een indicatieve lijst van kandidaten aan de minister. De beoordelaars een indicatieve lijst van kandidaten aan de minister. De
minister kan daaraan een of meer leden toevoegen. minister kan daaraan een of meer leden toevoegen.
De minister benoemt, na mededeling aan de Vlaamse Regering, een pool De minister benoemt, na mededeling aan de Vlaamse Regering, een pool
van beoordelaars die bestaat uit ten minste vijftig leden. Maximaal van beoordelaars die bestaat uit ten minste vijftig leden. Maximaal
twee derde van die pool behoort tot hetzelfde geslacht. twee derde van die pool behoort tot hetzelfde geslacht.
Uiterlijk twee maanden na de aanstelling van de pool van beoordelaars Uiterlijk twee maanden na de aanstelling van de pool van beoordelaars
legt de administratie een voorstel van huishoudelijk reglement ter legt de administratie een voorstel van huishoudelijk reglement ter
goedkeuring voor aan de minister. Dat reglement bevat minstens: goedkeuring voor aan de minister. Dat reglement bevat minstens:
1° de manier waarop het secretariaat van de beoordelingscommissies 1° de manier waarop het secretariaat van de beoordelingscommissies
wordt waargenomen door de administratie, zoals vermeld in artikel 9, wordt waargenomen door de administratie, zoals vermeld in artikel 9,
derde lid, van dit besluit; derde lid, van dit besluit;
2° de manier waarop om de vijf jaar de helft van de leden van de pool 2° de manier waarop om de vijf jaar de helft van de leden van de pool
van beoordelaars wordt vervangen als vermeld in artikel 9, § 3, van van beoordelaars wordt vervangen als vermeld in artikel 9, § 3, van
het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018; het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018;
3° een beschrijving van de rolverdeling tussen beoordelaars, 3° een beschrijving van de rolverdeling tussen beoordelaars,
voorzitters, secretarissen en de administratie bij het beoordelen van voorzitters, secretarissen en de administratie bij het beoordelen van
subsidiedossiers; subsidiedossiers;
4° de manier waarop de trekking van de steekproef, vermeld in artikel 4° de manier waarop de trekking van de steekproef, vermeld in artikel
26, ter controle van de verantwoordingsdossiers voor projectsubsidies, 26, ter controle van de verantwoordingsdossiers voor projectsubsidies,
die niet hoger zijn dan 7000 euro, wordt georganiseerd; die niet hoger zijn dan 7000 euro, wordt georganiseerd;
5° de procedure die dient te worden gevolgd indien er betrokkenheid 5° de procedure die dient te worden gevolgd indien er betrokkenheid
bestaat tussen een beoordelaar en een te behandelen aanvraagdossier. bestaat tussen een beoordelaar en een te behandelen aanvraagdossier.

Art. 6.De vijfjarige periode waarvoor de leden van de pool van

Art. 6.De vijfjarige periode waarvoor de leden van de pool van

beoordelaars worden benoemd, start op 15 mei van het laatste beoordelaars worden benoemd, start op 15 mei van het laatste
kalenderjaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement en eindigt op kalenderjaar van de legislatuur van het Vlaams Parlement en eindigt op
14 mei van het laatste kalenderjaar van de volgende legislatuur van 14 mei van het laatste kalenderjaar van de volgende legislatuur van
het Vlaams Parlement. het Vlaams Parlement.
Tijdens de vijfjarige periode, vermeld in het eerste lid, kan de Tijdens de vijfjarige periode, vermeld in het eerste lid, kan de
minister in de pool van beoordelaars bijkomende leden benoemen. minister in de pool van beoordelaars bijkomende leden benoemen.
De leden van de pool van beoordelaars oefenen hun mandaat verder uit De leden van de pool van beoordelaars oefenen hun mandaat verder uit
na het verstrijken van de vijfjarige periode, vermeld in het eerste na het verstrijken van de vijfjarige periode, vermeld in het eerste
lid, zolang de minister geen nieuwe leden heeft benoemd. lid, zolang de minister geen nieuwe leden heeft benoemd.

Art. 7.In de volgende gevallen kan de minister een einde maken aan

Art. 7.In de volgende gevallen kan de minister een einde maken aan

het mandaat van een lid van de pool van beoordelaars: het mandaat van een lid van de pool van beoordelaars:
1° op verzoek van de mandaathouder; 1° op verzoek van de mandaathouder;
2° op verzoek van de administratie, als de mandaathouder het 2° op verzoek van de administratie, als de mandaathouder het
huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 5, derde lid, niet naleeft huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 5, derde lid, niet naleeft
of activiteiten verricht of functies vervult die onverenigbaar zijn of activiteiten verricht of functies vervult die onverenigbaar zijn
met het mandaat, of die een strijdigheid van belangen tot gevolg met het mandaat, of die een strijdigheid van belangen tot gevolg
hebben. hebben.
Een lid van de pool van beoordelaars dat door de minister wordt Een lid van de pool van beoordelaars dat door de minister wordt
benoemd in de plaats van een overleden lid of van een lid van wie het benoemd in de plaats van een overleden lid of van een lid van wie het
mandaat voortijdig is beëindigd, voleindigt het mandaat. mandaat voortijdig is beëindigd, voleindigt het mandaat.
Afdeling 2. - Samenstelling en werking van beoordelingscommissies Afdeling 2. - Samenstelling en werking van beoordelingscommissies

Art. 8.Een beoordelingscommissie wordt samengesteld uit minstens

Art. 8.Een beoordelingscommissie wordt samengesteld uit minstens

negen leden van de pool van beoordelaars, zoals vermeld in artikel 5. negen leden van de pool van beoordelaars, zoals vermeld in artikel 5.

Art. 9.De administratie bezorgt voor de samenstelling van een

Art. 9.De administratie bezorgt voor de samenstelling van een

beoordelingscommissie een indicatieve lijst van kandidaten aan de beoordelingscommissie een indicatieve lijst van kandidaten aan de
minister. De minister kan hierin nog wijzigingen aanbrengen, met minister. De minister kan hierin nog wijzigingen aanbrengen, met
behoud van de toepassing van artikel 8. behoud van de toepassing van artikel 8.
De minister benoemt, na mededeling aan de Vlaamse Regering, de De minister benoemt, na mededeling aan de Vlaamse Regering, de
samengestelde beoordelingscommissie. De minister duidt daarbij in elke samengestelde beoordelingscommissie. De minister duidt daarbij in elke
beoordelingscommissie een voorzitter aan. beoordelingscommissie een voorzitter aan.
Het secretariaat van de beoordelingscommissies wordt waargenomen door Het secretariaat van de beoordelingscommissies wordt waargenomen door
de administratie. De administratie bepaalt daarvoor de regels in het de administratie. De administratie bepaalt daarvoor de regels in het
huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 5, derde lid. huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 5, derde lid.

Art. 10.De leden van beoordelingscommissies kunnen aanspraak maken op

Art. 10.De leden van beoordelingscommissies kunnen aanspraak maken op

de volgende vergoedingen: de volgende vergoedingen:
1° een presentiegeld van 60 euro per dagdeel, geïndexeerd, tot 1° een presentiegeld van 60 euro per dagdeel, geïndexeerd, tot
maximaal twee dagdelen per dag voor de deelname aan vergaderingen. maximaal twee dagdelen per dag voor de deelname aan vergaderingen.
Voor leden die optreden als voorzitter, wordt dat presentiegeld Voor leden die optreden als voorzitter, wordt dat presentiegeld
verhoogd tot 90 euro per dagdeel; verhoogd tot 90 euro per dagdeel;
2° een forfaitaire vergoeding van 30 euro per aanvraagdossier voor de 2° een forfaitaire vergoeding van 30 euro per aanvraagdossier voor de
eventuele voorbereiding van een schriftelijke insteek voor een eventuele voorbereiding van een schriftelijke insteek voor een
werkingssubsidie, en 15 euro per aanvraagdossier voor de eventuele werkingssubsidie, en 15 euro per aanvraagdossier voor de eventuele
voorbereiding van een schriftelijke insteek voor een projectsubsidie; voorbereiding van een schriftelijke insteek voor een projectsubsidie;
3° een reisvergoeding voor vergaderingen, gebaseerd op de prijs van 3° een reisvergoeding voor vergaderingen, gebaseerd op de prijs van
een treinrit in eerste klas. een treinrit in eerste klas.
Het presentiegeld en de reisvergoeding worden uitbetaald aan de hand Het presentiegeld en de reisvergoeding worden uitbetaald aan de hand
van de presentielijst die tijdens de vergadering is opgesteld. De van de presentielijst die tijdens de vergadering is opgesteld. De
vergoeding voor de voorbereiding van dossiers wordt uitbetaald na de vergoeding voor de voorbereiding van dossiers wordt uitbetaald na de
indiening van het voorbereidingsverslag. indiening van het voorbereidingsverslag.
HOOFDSTUK 3. - Algemene bepalingen over het aanvragen en toekennen van HOOFDSTUK 3. - Algemene bepalingen over het aanvragen en toekennen van
subsidies subsidies
Afdeling 1. - Aanvragen en toekennen van subsidies Afdeling 1. - Aanvragen en toekennen van subsidies

Art. 11.De aanvrager van een project- of werkingssubsidie stelt de

Art. 11.De aanvrager van een project- of werkingssubsidie stelt de

volgende documenten digitaal op, en dient ze in via een webtoepassing volgende documenten digitaal op, en dient ze in via een webtoepassing
die de administratie ter beschikking stelt: die de administratie ter beschikking stelt:
1° voor projectsubsidies: 1° voor projectsubsidies:
a) het aanvraagdossier, vermeld in artikel 18 van het Bovenlokaal a) het aanvraagdossier, vermeld in artikel 18 van het Bovenlokaal
Cultuurdecreet van 15 juni 2018; Cultuurdecreet van 15 juni 2018;
b) het verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 25 van het voormelde b) het verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 25 van het voormelde
decreet; decreet;
c) de aangepaste projectplanning, vermeld in artikel 14 van dit c) de aangepaste projectplanning, vermeld in artikel 14 van dit
besluit, als dat van toepassing is; besluit, als dat van toepassing is;
2° voor werkingssubsidies voor het steunpunt: 2° voor werkingssubsidies voor het steunpunt:
a) het beleidsplan, vermeld in artikel 31 van het voormelde decreet; a) het beleidsplan, vermeld in artikel 31 van het voormelde decreet;
b) het financieel verslag, vermeld in artikel 36 van het voormelde b) het financieel verslag, vermeld in artikel 36 van het voormelde
decreet; decreet;
c) het rapport over de voortgang van de uitvoering van het c) het rapport over de voortgang van de uitvoering van het
beleidsplan, vermeld in artikel 36 van het voormelde decreet; beleidsplan, vermeld in artikel 36 van het voormelde decreet;
d) het aangepaste beleidsplan, vermeld in artikel 14 van dit besluit, d) het aangepaste beleidsplan, vermeld in artikel 14 van dit besluit,
als dat van toepassing is; als dat van toepassing is;
3° voor werkingssubsidies voor intergemeentelijke 3° voor werkingssubsidies voor intergemeentelijke
samenwerkingsverbanden: samenwerkingsverbanden:
a) het aanvraagdossier voor werkingssubsidies, vermeld in artikel 44 a) het aanvraagdossier voor werkingssubsidies, vermeld in artikel 44
van het voormelde decreet; van het voormelde decreet;
b) het financieel verslag, vermeld in artikel 54, 1°, van het b) het financieel verslag, vermeld in artikel 54, 1°, van het
voormelde decreet; voormelde decreet;
c) het voortgangsrapport, vermeld in artikel 54, 2°, van het voormelde c) het voortgangsrapport, vermeld in artikel 54, 2°, van het voormelde
decreet; decreet;
d) de aangepaste cultuurnota, vermeld in artikel 14 van dit besluit, d) de aangepaste cultuurnota, vermeld in artikel 14 van dit besluit,
als dat van toepassing is. als dat van toepassing is.
Voor de documenten, vermeld in het eerste lid, kan de administratie Voor de documenten, vermeld in het eerste lid, kan de administratie
een sjabloon ter beschikking stellen in de vorm van een webtoepassing. een sjabloon ter beschikking stellen in de vorm van een webtoepassing.
Het toepasselijke sjabloon wordt ten minste twee maanden voor de Het toepasselijke sjabloon wordt ten minste twee maanden voor de
uiterlijke indiendatum van de documenten, vermeld in het eerste lid, uiterlijke indiendatum van de documenten, vermeld in het eerste lid,
bekendgemaakt. bekendgemaakt.

Art. 12.De administratie brengt een aanvrager als vermeld in artikel

Art. 12.De administratie brengt een aanvrager als vermeld in artikel

12 en 40 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, binnen 12 en 40 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, binnen
tien werkdagen vanaf de uiterste indieningsdatum van het tien werkdagen vanaf de uiterste indieningsdatum van het
aanvraagdossier digitaal op de hoogte van de ontvankelijkheid, via de aanvraagdossier digitaal op de hoogte van de ontvankelijkheid, via de
webtoepassing. webtoepassing.

Art. 13.De minister beslist over de toekenning en over de grootte van

Art. 13.De minister beslist over de toekenning en over de grootte van

de subsidies, vermeld in artikel 17 en 40 van het Bovenlokaal de subsidies, vermeld in artikel 17 en 40 van het Bovenlokaal
Cultuurdecreet van 15 juni 2018. Voor de subsidies, vermeld in artikel Cultuurdecreet van 15 juni 2018. Voor de subsidies, vermeld in artikel
17 van het voormelde decreet, beslist de minister uiterlijk vijf 17 van het voormelde decreet, beslist de minister uiterlijk vijf
maanden na de uiterste indieningdatum van het aanvraagdossier, vermeld maanden na de uiterste indieningdatum van het aanvraagdossier, vermeld
in artikel 20 van dit besluit. Over de subsidies, vermeld in artikel in artikel 20 van dit besluit. Over de subsidies, vermeld in artikel
40 van het voormelde decreet, beslist de minister uiterlijk 11 weken 40 van het voormelde decreet, beslist de minister uiterlijk 11 weken
na de uiterste indieningsdatum van het aanvraagdossier, vermeld in na de uiterste indieningsdatum van het aanvraagdossier, vermeld in
artikel 38 van dit besluit. artikel 38 van dit besluit.
De administratie brengt de aanvrager via de webtoepassing digitaal op De administratie brengt de aanvrager via de webtoepassing digitaal op
de hoogte van de finale beslissing, uiterlijk vijf werkdagen na de dag de hoogte van de finale beslissing, uiterlijk vijf werkdagen na de dag
van de beslissing van de minister, vermeld in het eerste lid. van de beslissing van de minister, vermeld in het eerste lid.

Art. 14.Als de beslissing van de minister, vermeld in artikel 13, een

Art. 14.Als de beslissing van de minister, vermeld in artikel 13, een

toegekend subsidiebedrag inhoudt dat meer dan 40 % lager is dan het toegekend subsidiebedrag inhoudt dat meer dan 40 % lager is dan het
aangevraagde subsidiebedrag, kan de administratie de aanvrager aangevraagde subsidiebedrag, kan de administratie de aanvrager
opdragen een aangepaste projectplanning, een aangepaste cultuurnota of opdragen een aangepaste projectplanning, een aangepaste cultuurnota of
een aangepast beleidsplan op te stellen. De aangepaste een aangepast beleidsplan op te stellen. De aangepaste
projectplanning, de aangepaste cultuurnota of het aangepaste projectplanning, de aangepaste cultuurnota of het aangepaste
beleidsplan wordt binnen dertig werkdagen na de dag van de beslissing beleidsplan wordt binnen dertig werkdagen na de dag van de beslissing
van de minister, vermeld in artikel 13, via de webtoepassing ter van de minister, vermeld in artikel 13, via de webtoepassing ter
goedkeuring digitaal ingediend. goedkeuring digitaal ingediend.

Art. 15.De minister kan voor projectsubsidies en werkingssubsidies

Art. 15.De minister kan voor projectsubsidies en werkingssubsidies

bepalen welke personeels- en werkingskosten ervoor in aanmerkingen bepalen welke personeels- en werkingskosten ervoor in aanmerkingen
komen, voor zover deze bepalingen de bedoeling hebben om dubbele komen, voor zover deze bepalingen de bedoeling hebben om dubbele
subsidiëring vanwege de Vlaamse Gemeenschap te voorkomen. subsidiëring vanwege de Vlaamse Gemeenschap te voorkomen.
Afdeling 2. - Toezicht en verantwoording Afdeling 2. - Toezicht en verantwoording

Art. 16.De administratie oefent het toezicht uit op de aanwending van

Art. 16.De administratie oefent het toezicht uit op de aanwending van

de project- en werkingssubsidies, vermeld in artikel 17, 29 en 40 van de project- en werkingssubsidies, vermeld in artikel 17, 29 en 40 van
het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018. het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018.

Art. 17.Bij het toezicht op de aanwending van de werkingssubsidies,

Art. 17.Bij het toezicht op de aanwending van de werkingssubsidies,

vermeld in artikel 40 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni vermeld in artikel 40 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni
2018, stelt de administratie de reserves vast die ten laste van 2018, stelt de administratie de reserves vast die ten laste van
subsidies zijn aangelegd. subsidies zijn aangelegd.
Na afloop van de beleidsperiode worden de reserves, vermeld in het Na afloop van de beleidsperiode worden de reserves, vermeld in het
eerste lid, die niet voldoen aan het besluit van de Vlaamse Regering eerste lid, die niet voldoen aan het besluit van de Vlaamse Regering
van 8 november 2013 betreffende de algemene regels inzake van 8 november 2013 betreffende de algemene regels inzake
subsidiëring, ingehouden of teruggestort aan de Vlaamse overheid. subsidiëring, ingehouden of teruggestort aan de Vlaamse overheid.

Art. 18.De administratie doet uitspraak over de correctheid van de

Art. 18.De administratie doet uitspraak over de correctheid van de

verantwoording van de project- en werkingssubsidies, vermeld in verantwoording van de project- en werkingssubsidies, vermeld in
artikel 17, 29 en 40 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni artikel 17, 29 en 40 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni
2018, via de webapplicatie, binnen twee maanden na ontvangst van de 2018, via de webapplicatie, binnen twee maanden na ontvangst van de
verantwoording in een van de volgende vormen: verantwoording in een van de volgende vormen:
1° het verantwoordingsdossier voor projectsubsidies, vermeld in 1° het verantwoordingsdossier voor projectsubsidies, vermeld in
artikel 25 van het voormelde decreet; artikel 25 van het voormelde decreet;
2° het financieel verslag voor het steunpunt, vermeld in artikel 36 2° het financieel verslag voor het steunpunt, vermeld in artikel 36
van het voormelde decreet; van het voormelde decreet;
3° het rapport over de voortgang van de uitvoering van het beleidsplan 3° het rapport over de voortgang van de uitvoering van het beleidsplan
van het steunpunt, vermeld in artikel 36 van het voormelde decreet; van het steunpunt, vermeld in artikel 36 van het voormelde decreet;
4° het meerjarenplan van het steunpunt, vermeld in artikel 38 van het 4° het meerjarenplan van het steunpunt, vermeld in artikel 38 van het
voormelde decreet; voormelde decreet;
5° het financieel verslag voor intergemeentelijke 5° het financieel verslag voor intergemeentelijke
samenwerkingsverbanden, vermeld in artikel 54, 1°, van het voormelde samenwerkingsverbanden, vermeld in artikel 54, 1°, van het voormelde
decreet; decreet;
6° het voortgangsrapport voor intergemeentelijke 6° het voortgangsrapport voor intergemeentelijke
samenwerkingsverbanden, vermeld in artikel 54, 2°, van het voormelde samenwerkingsverbanden, vermeld in artikel 54, 2°, van het voormelde
decreet. decreet.

Art. 19.De administratie neemt de beslissing die volgt uit de

Art. 19.De administratie neemt de beslissing die volgt uit de

controle op de ingediende verantwoording, vermeld in artikel 18. Die controle op de ingediende verantwoording, vermeld in artikel 18. Die
beslissing wordt bekendgemaakt aan de aanvrager via de webtoepassing. beslissing wordt bekendgemaakt aan de aanvrager via de webtoepassing.
HOOFDSTUK 4. - Projectsubsidies HOOFDSTUK 4. - Projectsubsidies
Afdeling 1. - Aanvragen en toekennen van subsidies Afdeling 1. - Aanvragen en toekennen van subsidies

Art. 20.Het aanvraagdossier tot subsidiëring van een project, vermeld

Art. 20.Het aanvraagdossier tot subsidiëring van een project, vermeld

in artikel 13 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, kan in artikel 13 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, kan
alleen worden ingediend tijdens twee projectrondes per jaar. Het alleen worden ingediend tijdens twee projectrondes per jaar. Het
aanvraagdossier is tijdig ingediend: aanvraagdossier is tijdig ingediend:
1° voor projectronde 1: uiterlijk op 15 mei voor initiatieven die van 1° voor projectronde 1: uiterlijk op 15 mei voor initiatieven die van
start gaan vanaf 1 januari van het jaar na het jaar van indiening; start gaan vanaf 1 januari van het jaar na het jaar van indiening;
2° voor projectronde 2: uiterlijk op 15 november voor initiatieven die 2° voor projectronde 2: uiterlijk op 15 november voor initiatieven die
van start gaan vanaf 1 juli van het jaar na het jaar van indiening. van start gaan vanaf 1 juli van het jaar na het jaar van indiening.

Art. 21.De minister kan nader bepalen, met behoud van de toepassing

Art. 21.De minister kan nader bepalen, met behoud van de toepassing

van artikel 11, welke gegevens en documenten een aanvraagdossier bevat van artikel 11, welke gegevens en documenten een aanvraagdossier bevat
en aan welke vormelijke voorwaarden een aanvraagdossier voldoet. en aan welke vormelijke voorwaarden een aanvraagdossier voldoet.
Afdeling 2. - Uitbetaling, toezicht en verantwoording Afdeling 2. - Uitbetaling, toezicht en verantwoording

Art. 22.Conform artikel 24 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15

Art. 22.Conform artikel 24 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15

juni 2018 wordt een projectsubsidie die hoger is dan 7000 euro, op de juni 2018 wordt een projectsubsidie die hoger is dan 7000 euro, op de
volgende wijze beschikbaar gesteld: volgende wijze beschikbaar gesteld:
1° een voorschot van 90 % van de projectsubsidie wordt uitbetaald 1° een voorschot van 90 % van de projectsubsidie wordt uitbetaald
uiterlijk twee maanden na de beslissing tot de toekenning van die uiterlijk twee maanden na de beslissing tot de toekenning van die
projectsubsidie; projectsubsidie;
2° het saldo van 10 % van de projectsubsidie wordt uitbetaald 2° het saldo van 10 % van de projectsubsidie wordt uitbetaald
uiterlijk twee maanden na een positief advies als een gevolg van de uiterlijk twee maanden na een positief advies als een gevolg van de
uitvoering van het toezicht, vermeld in artikel 16 van dit besluit. uitvoering van het toezicht, vermeld in artikel 16 van dit besluit.

Art. 23.Conform artikel 24 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15

Art. 23.Conform artikel 24 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15

juni 2018 wordt een projectsubsidie die niet hoger is dan 7000 euro, juni 2018 wordt een projectsubsidie die niet hoger is dan 7000 euro,
volledig uitbetaald uiterlijk twee maanden na de beslissing tot de volledig uitbetaald uiterlijk twee maanden na de beslissing tot de
toekenning van die projectsubsidie. toekenning van die projectsubsidie.

Art. 24.Het verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 25 van het

Art. 24.Het verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 25 van het

Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, bestaat uit een Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, bestaat uit een
eindverslag, dat al de volgende stukken bevat: eindverslag, dat al de volgende stukken bevat:
1° een inhoudelijk verslag waarin gerapporteerd wordt over de 1° een inhoudelijk verslag waarin gerapporteerd wordt over de
uitvoering van het project, met een gedetailleerd overzicht van de uitvoering van het project, met een gedetailleerd overzicht van de
activiteiten. Eventuele afwijkingen ten opzichte van de aanvraag, of activiteiten. Eventuele afwijkingen ten opzichte van de aanvraag, of
in voorkomend geval van de aangepaste projectplanning, worden daarbij in voorkomend geval van de aangepaste projectplanning, worden daarbij
toegelicht; toegelicht;
2° een financiële verantwoording met daarin: 2° een financiële verantwoording met daarin:
a) de resultatenrekening van het project, met een specificatie van a) de resultatenrekening van het project, met een specificatie van
alle vermelde kosten- en opbrengstenrekeningen en een toelichting per alle vermelde kosten- en opbrengstenrekeningen en een toelichting per
post; post;
b) de bewijsstukken voor de besteding van de projectsubsidie. Die b) de bewijsstukken voor de besteding van de projectsubsidie. Die
bewijsstukken worden ter beschikking gehouden van de administratie, bewijsstukken worden ter beschikking gehouden van de administratie,
die die stukken op eenvoudig digitaal verzoek kan opvragen via de die die stukken op eenvoudig digitaal verzoek kan opvragen via de
webtoepassing; webtoepassing;
c) de boekhouding. De boekhouding wordt zo georganiseerd dat de c) de boekhouding. De boekhouding wordt zo georganiseerd dat de
financiële controle op de aanwending van de projectsubsidie mogelijk financiële controle op de aanwending van de projectsubsidie mogelijk
is. Een organisatie die een gesubsidieerd project realiseert en is. Een organisatie die een gesubsidieerd project realiseert en
daarnaast andere activiteiten opzet, maakt in een volledige daarnaast andere activiteiten opzet, maakt in een volledige
boekhouding een duidelijk en identificeerbaar onderscheid tussen de boekhouding een duidelijk en identificeerbaar onderscheid tussen de
kosten en opbrengsten van de realisatie van het gesubsidieerde project kosten en opbrengsten van de realisatie van het gesubsidieerde project
en alle andere kosten en opbrengsten; en alle andere kosten en opbrengsten;
3° een lijst met beleidsrelevante gegevens, als die voorzien is in het 3° een lijst met beleidsrelevante gegevens, als die voorzien is in het
sjabloon van verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 11, tweede sjabloon van verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 11, tweede
lid, van dit besluit. lid, van dit besluit.
Het verantwoordingsdossier wordt digitaal, als vermeld in artikel 11 Het verantwoordingsdossier wordt digitaal, als vermeld in artikel 11
van dit besluit, aan de administratie bezorgd. van dit besluit, aan de administratie bezorgd.

Art. 25.De minister kan, rekening houdend met en op grond van de

Art. 25.De minister kan, rekening houdend met en op grond van de

specifieke doeleinden waarvoor de projectsubsidie aangewend moet specifieke doeleinden waarvoor de projectsubsidie aangewend moet
worden, of op grond van de bijzondere kenmerken van het project of de worden, of op grond van de bijzondere kenmerken van het project of de
realisatiedatum van het project, een aangepaste verantwoording vragen. realisatiedatum van het project, een aangepaste verantwoording vragen.

Art. 26.Met toepassing van artikel 26 van het Bovenlokaal

Art. 26.Met toepassing van artikel 26 van het Bovenlokaal

Cultuurdecreet van 15 juni 2018 worden de verantwoordingsdossiers van Cultuurdecreet van 15 juni 2018 worden de verantwoordingsdossiers van
toegekende projectsubsidies die niet hoger zijn dan 7000 euro, alleen toegekende projectsubsidies die niet hoger zijn dan 7000 euro, alleen
aan de administratie bezorgd als ze het voorwerp zijn van aan de administratie bezorgd als ze het voorwerp zijn van
steekproefsgewijze controle. steekproefsgewijze controle.
De steekproef beslaat minimaal 20 % van de toegekende projectsubsidies De steekproef beslaat minimaal 20 % van de toegekende projectsubsidies
per projectronde, vermeld in artikel 20 van dit besluit. In het per projectronde, vermeld in artikel 20 van dit besluit. In het
huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 5, derde lid, van dit huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 5, derde lid, van dit
besluit, wordt bepaald op welke wijze de trekking van de steekproef besluit, wordt bepaald op welke wijze de trekking van de steekproef
wordt georganiseerd. wordt georganiseerd.

Art. 27.Als een projectsubsidie die niet hoger is dan 7000 euro, het

Art. 27.Als een projectsubsidie die niet hoger is dan 7000 euro, het

voorwerp is van de steekproefsgewijze controle, wordt de aanvrager voorwerp is van de steekproefsgewijze controle, wordt de aanvrager
ervan door de administratie via de webtoepassing op de hoogte gebracht ervan door de administratie via de webtoepassing op de hoogte gebracht
van zijn verplichting om het verantwoordingsdossier, dat conform van zijn verplichting om het verantwoordingsdossier, dat conform
artikel 26 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018 ter artikel 26 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018 ter
beschikking van de administratie wordt gehouden, via de webapplicatie beschikking van de administratie wordt gehouden, via de webapplicatie
te bezorgen binnen een maand na die melding. te bezorgen binnen een maand na die melding.
HOOFDSTUK 5. - Het steunpunt HOOFDSTUK 5. - Het steunpunt
Afdeling 1. - Aanvragen en toekennen van subsidies Afdeling 1. - Aanvragen en toekennen van subsidies

Art. 28.Een aanvraag van een werkingssubsidie voor het steunpunt

Art. 28.Een aanvraag van een werkingssubsidie voor het steunpunt

bestaat uit een beleidsplan als vermeld in artikel 31 van het bestaat uit een beleidsplan als vermeld in artikel 31 van het
Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, dat minstens de volgende Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, dat minstens de volgende
gegevens en documenten bevat: gegevens en documenten bevat:
1° een visie op het bovenlokale culturele veld, zijn dynamieken, 1° een visie op het bovenlokale culturele veld, zijn dynamieken,
spelers en uitdagingen; spelers en uitdagingen;
2° een beschrijving van de beoogde werking van het steunpunt, met een 2° een beschrijving van de beoogde werking van het steunpunt, met een
gedetailleerde planning van de manier waarop de opdrachten, vermeld in gedetailleerde planning van de manier waarop de opdrachten, vermeld in
artikel 30 van het voormelde decreet, worden uitgevoerd; artikel 30 van het voormelde decreet, worden uitgevoerd;
3° een meerjarenbegroting waarin alle verwachte kosten en opbrengsten 3° een meerjarenbegroting waarin alle verwachte kosten en opbrengsten
van de werking opgenomen zijn; van de werking opgenomen zijn;
4° de toelichting die nodig is om de criteria, vermeld in artikel 33 4° de toelichting die nodig is om de criteria, vermeld in artikel 33
van het voormelde decreet, te beoordelen; van het voormelde decreet, te beoordelen;
5° de mate waarin de noden van de doelgroep van het steunpunt in kaart 5° de mate waarin de noden van de doelgroep van het steunpunt in kaart
gebracht zijn via een sectorbrede bevraging, en beantwoord worden in gebracht zijn via een sectorbrede bevraging, en beantwoord worden in
de werking en in de beleidsnota van het steunpunt; de werking en in de beleidsnota van het steunpunt;
6° bijkomende beleidsrelevante gegevens, als die voorzien zijn in het 6° bijkomende beleidsrelevante gegevens, als die voorzien zijn in het
sjabloon van beleidsplan dat door de administratie ter beschikking sjabloon van beleidsplan dat door de administratie ter beschikking
wordt gesteld conform artikel 11, tweede lid, van dit besluit. wordt gesteld conform artikel 11, tweede lid, van dit besluit.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid en artikel 11 van dit Met behoud van de toepassing van het eerste lid en artikel 11 van dit
besluit kan de minister nader bepalen welke gegevens en documenten een besluit kan de minister nader bepalen welke gegevens en documenten een
aanvraagdossier voor het steunpunt bevat en aan welke vormelijke aanvraagdossier voor het steunpunt bevat en aan welke vormelijke
voorwaarden een aanvraagdossier voor het steunpunt voldoet. voorwaarden een aanvraagdossier voor het steunpunt voldoet.

Art. 29.Een aanvraag van een werkingssubsidie voor het steunpunt

Art. 29.Een aanvraag van een werkingssubsidie voor het steunpunt

wordt ingediend uiterlijk op 1 mei van het jaar dat voorafgaat aan de wordt ingediend uiterlijk op 1 mei van het jaar dat voorafgaat aan de
periode van vijf jaar, vermeld in artikel 38, derde lid, van het periode van vijf jaar, vermeld in artikel 38, derde lid, van het
Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018. Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018.

Art. 30.Een aanvraag is ontvankelijk als ze tijdig is ingediend, en

Art. 30.Een aanvraag is ontvankelijk als ze tijdig is ingediend, en

ze de elementen, vermeld in artikel 28, bevat. ze de elementen, vermeld in artikel 28, bevat.
De administratie meldt de aanvrager binnen tien werkdagen na de De administratie meldt de aanvrager binnen tien werkdagen na de
uiterlijke indiendatum, via de webtoepassing, of de aanvraag al dan uiterlijke indiendatum, via de webtoepassing, of de aanvraag al dan
niet ontvankelijk is. niet ontvankelijk is.

Art. 31.De administratie bezorgt de ontvankelijke aanvragen aan de

Art. 31.De administratie bezorgt de ontvankelijke aanvragen aan de

bevoegde beoordelingscommissie, samen met andere informatie die ze bevoegde beoordelingscommissie, samen met andere informatie die ze
relevant acht voor het advies. relevant acht voor het advies.

Art. 32.De administratie maakt op basis van het advies van de

Art. 32.De administratie maakt op basis van het advies van de

beoordelingscommissie, vermeld in artikel 32 van het Bovenlokaal beoordelingscommissie, vermeld in artikel 32 van het Bovenlokaal
Cultuurdecreet van 15 juni 2018, een ontwerp van beslissing op en Cultuurdecreet van 15 juni 2018, een ontwerp van beslissing op en
bezorgt dat aan de minister. bezorgt dat aan de minister.
Op basis van het ontwerp van beslissing, vermeld in het eerste lid, Op basis van het ontwerp van beslissing, vermeld in het eerste lid,
legt de minister, uiterlijk vijf maanden na de uiterste indieningdatum legt de minister, uiterlijk vijf maanden na de uiterste indieningdatum
van het aanvraagdossier, vermeld in artikel 29 van dit besluit, een van het aanvraagdossier, vermeld in artikel 29 van dit besluit, een
voorstel van beslissing voor aan de Vlaamse Regering. voorstel van beslissing voor aan de Vlaamse Regering.
Afdeling 2. - Uitbetaling, toezicht en verantwoording Afdeling 2. - Uitbetaling, toezicht en verantwoording

Art. 33.Het financieel verslag, vermeld in artikel 36 van het

Art. 33.Het financieel verslag, vermeld in artikel 36 van het

Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, bestaat uit een Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, bestaat uit een
tussentijds verslag of eindverslag, dat al de volgende stukken bevat: tussentijds verslag of eindverslag, dat al de volgende stukken bevat:
1° een beknopt inhoudelijk verslag waarin gerapporteerd wordt over de 1° een beknopt inhoudelijk verslag waarin gerapporteerd wordt over de
uitvoering van de lopende werking, en eventuele afwijkingen ten uitvoering van de lopende werking, en eventuele afwijkingen ten
opzichte van de aanvraag; opzichte van de aanvraag;
2° een financiële verantwoording met daarin: 2° een financiële verantwoording met daarin:
a) de jaarrekening, die bestaat uit de balans, de resultatenrekening a) de jaarrekening, die bestaat uit de balans, de resultatenrekening
en de toelichting van het steunpunt. In de resultatenrekening worden en de toelichting van het steunpunt. In de resultatenrekening worden
alle kosten en opbrengsten met betrekking tot de werkingsperiode alle kosten en opbrengsten met betrekking tot de werkingsperiode
opgenomen. Als het steunpunt naast de werkingssubsidies, vermeld in opgenomen. Als het steunpunt naast de werkingssubsidies, vermeld in
artikel 29 van het voormelde decreet, nog andere subsidies ontvangt, artikel 29 van het voormelde decreet, nog andere subsidies ontvangt,
worden die in dezelfde resultatenrekening opgenomen; worden die in dezelfde resultatenrekening opgenomen;
b) de verslagen van de algemene vergadering over de goedkeuring van de b) de verslagen van de algemene vergadering over de goedkeuring van de
rekeningen en de begroting; rekeningen en de begroting;
c) een afschrijvingstabel voor de investeringen als dat van toepassing c) een afschrijvingstabel voor de investeringen als dat van toepassing
is; is;
d) het verslag van een erkende accountant of bedrijfsrevisor die niet d) het verslag van een erkende accountant of bedrijfsrevisor die niet
betrokken is bij het steunpunt, met commentaar bij de balans en de betrokken is bij het steunpunt, met commentaar bij de balans en de
resultatenrekening van het steunpunt; resultatenrekening van het steunpunt;
3° een lijst met beleidsrelevante gegevens, als die voorzien is in het 3° een lijst met beleidsrelevante gegevens, als die voorzien is in het
sjabloon van verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 11, tweede sjabloon van verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 11, tweede
lid, van dit besluit. lid, van dit besluit.
Het verantwoordingsdossier wordt via de webtoepassing digitaal aan de Het verantwoordingsdossier wordt via de webtoepassing digitaal aan de
administratie bezorgd, binnen de termijnen, vermeld in artikel 36 van administratie bezorgd, binnen de termijnen, vermeld in artikel 36 van
het voormelde decreet. het voormelde decreet.

Art. 34.Het rapport over de voortgang, vermeld in artikel 36 van het

Art. 34.Het rapport over de voortgang, vermeld in artikel 36 van het

Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, bestaat uit een Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, bestaat uit een
tussentijds verslag of eindverslag, dat al de volgende stukken bevat: tussentijds verslag of eindverslag, dat al de volgende stukken bevat:
1° een inhoudelijk verslag met daarin: 1° een inhoudelijk verslag met daarin:
a) een zelf-evaluatie van de invulling van de opdrachten vermeld in a) een zelf-evaluatie van de invulling van de opdrachten vermeld in
artikel 30 van het voormelde decreet; artikel 30 van het voormelde decreet;
b) een rapport over de globale inhoudelijke werking van het steunpunt, b) een rapport over de globale inhoudelijke werking van het steunpunt,
met aandacht voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de bovenlokale met aandacht voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de bovenlokale
culturele ruimte. Daarbij wordt minstens gerapporteerd over de culturele ruimte. Daarbij wordt minstens gerapporteerd over de
voortgang van de uitvoering van zowel de visie uit het ingediende voortgang van de uitvoering van zowel de visie uit het ingediende
beleidsplan, vermeld in artikel 28 van dit besluit, als de relevante beleidsplan, vermeld in artikel 28 van dit besluit, als de relevante
inhoudelijke bepalingen in de beheersovereenkomst met het steunpunt, inhoudelijke bepalingen in de beheersovereenkomst met het steunpunt,
vermeld in artikel 35 van dit besluit, als de elementen uit het vermeld in artikel 35 van dit besluit, als de elementen uit het
meerjarenplan, vermeld in artikel 38 van het voormelde decreet; meerjarenplan, vermeld in artikel 38 van het voormelde decreet;
c) een gedetailleerd overzicht van de gerealiseerde acties en c) een gedetailleerd overzicht van de gerealiseerde acties en
activiteiten. Eventuele afwijkingen ten opzichte van de aanvraag activiteiten. Eventuele afwijkingen ten opzichte van de aanvraag
worden daarbij toegelicht; worden daarbij toegelicht;
d) minstens voor het volgende werkjaar een overzicht van geplande d) minstens voor het volgende werkjaar een overzicht van geplande
acties en activiteiten om de inhoudelijke beleidsvisie te realiseren, acties en activiteiten om de inhoudelijke beleidsvisie te realiseren,
met aandacht voor de opdrachten, zoals bepaald in artikel 30 van het met aandacht voor de opdrachten, zoals bepaald in artikel 30 van het
voormelde decreet, en de criteria, vermeld in artikel 33 van het voormelde decreet, en de criteria, vermeld in artikel 33 van het
voormelde decreet; voormelde decreet;
2° een beknopte financiële verantwoording met een resultatenrekening 2° een beknopte financiële verantwoording met een resultatenrekening
van de kosten en opbrengsten van de organisatie; van de kosten en opbrengsten van de organisatie;
3° een lijst met beleidsrelevante gegevens, als die voorzien is in het 3° een lijst met beleidsrelevante gegevens, als die voorzien is in het
model van verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 11, tweede lid, model van verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 11, tweede lid,
van dit besluit. van dit besluit.
Afdeling 3. - Bepalingen voor het sluiten van een beheersovereenkomst Afdeling 3. - Bepalingen voor het sluiten van een beheersovereenkomst

Art. 35.Een beheersovereenkomst als vermeld in artikel 38 van het

Art. 35.Een beheersovereenkomst als vermeld in artikel 38 van het

Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, bevat minstens bepalingen Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, bevat minstens bepalingen
over: over:
1° de missie van het steunpunt; 1° de missie van het steunpunt;
2° de invulling van de opdrachten, vermeld in artikel 30 van het 2° de invulling van de opdrachten, vermeld in artikel 30 van het
voormelde decreet; voormelde decreet;
3° de strategische en operationele doelstellingen en de bijbehorende 3° de strategische en operationele doelstellingen en de bijbehorende
indicatoren; indicatoren;
4° de samenwerking, naargelang de inhoudelijke noodzaak, met andere 4° de samenwerking, naargelang de inhoudelijke noodzaak, met andere
organisaties, binnen of buiten het culturele veld; organisaties, binnen of buiten het culturele veld;
5° het toegekende bedrag van de werkingssubsidie van het steunpunt per 5° het toegekende bedrag van de werkingssubsidie van het steunpunt per
werkjaar; werkjaar;
6° de betaalmodaliteiten en de reservenormering; 6° de betaalmodaliteiten en de reservenormering;
7° de modaliteiten over de werking, evaluatie, toezicht en sancties; 7° de modaliteiten over de werking, evaluatie, toezicht en sancties;
8° de subsidie- en financieringsvoorwaarden; 8° de subsidie- en financieringsvoorwaarden;
9° de termijn en wijze waarop het steunpunt het meerjarenplan, vermeld 9° de termijn en wijze waarop het steunpunt het meerjarenplan, vermeld
in artikel 38, tweede lid, van het voormelde decreet, ter goedkeuring in artikel 38, tweede lid, van het voormelde decreet, ter goedkeuring
voorlegt aan de administratie, alsook wat dit meerjarenplan inhoudt, voorlegt aan de administratie, alsook wat dit meerjarenplan inhoudt,
en de termijn en wijze waarop de administratie goedkeuring geeft. en de termijn en wijze waarop de administratie goedkeuring geeft.
De administratie onderhandelt met het steunpunt over de inhoud van de De administratie onderhandelt met het steunpunt over de inhoud van de
beheersovereenkomst. beheersovereenkomst.

Art. 36.De Vlaamse Regering sluit een beheersovereenkomst als vermeld

Art. 36.De Vlaamse Regering sluit een beheersovereenkomst als vermeld

in artikel 38 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, in artikel 38 van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018,
uiterlijk voor de aanvang van de beleidsperiode, vermeld in artikel uiterlijk voor de aanvang van de beleidsperiode, vermeld in artikel
38, derde lid, van het voormelde decreet. 38, derde lid, van het voormelde decreet.
HOOFDSTUK 6. - Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden HOOFDSTUK 6. - Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden
Afdeling 1. - Aanvragen en toekennen van subsidies Afdeling 1. - Aanvragen en toekennen van subsidies

Art. 37.De regisseursrol, vermeld in artikel 39, tweede lid, van het

Art. 37.De regisseursrol, vermeld in artikel 39, tweede lid, van het

Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, wordt cultuurbreed via de Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, wordt cultuurbreed via de
volgende basisopdrachten als verbinder, facilitator en verduurzamer volgende basisopdrachten als verbinder, facilitator en verduurzamer
van het bovenlokale veld ingevuld: van het bovenlokale veld ingevuld:
1° verbinden en netwerken: inhoudelijk, bestuurlijk en geografisch 1° verbinden en netwerken: inhoudelijk, bestuurlijk en geografisch
alle culturele actoren samenbrengen, netwerken faciliteren en actief alle culturele actoren samenbrengen, netwerken faciliteren en actief
samenwerkingen bemiddelen; samenwerkingen bemiddelen;
2° faciliteren en ondersteunen: bottom-up potentievolle praktijken 2° faciliteren en ondersteunen: bottom-up potentievolle praktijken
detecteren en beschrijven en stimuleren, en acties ondernemen om het detecteren en beschrijven en stimuleren, en acties ondernemen om het
bovenlokale culturele veld daar waar nodig te waarderen en versterken; bovenlokale culturele veld daar waar nodig te waarderen en versterken;
3° verduurzamen en verspreiden: opkomende vernieuwende culturele 3° verduurzamen en verspreiden: opkomende vernieuwende culturele
praktijken erkennen en helpen verduurzamen, en nieuwe inzichten en praktijken erkennen en helpen verduurzamen, en nieuwe inzichten en
praktijken verspreiden binnen het bovenlokale culturele veld. praktijken verspreiden binnen het bovenlokale culturele veld.
De minister kan de specifieke uitwerking van de basisopdrachten ter De minister kan de specifieke uitwerking van de basisopdrachten ter
uitvoering van de regisseursrol, vermeld in het eerste lid, verder uitvoering van de regisseursrol, vermeld in het eerste lid, verder
bepalen. Dit kan gebeuren in samenspraak met de representatieve bepalen. Dit kan gebeuren in samenspraak met de representatieve
organisaties die belangenbehartiger zijn van de Vlaamse steden en organisaties die belangenbehartiger zijn van de Vlaamse steden en
gemeenten, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, en de Raad voor Cultuur, gemeenten, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, en de Raad voor Cultuur,
Jeugd, Sport en Media. Jeugd, Sport en Media.

Art. 38.Het aanvraagdossier is tijdig ingediend uiterlijk op 1

Art. 38.Het aanvraagdossier is tijdig ingediend uiterlijk op 1

oktober van het jaar dat voorafgaat aan de start van de oktober van het jaar dat voorafgaat aan de start van de
subsidieperiode van zes jaar, vermeld in artikel 47 van het subsidieperiode van zes jaar, vermeld in artikel 47 van het
Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018. De eerste indiendatum is Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018. De eerste indiendatum is
1 oktober 2019. 1 oktober 2019.

Art. 39.De gegevens en documenten in het aanvraagdossier, vermeld in

Art. 39.De gegevens en documenten in het aanvraagdossier, vermeld in

artikel 41, 2°, van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, artikel 41, 2°, van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018,
bevatten minstens: bevatten minstens:
1° een beschrijving van de elementen, vermeld in artikel 44 en 45 van 1° een beschrijving van de elementen, vermeld in artikel 44 en 45 van
het voormelde decreet; het voormelde decreet;
2° een opsomming van de verschillende gemeentes en, in voorkomend 2° een opsomming van de verschillende gemeentes en, in voorkomend
geval, districten in het aanvragende intergemeentelijke geval, districten in het aanvragende intergemeentelijke
samenwerkingsverband, een opsomming van hun individuele inbreng in de samenwerkingsverband, een opsomming van hun individuele inbreng in de
samenwerking, en hun contactgegevens; samenwerking, en hun contactgegevens;
3° een verklaring op erewoord, van elk van de gemeenten en, in 3° een verklaring op erewoord, van elk van de gemeenten en, in
voorkomend geval, districten in het intergemeentelijke voorkomend geval, districten in het intergemeentelijke
samenwerkingsverband, vermeld in punt 2°, tot het gezamenlijk samenwerkingsverband, vermeld in punt 2°, tot het gezamenlijk
overmaken van het jaarlijkse bedrag, vermeld in artikel 40, 2°, van overmaken van het jaarlijkse bedrag, vermeld in artikel 40, 2°, van
het voormelde decreet, op de rekening van het intergemeentelijk het voormelde decreet, op de rekening van het intergemeentelijk
samenwerkingsverband; samenwerkingsverband;
4° de oprichtingsakte, of een ander geldig bewijs van 4° de oprichtingsakte, of een ander geldig bewijs van
rechtspersoonlijkheid van het intergemeentelijke samenwerkingsverband. rechtspersoonlijkheid van het intergemeentelijke samenwerkingsverband.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid en artikel 11 van dit Met behoud van de toepassing van het eerste lid en artikel 11 van dit
besluit kan de minister nader bepalen welke gegevens en documenten een besluit kan de minister nader bepalen welke gegevens en documenten een
aanvraagdossier voor intergemeentelijke samenwerkingsverbanden bevat, aanvraagdossier voor intergemeentelijke samenwerkingsverbanden bevat,
en aan welke vormelijke voorwaarden een aanvraagdossier voor en aan welke vormelijke voorwaarden een aanvraagdossier voor
intergemeentelijke samenwerkingsverbanden voldoet. intergemeentelijke samenwerkingsverbanden voldoet.
Afdeling 2. - Uitbetaling, toezicht en verantwoording Afdeling 2. - Uitbetaling, toezicht en verantwoording

Art. 40.Het financieel verslag, vermeld in artikel 54, 1°, van het

Art. 40.Het financieel verslag, vermeld in artikel 54, 1°, van het

Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, bestaat uit een Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, bestaat uit een
tussentijds verslag of eindverslag, dat al de volgende stukken bevat: tussentijds verslag of eindverslag, dat al de volgende stukken bevat:
1° een beknopt inhoudelijk verslag waarin gerapporteerd wordt over de 1° een beknopt inhoudelijk verslag waarin gerapporteerd wordt over de
lopende werking, en eventuele afwijkingen ten opzichte van de lopende werking, en eventuele afwijkingen ten opzichte van de
aanvraag. Dat verslag heeft als doel de verstrekte financiële aanvraag. Dat verslag heeft als doel de verstrekte financiële
gegevens, vermeld in punt 2°, te kunnen kaderen in de lopende werking; gegevens, vermeld in punt 2°, te kunnen kaderen in de lopende werking;
2° een financiële verantwoording met daarin: 2° een financiële verantwoording met daarin:
a) de jaarrekening, die bestaat uit de balans, de resultatenrekening a) de jaarrekening, die bestaat uit de balans, de resultatenrekening
en de toelichting van de rechtspersoon. In de resultatenrekening en de toelichting van de rechtspersoon. In de resultatenrekening
worden alle kosten en opbrengsten uit de werkingsperiode opgenomen. worden alle kosten en opbrengsten uit de werkingsperiode opgenomen.
Als de organisatie naast de werkingssubsidies, vermeld in artikel 40 Als de organisatie naast de werkingssubsidies, vermeld in artikel 40
van het voormelde decreet, nog andere subsidies ontvangt, worden die van het voormelde decreet, nog andere subsidies ontvangt, worden die
in dezelfde resultatenrekening opgenomen; in dezelfde resultatenrekening opgenomen;
b) de verslagen van de algemene vergadering of een andere instantie b) de verslagen van de algemene vergadering of een andere instantie
die daarvoor bevoegd is, over de goedkeuring van de rekeningen en de die daarvoor bevoegd is, over de goedkeuring van de rekeningen en de
begroting; begroting;
c) een afschrijvingstabel voor de investeringen als dat van toepassing c) een afschrijvingstabel voor de investeringen als dat van toepassing
is; is;
d) het verslag van een erkende accountant of bedrijfsrevisor die niet d) het verslag van een erkende accountant of bedrijfsrevisor die niet
betrokken is bij de gesubsidieerde organisatie in kwestie, ofwel van betrokken is bij de gesubsidieerde organisatie in kwestie, ofwel van
de persoon die door het openbaar bestuur is belast met het financieel de persoon die door het openbaar bestuur is belast met het financieel
toezicht, met commentaar bij de balans en de resultatenrekening van toezicht, met commentaar bij de balans en de resultatenrekening van
die organisatie, als de jaarlijkse subsidie minstens 80.000 euro die organisatie, als de jaarlijkse subsidie minstens 80.000 euro
bedraagt; bedraagt;
3° een lijst met beleidsrelevante gegevens, als die voorzien is in het 3° een lijst met beleidsrelevante gegevens, als die voorzien is in het
sjabloon van verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 11, tweede sjabloon van verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 11, tweede
lid, van dit besluit. lid, van dit besluit.
Als organisaties naast de activiteiten waarvoor ze met toepassing van Als organisaties naast de activiteiten waarvoor ze met toepassing van
artikel 40 van het voormelde decreet kunnen worden gesubsidieerd, nog artikel 40 van het voormelde decreet kunnen worden gesubsidieerd, nog
andere activiteiten organiseren, maken ze in hun totale boekhouding andere activiteiten organiseren, maken ze in hun totale boekhouding
een duidelijk en identificeerbaar onderscheid tussen beide soorten een duidelijk en identificeerbaar onderscheid tussen beide soorten
activiteiten. activiteiten.
Het verantwoordingsdossier wordt via de webtoepassing digitaal aan de Het verantwoordingsdossier wordt via de webtoepassing digitaal aan de
administratie bezorgd, binnen de termijnen, vermeld in artikel 54 van administratie bezorgd, binnen de termijnen, vermeld in artikel 54 van
het voormelde decreet. het voormelde decreet.

Art. 41.Het voortgangsrapport, vermeld in artikel 54, 2°, van het

Art. 41.Het voortgangsrapport, vermeld in artikel 54, 2°, van het

Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, bestaat uit een Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, bestaat uit een
tussentijds verslag of eindverslag, dat al de volgende stukken bevat: tussentijds verslag of eindverslag, dat al de volgende stukken bevat:
1° een inhoudelijk verslag met daarin: 1° een inhoudelijk verslag met daarin:
a) een evaluatie van de invulling van de taken binnen de a) een evaluatie van de invulling van de taken binnen de
regisseursrol, vermeld in artikel 37 van dit besluit; regisseursrol, vermeld in artikel 37 van dit besluit;
b) een rapport over de globale inhoudelijke werking van het b) een rapport over de globale inhoudelijke werking van het
intergemeentelijk samenwerkingsverband, met aandacht voor de regionale intergemeentelijk samenwerkingsverband, met aandacht voor de regionale
eigenheid en de doelstellingen waarvoor de werkingssubsidie is eigenheid en de doelstellingen waarvoor de werkingssubsidie is
toegekend. Daarbij worden minstens alle elementen van de cultuurnota, toegekend. Daarbij worden minstens alle elementen van de cultuurnota,
vermeld in artikel 44, 1°, van het voormelde decreet, in acht genomen; vermeld in artikel 44, 1°, van het voormelde decreet, in acht genomen;
c) een gedetailleerd overzicht van de gerealiseerde acties en c) een gedetailleerd overzicht van de gerealiseerde acties en
activiteiten. Eventuele afwijkingen ten opzichte van de aanvraag, of activiteiten. Eventuele afwijkingen ten opzichte van de aanvraag, of
in voorkomend geval van de aangepaste cultuurnota, worden daarbij in voorkomend geval van de aangepaste cultuurnota, worden daarbij
toegelicht; toegelicht;
d) minstens voor het volgende werkjaar een overzicht van geplande d) minstens voor het volgende werkjaar een overzicht van geplande
acties en activiteiten om de inhoudelijke beleidsvisie te realiseren, acties en activiteiten om de inhoudelijke beleidsvisie te realiseren,
met aandacht voor de regisseursrol, vermeld in artikel 39 van het met aandacht voor de regisseursrol, vermeld in artikel 39 van het
voormelde decreet, en de elementen, vermeld in artikel 43 van het voormelde decreet, en de elementen, vermeld in artikel 43 van het
voormelde decreet; voormelde decreet;
2° een beknopte financiële verantwoording met een resultatenrekening 2° een beknopte financiële verantwoording met een resultatenrekening
van de kosten en opbrengsten van de organisatie; van de kosten en opbrengsten van de organisatie;
3° een lijst met beleidsrelevante gegevens, als die voorzien zijn in 3° een lijst met beleidsrelevante gegevens, als die voorzien zijn in
het model van verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 11, tweede het model van verantwoordingsdossier, vermeld in artikel 11, tweede
lid, van dit besluit. lid, van dit besluit.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen

Art. 42.In afwijking van artikel 29 wordt de eerste aanvraag voor

Art. 42.In afwijking van artikel 29 wordt de eerste aanvraag voor

werkingssubsidie van het steunpunt ingediend uiterlijk op 1 november werkingssubsidie van het steunpunt ingediend uiterlijk op 1 november
2019. 2019.

Art. 43.In afwijking van artikel 36 van dit besluit gaat de eerste

Art. 43.In afwijking van artikel 36 van dit besluit gaat de eerste

beheersovereenkomst met het steunpunt, vermeld in artikel 38 van het beheersovereenkomst met het steunpunt, vermeld in artikel 38 van het
Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, in op 1 april 2020, en Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018, in op 1 april 2020, en
loopt tot en met 31 december 2024. loopt tot en met 31 december 2024.

Art. 44.De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele

Art. 44.De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele

aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit. aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 26 oktober 2018. Brussel, 26 oktober 2018.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, De Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel,
S. GATZ S. GATZ
^