Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 26/04/2019
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de harmonisering van de arbeidsvoorwaarden "
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de harmonisering van de arbeidsvoorwaarden Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de harmonisering van de arbeidsvoorwaarden
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
26 APRIL 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het 26 APRIL 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het
Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de
harmonisering van de arbeidsvoorwaarden harmonisering van de arbeidsvoorwaarden
DE VLAAMSE REGERING, DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der
instellingen, artikel 87, § 1, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 instellingen, artikel 87, § 1, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16
juli 1993, en § 3, eerste lid, vervangen bij de wet van 8 augustus juli 1993, en § 3, eerste lid, vervangen bij de wet van 8 augustus
1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 6 januari 2014; 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 6 januari 2014;
Gelet op het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het Gelet op het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het
gemeenschapsonderwijs, artikel 67, § 2; gemeenschapsonderwijs, artikel 67, § 2;
Gelet op het bestuursdecreet van 7 december 2018, artikel III.23; Gelet op het bestuursdecreet van 7 december 2018, artikel III.23;
Gelet op het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006; Gelet op het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
begroting, gegeven op 4 mei 2018; begroting, gegeven op 4 mei 2018;
Gelet op protocol nr. 380.1215 van het Sectorcomité XVIII Vlaamse Gelet op protocol nr. 380.1215 van het Sectorcomité XVIII Vlaamse
Gemeenschap - Vlaams Gewest van 1 maart 2019; Gemeenschap - Vlaams Gewest van 1 maart 2019;
Gelet op advies 65.668/3 van de Raad van State, gegeven op 5 april Gelet op advies 65.668/3 van de Raad van State, gegeven op 5 april
2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur,
Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding; Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Aan artikel I 4, § 5, van het Vlaams personeelsstatuut van

Artikel 1.Aan artikel I 4, § 5, van het Vlaams personeelsstatuut van

13 januari 2006, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van
29 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 29 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt de zinsnede ",hetzij voor in de tijd beperkte 1° in punt 1° wordt de zinsnede ",hetzij voor in de tijd beperkte
acties, hetzij voor een buitengewone toename van het werk" opgeheven; acties, hetzij voor een buitengewone toename van het werk" opgeheven;
2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt: 2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° personeelsleden die afwezig zijn te vervangen;" "2° personeelsleden die afwezig zijn te vervangen;"
3° aan punt 4° worden twee zinnen toegevoegd, die luiden als volgt: 3° aan punt 4° worden twee zinnen toegevoegd, die luiden als volgt:
"Betrekkingen met een salarisschaal of beginsalarisschaal die "Betrekkingen met een salarisschaal of beginsalarisschaal die
overeenstemt met rang A2 of hoger kunnen als een hooggekwalificeerde overeenstemt met rang A2 of hoger kunnen als een hooggekwalificeerde
betrekking contractueel worden ingevuld. betrekking contractueel worden ingevuld.
De invulling van het top- en middenkader gebeurt overeenkomstig deel De invulling van het top- en middenkader gebeurt overeenkomstig deel
V;" V;"
4° er worden een punt 5°, 6° en 7° toegevoegd, die luiden als volgt: 4° er worden een punt 5°, 6° en 7° toegevoegd, die luiden als volgt:
"5° te voorzien in de personeelsbehoefte voor activiteiten die worden "5° te voorzien in de personeelsbehoefte voor activiteiten die worden
gefinancierd door een andere publieke of private instantie; gefinancierd door een andere publieke of private instantie;
6° te voorzien in de personeelsbehoefte voor activiteiten die 6° te voorzien in de personeelsbehoefte voor activiteiten die
hoofdzakelijk verricht worden in mededinging met andere hoofdzakelijk verricht worden in mededinging met andere
marktdeelnemers; marktdeelnemers;
7° knelpuntfuncties in te vullen die voorkomen op de lijst van 7° knelpuntfuncties in te vullen die voorkomen op de lijst van
knelpuntfuncties vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de knelpuntfuncties vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de
bestuurszaken."; bestuurszaken.";
5° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: 5° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, stelt in overleg "De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, stelt in overleg
met de functioneel bevoegde ministers, na mededeling aan de Vlaamse met de functioneel bevoegde ministers, na mededeling aan de Vlaamse
Regering, de lijst vast van de contractuele functies die ressorteren Regering, de lijst vast van de contractuele functies die ressorteren
onder punt 6°. ". onder punt 6°. ".

Art. 2.In artikel I 9, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 2.In artikel I 9, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017, wordt het vierde besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017, wordt het vierde
streepje opgeheven. streepje opgeheven.

Art. 3.Aan artikel III 2, 2°, eerste streepje, van hetzelfde besluit

Art. 3.Aan artikel III 2, 2°, eerste streepje, van hetzelfde besluit

worden de woorden "die minder dan één jaar duren" toegevoegd. worden de woorden "die minder dan één jaar duren" toegevoegd.

Art. 4.Aan artikel III 16 van hetzelfde besluit, vervangen bij het

Art. 4.Aan artikel III 16 van hetzelfde besluit, vervangen bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij de besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij de
besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en 29 mei 2009, besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en 29 mei 2009,
worden de volgende wijzigingen aangebracht: worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de eerste zin van paragraaf vier wordt vervangen door wat volgt: 1° de eerste zin van paragraaf vier wordt vervangen door wat volgt:
"De negatieve eindevaluatie van de proefperiode heeft het ontslag van "De negatieve eindevaluatie van de proefperiode heeft het ontslag van
de ambtenaar op proef tot gevolg."; de ambtenaar op proef tot gevolg.";
2° paragraaf 8 en paragraaf 9 worden opgeheven. 2° paragraaf 8 en paragraaf 9 worden opgeheven.

Art. 5.In artikel III 19, eerste lid, van hetzelfde besluit,

Art. 5.In artikel III 19, eerste lid, van hetzelfde besluit,

vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en
gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009,
worden de woorden "het verstrijken van de termijn voor het instellen worden de woorden "het verstrijken van de termijn voor het instellen
van een beroep of op" opgeheven. van een beroep of op" opgeheven.

Art. 6.Aan deel III, hoofdstuk 5, van hetzelfde besluit, het laatst

Art. 6.Aan deel III, hoofdstuk 5, van hetzelfde besluit, het laatst

gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018,
wordt een artikel III 33 toegevoegd, dat luidt als volgt: wordt een artikel III 33 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. III 33. De bepalingen inzake de raad van beroep die golden voor "Art. III 33. De bepalingen inzake de raad van beroep die golden voor
1 juni 2019 blijven van toepassing op de statutaire proeftijden die 1 juni 2019 blijven van toepassing op de statutaire proeftijden die
zijn aangevat voor 1 juni 2019.". zijn aangevat voor 1 juni 2019.".

Art. 7.Aan artikel IV 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 7.Aan artikel IV 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, wordt een paragraaf 4 besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, wordt een paragraaf 4
toegevoegd, die luidt als volgt: toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 4. Het personeelslid kan na de zesde maand die volgt op de " § 4. Het personeelslid kan na de zesde maand die volgt op de
kennisgeving van het evaluatieverslag aan het personeelslid worden kennisgeving van het evaluatieverslag aan het personeelslid worden
geëvalueerd met betrekking tot de prestaties en de wijze waarop de geëvalueerd met betrekking tot de prestaties en de wijze waarop de
prestaties werden geleverd, op voorwaarde dat: prestaties werden geleverd, op voorwaarde dat:
1° het evaluatieverslag dat betrekking had op de vorige evaluatie de 1° het evaluatieverslag dat betrekking had op de vorige evaluatie de
einduitspraak onvoldoende bevatte; einduitspraak onvoldoende bevatte;
2° het personeelslid tijdens de periode die het voorwerp is van de 2° het personeelslid tijdens de periode die het voorwerp is van de
evaluatie gedurende minimaal drie maanden prestaties heeft geleverd. evaluatie gedurende minimaal drie maanden prestaties heeft geleverd.
Verloven die zich tijdens deze periode voordoen, schorten deze periode Verloven die zich tijdens deze periode voordoen, schorten deze periode
op zolang het personeelslid nog geen drie maanden effectief heeft op zolang het personeelslid nog geen drie maanden effectief heeft
gepresteerd; gepresteerd;
3° de evaluatoren die gebruik willen maken van de 3° de evaluatoren die gebruik willen maken van de
evaluatiemogelijkheid vermeld in het eerste lid, dit naar aanleiding evaluatiemogelijkheid vermeld in het eerste lid, dit naar aanleiding
van de kennisgeving van het evaluatieverslag aan het personeelslid van de kennisgeving van het evaluatieverslag aan het personeelslid
meedelen. meedelen.
Als de evaluatie na zes maanden niet werd besloten met een Als de evaluatie na zes maanden niet werd besloten met een
onvoldoende, dan worden de prestaties van het personeelslid en de onvoldoende, dan worden de prestaties van het personeelslid en de
wijze waarop deze werden geleverd de eerstvolgende keer geëvalueerd wijze waarop deze werden geleverd de eerstvolgende keer geëvalueerd
bij het begin van het volgende kalenderjaar." bij het begin van het volgende kalenderjaar."

Art. 8.In artikel V 12, § 4, van hetzelfde besluit, vervangen bij het

Art. 8.In artikel V 12, § 4, van hetzelfde besluit, vervangen bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011, worden tussen de besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011, worden tussen de
zinsnede "paragraaf 2" en de woorden "voor zover" de woorden "en heeft zinsnede "paragraaf 2" en de woorden "voor zover" de woorden "en heeft
recht op het mobiliteitskrediet vermeld in het artikel V 12bis" recht op het mobiliteitskrediet vermeld in het artikel V 12bis"
ingevoegd. ingevoegd.

Art. 9.In artikel V 39, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het

Art. 9.In artikel V 39, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014, worden het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014, worden het
zevende, achtste en negende lid opgeheven. zevende, achtste en negende lid opgeheven.

Art. 10.Aan deel V, titel 5, hoofdstuk 3, van hetzelfde besluit, het

Art. 10.Aan deel V, titel 5, hoofdstuk 3, van hetzelfde besluit, het

laatste gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april laatste gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april
2018, wordt een artikel V 56novies toegevoegd, dat luidt als volgt: 2018, wordt een artikel V 56novies toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. V 56novies. De bepalingen inzake de raad van beroep die golden "Art. V 56novies. De bepalingen inzake de raad van beroep die golden
voor 1 juni 2019 blijven van toepassing op de statutaire proeftijden voor 1 juni 2019 blijven van toepassing op de statutaire proeftijden
die zijn aangevat voor 1 juni 2019." die zijn aangevat voor 1 juni 2019."

Art. 11.In deel VII, titel 1, hoofdstuk 1, van hetzelfde besluit, het

Art. 11.In deel VII, titel 1, hoofdstuk 1, van hetzelfde besluit, het

laatste gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april laatste gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april
2019, wordt een artikel VII 5bis ingevoegd, dat luidt als volgt: 2019, wordt een artikel VII 5bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. VII 5bis. Voor de berekening van de verbrekingsvergoeding "Art. VII 5bis. Voor de berekening van de verbrekingsvergoeding
vermeld in artikel XI 6 en XI 8bis, wordt het bruto weeksalaris vermeld in artikel XI 6 en XI 8bis, wordt het bruto weeksalaris
bekomen door het bruto maandsalaris te delen door dertien en te bekomen door het bruto maandsalaris te delen door dertien en te
vermenigvuldigen met drie.". vermenigvuldigen met drie.".

Art. 12.Aan artikel VII 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het

Art. 12.Aan artikel VII 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij de besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij de
besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008, 29 mei 2009 en 27 besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008, 29 mei 2009 en 27
januari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: januari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het derde lid wordt opgeheven; 1° het derde lid wordt opgeheven;
2° in het vierde lid wordt tussen het woord "feestdagen" en het woord 2° in het vierde lid wordt tussen het woord "feestdagen" en het woord
"die" de woorden "en vervangende vakantiedagen vermeld in artikel X "die" de woorden "en vervangende vakantiedagen vermeld in artikel X
11, § 2, eerste lid" ingevoegd. 11, § 2, eerste lid" ingevoegd.

Art. 13.Artikel VII 109 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

Art. 13.Artikel VII 109 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en vervangen bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt vervangen besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt vervangen
door wat volgt: door wat volgt:
"Art. VII 109. § 1. In geval van plaats- en tijdsonafhankelijk werken "Art. VII 109. § 1. In geval van plaats- en tijdsonafhankelijk werken
stelt de lijnmanager middelen ter beschikking van het personeelslid. stelt de lijnmanager middelen ter beschikking van het personeelslid.
De lijnmanager bepaalt, afhankelijk van de functie en de behoeften, De lijnmanager bepaalt, afhankelijk van de functie en de behoeften,
welke middelen ten laste worden genomen. welke middelen ten laste worden genomen.
Het personeelslid mag die middelen aanwenden voor persoonlijk gebruik. Het personeelslid mag die middelen aanwenden voor persoonlijk gebruik.
De lijnmanager kan een van de volgende beslissingen nemen: De lijnmanager kan een van de volgende beslissingen nemen:
1° de kostprijs van de internetaansluiting en het internetabonnement 1° de kostprijs van de internetaansluiting en het internetabonnement
ten laste nemen via het derde-betalersysteem; ten laste nemen via het derde-betalersysteem;
2° een forfaitaire vergoeding van 20 euro per maand toekennen voor het 2° een forfaitaire vergoeding van 20 euro per maand toekennen voor het
professionele gebruik van de eigen internetverbinding van het professionele gebruik van de eigen internetverbinding van het
personeelslid. personeelslid.
§ 2. De lijnmanager kan een forfaitaire vergoeding van 20 euro per § 2. De lijnmanager kan een forfaitaire vergoeding van 20 euro per
maand toekennen voor het professionele gebruik van de eigen maand toekennen voor het professionele gebruik van de eigen
ICT-toestellen tijdens plaats- en tijdsonafhankelijk werken als de ICT-toestellen tijdens plaats- en tijdsonafhankelijk werken als de
volgende voorwaarden voldaan zijn: volgende voorwaarden voldaan zijn:
1° het professionele gebruik van een eigen ICT-toestel tijdens plaats- 1° het professionele gebruik van een eigen ICT-toestel tijdens plaats-
of tijdsonafhankelijk werken past binnen het veiligheidsbeleid van een of tijdsonafhankelijk werken past binnen het veiligheidsbeleid van een
entiteit, raad of instelling; entiteit, raad of instelling;
2° het personeelslid beschikt niet over een door de werkgever ter 2° het personeelslid beschikt niet over een door de werkgever ter
beschikking gesteld ICT-toestel dat hij in het kader van plaats- en beschikking gesteld ICT-toestel dat hij in het kader van plaats- en
tijdsonafhankelijk werken kan gebruiken. tijdsonafhankelijk werken kan gebruiken.
§ 3. In het kader van plaats- en tijdonafhankelijk werken heeft het § 3. In het kader van plaats- en tijdonafhankelijk werken heeft het
personeelslid geen recht op andere vergoedingen of de terugbetaling personeelslid geen recht op andere vergoedingen of de terugbetaling
van andere kosten dan die vermeld in dit artikel.". van andere kosten dan die vermeld in dit artikel.".

Art. 14.Aan artikel X 9, § 1, van hetzelfde besluit, het laatst

Art. 14.Aan artikel X 9, § 1, van hetzelfde besluit, het laatst

gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december
2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen het vijfde en zesde lid worden twee leden ingevoegd, die 1° tussen het vijfde en zesde lid worden twee leden ingevoegd, die
luiden als volgt: luiden als volgt:
"Een personeelslid dat door ziekteverlof niet in staat was om tijdens "Een personeelslid dat door ziekteverlof niet in staat was om tijdens
het lopende kalenderjaar al zijn jaarlijkse vakantiedagen op te nemen, het lopende kalenderjaar al zijn jaarlijkse vakantiedagen op te nemen,
kan bovenop de elf dagen vermeld in het vierde lid of de vijf dagen kan bovenop de elf dagen vermeld in het vierde lid of de vijf dagen
vermeld in het vijfde lid maximaal dertien bijkomende dagen jaarlijkse vermeld in het vijfde lid maximaal dertien bijkomende dagen jaarlijkse
vakantiedagen overdragen naar het volgende kalenderjaar. De jaarlijkse vakantiedagen overdragen naar het volgende kalenderjaar. De jaarlijkse
vakantiedagen die op grond van dit lid werden overgedragen, tellen vakantiedagen die op grond van dit lid werden overgedragen, tellen
niet mee voor de berekening van het maximum van 150 werkdagen vermeld niet mee voor de berekening van het maximum van 150 werkdagen vermeld
in het vierde lid en moeten binnen de twee jaar die volgen op de in het vierde lid en moeten binnen de twee jaar die volgen op de
overdracht van van de jaarlijkse vakantiedagen worden opgenomen. Bij overdracht van van de jaarlijkse vakantiedagen worden opgenomen. Bij
niet-opname binnen de twee jaar na overdracht gaan de overgedragen niet-opname binnen de twee jaar na overdracht gaan de overgedragen
dagen verloren. dagen verloren.
In afwijking van het zesde lid kan een personeelslid dat door In afwijking van het zesde lid kan een personeelslid dat door
ziekteverlof niet in staat was om tijdens het lopende kalenderjaar al ziekteverlof niet in staat was om tijdens het lopende kalenderjaar al
zijn jaarlijkse vakantiedagen op te nemen en dat door het bereiken van zijn jaarlijkse vakantiedagen op te nemen en dat door het bereiken van
de grens van 150 werkdagen vermeld in het vierde lid de elf dagen de grens van 150 werkdagen vermeld in het vierde lid de elf dagen
vermeld in het vierde lid of de vijf dagen vermeld in het vijfde lid vermeld in het vierde lid of de vijf dagen vermeld in het vijfde lid
niet of niet volledig kon overdragen bijkomend respectievelijk niet of niet volledig kon overdragen bijkomend respectievelijk
maximaal elf of vijf dagen jaarlijkse vakantiedagen overdragen naar maximaal elf of vijf dagen jaarlijkse vakantiedagen overdragen naar
het volgende jaar die binnen de twee jaar na de overdracht moeten het volgende jaar die binnen de twee jaar na de overdracht moeten
worden opgenomen. Bij niet-opname binnen de twee jaar na overdracht worden opgenomen. Bij niet-opname binnen de twee jaar na overdracht
gaan de overgedragen dagen verloren.". gaan de overgedragen dagen verloren.".
2° aan het zesde lid, dat het achtste lid wordt, wordt een zin 2° aan het zesde lid, dat het achtste lid wordt, wordt een zin
toegevoegd die luidt als volgt: toegevoegd die luidt als volgt:
"Deze regeling is overeenkomstig van toepassing op het verlof dat met "Deze regeling is overeenkomstig van toepassing op het verlof dat met
toepassing van het zesde en zevende lid werd overgedragen.". toepassing van het zesde en zevende lid werd overgedragen.".

Art. 15.Aan artikel X 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 15.Aan artikel X 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, worden de volgende
wijzigingen aangebracht: wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt: 1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"Een personeelslid dat voorafgaand aan zijn jaarlijks verlof ziek "Een personeelslid dat voorafgaand aan zijn jaarlijks verlof ziek
wordt, kan het jaarlijks verlof intrekken."; wordt, kan het jaarlijks verlof intrekken.";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: 2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Een personeelslid dat tijdens zijn jaarlijkse vakantie ziek wordt of "Een personeelslid dat tijdens zijn jaarlijkse vakantie ziek wordt of
een ongeval heeft, kan de periode van jaarlijkse vakantie die een ongeval heeft, kan de periode van jaarlijkse vakantie die
overeenstemt met de periode gedurende welke men door de ziekte of overeenstemt met de periode gedurende welke men door de ziekte of
ongeval arbeidsongeschikt was, omzetten naar ziekteverlof. Opdat de ongeval arbeidsongeschikt was, omzetten naar ziekteverlof. Opdat de
jaarlijkse vakantiedagen naar ziekteverlof kunnen worden omgezet, jaarlijkse vakantiedagen naar ziekteverlof kunnen worden omgezet,
moet: moet:
1° het personeelslid een getuigschrift van zijn behandelend arts 1° het personeelslid een getuigschrift van zijn behandelend arts
indienen waaruit de startdatum en duur van de arbeidsongeschiktheid indienen waaruit de startdatum en duur van de arbeidsongeschiktheid
blijkt; blijkt;
2° de arbeidsongeschiktheid melden overeenkomstig de regeling die is 2° de arbeidsongeschiktheid melden overeenkomstig de regeling die is
opgenomen in het arbeidsreglement.". opgenomen in het arbeidsreglement.".

Art. 16.Aan artikel X 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 16.Aan artikel X 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden de besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden de
volgende wijzigingen aangebracht: volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt opgeheven; 1° het tweede lid wordt opgeheven;
2° er wordt een lid toegevoegd dat luidt als volgt: 2° er wordt een lid toegevoegd dat luidt als volgt:
"Indien de federale medische dienst bevoegd voor de definitieve "Indien de federale medische dienst bevoegd voor de definitieve
ongeschiktverklaring van de ambtenaar meedeelt dat een ambtenaar een ongeschiktverklaring van de ambtenaar meedeelt dat een ambtenaar een
onderzoek in het kader van de vroegtijdige oppensioenstelling wegens onderzoek in het kader van de vroegtijdige oppensioenstelling wegens
gezondheidsredenen heeft belemmerd of geweigerd, dan vraagt de gezondheidsredenen heeft belemmerd of geweigerd, dan vraagt de
lijnmanager aan de ambtenaar om de redenen hiervan mee te delen binnen lijnmanager aan de ambtenaar om de redenen hiervan mee te delen binnen
de veertien dagen. Indien de ambtenaar geen gevolg geeft aan deze de veertien dagen. Indien de ambtenaar geen gevolg geeft aan deze
vraag om toelichting te geven of geen geldige reden aantoont, wordt vraag om toelichting te geven of geen geldige reden aantoont, wordt
hij in non-activiteit gezet vanaf de dag waarop hij het onderzoek hij in non-activiteit gezet vanaf de dag waarop hij het onderzoek
heeft belemmerd of geweigerd tot de dag van herneming van het werk.". heeft belemmerd of geweigerd tot de dag van herneming van het werk.".

Art. 17.Artikel X 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

Art. 17.Artikel X 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, wordt vervangen door wat van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, wordt vervangen door wat
volgt: volgt:
"Art. X 22. § 1. Een ambtenaar die afwezig is wegens ziekte of ongeval "Art. X 22. § 1. Een ambtenaar die afwezig is wegens ziekte of ongeval
van gemeen recht kan in het kader van de re-integratie in een voltijds van gemeen recht kan in het kader van de re-integratie in een voltijds
arbeidsregime de arbeid deeltijds hervatten onder de vorm van arbeidsregime de arbeid deeltijds hervatten onder de vorm van
deeltijdse prestaties wegens ziekte. deeltijdse prestaties wegens ziekte.
De deeltijdse prestaties wegens ziekte worden toegekend door het De deeltijdse prestaties wegens ziekte worden toegekend door het
geneeskundig controleorgaan, dat eveneens de duurtijd van deeltijdse geneeskundig controleorgaan, dat eveneens de duurtijd van deeltijdse
prestaties wegens ziekte, als het prestatieregime tijdens de prestaties wegens ziekte, als het prestatieregime tijdens de
deeltijdse prestaties wegens ziekte bepaalt. deeltijdse prestaties wegens ziekte bepaalt.
De duurtijd vermeld in het tweede lid, bedraagt maximaal drie maanden De duurtijd vermeld in het tweede lid, bedraagt maximaal drie maanden
en kan voor zover de deeltijdse prestaties wegens ziekte blijven en kan voor zover de deeltijdse prestaties wegens ziekte blijven
bijdragen tot de voltijdse hervatting van de arbeid meermaals worden bijdragen tot de voltijdse hervatting van de arbeid meermaals worden
verlengd met een periode van maximaal drie maanden. verlengd met een periode van maximaal drie maanden.
Het prestatieregime vermeld in het tweede lid bedraagt minimaal 50% Het prestatieregime vermeld in het tweede lid bedraagt minimaal 50%
van een voltijdse arbeidsduur. van een voltijdse arbeidsduur.
§ 2. De deeltijdse prestaties vermeld in § 1 zijn gedurende de eerste § 2. De deeltijdse prestaties vermeld in § 1 zijn gedurende de eerste
zes maanden van het re-integratietraject een recht. zes maanden van het re-integratietraject een recht.
Vanaf de zevende maand kunnen de deeltijdse prestaties wegens ziekte, Vanaf de zevende maand kunnen de deeltijdse prestaties wegens ziekte,
na advies van het geneeskundig controleorgaan, worden toegestaan als na advies van het geneeskundig controleorgaan, worden toegestaan als
ze blijven bijdragen tot de voltijdse re-integratie van de ambtenaar ze blijven bijdragen tot de voltijdse re-integratie van de ambtenaar
en de lijnmanager instemt met de verderzetting van de deeltijdse en de lijnmanager instemt met de verderzetting van de deeltijdse
prestaties wegens ziekte. prestaties wegens ziekte.
Van het minimum prestatieregime vermeld in § 1, vierde lid, kan worden Van het minimum prestatieregime vermeld in § 1, vierde lid, kan worden
afgeweken als de lijnmanager hiermee instemt. afgeweken als de lijnmanager hiermee instemt.
§ 3. De afwezigheid van de ambtenaar tijdens de periode van deeltijdse § 3. De afwezigheid van de ambtenaar tijdens de periode van deeltijdse
prestaties wegens ziekte wordt beschouwd als ziekteverlof en met prestaties wegens ziekte wordt beschouwd als ziekteverlof en met
dienstactiviteit gelijkgesteld. De aanrekening op het aantal dagen dienstactiviteit gelijkgesteld. De aanrekening op het aantal dagen
vermeld in artikel X 20 gebeurt pro rata. vermeld in artikel X 20 gebeurt pro rata.
§ 4. Aan het contractuele personeelslid wordt de gedeeltelijke § 4. Aan het contractuele personeelslid wordt de gedeeltelijke
werkhervatting toegekend overeenkomstig de regels die zijn opgenomen werkhervatting toegekend overeenkomstig de regels die zijn opgenomen
in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de
ZIV-wetgeving. ZIV-wetgeving.
De gedeeltelijke werkhervatting is gedurende de eerste zes maanden een De gedeeltelijke werkhervatting is gedurende de eerste zes maanden een
recht. Vanaf de zevende maand kan de gedeeltelijke werkhervatting, na recht. Vanaf de zevende maand kan de gedeeltelijke werkhervatting, na
advies van de adviserend geneesheer van de mutualiteit, verder worden advies van de adviserend geneesheer van de mutualiteit, verder worden
toegekend als de lijnmanager hiermee instemt. toegekend als de lijnmanager hiermee instemt.
Een contractueel personeelslid kan het werk gedeeltelijk hervatten met Een contractueel personeelslid kan het werk gedeeltelijk hervatten met
een arbeidsregime dat minder dan 50% van een voltijdse arbeidsduur een arbeidsregime dat minder dan 50% van een voltijdse arbeidsduur
bedraagt als de lijnmanager hiermee instemt.". bedraagt als de lijnmanager hiermee instemt.".

Art. 18.Aan artikel X 23, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij

Art. 18.Aan artikel X 23, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij

het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden de het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden de
volgende wijzigingen aangebracht: volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 5° wordt opgeheven; 1° punt 5° wordt opgeheven;
2° in het derde lid wordt de zinsnede ",4° en 5° " vervangen door de 2° in het derde lid wordt de zinsnede ",4° en 5° " vervangen door de
zinsnede " en 4° ". zinsnede " en 4° ".

Art. 19.Aan artikel X 65, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de

Art. 19.Aan artikel X 65, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de

besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en 29 mei 2009, besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en 29 mei 2009,
worden de volgende wijzigingen aangebracht: worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° worden tussen de zinsnede 'uitgezonderd,' en de zinsnede 1° in punt 1° worden tussen de zinsnede 'uitgezonderd,' en de zinsnede
'of lid van de districtsraad van een district,' de zinsnede " of lid 'of lid van de districtsraad van een district,' de zinsnede " of lid
van het bijzonder comité voor de sociale dienst dat geen van het bijzonder comité voor de sociale dienst dat geen
gemeenteraadslid of lid van een raad voor maatschappelijk welzijn van gemeenteraadslid of lid van een raad voor maatschappelijk welzijn van
een gemeente is," ingevoegd en worden de woorden "de voorzitter van een gemeente is," ingevoegd en worden de woorden "de voorzitter van
het districtscollege" vervangen door de woorden "de het districtscollege" vervangen door de woorden "de
districtsburgemeester"; districtsburgemeester";
2° in punt 2° worden de woorden "lid is van de deputatie" vervangen 2° in punt 2° worden de woorden "lid is van de deputatie" vervangen
door de woorden "gedeputeerde is". door de woorden "gedeputeerde is".

Art. 20.Aan artikel X 66 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de

Art. 20.Aan artikel X 66 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de

besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en 29 mei 2009, besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en 29 mei 2009,
worden de volgende wijzigingen aangebracht: worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° worden tussen de zinsnede 'uitgezonderd,' en de zinsnede 1° in punt 1° worden tussen de zinsnede 'uitgezonderd,' en de zinsnede
'of lid van de districtsraad van een district,' de zinsnede " of lid 'of lid van de districtsraad van een district,' de zinsnede " of lid
van het bijzonder comité voor de sociale dienst dat geen van het bijzonder comité voor de sociale dienst dat geen
gemeenteraadslid of lid van een raad voor maatschappelijk welzijn van gemeenteraadslid of lid van een raad voor maatschappelijk welzijn van
een gemeente is," ingevoegd en worden de woorden "de voorzitter van een gemeente is," ingevoegd en worden de woorden "de voorzitter van
het districtscollege en de leden van het districtscollege" vervangen het districtscollege en de leden van het districtscollege" vervangen
door de woorden "de districtsburgemeester en de districtsschepenen"; door de woorden "de districtsburgemeester en de districtsschepenen";
2° in punt 2° worden de woorden "van het districtscollege van een 2° in punt 2° worden de woorden "van het districtscollege van een
district" vervangen door het woord "districtsburgemeester"; district" vervangen door het woord "districtsburgemeester";
3° in punt 3° worden de woorden "van het districtscollege van een 3° in punt 3° worden de woorden "van het districtscollege van een
district" vervangen door het woord "districtsschepen"; district" vervangen door het woord "districtsschepen";
4° in punt 5° worden de woorden "lid is van de deputatie" vervangen 4° in punt 5° worden de woorden "lid is van de deputatie" vervangen
door de woorden "gedeputeerde is". door de woorden "gedeputeerde is".

Art. 21.Aan artikel X 67 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 21.Aan artikel X 67 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en het besluit van de besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en het besluit van de
Vlaamse Regering van 29 mei 2009, worden de volgende wijzigingen Vlaamse Regering van 29 mei 2009, worden de volgende wijzigingen
aangebracht: aangebracht:
1° in punt 1° worden de woorden "voorzitters van het districtscollege 1° in punt 1° worden de woorden "voorzitters van het districtscollege
van een district" vervangen door het woord "districtsburgemeesters"; van een district" vervangen door het woord "districtsburgemeesters";
2° in punt 2° worden de woorden "leden van het bureau van het 2° in punt 2° worden de woorden "leden van het bureau van het
districtscollege van een district" vervangen door het woord districtscollege van een district" vervangen door het woord
"districtsschepenen"; "districtsschepenen";
3° in punt 3° worden de woorden "lid van de deputatie van een 3° in punt 3° worden de woorden "lid van de deputatie van een
provincieraad" vervangen door de woorden "de gedeputeerde"; provincieraad" vervangen door de woorden "de gedeputeerde";
4° in punt 9° worden de woorden "gewestelijk staatssecretaris van het 4° in punt 9° worden de woorden "gewestelijk staatssecretaris van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest" vervangen door de woorden Brussels Hoofdstedelijk Gewest" vervangen door de woorden
"staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest". "staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest".

Art. 22.In artikel X 69 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 22.In artikel X 69 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008, worden de woorden besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008, worden de woorden
"van het districtscollege van een district" vervangen door de woorden "van het districtscollege van een district" vervangen door de woorden
"een districtsburgemeester". "een districtsburgemeester".

Art. 23.Aan artikel X 80 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 3

Art. 23.Aan artikel X 80 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 3

toegevoegd, die luidt als volgt: toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. De ambtenaar die op grond van artikel 42 van de arbeidswet van " § 3. De ambtenaar die op grond van artikel 42 van de arbeidswet van
16 maart 1971 vrijgesteld werd van arbeid krijgt dienstvrijstelling. 16 maart 1971 vrijgesteld werd van arbeid krijgt dienstvrijstelling.
Voor het contractueel personeelslid wordt deze afwezigheid geregeld op Voor het contractueel personeelslid wordt deze afwezigheid geregeld op
grond van de arbeidswet en gelijkgesteld met dienstactiviteit zonder grond van de arbeidswet en gelijkgesteld met dienstactiviteit zonder
doorbetaling van het salaris.". doorbetaling van het salaris.".

Art. 24.Aan deel X, titel 14, van hetzelfde besluit, het laatst

Art. 24.Aan deel X, titel 14, van hetzelfde besluit, het laatst

gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december
2017, wordt een artikel X 96 toegevoegd, dat luidt als volgt: 2017, wordt een artikel X 96 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. X 96. De deeltijdse prestaties wegens ziekte die door het "Art. X 96. De deeltijdse prestaties wegens ziekte die door het
controleorgaan werden toegekend voor 1 juni 2019 en die een einddatum controleorgaan werden toegekend voor 1 juni 2019 en die een einddatum
hebben na 31 mei 2019 blijven doorlopen tot en met de voorziene hebben na 31 mei 2019 blijven doorlopen tot en met de voorziene
einddatum en dit overeenkomstig de regeling die gold bij toekenning. einddatum en dit overeenkomstig de regeling die gold bij toekenning.
Een verlenging gebeurt overeenkomstig de regeling die geldt vanaf 1 Een verlenging gebeurt overeenkomstig de regeling die geldt vanaf 1
juni 2019." juni 2019."
De deeltijdse prestaties wegens ziekte die werden opgenomen De deeltijdse prestaties wegens ziekte die werden opgenomen
overeenkomstig de regeling die gold voor 1 juli 2019 worden niet overeenkomstig de regeling die gold voor 1 juli 2019 worden niet
aangerekend op de zes maanden vermeld in artikel X 22, § 2. " aangerekend op de zes maanden vermeld in artikel X 22, § 2. "

Art. 25.In artikel XI 4, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit

Art. 25.In artikel XI 4, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit

worden de woorden "overeenstemt met drie maanden loon voor elke worden de woorden "overeenstemt met drie maanden loon voor elke
volledige of ingegane schijf van vijf jaar tewerkstelling bij de volledige of ingegane schijf van vijf jaar tewerkstelling bij de
diensten van de Vlaamse overheid" vervangen door de woorden "berekend diensten van de Vlaamse overheid" vervangen door de woorden "berekend
wordt overeenkomstig artikel XI 8bis". wordt overeenkomstig artikel XI 8bis".

Art. 26.In artikel XI 5 van hetzelfde besluit wordt punt 3° vervangen

Art. 26.In artikel XI 5 van hetzelfde besluit wordt punt 3° vervangen

door wat volgt: door wat volgt:
"3° het ontslag na twee onvoldoendes, zoals bepaald in artikel XI 8.". "3° het ontslag na twee onvoldoendes, zoals bepaald in artikel XI 8.".

Art. 27.Artikel XI 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

Art. 27.Artikel XI 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, wordt vervangen door wat van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, wordt vervangen door wat
volgt: volgt:
"Art. XI 6. § 1. Een ambtenaar die vrijwillig ontslag neemt, bezorgt "Art. XI 6. § 1. Een ambtenaar die vrijwillig ontslag neemt, bezorgt
zijn beslissing schriftelijk aan de benoemende overheid. zijn beslissing schriftelijk aan de benoemende overheid.
Naast de beslissing tot vrijwillig ontslag omvat de schriftelijke Naast de beslissing tot vrijwillig ontslag omvat de schriftelijke
melding vermeld in het eerste lid de begindatum en de duur van de door melding vermeld in het eerste lid de begindatum en de duur van de door
de ambtenaar te respecteren opzeggingstermijn. de ambtenaar te respecteren opzeggingstermijn.
Het vrijwillig ontslag als ambtenaar treedt in werking na het Het vrijwillig ontslag als ambtenaar treedt in werking na het
verstrijken van een opzeggingstermijn, onverminderd § 2. verstrijken van een opzeggingstermijn, onverminderd § 2.
De opzeggingstermijn start op de maandag die volgt op de week waarin De opzeggingstermijn start op de maandag die volgt op de week waarin
het vrijwillig ontslag schriftelijk ter kennis aan de benoemende het vrijwillig ontslag schriftelijk ter kennis aan de benoemende
overheid werd gebracht. overheid werd gebracht.
De door de ambtenaar te respecteren opzeggingstermijn wordt als volgt De door de ambtenaar te respecteren opzeggingstermijn wordt als volgt
vastgesteld: vastgesteld:
Anciënniteit bij de diensten van de Vlaamse overheid Anciënniteit bij de diensten van de Vlaamse overheid
opzeggingstermijn opzeggingstermijn
Van 0 tot minder dan drie maanden Van 0 tot minder dan drie maanden
1 week 1 week
Van drie maanden tot minder dan zes maanden Van drie maanden tot minder dan zes maanden
2 weken 2 weken
Van zes maanden tot minder dan twaalf maanden Van zes maanden tot minder dan twaalf maanden
3 weken 3 weken
Van twaalf maanden tot minder dan 18 maanden Van twaalf maanden tot minder dan 18 maanden
4 weken 4 weken
Van 18 maanden tot minder dan 24 maanden Van 18 maanden tot minder dan 24 maanden
5 weken 5 weken
Van 2 jaar tot minder dan 4 jaar Van 2 jaar tot minder dan 4 jaar
6 weken 6 weken
Van 4 jaar tot minder dan 5 jaar Van 4 jaar tot minder dan 5 jaar
7 weken 7 weken
Van 5 jaar tot minder dan 6 jaar Van 5 jaar tot minder dan 6 jaar
9 weken 9 weken
Van 6 jaar tot minder dan 7 jaar Van 6 jaar tot minder dan 7 jaar
10 weken 10 weken
Van 7 jaar tot minder dan 8 jaar Van 7 jaar tot minder dan 8 jaar
12 weken 12 weken
Vanaf 8 jaar Vanaf 8 jaar
13 weken 13 weken
Voor de bepaling van de anciënniteit in het kader van de vaststelling Voor de bepaling van de anciënniteit in het kader van de vaststelling
van de opzeggingstermijn wordt rekening gehouden met de periodes van van de opzeggingstermijn wordt rekening gehouden met de periodes van
ononderbroken tewerkstelling als personeelslid bij de diensten van de ononderbroken tewerkstelling als personeelslid bij de diensten van de
Vlaamse overheid. Periodes gedurende welke de ambtenaar met een verlof Vlaamse overheid. Periodes gedurende welke de ambtenaar met een verlof
was, tellen mee voor de berekening van de anciënniteit vermeld in dit was, tellen mee voor de berekening van de anciënniteit vermeld in dit
lid. lid.
Onverminderd het zesde lid wordt eveneens de tewerkstelling als Onverminderd het zesde lid wordt eveneens de tewerkstelling als
personeelslid meegerekend die werd gepresteerd bij de federale personeelslid meegerekend die werd gepresteerd bij de federale
overheid of bij een provincie door de ambtenaar die krachtens de overheid of bij een provincie door de ambtenaar die krachtens de
staatshervorming of in het kader van de afslanking van de provincies staatshervorming of in het kader van de afslanking van de provincies
van de federale overheid of een provincie naar de diensten van de van de federale overheid of een provincie naar de diensten van de
Vlaamse overheid werd overgeheveld Vlaamse overheid werd overgeheveld
In onderling akkoord tussen de benoemende overheid en de ambtenaar kan In onderling akkoord tussen de benoemende overheid en de ambtenaar kan
worden overeengekomen dat er geen opzeggingstermijn moet worden worden overeengekomen dat er geen opzeggingstermijn moet worden
gepresteerd of dat de te presteren opzeggingstermijn afwijkt van de gepresteerd of dat de te presteren opzeggingstermijn afwijkt van de
termijn vastgesteld op grond van dit artikel. termijn vastgesteld op grond van dit artikel.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, derde lid, gaat het vrijwillig § 2. In afwijking van paragraaf 1, derde lid, gaat het vrijwillig
ontslag als ambtenaar onmiddellijk in mits de ambtenaar een ontslag als ambtenaar onmiddellijk in mits de ambtenaar een
verbrekingsvergoeding betaalt. verbrekingsvergoeding betaalt.
De hoogte van de verbrekingsvergoeding vermeld in het eerste lid is De hoogte van de verbrekingsvergoeding vermeld in het eerste lid is
gelijk aan het salaris dat tijdens de opzeggingstermijn, die gelijk aan het salaris dat tijdens de opzeggingstermijn, die
overeenkomstig artikel XI 6, § 1, had moeten worden gepresteerd, moest overeenkomstig artikel XI 6, § 1, had moeten worden gepresteerd, moest
worden uitbetaald. Bij de berekening van de verbrekingsvergoeding worden uitbetaald. Bij de berekening van de verbrekingsvergoeding
wordt ook rekening gehouden met de voordelen die de ambtenaar op basis wordt ook rekening gehouden met de voordelen die de ambtenaar op basis
van het statuut verwierf. van het statuut verwierf.
De verbrekingsvergoeding wordt pro rata verminderd als de ambtenaar op De verbrekingsvergoeding wordt pro rata verminderd als de ambtenaar op
het moment van het ontslag als gevolg van de opname van verlof voor het moment van het ontslag als gevolg van de opname van verlof voor
deeltijdse prestaties, deeltijdse prestaties wegens een chronische deeltijdse prestaties, deeltijdse prestaties wegens een chronische
ziekte of een handicap, een vermindering in het kader van zorgkrediet ziekte of een handicap, een vermindering in het kader van zorgkrediet
of een vermindering in het kader van een medisch bijstandsverlof niet of een vermindering in het kader van een medisch bijstandsverlof niet
voltijds werkt. voltijds werkt.
In afwijking van het derde lid wordt de vergoeding niet pro rata In afwijking van het derde lid wordt de vergoeding niet pro rata
verminderd als een ambtenaar op het moment van het ontslag niet verminderd als een ambtenaar op het moment van het ontslag niet
voltijds werkt als gevolg van deeltijdse prestaties wegens ziekte of voltijds werkt als gevolg van deeltijdse prestaties wegens ziekte of
een vermindering in het kader van een ouderschapsverlof of palliatief een vermindering in het kader van een ouderschapsverlof of palliatief
verlof. verlof.
§ 3. Een benoeming bij een andere overheid die definitief geworden is, § 3. Een benoeming bij een andere overheid die definitief geworden is,
wordt gelijkgesteld met vrijwillig ontslag. Het vrijwillig ontslag wordt gelijkgesteld met vrijwillig ontslag. Het vrijwillig ontslag
gaat in, zonder opzeggingstermijn, op de dag waarop de ambtenaar gaat in, zonder opzeggingstermijn, op de dag waarop de ambtenaar
benoemd wordt bij de andere overheid. benoemd wordt bij de andere overheid.
In afwijking van het vorige lid wordt een tijdelijke benoeming bij een In afwijking van het vorige lid wordt een tijdelijke benoeming bij een
administratief rechtscollege van de Vlaamse overheid niet administratief rechtscollege van de Vlaamse overheid niet
gelijkgesteld met vrijwillig ontslag.". gelijkgesteld met vrijwillig ontslag.".

Art. 28.Aan artikel XI 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 28.Aan artikel XI 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden de besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden de
volgende wijzigingen aangebracht: volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt het cijfer "62" vervangen door het cijfer 1° in het eerste lid wordt het cijfer "62" vervangen door het cijfer
"63" en wordt het woord "tweeënzestigste" vervangen door het woord "63" en wordt het woord "tweeënzestigste" vervangen door het woord
"drieënzestigste"; "drieënzestigste";
2° het tweede lid wordt opgeheven. 2° het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 29.Artikel XI 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de

Art. 29.Artikel XI 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de

besluiten van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 en 27 januari besluiten van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 en 27 januari
2017, wordt vervangen door wat volgt: 2017, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. XI 8. § 1. Een ambtenaar kan ontslagen worden als hij na een "Art. XI 8. § 1. Een ambtenaar kan ontslagen worden als hij na een
eerste evaluatie onvoldoende naar aanleiding van één van de tien eerste evaluatie onvoldoende naar aanleiding van één van de tien
eerstvolgende evaluaties een tweede evaluatie onvoldoende krijgt. eerstvolgende evaluaties een tweede evaluatie onvoldoende krijgt.
De benoemende overheid neemt de beslissing tot ontslag van de De benoemende overheid neemt de beslissing tot ontslag van de
ambtenaar binnen de 30 kalenderdagen die volgen op de datum waarop de ambtenaar binnen de 30 kalenderdagen die volgen op de datum waarop de
onvoldoende definitief is geworden. Indien de benoemende overheid deze onvoldoende definitief is geworden. Indien de benoemende overheid deze
beslissing niet binnen de voormelde 30 kalenderdagen neemt, dan wordt beslissing niet binnen de voormelde 30 kalenderdagen neemt, dan wordt
de ambtenaar geacht niet te zijn ontslagen. de ambtenaar geacht niet te zijn ontslagen.
Indien de benoemende overheid beslist om de ambtenaar vermeld in het Indien de benoemende overheid beslist om de ambtenaar vermeld in het
eerste lid niet te ontslaan of als de termijn vermeld in het tweede eerste lid niet te ontslaan of als de termijn vermeld in het tweede
lid verstreken is, dan kan de benoemende overheid pas naar aanleiding lid verstreken is, dan kan de benoemende overheid pas naar aanleiding
van een volgende evaluatie die met een onvoldoende werd afgesloten, van een volgende evaluatie die met een onvoldoende werd afgesloten,
beslissen om de ambtenaar vermeld in het eerste lid te ontslaan. beslissen om de ambtenaar vermeld in het eerste lid te ontslaan.
§ 2. Als de benoemende overheid beslist om de ambtenaar te ontslaan, § 2. Als de benoemende overheid beslist om de ambtenaar te ontslaan,
dan bezorgt hij deze beslissing schriftelijk per beveiligde zending dan bezorgt hij deze beslissing schriftelijk per beveiligde zending
aan de ambtenaar. aan de ambtenaar.
Het ontslag als ambtenaar treedt in werking na het verstrijken van een Het ontslag als ambtenaar treedt in werking na het verstrijken van een
opzeggingstermijn, onverminderd artikel XI 8bis. opzeggingstermijn, onverminderd artikel XI 8bis.
De startdatum en duur van de opzeggingstermijn worden in het geschrift De startdatum en duur van de opzeggingstermijn worden in het geschrift
vermeld in het eerste lid aan de ambtenaar meegedeeld. vermeld in het eerste lid aan de ambtenaar meegedeeld.
§ 3. De opzeggingstermijn start op de maandag die volgt op de week § 3. De opzeggingstermijn start op de maandag die volgt op de week
waarin de beveiligde zending uitwerking heeft. waarin de beveiligde zending uitwerking heeft.
§ 4. De door de benoemende overheid te respecteren opzeggingstermijn § 4. De door de benoemende overheid te respecteren opzeggingstermijn
wordt als volgt vastgesteld: wordt als volgt vastgesteld:
Anciënniteit bij de diensten van de Vlaamse overheid Anciënniteit bij de diensten van de Vlaamse overheid
Opzeggingstermijn Opzeggingstermijn
0 jaar tot minder dan 1 jaar 0 jaar tot minder dan 1 jaar
7 weken 7 weken
1 tot minder dan 2 jaar 1 tot minder dan 2 jaar
11 weken 11 weken
2 tot minder dan 3 jaar 2 tot minder dan 3 jaar
12 weken 12 weken
3 tot minder dan 4 jaar 3 tot minder dan 4 jaar
13 weken 13 weken
4 jaar tot minder dan 5 jaar 4 jaar tot minder dan 5 jaar
15 weken 15 weken
5 jaar tot minder dan 6 jaar 5 jaar tot minder dan 6 jaar
18 weken 18 weken
6 jaar tot minder dan 7 jaar 6 jaar tot minder dan 7 jaar
21 weken 21 weken
7 jaar tot minder dan 8 jaar 7 jaar tot minder dan 8 jaar
24 weken 24 weken
8 jaar tot minder dan 9 jaar 8 jaar tot minder dan 9 jaar
27 weken 27 weken
9 jaar tot minder dan 10 jaar 9 jaar tot minder dan 10 jaar
30 weken 30 weken
10 jaar tot minder dan 11 jaar 10 jaar tot minder dan 11 jaar
33 weken 33 weken
11 jaar tot minder dan 12 jaar 11 jaar tot minder dan 12 jaar
36 weken 36 weken
12 jaar tot minder dan 13 jaar 12 jaar tot minder dan 13 jaar
39 weken 39 weken
13 jaar tot minder dan 14 jaar 13 jaar tot minder dan 14 jaar
42 weken 42 weken
14 jaar tot minder dan 15 jaar 14 jaar tot minder dan 15 jaar
45 weken 45 weken
15 jaar tot minder dan 16 jaar 15 jaar tot minder dan 16 jaar
48 weken 48 weken
16 jaar tot minder dan 17 jaar 16 jaar tot minder dan 17 jaar
51 weken 51 weken
17 jaar tot minder dan 18 jaar 17 jaar tot minder dan 18 jaar
54 weken 54 weken
18 jaar tot minder dan 19 jaar 18 jaar tot minder dan 19 jaar
57 weken 57 weken
19 jaar tot minder dan 20 jaar 19 jaar tot minder dan 20 jaar
60 weken 60 weken
20 jaar tot minder dan 21 jaar 20 jaar tot minder dan 21 jaar
62 weken 62 weken
21 jaar tot minder dan 22 jaar 21 jaar tot minder dan 22 jaar
63 weken 63 weken
22 jaar tot minder dan 23 jaar 22 jaar tot minder dan 23 jaar
64 weken 64 weken
23 jaar tot minder dan 24 jaar 23 jaar tot minder dan 24 jaar
65 weken 65 weken
24 jaar tot minder dan 25 jaar 24 jaar tot minder dan 25 jaar
66 weken 66 weken
25 jaar tot minder dan 26 jaar 25 jaar tot minder dan 26 jaar
67 weken 67 weken
26 jaar tot minder dan 27 jaar 26 jaar tot minder dan 27 jaar
68 weken 68 weken
27 jaar tot minder dan 28 jaar 27 jaar tot minder dan 28 jaar
69 weken 69 weken
28 jaar tot minder dan 29 jaar 28 jaar tot minder dan 29 jaar
70 weken 70 weken
29 jaar tot minder dan 30 jaar 29 jaar tot minder dan 30 jaar
71 weken 71 weken
30 jaar tot minder dan 31 jaar 30 jaar tot minder dan 31 jaar
72 weken 72 weken
31 jaar tot minder dan 32 jaar 31 jaar tot minder dan 32 jaar
73 weken 73 weken
32 jaar tot minder dan 33 jaar 32 jaar tot minder dan 33 jaar
74 weken 74 weken
33 jaar tot minder dan 34 jaar 33 jaar tot minder dan 34 jaar
75 weken 75 weken
34 jaar tot minder dan 35 jaar 34 jaar tot minder dan 35 jaar
76 weken 76 weken
35 jaar tot minder dan 36 jaar 35 jaar tot minder dan 36 jaar
77 weken 77 weken
36 jaar tot minder dan 37 jaar 36 jaar tot minder dan 37 jaar
78 weken 78 weken
37 jaar tot minder dan 38 jaar 37 jaar tot minder dan 38 jaar
79 weken 79 weken
38 jaar tot minder dan 39 jaar 38 jaar tot minder dan 39 jaar
80 weken 80 weken
39 jaar tot minder dan 40 jaar 39 jaar tot minder dan 40 jaar
81 weken 81 weken
40 jaar tot minder dan 41 jaar 40 jaar tot minder dan 41 jaar
82 weken 82 weken
In onderling akkoord tussen de benoemende overheid en de ambtenaar kan In onderling akkoord tussen de benoemende overheid en de ambtenaar kan
een opzeggingstermijn worden vastgesteld die korter is dan de termijn een opzeggingstermijn worden vastgesteld die korter is dan de termijn
vermeld in het eerste lid. vermeld in het eerste lid.
§ 5. Voor de bepaling van de anciënniteit in het kader van de § 5. Voor de bepaling van de anciënniteit in het kader van de
vaststelling van de opzeggingstermijn wordt rekening gehouden met de vaststelling van de opzeggingstermijn wordt rekening gehouden met de
periodes van ononderbroken tewerkstelling als personeelslid bij de periodes van ononderbroken tewerkstelling als personeelslid bij de
diensten van de Vlaamse overheid. Periodes gedurende welke de diensten van de Vlaamse overheid. Periodes gedurende welke de
ambtenaar met een verlof was, tellen mee voor de berekening van de ambtenaar met een verlof was, tellen mee voor de berekening van de
anciënniteit vermeld in dit lid. anciënniteit vermeld in dit lid.
Onverminderd het eerste lid wordt eveneens de tewerkstelling als Onverminderd het eerste lid wordt eveneens de tewerkstelling als
personeelslid meegerekend die werd gepresteerd bij de federale personeelslid meegerekend die werd gepresteerd bij de federale
overheid of bij een provincie door de ambtenaar die krachtens de overheid of bij een provincie door de ambtenaar die krachtens de
staatshervorming of in het kader van de afslanking van de provincies staatshervorming of in het kader van de afslanking van de provincies
van de federale overheid of een provincie naar de diensten van de van de federale overheid of een provincie naar de diensten van de
Vlaamse overheid werd overgeheveld.". Vlaamse overheid werd overgeheveld.".

Art. 30.In deel XI, hoofdstuk 1, van hetzelfde besluit, het laatst

Art. 30.In deel XI, hoofdstuk 1, van hetzelfde besluit, het laatst

gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017,
worden de artikelen XI 8bis, XI 8ter, XI 8quater en XI 8quinques worden de artikelen XI 8bis, XI 8ter, XI 8quater en XI 8quinques
ingevoegd, die luiden als volgt: ingevoegd, die luiden als volgt:
"Art. XI 8bis. § 1. In afwijking van artikel XI 8, § 2, tweede lid, "Art. XI 8bis. § 1. In afwijking van artikel XI 8, § 2, tweede lid,
kan de benoemende overheid beslissen dat het ontslag als ambtenaar kan de benoemende overheid beslissen dat het ontslag als ambtenaar
onmiddellijk ingaat, mits aan de ambtenaar een verbrekingsvergoeding onmiddellijk ingaat, mits aan de ambtenaar een verbrekingsvergoeding
wordt uitbetaald. wordt uitbetaald.
De hoogte van de verbrekingsvergoeding vermeld in het eerste lid is De hoogte van de verbrekingsvergoeding vermeld in het eerste lid is
gelijk aan het salaris dat tijdens de opzeggingstermijn, die gelijk aan het salaris dat tijdens de opzeggingstermijn, die
overeenkomstig artikel XI 8, § 4, had moeten worden gepresteerd, moest overeenkomstig artikel XI 8, § 4, had moeten worden gepresteerd, moest
worden uitbetaald. Bij de berekening van de verbrekingsvergoeding worden uitbetaald. Bij de berekening van de verbrekingsvergoeding
wordt ook rekening gehouden met de voordelen die de ambtenaar op basis wordt ook rekening gehouden met de voordelen die de ambtenaar op basis
van het statuut verwierf. van het statuut verwierf.
De verbrekingsvergoeding wordt pro rata verminderd als de ambtenaar op De verbrekingsvergoeding wordt pro rata verminderd als de ambtenaar op
het moment van het ontslag als gevolg van de opname van een verlof het moment van het ontslag als gevolg van de opname van een verlof
voor deeltijdse prestaties, deeltijdse prestaties wegens een voor deeltijdse prestaties, deeltijdse prestaties wegens een
chronische ziekte of een handicap, een vermindering in het kader van chronische ziekte of een handicap, een vermindering in het kader van
zorgkrediet of een vermindering in het kader van een medisch zorgkrediet of een vermindering in het kader van een medisch
bijstandsverlof niet voltijds werkt. bijstandsverlof niet voltijds werkt.
In afwijking van het derde lid wordt de vergoeding niet pro rata In afwijking van het derde lid wordt de vergoeding niet pro rata
verminderd als een ambtenaar op het moment van het ontslag niet verminderd als een ambtenaar op het moment van het ontslag niet
voltijds werkt als gevolg van een deeltijdse prestaties wegens ziekte voltijds werkt als gevolg van een deeltijdse prestaties wegens ziekte
of een vermindering in het kader van een ouderschapsverlof of of een vermindering in het kader van een ouderschapsverlof of
palliatief verlof. palliatief verlof.
Als de ambtenaar op het moment van het ontslag voltijds afwezig is als Als de ambtenaar op het moment van het ontslag voltijds afwezig is als
gevolg van één van de volgende verloven, dan wordt er rekening gevolg van één van de volgende verloven, dan wordt er rekening
gehouden met het salaris dat de ambtenaar zou hebben genoten, mocht gehouden met het salaris dat de ambtenaar zou hebben genoten, mocht
hij niet met verlof zijn geweest: hij niet met verlof zijn geweest:
1° zorgkrediet; 1° zorgkrediet;
2° federaal zorgverlof; 2° federaal zorgverlof;
3° onbetaald verlof; 3° onbetaald verlof;
4° politiek verlof; 4° politiek verlof;
5° gestandaardiseerd gunstverlof; 5° gestandaardiseerd gunstverlof;
6° een verlof in het kader van een tewerkstelling voor een externe 6° een verlof in het kader van een tewerkstelling voor een externe
werkgever gedurende welke het loon niet wordt doorbetaald. werkgever gedurende welke het loon niet wordt doorbetaald.
§ 2. In het geschrift waarmee de beslissing tot ontslag wordt § 2. In het geschrift waarmee de beslissing tot ontslag wordt
meegedeeld, wordt in afwijking van artikel XI 8, § 2, derde lid, ook meegedeeld, wordt in afwijking van artikel XI 8, § 2, derde lid, ook
de waarde van de verbrekingsvergoeding die zal worden uitbetaald de waarde van de verbrekingsvergoeding die zal worden uitbetaald
meegedeeld. meegedeeld.
§ 3. Tijdens een lopende opzeggingstermijn kan de benoemende overheid § 3. Tijdens een lopende opzeggingstermijn kan de benoemende overheid
beslissen om het ontslag als ambtenaar alsnog onmiddellijk te laten beslissen om het ontslag als ambtenaar alsnog onmiddellijk te laten
ingaan, mits betaling van een verbrekingsvergoeding. ingaan, mits betaling van een verbrekingsvergoeding.
De hoogte van de verbrekingsvergoeding vermeld in het eerste lid is De hoogte van de verbrekingsvergoeding vermeld in het eerste lid is
gelijk aan het salaris dat tijdens de nog resterende opzeggingstermijn gelijk aan het salaris dat tijdens de nog resterende opzeggingstermijn
moest worden uitbetaald. Artikel XI 8bis, § 1, tweede tot vijfde lid moest worden uitbetaald. Artikel XI 8bis, § 1, tweede tot vijfde lid
zijn overeenkomstig van toepassing. zijn overeenkomstig van toepassing.
Art. XI 8ter. Met het oog op de onderbrenging van de ambtenaar onder Art. XI 8ter. Met het oog op de onderbrenging van de ambtenaar onder
de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering, sector uitkeringen, de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering, sector uitkeringen,
en de moederschapsverzekering worden tijdens de opzeggingstermijn of en de moederschapsverzekering worden tijdens de opzeggingstermijn of
op de verbrekingsvergoeding de desbetreffende werknemersbijdragen op de verbrekingsvergoeding de desbetreffende werknemersbijdragen
ingehouden en samen met de werkgeversbijdrage gestort. Indien deze ingehouden en samen met de werkgeversbijdrage gestort. Indien deze
niet volstaan, betaalt de werkgever de nog benodigde werkgevers- en niet volstaan, betaalt de werkgever de nog benodigde werkgevers- en
werknemersbijdragen. werknemersbijdragen.
Art. XI 8quater. § 1. Een ambtenaar die overeenkomstig artikel XI 8, § Art. XI 8quater. § 1. Een ambtenaar die overeenkomstig artikel XI 8, §
1, ontslagen wordt, heeft recht op outplacementbegeleiding op 1, ontslagen wordt, heeft recht op outplacementbegeleiding op
voorwaarde dat hij recht heeft op ofwel: voorwaarde dat hij recht heeft op ofwel:
1° een opzeggingstermijn van minstens dertig weken; 1° een opzeggingstermijn van minstens dertig weken;
2° een verbrekingsvergoeding die een opzeggingstermijn van minstens 2° een verbrekingsvergoeding die een opzeggingstermijn van minstens
dertig weken vervangt. dertig weken vervangt.
§ 2. In geval van een ontslag met een opzeggingstermijn heeft de § 2. In geval van een ontslag met een opzeggingstermijn heeft de
ambtenaar recht op een outplacementbegeleiding van zestig uren die ambtenaar recht op een outplacementbegeleiding van zestig uren die
worden opgenomen tijdens het sollicitatieverlof vermeld in artikel XI worden opgenomen tijdens het sollicitatieverlof vermeld in artikel XI
8quinques. 8quinques.
§ 3. In geval van een ontslag met een verbrekingsvergoeding heeft de § 3. In geval van een ontslag met een verbrekingsvergoeding heeft de
ambtenaar recht op een outplacementbegeleiding van zestig uren waarvan ambtenaar recht op een outplacementbegeleiding van zestig uren waarvan
de waarde gelijk is aan een twaalfde van het bruto jaarsalaris van het de waarde gelijk is aan een twaalfde van het bruto jaarsalaris van het
kalenderjaar dat het ontslag voorafgaat met een minimumwaarde van kalenderjaar dat het ontslag voorafgaat met een minimumwaarde van
€1800 en een maximumwaarde van €5500. Deze waardes worden pro rata €1800 en een maximumwaarde van €5500. Deze waardes worden pro rata
verminderd in geval de ambtenaar op het moment van het ontslag verminderd in geval de ambtenaar op het moment van het ontslag
verminderd werkt. verminderd werkt.
De opzeggingstermijn op grond waarvan de vergoeding vermeld in artikel De opzeggingstermijn op grond waarvan de vergoeding vermeld in artikel
XI 8bis berekend wordt, wordt in geval de ambtenaar recht heeft op XI 8bis berekend wordt, wordt in geval de ambtenaar recht heeft op
outplacementbegeleiding met vier weken verminderd. outplacementbegeleiding met vier weken verminderd.
Het tweede lid is niet van toepassing als de ambtenaar binnen de zeven Het tweede lid is niet van toepassing als de ambtenaar binnen de zeven
kalenderdagen na kennisname van het ontslag door middel van een kalenderdagen na kennisname van het ontslag door middel van een
geneeskundig getuigschrift aantoont dat hij medisch ongeschikt is om geneeskundig getuigschrift aantoont dat hij medisch ongeschikt is om
een outplacementbegeleiding te volgen. een outplacementbegeleiding te volgen.
Art. XI 8quinques. Een ambtenaar die overeenkomstig artikel XI 8, § 1, Art. XI 8quinques. Een ambtenaar die overeenkomstig artikel XI 8, § 1,
ontslagen wordt, heeft tijdens de opzeggingstermijn onder de volgende ontslagen wordt, heeft tijdens de opzeggingstermijn onder de volgende
voorwaarden recht op sollicitatieverlof: voorwaarden recht op sollicitatieverlof:
1° de ambtenaar heeft recht op de outplacementbegeleiding vermeld in 1° de ambtenaar heeft recht op de outplacementbegeleiding vermeld in
artikel XI 8quater: één dag per week, op te nemen met een volle of artikel XI 8quater: één dag per week, op te nemen met een volle of
halve dag; halve dag;
2° de ambtenaar heeft geen recht op outplacementbegeleiding vermeld in 2° de ambtenaar heeft geen recht op outplacementbegeleiding vermeld in
artikel X 8quater: artikel X 8quater:
? gedurende de weken die de laatste zesentwintig weken van de ? gedurende de weken die de laatste zesentwintig weken van de
opzeggingstermijn voorafgaan: een halve dag per week; opzeggingstermijn voorafgaan: een halve dag per week;
? gedurende de laatste zesentwintig weken van de opzeggingstermijn: ? gedurende de laatste zesentwintig weken van de opzeggingstermijn:
één dag per week op te nemen met een volle of halve dag. één dag per week op te nemen met een volle of halve dag.
Het sollicitatieverlof wordt met dienstactiviteit gelijkgesteld. Het Het sollicitatieverlof wordt met dienstactiviteit gelijkgesteld. Het
niet-opgenomen verlof kan niet naar de volgende week worden niet-opgenomen verlof kan niet naar de volgende week worden
overgedragen." overgedragen."

Art. 31.Aan deel XI, hoofdstuk 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd

Art. 31.Aan deel XI, hoofdstuk 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd

bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden
een artikel XI 14, XI 15 en XI 16 toegevoegd, die luiden als volgt: een artikel XI 14, XI 15 en XI 16 toegevoegd, die luiden als volgt:
"Art. XI 14. Op het vrijwillig ontslag dat door de ambtenaar bij de "Art. XI 14. Op het vrijwillig ontslag dat door de ambtenaar bij de
benoemende overheid is ingediend voor 1 juni 2019 blijven de regels benoemende overheid is ingediend voor 1 juni 2019 blijven de regels
van toepassing die golden op het moment dat het vrijwillig ontslag van toepassing die golden op het moment dat het vrijwillig ontslag
werd ingediend. werd ingediend.
Art. XI 15. Op de opzeggingstermijnen die lopen op 31 mei 2019 blijven Art. XI 15. Op de opzeggingstermijnen die lopen op 31 mei 2019 blijven
de regels van toepassing die golden bij de start van de de regels van toepassing die golden bij de start van de
opzeggingstermijn. opzeggingstermijn.
Art. XI 16. Voor de ambtenaar die op 31 mei 2019 vast benoemd is, Art. XI 16. Voor de ambtenaar die op 31 mei 2019 vast benoemd is,
wordt de opzeggingstermijn vermeld in artikel XI 8, § 2, tweede lid, wordt de opzeggingstermijn vermeld in artikel XI 8, § 2, tweede lid,
berekend door de uitkomst van punt 1° en 2° bij elkaar op te tellen: berekend door de uitkomst van punt 1° en 2° bij elkaar op te tellen:
1° op grond van de anciënniteit opgebouwd tot en met 31 mei 2019 heeft 1° op grond van de anciënniteit opgebouwd tot en met 31 mei 2019 heeft
de ambtenaar recht op een opzeggingstermijn van dertien weken per de ambtenaar recht op een opzeggingstermijn van dertien weken per
begonnen periode van vijf jaar anciënniteit; begonnen periode van vijf jaar anciënniteit;
2° op grond van de anciënniteit opgebouwd vanaf 1 juni 2019 wordt de 2° op grond van de anciënniteit opgebouwd vanaf 1 juni 2019 wordt de
opzeggingstermijn berekend overeenkomstig artikel XI 8, § 4.". opzeggingstermijn berekend overeenkomstig artikel XI 8, § 4.".

Art. 32.Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2019, met

Art. 32.Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2019, met

uitzondering van: uitzondering van:
1° artikel 8 dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2018; 1° artikel 8 dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2018;
2° artikelen 19, 20, 21 en 22 die uitwerking hebben met ingang van 1 2° artikelen 19, 20, 21 en 22 die uitwerking hebben met ingang van 1
januari 2019; januari 2019;
3° artikel 13, wat de forfaitaire vergoeding voor het gebruik van 3° artikel 13, wat de forfaitaire vergoeding voor het gebruik van
eigen ICT-middelen tijdens PTOW betreft, dat in werking treedt op 1 eigen ICT-middelen tijdens PTOW betreft, dat in werking treedt op 1
oktober 2019. oktober 2019.

Art. 33.De Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake

Art. 33.De Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake

personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie, is personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie, is
belast met de uitvoering van dit besluit. belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 26 april 2019. Brussel, 26 april 2019.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS G. BOURGEOIS
De Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, De Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen,
Gelijke Kansen en Armoedebestrijding, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding,
L. HOMANS L. HOMANS
^