Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 2000 houdende organisatie van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en de regeling van de rechtspositie van het personeel, wat betreft de uitvoering van het sociaal akkoord 2015-2016 en de vereenvoudiging van het ziektekrediet, de uitbetaling van het gedeeltelijk verschuldigd maandloon in RSZ-dagen, de uurdeler voor het berekenen van de forfaitaire toelage voor wacht- en piketdienst en de berekening van het vakantiegeld | Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 2000 houdende organisatie van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en de regeling van de rechtspositie van het personeel, wat betreft de uitvoering van het sociaal akkoord 2015-2016 en de vereenvoudiging van het ziektekrediet, de uitbetaling van het gedeeltelijk verschuldigd maandloon in RSZ-dagen, de uurdeler voor het berekenen van de forfaitaire toelage voor wacht- en piketdienst en de berekening van het vakantiegeld |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
25 NOVEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van | 25 NOVEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van |
het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 2000 houdende | het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 2000 houdende |
organisatie van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en de | organisatie van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en de |
regeling van de rechtspositie van het personeel, wat betreft de | regeling van de rechtspositie van het personeel, wat betreft de |
uitvoering van het sociaal akkoord 2015-2016 en de vereenvoudiging van | uitvoering van het sociaal akkoord 2015-2016 en de vereenvoudiging van |
het ziektekrediet, de uitbetaling van het gedeeltelijk verschuldigd | het ziektekrediet, de uitbetaling van het gedeeltelijk verschuldigd |
maandloon in RSZ-dagen, de uurdeler voor het berekenen van de | maandloon in RSZ-dagen, de uurdeler voor het berekenen van de |
forfaitaire toelage voor wacht- en piketdienst en de berekening van | forfaitaire toelage voor wacht- en piketdienst en de berekening van |
het vakantiegeld | het vakantiegeld |
DE VLAAMSE REGERING, | DE VLAAMSE REGERING, |
Gelet op het decreet van 28 juni 1983 houdende oprichting van de | Gelet op het decreet van 28 juni 1983 houdende oprichting van de |
instelling Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, artikel 17, | instelling Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, artikel 17, |
vervangen bij het decreet van 7 juli 1998; | vervangen bij het decreet van 7 juli 1998; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 2000 | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 2000 |
houdende organisatie van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening | houdende organisatie van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening |
en de regeling van de rechtspositie van het personeel; | en de regeling van de rechtspositie van het personeel; |
Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Vlaamse | Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Vlaamse |
Maatschappij voor Watervoorziening, gegeven op 26 februari 2016 en 25 | Maatschappij voor Watervoorziening, gegeven op 26 februari 2016 en 25 |
maart 2016; | maart 2016; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 8 juli 2016; | begroting, gegeven op 8 juli 2016; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
bestuurszaken, gegeven op 14 juli 2016; | bestuurszaken, gegeven op 14 juli 2016; |
Gelet op protocol nr. 356.1145 van 16 september 2016 van het | Gelet op protocol nr. 356.1145 van 16 september 2016 van het |
sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap-Vlaams Gewest; | sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap-Vlaams Gewest; |
Gelet op advies nr. 60.153/1 van de Raad van State, gegeven op 24 | Gelet op advies nr. 60.153/1 van de Raad van State, gegeven op 24 |
oktober 2016 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van | oktober 2016 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van |
de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw; | Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.In artikel XI 9, § 3, van het besluit van de Vlaamse |
Artikel 1.In artikel XI 9, § 3, van het besluit van de Vlaamse |
Regering van 1 december 2000 houdende organisatie van de Vlaamse | Regering van 1 december 2000 houdende organisatie van de Vlaamse |
Maatschappij voor Watervoorziening en de regeling van de rechtspositie | Maatschappij voor Watervoorziening en de regeling van de rechtspositie |
van het personeel, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering | van het personeel, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering |
van 30 oktober 2015, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: | van 30 oktober 2015, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: |
"Het statutaire personeelslid kan maximaal elf werkdagen als vermeld | "Het statutaire personeelslid kan maximaal elf werkdagen als vermeld |
in paragraaf 1 en artikel XI 11, jaarlijks geheel of gedeeltelijk | in paragraaf 1 en artikel XI 11, jaarlijks geheel of gedeeltelijk |
opsparen en in overleg met zijn hiërarchische meerdere aanwenden in | opsparen en in overleg met zijn hiërarchische meerdere aanwenden in |
een van de volgende kalenderjaren, uiterlijk vóór zijn pensionering.". | een van de volgende kalenderjaren, uiterlijk vóór zijn pensionering.". |
Art. 2.Artikel XI 72 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat |
Art. 2.Artikel XI 72 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat |
volgt: | volgt: |
"Art. XI 72. § 1. Voor de hele duur van zijn loopbaan heeft het | "Art. XI 72. § 1. Voor de hele duur van zijn loopbaan heeft het |
statutaire personeelslid dat wegens ziekte verhinderd is zijn functie | statutaire personeelslid dat wegens ziekte verhinderd is zijn functie |
uit te oefenen, recht op ziekteverlof tot maximaal eenentwintig | uit te oefenen, recht op ziekteverlof tot maximaal eenentwintig |
werkdagen per twaalf maanden dienstanciënniteit, opgebouwd na zijn | werkdagen per twaalf maanden dienstanciënniteit, opgebouwd na zijn |
statutaire aanstelling. | statutaire aanstelling. |
Zolang de dienstanciënniteit, vermeld in het eerste lid, geen | Zolang de dienstanciënniteit, vermeld in het eerste lid, geen |
tweeënzeventig maanden telt, wordt aan het statutaire personeelslid | tweeënzeventig maanden telt, wordt aan het statutaire personeelslid |
een startkrediet van honderdzesentwintig werkdagen ziekteverlof | een startkrediet van honderdzesentwintig werkdagen ziekteverlof |
toegekend. Dat ziekteverlof wordt met een periode van dienstactiviteit | toegekend. Dat ziekteverlof wordt met een periode van dienstactiviteit |
gelijkgesteld. | gelijkgesteld. |
§ 2. Het recht op ziekteverlof op basis van dienstanciënniteit, | § 2. Het recht op ziekteverlof op basis van dienstanciënniteit, |
vermeld in paragraaf 1, wordt jaarlijks toegekend op 1 januari. | vermeld in paragraaf 1, wordt jaarlijks toegekend op 1 januari. |
Het startkrediet van ziekteverlof, vermeld in paragraaf 1, wordt | Het startkrediet van ziekteverlof, vermeld in paragraaf 1, wordt |
toegekend op de dag van de statutaire aanstelling. Op 1 januari | toegekend op de dag van de statutaire aanstelling. Op 1 januari |
volgend op de statutaire aanstelling wordt het startcontingent | volgend op de statutaire aanstelling wordt het startcontingent |
aangevuld met het ziekteverlof waarop het statutaire personeelslid | aangevuld met het ziekteverlof waarop het statutaire personeelslid |
recht heeft op basis van zijn dienstanciënniteit, opgebouwd voor de | recht heeft op basis van zijn dienstanciënniteit, opgebouwd voor de |
periode vanaf de statutaire aanstelling tot en met 31 december van het | periode vanaf de statutaire aanstelling tot en met 31 december van het |
jaar waarin hij statutair werd aangesteld.". | jaar waarin hij statutair werd aangesteld.". |
Art. 3.In artikel XI 73, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd |
Art. 3.In artikel XI 73, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd |
bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 februari 2009, worden | bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 februari 2009, worden |
de woorden "De eenentwintig dagen waarvan sprake in het voorgaande | de woorden "De eenentwintig dagen waarvan sprake in het voorgaande |
artikel" vervangen door de zinsnede "De eenentwintig werkdagen en de | artikel" vervangen door de zinsnede "De eenentwintig werkdagen en de |
honderdzesentwintig werkdagen, vermeld in artikel XI 72, § 1," en | honderdzesentwintig werkdagen, vermeld in artikel XI 72, § 1," en |
worden de woorden "de tijdens de beschouwde periode van twaalf | worden de woorden "de tijdens de beschouwde periode van twaalf |
maanden" vervangen door de woorden "de tijdens het voorbije | maanden" vervangen door de woorden "de tijdens het voorbije |
dienstjaar". | dienstjaar". |
Art. 4.In artikel XIII 21 van hetzelfde besluit worden de volgende |
Art. 4.In artikel XIII 21 van hetzelfde besluit worden de volgende |
wijzigingen aangebracht: | wijzigingen aangebracht: |
1° paragraaf 4 tot en met 7 worden vervangen door wat volgt: | 1° paragraaf 4 tot en met 7 worden vervangen door wat volgt: |
" § 4. Als het maandsalaris niet volledig verschuldigd is, wordt het | " § 4. Als het maandsalaris niet volledig verschuldigd is, wordt het |
bedrag van het maandloon berekend volgens de volgende formule: M= | bedrag van het maandloon berekend volgens de volgende formule: M= |
VW/PW X n% x NM, waarbij: | VW/PW X n% x NM, waarbij: |
1° M: het te betalen maandloon (100%); | 1° M: het te betalen maandloon (100%); |
2° VW: het aantal gepresteerde werkdagen of daarmee gelijkgestelde | 2° VW: het aantal gepresteerde werkdagen of daarmee gelijkgestelde |
dagen met toepassing van paragraaf 6; | dagen met toepassing van paragraaf 6; |
3° PW: het aantal te presteren werkdagen op basis van het werkrooster | 3° PW: het aantal te presteren werkdagen op basis van het werkrooster |
van het personeelslid; | van het personeelslid; |
4° n%: het percentage waaraan het personeelslid prestaties verricht; | 4° n%: het percentage waaraan het personeelslid prestaties verricht; |
5° NM: het normale maandsalaris (100%) = het jaarsalaris/12 (100% en | 5° NM: het normale maandsalaris (100%) = het jaarsalaris/12 (100% en |
voor voltijdse prestaties). | voor voltijdse prestaties). |
Als het maandsalaris niet volledig verschuldigd is en er een wachtgeld | Als het maandsalaris niet volledig verschuldigd is en er een wachtgeld |
in geval van disponibiliteit wegens ziekte moet worden uitbetaald, | in geval van disponibiliteit wegens ziekte moet worden uitbetaald, |
bedraagt n% in bovenstaande formule 60%. | bedraagt n% in bovenstaande formule 60%. |
§ 5. Het statutaire personeelslid met verlof voor deeltijdse | § 5. Het statutaire personeelslid met verlof voor deeltijdse |
prestaties, vermeld in artikel XI 34, § 1, ontvangt het salaris dat | prestaties, vermeld in artikel XI 34, § 1, ontvangt het salaris dat |
verschuldigd is voor verlof voor deeltijdse prestaties conform | verschuldigd is voor verlof voor deeltijdse prestaties conform |
paragraaf 4, vermenigvuldigd met het quotiënt van de volgende deling: | paragraaf 4, vermenigvuldigd met het quotiënt van de volgende deling: |
de deeltijdse prestaties in % + 1/5 van het deeltijds | de deeltijdse prestaties in % + 1/5 van het deeltijds |
niet-gepresteerde deel in % de deeltijdse prestaties in % | niet-gepresteerde deel in % de deeltijdse prestaties in % |
Het quotiënt, vermeld in het eerste lid, wordt berekend tot op vier | Het quotiënt, vermeld in het eerste lid, wordt berekend tot op vier |
decimalen. | decimalen. |
Het quotiënt, vermeld in het eerste lid, mag niet groter zijn dan 1,2. | Het quotiënt, vermeld in het eerste lid, mag niet groter zijn dan 1,2. |
In geval van combinatie van verloven wordt voor de deling alleen met | In geval van combinatie van verloven wordt voor de deling alleen met |
het verlof voor deeltijdse prestaties rekening gehouden. | het verlof voor deeltijdse prestaties rekening gehouden. |
§ 6. De afwezigheidsdagen waarop conform deel XI het salaris wordt | § 6. De afwezigheidsdagen waarop conform deel XI het salaris wordt |
doorbetaald, worden met gepresteerde werkdagen gelijkgesteld, met | doorbetaald, worden met gepresteerde werkdagen gelijkgesteld, met |
behoud van de toepassing van artikel IX 3, IX 5 en artikel X 3.". | behoud van de toepassing van artikel IX 3, IX 5 en artikel X 3.". |
2° paragraaf 8 wordt hernummerd naar " § 7". | 2° paragraaf 8 wordt hernummerd naar " § 7". |
Art. 5.Artikel XIII 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
Art. 5.Artikel XIII 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
besluit van de Vlaamse Regering van 20 februari 2009, wordt opgeheven. | besluit van de Vlaamse Regering van 20 februari 2009, wordt opgeheven. |
Art. 6.In artikel XIII 66 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede |
Art. 6.In artikel XIII 66 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede |
"van 1/1976" vervangen door de zinsnede "van 1/1924". | "van 1/1976" vervangen door de zinsnede "van 1/1924". |
Art. 7.In artikel XIII 82 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
Art. 7.In artikel XIII 82 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2003, wordt het | besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2003, wordt het |
bedrag "1 EUR" vervangen door het bedrag "2 euro". | bedrag "1 EUR" vervangen door het bedrag "2 euro". |
Art. 8.Artikel XIII 97 van hetzelfde besluit, vervangen bij het |
Art. 8.Artikel XIII 97 van hetzelfde besluit, vervangen bij het |
besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004, wordt vervangen door | besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004, wordt vervangen door |
wat volgt: | wat volgt: |
"Art. XIII 97. Als niet tijdens de hele referteperiode volledige | "Art. XIII 97. Als niet tijdens de hele referteperiode volledige |
prestaties werden verricht, worden het vakantiegeld en de | prestaties werden verricht, worden het vakantiegeld en de |
eindejaarspremie herleid naar rata van het verdiende brutosalaris | eindejaarspremie herleid naar rata van het verdiende brutosalaris |
tegenover het brutosalaris bij volledige prestaties voor de volledige | tegenover het brutosalaris bij volledige prestaties voor de volledige |
referteperiode. | referteperiode. |
Het vakantiegeld wordt niet verminderd bij disponibiliteit wegens | Het vakantiegeld wordt niet verminderd bij disponibiliteit wegens |
ziekte.". | ziekte.". |
Art. 9.Artikel XIII 108 van hetzelfde besluit, vervangen bij het |
Art. 9.Artikel XIII 108 van hetzelfde besluit, vervangen bij het |
besluit van de Vlaamse Regering van 6 juni 2014, wordt vervangen door | besluit van de Vlaamse Regering van 6 juni 2014, wordt vervangen door |
wat volgt: | wat volgt: |
"Art. XIII 108. De eindejaarstoelage bedraagt 74% van het | "Art. XIII 108. De eindejaarstoelage bedraagt 74% van het |
brutomaandsalaris van de maand oktober van het uitbetalingsjaar.". | brutomaandsalaris van de maand oktober van het uitbetalingsjaar.". |
Art. 10.Artikel XIII 124 en XIII 125 van hetzelfde besluit worden |
Art. 10.Artikel XIII 124 en XIII 125 van hetzelfde besluit worden |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 11.Artikel XIII 126 van hetzelfde besluit wordt vervangen door |
Art. 11.Artikel XIII 126 van hetzelfde besluit wordt vervangen door |
wat volgt: | wat volgt: |
"Art. XIII 126. De statutaire personeelsleden van de Maatschappij | "Art. XIII 126. De statutaire personeelsleden van de Maatschappij |
ontvangen voor hun tewerkstelling in de ochtendploeg of avondploeg een | ontvangen voor hun tewerkstelling in de ochtendploeg of avondploeg een |
forfaitaire verblijfstoelage van 2 euro per gewerkte dag.". | forfaitaire verblijfstoelage van 2 euro per gewerkte dag.". |
Art. 12.Artikel XIII 127 en XIII 129 van hetzelfde besluit, gewijzigd |
Art. 12.Artikel XIII 127 en XIII 129 van hetzelfde besluit, gewijzigd |
bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2003, worden | bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2003, worden |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 13.In artikel XIV 46, § 4, van hetzelfde besluit worden de |
Art. 13.In artikel XIV 46, § 4, van hetzelfde besluit worden de |
woorden "gepresteerde dagen" vervangen door de woorden "gepresteerde | woorden "gepresteerde dagen" vervangen door de woorden "gepresteerde |
werkdagen" en worden de woorden "artikel XIII 21, § 5," vervangen door | werkdagen" en worden de woorden "artikel XIII 21, § 5," vervangen door |
de woorden "artikel XIII 21, § 6". | de woorden "artikel XIII 21, § 6". |
Art. 14.In artikel XIV 57 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
Art. 14.In artikel XIV 57 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004, wordt de zin "Het | besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004, wordt de zin "Het |
vakantiegeld van het contractueel personeelslid wordt niet verminderd | vakantiegeld van het contractueel personeelslid wordt niet verminderd |
bij bevallings- en ziekteverlof." vervangen door de zin "Het | bij bevallings- en ziekteverlof." vervangen door de zin "Het |
vakantiegeld van het contractuele personeelslid wordt niet verminderd | vakantiegeld van het contractuele personeelslid wordt niet verminderd |
bij bevallings-, ziekte- en vaderschapsverlof.". | bij bevallings-, ziekte- en vaderschapsverlof.". |
Art. 15.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017, met |
Art. 15.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017, met |
uitzondering van artikel 1, dat in werking treedt op 1 december 2016. | uitzondering van artikel 1, dat in werking treedt op 1 december 2016. |
Artikel 6 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2006 en de | Artikel 6 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2006 en de |
artikelen 7 en 9 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2016. | artikelen 7 en 9 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2016. |
Art. 16.De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het |
Art. 16.De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het |
waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. | waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 25 november 2016. | Brussel, 25 november 2016. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
G. BOURGEOIS | G. BOURGEOIS |
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, | De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, |
J. SCHAUVLIEGE | J. SCHAUVLIEGE |