Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de wijze waarop het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap het wonen onder begeleiding van een particulier subsidieert binnen het kader van de verdere flexibilisering van de zorgvoorzieningen | Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de wijze waarop het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap het wonen onder begeleiding van een particulier subsidieert binnen het kader van de verdere flexibilisering van de zorgvoorzieningen |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
24 MAART 1998. - Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van | 24 MAART 1998. - Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van |
de wijze waarop het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen | de wijze waarop het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen |
met een Handicap het wonen onder begeleiding van een particulier | met een Handicap het wonen onder begeleiding van een particulier |
subsidieert binnen het kader van de verdere flexibilisering van de | subsidieert binnen het kader van de verdere flexibilisering van de |
zorgvoorzieningen | zorgvoorzieningen |
De Vlaamse regering, | De Vlaamse regering, |
Gelet op het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een | Gelet op het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een |
Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap, | Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap, |
inzonderheid op de artikelen 52, 2°, 53 en 74; | inzonderheid op de artikelen 52, 2°, 53 en 74; |
Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Vlaams Fonds voor | Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Vlaams Fonds voor |
Sociale Integratie van Personen met een Handicap, gegeven op 15 juli | Sociale Integratie van Personen met een Handicap, gegeven op 15 juli |
1997; | 1997; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 23 maart 1998; | begroting, gegeven op 23 maart 1998; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 |
juli 1989 en 4 augustus 1996; | juli 1989 en 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat een goede werking van het Vlaams Fonds voor Sociale | Overwegende dat een goede werking van het Vlaams Fonds voor Sociale |
Integratie van Personen met een Handicap vereist dat zonder uitstel de | Integratie van Personen met een Handicap vereist dat zonder uitstel de |
criteria zouden worden vastgesteld volgens dewelke, met het oog op de | criteria zouden worden vastgesteld volgens dewelke, met het oog op de |
flexibilisering van het zorgaanbod, een subsidie kan worden toegekend | flexibilisering van het zorgaanbod, een subsidie kan worden toegekend |
voor het wonen onder begeleiding van een particulier; | voor het wonen onder begeleiding van een particulier; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn; | Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan |
Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan |
onder : | onder : |
1° wonen onder begeleiding van een particulier : de werkvorm die een | 1° wonen onder begeleiding van een particulier : de werkvorm die een |
door een particulier ondersteunde huisvesting en begeleiding verstrekt | door een particulier ondersteunde huisvesting en begeleiding verstrekt |
aan een niet bij die particulier inwonend volwassen persoon met een | aan een niet bij die particulier inwonend volwassen persoon met een |
handicap; | handicap; |
2° « de particulier » : de niet-professionele hulpverlener die aan de | 2° « de particulier » : de niet-professionele hulpverlener die aan de |
volwassen persoon met een handicap ondersteuning en begeleiding | volwassen persoon met een handicap ondersteuning en begeleiding |
verstrekt. | verstrekt. |
§ 2. De bepaling van het vierde lid van hoofdstuk V van de bijlage bij | § 2. De bepaling van het vierde lid van hoofdstuk V van de bijlage bij |
het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de | het koninklijk besluit van 23 december 1970 tot vaststelling van de |
voorwaarden voor de erkenning van de inrichtingen, tehuizen en | voorwaarden voor de erkenning van de inrichtingen, tehuizen en |
diensten voor plaatsing in gezinnen ten behoeve van gehandicapten, is | diensten voor plaatsing in gezinnen ten behoeve van gehandicapten, is |
niet van toepassing op de werkvorm bedoeld in § 1, 1°. | niet van toepassing op de werkvorm bedoeld in § 1, 1°. |
Art. 2.§ 1. Het wonen onder begeleiding van een particulier wordt |
Art. 2.§ 1. Het wonen onder begeleiding van een particulier wordt |
georganiseerd door een door het Vlaams Fonds voor de Sociale | georganiseerd door een door het Vlaams Fonds voor de Sociale |
Integratie van Personen met een Handicap erkende dienst voor plaatsing | Integratie van Personen met een Handicap erkende dienst voor plaatsing |
in gezinnen, die daarvoor een project indient dat door dat Fonds moet | in gezinnen, die daarvoor een project indient dat door dat Fonds moet |
worden goedgekeurd. | worden goedgekeurd. |
§ 2. De organiserende dienst voor plaatsing in gezinnen ontvangt | § 2. De organiserende dienst voor plaatsing in gezinnen ontvangt |
hiervoor de werkingssubsidie bedoeld in de artikelen 14 en 14bis van | hiervoor de werkingssubsidie bedoeld in de artikelen 14 en 14bis van |
het koninklijk besluit van 30 maart 1973 tot bepaling van de te volgen | het koninklijk besluit van 30 maart 1973 tot bepaling van de te volgen |
gemeenschappelijke regels voor de vaststelling van de toelagen per dag | gemeenschappelijke regels voor de vaststelling van de toelagen per dag |
toegekend voor onderhoud, opvoeding en behandeling van minderjarigen | toegekend voor onderhoud, opvoeding en behandeling van minderjarigen |
en van gehandicapten geplaatst ten laste van de openbare besturen, | en van gehandicapten geplaatst ten laste van de openbare besturen, |
zoals gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 1989. | zoals gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 1989. |
§ 3. De organiserende dienst voor plaatsing in gezinnen doet voor de | § 3. De organiserende dienst voor plaatsing in gezinnen doet voor de |
organisatie van het wonen onder begeleiding van een particulier een | organisatie van het wonen onder begeleiding van een particulier een |
beroep op het personeel waarover hij beschikt binnen de regels zoals | beroep op het personeel waarover hij beschikt binnen de regels zoals |
vastgesteld in het voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1973 en in | vastgesteld in het voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1973 en in |
het ministerieel besluit van 24 april 1973 tot bepaling, wat betreft | het ministerieel besluit van 24 april 1973 tot bepaling, wat betreft |
het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin, van de te volgen | het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin, van de te volgen |
bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, | bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, |
toegekend voor het onderhoud en de behandeling van gehandicapten, | toegekend voor het onderhoud en de behandeling van gehandicapten, |
geplaatst ten laste van de openbare besturen. | geplaatst ten laste van de openbare besturen. |
Art. 3.De particulier bedoeld in artikel 1, § 1, 2° ontvangt voor de |
Art. 3.De particulier bedoeld in artikel 1, § 1, 2° ontvangt voor de |
ondersteuning geboden in het raam van dit besluit het gemiddelde van | ondersteuning geboden in het raam van dit besluit het gemiddelde van |
het supplement bedoeld in artikel 16, 2° en 3° van voormeld koninklijk | het supplement bedoeld in artikel 16, 2° en 3° van voormeld koninklijk |
besluit van 30 maart 1973. | besluit van 30 maart 1973. |
Art. 4.De persoon met een handicap die begeleid wordt in het raam van |
Art. 4.De persoon met een handicap die begeleid wordt in het raam van |
de bepalingen van dit besluit : | de bepalingen van dit besluit : |
1° moet beschikken over een zorgtoewijzing die de plaatsing in een | 1° moet beschikken over een zorgtoewijzing die de plaatsing in een |
gezin mogelijk maakt; | gezin mogelijk maakt; |
2° is de persoonlijke bijdrage bedoeld in het besluit van de Vlaamse | 2° is de persoonlijke bijdrage bedoeld in het besluit van de Vlaamse |
regering van 28 juli 1983 tot vaststelling van de financiële bijdrage | regering van 28 juli 1983 tot vaststelling van de financiële bijdrage |
van de gehandicapten, geplaatst ten laste van het Fonds voor medische, | van de gehandicapten, geplaatst ten laste van het Fonds voor medische, |
sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, niet verschuldigd. | sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, niet verschuldigd. |
Art. 5.Het aantal personen met een handicap dat van het wonen onder |
Art. 5.Het aantal personen met een handicap dat van het wonen onder |
begeleiding van een particulier kan gebruik maken, wordt tot 50 per | begeleiding van een particulier kan gebruik maken, wordt tot 50 per |
jaar beperkt. | jaar beperkt. |
Dit aantal kan worden uitgebreid na de evaluatie van de werkvorm, die | Dit aantal kan worden uitgebreid na de evaluatie van de werkvorm, die |
zal gebeuren binnen twee jaar na de datum bedoeld in artikel 6. | zal gebeuren binnen twee jaar na de datum bedoeld in artikel 6. |
Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1998. |
Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1998. |
Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is |
Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is |
belast met de uitvoering van dit besluit. | belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 24 maart 1998. | Brussel, 24 maart 1998. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
L. VAN DEN BRANDE | L. VAN DEN BRANDE |
De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn, | De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn, |
L. MARTENS | L. MARTENS |