Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van steun aan projecten ter bevordering van het ondernemerschap | Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van steun aan projecten ter bevordering van het ondernemerschap |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
24 APRIL 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van | 24 APRIL 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van |
steun aan projecten ter bevordering van het ondernemerschap | steun aan projecten ter bevordering van het ondernemerschap |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der | Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der |
instellingen, artikel 20; | instellingen, artikel 20; |
Gelet op het decreet van 31 januari 2003 betreffende het economisch | Gelet op het decreet van 31 januari 2003 betreffende het economisch |
ondersteuningsbeleid, artikelen 31bis en 31ter, ingevoegd bij het | ondersteuningsbeleid, artikelen 31bis en 31ter, ingevoegd bij het |
decreet van 21 november 2008; | decreet van 21 november 2008; |
Gelet op het decreet van 19 december 2008 houdende diverse maatregelen | Gelet op het decreet van 19 december 2008 houdende diverse maatregelen |
inzake de ontbinding van het Vlaams Agentschap Ondernemen en houdende | inzake de ontbinding van het Vlaams Agentschap Ondernemen en houdende |
de inrichting van een Comité voor Preventief Bedrijfsbeleid, artikel | de inrichting van een Comité voor Preventief Bedrijfsbeleid, artikel |
21; | 21; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2003 ter | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2003 ter |
ondersteuning van brugprojecten tussen economie en onderwijs; | ondersteuning van brugprojecten tussen economie en onderwijs; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2003 | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2003 |
betreffende peterschapsprojecten; | betreffende peterschapsprojecten; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 tot | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 tot |
toekenning van steun voor projecten ter stimulering van het | toekenning van steun voor projecten ter stimulering van het |
ondernemerschap; | ondernemerschap; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 11 december 2008; | begroting, gegeven op 11 december 2008; |
Gelet op het advies van de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen, | Gelet op het advies van de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen, |
gegeven op 21 januari 2009; | gegeven op 21 januari 2009; |
Gelet op het advies 46.065/1 van de Raad van State, gegeven op 12 | Gelet op het advies 46.065/1 van de Raad van State, gegeven op 12 |
maart 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de | maart 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Overwegende de Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 | Overwegende de Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 |
december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van | december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van |
het Verdrag op de-minimissteun (PB L 379 van 28 december 2006, blz. | het Verdrag op de-minimissteun (PB L 379 van 28 december 2006, blz. |
5-10); | 5-10); |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, | Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, |
Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel; | Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Definities | HOOFDSTUK I. - Definities |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° decreet : het decreet van 31 januari 2003 betreffende het | 1° decreet : het decreet van 31 januari 2003 betreffende het |
economisch ondersteuningsbeleid; | economisch ondersteuningsbeleid; |
2° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid; | 2° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid; |
3° Agentschap Ondernemen : intern verzelfstandigd agentschap zonder | 3° Agentschap Ondernemen : intern verzelfstandigd agentschap zonder |
rechtspersoonlijkheid dat behoort tot het beleidsdomein Economie, | rechtspersoonlijkheid dat behoort tot het beleidsdomein Economie, |
Wetenschap en Innovatie; | Wetenschap en Innovatie; |
4° onderneming : de onderneming, vermeld in artikel 3, 1°, van het | 4° onderneming : de onderneming, vermeld in artikel 3, 1°, van het |
decreet, die de steun ontvangt; | decreet, die de steun ontvangt; |
5° entiteit : de instantie, vermeld in artikel 31bis, § 2, 2°, van het | 5° entiteit : de instantie, vermeld in artikel 31bis, § 2, 2°, van het |
decreet, die de steun ontvangt; | decreet, die de steun ontvangt; |
6° steun : een financiële tegemoetkoming die wordt verleend ter | 6° steun : een financiële tegemoetkoming die wordt verleend ter |
financiering van een project ter bevordering van het ondernemerschap; | financiering van een project ter bevordering van het ondernemerschap; |
7° steunintensiteit : het steunbedrag, uitgedrukt als een percentage | 7° steunintensiteit : het steunbedrag, uitgedrukt als een percentage |
van de in aanmerking komende kosten van het project; | van de in aanmerking komende kosten van het project; |
8° project : een samenhangend geheel van activiteiten die gericht zijn | 8° project : een samenhangend geheel van activiteiten die gericht zijn |
op het bevorderen van het ondernemerschap; | op het bevorderen van het ondernemerschap; |
9° peterschapsproject : een project waarbij enerzijds | 9° peterschapsproject : een project waarbij enerzijds |
beslissingsnemers van deelnemende ondernemingen gedurende een bepaalde | beslissingsnemers van deelnemende ondernemingen gedurende een bepaalde |
periode op regelmatige tijdstippen in groepen begeleid worden door een | periode op regelmatige tijdstippen in groepen begeleid worden door een |
of meer peters om door middel van ervaringsuitwisseling de | of meer peters om door middel van ervaringsuitwisseling de |
bedrijfsvoering van de deelnemende ondernemingen te professionaliseren | bedrijfsvoering van de deelnemende ondernemingen te professionaliseren |
en waarbij anderzijds bedrijfsgerichte activiteiten worden | en waarbij anderzijds bedrijfsgerichte activiteiten worden |
georganiseerd om de netwerkvorming en de ervaringsuitwisseling tussen | georganiseerd om de netwerkvorming en de ervaringsuitwisseling tussen |
alle deelnemende ondernemingen en peters te stimuleren; | alle deelnemende ondernemingen en peters te stimuleren; |
10° indiener : een instantie die een voorstel indient van het project, | 10° indiener : een instantie die een voorstel indient van het project, |
die het project coördineert en die de eindverantwoordelijkheid draagt | die het project coördineert en die de eindverantwoordelijkheid draagt |
van het project; | van het project; |
11° indieningsdatum van een project : de datum waarop een identieke | 11° indieningsdatum van een project : de datum waarop een identieke |
versie van zowel de papieren als elektronische versie van het project | versie van zowel de papieren als elektronische versie van het project |
wordt ingediend; | wordt ingediend; |
12° oproep : een bij ministerieel besluit gelanceerde vraag of | 12° oproep : een bij ministerieel besluit gelanceerde vraag of |
uitnodiging tot indiening van voorstellen om projecten te financieren | uitnodiging tot indiening van voorstellen om projecten te financieren |
ter stimulering van ondernemerschap; | ter stimulering van ondernemerschap; |
13° netwerksessie : bijeenkomst van ondernemingen of entiteiten (of | 13° netwerksessie : bijeenkomst van ondernemingen of entiteiten (of |
indieners) die in het kader van dit besluit steun hebben ontvangen | indieners) die in het kader van dit besluit steun hebben ontvangen |
voor onderlinge kennis- en ervaringsuitwisseling, samenwerking, | voor onderlinge kennis- en ervaringsuitwisseling, samenwerking, |
netwerking, afstemming en coördinatie van de projecten; | netwerking, afstemming en coördinatie van de projecten; |
14° samenwerkingsverband : een samenwerking tussen verschillende | 14° samenwerkingsverband : een samenwerking tussen verschillende |
entiteiten of ondernemingen en eventuele andere derden; | entiteiten of ondernemingen en eventuele andere derden; |
15° de minimis verordening : de Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de | 15° de minimis verordening : de Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de |
Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de | Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de |
artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PB L 379 van 28 | artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PB L 379 van 28 |
december 2006, blz. 5-10) en alle latere wijzigingen; | december 2006, blz. 5-10) en alle latere wijzigingen; |
16° netto te financieren saldo : het saldo van het aanvaardbaar | 16° netto te financieren saldo : het saldo van het aanvaardbaar |
projectbedrag dat nog moet gefinancieerd worden na aftrek van de | projectbedrag dat nog moet gefinancieerd worden na aftrek van de |
beschikbare middelen in natura (zoals sponsoring, giften, eigen werk, | beschikbare middelen in natura (zoals sponsoring, giften, eigen werk, |
eigen inbreng in natura) en de financiële middelen (zoals cash | eigen inbreng in natura) en de financiële middelen (zoals cash |
middelen) zoals voorzien in de begroting van het project. | middelen) zoals voorzien in de begroting van het project. |
HOOFDSTUK II. - Steun voor ondernemerschapsbevordering | HOOFDSTUK II. - Steun voor ondernemerschapsbevordering |
Afdeling I. - Toepassingsgebied | Afdeling I. - Toepassingsgebied |
Art. 2.§ 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten |
Art. 2.§ 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten |
kan overeenkomstig dit besluit steun worden verleend aan ondernemingen | kan overeenkomstig dit besluit steun worden verleend aan ondernemingen |
of entiteiten voor een project ter stimulering van het | of entiteiten voor een project ter stimulering van het |
ondernemerschap. | ondernemerschap. |
§ 2. De minister kan de lijst van projecten, vermeld in artikel 31 | § 2. De minister kan de lijst van projecten, vermeld in artikel 31 |
bis, § 1, tweede lid van het decreet verduidelijken en aanvullen | bis, § 1, tweede lid van het decreet verduidelijken en aanvullen |
overeenkomstig de beleidsprioriteiten en de noodwendigheden. | overeenkomstig de beleidsprioriteiten en de noodwendigheden. |
§ 3. Enkel de projecten die ten goede komen aan het ondernemerschap in | § 3. Enkel de projecten die ten goede komen aan het ondernemerschap in |
het Vlaamse Gewest komen in aanmerking voor steun. | het Vlaamse Gewest komen in aanmerking voor steun. |
Art. 3.De minister bepaalt welke publiekrechtelijke of |
Art. 3.De minister bepaalt welke publiekrechtelijke of |
privaatrechtelijke entiteiten in aanmerking komen voor steun. | privaatrechtelijke entiteiten in aanmerking komen voor steun. |
Art. 4.De minister bepaalt aan welke voorwaarden eventuele |
Art. 4.De minister bepaalt aan welke voorwaarden eventuele |
samenwerkingsverbanden moeten voldoen om in aanmerking te komen voor | samenwerkingsverbanden moeten voldoen om in aanmerking te komen voor |
steun. | steun. |
Afdeling II. - Algemene voorwaarden | Afdeling II. - Algemene voorwaarden |
Art. 5.Er wordt geen steun verleend aan ondernemingen of entiteiten |
Art. 5.Er wordt geen steun verleend aan ondernemingen of entiteiten |
die niet voldoen aan de regelgeving die van toepassing is in het | die niet voldoen aan de regelgeving die van toepassing is in het |
Vlaamse Gewest. | Vlaamse Gewest. |
De onderneming of entiteit mag op de indieningsdatum van de | De onderneming of entiteit mag op de indieningsdatum van de |
steunaanvraag geen achterstallige schulden bij de Rijksdienst voor | steunaanvraag geen achterstallige schulden bij de Rijksdienst voor |
Sociale Zekerheid hebben en geen procedure op basis van Europees of | Sociale Zekerheid hebben en geen procedure op basis van Europees of |
nationaal recht lopen hebben waarbij een toegekende steun wordt | nationaal recht lopen hebben waarbij een toegekende steun wordt |
teruggevorderd. | teruggevorderd. |
Art. 6.§ 1. Voor de ondernemingen is er cumulatie van steun mogelijk, |
Art. 6.§ 1. Voor de ondernemingen is er cumulatie van steun mogelijk, |
ongeacht of de steun uit lokale, regionale, nationale of communautaire | ongeacht of de steun uit lokale, regionale, nationale of communautaire |
bronnen wordt gefinancierd, onder de vermelde voorwaarden, vermeld in | bronnen wordt gefinancierd, onder de vermelde voorwaarden, vermeld in |
het tweede en het derde lid. | het tweede en het derde lid. |
Als de steun op basis van dit besluit wordt gecombineerd met andere | Als de steun op basis van dit besluit wordt gecombineerd met andere |
steun die eveneens onder de de-minimisverordening ressorteert, mag het | steun die eveneens onder de de-minimisverordening ressorteert, mag het |
gecombineerde steunbedrag, ongeacht of die steun betrekking heeft op | gecombineerde steunbedrag, ongeacht of die steun betrekking heeft op |
dezelfde in aanmerking komende kosten of niet, de de-minimisdrempel | dezelfde in aanmerking komende kosten of niet, de de-minimisdrempel |
niet overschrijden. In voorkomend geval wordt de op basis van dit | niet overschrijden. In voorkomend geval wordt de op basis van dit |
besluit toegekende steun pro rata verminderd. | besluit toegekende steun pro rata verminderd. |
Als de steun op basis van dit besluit wordt gecombineerd met | Als de steun op basis van dit besluit wordt gecombineerd met |
staatssteun als vermeld in artikel 87 van het EG-Verdrag, én als het | staatssteun als vermeld in artikel 87 van het EG-Verdrag, én als het |
gaat om dezelfde in aanmerking komende kosten, mag het gecombineerde | gaat om dezelfde in aanmerking komende kosten, mag het gecombineerde |
steunbedrag er niet toe leiden dat de steunintensiteit hoger uitkomt | steunbedrag er niet toe leiden dat de steunintensiteit hoger uitkomt |
dan de intensiteit die in de specifieke omstandigheden van elke zaak | dan de intensiteit die in de specifieke omstandigheden van elke zaak |
door een groepsvrijstellingsverordening of een besluit van de | door een groepsvrijstellingsverordening of een besluit van de |
Commissie is vastgesteld. In voorkomend geval wordt de op basis van | Commissie is vastgesteld. In voorkomend geval wordt de op basis van |
dit besluit toegekende steun pro rata verminderd. | dit besluit toegekende steun pro rata verminderd. |
§ 2. Voor de entiteiten is er cumulatie van steun mogelijk ongeacht of | § 2. Voor de entiteiten is er cumulatie van steun mogelijk ongeacht of |
de steun uit lokale, regionale, nationale of communautaire bronnen | de steun uit lokale, regionale, nationale of communautaire bronnen |
wordt gefinancierd. | wordt gefinancierd. |
Als de maximale steunbedragen, vermeld in dit besluit, overschreden | Als de maximale steunbedragen, vermeld in dit besluit, overschreden |
worden, wordt de steun, toegekend overeenkomstig dit besluit, pro rata | worden, wordt de steun, toegekend overeenkomstig dit besluit, pro rata |
verminderd. | verminderd. |
Afdeling III. - Start en beëindiging van het project | Afdeling III. - Start en beëindiging van het project |
Art. 7.Het project start op zijn vroegst op de datum van de indiening |
Art. 7.Het project start op zijn vroegst op de datum van de indiening |
ervan. Het project start uiterlijk 6 maanden na de indiening van de | ervan. Het project start uiterlijk 6 maanden na de indiening van de |
aanvraag van steun. | aanvraag van steun. |
De minister kan die termijn verlengen. | De minister kan die termijn verlengen. |
Het project heeft een duur van maximaal drie jaar. | Het project heeft een duur van maximaal drie jaar. |
Art. 8.De steun vervalt volledig als de onderneming of de entiteit |
Art. 8.De steun vervalt volledig als de onderneming of de entiteit |
start met het project voor de datum van de indiening ervan. | start met het project voor de datum van de indiening ervan. |
Afdeling IV. - Steunintensiteit | Afdeling IV. - Steunintensiteit |
Art. 9.De steun wordt toegekend in de vorm van een subsidie. |
Art. 9.De steun wordt toegekend in de vorm van een subsidie. |
Art. 10.§ 1. De subsidie bedraagt maximaal 200.000 euro |
Art. 10.§ 1. De subsidie bedraagt maximaal 200.000 euro |
(tweehonderdduizend euro) per project. | (tweehonderdduizend euro) per project. |
Voor een onderneming zijn de bepalingen van de minimis verordening van | Voor een onderneming zijn de bepalingen van de minimis verordening van |
toepassing. | toepassing. |
§ 2. De subsidie bedraagt 50 % van de aanvaarde projectbegroting en | § 2. De subsidie bedraagt 50 % van de aanvaarde projectbegroting en |
maximaal het netto te financieren saldo. De minister kan in het kader | maximaal het netto te financieren saldo. De minister kan in het kader |
van de beleidsprioriteiten en de noodwendigheden en mits het akkoord | van de beleidsprioriteiten en de noodwendigheden en mits het akkoord |
van de minister bevoegd voor begroting wordt verkregen, het | van de minister bevoegd voor begroting wordt verkregen, het |
steunpercentage verhogen tot maximaal 80 %, zonder het maximale | steunpercentage verhogen tot maximaal 80 %, zonder het maximale |
steunbedrag of het netto te financieren saldo te overschrijden. | steunbedrag of het netto te financieren saldo te overschrijden. |
De minister bepaalt de verdere uitwerking van het netto te financieren | De minister bepaalt de verdere uitwerking van het netto te financieren |
saldo. | saldo. |
In afwijking van het eerste lid kan de minister de steun voor | In afwijking van het eerste lid kan de minister de steun voor |
peterschapsprojecten verhogen tot maximaal 80 % van de aanvaarde | peterschapsprojecten verhogen tot maximaal 80 % van de aanvaarde |
projectbegroting, zonder het maximale steunbedrag of het netto te | projectbegroting, zonder het maximale steunbedrag of het netto te |
financieren saldo te overschrijden. | financieren saldo te overschrijden. |
§ 3. De aanvaardbare projectkosten zijn die welke direct en | § 3. De aanvaardbare projectkosten zijn die welke direct en |
uitsluitend aan het project zijn te relateren. | uitsluitend aan het project zijn te relateren. |
§ 4. De minister kan de volgende kosten in aanmerking nemen : | § 4. De minister kan de volgende kosten in aanmerking nemen : |
1° loonkosten; | 1° loonkosten; |
2° werkingskosten; | 2° werkingskosten; |
3° overheadkosten; | 3° overheadkosten; |
4° investeringskosten. | 4° investeringskosten. |
De minister kan de inhoud en de maxima van die kosten verder bepalen. | De minister kan de inhoud en de maxima van die kosten verder bepalen. |
§ 5. Voor het project wordt een aparte transparante boekhouding | § 5. Voor het project wordt een aparte transparante boekhouding |
bijgehouden. | bijgehouden. |
Afdeling V. - Procedure | Afdeling V. - Procedure |
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen | Onderafdeling I. - Algemene bepalingen |
Art. 11.De subsidie kan worden toegekend via een oproep. |
Art. 11.De subsidie kan worden toegekend via een oproep. |
De minister bepaalt per oproep de ter beschikking gestelde budgettaire | De minister bepaalt per oproep de ter beschikking gestelde budgettaire |
enveloppe. De oproep bevat minstens de volgende elementen : | enveloppe. De oproep bevat minstens de volgende elementen : |
1° thema van de oproep; | 1° thema van de oproep; |
2° budgettaire enveloppe; | 2° budgettaire enveloppe; |
3° maximaal steunpercentage en steunbedrag; | 3° maximaal steunpercentage en steunbedrag; |
4° minimumscore die behaald moet worden; | 4° minimumscore die behaald moet worden; |
5° minimale percentage aan private inbreng in de ingediende | 5° minimale percentage aan private inbreng in de ingediende |
projectbegroting; | projectbegroting; |
6° uiterste indieningsdatum; | 6° uiterste indieningsdatum; |
7° model van aanvraagformulier; | 7° model van aanvraagformulier; |
8° de beoordelingscriteria en de weging ervan; | 8° de beoordelingscriteria en de weging ervan; |
9° de beoordelingsprocedure en de wijze van jurering; | 9° de beoordelingsprocedure en de wijze van jurering; |
10° de uitbetalingswijze; | 10° de uitbetalingswijze; |
11° de minimale rapporteringsvereisten. | 11° de minimale rapporteringsvereisten. |
Art. 12.De ondernemingen of entiteiten dienen een aanvraag tot het |
Art. 12.De ondernemingen of entiteiten dienen een aanvraag tot het |
verkrijgen van een subsidie in aan de hand van de daartoe ter | verkrijgen van een subsidie in aan de hand van de daartoe ter |
beschikking gestelde documenten. | beschikking gestelde documenten. |
Art. 13.De minister kan bij elke oproep externe deskundigen aanwijzen |
Art. 13.De minister kan bij elke oproep externe deskundigen aanwijzen |
die advies uitbrengen bij de beoordeling van de projecten. | die advies uitbrengen bij de beoordeling van de projecten. |
Art. 14.Het Agentschap Ondernemen kan bij elke oproep een hoorzitting |
Art. 14.Het Agentschap Ondernemen kan bij elke oproep een hoorzitting |
organiseren. | organiseren. |
Onderafdeling II. - Ontvankelijkheidscriteria | Onderafdeling II. - Ontvankelijkheidscriteria |
Art. 15.§ 1. De aanvraag tot toekenning van een subsidie is |
Art. 15.§ 1. De aanvraag tot toekenning van een subsidie is |
ontvankelijk als minstens aan alle volgende voorwaarden is voldaan : | ontvankelijk als minstens aan alle volgende voorwaarden is voldaan : |
1° de documenten, vermeld in artikel 12, worden volledig ingevuld, | 1° de documenten, vermeld in artikel 12, worden volledig ingevuld, |
ondertekend en voor het verstrijken van de indieningtermijn ingediend | ondertekend en voor het verstrijken van de indieningtermijn ingediend |
zoals moet blijken uit de indieningsdatum; | zoals moet blijken uit de indieningsdatum; |
2° de aanvraag voldoet aan de vereisten, vermeld in artikel 2, § 3, en | 2° de aanvraag voldoet aan de vereisten, vermeld in artikel 2, § 3, en |
artikel 7, § 1; | artikel 7, § 1; |
3° de indiener beschikt over rechtspersoonlijkheid en een | 3° de indiener beschikt over rechtspersoonlijkheid en een |
inschrijvingsnummer in de Kruispuntenbank voor Ondernemingen (KBO); | inschrijvingsnummer in de Kruispuntenbank voor Ondernemingen (KBO); |
4° als een onderneming een project indient, heeft ze haar | 4° als een onderneming een project indient, heeft ze haar |
exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest. | exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest. |
De minister kan die ontvankelijkheidscriteria verder uitvoeren en | De minister kan die ontvankelijkheidscriteria verder uitvoeren en |
aanvullen overeenkomstig de beleidsprioriteiten en de noodwendigheden. | aanvullen overeenkomstig de beleidsprioriteiten en de noodwendigheden. |
§ 2. Als een onderneming of een entiteit, met betrekking tot dezelfde | § 2. Als een onderneming of een entiteit, met betrekking tot dezelfde |
in aanmerking komende kosten, al een aanvraag voor steun heeft | in aanmerking komende kosten, al een aanvraag voor steun heeft |
ingediend bij de minister of het Agentschap Ondernemen, is de | ingediend bij de minister of het Agentschap Ondernemen, is de |
steunaanvraag onontvankelijk. Alleen als de eerdere aanvraag is | steunaanvraag onontvankelijk. Alleen als de eerdere aanvraag is |
afgerond met een negatieve beslissing, kan de steunaanvraag als | afgerond met een negatieve beslissing, kan de steunaanvraag als |
ontvankelijk worden beschouwd. | ontvankelijk worden beschouwd. |
Onderafdeling III. - Beoordelingscriteria | Onderafdeling III. - Beoordelingscriteria |
Art. 16.§ 1. De ontvankelijke projectaanvragen zullen beoordeeld |
Art. 16.§ 1. De ontvankelijke projectaanvragen zullen beoordeeld |
worden op basis van hun kwaliteit en inhoud, waarbij minstens de | worden op basis van hun kwaliteit en inhoud, waarbij minstens de |
volgende criteria in aanmerking komen : | volgende criteria in aanmerking komen : |
1° op het vlak van kwaliteit : | 1° op het vlak van kwaliteit : |
a) de mate waarin het project tegemoet komt aan een aangetoonde | a) de mate waarin het project tegemoet komt aan een aangetoonde |
maatschappelijke behoefte; | maatschappelijke behoefte; |
b) de mate waarin het project een of meer maatschappelijke meerwaarden | b) de mate waarin het project een of meer maatschappelijke meerwaarden |
genereert; | genereert; |
c) de mate waarin de opgedane kennis wordt overgedragen; | c) de mate waarin de opgedane kennis wordt overgedragen; |
d) de deskundigheid van de projectorganisatoren, partners en in | d) de deskundigheid van de projectorganisatoren, partners en in |
voorkomend geval het samenwerkingsverband; | voorkomend geval het samenwerkingsverband; |
e) de mate waarin efficiënt wordt omgegaan met middelen; | e) de mate waarin efficiënt wordt omgegaan met middelen; |
f) de mate waarin de projectorganisatie samenwerkt met andere | f) de mate waarin de projectorganisatie samenwerkt met andere |
ondernemerschapsactoren; | ondernemerschapsactoren; |
2° op het vlak van inhoud : | 2° op het vlak van inhoud : |
a) de mate waarin het project inspeelt op het beleidsaccent van de | a) de mate waarin het project inspeelt op het beleidsaccent van de |
minister; | minister; |
b) de mate waarin het project innovatief is; | b) de mate waarin het project innovatief is; |
c) de mate waarin het project inhoudelijk en methodologisch is | c) de mate waarin het project inhoudelijk en methodologisch is |
uitgewerkt. | uitgewerkt. |
§ 2. Bij het opstellen van de rangschikking kan aanvullend rekening | § 2. Bij het opstellen van de rangschikking kan aanvullend rekening |
gehouden worden met : | gehouden worden met : |
1° het streven naar diversiteit en complementariteit in het aanbod van | 1° het streven naar diversiteit en complementariteit in het aanbod van |
projecten; | projecten; |
2° het streven naar een geografische spreiding van het aanbod van | 2° het streven naar een geografische spreiding van het aanbod van |
projecten in het Vlaamse Gewest; | projecten in het Vlaamse Gewest; |
3° het streven naar een sectorale spreiding van het aanbod van | 3° het streven naar een sectorale spreiding van het aanbod van |
projecten in het Vlaamse Gewest. | projecten in het Vlaamse Gewest. |
§ 3. De minister kan de criteria, vermeld in § 1 en § 2, | § 3. De minister kan de criteria, vermeld in § 1 en § 2, |
verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de beleidsprioriteiten en | verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de beleidsprioriteiten en |
de noodwendigheden. | de noodwendigheden. |
Onderafdeling IV. - Beslissingsbevoegdheid | Onderafdeling IV. - Beslissingsbevoegdheid |
Art. 17.De onderneming of entiteit waarvan het project voldoet aan de |
Art. 17.De onderneming of entiteit waarvan het project voldoet aan de |
ontvankelijkheidscriteria, wordt daarvan in kennis gesteld. | ontvankelijkheidscriteria, wordt daarvan in kennis gesteld. |
De onderneming of entiteit waarvan het project niet voldoet aan de | De onderneming of entiteit waarvan het project niet voldoet aan de |
ontvankelijkheidscriteria, wordt daarvan in kennis gesteld. Die | ontvankelijkheidscriteria, wordt daarvan in kennis gesteld. Die |
inkennisstelling vermeldt de motivering en de beroepsmogelijkheden. | inkennisstelling vermeldt de motivering en de beroepsmogelijkheden. |
Art. 18.De minister neemt de beslissing tot toekenning van de steun |
Art. 18.De minister neemt de beslissing tot toekenning van de steun |
en kan specifieke voorwaarden opleggen. Die beslissing maakt minstens | en kan specifieke voorwaarden opleggen. Die beslissing maakt minstens |
melding van : | melding van : |
1° begunstigde; | 1° begunstigde; |
2° behaalde score; | 2° behaalde score; |
3° uitbetalingsvoorwaarden; | 3° uitbetalingsvoorwaarden; |
4° toezicht en controle; | 4° toezicht en controle; |
5° rapporteringsvoorwaarden. | 5° rapporteringsvoorwaarden. |
Het Agentschap Ondernemen betekent de ministeriële beslissing. | Het Agentschap Ondernemen betekent de ministeriële beslissing. |
Art. 19.Het Agentschap Ondernemen stelt de onderneming of entiteit |
Art. 19.Het Agentschap Ondernemen stelt de onderneming of entiteit |
waarvan het project niet voldoet aan de minimumscore, daarvan in | waarvan het project niet voldoet aan de minimumscore, daarvan in |
kennis. | kennis. |
Die inkennisstelling vermeldt de motivering en de | Die inkennisstelling vermeldt de motivering en de |
beroepsmogelijkheden. | beroepsmogelijkheden. |
Art. 20.Het Agentschap Ondernemen stelt de onderneming of entiteit |
Art. 20.Het Agentschap Ondernemen stelt de onderneming of entiteit |
waarvan het project voldoet aan de minimumscore, maar dat door de | waarvan het project voldoet aan de minimumscore, maar dat door de |
beperking van het budget ongunstig wordt gerangschikt, daarvan in | beperking van het budget ongunstig wordt gerangschikt, daarvan in |
kennis. | kennis. |
Die inkennisstelling vermeldt de motivering en de | Die inkennisstelling vermeldt de motivering en de |
beroepsmogelijkheden. | beroepsmogelijkheden. |
HOOFDSTUK III. - Projecten van bijzonder belang die niet onder een | HOOFDSTUK III. - Projecten van bijzonder belang die niet onder een |
oproep vallen | oproep vallen |
Art. 21.Als een project van bijzonder belang wordt ingediend dat past |
Art. 21.Als een project van bijzonder belang wordt ingediend dat past |
in het economisch, sociaal en regionaal beleid van de minister, kan | in het economisch, sociaal en regionaal beleid van de minister, kan |
uitzonderlijk worden afgeweken van de bepalingen, vermeld in hoofdstuk | uitzonderlijk worden afgeweken van de bepalingen, vermeld in hoofdstuk |
II. | II. |
Art. 22.De steun kan voor een onderneming maximaal 200.000 euro |
Art. 22.De steun kan voor een onderneming maximaal 200.000 euro |
bedragen binnen de beperkingen van de de minimis verordening. De | bedragen binnen de beperkingen van de de minimis verordening. De |
minister beslist over de toekenning van de steun en bepaalt de | minister beslist over de toekenning van de steun en bepaalt de |
voorwaarden waaronder de steun wordt toegekend. | voorwaarden waaronder de steun wordt toegekend. |
De minister beslist over de toekenning van de steun aan een entiteit | De minister beslist over de toekenning van de steun aan een entiteit |
als het steunbedrag kleiner is dan of gelijk is aan 500.000 euro en | als het steunbedrag kleiner is dan of gelijk is aan 500.000 euro en |
bepaalt de voorwaarden waaronder de steun wordt toegekend. | bepaalt de voorwaarden waaronder de steun wordt toegekend. |
De Vlaamse Regering beslist over de toekenning van de steun aan een | De Vlaamse Regering beslist over de toekenning van de steun aan een |
entiteit als het steunbedrag meer is dan 500.000 euro, en bepaalt de | entiteit als het steunbedrag meer is dan 500.000 euro, en bepaalt de |
voorwaarden waaronder de steun wordt toegekend. | voorwaarden waaronder de steun wordt toegekend. |
HOOFDSTUK IV. - Het Vlaams Ondernemerschapsbevorderend Netwerk (VON) | HOOFDSTUK IV. - Het Vlaams Ondernemerschapsbevorderend Netwerk (VON) |
Art. 23.Het Vlaams Ondernemerschapsbevorderend Netwerk heeft als doel |
Art. 23.Het Vlaams Ondernemerschapsbevorderend Netwerk heeft als doel |
: | : |
1° de onderlinge kennis- en ervaringsuitwisseling, samenwerking, | 1° de onderlinge kennis- en ervaringsuitwisseling, samenwerking, |
netwerking, afstemming en coördinatie van de gunstig gerangschikte | netwerking, afstemming en coördinatie van de gunstig gerangschikte |
projecten van alle oproepen en van de projecten, vermeld in artikel | projecten van alle oproepen en van de projecten, vermeld in artikel |
21, te bevorderen; | 21, te bevorderen; |
2° de efficiëntie en de effectiviteit te verhogen van de steun, | 2° de efficiëntie en de effectiviteit te verhogen van de steun, |
toegekend door het Agentschap Ondernemen. | toegekend door het Agentschap Ondernemen. |
In dat kader kunnen acties ondernomen worden, hetzij op initiatief van | In dat kader kunnen acties ondernomen worden, hetzij op initiatief van |
het Agentschap Ondernemen, hetzij op initiatief van derden. | het Agentschap Ondernemen, hetzij op initiatief van derden. |
De minister bepaalt de in aanmerking komende kosten, de | De minister bepaalt de in aanmerking komende kosten, de |
steunintensiteit, de beoordelingscriteria evenals de voorwaarden | steunintensiteit, de beoordelingscriteria evenals de voorwaarden |
waaraan de acties op initiatief van derden moeten voldoen. | waaraan de acties op initiatief van derden moeten voldoen. |
Art. 24.Het Agentschap Ondernemen kan op regelmatige basis de |
Art. 24.Het Agentschap Ondernemen kan op regelmatige basis de |
volgende netwerksessies organiseren : | volgende netwerksessies organiseren : |
1° netwerksessies voor ondernemingen of entiteiten van gesteunde | 1° netwerksessies voor ondernemingen of entiteiten van gesteunde |
projecten in het kader van oproepen binnen hetzelfde thema; | projecten in het kader van oproepen binnen hetzelfde thema; |
2° (overkoepelende) netwerksessies voor ondernemingen of entiteiten | 2° (overkoepelende) netwerksessies voor ondernemingen of entiteiten |
van gesteunde projecten die betrekking hebben op gesteunde projecten | van gesteunde projecten die betrekking hebben op gesteunde projecten |
van verschillende thema's. | van verschillende thema's. |
Art. 25.De steun, toegekend in het kader van dit hoofdstuk, mag er |
Art. 25.De steun, toegekend in het kader van dit hoofdstuk, mag er |
niet toe leiden dat het maximale steunbedrag, vermeld in artikel 10 en | niet toe leiden dat het maximale steunbedrag, vermeld in artikel 10 en |
in artikel 22, lid 1, wordt overschreden. | in artikel 22, lid 1, wordt overschreden. |
HOOFDSTUK V. - Verjaring | HOOFDSTUK V. - Verjaring |
Art. 26.Overeenkomstig artikel 37 van het decreet worden de aanvragen |
Art. 26.Overeenkomstig artikel 37 van het decreet worden de aanvragen |
tot uitbetaling ingediend binnen zes maanden nadat het project | tot uitbetaling ingediend binnen zes maanden nadat het project |
beëindigd is. | beëindigd is. |
HOOFDSTUK VI. - Terugvordering | HOOFDSTUK VI. - Terugvordering |
Art. 27.De subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd, |
Art. 27.De subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd, |
met behoud van de toepassing van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, | met behoud van de toepassing van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, |
gecoördineerd op 17 juli 1991, en van de wet van 7 juni 1994 tot | gecoördineerd op 17 juli 1991, en van de wet van 7 juni 1994 tot |
wijziging van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de | wijziging van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de |
verklaringen, te doen in verband met subsidies, vergoedingen en | verklaringen, te doen in verband met subsidies, vergoedingen en |
toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste zijn van | toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste zijn van |
de Staat, in geval van niet-naleving van de bij het decreet of dit | de Staat, in geval van niet-naleving van de bij het decreet of dit |
besluit opgelegde voorwaarden binnen zes jaar na de indieningsdatum | besluit opgelegde voorwaarden binnen zes jaar na de indieningsdatum |
van het project. | van het project. |
Art. 28.In geval van terugvordering wordt de Europese |
Art. 28.In geval van terugvordering wordt de Europese |
referentierentevoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende | referentierentevoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende |
staatssteun toegepast. | staatssteun toegepast. |
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen |
Art. 29.De volgende regelingen worden opgeheven : |
Art. 29.De volgende regelingen worden opgeheven : |
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2003 ter | 1° het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2003 ter |
ondersteuning van brugprojecten tussen economie en onderwijs, | ondersteuning van brugprojecten tussen economie en onderwijs, |
gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 juli 2003, 4 | gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 juli 2003, 4 |
juni 2004, 12 mei 2006 en 20 juli 2006; | juni 2004, 12 mei 2006 en 20 juli 2006; |
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2003 | 2° het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2003 |
betreffende peterschapsprojecten, gewijzigd bij het besluit van de | betreffende peterschapsprojecten, gewijzigd bij het besluit van de |
Vlaamse Regering van 20 juli 2006; | Vlaamse Regering van 20 juli 2006; |
3° het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 tot | 3° het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 tot |
toekenning van steun voor projecten ter stimulering van het | toekenning van steun voor projecten ter stimulering van het |
ondernemerschap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering | ondernemerschap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering |
van 20 juli 2006 en 9 maart 2007. | van 20 juli 2006 en 9 maart 2007. |
Art. 30.De projecten die werden ingediend en behandeld overeenkomstig |
Art. 30.De projecten die werden ingediend en behandeld overeenkomstig |
de besluiten, vermeld in artikel 29, worden verder afgehandeld conform | de besluiten, vermeld in artikel 29, worden verder afgehandeld conform |
die besluiten. | die besluiten. |
Art. 31.Dit besluit treedt in werking op 24 april 2009. |
Art. 31.Dit besluit treedt in werking op 24 april 2009. |
Art. 32.De Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid, is |
Art. 32.De Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid, is |
belast met de uitvoering van dit besluit. | belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 24 april 2009. | Brussel, 24 april 2009. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en | De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en |
Buitenlandse Handel, | Buitenlandse Handel, |
Mevr. P. CEYSENS | Mevr. P. CEYSENS |