Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 23/11/2001
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging, met betrekking tot de wisselbanen, van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de Vlaamse Dienst voor arbeidsbemiddeling en de Heroepsopleiding "
Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging, met betrekking tot de wisselbanen, van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de Vlaamse Dienst voor arbeidsbemiddeling en de Heroepsopleiding Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging, met betrekking tot de wisselbanen, van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de Vlaamse Dienst voor arbeidsbemiddeling en de Heroepsopleiding
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
23 NOVEMBER 2001. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging, met 23 NOVEMBER 2001. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging, met
betrekking tot de wisselbanen, van het besluit van de Vlaamse regering betrekking tot de wisselbanen, van het besluit van de Vlaamse regering
van 21 december 1988 houdende de organisatie van de Vlaamse Dienst van 21 december 1988 houdende de organisatie van de Vlaamse Dienst
voor arbeidsbemiddeling en de Heroepsopleiding voor arbeidsbemiddeling en de Heroepsopleiding
De Vlaamse regering, De Vlaamse regering,
Gelet op het decreet van 20 maart 1984 houdende oprichting van de Gelet op het decreet van 20 maart 1984 houdende oprichting van de
Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling, aangevuld bij decreet van 20 Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling, aangevuld bij decreet van 20
maart 1984 en gewijzigd bij decreten van 30 mei 1985, 7 juli 1998, 18 maart 1984 en gewijzigd bij decreten van 30 mei 1985, 7 juli 1998, 18
mei 1999 en 22 december 2000; mei 1999 en 22 december 2000;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988
houdende de organisatie van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling houdende de organisatie van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling
en de Beroepsopleiding; en de Beroepsopleiding;
Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Vlaamse Dienst voor Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Vlaamse Dienst voor
Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding gegeven op 3 oktober 2001; Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding gegeven op 3 oktober 2001;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën gegeven op 25 Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën gegeven op 25
oktober 2001; oktober 2001;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor Begroting, Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor Begroting,
gegeven op 24 november 2001; gegeven op 24 november 2001;
Gelet op de wetten van de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten van de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat dringend de nodige maatregelen moeten worden genomen Overwegende dat dringend de nodige maatregelen moeten worden genomen
om het wisselbanenplan in werking te stellen met het oog op de om het wisselbanenplan in werking te stellen met het oog op de
bevordering van de doorstromingsmogelijkheden van werknemers en de bevordering van de doorstromingsmogelijkheden van werknemers en de
instroommogelijkheden werkzoekenden; instroommogelijkheden werkzoekenden;
Overwegende dat deze maatregelen zich opdringen gelet op de Overwegende dat deze maatregelen zich opdringen gelet op de
arbeidsmarktconjunctuur enerzijds en de blijvende noodzaak om bepaalde arbeidsmarktconjunctuur enerzijds en de blijvende noodzaak om bepaalde
doelgroepen aan het werk te helpen anderzijds; doelgroepen aan het werk te helpen anderzijds;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme; Op voorstel van de Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 21

Artikel 1.Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 21

december 1988 houdende de organisatie van de Vlaamse Dienst voor december 1988 houdende de organisatie van de Vlaamse Dienst voor
arbeidsbemiddeling en de Beroepsopleiding wordt aangevuld met de arbeidsbemiddeling en de Beroepsopleiding wordt aangevuld met de
volgende bepalingen : volgende bepalingen :
« 31° : wisselbaan : een baan waar een wisseling van werknemers « 31° : wisselbaan : een baan waar een wisseling van werknemers
plaatsvindt via een enkelvoudig of dubbel opleidingsspoor : plaatsvindt via een enkelvoudig of dubbel opleidingsspoor :
- de zittende werknemer wordt via een opleiding gebracht tot de - de zittende werknemer wordt via een opleiding gebracht tot de
functie die bij zijn/haar competenties aansluit; functie die bij zijn/haar competenties aansluit;
- de inschuivende werkzoekende wordt begeleid of via een - de inschuivende werkzoekende wordt begeleid of via een
inschuifopleiding op de werkvloer geschoold in de nieuwe functie die inschuifopleiding op de werkvloer geschoold in de nieuwe functie die
vrijkomt. vrijkomt.
32° : lokale werkwinkel : een lokaal werkgelegenheidsloket waar de 32° : lokale werkwinkel : een lokaal werkgelegenheidsloket waar de
volgende diensten worden verstrekt : volgende diensten worden verstrekt :
- geïntegreerde basisdienstverlening onder regie van de Dienst in - geïntegreerde basisdienstverlening onder regie van de Dienst in
samenwerking met lokale partners; samenwerking met lokale partners;
- lokale dienstenwerkgelegenheid onder regie van de gemeenten. - lokale dienstenwerkgelegenheid onder regie van de gemeenten.
33° : invoeginterim : elke vorm van interim zoals bedoeld in artikel 33° : invoeginterim : elke vorm van interim zoals bedoeld in artikel
194 van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en 194 van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en
andere bepalingen. » andere bepalingen. »

Art. 2.In Titel II, Hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt de

Art. 2.In Titel II, Hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt de

afdeling 2 vervangen door wat volgt : afdeling 2 vervangen door wat volgt :
Afdeling 2. - Toekennen van een begeleidingspremie aan het Afdeling 2. - Toekennen van een begeleidingspremie aan het
uitzendkantoor dat een arbeidsovereenkomst voor invoeginterim sluit uitzendkantoor dat een arbeidsovereenkomst voor invoeginterim sluit
met een langdurig niet-werkende werkzoekende met een langdurig niet-werkende werkzoekende

Art. 63.Een financiële tegemoetkoming, binnen de daartoe voorziene

Art. 63.Een financiële tegemoetkoming, binnen de daartoe voorziene

kredieten, onder de vorm van een begeleidingspremie kan toegekend kredieten, onder de vorm van een begeleidingspremie kan toegekend
worden aan het uitzendkantoor dat een voltijdse arbeidsovereenkomst worden aan het uitzendkantoor dat een voltijdse arbeidsovereenkomst
voor invoeginterim sluit met een langdurig niet-werkende werkzoekende voor invoeginterim sluit met een langdurig niet-werkende werkzoekende
en dit in het kader van een wisselbaan. en dit in het kader van een wisselbaan.

Art. 64.Voor de toepassing van artikel 63 wordt onder langdurig

Art. 64.Voor de toepassing van artikel 63 wordt onder langdurig

niet-werkende werkzoekende verstaan : niet-werkende werkzoekende verstaan :
1° de uitkeringsgerechtigde volledig werkloze die op het ogenblik van 1° de uitkeringsgerechtigde volledig werkloze die op het ogenblik van
de indienstneming zonder onderbreking werkloosheid- of de indienstneming zonder onderbreking werkloosheid- of
wachtuitkeringen geniet volgens het uitkeringsstelsel voorzien in wachtuitkeringen geniet volgens het uitkeringsstelsel voorzien in
artikel 100 of 103 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 artikel 100 of 103 van het koninklijk besluit van 25 november 1991
houdende de werkloosheidsreglementering, sinds ten minste : houdende de werkloosheidsreglementering, sinds ten minste :
a) vierentwintig kalendermaanden indien hij de leeftijd van 45 jaar a) vierentwintig kalendermaanden indien hij de leeftijd van 45 jaar
niet heeft bereikt; niet heeft bereikt;
b) zes kalendermaanden indien hij de leeftijd van 45 jaar wel heeft b) zes kalendermaanden indien hij de leeftijd van 45 jaar wel heeft
bereikt; bereikt;
2° de niet-werkende werkzoekenden waarvan het recht op uitkeringen 2° de niet-werkende werkzoekenden waarvan het recht op uitkeringen
wegens langdurige werkloosheid geschorst werd krachtens de bepalingen wegens langdurige werkloosheid geschorst werd krachtens de bepalingen
van hoofdstuk III, afdeling 8, van het voornoemd koninklijk besluit van hoofdstuk III, afdeling 8, van het voornoemd koninklijk besluit
van 25 november 1991 of op basis van artikel 143 van het koninklijk van 25 november 1991 of op basis van artikel 143 van het koninklijk
besluit van 20 december 1963 betreffende arbeidsvoorziening en besluit van 20 december 1963 betreffende arbeidsvoorziening en
werkloosheid; werkloosheid;
3° de personen die zich wensen in te schakelen of terug in te 3° de personen die zich wensen in te schakelen of terug in te
schakelen op de arbeidsmarkt en tegelijkertijd aan de volgende schakelen op de arbeidsmarkt en tegelijkertijd aan de volgende
voorwaarden voldoen : voorwaarden voldoen :
a) zij leveren het bewijs af dat zij op een bepaald ogenblik gedurende a) zij leveren het bewijs af dat zij op een bepaald ogenblik gedurende
hun beroepsloopbaan 312 arbeidsdagen of daaraan gelijkgestelde dagen hun beroepsloopbaan 312 arbeidsdagen of daaraan gelijkgestelde dagen
in de zin van de werkloosheidsreglementering gepresteerd hebben in de zin van de werkloosheidsreglementering gepresteerd hebben
gedurende een periode van achttien maanden, ofwel tonen zij aan dat gedurende een periode van achttien maanden, ofwel tonen zij aan dat
zij minstens één werkloosheidsuitkering genoten hebben op basis van zij minstens één werkloosheidsuitkering genoten hebben op basis van
arbeidsprestaties, buiten de periode bedoeld in b); arbeidsprestaties, buiten de periode bedoeld in b);
b) op het ogenblik van de indienstneming hebben zij gedurende een b) op het ogenblik van de indienstneming hebben zij gedurende een
periode van minstens vierentwintig maanden zonder onderbreking geen periode van minstens vierentwintig maanden zonder onderbreking geen
werkloosheidsuitkeringen genoten en geen arbeidsprestaties geleverd werkloosheidsuitkeringen genoten en geen arbeidsprestaties geleverd
als loontrekkende of zelfstandige; als loontrekkende of zelfstandige;
c) zij zijn op het ogenblik van de indienstneming ingeschreven als c) zij zijn op het ogenblik van de indienstneming ingeschreven als
werkzoekende. werkzoekende.
De volgende periodes worden gelijkgesteld met een periode van volledig De volgende periodes worden gelijkgesteld met een periode van volledig
vergoede werkloosheid : vergoede werkloosheid :
1° de periodes die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een 1° de periodes die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een
uitkering bij toepassing van wet- of reglementsbepalingen inzake uitkering bij toepassing van wet- of reglementsbepalingen inzake
verplichte verzekering tegen ziekte- of invaliditeit of inzake verplichte verzekering tegen ziekte- of invaliditeit of inzake
moederschapsverzekering, gelegen in een periode van volledige moederschapsverzekering, gelegen in een periode van volledige
werkloosheid; werkloosheid;
2° de periodes van hechtenis of gevangenzetting, gelegen in een 2° de periodes van hechtenis of gevangenzetting, gelegen in een
periode van volledige werkloosheid; periode van volledige werkloosheid;
3° de periodes gedurende welke de werkloze heeft genoten van een 3° de periodes gedurende welke de werkloze heeft genoten van een
uitkering die werd toegekend krachtens artikel 7, § 1, derde lid, m, uitkering die werd toegekend krachtens artikel 7, § 1, derde lid, m,
van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale
zekerheid der arbeiders en zijn uitvoeringsbesluiten; zekerheid der arbeiders en zijn uitvoeringsbesluiten;
4° de periodes van tewerkstelling in toepassing van artikel 60, § 7, 4° de periodes van tewerkstelling in toepassing van artikel 60, § 7,
van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra
voor maarschappelijk welzijn, alsmede de periodes van gerechtigde op voor maarschappelijk welzijn, alsmede de periodes van gerechtigde op
het bestaansminimum of de ermee gelijkgestelde periodes die deze het bestaansminimum of de ermee gelijkgestelde periodes die deze
periode van tewerkstelling in toepassing van voormeld artikel 60, § 7 periode van tewerkstelling in toepassing van voormeld artikel 60, § 7
onmiddellijk voorafgaan; onmiddellijk voorafgaan;
5° de andere onderbrekende gebeurtenissen, met inbegrip van de 5° de andere onderbrekende gebeurtenissen, met inbegrip van de
periodes van deeltijdse arbeid, met een duurtijd van korter dan drie periodes van deeltijdse arbeid, met een duurtijd van korter dan drie
volledige kalendermaanden. Nochtans, als de onderbrekende gebeurtenis volledige kalendermaanden. Nochtans, als de onderbrekende gebeurtenis
enkel en volledig te wijten is aan een tewerkstelling met een enkel en volledig te wijten is aan een tewerkstelling met een
arbeidsovereenkomst in het kader van het stelsel van gesubsidieerde arbeidsovereenkomst in het kader van het stelsel van gesubsidieerde
contractuelen, mag de onderbreking maximum zes volledige contractuelen, mag de onderbreking maximum zes volledige
kalendermaanden bedragen. kalendermaanden bedragen.

Art. 65.Het bedrag van de tegemoetkoming bedraagt 250 euro per maand

Art. 65.Het bedrag van de tegemoetkoming bedraagt 250 euro per maand

wanneer de betrokken langdurig niet-werkende werkzoekende verbonden is wanneer de betrokken langdurig niet-werkende werkzoekende verbonden is
door een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die door een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die
voorziet in een voltijds uurrooster, of door meerdere schriftelijke voorziet in een voltijds uurrooster, of door meerdere schriftelijke
arbeidsovereenkomsten die met een voltijds uurrooster equivalent zijn. arbeidsovereenkomsten die met een voltijds uurrooster equivalent zijn.
Het in het vorige lid bedoelde bedrag is evenwel begrensd in Het in het vorige lid bedoelde bedrag is evenwel begrensd in
verhouding tot het aantal kalenderdagen van de maand waarvoor de verhouding tot het aantal kalenderdagen van de maand waarvoor de
werknemer verbonden is door een arbeidsovereenkomst, wanneer de werknemer verbonden is door een arbeidsovereenkomst, wanneer de
betrokken maand niet volledig is. betrokken maand niet volledig is.

Art. 66.De begeleidingspremie moet aangewend worden voor de opleiding

Art. 66.De begeleidingspremie moet aangewend worden voor de opleiding

of begeleiding van de aangeworven langdurig niet-werkende of begeleiding van de aangeworven langdurig niet-werkende
werkzoekende. De begeleiding of de opleiding moet de werkzoekende. De begeleiding of de opleiding moet de
arbeidsmarktinzetbaarheid van de werknemer verhogen. Ter realisatie arbeidsmarktinzetbaarheid van de werknemer verhogen. Ter realisatie
hiervan moet er een geïndividualiseerd begeleidingsplan opgesteld hiervan moet er een geïndividualiseerd begeleidingsplan opgesteld
worden waarbij het uitzendkantoor een gespecialiseerde worden waarbij het uitzendkantoor een gespecialiseerde
begeleidingsorganisatie inschakelt en er een protocolovereenkomst mee begeleidingsorganisatie inschakelt en er een protocolovereenkomst mee
afsluit. Deze organisatie kan zijn, ofwel de VDAB, ofwel een andere afsluit. Deze organisatie kan zijn, ofwel de VDAB, ofwel een andere
organisatie, erkend door de VDAB. organisatie, erkend door de VDAB.

Art. 67.De toeleiding van de langdurig niet-werkende werkzoekenden

Art. 67.De toeleiding van de langdurig niet-werkende werkzoekenden

naar de participerende uitzendkantoren gebeurt via de lokale naar de participerende uitzendkantoren gebeurt via de lokale
werkwinkels in het kader van een trajectbegeleidingsaanpak. werkwinkels in het kader van een trajectbegeleidingsaanpak.

Art. 68.De in deze afdeling bedoelde begeleidingspremie kan worden

Art. 68.De in deze afdeling bedoelde begeleidingspremie kan worden

toegekend voor een begeleidings- en opleidingsperiode van maximaal één toegekend voor een begeleidings- en opleidingsperiode van maximaal één
jaar en dit volgens de modaliteiten bepaald door het Beheerscomité en jaar en dit volgens de modaliteiten bepaald door het Beheerscomité en
binnen de daartoe voorziene kredieten. binnen de daartoe voorziene kredieten.

Art. 69.De in deze afdeling bedoelde begeleidingspremie is niet

Art. 69.De in deze afdeling bedoelde begeleidingspremie is niet

cumuleerbaar met de begeleidingsuitkering zoals bedoeld in het cumuleerbaar met de begeleidingsuitkering zoals bedoeld in het
koninklijk besluit van 16 april 1998 waarbij het bedrag, de koninklijk besluit van 16 april 1998 waarbij het bedrag, de
voorwaarden, de duur en de modaliteiten worden bepaald van de toelage voorwaarden, de duur en de modaliteiten worden bepaald van de toelage
bedoeld in artikel 18, § 4, tweede lid, van de wet van 7 augustus 1974 bedoeld in artikel 18, § 4, tweede lid, van de wet van 7 augustus 1974
tot instelling van het recht op een bestaansminimum. » tot instelling van het recht op een bestaansminimum. »

Art. 3.In Titel III van hetzelfde besluit wordt een Hoofdstuk IV

Art. 3.In Titel III van hetzelfde besluit wordt een Hoofdstuk IV

ingevoegd dat luidt als volgt : ingevoegd dat luidt als volgt :
« HOOFDSTUK IV. - Inschuifopleiding « HOOFDSTUK IV. - Inschuifopleiding

Art. 133bis.Onder inschuifopleiding wordt verstaan de

Art. 133bis.Onder inschuifopleiding wordt verstaan de

beroepsopleiding zoals bepaald in artikel 80 van dit besluit, wanneer beroepsopleiding zoals bepaald in artikel 80 van dit besluit, wanneer
zij verstrekt wordt in een onderneming, een vereniging zonder zij verstrekt wordt in een onderneming, een vereniging zonder
winstoogmerk of een administratieve overheid, in het kader van de winstoogmerk of een administratieve overheid, in het kader van de
wisselbaan zoals bedoeld in artikel 1, 31°. wisselbaan zoals bedoeld in artikel 1, 31°.

Art. 133ter.De artikelen 121 tot en met 124, 126 en 129 van dit

Art. 133ter.De artikelen 121 tot en met 124, 126 en 129 van dit

besluit zijn van toepassing op de inschuifopleiding. besluit zijn van toepassing op de inschuifopleiding.

Art. 133quater.De werkgever verbindt er zich toe met de cursist, die

Art. 133quater.De werkgever verbindt er zich toe met de cursist, die

in de onderneming, V.Z.W. of administratieve overheid een in de onderneming, V.Z.W. of administratieve overheid een
inschuifopleiding heeft gevolgd, onmiddellijk na het einde van de inschuifopleiding heeft gevolgd, onmiddellijk na het einde van de
opleiding een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur te sluiten, opleiding een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur te sluiten,
tenzij de oorspronkelijke zittende werknemer zijn oude arbeidsplaats tenzij de oorspronkelijke zittende werknemer zijn oude arbeidsplaats
terug inneemt voor het einde van de inschuifopleiding. Onverminderd de terug inneemt voor het einde van de inschuifopleiding. Onverminderd de
wettelijke bepalingen betreffende het beëindigen van de wettelijke bepalingen betreffende het beëindigen van de
arbeidsovereenkomsten om een dringende reden, mag de werkgever aan arbeidsovereenkomsten om een dringende reden, mag de werkgever aan
voormelde arbeidsovereenkomst slechts een einde maken ten vroegste na voormelde arbeidsovereenkomst slechts een einde maken ten vroegste na
verloop van de tijd overeenstemmend met de duur van de opleiding, verloop van de tijd overeenstemmend met de duur van de opleiding,
tenzij de oorspronkelijke zittende werknemer zijn oude arbeidsplaats tenzij de oorspronkelijke zittende werknemer zijn oude arbeidsplaats
terug inneemt. terug inneemt.
De werkgever verbindt er zich toe de cursist die de inschuifopleiding De werkgever verbindt er zich toe de cursist die de inschuifopleiding
in de onderneming, V.Z.W. of administratieve overheid beëindigd heeft, in de onderneming, V.Z.W. of administratieve overheid beëindigd heeft,
tewerk te stellen in de onderneming, V.Z.W. of administratieve tewerk te stellen in de onderneming, V.Z.W. of administratieve
overheid onder de voor dat beroep geldende voorwaarden en minstens aan overheid onder de voor dat beroep geldende voorwaarden en minstens aan
hetzelfde arbeidsregime als de opleiding in de onderneming. hetzelfde arbeidsregime als de opleiding in de onderneming.

Art. 133quinquies.Toelating tot de inschuifopleiding in een

Art. 133quinquies.Toelating tot de inschuifopleiding in een

onderneming, V.Z.W of administratieve overheid kan gedurende drie jaar onderneming, V.Z.W of administratieve overheid kan gedurende drie jaar
niet worden gegeven aan een onderneming waar een cursist werd opgeleid niet worden gegeven aan een onderneming waar een cursist werd opgeleid
onder de voorwaarden van dit hoofdstuk en die op initiatief van de onder de voorwaarden van dit hoofdstuk en die op initiatief van de
werkgever werd afgedankt, met uitzondering van afdanking wegens werkgever werd afgedankt, met uitzondering van afdanking wegens
dringende reden en wegens terugkeer van de oorspronkelijke zittende dringende reden en wegens terugkeer van de oorspronkelijke zittende
werknemer op zijn oude arbeidsplaats. werknemer op zijn oude arbeidsplaats.
Deze periode van drie jaar gaat in op de datum waarop de wettelijke Deze periode van drie jaar gaat in op de datum waarop de wettelijke
opzeggingstermijn is ingegaan. opzeggingstermijn is ingegaan.
Tegen de weigering tot toelating voorzien in het eerste lid, kan door Tegen de weigering tot toelating voorzien in het eerste lid, kan door
de onderneming, V.Z.W. of administratieve overheid beroep worden de onderneming, V.Z.W. of administratieve overheid beroep worden
aangetekend bij het Beheerscomité. aangetekend bij het Beheerscomité.

Art. 133sexies.Voor de uitvoering van de inschuifopleiding wordt

Art. 133sexies.Voor de uitvoering van de inschuifopleiding wordt

tussen de Dienst, de cursist en de onderneming, V.Z.W. of tussen de Dienst, de cursist en de onderneming, V.Z.W. of
administratieve overheid een overeenkomst afgesloten, waarvan het administratieve overheid een overeenkomst afgesloten, waarvan het
model wordt bepaald door het Beheerscomité. » model wordt bepaald door het Beheerscomité. »

Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 1 december 2001.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 1 december 2001.

Art. 5.De Vlaamse minister bevoegd voor de Werkgelegenheid is belast

Art. 5.De Vlaamse minister bevoegd voor de Werkgelegenheid is belast

met de uitvoering van dit besluit. met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 23 november 2001. Brussel, 23 november 2001.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
P. DEWAEL P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme, De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme,
R. LANDUYT R. LANDUYT
^