| Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de tijdelijke werkervaring | Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de tijdelijke werkervaring |
|---|---|
| VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
| 23 DECEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de | 23 DECEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de |
| tijdelijke werkervaring | tijdelijke werkervaring |
| DE VLAAMSE REGERING, | DE VLAAMSE REGERING, |
| Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het | Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het |
| publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap | publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap |
| "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", artikel | "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", artikel |
| 5, § 1, 7°, b, ingevoegd bij het decreet van 24 april 2015; | 5, § 1, 7°, b, ingevoegd bij het decreet van 24 april 2015; |
| Gelet op het Tijdelijke-werkervaringsdecreet van 9 december 2016; | Gelet op het Tijdelijke-werkervaringsdecreet van 9 december 2016; |
| Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Vlaamse Dienst voor | Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Vlaamse Dienst voor |
| Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, gegeven op 5 oktober 2016; | Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, gegeven op 5 oktober 2016; |
| Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
| begroting, gegeven op 27 oktober 2016; | begroting, gegeven op 27 oktober 2016; |
| Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, | Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, |
| gegeven op 14 november 2016; | gegeven op 14 november 2016; |
| Gelet op advies 60.448/1 van de Raad van State, gegeven op 15 december | Gelet op advies 60.448/1 van de Raad van State, gegeven op 15 december |
| 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
| wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
| Overwegende het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 | Overwegende het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 |
| houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de | houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de |
| beroepsopleiding; | beroepsopleiding; |
| Overwegende het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december | Overwegende het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december |
| 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag | 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag |
| betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm | betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm |
| van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het | van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het |
| beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste | beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste |
| ondernemingen; | ondernemingen; |
| Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en | Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en |
| Sport; | Sport; |
| Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
| Besluit : | Besluit : |
| HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen |
| Afdeling 1. - Definities | Afdeling 1. - Definities |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: |
| 1° trajectbegeleider: de persoon van de gemandateerde | 1° trajectbegeleider: de persoon van de gemandateerde |
| partnerorganisatie die is aangewezen om de werkzoekende te begeleiden | partnerorganisatie die is aangewezen om de werkzoekende te begeleiden |
| tijdens het traject tijdelijke werkervaring; | tijdens het traject tijdelijke werkervaring; |
| 2° gemandateerde partnerorganisatie: de instelling die is aangewezen | 2° gemandateerde partnerorganisatie: de instelling die is aangewezen |
| of gemachtigd om de dienstverlening, vermeld in dit besluit, uit te | of gemachtigd om de dienstverlening, vermeld in dit besluit, uit te |
| oefenen. Dat kan het gemandateerde OCMW zijn of een andere | oefenen. Dat kan het gemandateerde OCMW zijn of een andere |
| partnerorganisatie; | partnerorganisatie; |
| 3° OCMW: een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn; | 3° OCMW: een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn; |
| 4° gemandateerd OCMW: het openbaar centrum voor maatschappelijk | 4° gemandateerd OCMW: het openbaar centrum voor maatschappelijk |
| welzijn dat door de Vlaamse minister, bevoegd voor het | welzijn dat door de Vlaamse minister, bevoegd voor het |
| tewerkstellingsbeleid, is gemachtigd om de dienstverlening, vermeld in | tewerkstellingsbeleid, is gemachtigd om de dienstverlening, vermeld in |
| dit besluit uit te oefenen; | dit besluit uit te oefenen; |
| 5° wet van 8 juli 1976: de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende | 5° wet van 8 juli 1976: de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende |
| de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; | de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; |
| 6° besluit van 5 juni 2009: het besluit van de Vlaamse Regering van 5 | 6° besluit van 5 juni 2009: het besluit van de Vlaamse Regering van 5 |
| juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de | juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de |
| beroepsopleiding; | beroepsopleiding; |
| 7° werkzoekende: de werkzoekende, vermeld in artikel 1, eerste lid, | 7° werkzoekende: de werkzoekende, vermeld in artikel 1, eerste lid, |
| 7°, van het besluit van 5 juni 2009; | 7°, van het besluit van 5 juni 2009; |
| 8° werkplek in de sociale economie: een werkplek op het niveau van een | 8° werkplek in de sociale economie: een werkplek op het niveau van een |
| werknemer die erkend is als behorend tot de doelgroep van de sociale | werknemer die erkend is als behorend tot de doelgroep van de sociale |
| economie; | economie; |
| 9° sociale economie: de ondernemingen die tot een van de volgende | 9° sociale economie: de ondernemingen die tot een van de volgende |
| categorieën behoort: | categorieën behoort: |
| a) de maatwerkbedrijven, vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van | a) de maatwerkbedrijven, vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van |
| 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling; | 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling; |
| b) de maatwerkafdelingen, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet | b) de maatwerkafdelingen, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet |
| van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling; | van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling; |
| c) de lokalediensteneconomieondernemingen, vermeld in artikel 3, 5°, | c) de lokalediensteneconomieondernemingen, vermeld in artikel 3, 5°, |
| van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale | van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale |
| diensteneconomie; | diensteneconomie; |
| d) de beschutte werkplaatsen, erkend conform artikel 79 van het | d) de beschutte werkplaatsen, erkend conform artikel 79 van het |
| decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van | decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van |
| de begroting 2006; | de begroting 2006; |
| e) de sociale werkplaatsen, erkend conform het decreet van 14 juli | e) de sociale werkplaatsen, erkend conform het decreet van 14 juli |
| 1998 inzake sociale werkplaatsen. | 1998 inzake sociale werkplaatsen. |
| Afdeling 2. - Toeleiding | Afdeling 2. - Toeleiding |
Art. 2.De beslissing of een werkzoekende of een leefloongerechtigde |
Art. 2.De beslissing of een werkzoekende of een leefloongerechtigde |
| in aanmerking komt voor het traject tijdelijke werkervaring wordt | in aanmerking komt voor het traject tijdelijke werkervaring wordt |
| genomen door: | genomen door: |
| 1° het gemandateerde OCMW, als het een werkzoekende betreft die bij de | 1° het gemandateerde OCMW, als het een werkzoekende betreft die bij de |
| aanvang van het traject leefloongerechtigde is; | aanvang van het traject leefloongerechtigde is; |
| 2° de VDAB, in alle andere gevallen dan het geval, vermeld in punt 1°. | 2° de VDAB, in alle andere gevallen dan het geval, vermeld in punt 1°. |
| De beslissing wordt genomen na een grondige inschatting van het | De beslissing wordt genomen na een grondige inschatting van het |
| arbeidsmatige profiel van de werkzoekende. | arbeidsmatige profiel van de werkzoekende. |
| Bij het nemen van de beslissing wordt minstens rekening gehouden met | Bij het nemen van de beslissing wordt minstens rekening gehouden met |
| de volgende principes: | de volgende principes: |
| 1° de werkzoekende heeft een gebrek aan werkervaring; | 1° de werkzoekende heeft een gebrek aan werkervaring; |
| 2° de werkzoekende heeft een gebrek aan generieke competenties die van | 2° de werkzoekende heeft een gebrek aan generieke competenties die van |
| elke werknemer verwacht worden, ongeacht de functie die hij uitoefent; | elke werknemer verwacht worden, ongeacht de functie die hij uitoefent; |
| 3° de werkzoekende is niet in staat om onmiddellijk door te stromen | 3° de werkzoekende is niet in staat om onmiddellijk door te stromen |
| naar de reguliere arbeidsmarkt; | naar de reguliere arbeidsmarkt; |
| 4° de werkzoekende beschikt over voldoende leerpotentieel om binnen | 4° de werkzoekende beschikt over voldoende leerpotentieel om binnen |
| maximaal vierentwintig maanden inzetbaar te zijn op de reguliere | maximaal vierentwintig maanden inzetbaar te zijn op de reguliere |
| arbeidsmarkt. | arbeidsmarkt. |
| Voor de toepassing van het principe, vermeld in het derde lid, 1°, | Voor de toepassing van het principe, vermeld in het derde lid, 1°, |
| worden de werkzoekenden die recent werden tewerkgesteld met toepassing | worden de werkzoekenden die recent werden tewerkgesteld met toepassing |
| van artikel 60, § 7, of artikel 61 van de wet van 8 juli 1976 geacht | van artikel 60, § 7, of artikel 61 van de wet van 8 juli 1976 geacht |
| tot de doelgroep van het stelsel tijdelijke werkervaring te behoren. | tot de doelgroep van het stelsel tijdelijke werkervaring te behoren. |
Art. 3.Er wordt een afsprakenkader opgesteld tussen de VDAB en de |
Art. 3.Er wordt een afsprakenkader opgesteld tussen de VDAB en de |
| gemandateerde OCMW's om nadere richtlijnen en structuren te bieden bij | gemandateerde OCMW's om nadere richtlijnen en structuren te bieden bij |
| het maken van de inschatting en het nemen van de beslissing, vermeld | het maken van de inschatting en het nemen van de beslissing, vermeld |
| in artikel 2, de toepassing van dit besluit en de uitwerking van de | in artikel 2, de toepassing van dit besluit en de uitwerking van de |
| samenwerking met de VDAB. | samenwerking met de VDAB. |
| Dat afsprakenkader omvat ten minste: | Dat afsprakenkader omvat ten minste: |
| 1° de rechten en de plichten van de VDAB, de gemandateerde | 1° de rechten en de plichten van de VDAB, de gemandateerde |
| partnerorganisatie en van de trajectbegeleider; | partnerorganisatie en van de trajectbegeleider; |
| 2° aanvullende afspraken over de toeleiding tot het traject tijdelijke | 2° aanvullende afspraken over de toeleiding tot het traject tijdelijke |
| werkervaring; | werkervaring; |
| 3° concrete afspraken rond het inzetten van de instrumenten tijdens | 3° concrete afspraken rond het inzetten van de instrumenten tijdens |
| het traject tijdelijke werkervaring; | het traject tijdelijke werkervaring; |
| 4° aanvullende regels over de schorsing en de stopzetting van het | 4° aanvullende regels over de schorsing en de stopzetting van het |
| traject; | traject; |
| 5° afspraken over de samenwerking en de uitwisseling van expertise en | 5° afspraken over de samenwerking en de uitwisseling van expertise en |
| ervaring tussen de VDAB en de gemandateerde OCMW's; | ervaring tussen de VDAB en de gemandateerde OCMW's; |
| 6° afspraken over de kwaliteit en de monitoring. | 6° afspraken over de kwaliteit en de monitoring. |
Art. 4.De leefloongerechtigde die in aanmerking komt voor een traject |
Art. 4.De leefloongerechtigde die in aanmerking komt voor een traject |
| tijdelijke werkervaring, schrijft zich in als werkzoekende bij de VDAB | tijdelijke werkervaring, schrijft zich in als werkzoekende bij de VDAB |
| vóór de start van het traject. | vóór de start van het traject. |
| Afdeling 3. - Werkervaringsovereenkomst | Afdeling 3. - Werkervaringsovereenkomst |
Art. 5.De VDAB of de gemandateerde partnerorganisatie sluit met de |
Art. 5.De VDAB of de gemandateerde partnerorganisatie sluit met de |
| werkzoekende die toegelaten is tot het traject tijdelijke | werkzoekende die toegelaten is tot het traject tijdelijke |
| werkervaring, uiterlijk op de eerste dag van het traject een | werkervaring, uiterlijk op de eerste dag van het traject een |
| werkervaringsovereenkomst. | werkervaringsovereenkomst. |
| In afwijking van het eerste lid sluit het gemandateerde OCMW de | In afwijking van het eerste lid sluit het gemandateerde OCMW de |
| werkervaringsovereenkomst als het een werkzoekende betreft die bij de | werkervaringsovereenkomst als het een werkzoekende betreft die bij de |
| aanvang van het traject leefloongerechtigde is. | aanvang van het traject leefloongerechtigde is. |
| De werkervaringsovereenkomst geeft recht op de premies, de | De werkervaringsovereenkomst geeft recht op de premies, de |
| vergoedingen en de verzekering, vermeld in titel II, hoofdstuk I, | vergoedingen en de verzekering, vermeld in titel II, hoofdstuk I, |
| afdeling II, van het besluit van 5 juni 2009, voor zover dat recht | afdeling II, van het besluit van 5 juni 2009, voor zover dat recht |
| wordt geopend door de instrumenten die worden ingezet gedurende de | wordt geopend door de instrumenten die worden ingezet gedurende de |
| werkervaringsovereenkomst. | werkervaringsovereenkomst. |
Art. 6.De werkervaringsovereenkomst vermeldt minstens: |
Art. 6.De werkervaringsovereenkomst vermeldt minstens: |
| 1° de identiteit van de partijen; | 1° de identiteit van de partijen; |
| 2° de aanvangsdatum van het traject en de vermoedelijke duur ervan; | 2° de aanvangsdatum van het traject en de vermoedelijke duur ervan; |
| 3° de omschrijving en de inhoud van het traject; | 3° de omschrijving en de inhoud van het traject; |
| 4° de rechten en de plichten van de partijen. | 4° de rechten en de plichten van de partijen. |
| De werkervaringsovereenkomst wordt door alle partijen ondertekend. Aan | De werkervaringsovereenkomst wordt door alle partijen ondertekend. Aan |
| iedere partij wordt een exemplaar overhandigd. De gemandateerde | iedere partij wordt een exemplaar overhandigd. De gemandateerde |
| partnerorganisatie bewaart de overeenkomst gedurende minstens tien | partnerorganisatie bewaart de overeenkomst gedurende minstens tien |
| jaar. | jaar. |
Art. 7.§ 1. De trajectbegeleider bepaalt de vermoedelijke duur van |
Art. 7.§ 1. De trajectbegeleider bepaalt de vermoedelijke duur van |
| het traject tijdelijke werkervaring op basis van de noden en | het traject tijdelijke werkervaring op basis van de noden en |
| competenties van de werkzoekende, met een maximum van vierentwintig | competenties van de werkzoekende, met een maximum van vierentwintig |
| maanden. De trajectbegeleider waakt er over dat het traject niet | maanden. De trajectbegeleider waakt er over dat het traject niet |
| langer duurt dan noodzakelijk is om de doelstelling te bereiken. | langer duurt dan noodzakelijk is om de doelstelling te bereiken. |
| De werkervaringsovereenkomst kan verlengd worden als dat noodzakelijk | De werkervaringsovereenkomst kan verlengd worden als dat noodzakelijk |
| is om de doelstelling van het traject tijdelijke werkervaring te | is om de doelstelling van het traject tijdelijke werkervaring te |
| bereiken, maar de gecumuleerde duur mag niet meer bedragen dan | bereiken, maar de gecumuleerde duur mag niet meer bedragen dan |
| vierentwintig maanden. | vierentwintig maanden. |
| § 2. In afwijking van paragraaf 1 bedraagt de duur van de | § 2. In afwijking van paragraaf 1 bedraagt de duur van de |
| werkervaringsovereenkomst minstens de tijd die noodzakelijk is om | werkervaringsovereenkomst minstens de tijd die noodzakelijk is om |
| volledige sociale uitkeringen te verkrijgen, als een | volledige sociale uitkeringen te verkrijgen, als een |
| werkervaringsovereenkomst een instrument als vermeld in artikel 60, § | werkervaringsovereenkomst een instrument als vermeld in artikel 60, § |
| 7, van de wet van 8 juli 1976, bevat. | 7, van de wet van 8 juli 1976, bevat. |
| § 3. In geval van ziekte, moederschapsverlof, ongeval of overmacht | § 3. In geval van ziekte, moederschapsverlof, ongeval of overmacht |
| wordt de uitvoering van de overeenkomst geschorst. De werkzoekende is | wordt de uitvoering van de overeenkomst geschorst. De werkzoekende is |
| er in geval van ziekte of ongeval toe gehouden zijn ongeschiktheid te | er in geval van ziekte of ongeval toe gehouden zijn ongeschiktheid te |
| rechtvaardigen met een geneeskundig getuigschrift. | rechtvaardigen met een geneeskundig getuigschrift. |
| De VDAB of de gemandateerde partnerorganisatie kan de | De VDAB of de gemandateerde partnerorganisatie kan de |
| werkervaringsovereenkomst ook schorsen als de werkzoekende niet aan | werkervaringsovereenkomst ook schorsen als de werkzoekende niet aan |
| zijn verplichtingen voldoet. | zijn verplichtingen voldoet. |
Art. 8.§ 1. De VDAB of de gemandateerde partnerorganisatie kan de |
Art. 8.§ 1. De VDAB of de gemandateerde partnerorganisatie kan de |
| werkervaringsovereenkomst onmiddellijk beëindigen: | werkervaringsovereenkomst onmiddellijk beëindigen: |
| 1° als de werkzoekende ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen of | 1° als de werkzoekende ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen of |
| in de uitvoering van de acties die met hem in het kader van zijn | in de uitvoering van de acties die met hem in het kader van zijn |
| traject tijdelijke werkervaring zijn overeengekomen; | traject tijdelijke werkervaring zijn overeengekomen; |
| 2° als de schorsing, vermeld in artikel 7, § 3, een dusdanige duur | 2° als de schorsing, vermeld in artikel 7, § 3, een dusdanige duur |
| heeft bereikt dat de re-integratie van de werkzoekende in het traject | heeft bereikt dat de re-integratie van de werkzoekende in het traject |
| tijdelijke werkervaring niet zonder moeilijkheden kan verlopen; | tijdelijke werkervaring niet zonder moeilijkheden kan verlopen; |
| 3° als de VDAB of de gemandateerde partnerorganisatie van oordeel is | 3° als de VDAB of de gemandateerde partnerorganisatie van oordeel is |
| dat de uitvoering van de overeenkomst kennelijk onmogelijk is | dat de uitvoering van de overeenkomst kennelijk onmogelijk is |
| geworden; | geworden; |
| 4° als de werkzoekende aan het werk is, zonder dat het hier een | 4° als de werkzoekende aan het werk is, zonder dat het hier een |
| tewerkstelling als vermeld in artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli | tewerkstelling als vermeld in artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli |
| 1976 betreft. | 1976 betreft. |
| Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, beoordeelt de gemandateerde | Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, beoordeelt de gemandateerde |
| partnerorganisatie wanneer een dusdanige duur is bereikt, echter: | partnerorganisatie wanneer een dusdanige duur is bereikt, echter: |
| 1° een dergelijke duur wordt geacht bereikt te zijn vanaf een | 1° een dergelijke duur wordt geacht bereikt te zijn vanaf een |
| schorsingsperiode van ten minste zes maanden; | schorsingsperiode van ten minste zes maanden; |
| 2° een dergelijke duur kan nooit bereikt zijn als het een | 2° een dergelijke duur kan nooit bereikt zijn als het een |
| schorsingsperiode betreft van minder dan een maand. | schorsingsperiode betreft van minder dan een maand. |
| § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt de werkervaringsovereenkomst | § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt de werkervaringsovereenkomst |
| die een instrument als vermeld in artikel 60, § 7, van de wet van 8 | die een instrument als vermeld in artikel 60, § 7, van de wet van 8 |
| juli 1976, omvat, pas effectief beëindigd zodra dat mogelijk is | juli 1976, omvat, pas effectief beëindigd zodra dat mogelijk is |
| volgens het geldende arbeidsrecht. | volgens het geldende arbeidsrecht. |
| § 3. Elke stopzetting van de werkervaringsovereenkomst wordt | § 3. Elke stopzetting van de werkervaringsovereenkomst wordt |
| geregistreerd in het systeem van de VDAB. De VDAB kan aanvullende | geregistreerd in het systeem van de VDAB. De VDAB kan aanvullende |
| richtlijnen opstellen met betrekking tot die registratie. | richtlijnen opstellen met betrekking tot die registratie. |
Art. 9.§ 1. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- |
Art. 9.§ 1. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- |
| of inschakelingsuitkeringen geniet en die een | of inschakelingsuitkeringen geniet en die een |
| werkervaringsovereenkomst heeft gesloten, wordt automatisch | werkervaringsovereenkomst heeft gesloten, wordt automatisch |
| vrijgesteld van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt met toepassing | vrijgesteld van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt met toepassing |
| van artikel 5, § 1, 7°, b), van het decreet van 7 mei 2004 tot | van artikel 5, § 1, 7°, b), van het decreet van 7 mei 2004 tot |
| oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern | oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern |
| verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en | verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en |
| Beroepsopleiding" voor de duur van de werkervaringsovereenkomst, met | Beroepsopleiding" voor de duur van de werkervaringsovereenkomst, met |
| een maximum van twaalf maanden. | een maximum van twaalf maanden. |
| Als de werkervaringsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, langer | Als de werkervaringsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, langer |
| duurt dan twaalf maanden, wordt de vrijstelling automatisch verlengd | duurt dan twaalf maanden, wordt de vrijstelling automatisch verlengd |
| tot het einde van de werkervaringsovereenkomst zonder dat daarvoor een | tot het einde van de werkervaringsovereenkomst zonder dat daarvoor een |
| tussenkomst van de werkzoekende vereist is. | tussenkomst van de werkzoekende vereist is. |
| § 2. De vrijstelling, vermeld in paragraaf 1, houdt in dat de | § 2. De vrijstelling, vermeld in paragraaf 1, houdt in dat de |
| verplicht ingeschreven werkzoekende tijdens de duur van de | verplicht ingeschreven werkzoekende tijdens de duur van de |
| werkervaringsovereenkomst niet hoeft in te gaan op een passend aanbod | werkervaringsovereenkomst niet hoeft in te gaan op een passend aanbod |
| of een passende dienstbetrekking en zich niet langer hoeft te | of een passende dienstbetrekking en zich niet langer hoeft te |
| integreren op de arbeidsmarkt. Hij gaat echter wel in op de acties en | integreren op de arbeidsmarkt. Hij gaat echter wel in op de acties en |
| afspraken die worden gemaakt in het kader van het traject tijdelijke | afspraken die worden gemaakt in het kader van het traject tijdelijke |
| werkervaring. De werkzoekende werkt ook actief mee aan de uitvoering | werkervaring. De werkzoekende werkt ook actief mee aan de uitvoering |
| van het traject tijdelijke werkervaring en de instrumenten die worden | van het traject tijdelijke werkervaring en de instrumenten die worden |
| ingezet in het kader van dat traject. | ingezet in het kader van dat traject. |
| Als de werkervaringsovereenkomst wordt stopgezet met toepassing van | Als de werkervaringsovereenkomst wordt stopgezet met toepassing van |
| artikel 111/40 van het besluit van 5 juni 2009, wordt de vrijstelling | artikel 111/40 van het besluit van 5 juni 2009, wordt de vrijstelling |
| automatisch en onmiddellijk ingetrokken. | automatisch en onmiddellijk ingetrokken. |
| § 3. De toepassing van dit artikel kan uitsluitend aanleiding geven | § 3. De toepassing van dit artikel kan uitsluitend aanleiding geven |
| tot het verlenen van een vrijstelling. Er kunnen geen andere rechten | tot het verlenen van een vrijstelling. Er kunnen geen andere rechten |
| aan ontleend worden. | aan ontleend worden. |
| Afdeling 4. - Begeleiding | Afdeling 4. - Begeleiding |
Art. 10.Een werkzoekende in tijdelijke werkervaring zal tijdens de |
Art. 10.Een werkzoekende in tijdelijke werkervaring zal tijdens de |
| duur van het traject tijdelijke werkervaring begeleid worden door de | duur van het traject tijdelijke werkervaring begeleid worden door de |
| trajectbegeleider van de gemandateerde partnerorganisatie. | trajectbegeleider van de gemandateerde partnerorganisatie. |
| De begeleiding van de werkzoekende die bij de aanvang van het traject | De begeleiding van de werkzoekende die bij de aanvang van het traject |
| tijdelijke werkervaring leefloongerechtigde was, wordt opgenomen door | tijdelijke werkervaring leefloongerechtigde was, wordt opgenomen door |
| de trajectbegeleider van het gemandateerde OCMW voor de duur van het | de trajectbegeleider van het gemandateerde OCMW voor de duur van het |
| traject tijdelijke werkervaring. | traject tijdelijke werkervaring. |
| De gemandateerde partnerorganisatie kan voor de uitvoering van haar | De gemandateerde partnerorganisatie kan voor de uitvoering van haar |
| opdracht beroep doen op andere ondernemingen om de opdracht geheel of | opdracht beroep doen op andere ondernemingen om de opdracht geheel of |
| gedeeltelijk uit te voeren. Die onderaanneming gebeurt op initiatief | gedeeltelijk uit te voeren. Die onderaanneming gebeurt op initiatief |
| en verantwoordelijkheid van de gemandateerde partnerorganisatie. | en verantwoordelijkheid van de gemandateerde partnerorganisatie. |
Art. 11.§ 1. Voor de aanvang van het traject tijdelijke werkervaring |
Art. 11.§ 1. Voor de aanvang van het traject tijdelijke werkervaring |
| wordt door de trajectbegeleider en de werkzoekende in onderling | wordt door de trajectbegeleider en de werkzoekende in onderling |
| overleg een opleidingsplan opgesteld. De trajectbegeleider bezorgt een | overleg een opleidingsplan opgesteld. De trajectbegeleider bezorgt een |
| exemplaar van het opleidingsplan aan de werkzoekende. | exemplaar van het opleidingsplan aan de werkzoekende. |
| § 2. Het opleidingsplan bevat minstens: | § 2. Het opleidingsplan bevat minstens: |
| 1° een concrete weergave van de competenties die de werkzoekende | 1° een concrete weergave van de competenties die de werkzoekende |
| gedurende het traject tijdelijke werkervaring moet verwerven; | gedurende het traject tijdelijke werkervaring moet verwerven; |
| 2° de instrumenten die zullen worden ingezet gedurende het traject. De | 2° de instrumenten die zullen worden ingezet gedurende het traject. De |
| instrumenten worden in volgorde vermeld. | instrumenten worden in volgorde vermeld. |
| Gedurende het traject tijdelijke werkervaring kunnen er wijzigingen | Gedurende het traject tijdelijke werkervaring kunnen er wijzigingen |
| van het opleidingsplan worden voorgesteld door de trajectbegeleider. | van het opleidingsplan worden voorgesteld door de trajectbegeleider. |
| Elke wijziging van het opleidingsplan wordt meegedeeld aan de | Elke wijziging van het opleidingsplan wordt meegedeeld aan de |
| werkzoekende. | werkzoekende. |
Art. 12.De taken van de trajectbegeleider omvatten ten minste: |
Art. 12.De taken van de trajectbegeleider omvatten ten minste: |
| 1° de werkervaringsovereenkomst met de VDAB opmaken, sluiten en | 1° de werkervaringsovereenkomst met de VDAB opmaken, sluiten en |
| registreren; | registreren; |
| 2° het opleidingsplan, vermeld in artikel 11, opstellen; | 2° het opleidingsplan, vermeld in artikel 11, opstellen; |
| 3° de werkzoekende opvolgen en het traject tijdelijke werkervaring en | 3° de werkzoekende opvolgen en het traject tijdelijke werkervaring en |
| het opleidingsplan evalueren, waarbij minstens om de zes maanden een | het opleidingsplan evalueren, waarbij minstens om de zes maanden een |
| evaluatie wordt gemaakt; | evaluatie wordt gemaakt; |
| 4° de werkzoekende begeleiden en ondersteunen met aandacht voor de | 4° de werkzoekende begeleiden en ondersteunen met aandacht voor de |
| ontwikkeling van zijn generieke competenties; | ontwikkeling van zijn generieke competenties; |
| 5° de verschillende instrumenten, vermeld in afdeling 5, inzetten in | 5° de verschillende instrumenten, vermeld in afdeling 5, inzetten in |
| overeenstemming met het opleidingsplan en met aandacht voor de | overeenstemming met het opleidingsplan en met aandacht voor de |
| ondersteuning en begeleiding van de werkzoekende, en naar werkplekken | ondersteuning en begeleiding van de werkzoekende, en naar werkplekken |
| voor de werkzoekende zoeken; | voor de werkzoekende zoeken; |
| 6° de verschillende instrumenten, vermeld in afdeling 5, als ze | 6° de verschillende instrumenten, vermeld in afdeling 5, als ze |
| ingezet worden, opvolgen en evalueren, ook op de werkplek zelf; | ingezet worden, opvolgen en evalueren, ook op de werkplek zelf; |
| 7° de rol van contactpersoon vervullen voor de VDAB, voor de | 7° de rol van contactpersoon vervullen voor de VDAB, voor de |
| werkzoekende en voor de aanbieders van werkplekken, inclusief | werkzoekende en voor de aanbieders van werkplekken, inclusief |
| administratieve ondersteuning bieden; | administratieve ondersteuning bieden; |
| 8° algemene ondersteuning bieden aan de aanbieder van de werkplek; | 8° algemene ondersteuning bieden aan de aanbieder van de werkplek; |
| 9° registratie de werkzoekende registreren in het systeem van de VDAB | 9° registratie de werkzoekende registreren in het systeem van de VDAB |
| en administratieve opvolging van het dossier van de werkzoekende | en administratieve opvolging van het dossier van de werkzoekende |
| administratief opvolgen; | administratief opvolgen; |
| 10° de rol van contactpersoon vervullen voor de werkzoekende en voor | 10° de rol van contactpersoon vervullen voor de werkzoekende en voor |
| de werkgever bij een tewerkstelling die volgt op het traject | de werkgever bij een tewerkstelling die volgt op het traject |
| tijdelijke werkervaring. | tijdelijke werkervaring. |
| Afdeling 5. - Instrumenten en opbouw traject | Afdeling 5. - Instrumenten en opbouw traject |
| Onderafdeling 1. - Instrumenten | Onderafdeling 1. - Instrumenten |
Art. 13.Tijdens het traject tijdelijke werkervaring kan de |
Art. 13.Tijdens het traject tijdelijke werkervaring kan de |
| trajectbegeleider in overeenstemming met het opleidingsplan de | trajectbegeleider in overeenstemming met het opleidingsplan de |
| instrumenten, vermeld in deze afdeling, inzetten. | instrumenten, vermeld in deze afdeling, inzetten. |
Art. 14.De trajectbegeleider kan het instrument van de |
Art. 14.De trajectbegeleider kan het instrument van de |
| beroepsopleiding of de opleidingsstage, vermeld in artikel 78 tot en | beroepsopleiding of de opleidingsstage, vermeld in artikel 78 tot en |
| met 86 van het besluit van 5 juni 2009, inzetten. | met 86 van het besluit van 5 juni 2009, inzetten. |
Art. 15.De trajectbegeleider van het gemandateerde OCMW moet het |
Art. 15.De trajectbegeleider van het gemandateerde OCMW moet het |
| instrument, vermeld in artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli 1976, | instrument, vermeld in artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli 1976, |
| inzetten als aan de volgende voorwaarden is voldaan: | inzetten als aan de volgende voorwaarden is voldaan: |
| 1° de werkzoekende is een leefloongerechtigde bij de aanvang van het | 1° de werkzoekende is een leefloongerechtigde bij de aanvang van het |
| traject en heeft bij de aanvang van het traject tijdelijke | traject en heeft bij de aanvang van het traject tijdelijke |
| werkervaring geen recht op volledige sociale uitkeringen; | werkervaring geen recht op volledige sociale uitkeringen; |
| 2° het instrument wordt ingezet aan het begin van het traject en | 2° het instrument wordt ingezet aan het begin van het traject en |
| begint uiterlijk vóór het einde van de tweede maand van het traject; | begint uiterlijk vóór het einde van de tweede maand van het traject; |
| 3 het instrument wordt slechts ingezet tot het moment dat de | 3 het instrument wordt slechts ingezet tot het moment dat de |
| werkzoekende volledige sociale rechten heeft verworven; | werkzoekende volledige sociale rechten heeft verworven; |
| 4° het instrument wordt bij voorkeur ingezet met een voltijdse | 4° het instrument wordt bij voorkeur ingezet met een voltijdse |
| tewerkstelling. Uitzonderlijk is een deeltijdse tewerkstelling | tewerkstelling. Uitzonderlijk is een deeltijdse tewerkstelling |
| mogelijk, als het minstens een halftijdse tewerkstelling bedraagt. | mogelijk, als het minstens een halftijdse tewerkstelling bedraagt. |
| Als de trajectbegeleider van het gemandateerde OCMW niet het OCMW is | Als de trajectbegeleider van het gemandateerde OCMW niet het OCMW is |
| dat bevoegd is voor het afsluiten van de arbeidsovereenkomst, vermeld | dat bevoegd is voor het afsluiten van de arbeidsovereenkomst, vermeld |
| in artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli 1976, verzoekt het | in artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli 1976, verzoekt het |
| gemandateerde OCMW aan het bevoegde OCMW om de arbeidsovereenkomst te | gemandateerde OCMW aan het bevoegde OCMW om de arbeidsovereenkomst te |
| sluiten. | sluiten. |
Art. 16.De trajectbegeleider kan het instrument van de oriënterende |
Art. 16.De trajectbegeleider kan het instrument van de oriënterende |
| stage, vermeld in titel II, hoofdstuk II, afdeling III, van het | stage, vermeld in titel II, hoofdstuk II, afdeling III, van het |
| besluit van 5 juni 2009, inzetten als aan de volgende voorwaarden is | besluit van 5 juni 2009, inzetten als aan de volgende voorwaarden is |
| voldaan: | voldaan: |
| 1° het instrument wordt ingezet aan het begin van het traject, bij | 1° het instrument wordt ingezet aan het begin van het traject, bij |
| voorkeur als eerste instrument van het traject tijdelijke | voorkeur als eerste instrument van het traject tijdelijke |
| werkervaring. Uitzonderlijk kan de trajectbegeleider daarvan afwijken | werkervaring. Uitzonderlijk kan de trajectbegeleider daarvan afwijken |
| als hij op een later tijdstip een behoefte aan oriëntering of | als hij op een later tijdstip een behoefte aan oriëntering of |
| heroriëntering bij de werkzoekende vaststelt; | heroriëntering bij de werkzoekende vaststelt; |
| 2° verschillende oriënterende stages zijn alleen mogelijk als de | 2° verschillende oriënterende stages zijn alleen mogelijk als de |
| gecumuleerde duur van die stages niet meer dan dertig dagen bedraagt. | gecumuleerde duur van die stages niet meer dan dertig dagen bedraagt. |
Art. 17.De trajectbegeleider kan het instrument van de |
Art. 17.De trajectbegeleider kan het instrument van de |
| werkervaringsstage, vermeld in artikel 111/0/1 van het besluit van de | werkervaringsstage, vermeld in artikel 111/0/1 van het besluit van de |
| Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de | Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de |
| arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, inzetten als aan de | arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, inzetten als aan de |
| volgende voorwaarden is voldaan: | volgende voorwaarden is voldaan: |
| 1° de werkzoekende heeft een grote, maar overbrugbare afstand tot de | 1° de werkzoekende heeft een grote, maar overbrugbare afstand tot de |
| arbeidsmarkt; | arbeidsmarkt; |
| 2° de werkzoekende beschikt over voldoende leerpotentieel om baat te | 2° de werkzoekende beschikt over voldoende leerpotentieel om baat te |
| hebben bij een werkervaring; | hebben bij een werkervaring; |
| 3° een werkervaringsstage op een werkplek in de sociale economie is | 3° een werkervaringsstage op een werkplek in de sociale economie is |
| alleen mogelijk in de eerste twaalf maanden van het traject tijdelijke | alleen mogelijk in de eerste twaalf maanden van het traject tijdelijke |
| werkervaring; | werkervaring; |
| 4° de werkervaringsstage op een werkplek in de sociale economie mag de | 4° de werkervaringsstage op een werkplek in de sociale economie mag de |
| gecumuleerde duur van twaalf maanden niet overschrijden; | gecumuleerde duur van twaalf maanden niet overschrijden; |
| 5° verschillende werkervaringsstages zijn alleen mogelijk op duidelijk | 5° verschillende werkervaringsstages zijn alleen mogelijk op duidelijk |
| verschillende werkplekken of bij duidelijk verschillende functies. | verschillende werkplekken of bij duidelijk verschillende functies. |
Art. 18.De trajectbegeleider kan het instrument van de individuele |
Art. 18.De trajectbegeleider kan het instrument van de individuele |
| beroepsopleiding, vermeld in titel III, hoofdstuk III, van het besluit | beroepsopleiding, vermeld in titel III, hoofdstuk III, van het besluit |
| van 5 juni 2009, inzetten als aan de volgende voorwaarden is voldaan: | van 5 juni 2009, inzetten als aan de volgende voorwaarden is voldaan: |
| 1° de werkzoekende heeft reeds een ander instrument van deze afdeling | 1° de werkzoekende heeft reeds een ander instrument van deze afdeling |
| doorlopen en is bijna klaar om ingezet te worden op de reguliere | doorlopen en is bijna klaar om ingezet te worden op de reguliere |
| arbeidsmarkt; | arbeidsmarkt; |
| 2° de individuele beroepsopleiding wordt ingezet als laatste | 2° de individuele beroepsopleiding wordt ingezet als laatste |
| instrument van het traject. | instrument van het traject. |
| Onderafdeling 2. - Opbouw traject | Onderafdeling 2. - Opbouw traject |
Art. 19.De trajectbegeleider die tijdens het traject tijdelijke |
Art. 19.De trajectbegeleider die tijdens het traject tijdelijke |
| werkervaring de instrumenten, vermeld in onderafdeling 1, inzet, waakt | werkervaring de instrumenten, vermeld in onderafdeling 1, inzet, waakt |
| er over een logische volgorde van de instrumenten te hanteren. Deze | er over een logische volgorde van de instrumenten te hanteren. Deze |
| volgorde van de instrumenten wordt opgenomen in het opleidingsplan. | volgorde van de instrumenten wordt opgenomen in het opleidingsplan. |
| Om de instrumenten en de volgorde van de instrumenten vast te stellen, | Om de instrumenten en de volgorde van de instrumenten vast te stellen, |
| houdt de trajectbegeleider rekening met de volgende principes: | houdt de trajectbegeleider rekening met de volgende principes: |
| 1° de instrumenten die een oriënterende doelstelling hebben, worden zo | 1° de instrumenten die een oriënterende doelstelling hebben, worden zo |
| veel mogelijk ingezet aan het begin van het traject; | veel mogelijk ingezet aan het begin van het traject; |
| 2° de instrumenten worden ingezet met aandacht voor de ontwikkeling | 2° de instrumenten worden ingezet met aandacht voor de ontwikkeling |
| van de toenemende competenties van de werkzoekende in de loop van het | van de toenemende competenties van de werkzoekende in de loop van het |
| traject; | traject; |
| 3° de instrumenten worden zo veel mogelijk ingezet in een volgorde die | 3° de instrumenten worden zo veel mogelijk ingezet in een volgorde die |
| voor de werkzoekende een stijgende financiële tegemoetkoming tot | voor de werkzoekende een stijgende financiële tegemoetkoming tot |
| gevolg heeft; | gevolg heeft; |
| 4° de inzet van de instrumenten op werkplekken in de sociale economie | 4° de inzet van de instrumenten op werkplekken in de sociale economie |
| is alleen mogelijk tijdens twaalf maanden van het traject tijdelijke | is alleen mogelijk tijdens twaalf maanden van het traject tijdelijke |
| werkervaring; | werkervaring; |
| 5° het traject tijdelijke werkervaring omvat ten minste twee | 5° het traject tijdelijke werkervaring omvat ten minste twee |
| instrumenten per jaar; | instrumenten per jaar; |
| 6° er wordt naar gestreefd om de instrumenten die worden ingezet | 6° er wordt naar gestreefd om de instrumenten die worden ingezet |
| gedurende het traject tijdelijke werkervaring, zo goed mogelijk op | gedurende het traject tijdelijke werkervaring, zo goed mogelijk op |
| elkaar te laten aansluiten, zodat de periodes tussen de inzet van de | elkaar te laten aansluiten, zodat de periodes tussen de inzet van de |
| instrumenten tot een minimum worden herleid. | instrumenten tot een minimum worden herleid. |
| Voor het instrument, vermeld in artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli | Voor het instrument, vermeld in artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli |
| 1976, kan van de principes, vermeld in het tweede lid, 3° tot en met | 1976, kan van de principes, vermeld in het tweede lid, 3° tot en met |
| 5°, worden afgeweken. | 5°, worden afgeweken. |
Art. 20.Als de VDAB vaststelt dat de bepalingen van dit hoofdstuk |
Art. 20.Als de VDAB vaststelt dat de bepalingen van dit hoofdstuk |
| niet worden nageleefd door de gemandateerde partnerorganisatie bij een | niet worden nageleefd door de gemandateerde partnerorganisatie bij een |
| traject tijdelijke werkervaring, kan de VDAB beslissen het traject | traject tijdelijke werkervaring, kan de VDAB beslissen het traject |
| stop te zetten. | stop te zetten. |
| De gemandateerde partnerorganisatie laat de VDAB of de door de VDAB | De gemandateerde partnerorganisatie laat de VDAB of de door de VDAB |
| aangestelde persoon of organisatie op elk moment toe een | aangestelde persoon of organisatie op elk moment toe een |
| kwaliteitscontrole te verrichten op de dienstverlening ter uitvoering | kwaliteitscontrole te verrichten op de dienstverlening ter uitvoering |
| van dit besluit. | van dit besluit. |
| Voor de controle op de bepalingen van dit hoofdstuk kan de VDAB alle | Voor de controle op de bepalingen van dit hoofdstuk kan de VDAB alle |
| noodzakelijke gegevensbronnen raadplegen. | noodzakelijke gegevensbronnen raadplegen. |
| HOOFDSTUK 2. - Subsidievoorwaarden voor de begeleiding van | HOOFDSTUK 2. - Subsidievoorwaarden voor de begeleiding van |
| leefloongerechtigden die in een traject tijdelijk werkervaring stappen | leefloongerechtigden die in een traject tijdelijk werkervaring stappen |
| Afdeling 1. - Definitie | Afdeling 1. - Definitie |
Art. 21.In dit hoofdstuk wordt verstaan onder vergoeding: een |
Art. 21.In dit hoofdstuk wordt verstaan onder vergoeding: een |
| financiële compensatie voor de uitvoering van de dienstverlening, | financiële compensatie voor de uitvoering van de dienstverlening, |
| vermeld in dit hoofdstuk. | vermeld in dit hoofdstuk. |
| Afdeling 2. - Voorwaarden | Afdeling 2. - Voorwaarden |
Art. 22.Binnen de perken van de goedgekeurde jaarlijkse |
Art. 22.Binnen de perken van de goedgekeurde jaarlijkse |
| begrotingskredieten en volgens de voorwaarden, vermeld in dit | begrotingskredieten en volgens de voorwaarden, vermeld in dit |
| hoofdstuk, kent de Vlaamse minister, bevoegd voor het | hoofdstuk, kent de Vlaamse minister, bevoegd voor het |
| tewerkstellingsbeleid, de dienstverlening, vermeld in dit hoofdstuk, | tewerkstellingsbeleid, de dienstverlening, vermeld in dit hoofdstuk, |
| toe aan het OCMW. De VDAB verstrekt aan het gemandateerde OCMW de | toe aan het OCMW. De VDAB verstrekt aan het gemandateerde OCMW de |
| steun, vermeld in dit hoofdstuk, voor de realisatie van de voormelde | steun, vermeld in dit hoofdstuk, voor de realisatie van de voormelde |
| dienstverlening. | dienstverlening. |
| Zolang het gemandateerde OCMW voldoet aan de voorwaarden voor de | Zolang het gemandateerde OCMW voldoet aan de voorwaarden voor de |
| realisatie van de dienstverlening, vermeld in dit besluit, geldt de | realisatie van de dienstverlening, vermeld in dit besluit, geldt de |
| steun, vermeld in dit besluit, voor een duur van tien jaar vanaf de | steun, vermeld in dit besluit, voor een duur van tien jaar vanaf de |
| mandatering. | mandatering. |
| De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, brengt | De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, brengt |
| het gemandateerde OCMW schriftelijk op de hoogte van de | het gemandateerde OCMW schriftelijk op de hoogte van de |
| toekenningsvoorwaarden van de mandatering. Hij vermeldt daarbij in het | toekenningsvoorwaarden van de mandatering. Hij vermeldt daarbij in het |
| bijzonder: | bijzonder: |
| 1° de naam en het adres van het OCMW; | 1° de naam en het adres van het OCMW; |
| 2° de duur van de beslissing; | 2° de duur van de beslissing; |
| 3° de omschrijving van de openbare dienstverlening; | 3° de omschrijving van de openbare dienstverlening; |
| 4° een beschrijving van het compensatiemechanisme en de parameters | 4° een beschrijving van het compensatiemechanisme en de parameters |
| voor de berekening, monitoring en herziening van de compensatie; | voor de berekening, monitoring en herziening van de compensatie; |
| 5° de regeling om eventuele overcompensatie te vermijden en terug te | 5° de regeling om eventuele overcompensatie te vermijden en terug te |
| vorderen; | vorderen; |
| 6° de opgave van de wettelijke grondslag voor de dienstverlening; | 6° de opgave van de wettelijke grondslag voor de dienstverlening; |
| 7° de niet-overdraagbaarheid van het mandaat. | 7° de niet-overdraagbaarheid van het mandaat. |
Art. 23.Het gemandateerde OCMW is belast met de begeleiding van |
Art. 23.Het gemandateerde OCMW is belast met de begeleiding van |
| werkzoekenden tijdens het traject tijdelijke werkervaring en verkrijgt | werkzoekenden tijdens het traject tijdelijke werkervaring en verkrijgt |
| de steun, vermeld in dit besluit, als aan de volgende voorwaarden | de steun, vermeld in dit besluit, als aan de volgende voorwaarden |
| voldaan is: | voldaan is: |
| 1° het gaat om een leefloongerechtigde bij de start van het traject | 1° het gaat om een leefloongerechtigde bij de start van het traject |
| tijdelijke werkervaring; | tijdelijke werkervaring; |
| 2° het gemandateerde OCMW voorziet tijdens het traject tijdelijke | 2° het gemandateerde OCMW voorziet tijdens het traject tijdelijke |
| werkervaring in de toepassing van het instrument, vermeld in artikel | werkervaring in de toepassing van het instrument, vermeld in artikel |
| 15; | 15; |
| 3° het gemandateerde OCMW voorziet in begeleiding conform alle | 3° het gemandateerde OCMW voorziet in begeleiding conform alle |
| bepalingen van dit besluit voor de volledige duur van het traject | bepalingen van dit besluit voor de volledige duur van het traject |
| tijdelijke werkervaring, met inbegrip van de tewerkstelling met | tijdelijke werkervaring, met inbegrip van de tewerkstelling met |
| toepassing van artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli 1976. | toepassing van artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli 1976. |
Art. 24.§ 1. Het gemandateerde OCMW kan voor de uitvoering van de |
Art. 24.§ 1. Het gemandateerde OCMW kan voor de uitvoering van de |
| dienstverlening, vermeld in dit besluit, een beroep doen op | dienstverlening, vermeld in dit besluit, een beroep doen op |
| onderaannemers. Dat gebeurt telkens op initiatief en | onderaannemers. Dat gebeurt telkens op initiatief en |
| verantwoordelijkheid van het gemandateerde OCMW zelf. | verantwoordelijkheid van het gemandateerde OCMW zelf. |
| De steun kan door het gemandateerde OCMW geheel of gedeeltelijk | De steun kan door het gemandateerde OCMW geheel of gedeeltelijk |
| doorgegeven worden aan de onderaannemers waar het gemandateerde OCMW | doorgegeven worden aan de onderaannemers waar het gemandateerde OCMW |
| mee samenwerkt voor de uitvoering van de begeleiding. Het | mee samenwerkt voor de uitvoering van de begeleiding. Het |
| gemandateerde OCMW verbindt er zich in dat geval toe om een | gemandateerde OCMW verbindt er zich in dat geval toe om een |
| samenwerkingsovereenkomst te sluiten met die onderaannemers, waarin | samenwerkingsovereenkomst te sluiten met die onderaannemers, waarin |
| minstens afspraken worden vastgelegd over de verdeling van het | minstens afspraken worden vastgelegd over de verdeling van het |
| ontvangen subsidiebedrag. | ontvangen subsidiebedrag. |
| § 2. Het gemandateerde OCMW kan ervoor kiezen om de dienstverlening, | § 2. Het gemandateerde OCMW kan ervoor kiezen om de dienstverlening, |
| vermeld in dit besluit, door te geven aan een ander OCMW dat | vermeld in dit besluit, door te geven aan een ander OCMW dat |
| gemandateerd is in het kader van dit besluit. Het gemandateerde OCMW | gemandateerd is in het kader van dit besluit. Het gemandateerde OCMW |
| maakt in dat geval de nodige afspraken over de verdeling van het | maakt in dat geval de nodige afspraken over de verdeling van het |
| ontvangen subsidiebedrag. | ontvangen subsidiebedrag. |
Art. 25.Het gemandateerde OCMW maakt jaarlijks een begroting op met |
Art. 25.Het gemandateerde OCMW maakt jaarlijks een begroting op met |
| een overzicht van de voorzienbare inkomsten en de geraamde uitgaven | een overzicht van de voorzienbare inkomsten en de geraamde uitgaven |
| voor de van toepassing zijnde dienstverlening, vermeld in dit | voor de van toepassing zijnde dienstverlening, vermeld in dit |
| hoofdstuk. | hoofdstuk. |
| Het gemandateerde OCMW hanteert een boekhouding die de inkomsten en de | Het gemandateerde OCMW hanteert een boekhouding die de inkomsten en de |
| uitgaven die verband houden met de dienstverlening, vermeld in dit | uitgaven die verband houden met de dienstverlening, vermeld in dit |
| besluit, alsook de parameters, vermeld in artikel 29 en 34, voor de | besluit, alsook de parameters, vermeld in artikel 29 en 34, voor de |
| toerekening van de kosten en de inkomsten, transparant afzondert. | toerekening van de kosten en de inkomsten, transparant afzondert. |
| Als het gemandateerde OCMW met onderaannemers werkt, moet duidelijk | Als het gemandateerde OCMW met onderaannemers werkt, moet duidelijk |
| zichtbaar zijn welke inkomsten die onderaannemers verworven hebben en | zichtbaar zijn welke inkomsten die onderaannemers verworven hebben en |
| welke uitgaven ze gedaan hebben, en aan welke dienstverlening dat | welke uitgaven ze gedaan hebben, en aan welke dienstverlening dat |
| gekoppeld is. | gekoppeld is. |
| Het gemandateerde OCMW draagt in alle gevallen de financiële | Het gemandateerde OCMW draagt in alle gevallen de financiële |
| eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van dit hoofdstuk, | eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van dit hoofdstuk, |
| ongeacht of er met onderaannemers wordt gewerkt. | ongeacht of er met onderaannemers wordt gewerkt. |
| De VDAB kan aanvullende richtlijnen uitvaardigen voor de te hanteren | De VDAB kan aanvullende richtlijnen uitvaardigen voor de te hanteren |
| boekhouding en de wijze waarop ze ingediend moet worden met het oog op | boekhouding en de wijze waarop ze ingediend moet worden met het oog op |
| de rechtmatigheidscontrole van de kosten en de inkomsten. | de rechtmatigheidscontrole van de kosten en de inkomsten. |
Art. 26.Het gemandateerde OCMW registreert minimaal de volgende |
Art. 26.Het gemandateerde OCMW registreert minimaal de volgende |
| gegevens in de databank van de VDAB: | gegevens in de databank van de VDAB: |
| 1° de identiteit van de werkzoekende; | 1° de identiteit van de werkzoekende; |
| 2° de identiteit van de trajectbegeleider; | 2° de identiteit van de trajectbegeleider; |
| 3° de aanvangsdatum en de datum van de beëindiging van de | 3° de aanvangsdatum en de datum van de beëindiging van de |
| werkervaringsovereenkomst; | werkervaringsovereenkomst; |
| 4° de tussentijdse evaluaties van het traject tijdelijke werkervaring, | 4° de tussentijdse evaluaties van het traject tijdelijke werkervaring, |
| met inbegrip van het scoren van de verworven competenties en het in | met inbegrip van het scoren van de verworven competenties en het in |
| kaart brengen van de te verwerven competenties; | kaart brengen van de te verwerven competenties; |
| 5° de eindevaluatie van het traject tijdelijke werkervaring; | 5° de eindevaluatie van het traject tijdelijke werkervaring; |
| 6° het opleidingsplan, vermeld in artikel 11. | 6° het opleidingsplan, vermeld in artikel 11. |
| Voor de toepassing van het eerste lid kan het gemandateerde OCMW de | Voor de toepassing van het eerste lid kan het gemandateerde OCMW de |
| gegevens laten registreren door de onderaannemer die het heeft | gegevens laten registreren door de onderaannemer die het heeft |
| aangesteld om die dienstverlening uit te voeren. | aangesteld om die dienstverlening uit te voeren. |
| Elke registratie verloopt volgens de richtlijnen die de VDAB opstelt. | Elke registratie verloopt volgens de richtlijnen die de VDAB opstelt. |
| De VDAB kan bijkomende registratieverplichtingen bepalen. | De VDAB kan bijkomende registratieverplichtingen bepalen. |
Art. 27.Het gemandateerde OCMW heeft de integriteit en geschiktheid |
Art. 27.Het gemandateerde OCMW heeft de integriteit en geschiktheid |
| om op een rechtmatige manier, rekening houdend met geldende normen en | om op een rechtmatige manier, rekening houdend met geldende normen en |
| waarden, met de steun, vermeld in dit besluit, om te gaan en de | waarden, met de steun, vermeld in dit besluit, om te gaan en de |
| bijbehorende specifieke dienstverlening en voorwaarden na te leven. | bijbehorende specifieke dienstverlening en voorwaarden na te leven. |
| Afdeling 3. - Steun | Afdeling 3. - Steun |
Art. 28.De steun, verleend met toepassing of ter uitvoering van dit |
Art. 28.De steun, verleend met toepassing of ter uitvoering van dit |
| hoofdstuk, wordt toegekend met inachtneming van de voorwaarden van het | hoofdstuk, wordt toegekend met inachtneming van de voorwaarden van het |
| besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende | besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende |
| de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de | de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de |
| werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie | werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie |
| voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van | voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van |
| diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen. | diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen. |
Art. 29.§ 1. Volgens de voorwaarden, vermeld in dit besluit, |
Art. 29.§ 1. Volgens de voorwaarden, vermeld in dit besluit, |
| verstrekt de VDAB aan het gemandateerde OCMW een vergoeding voor de | verstrekt de VDAB aan het gemandateerde OCMW een vergoeding voor de |
| realisatie van de dienstverlening, vermeld in dit besluit. | realisatie van de dienstverlening, vermeld in dit besluit. |
| De vergoeding bedraagt per begeleiding per jaar maximaal 3000 euro en | De vergoeding bedraagt per begeleiding per jaar maximaal 3000 euro en |
| vertegenwoordigt: | vertegenwoordigt: |
| 1° de personeelskosten van de begeleider; | 1° de personeelskosten van de begeleider; |
| 2° de werkingskosten die maximaal 20% van de personeelskosten | 2° de werkingskosten die maximaal 20% van de personeelskosten |
| bedragen; | bedragen; |
| 3° een winstaandeel dat niet hoger ligt dan de relevante swaprente, | 3° een winstaandeel dat niet hoger ligt dan de relevante swaprente, |
| verhoogd met een opslag van 100 basispunten. | verhoogd met een opslag van 100 basispunten. |
| In het tweede lid, 1°, wordt onder personeelskosten ook verstaan: het | In het tweede lid, 1°, wordt onder personeelskosten ook verstaan: het |
| geheel van vergoedingen aan de onderaannemer die overeenkomen met de | geheel van vergoedingen aan de onderaannemer die overeenkomen met de |
| personeelskosten van het gemandateerde OCMW, als de onderaannemer in | personeelskosten van het gemandateerde OCMW, als de onderaannemer in |
| dienst zou zijn van het gemandateerde OCMW. | dienst zou zijn van het gemandateerde OCMW. |
| In het tweede lid, 2°, wordt verstaan onder werkingskosten: | In het tweede lid, 2°, wordt verstaan onder werkingskosten: |
| 1° de uitgaven die rechtstreeks betrekking hebben op de planning, | 1° de uitgaven die rechtstreeks betrekking hebben op de planning, |
| uitvoering, monitoring en evaluatie van de begeleiding; | uitvoering, monitoring en evaluatie van de begeleiding; |
| 2° de uitgaven die onrechtstreeks betrekking hebben op de organisatie | 2° de uitgaven die onrechtstreeks betrekking hebben op de organisatie |
| van het gemandateerde OCMW in het kader van de begeleiding. | van het gemandateerde OCMW in het kader van de begeleiding. |
| In het tweede lid, 3°, wordt verstaan onder relevante swaprente: de | In het tweede lid, 3°, wordt verstaan onder relevante swaprente: de |
| swaprente waarvan de looptijd en de valuta overeenstemmen met de | swaprente waarvan de looptijd en de valuta overeenstemmen met de |
| looptijd en de valuta uit dit besluit. | looptijd en de valuta uit dit besluit. |
| Als het gemandateerde OCMW een beroep doet op onderaannemers, worden | Als het gemandateerde OCMW een beroep doet op onderaannemers, worden |
| de werkingskosten, vermeld in het vierde lid, van het gemandateerde | de werkingskosten, vermeld in het vierde lid, van het gemandateerde |
| OCMW en de onderaannemers samengeteld. | OCMW en de onderaannemers samengeteld. |
| De vergoeding, vermeld in dit artikel, kan maximaal betrekking hebben | De vergoeding, vermeld in dit artikel, kan maximaal betrekking hebben |
| op 24 maanden dienstverlening, zelfs als het traject tijdelijke | op 24 maanden dienstverlening, zelfs als het traject tijdelijke |
| werkervaring langer dan 24 maanden duurt. | werkervaring langer dan 24 maanden duurt. |
| § 2. De vergoeding, vermeld in paragraaf 1, wordt uitbetaald in het | § 2. De vergoeding, vermeld in paragraaf 1, wordt uitbetaald in het |
| kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de dienstverlening is | kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de dienstverlening is |
| geleverd, en heeft betrekking op maximaal 24 maanden effectieve | geleverd, en heeft betrekking op maximaal 24 maanden effectieve |
| dienstverlening als vermeld in dit hoofdstuk. | dienstverlening als vermeld in dit hoofdstuk. |
| In het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar in kwestie, is er | In het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar in kwestie, is er |
| een afrekening. Als de gegevens die de basis vormen voor de berekening | een afrekening. Als de gegevens die de basis vormen voor de berekening |
| van de steun, fout zijn, kan er een rechtzetting komen. | van de steun, fout zijn, kan er een rechtzetting komen. |
| § 3. De vergoeding, vermeld in paragraaf 1, wordt aangevuld met een | § 3. De vergoeding, vermeld in paragraaf 1, wordt aangevuld met een |
| compensatie voor de maanden van het traject tijdelijke werkervaring | compensatie voor de maanden van het traject tijdelijke werkervaring |
| waarin gebruik gemaakt wordt van het instrument vermeld in artikel 15. | waarin gebruik gemaakt wordt van het instrument vermeld in artikel 15. |
| De compensatie bedraagt het verschil tussen 445 euro en de reeds | De compensatie bedraagt het verschil tussen 445 euro en de reeds |
| genoten vergoedingen die werden toegekend met toepassing van paragraaf | genoten vergoedingen die werden toegekend met toepassing van paragraaf |
| 1 of artikel 34. | 1 of artikel 34. |
| De compensatie wordt uitbetaald in het kwartaal dat volgt op het | De compensatie wordt uitbetaald in het kwartaal dat volgt op het |
| kwartaal waarin de dienstverlening werd geleverd. Per maand wordt een | kwartaal waarin de dienstverlening werd geleverd. Per maand wordt een |
| voorlopig bedrag van 150 euro uitbetaald. De betaalde bedragen worden | voorlopig bedrag van 150 euro uitbetaald. De betaalde bedragen worden |
| na afloop van het traject tijdelijke werkervaring verrekend met de | na afloop van het traject tijdelijke werkervaring verrekend met de |
| vergoedingen die werden toegekend met toepassing van paragraaf 1 of | vergoedingen die werden toegekend met toepassing van paragraaf 1 of |
| artikel 34. | artikel 34. |
| In afwijking van artikel 28 valt de compensatie, vermeld in deze | In afwijking van artikel 28 valt de compensatie, vermeld in deze |
| paragraaf, niet onder de toepassing van het besluit 2012/21/EU van de | paragraaf, niet onder de toepassing van het besluit 2012/21/EU van de |
| Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel | Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel |
| 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese | 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese |
| Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare | Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare |
| dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen | dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen |
| economisch belang belaste ondernemingen. | economisch belang belaste ondernemingen. |
Art. 30.De VDAB stelt jaarlijks in het eerste kwartaal van het |
Art. 30.De VDAB stelt jaarlijks in het eerste kwartaal van het |
| kalenderjaar een kasvoorschot van de jaarlijkse vergoeding bepaald in | kalenderjaar een kasvoorschot van de jaarlijkse vergoeding bepaald in |
| artikel 29 voor het gemiddelde aantal begeleidingen op jaarbasis ter | artikel 29 voor het gemiddelde aantal begeleidingen op jaarbasis ter |
| beschikking van de gemandateerde OCMW's, vermenigvuldigd met 25%. Dat | beschikking van de gemandateerde OCMW's, vermenigvuldigd met 25%. Dat |
| kasvoorschot wordt jaarlijks bijgesteld naargelang het aantal | kasvoorschot wordt jaarlijks bijgesteld naargelang het aantal |
| trajecten dat in begeleiding was in het voorafgaande kalenderjaar. | trajecten dat in begeleiding was in het voorafgaande kalenderjaar. |
| In afwijking van het eerste lid wordt het eerste kasvoorschot | In afwijking van het eerste lid wordt het eerste kasvoorschot |
| uitbetaald in het eerste kwartaal na de opstart van het stelsel | uitbetaald in het eerste kwartaal na de opstart van het stelsel |
| tijdelijke werkervaring, gebaseerd op historische gegevens. Om die | tijdelijke werkervaring, gebaseerd op historische gegevens. Om die |
| historische gegevens te bepalen, wordt rekening gehouden met het | historische gegevens te bepalen, wordt rekening gehouden met het |
| aantal tewerkstellingen met toepassing van artikel 60, § 7, van de wet | aantal tewerkstellingen met toepassing van artikel 60, § 7, van de wet |
| van 8 juli 1976 in refertejaar 2015, vermenigvuldigd met de jaarlijkse | van 8 juli 1976 in refertejaar 2015, vermenigvuldigd met de jaarlijkse |
| vergoeding voor de begeleiding, vermeld in artikel 29 van dit besluit, | vergoeding voor de begeleiding, vermeld in artikel 29 van dit besluit, |
| vermenigvuldigd met 25%, rekening houdend met de verwachte evolutie | vermenigvuldigd met 25%, rekening houdend met de verwachte evolutie |
| van het aantal tewerkstellingen met toepassing van artikel 60, § 7, | van het aantal tewerkstellingen met toepassing van artikel 60, § 7, |
| van de wet van 8 juli 1976. | van de wet van 8 juli 1976. |
Art. 31.De vergoeding, vermeld in artikel 29, wordt verrekend naar |
Art. 31.De vergoeding, vermeld in artikel 29, wordt verrekend naar |
| rato van de correct geregistreerde prestaties die het gemandateerde | rato van de correct geregistreerde prestaties die het gemandateerde |
| OCMW of zijn onderaannemers conform dit besluit effectief geleverd | OCMW of zijn onderaannemers conform dit besluit effectief geleverd |
| hebben op het vlak van de begeleiding. | hebben op het vlak van de begeleiding. |
Art. 32.De vergoeding, vermeld in artikel 29, kan niet gecumuleerd |
Art. 32.De vergoeding, vermeld in artikel 29, kan niet gecumuleerd |
| worden met enige andere vorm van steun voor dezelfde kosten of voor | worden met enige andere vorm van steun voor dezelfde kosten of voor |
| kosten die elkaar geheel of gedeeltelijk overlappen, van werknemers | kosten die elkaar geheel of gedeeltelijk overlappen, van werknemers |
| die het gemandateerde OCMW of zijn onderaannemers in dienst hebben | die het gemandateerde OCMW of zijn onderaannemers in dienst hebben |
| voor de uitvoering van de begeleiding. | voor de uitvoering van de begeleiding. |
Art. 33.Het gemandateerde OCMW kan voor de leefloongerechtigde geen |
Art. 33.Het gemandateerde OCMW kan voor de leefloongerechtigde geen |
| enkele andere vergoeding voor de begeleiding ontvangen dan de | enkele andere vergoeding voor de begeleiding ontvangen dan de |
| vergoeding, vermeld in dit besluit. | vergoeding, vermeld in dit besluit. |
Art. 34.In dit artikel wordt verstaan onder: |
Art. 34.In dit artikel wordt verstaan onder: |
| 1° professionele activering: het geheel van acties, adviezen en | 1° professionele activering: het geheel van acties, adviezen en |
| diensten die de VDAB of een partnerorganisatie aanbiedt in het kader | diensten die de VDAB of een partnerorganisatie aanbiedt in het kader |
| van een traject naar werk van de werkzoekende; | van een traject naar werk van de werkzoekende; |
| 2° stimuleringsfinanciering: de bijkomende financiële ondersteuning | 2° stimuleringsfinanciering: de bijkomende financiële ondersteuning |
| met het oog op een hoger bereik van een positieve uitstroom. | met het oog op een hoger bereik van een positieve uitstroom. |
| Binnen de grenzen van de goedgekeurde jaarlijkse begrotingskredieten | Binnen de grenzen van de goedgekeurde jaarlijkse begrotingskredieten |
| en volgens de voorwaarden, vermeld in dit besluit, verkrijgt het | en volgens de voorwaarden, vermeld in dit besluit, verkrijgt het |
| gemandateerde OCMW een stimuleringsfinanciering per geslaagde | gemandateerde OCMW een stimuleringsfinanciering per geslaagde |
| begeleiding. De begeleiding wordt als geslaagd beschouwd als de | begeleiding. De begeleiding wordt als geslaagd beschouwd als de |
| werkzoekende aan het werk is. | werkzoekende aan het werk is. |
| Het gemandateerd OCMW ontvangt een forfaitaire vergoeding van 300 euro | Het gemandateerd OCMW ontvangt een forfaitaire vergoeding van 300 euro |
| indien de werkzoekende de dag na beëindiging van de | indien de werkzoekende de dag na beëindiging van de |
| werkervaringsovereenkomst aan het werk is. | werkervaringsovereenkomst aan het werk is. |
| Het gemandateerd OCMW ontvangt een forfaitaire vergoeding van 600 euro | Het gemandateerd OCMW ontvangt een forfaitaire vergoeding van 600 euro |
| indien de werkzoekende drie maanden na beëindiging van de | indien de werkzoekende drie maanden na beëindiging van de |
| werkervaringsovereenkomst aan het werk is. | werkervaringsovereenkomst aan het werk is. |
| De vergoeding bepaald in dit artikel moet aangewend worden in het | De vergoeding bepaald in dit artikel moet aangewend worden in het |
| kader van professionele activering. | kader van professionele activering. |
| Afdeling 4. - Controle en sancties | Afdeling 4. - Controle en sancties |
Art. 35.De VDAB voert op regelmatige basis en minimaal om de drie |
Art. 35.De VDAB voert op regelmatige basis en minimaal om de drie |
| jaar en na het beëindigen van de mandatering controles uit die gericht | jaar en na het beëindigen van de mandatering controles uit die gericht |
| zijn op de naleving van de bepalingen van dit besluit, om de omvang | zijn op de naleving van de bepalingen van dit besluit, om de omvang |
| van de vergoeding voor de begeleiding te bepalen. | van de vergoeding voor de begeleiding te bepalen. |
| De controle, vermeld in het eerste lid, kan aanleiding geven tot de | De controle, vermeld in het eerste lid, kan aanleiding geven tot de |
| herziening van de vergoeding, vermeld in artikel 29. | herziening van de vergoeding, vermeld in artikel 29. |
Art. 36.De informatiegegevens die betrekking hebben op de naleving |
Art. 36.De informatiegegevens die betrekking hebben op de naleving |
| van de voorwaarden van dit besluit, worden door het gemandateerde OCMW | van de voorwaarden van dit besluit, worden door het gemandateerde OCMW |
| bewaard gedurende minimaal tien jaar na afloop van de periode van | bewaard gedurende minimaal tien jaar na afloop van de periode van |
| mandatering. | mandatering. |
Art. 37.De VDAB zal de vergoeding verminderen of terugvorderen als: |
Art. 37.De VDAB zal de vergoeding verminderen of terugvorderen als: |
| 1° het gemandateerde OCMW de bepalingen van dit besluit niet naleeft; | 1° het gemandateerde OCMW de bepalingen van dit besluit niet naleeft; |
| 2° de VDAB inbreuken vaststelt op de bepalingen van het besluit | 2° de VDAB inbreuken vaststelt op de bepalingen van het besluit |
| 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de | 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de |
| toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de | toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de |
| werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie | werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie |
| voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van | voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van |
| diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen. | diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen. |
| De beslissing tot vermindering of terugvordering is definitief nadat | De beslissing tot vermindering of terugvordering is definitief nadat |
| het gemandateerde OCMW de mogelijkheid heeft gekregen om zijn | het gemandateerde OCMW de mogelijkheid heeft gekregen om zijn |
| verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van dertig | verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van dertig |
| dagen. | dagen. |
| De termijn, vermeld in het tweede lid, vangt aan de dag nadat het | De termijn, vermeld in het tweede lid, vangt aan de dag nadat het |
| voornemen aan het gemandateerde OCMW ter kennisgeving is verzonden met | voornemen aan het gemandateerde OCMW ter kennisgeving is verzonden met |
| een aangetekende brief. | een aangetekende brief. |
Art. 38.Ieder kwartaal vindt er een monitoring plaats door de VDAB op |
Art. 38.Ieder kwartaal vindt er een monitoring plaats door de VDAB op |
| de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk door de | de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk door de |
| gemandateerde OCMW's. Die monitoring houdt het volgende in: | gemandateerde OCMW's. Die monitoring houdt het volgende in: |
| 1° de monitoring van de correctheid van de ingevoerde gegevens; | 1° de monitoring van de correctheid van de ingevoerde gegevens; |
| 2° de monitoring van de effectieve prestaties. | 2° de monitoring van de effectieve prestaties. |
| Als aan de twee voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is voldaan, | Als aan de twee voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is voldaan, |
| wordt het kwartaal waarin prestaties zijn geleverd, volledig | wordt het kwartaal waarin prestaties zijn geleverd, volledig |
| uitbetaald in het volgende kwartaal. | uitbetaald in het volgende kwartaal. |
| Ieder kalenderjaar vindt er bijkomend een financiële controle plaats | Ieder kalenderjaar vindt er bijkomend een financiële controle plaats |
| van dubbele inkomsten. De vastgestelde extra inkomsten worden daarbij | van dubbele inkomsten. De vastgestelde extra inkomsten worden daarbij |
| in mindering gebracht van de reeds al verkregen vergoeding. Ieder | in mindering gebracht van de reeds al verkregen vergoeding. Ieder |
| kalenderjaar worden daarnaast de niet-geleverde prestaties op | kalenderjaar worden daarnaast de niet-geleverde prestaties op |
| maandbasis in mindering gebracht van de al betaalde vergoedingen op | maandbasis in mindering gebracht van de al betaalde vergoedingen op |
| jaarbasis. | jaarbasis. |
| HOOFDSTUK 3. - Toezicht op de toelagen aan openbare centra voor | HOOFDSTUK 3. - Toezicht op de toelagen aan openbare centra voor |
| maatschappelijk welzijn in het kader van artikel 60, § 7, van de wet | maatschappelijk welzijn in het kader van artikel 60, § 7, van de wet |
| van 8 juli 1976 | van 8 juli 1976 |
Art. 39.De VDAB oefent toezicht uit op de OCMW's voor de toekenning |
Art. 39.De VDAB oefent toezicht uit op de OCMW's voor de toekenning |
| en aanwending van toelagen voor tewerkstelling in het kader van | en aanwending van toelagen voor tewerkstelling in het kader van |
| artikel 57quater, 60, § 7, en artikel 61 van de wet van 8 juli 1976. | artikel 57quater, 60, § 7, en artikel 61 van de wet van 8 juli 1976. |
| Om het toezicht, vermeld in het eerste lid, uit te voeren, kan de VDAB | Om het toezicht, vermeld in het eerste lid, uit te voeren, kan de VDAB |
| de volgende stukken en informatie opvragen bij de OCMW's: | de volgende stukken en informatie opvragen bij de OCMW's: |
| 1° boekhoudkundige stukken; | 1° boekhoudkundige stukken; |
| 2° de volgende informatie over de trajecten: | 2° de volgende informatie over de trajecten: |
| a) het aantal lopende trajecten tijdelijke werkervaring; | a) het aantal lopende trajecten tijdelijke werkervaring; |
| b) het aantal lopende arbeidsovereenkomsten met toepassing van artikel | b) het aantal lopende arbeidsovereenkomsten met toepassing van artikel |
| 60, § 7, van de wet van 8 juli 1976; | 60, § 7, van de wet van 8 juli 1976; |
| c) het aantal lopende overeenkomsten met toepassing van artikel 61 van | c) het aantal lopende overeenkomsten met toepassing van artikel 61 van |
| de wet van 8 juli 1976; | de wet van 8 juli 1976; |
| 3° de volgende informatie over de toelagen: | 3° de volgende informatie over de toelagen: |
| a) het aantal ontvangen toelagen voor de toepassing van artikel | a) het aantal ontvangen toelagen voor de toepassing van artikel |
| 57quater van de wet van 8 juli 1976; | 57quater van de wet van 8 juli 1976; |
| b) het aantal ontvangen toelagen voor tewerkstellingen met toepassing | b) het aantal ontvangen toelagen voor tewerkstellingen met toepassing |
| van artikel 60, § 7, van het wet van 8 juli 1976; | van artikel 60, § 7, van het wet van 8 juli 1976; |
| c) het aantal ontvangen toelagen voor de toepassing van artikel 61 van | c) het aantal ontvangen toelagen voor de toepassing van artikel 61 van |
| de wet van 8 juli 1976. | de wet van 8 juli 1976. |
| De VDAB kan aanvullende informatie of toelichting vragen bij het | De VDAB kan aanvullende informatie of toelichting vragen bij het |
| betrokken OCMW. Het betrokken OCMW kan op eigen initiatief aan de VDAB | betrokken OCMW. Het betrokken OCMW kan op eigen initiatief aan de VDAB |
| ook aanvullende informatie bezorgen of een toelichting geven. | ook aanvullende informatie bezorgen of een toelichting geven. |
| Voor de controle op de bepalingen van dit hoofdstuk kan de VDAB alle | Voor de controle op de bepalingen van dit hoofdstuk kan de VDAB alle |
| noodzakelijke gegevensbronnen raadplegen. | noodzakelijke gegevensbronnen raadplegen. |
Art. 40.Als de VDAB bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in |
Art. 40.Als de VDAB bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in |
| artikel 39 van dit besluit, onregelmatigheden vaststelt die buiten het | artikel 39 van dit besluit, onregelmatigheden vaststelt die buiten het |
| toepassingsgebied van dit besluit vallen, maar waarvan de VDAB | toepassingsgebied van dit besluit vallen, maar waarvan de VDAB |
| vermoedt dat ze een inbreuk kunnen vormen op het decreet houdende | vermoedt dat ze een inbreuk kunnen vormen op het decreet houdende |
| sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, kan de VDAB het dossier | sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, kan de VDAB het dossier |
| bezorgen aan de instelling die belast is met de toepassing van het | bezorgen aan de instelling die belast is met de toepassing van het |
| voormelde decreet. | voormelde decreet. |
Art. 41.Als de VDAB bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in |
Art. 41.Als de VDAB bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in |
| artikel 39, vaststelt dat er ten onrechte toelagen zijn betaald of dat | artikel 39, vaststelt dat er ten onrechte toelagen zijn betaald of dat |
| er te veel toelagen zijn betaald aan het betrokken OCMW, kan hij die | er te veel toelagen zijn betaald aan het betrokken OCMW, kan hij die |
| toelagen terugvorderen. | toelagen terugvorderen. |
| HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen |
Art. 42.De volgende bepalingen treden in werking op 1 januari 2017: |
Art. 42.De volgende bepalingen treden in werking op 1 januari 2017: |
| 1° artikel 1 tot en met 23 en 27 tot en met 36 van het | 1° artikel 1 tot en met 23 en 27 tot en met 36 van het |
| Tijdelijke-werkervaringsdecreet van 9 december 2016; | Tijdelijke-werkervaringsdecreet van 9 december 2016; |
| 2° dit besluit. | 2° dit besluit. |
Art. 43.De arbeidsovereenkomsten die gesloten zijn met toepassing van |
Art. 43.De arbeidsovereenkomsten die gesloten zijn met toepassing van |
| artikel 60, § 7, of artikel 61 van de wet van 8 juli 1976, die zijn | artikel 60, § 7, of artikel 61 van de wet van 8 juli 1976, die zijn |
| ingegaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit, lopen verder | ingegaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit, lopen verder |
| volgens de regelgeving die gold op de dag vóór de inwerkingtreding van | volgens de regelgeving die gold op de dag vóór de inwerkingtreding van |
| dit besluit, met inbegrip van de toelagen die aan het betrokken OCMW | dit besluit, met inbegrip van de toelagen die aan het betrokken OCMW |
| worden toegekend voor deze tewerkstelling, en met inbegrip van de | worden toegekend voor deze tewerkstelling, en met inbegrip van de |
| bijdragevermindering voor de sociale zekerheid bedoeld in de artikelen | bijdragevermindering voor de sociale zekerheid bedoeld in de artikelen |
| 12, 15, 34 en 35 van het Tijdelijke-werkervaringsdecreet van 9 | 12, 15, 34 en 35 van het Tijdelijke-werkervaringsdecreet van 9 |
| december 2016. | december 2016. |
| In afwijking van artikel 42 treden de artikelen 12, 15, 34 en 35 van | In afwijking van artikel 42 treden de artikelen 12, 15, 34 en 35 van |
| het Tijdelijke-werkervaringsdecreet van 9 december 2016, voor zover | het Tijdelijke-werkervaringsdecreet van 9 december 2016, voor zover |
| zij van toepassing zijn op overeenkomsten bedoeld in het eerste lid | zij van toepassing zijn op overeenkomsten bedoeld in het eerste lid |
| die zijn ingegaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit, ten | die zijn ingegaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit, ten |
| laatste in werking op 1 januari 2019. Vanaf die datum kan er niet | laatste in werking op 1 januari 2019. Vanaf die datum kan er niet |
| langer van de bijdragevermindering voor de sociale zekerheid worden | langer van de bijdragevermindering voor de sociale zekerheid worden |
| genoten die worden opgeheven met deze artikelen. | genoten die worden opgeheven met deze artikelen. |
Art. 44.De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, |
Art. 44.De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, |
| is belast met de uitvoering van dit besluit. | is belast met de uitvoering van dit besluit. |
| Brussel, 23 december 2016. | Brussel, 23 december 2016. |
| De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
| G. BOURGEOIS | G. BOURGEOIS |
| De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport, | De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport, |
| Ph. MUYTERS | Ph. MUYTERS |