Besluit van de Vlaamse regering betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool | Besluit van de Vlaamse regering betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
22 FEBRUARI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de | 22 FEBRUARI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de |
terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand | terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand |
aan het rustpensioen voor de personeelsleden van de hogescholen in de | aan het rustpensioen voor de personeelsleden van de hogescholen in de |
Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool | Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool |
De Vlaamse regering, | De Vlaamse regering, |
Gelet op het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de | Gelet op het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de |
Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid op artikel 74, gewijzigd bij de | Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid op artikel 74, gewijzigd bij de |
decreten van 8 juli 1996 en 15 juli 1997 en artikel 76; | decreten van 8 juli 1996 en 15 juli 1997 en artikel 76; |
Gelet op het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere | Gelet op het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere |
Zeevaartschool, inzonderheid op artikel 6; | Zeevaartschool, inzonderheid op artikel 6; |
Gelet op het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende | Gelet op het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende |
de opdrachten, de wedden, de weddentoelagen en de verloven voor | de opdrachten, de wedden, de weddentoelagen en de verloven voor |
verminderde prestaties in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale | verminderde prestaties in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale |
centra, gewijzigd bij de wetten van 31 juli 1984, 21 juni 1985 en 1 | centra, gewijzigd bij de wetten van 31 juli 1984, 21 juni 1985 en 1 |
augustus 1985, het koninklijk besluit nr. 436 van 5 augustus 1986, het | augustus 1985, het koninklijk besluit nr. 436 van 5 augustus 1986, het |
koninklijk besluit nr. 453 van 29 augustus 1986 en het koninklijk | koninklijk besluit nr. 453 van 29 augustus 1986 en het koninklijk |
besluit nr. 537 van 31 maart 1987, de decreten van 5 juli 1989, 31 | besluit nr. 537 van 31 maart 1987, de decreten van 5 juli 1989, 31 |
juli 1990, en 28 april 1993, en de besluiten van de Vlaamse regering | juli 1990, en 28 april 1993, en de besluiten van de Vlaamse regering |
van 9 mei 1996 en 11 februari 2000; | van 9 mei 1996 en 11 februari 2000; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 20 april 1994 | Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 20 april 1994 |
betreffende de deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke | betreffende de deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de | aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de |
personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale | personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale |
centra, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 1996 en het besluit van | centra, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 1996 en het besluit van |
de Vlaamse regering van 11 februari 2000; | de Vlaamse regering van 11 februari 2000; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 6 juli 2001; | begroting, gegeven op 6 juli 2001; |
Gelet op het protocol nr. 412 van 13 juli 2001 houdende de conclusies | Gelet op het protocol nr. 412 van 13 juli 2001 houdende de conclusies |
van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering | van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering |
van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van | van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van |
afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke | afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke |
overheidsdiensten; | overheidsdiensten; |
Gelet op het advies nr. 32.891/1 van de Raad van State, gegeven op 22 | Gelet op het advies nr. 32.891/1 van de Raad van State, gegeven op 22 |
januari 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2° van de | januari 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2° van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming; | Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de benoemde |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de benoemde |
personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de | personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de |
Hogere Zeevaartschool. | Hogere Zeevaartschool. |
Dit besluit is eveneens van toepassing op de personeelsleden bedoeld | Dit besluit is eveneens van toepassing op de personeelsleden bedoeld |
in artikel 182, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de | in artikel 182, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de |
hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, die benoemd waren aan een | hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, die benoemd waren aan een |
hogeschool. | hogeschool. |
Art. 2.De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden |
Art. 2.De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden |
voorafgaand aan het rustpensioen kan volledig of deeltijds zijn. | voorafgaand aan het rustpensioen kan volledig of deeltijds zijn. |
Art. 3.Gedurende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
Art. 3.Gedurende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen bevindt het | aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen bevindt het |
personeelslid zich in de administratieve stand terbeschikkingstelling | personeelslid zich in de administratieve stand terbeschikkingstelling |
voor het volume van de opdracht waarvoor de terbeschikkingstelling | voor het volume van de opdracht waarvoor de terbeschikkingstelling |
wordt verleend. Het personeelslid ontvangt een wachtgeld voor | wordt verleend. Het personeelslid ontvangt een wachtgeld voor |
hetzelfde volume. | hetzelfde volume. |
Art. 4.De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden |
Art. 4.De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden |
voorafgaand aan het rustpensioen is onherroepelijk. | voorafgaand aan het rustpensioen is onherroepelijk. |
De betrekking van het personeelslid kan vacant worden verklaard vanaf | De betrekking van het personeelslid kan vacant worden verklaard vanaf |
het ogenblik van de aanvang van de terbeschikkingstelling voor het | het ogenblik van de aanvang van de terbeschikkingstelling voor het |
volume waarvoor het personeelslid een terbeschikkingstelling wegens | volume waarvoor het personeelslid een terbeschikkingstelling wegens |
persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen heeft | persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen heeft |
genomen. | genomen. |
HOOFDSTUK II. - De volledige terbeschikkingstelling wegens | HOOFDSTUK II. - De volledige terbeschikkingstelling wegens |
persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen | persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen |
Afdeling 1. - Het organieke stelsel | Afdeling 1. - Het organieke stelsel |
Art. 5.De personeelsleden bedoeld in artikel 1 kunnen een volledige |
Art. 5.De personeelsleden bedoeld in artikel 1 kunnen een volledige |
terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand | terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand |
aan het rustpensioen krijgen als zij op de vooravond van de | aan het rustpensioen krijgen als zij op de vooravond van de |
terbeschikkingstelling voldoen aan de volgende voorwaarden : | terbeschikkingstelling voldoen aan de volgende voorwaarden : |
1° de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. Voor de personeelsleden die | 1° de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. Voor de personeelsleden die |
geboren zijn vóór 1 oktober 1947 geldt de leeftijd van 55 jaar. | geboren zijn vóór 1 oktober 1947 geldt de leeftijd van 55 jaar. |
2° ten minste 20 dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de | 2° ten minste 20 dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de |
opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. | opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. |
Daarenboven mogen de personeelsleden met ingang van de | Daarenboven mogen de personeelsleden met ingang van de |
terbeschikkingstelling : | terbeschikkingstelling : |
1° geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de | 1° geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de |
Schatkist; | Schatkist; |
2° geen prestaties meer uitoefenen in het onderwijs of centra voor | 2° geen prestaties meer uitoefenen in het onderwijs of centra voor |
leerlingenbegeleiding, georganiseerd, gesubsidieerd of gefinancierd | leerlingenbegeleiding, georganiseerd, gesubsidieerd of gefinancierd |
door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van prestaties als | door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van prestaties als |
gastprofessor in een hogeschool die niet betaald worden door het | gastprofessor in een hogeschool die niet betaald worden door het |
departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. | departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. |
Deze terbeschikkingstelling wordt toegekend tot de vooravond van de | Deze terbeschikkingstelling wordt toegekend tot de vooravond van de |
dag waarop het personeelslid op een rustpensioen ten last van de | dag waarop het personeelslid op een rustpensioen ten last van de |
Schatkist aanspraak kan maken. | Schatkist aanspraak kan maken. |
Art. 6.De terbeschikkingstelling vangt aan op 1 oktober, 1 januari of |
Art. 6.De terbeschikkingstelling vangt aan op 1 oktober, 1 januari of |
1 april, hierna de uitstapdata genoemd. | 1 april, hierna de uitstapdata genoemd. |
De aanvraag voor het bekomen van deze terbeschikkingstelling moet bij | De aanvraag voor het bekomen van deze terbeschikkingstelling moet bij |
het hogeschoolbestuur worden ingediend uiterlijk drie maanden voor de | het hogeschoolbestuur worden ingediend uiterlijk drie maanden voor de |
aanvangsdatum. Deze termijn kan in onderling overleg worden ingekort. | aanvangsdatum. Deze termijn kan in onderling overleg worden ingekort. |
Art. 7.§ 1. Het personeelslid dat overeenkomstig deze afdeling een |
Art. 7.§ 1. Het personeelslid dat overeenkomstig deze afdeling een |
volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden | volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden |
voorafgaand aan het rustpensioen krijgt, geniet een wachtgeld. | voorafgaand aan het rustpensioen krijgt, geniet een wachtgeld. |
Het bedrag van dit wachtgeld is gedurende de hele periode van deze | Het bedrag van dit wachtgeld is gedurende de hele periode van deze |
terbeschikkingstelling, gelijk aan zoveel vijftigsten, | terbeschikkingstelling, gelijk aan zoveel vijftigsten, |
vijfenvijftigsten of zestigsten van het laatste activiteitssalaris als | vijfenvijftigsten of zestigsten van het laatste activiteitssalaris als |
het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling | het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling |
dienstjaren telt, naargelang de voor de berekening van het pensioen in | dienstjaren telt, naargelang de voor de berekening van het pensioen in |
aanmerking te nemen breuk 1/50, 1/55 of 1/60 is. | aanmerking te nemen breuk 1/50, 1/55 of 1/60 is. |
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel worden, ongeacht het volume | § 2. Voor de toepassing van dit artikel worden, ongeacht het volume |
ervan de diensten in aanmerking genomen die meetellen voor de | ervan de diensten in aanmerking genomen die meetellen voor de |
berekening van het rustpensioen, met uitsluiting van de bonificaties | berekening van het rustpensioen, met uitsluiting van de bonificaties |
wegens studies, en van andere perioden, vergoed wegens diensten die | wegens studies, en van andere perioden, vergoed wegens diensten die |
voor de vaststelling van het salaris meetellen. | voor de vaststelling van het salaris meetellen. |
§ 3. In afwachting dat de berekening van het wachtgeld wordt | § 3. In afwachting dat de berekening van het wachtgeld wordt |
vastgesteld voor de personeelsleden die geboren zijn na 30 september | vastgesteld voor de personeelsleden die geboren zijn na 30 september |
1952, blijven de paragrafen 1 en 2 van toepassing. | 1952, blijven de paragrafen 1 en 2 van toepassing. |
Afdeling 2.- Het uitzonderingsstelsel | Afdeling 2.- Het uitzonderingsstelsel |
Art. 8.De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de |
Art. 8.De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de |
personeelsleden bedoeld in artikel 1 die geboren zijn na 30 september | personeelsleden bedoeld in artikel 1 die geboren zijn na 30 september |
1947 en voor 1 oktober 1952. | 1947 en voor 1 oktober 1952. |
Art. 9.Deze personeelsleden kunnen een uitzonderingsstelsel genieten, |
Art. 9.Deze personeelsleden kunnen een uitzonderingsstelsel genieten, |
onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde rechtsgevolgen als de | onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde rechtsgevolgen als de |
volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden | volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden |
voorafgaand aan het rustpensioen, behoudens de in dit hoofdstuk | voorafgaand aan het rustpensioen, behoudens de in dit hoofdstuk |
vermelde afwijkingen. | vermelde afwijkingen. |
Art. 10.Het uitzonderingsstelsel bedoeld in artikel 9 bestaat uit een |
Art. 10.Het uitzonderingsstelsel bedoeld in artikel 9 bestaat uit een |
periode die 6,5 % omvat van het aantal maanden geldelijke anciënniteit | periode die 6,5 % omvat van het aantal maanden geldelijke anciënniteit |
die het personeelslid bezit op de eerste dag van de maand volgend op | die het personeelslid bezit op de eerste dag van de maand volgend op |
de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. Indien het | de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. Indien het |
personeelslid op die datum verschillende geldelijke anciënniteiten | personeelslid op die datum verschillende geldelijke anciënniteiten |
bezit, wordt voor deze berekening de hoogste in aanmerking genomen. | bezit, wordt voor deze berekening de hoogste in aanmerking genomen. |
Het resultaat van deze berekening wordt uitgedrukt in volledige | Het resultaat van deze berekening wordt uitgedrukt in volledige |
maanden en steeds afgerond naar de hogere eenheid. | maanden en steeds afgerond naar de hogere eenheid. |
Art. 11.Het uitzonderingsstelsel kan ten vroegste ingaan op de |
Art. 11.Het uitzonderingsstelsel kan ten vroegste ingaan op de |
uitstapdatum die onmiddellijk voorafgaat aan de datum bekomen door het | uitstapdatum die onmiddellijk voorafgaat aan de datum bekomen door het |
aantal maanden, berekend in art. 10, terug te rekenen vanaf de gekozen | aantal maanden, berekend in art. 10, terug te rekenen vanaf de gekozen |
uitstapdatum van de volledige terbeschikkingstelling voorafgaand aan | uitstapdatum van de volledige terbeschikkingstelling voorafgaand aan |
het rustpensioen of de pensionering. | het rustpensioen of de pensionering. |
Het uitzonderingsstelsel kan nooit ingaan vóór het personeelslid de | Het uitzonderingsstelsel kan nooit ingaan vóór het personeelslid de |
leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. | leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. |
Art. 12.Het personeelslid dat het uitzonderingsstelsel geniet, |
Art. 12.Het personeelslid dat het uitzonderingsstelsel geniet, |
ontvangt gedurende de hele periode van de terbeschikkingstelling een | ontvangt gedurende de hele periode van de terbeschikkingstelling een |
wachtgeld dat gelijk is aan het wachtgeld berekend zoals in artikel 7 | wachtgeld dat gelijk is aan het wachtgeld berekend zoals in artikel 7 |
§ 1 en § 2, verminderd met | § 1 en § 2, verminderd met |
- 8 % van het laatste activiteitssalaris als de terbeschikkingstelling | - 8 % van het laatste activiteitssalaris als de terbeschikkingstelling |
ingaat op het ogenblik dat het personeelslid 55 jaar oud is; | ingaat op het ogenblik dat het personeelslid 55 jaar oud is; |
- 7 % van het laatste activiteitssalaris als de terbeschikkingstelling | - 7 % van het laatste activiteitssalaris als de terbeschikkingstelling |
ingaat op het ogenblik dat het personeelslid 56 jaar oud is; | ingaat op het ogenblik dat het personeelslid 56 jaar oud is; |
- 5 % van het laatste activiteitssalaris als de terbeschikkingstelling | - 5 % van het laatste activiteitssalaris als de terbeschikkingstelling |
ingaat op het ogenblik dat het personeelslid 57 jaar oud is; | ingaat op het ogenblik dat het personeelslid 57 jaar oud is; |
- 3 % van het laatste activiteitssalaris als de terbeschikkingstelling | - 3 % van het laatste activiteitssalaris als de terbeschikkingstelling |
ingaat op het ogenblik dat het personeelslid 58 jaar oud is. | ingaat op het ogenblik dat het personeelslid 58 jaar oud is. |
Voor de berekening van de vermindering wordt onder het laatste | Voor de berekening van de vermindering wordt onder het laatste |
activiteitssalaris verstaan het activiteitssalaris dat het | activiteitssalaris verstaan het activiteitssalaris dat het |
personeelslid zou genieten als de diensten erkend als nuttige | personeelslid zou genieten als de diensten erkend als nuttige |
ervaring, niet in aanmerking worden genomen. | ervaring, niet in aanmerking worden genomen. |
Als het personeelslid het uitzonderingsstelsel deeltijds opneemt, | Als het personeelslid het uitzonderingsstelsel deeltijds opneemt, |
wordt het wachtgeld verminderd à rato van de prestaties die het | wordt het wachtgeld verminderd à rato van de prestaties die het |
personeelslid niet meer verricht. ». | personeelslid niet meer verricht. ». |
Art. 13.Het uitzonderingsstelsel kan als volgt worden opgenomen : |
Art. 13.Het uitzonderingsstelsel kan als volgt worden opgenomen : |
- het personeelslid levert geen prestaties meer; | - het personeelslid levert geen prestaties meer; |
- het personeelslid blijft de helft van een voltijdse opdracht | - het personeelslid blijft de helft van een voltijdse opdracht |
uitoefenen; | uitoefenen; |
- het personeelslid blijft drie vierden van een voltijdse opdracht | - het personeelslid blijft drie vierden van een voltijdse opdracht |
uitoefenen. Deze bepaling is niet van toepassing op de personeelsleden | uitoefenen. Deze bepaling is niet van toepassing op de personeelsleden |
die belast zijn met het mandaat van algemeen directeur, | die belast zijn met het mandaat van algemeen directeur, |
departementshoofd of bibliothecaris in een hogeschool. | departementshoofd of bibliothecaris in een hogeschool. |
Op de in artikel 6, eerste lid vermelde uitstapdata kan het | Op de in artikel 6, eerste lid vermelde uitstapdata kan het |
personeelslid overgaan van een vierde terbeschikkingstelling naar een | personeelslid overgaan van een vierde terbeschikkingstelling naar een |
halftijdse terbeschikkingstelling en/of een volledige | halftijdse terbeschikkingstelling en/of een volledige |
terbeschikkingstelling of van een halftijdse terbeschikkingstelling | terbeschikkingstelling of van een halftijdse terbeschikkingstelling |
naar een volledige terbeschikkingstelling. | naar een volledige terbeschikkingstelling. |
De aanvraag moet vergezeld zijn van een overzicht van de wijze waarop | De aanvraag moet vergezeld zijn van een overzicht van de wijze waarop |
het personeelslid gedurende de volledige periode het | het personeelslid gedurende de volledige periode het |
uitzonderingsstelsel opneemt. Om uitzonderlijke familiale redenen kan | uitzonderingsstelsel opneemt. Om uitzonderlijke familiale redenen kan |
het personeelslid de wijze van opnemen van de overgangsmaatregel | het personeelslid de wijze van opnemen van de overgangsmaatregel |
wijzigen volgens de modaliteiten vermeld in voorgaand lid, mits aan de | wijzigen volgens de modaliteiten vermeld in voorgaand lid, mits aan de |
voorwaarden vermeld in de artikelen 6 en 10 is voldaan. | voorwaarden vermeld in de artikelen 6 en 10 is voldaan. |
Afdeling 3. - Het overgangsstelsel | Afdeling 3. - Het overgangsstelsel |
Art. 14.Het hogeschoolbestuur of het organisme dat het personeelslid |
Art. 14.Het hogeschoolbestuur of het organisme dat het personeelslid |
tewerkstelt kan aan de personeelsleden bedoeld in artikel 1 op hun | tewerkstelt kan aan de personeelsleden bedoeld in artikel 1 op hun |
verzoek een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke | verzoek een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen overeenkomstig deze | aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen overeenkomstig deze |
afdeling toekennen als zij op 30 juni 1996 benoemd waren en verbonden | afdeling toekennen als zij op 30 juni 1996 benoemd waren en verbonden |
waren aan een hogeschool en uiterlijk op 31 december 2001 voldoen aan | waren aan een hogeschool en uiterlijk op 31 december 2001 voldoen aan |
de volgende voorwaarden : | de volgende voorwaarden : |
1° de leeftijd van vijfenvijftig jaar hebben bereikt; | 1° de leeftijd van vijfenvijftig jaar hebben bereikt; |
2° ten minste dertig dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor | 2° ten minste dertig dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor |
het openen van het recht op een rustpensioen ten laste van de | het openen van het recht op een rustpensioen ten laste van de |
Schatkist. | Schatkist. |
Daarenboven mogen de personeelsleden met ingang van voormelde | Daarenboven mogen de personeelsleden met ingang van voormelde |
terbeschikkingstelling : | terbeschikkingstelling : |
1° geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de | 1° geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen ten laste van de |
schatkist; | schatkist; |
2° geen prestaties meer uitoefenen in het onderwijs of de centra voor | 2° geen prestaties meer uitoefenen in het onderwijs of de centra voor |
leerlingenbegeleiding, georganiseerd, gesubsidieerd of gefinancierd | leerlingenbegeleiding, georganiseerd, gesubsidieerd of gefinancierd |
door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van prestaties als | door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van prestaties als |
gastprofessor in een hogeschool die niet betaald worden door het | gastprofessor in een hogeschool die niet betaald worden door het |
departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. | departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. |
Deze terbeschikkingstelling wordt toegekend tot de vooravond van de | Deze terbeschikkingstelling wordt toegekend tot de vooravond van de |
dag waarop het personeelslid op een rustpensioen ten laste van de | dag waarop het personeelslid op een rustpensioen ten laste van de |
Schatkist aanspraak kan maken. | Schatkist aanspraak kan maken. |
Art. 15.De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden |
Art. 15.De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden |
voorafgaand aan het rustpensioen overeenkomstig deze afdeling wordt | voorafgaand aan het rustpensioen overeenkomstig deze afdeling wordt |
toegekend voor het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid | toegekend voor het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid |
op 30 juni 1996 benoemd was en verbonden aan een hogeschool. | op 30 juni 1996 benoemd was en verbonden aan een hogeschool. |
Art. 16.Gedurende de hele periode van deze terbeschikkingstelling |
Art. 16.Gedurende de hele periode van deze terbeschikkingstelling |
wordt een wachtgeld toegekend gelijk aan 75 % van het laatste | wordt een wachtgeld toegekend gelijk aan 75 % van het laatste |
activiteitssalaris. | activiteitssalaris. |
Art. 17.Het overgangsstelsel eindigt op 31 december 2001. De |
Art. 17.Het overgangsstelsel eindigt op 31 december 2001. De |
terbeschikkingstelling overeenkomstig deze afdeling vangt ten laatste | terbeschikkingstelling overeenkomstig deze afdeling vangt ten laatste |
aan op de eerste dag van de maand volgend op december 2001. | aan op de eerste dag van de maand volgend op december 2001. |
Art. 18.De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
Art. 18.De terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden, voorafgaand aan het rustpensioen, toegekend | aangelegenheden, voorafgaand aan het rustpensioen, toegekend |
overeenkomstig deze afdeling vangt aan op de eerste dag van een maand. | overeenkomstig deze afdeling vangt aan op de eerste dag van een maand. |
Die begindatum kan ten vroegste de eerste dag zijn van de maand die | Die begindatum kan ten vroegste de eerste dag zijn van de maand die |
volgt op de dag dat het personeelslid de leeftijd van 55 jaar heeft | volgt op de dag dat het personeelslid de leeftijd van 55 jaar heeft |
bereikt. | bereikt. |
Afdeling 4. - Gemeenschappelijke bepalingen | Afdeling 4. - Gemeenschappelijke bepalingen |
Art. 19.De volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
Art. 19.De volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen bedoeld in de | aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen bedoeld in de |
voorgaande afdelingen houdt in dat het personeelslid die | voorgaande afdelingen houdt in dat het personeelslid die |
terbeschikkingstelling neemt voor het volledige volume van de opdracht | terbeschikkingstelling neemt voor het volledige volume van de opdracht |
die het in het onderwijs uitoefent zowel aan de hogeschool als aan | die het in het onderwijs uitoefent zowel aan de hogeschool als aan |
onderwijsinstellingen of een ander organisme. De toekenning van de | onderwijsinstellingen of een ander organisme. De toekenning van de |
volledige terbeschikkingstelling, als de combinatie van de opdrachten | volledige terbeschikkingstelling, als de combinatie van de opdrachten |
die het personeelslid uitoefent meer bedraagt dan een voltijdse | die het personeelslid uitoefent meer bedraagt dan een voltijdse |
opdracht, wordt beperkt tot een voltijdse opdracht. Het personeelslid | opdracht, wordt beperkt tot een voltijdse opdracht. Het personeelslid |
wordt geacht ontslagnemend te zijn voor het gedeelte van de opdracht | wordt geacht ontslagnemend te zijn voor het gedeelte van de opdracht |
dat meer bedraagt dan de voltijdse opdracht. | dat meer bedraagt dan de voltijdse opdracht. |
Art. 20.§ 1. Voor het personeelslid dat overgaat van : |
Art. 20.§ 1. Voor het personeelslid dat overgaat van : |
1° een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties; | 1° een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties; |
2° een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking; | 2° een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking; |
3° een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke | 3° een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen; | aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen; |
4° een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke | 4° een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden; | aangelegenheden; |
5° een terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid, | 5° een terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid, |
naar een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke | naar een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, wordt als laatste | aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, wordt als laatste |
activiteitssalaris beschouwd, het salaris dat het personeelslid zou | activiteitssalaris beschouwd, het salaris dat het personeelslid zou |
hebben genoten indien het zijn prestaties voorafgaand aan | hebben genoten indien het zijn prestaties voorafgaand aan |
bovenvermelde periode van : | bovenvermelde periode van : |
1° verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties; | 1° verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties; |
2° volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking; | 2° volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking; |
3° deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke | 3° deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen; | aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen; |
4°een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke | 4°een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden; | aangelegenheden; |
5° een terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid; | 5° een terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid; |
tot op de vooravond van de volledige terbeschikkingstelling verder zou | tot op de vooravond van de volledige terbeschikkingstelling verder zou |
hebben uitgeoefend. | hebben uitgeoefend. |
Voor de toepassing van dezelfde paragraaf worden als prestaties | Voor de toepassing van dezelfde paragraaf worden als prestaties |
beschouwd, die waarvoor het personeelslid benoemd is. | beschouwd, die waarvoor het personeelslid benoemd is. |
§ 2. Het bedrag van het wachtgeld schommelt met het indexcijfer van de | § 2. Het bedrag van het wachtgeld schommelt met het indexcijfer van de |
consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door de wet | consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door de wet |
van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige | van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige |
uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de | uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de |
consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het | consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het |
koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982. Het bedrag wordt aan | koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982. Het bedrag wordt aan |
het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld. Het bedrag zal, in voorkomend | het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld. Het bedrag zal, in voorkomend |
geval, worden aangepast overeenkomstig de intersectorale akkoorden van | geval, worden aangepast overeenkomstig de intersectorale akkoorden van |
sociale programmatie en de akkoorden van sectorale sociale | sociale programmatie en de akkoorden van sectorale sociale |
programmatie. | programmatie. |
Het bedrag van het wachtgeld zal echter niet worden aangepast rekening | Het bedrag van het wachtgeld zal echter niet worden aangepast rekening |
houdend met de salaristrappen die het resultaat zijn van de periodieke | houdend met de salaristrappen die het resultaat zijn van de periodieke |
verhogingen binnen de salarisschaal, als het personeelslid op het | verhogingen binnen de salarisschaal, als het personeelslid op het |
ogenblik van de terbeschikkingstelling niet het maximum van de | ogenblik van de terbeschikkingstelling niet het maximum van de |
salarisschaal heeft bereikt. | salarisschaal heeft bereikt. |
Art. 21.Voor de berekening van het wachtgeld wordt het laatste |
Art. 21.Voor de berekening van het wachtgeld wordt het laatste |
activiteitssalaris beperkt tot het salaris dat het personeelslid op de | activiteitssalaris beperkt tot het salaris dat het personeelslid op de |
vooravond van de terbeschikkingstelling genoot voor de door hem | vooravond van de terbeschikkingstelling genoot voor de door hem |
uitgeoefende voltijdse betrekking, vastgesteld overeenkomstig het | uitgeoefende voltijdse betrekking, vastgesteld overeenkomstig het |
decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse | decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse |
Gemeenschap. | Gemeenschap. |
Art. 22.Het personeelslid dat op de dag waarop de door hem |
Art. 22.Het personeelslid dat op de dag waarop de door hem |
aangevraagde volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke | aangevraagde volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen ingaat, reeds ter | aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen ingaat, reeds ter |
beschikking gesteld is wegens ziekte of gebrekkigheid wordt opgeroepen | beschikking gesteld is wegens ziekte of gebrekkigheid wordt opgeroepen |
om te verschijnen voor de pensioencommissie van de Administratieve | om te verschijnen voor de pensioencommissie van de Administratieve |
Gezondheidsdienst. Als deze commissie het personeelslid definitief | Gezondheidsdienst. Als deze commissie het personeelslid definitief |
ongeschikt acht om zijn ambt uit te oefenen en het personeelslid de | ongeschikt acht om zijn ambt uit te oefenen en het personeelslid de |
voorwaarden vervult om vroegtijdig op pensioen te worden gesteld, | voorwaarden vervult om vroegtijdig op pensioen te worden gesteld, |
wordt de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden | wordt de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden |
voorafgaand aan het rustpensioen beëindigd door de oppensioenstelling | voorafgaand aan het rustpensioen beëindigd door de oppensioenstelling |
van het personeelslid. | van het personeelslid. |
Art. 23.§ 1. Een personeelslid dat van een volledige |
Art. 23.§ 1. Een personeelslid dat van een volledige |
terbeschikkingstelling geniet, mag geen andere winstgevende activiteit | terbeschikkingstelling geniet, mag geen andere winstgevende activiteit |
buiten het onderwijs uitoefenen dan die welke, bij toepassing van de | buiten het onderwijs uitoefenen dan die welke, bij toepassing van de |
reglementering inzake cumulatie van een rustpensioen met een | reglementering inzake cumulatie van een rustpensioen met een |
beroepsactiviteit, toegestaan is. | beroepsactiviteit, toegestaan is. |
§ 2. Het personeelslid mag de onderwijsopdracht die het op de dag van | § 2. Het personeelslid mag de onderwijsopdracht die het op de dag van |
de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling als bijbetrekking in het | de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling als bijbetrekking in het |
onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan uitoefende, | onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan uitoefende, |
verder blijven uitoefenen als bijbetrekking. | verder blijven uitoefenen als bijbetrekking. |
Art. 24.§ 1. Een personeelslid dat recht heeft op een |
Art. 24.§ 1. Een personeelslid dat recht heeft op een |
overlevingspensioen en dat een volledige terbeschikkingstelling wegens | overlevingspensioen en dat een volledige terbeschikkingstelling wegens |
persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgt | persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgt |
of heeft gekregen, kan op zijn verzoek, geheel of gedeeltelijk afstand | of heeft gekregen, kan op zijn verzoek, geheel of gedeeltelijk afstand |
doen van het recht op het wachtgeld dat hem op grond van de artikelen | doen van het recht op het wachtgeld dat hem op grond van de artikelen |
7, 12, en 16 kan worden toegekend. | 7, 12, en 16 kan worden toegekend. |
§ 2. Een personeelslid dat geheel of gedeeltelijk afstand doet van het | § 2. Een personeelslid dat geheel of gedeeltelijk afstand doet van het |
wachtgeld verklaart dat in een aangetekende brief aan zijn | wachtgeld verklaart dat in een aangetekende brief aan zijn |
hogeschoolbestuur. Bij gedeeltelijke afstand van wachtgeld verklaart | hogeschoolbestuur. Bij gedeeltelijke afstand van wachtgeld verklaart |
hij in die brief welk bedrag à 100 % hij wil ontvangen. | hij in die brief welk bedrag à 100 % hij wil ontvangen. |
De eerste verklaring heeft uitwerking op de aanvangsdatum van de | De eerste verklaring heeft uitwerking op de aanvangsdatum van de |
terbeschikkingstelling, op de eerste dag van de maand die volgt op de | terbeschikkingstelling, op de eerste dag van de maand die volgt op de |
ontvangst ervan of op een latere datum die door het personeelslid | ontvangst ervan of op een latere datum die door het personeelslid |
wordt bepaald. Een eerste verklaring kan reeds worden gevoegd bij de | wordt bepaald. Een eerste verklaring kan reeds worden gevoegd bij de |
aanvraag om de terbeschikkingstelling te krijgen. | aanvraag om de terbeschikkingstelling te krijgen. |
§ 3. De verklaring, bedoeld in § 2, blijft onverminderd van toepassing | § 3. De verklaring, bedoeld in § 2, blijft onverminderd van toepassing |
tot op het einde van de volledige terbeschikkingstelling wegens | tot op het einde van de volledige terbeschikkingstelling wegens |
persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen tenzij | persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen tenzij |
het personeelslid door een nieuwe verklaring vóór 1 november om een | het personeelslid door een nieuwe verklaring vóór 1 november om een |
aanpassing van zijn wachtgeld of wachtgeldtoelage verzoekt. Dat | aanpassing van zijn wachtgeld of wachtgeldtoelage verzoekt. Dat |
verzoek om aanpassing heeft uitwerking vanaf de eerste januari van het | verzoek om aanpassing heeft uitwerking vanaf de eerste januari van het |
daaropvolgende jaar. ». | daaropvolgende jaar. ». |
HOOFDSTUK III. - De deeltijdse terbeschikkingstelling wegens | HOOFDSTUK III. - De deeltijdse terbeschikkingstelling wegens |
persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen | persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen |
Art. 25.Het hogeschoolbestuur of het organisme dat het personeelslid |
Art. 25.Het hogeschoolbestuur of het organisme dat het personeelslid |
tewerkstelt, kan aan de personeelsleden op hun verzoek een deeltijdse | tewerkstelt, kan aan de personeelsleden op hun verzoek een deeltijdse |
terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand | terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand |
aan het rustpensioen toekennen als zij op de vooravond van de | aan het rustpensioen toekennen als zij op de vooravond van de |
terbeschikkingstelling voldoen aan de volgende voorwaarden : | terbeschikkingstelling voldoen aan de volgende voorwaarden : |
1° benoemd zijn; | 1° benoemd zijn; |
2° de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt; | 2° de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt; |
3° ten minste 30 dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de | 3° ten minste 30 dienstjaren tellen die in aanmerking komen voor de |
opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. | opening van het recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist. |
Daarenboven mogen de personeelsleden met ingang van de | Daarenboven mogen de personeelsleden met ingang van de |
terbeschikkingstelling geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen | terbeschikkingstelling geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen |
ten laste van de Schatkist; | ten laste van de Schatkist; |
Deze terbeschikkingstelling wordt toegekend tot de vooravond van de | Deze terbeschikkingstelling wordt toegekend tot de vooravond van de |
dag waarop het personeelslid op een rustpensioen ten laste van de | dag waarop het personeelslid op een rustpensioen ten laste van de |
Schatkist aanspraak kan maken. | Schatkist aanspraak kan maken. |
Art. 26.§ 1. De deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
Art. 26.§ 1. De deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen betreft het | aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen betreft het |
opdrachtvolume aan de onderwijsinstelling dat boven een halftijdse | opdrachtvolume aan de onderwijsinstelling dat boven een halftijdse |
opdracht ligt. De deeltijdse terbeschikkingstelling wegens | opdracht ligt. De deeltijdse terbeschikkingstelling wegens |
persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen houdt in | persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen houdt in |
dat het personeelslid een halftijdse opdracht aan één of meer | dat het personeelslid een halftijdse opdracht aan één of meer |
onderwijsinstellingen blijft vervullen. De deeltijdse | onderwijsinstellingen blijft vervullen. De deeltijdse |
terbeschikkingstelling wordt verleend voor maximaal een halftijdse | terbeschikkingstelling wordt verleend voor maximaal een halftijdse |
opdracht. | opdracht. |
§ 2. In afwijking van § 1 kan het hogeschoolbestuur aan een | § 2. In afwijking van § 1 kan het hogeschoolbestuur aan een |
personeelslid dat voor een halftijdse opdracht benoemd is aan de | personeelslid dat voor een halftijdse opdracht benoemd is aan de |
hogeschool en voor een halftijdse opdracht vastbenoemd is als | hogeschool en voor een halftijdse opdracht vastbenoemd is als |
pedagogisch adviseur of adviseur-coördinator, een deeltijdse | pedagogisch adviseur of adviseur-coördinator, een deeltijdse |
terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand | terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand |
aan het rustpensioen verlenen voor de opdracht aan de | aan het rustpensioen verlenen voor de opdracht aan de |
onderwijsinstelling. Dat personeelslid mag zijn opdracht als | onderwijsinstelling. Dat personeelslid mag zijn opdracht als |
pedagogisch adviseur-coördinator blijven uitoefenen. | pedagogisch adviseur-coördinator blijven uitoefenen. |
Art. 27.§ 1. Gedurende de deeltijdse terbeschikkingstelling wegens |
Art. 27.§ 1. Gedurende de deeltijdse terbeschikkingstelling wegens |
persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen mag het | persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen mag het |
personeelslid, naast de opdracht genoemd in artikel 17, geen | personeelslid, naast de opdracht genoemd in artikel 17, geen |
opdrachten uitoefenen in het onderwijs. | opdrachten uitoefenen in het onderwijs. |
§ 2. In afwijking van § 1 mag het personeelslid de onderwijsopdracht | § 2. In afwijking van § 1 mag het personeelslid de onderwijsopdracht |
die het op de dag van de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling | die het op de dag van de ingangsdatum van de terbeschikkingstelling |
als bijbetrekking in het onderwijs voor sociale promotie of met | als bijbetrekking in het onderwijs voor sociale promotie of met |
beperkt leerplan uitoefende, verder blijven uitoefenen als | beperkt leerplan uitoefende, verder blijven uitoefenen als |
bijbetrekking. | bijbetrekking. |
§ 3. Buiten het onderwijs mag het betrokken personeelslid geen andere | § 3. Buiten het onderwijs mag het betrokken personeelslid geen andere |
winstgevende activiteit uitoefenen dan die welke wordt toegestaan | winstgevende activiteit uitoefenen dan die welke wordt toegestaan |
krachtens de reglementering inzake cumulatie van een rustpensioen met | krachtens de reglementering inzake cumulatie van een rustpensioen met |
een beroepsactiviteit. | een beroepsactiviteit. |
Art. 28.§ 1. Het personeelslid dat een deeltijdse |
Art. 28.§ 1. Het personeelslid dat een deeltijdse |
terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand | terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand |
aan het rustpensioen geniet, ontvangt de volgende vergoedingen : | aan het rustpensioen geniet, ontvangt de volgende vergoedingen : |
1° het salaris verbonden aan de opdracht die hij nog werkelijk | 1° het salaris verbonden aan de opdracht die hij nog werkelijk |
uitoefent; | uitoefent; |
2° een wachtgeld voor het gedeelte van de opdracht waarvoor de | 2° een wachtgeld voor het gedeelte van de opdracht waarvoor de |
deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden | deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden |
voorafgaand aan het rustpensioen verleend wordt. | voorafgaand aan het rustpensioen verleend wordt. |
§ 2. Vanaf de maand die volgt op de zestigste verjaardag van het | § 2. Vanaf de maand die volgt op de zestigste verjaardag van het |
personeelslid, krijgt dat personeelslid geen salaris en geen wachtgeld | personeelslid, krijgt dat personeelslid geen salaris en geen wachtgeld |
meer. | meer. |
Art. 29.§ 1. Het bedrag van het wachtgeld bij de deeltijdse |
Art. 29.§ 1. Het bedrag van het wachtgeld bij de deeltijdse |
terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand | terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand |
aan het rustpensioen overeenkomstig deze afdeling, wordt vastgesteld | aan het rustpensioen overeenkomstig deze afdeling, wordt vastgesteld |
op 60 % van het laatste activiteitssalaris verbonden aan het gedeelte | op 60 % van het laatste activiteitssalaris verbonden aan het gedeelte |
van de opdracht waarvoor de terbeschikkingstelling wordt verleend. | van de opdracht waarvoor de terbeschikkingstelling wordt verleend. |
§ 2. Voor de toepassing van § 1 wordt voor het personeelslid dat | § 2. Voor de toepassing van § 1 wordt voor het personeelslid dat |
overgaat van | overgaat van |
- een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties; | - een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties; |
- een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking, | - een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking, |
naar een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke | naar een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, als laatste | aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, als laatste |
activiteitssalaris beschouwd, het salaris dat het personeelslid zou | activiteitssalaris beschouwd, het salaris dat het personeelslid zou |
hebben genoten indien het zijn prestaties voorafgaand aan | hebben genoten indien het zijn prestaties voorafgaand aan |
bovenvermelde periode van : | bovenvermelde periode van : |
- verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties; | - verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties; |
- volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking, | - volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking, |
tot op de vooravond van de deeltijdse terbeschikkingstelling verder | tot op de vooravond van de deeltijdse terbeschikkingstelling verder |
zou hebben uitgeoefend. | zou hebben uitgeoefend. |
Voor de toepassing van dezelfde paragraaf, worden als prestaties | Voor de toepassing van dezelfde paragraaf, worden als prestaties |
beschouwd die waarvoor het personeelslid benoemd is. | beschouwd die waarvoor het personeelslid benoemd is. |
§ 3. Het bedrag van voormeld wachtgeld schommelt met het indexcijfer | § 3. Het bedrag van voormeld wachtgeld schommelt met het indexcijfer |
van de consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door | van de consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door |
de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij | de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij |
sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de | sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de |
consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het | consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het |
koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982. Het bedrag wordt aan | koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982. Het bedrag wordt aan |
het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld. Het bedrag zal, in voorkomend | het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld. Het bedrag zal, in voorkomend |
geval, worden aangepast overeenkomstig de intersectorale akkoorden van | geval, worden aangepast overeenkomstig de intersectorale akkoorden van |
sociale programmatie en de akkoorden van sectorale sociale | sociale programmatie en de akkoorden van sectorale sociale |
programmatie. | programmatie. |
Het bedrag van voormeld wachtgeld zal echter niet worden aangepast | Het bedrag van voormeld wachtgeld zal echter niet worden aangepast |
rekening houdend met de salaristrappen die het resultaat zijn van de | rekening houdend met de salaristrappen die het resultaat zijn van de |
periodieke verhogingen binnen de salarisschaal, indien het | periodieke verhogingen binnen de salarisschaal, indien het |
personeelslid op het ogenblik van de terbeschikkingstelling niet het | personeelslid op het ogenblik van de terbeschikkingstelling niet het |
maximum van de salarisschaal heeft bereikt. | maximum van de salarisschaal heeft bereikt. |
Art. 30.Het personeelslid dat een deeltijdse terbeschikkingstelling |
Art. 30.Het personeelslid dat een deeltijdse terbeschikkingstelling |
wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen | wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen |
geniet, kan de eerste van elke maand overgaan naar een volledige | geniet, kan de eerste van elke maand overgaan naar een volledige |
terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand | terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand |
aan het rustpensioen. | aan het rustpensioen. |
HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen | HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen |
Art. 31.Vanaf 1 oktober 2002 tot 30 september 2007 wordt de |
Art. 31.Vanaf 1 oktober 2002 tot 30 september 2007 wordt de |
toepassing van de bepalingen van Hoofdstuk III geschorst voor de | toepassing van de bepalingen van Hoofdstuk III geschorst voor de |
personeelsleden bedoeld in artikel 8. | personeelsleden bedoeld in artikel 8. |
Art. 32.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit moet eveneens |
Art. 32.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit moet eveneens |
rekening gehouden worden met de prestaties verstrekt in instellingen | rekening gehouden worden met de prestaties verstrekt in instellingen |
van de andere onderwijsniveaus. | van de andere onderwijsniveaus. |
§ 2. Indien het personeelslid op de vooravond van de | § 2. Indien het personeelslid op de vooravond van de |
terbeschikkingstelling benoemd is voor een opdracht zowel in een | terbeschikkingstelling benoemd is voor een opdracht zowel in een |
hogeschool als in een instelling van een ander onderwijsniveau en deze | hogeschool als in een instelling van een ander onderwijsniveau en deze |
benoemde opdracht overschrijdt een ambt met volledige prestaties, | benoemde opdracht overschrijdt een ambt met volledige prestaties, |
wordt voor de vaststelling van het laatste activiteitssalaris voor een | wordt voor de vaststelling van het laatste activiteitssalaris voor een |
voltijdse betrekking eerst het salaris genomen verbonden aan de | voltijdse betrekking eerst het salaris genomen verbonden aan de |
opdracht bezoldigd op grond van de hoogste salarisschaal. | opdracht bezoldigd op grond van de hoogste salarisschaal. |
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen |
Art. 33.De volgende bepalingen worden opgeheven, wat de |
Art. 33.De volgende bepalingen worden opgeheven, wat de |
personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap betreft : | personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap betreft : |
1° het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende de | 1° het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende de |
opdrachten, de wedden, de weddentoelagen en de verloven voor | opdrachten, de wedden, de weddentoelagen en de verloven voor |
verminderde prestaties in het onderwijs en de centra voor | verminderde prestaties in het onderwijs en de centra voor |
leerlingenbegeleiding; | leerlingenbegeleiding; |
2° het besluit van de Vlaamse regering van 20 april 1994 betreffende | 2° het besluit van de Vlaamse regering van 20 april 1994 betreffende |
de deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke | de deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke |
aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de | aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de |
personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale | personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale |
centra. | centra. |
Art. 34.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1996, |
Art. 34.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1996, |
met uitzondering van : | met uitzondering van : |
- de artikelen 5, 6, eerste lid en 7 en afdeling 2 van Hoofdstuk II, | - de artikelen 5, 6, eerste lid en 7 en afdeling 2 van Hoofdstuk II, |
de artikelen 31 en 33, 1°, die in werking treden op 1 oktober 2002; | de artikelen 31 en 33, 1°, die in werking treden op 1 oktober 2002; |
- de artikelen 21 en 24, die uitwerking hebben op 1 september 2001. | - de artikelen 21 en 24, die uitwerking hebben op 1 september 2001. |
Art. 35.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast |
Art. 35.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast |
met de uitvoering van dit besluit. | met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 22 februari 2002. | Brussel, 22 februari 2002. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, | De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, |
M. VANDERPOORTEN | M. VANDERPOORTEN |