Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de lijst van equivalente maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22 december 2006, voor het jaar 2020 | Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de lijst van equivalente maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22 december 2006, voor het jaar 2020 |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
21 FEBRUARI 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van | 21 FEBRUARI 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van |
de lijst van equivalente maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van | de lijst van equivalente maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van |
het Mestdecreet van 22 december 2006, voor het jaar 2020 | het Mestdecreet van 22 december 2006, voor het jaar 2020 |
Rechtsgrond | Rechtsgrond |
Dit besluit is gebaseerd op : | Dit besluit is gebaseerd op : |
- het Mestdecreet van 22 december 2006, artikel 14, § 5, vervangen bij | - het Mestdecreet van 22 december 2006, artikel 14, § 5, vervangen bij |
het decreet van 24 mei 2019. | het decreet van 24 mei 2019. |
Vormvereisten | Vormvereisten |
De volgende vormvereisten zijn vervuld : | De volgende vormvereisten zijn vervuld : |
- De beoordelingscommissie voor equivalente maatregelen, als vermeld | - De beoordelingscommissie voor equivalente maatregelen, als vermeld |
in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22 december 2006, heeft | in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22 december 2006, heeft |
advies gegeven op 18 februari 2020. | advies gegeven op 18 februari 2020. |
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 17 februari 2020. | - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 17 februari 2020. |
- Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van | - Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van |
artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op | artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op |
12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat | 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat |
voorliggend besluit de invoering van equivalente maatregelen voor het | voorliggend besluit de invoering van equivalente maatregelen voor het |
jaar 2020 moet mogelijk maken en de voorgesteld equivalente | jaar 2020 moet mogelijk maken en de voorgesteld equivalente |
maatregelen ingrijpen op de hoeveelheid meststoffen die de betrokken | maatregelen ingrijpen op de hoeveelheid meststoffen die de betrokken |
landbouwers mogen gebruiken en het tijdstip waarop ze deze meststoffen | landbouwers mogen gebruiken en het tijdstip waarop ze deze meststoffen |
mogen gebruiken. Opdat landbouwers nog in de mogelijkheid zouden zijn | mogen gebruiken. Opdat landbouwers nog in de mogelijkheid zouden zijn |
om voor deze equivalente maatregel te kiezen is het dan ook | om voor deze equivalente maatregel te kiezen is het dan ook |
noodzakelijk dat deze maatregelen zo snel mogelijk van kracht worden. | noodzakelijk dat deze maatregelen zo snel mogelijk van kracht worden. |
Initiatiefnemer | Initiatiefnemer |
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Justitie en | Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Justitie en |
Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme. | Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme. |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT : | DE VLAAMSE REGERING BESLUIT : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder : |
1° doelareaal : het doelareaal, als vermeld in artikel 14, § 8, derde | 1° doelareaal : het doelareaal, als vermeld in artikel 14, § 8, derde |
lid, van het Mestdecreet van 22 december 2006; | lid, van het Mestdecreet van 22 december 2006; |
2° erkend praktijkcentrum : een praktijkcentrum als vermeld in artikel | 2° erkend praktijkcentrum : een praktijkcentrum als vermeld in artikel |
2, 1°, van het ministerieel besluit van 15 oktober 2007 tot uitvoering | 2, 1°, van het ministerieel besluit van 15 oktober 2007 tot uitvoering |
van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2007 betreffende | van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2007 betreffende |
steun aan investeringen in de omkaderingssector van land- en tuinbouw; | steun aan investeringen in de omkaderingssector van land- en tuinbouw; |
3° gerealiseerd areaal : het gerealiseerd areaal, als vermeld in | 3° gerealiseerd areaal : het gerealiseerd areaal, als vermeld in |
artikel 14, § 8, vierde lid, van het Mestdecreet van 22 december 2006; | artikel 14, § 8, vierde lid, van het Mestdecreet van 22 december 2006; |
4° de hoeveelheid werkzame stikstof die op het betreffende perceel in | 4° de hoeveelheid werkzame stikstof die op het betreffende perceel in |
het jaar in kwestie opgebracht mag worden, overeenkomstig de | het jaar in kwestie opgebracht mag worden, overeenkomstig de |
bepalingen van het Mestdecreet van 22 december 2006 : de hoeveelheid | bepalingen van het Mestdecreet van 22 december 2006 : de hoeveelheid |
stikstof, uitgedrukt in kg werkzame N per hectare, die op het | stikstof, uitgedrukt in kg werkzame N per hectare, die op het |
betreffende perceel in het jaar in kwestie opgebracht mag worden | betreffende perceel in het jaar in kwestie opgebracht mag worden |
overeenkomstig de bepalingen van het Mestdecreet van 22 december 2006, | overeenkomstig de bepalingen van het Mestdecreet van 22 december 2006, |
met inbegrip van de vermindering van de toegelaten bemesting, | met inbegrip van de vermindering van de toegelaten bemesting, |
overeenkomstig de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, | overeenkomstig de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, |
2°, van het Mestdecreet van 22 december 2006, en met uitzondering van | 2°, van het Mestdecreet van 22 december 2006, en met uitzondering van |
de mogelijkheid, vermeld in artikel 13, § 9, tweede lid, van het | de mogelijkheid, vermeld in artikel 13, § 9, tweede lid, van het |
Mestdecreet van 22 december 2006, om het dubbele van de hoeveelheid | Mestdecreet van 22 december 2006, om het dubbele van de hoeveelheid |
stikstof, uitgedrukt in kg werkzame stikstof per hectare, op te | stikstof, uitgedrukt in kg werkzame stikstof per hectare, op te |
brengen; | brengen; |
5° nitraatgevoelige teelt : een teelt die geen niet-nitraatgevoelige | 5° nitraatgevoelige teelt : een teelt die geen niet-nitraatgevoelige |
teelt is; | teelt is; |
6° wintergranen : wintertarwe, wintergerst, triticale, winterhaver, | 6° wintergranen : wintertarwe, wintergerst, triticale, winterhaver, |
winterrogge of spelt. | winterrogge of spelt. |
Art. 2.Voor het jaar 2020 geldt als lijst van equivalente |
Art. 2.Voor het jaar 2020 geldt als lijst van equivalente |
maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22 | maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22 |
december 2006, de equivalente maatregelen, vermeld in de artikelen 3, | december 2006, de equivalente maatregelen, vermeld in de artikelen 3, |
4 en 5. | 4 en 5. |
Art. 3.De landbouwer die in het jaar 2020 vrijgesteld wil worden van |
Art. 3.De landbouwer die in het jaar 2020 vrijgesteld wil worden van |
de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van het | de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van het |
Mestdecreet van 22 december 2006, kan kiezen voor de equivalente | Mestdecreet van 22 december 2006, kan kiezen voor de equivalente |
maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt". | maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt". |
De landbouwer die kiest voor de equivalente maatregel "Wintergranen na | De landbouwer die kiest voor de equivalente maatregel "Wintergranen na |
een nitraatgevoelige hoofdteelt" moet de volgende voorwaarden naleven | een nitraatgevoelige hoofdteelt" moet de volgende voorwaarden naleven |
: | : |
1° op de percelen wintergranen die in 2020 op de tot het bedrijf | 1° op de percelen wintergranen die in 2020 op de tot het bedrijf |
behorende percelen landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of | behorende percelen landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of |
gebiedstype 3, na een nitraatgevoelige hoofdteelt, als nateelt | gebiedstype 3, na een nitraatgevoelige hoofdteelt, als nateelt |
verbouwd worden, en waarop hij de equivalente maatregel "Wintergranen | verbouwd worden, en waarop hij de equivalente maatregel "Wintergranen |
na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast, zijn de wintergranen | na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast, zijn de wintergranen |
uiterlijk op 15 november 2020 ingezaaid. In afwijking hiervan kan de | uiterlijk op 15 november 2020 ingezaaid. In afwijking hiervan kan de |
Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, in geval van | Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, in geval van |
uitzonderlijke weersomstandigheden, de uiterlijke inzaaidatum van het | uitzonderlijke weersomstandigheden, de uiterlijke inzaaidatum van het |
wintergraan, verlaten en kan aan het verlaten van de inzaaidatum extra | wintergraan, verlaten en kan aan het verlaten van de inzaaidatum extra |
voorwaarden verbinden of dit beperken tot bepaalde gebieden; | voorwaarden verbinden of dit beperken tot bepaalde gebieden; |
2° de wintergranen die in 2020 op de tot het bedrijf behorende | 2° de wintergranen die in 2020 op de tot het bedrijf behorende |
percelen landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, na | percelen landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, na |
een nitraatgevoelige hoofdteelt, als nateelt verbouwd worden, op een | een nitraatgevoelige hoofdteelt, als nateelt verbouwd worden, op een |
perceel waarop de landbouwer de equivalente maatregel "Wintergranen na | perceel waarop de landbouwer de equivalente maatregel "Wintergranen na |
een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast, blijven aangehouden en | een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast, blijven aangehouden en |
worden in 2021 als hoofdteelt op het betreffende perceel verbouwd; | worden in 2021 als hoofdteelt op het betreffende perceel verbouwd; |
3° voor de betrokken landbouwer is zijn doelareaal, uitgedrukt in | 3° voor de betrokken landbouwer is zijn doelareaal, uitgedrukt in |
hectare, kleiner dan of gelijk aan, de som van : | hectare, kleiner dan of gelijk aan, de som van : |
a) zijn gerealiseerd areaal, uitgedrukt in hectare; | a) zijn gerealiseerd areaal, uitgedrukt in hectare; |
b) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen | b) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen |
landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, na | landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, na |
een nitraatgevoelige hoofdteelt als nateelt wintergranen verbouwd | een nitraatgevoelige hoofdteelt als nateelt wintergranen verbouwd |
wordt en waarop de landbouwer de equivalente maatregel "Wintergranen | wordt en waarop de landbouwer de equivalente maatregel "Wintergranen |
na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast. | na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast. |
De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan de | De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan de |
nadere regels bepalen en kan bepalen op welke wijze de landbouwer aan | nadere regels bepalen en kan bepalen op welke wijze de landbouwer aan |
de Mestbank meedeelt op welke van zijn tot het bedrijf behorende | de Mestbank meedeelt op welke van zijn tot het bedrijf behorende |
percelen landbouwgrond, waarop hij, in 2020, na een nitraatgevoelige | percelen landbouwgrond, waarop hij, in 2020, na een nitraatgevoelige |
hoofdteelt, als nateelt wintergranen verbouwt, hij de equivalente | hoofdteelt, als nateelt wintergranen verbouwt, hij de equivalente |
maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast. | maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast. |
Voor de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met | Voor de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met |
percelen waar, in 2020 vóór de nateelt wintergranen, nog een of | percelen waar, in 2020 vóór de nateelt wintergranen, nog een of |
meerdere specifieke teelten als nateelt verbouwd worden. | meerdere specifieke teelten als nateelt verbouwd worden. |
Art. 4.De landbouwer die in het jaar 2020 vrijgesteld wil worden van |
Art. 4.De landbouwer die in het jaar 2020 vrijgesteld wil worden van |
de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van het | de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van het |
Mestdecreet van 22 december 2006, kan kiezen voor de equivalente | Mestdecreet van 22 december 2006, kan kiezen voor de equivalente |
maatregel "Adviessysteem groenten KNS". | maatregel "Adviessysteem groenten KNS". |
De landbouwer die kiest voor de equivalente maatregel "Adviessysteem | De landbouwer die kiest voor de equivalente maatregel "Adviessysteem |
groenten KNS" moet de volgende voorwaarden naleven : | groenten KNS" moet de volgende voorwaarden naleven : |
1° in 2020 gebeurt op zijn tot het bedrijf behorende percelen gelegen | 1° in 2020 gebeurt op zijn tot het bedrijf behorende percelen gelegen |
in gebiedstype 2 of gebiedstype 3 waarop een groente van groep I, een | in gebiedstype 2 of gebiedstype 3 waarop een groente van groep I, een |
groente van groep II of een groente van groep III verbouwd wordt en | groente van groep II of een groente van groep III verbouwd wordt en |
waarop hij de equivalente maatregel "Adviessysteem groenten KNS" | waarop hij de equivalente maatregel "Adviessysteem groenten KNS" |
toepast, de bemesting onder begeleiding van een erkend praktijkcentrum | toepast, de bemesting onder begeleiding van een erkend praktijkcentrum |
en overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3 `Het Duitse | en overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3 `Het Duitse |
KNS-adviessysteem (Kulturbegleitenden Nmin sollwerte-systeem bruikbaar | KNS-adviessysteem (Kulturbegleitenden Nmin sollwerte-systeem bruikbaar |
maken voor toepassing in de Vlaamse tuinbouw)' van het rapport `Het | maken voor toepassing in de Vlaamse tuinbouw)' van het rapport `Het |
documenteren en milieukundig bijstellen van het KNS en andere | documenteren en milieukundig bijstellen van het KNS en andere |
bemestingsadviessystemen in de tuinbouw met het oog op een ruimere | bemestingsadviessystemen in de tuinbouw met het oog op een ruimere |
toepassing in de tuinbouw zoals voorzien in het Actieprogramma | toepassing in de tuinbouw zoals voorzien in het Actieprogramma |
2011-2014', zoals beschikbaar op de website van de Vlaamse | 2011-2014', zoals beschikbaar op de website van de Vlaamse |
Landmaatschappij. | Landmaatschappij. |
In het kader van deze begeleiding leeft de landbouwer ook de volgende | In het kader van deze begeleiding leeft de landbouwer ook de volgende |
voorwaarden na op zijn tot het bedrijf behorende percelen gelegen in | voorwaarden na op zijn tot het bedrijf behorende percelen gelegen in |
gebiedstype 2 of gebiedstype 3 waarop een groente van groep I, een | gebiedstype 2 of gebiedstype 3 waarop een groente van groep I, een |
groente van groep II of een groente van groep III verbouwd wordt en | groente van groep II of een groente van groep III verbouwd wordt en |
waarop hij de equivalente maatregel "Adviessysteem groenten KNS" | waarop hij de equivalente maatregel "Adviessysteem groenten KNS" |
toepast : | toepast : |
a) de landbouwer zorgt dat de hoeveelheid meststoffen, uitgedrukt in | a) de landbouwer zorgt dat de hoeveelheid meststoffen, uitgedrukt in |
kg werkzame N die op een perceel opgebracht wordt voor het zaaien of | kg werkzame N die op een perceel opgebracht wordt voor het zaaien of |
planten, maximaal 50% bedraagt van de hoeveelheid werkzame stikstof | planten, maximaal 50% bedraagt van de hoeveelheid werkzame stikstof |
die op het betreffende perceel in het jaar in kwestie opgebracht mag | die op het betreffende perceel in het jaar in kwestie opgebracht mag |
worden, overeenkomstig de bepalingen van het Mestdecreet van 22 | worden, overeenkomstig de bepalingen van het Mestdecreet van 22 |
december 2006. In afwijking hiervan mag vóór het zaaien of planten een | december 2006. In afwijking hiervan mag vóór het zaaien of planten een |
hogere hoeveelheid werkzame stikstof opgebracht worden, als dit | hogere hoeveelheid werkzame stikstof opgebracht worden, als dit |
gestaafd wordt door een bodemanalyse met bijhorend bemestingsadvies, | gestaafd wordt door een bodemanalyse met bijhorend bemestingsadvies, |
uitgevoerd vóór de bemesting voorafgaand aan het zaaien of planten; | uitgevoerd vóór de bemesting voorafgaand aan het zaaien of planten; |
b) als op een perceel meerdere specifieke teelten na elkaar verbouwd | b) als op een perceel meerdere specifieke teelten na elkaar verbouwd |
worden, mogen er, na het oogsten van een eerste teelt op het | worden, mogen er, na het oogsten van een eerste teelt op het |
betreffende perceel, geen meststoffen meer opgebracht worden behoudens | betreffende perceel, geen meststoffen meer opgebracht worden behoudens |
als er na de oogst van een voorgaande teelt een staalname op het | als er na de oogst van een voorgaande teelt een staalname op het |
betreffende perceel wordt uitgevoerd en er een bijhorend | betreffende perceel wordt uitgevoerd en er een bijhorend |
bemestingsadvies wordt opgemaakt waaruit blijkt dat het voor de | bemestingsadvies wordt opgemaakt waaruit blijkt dat het voor de |
volgende teelt noodzakelijk is om nog meststoffen op te brengen. In | volgende teelt noodzakelijk is om nog meststoffen op te brengen. In |
voorkomend geval wordt de hoeveelheid meststoffen die nog opgebracht | voorkomend geval wordt de hoeveelheid meststoffen die nog opgebracht |
mag worden, beperkt tot de hoeveelheid, vermeld in het | mag worden, beperkt tot de hoeveelheid, vermeld in het |
bemestingsadvies, met dien verstande dat de hoeveelheid meststoffen | bemestingsadvies, met dien verstande dat de hoeveelheid meststoffen |
die in totaal op het betreffende perceel wordt opgebracht in | die in totaal op het betreffende perceel wordt opgebracht in |
overeenstemming moet zijn met de bepalingen van het Mestdecreet van 22 | overeenstemming moet zijn met de bepalingen van het Mestdecreet van 22 |
december 2006; | december 2006; |
c) ter staving van de begeleiding houdt de landbouwer alle | c) ter staving van de begeleiding houdt de landbouwer alle |
stavingsstukken bij en houdt hij per perceel een teelt- en | stavingsstukken bij en houdt hij per perceel een teelt- en |
bemestingsregister bij waarin hij de bewerkingen op het perceel in | bemestingsregister bij waarin hij de bewerkingen op het perceel in |
kwestie noteert, zoals de uitgevoerde bemesting, de plant- of | kwestie noteert, zoals de uitgevoerde bemesting, de plant- of |
inzaaiwerkzaamheden en de bodembewerkingen, evenals de data waarop er | inzaaiwerkzaamheden en de bodembewerkingen, evenals de data waarop er |
een staalname op het betreffende perceel werd uitgevoerd, en de | een staalname op het betreffende perceel werd uitgevoerd, en de |
resultaten van de uitgevoerde bodemanalyse; | resultaten van de uitgevoerde bodemanalyse; |
2° de landbouwer laat in 2020, in zijn opdracht en op zijn kosten, op | 2° de landbouwer laat in 2020, in zijn opdracht en op zijn kosten, op |
drie, door de Mestbank aangeduide en tot het bedrijf behorende | drie, door de Mestbank aangeduide en tot het bedrijf behorende |
percelen landbouwgrond, een nitraatresidubepaling uitvoeren, | percelen landbouwgrond, een nitraatresidubepaling uitvoeren, |
overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 van het Mestdecreet van 22 | overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 van het Mestdecreet van 22 |
december 2006. In afwijking hiervan volstaat het voor bedrijven met | december 2006. In afwijking hiervan volstaat het voor bedrijven met |
minder dan drie tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, om | minder dan drie tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, om |
een nitraatresidubepaling te laten uitvoeren op alle tot het bedrijf | een nitraatresidubepaling te laten uitvoeren op alle tot het bedrijf |
behorende percelen landbouwgrond; | behorende percelen landbouwgrond; |
3° voor de betrokken landbouwer is zijn doelareaal, uitgedrukt in | 3° voor de betrokken landbouwer is zijn doelareaal, uitgedrukt in |
hectare, kleiner dan of gelijk aan, de som van : | hectare, kleiner dan of gelijk aan, de som van : |
a) zijn gerealiseerd areaal, uitgedrukt in hectare; | a) zijn gerealiseerd areaal, uitgedrukt in hectare; |
b) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen | b) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen |
landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, | landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, |
een groente van groep I, een groente van groep II of een groente van | een groente van groep I, een groente van groep II of een groente van |
groep III verbouwd wordt en waarop hij de equivalente maatregel | groep III verbouwd wordt en waarop hij de equivalente maatregel |
"Adviessysteem groenten KNS" toepast en die niet meegerekend zijn | "Adviessysteem groenten KNS" toepast en die niet meegerekend zijn |
onder punt a). | onder punt a). |
De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan de | De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan de |
nadere regels bepalen en kan bepalen op welke wijze de landbouwer aan | nadere regels bepalen en kan bepalen op welke wijze de landbouwer aan |
de Mestbank meedeelt op welke van zijn tot het bedrijf behorende | de Mestbank meedeelt op welke van zijn tot het bedrijf behorende |
percelen landbouwgrond, waarop hij, in 2020, een groente van groep I, | percelen landbouwgrond, waarop hij, in 2020, een groente van groep I, |
een groente van groep II of een groente van groep III verbouwt, hij de | een groente van groep II of een groente van groep III verbouwt, hij de |
equivalente maatregel "Adviessysteem groenten KNS" toepast. | equivalente maatregel "Adviessysteem groenten KNS" toepast. |
Art. 5.De landbouwer die in het jaar 2020 vrijgesteld wil worden van |
Art. 5.De landbouwer die in het jaar 2020 vrijgesteld wil worden van |
de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van het | de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van het |
Mestdecreet van 22 december 2006, kan kiezen voor de equivalente | Mestdecreet van 22 december 2006, kan kiezen voor de equivalente |
maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt plus | maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt plus |
adviessysteem groenten KNS". | adviessysteem groenten KNS". |
De landbouwer die kiest voor de equivalente maatregel "Wintergranen na | De landbouwer die kiest voor de equivalente maatregel "Wintergranen na |
een nitraatgevoelige hoofdteelt plus adviessysteem groenten KNS" moet | een nitraatgevoelige hoofdteelt plus adviessysteem groenten KNS" moet |
de volgende voorwaarden naleven : | de volgende voorwaarden naleven : |
1° de voorwaarden, vermeld in artikel 3, tweede lid, 1° en 2°, en in | 1° de voorwaarden, vermeld in artikel 3, tweede lid, 1° en 2°, en in |
artikel 4, tweede lid, 1° en 2° ; | artikel 4, tweede lid, 1° en 2° ; |
2° voor de betrokken landbouwer is zijn doelareaal, uitgedrukt in | 2° voor de betrokken landbouwer is zijn doelareaal, uitgedrukt in |
hectare, kleiner dan of gelijk aan, de som van : | hectare, kleiner dan of gelijk aan, de som van : |
a) zijn gerealiseerd areaal, uitgedrukt in hectare; | a) zijn gerealiseerd areaal, uitgedrukt in hectare; |
b) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen | b) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen |
landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, na | landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, na |
een nitraatgevoelige hoofdteelt als nateelt wintergranen verbouwd | een nitraatgevoelige hoofdteelt als nateelt wintergranen verbouwd |
wordt en waarop de landbouwer de equivalente maatregel "Wintergranen | wordt en waarop de landbouwer de equivalente maatregel "Wintergranen |
na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast; | na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast; |
c) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen | c) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen |
landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, | landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, |
een groente van groep I, een groente van groep II of een groente van | een groente van groep I, een groente van groep II of een groente van |
groep III verbouwd wordt en waarop hij de equivalente maatregel | groep III verbouwd wordt en waarop hij de equivalente maatregel |
"Adviessysteem groenten KNS" toepast, en die niet meegerekend zijn | "Adviessysteem groenten KNS" toepast, en die niet meegerekend zijn |
onder punt a) of punt b). | onder punt a) of punt b). |
De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan de | De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan de |
nadere regels bepalen en kan bepalen op welke wijze de landbouwer aan | nadere regels bepalen en kan bepalen op welke wijze de landbouwer aan |
de Mestbank meedeelt op welke van zijn tot het bedrijf behorende | de Mestbank meedeelt op welke van zijn tot het bedrijf behorende |
percelen landbouwgrond, waarop hij, in 2020, na een nitraatgevoelige | percelen landbouwgrond, waarop hij, in 2020, na een nitraatgevoelige |
hoofdteelt, als nateelt wintergranen verbouwt, hij de equivalente | hoofdteelt, als nateelt wintergranen verbouwt, hij de equivalente |
maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast, | maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast, |
en op welke van zijn tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, | en op welke van zijn tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, |
waarop hij, in 2020, een groente van groep I, een groente van groep II | waarop hij, in 2020, een groente van groep I, een groente van groep II |
of een groente van groep III verbouwt, hij de equivalente maatregel | of een groente van groep III verbouwt, hij de equivalente maatregel |
"Adviessysteem groenten KNS" toepast. | "Adviessysteem groenten KNS" toepast. |
Voor de toepassing van dit artikel kunnen percelen waar, in 2020 vóór | Voor de toepassing van dit artikel kunnen percelen waar, in 2020 vóór |
de nateelt wintergranen, nog een of meerdere specifieke teelten als | de nateelt wintergranen, nog een of meerdere specifieke teelten als |
nateelt verbouwd worden, niet aangeduid worden als percelen waarop de | nateelt verbouwd worden, niet aangeduid worden als percelen waarop de |
equivalente maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige | equivalente maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige |
hoofdteelt" toegepast wordt. | hoofdteelt" toegepast wordt. |
Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020. |
Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020. |
Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, is |
Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, is |
belast met de uitvoering van dit besluit. | belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 21 februari 2020. | Brussel, 21 februari 2020. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
J. JAMBON | J. JAMBON |
De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en | De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en |
Toerisme, | Toerisme, |
Z. DEMIR | Z. DEMIR |