Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 21/02/2020
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de lijst van equivalente maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22 december 2006, voor het jaar 2020 "
Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de lijst van equivalente maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22 december 2006, voor het jaar 2020 Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de lijst van equivalente maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22 december 2006, voor het jaar 2020
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
21 FEBRUARI 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van 21 FEBRUARI 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van
de lijst van equivalente maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van de lijst van equivalente maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van
het Mestdecreet van 22 december 2006, voor het jaar 2020 het Mestdecreet van 22 december 2006, voor het jaar 2020
Rechtsgrond Rechtsgrond
Dit besluit is gebaseerd op : Dit besluit is gebaseerd op :
- het Mestdecreet van 22 december 2006, artikel 14, § 5, vervangen bij - het Mestdecreet van 22 december 2006, artikel 14, § 5, vervangen bij
het decreet van 24 mei 2019. het decreet van 24 mei 2019.
Vormvereisten Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld : De volgende vormvereisten zijn vervuld :
- De beoordelingscommissie voor equivalente maatregelen, als vermeld - De beoordelingscommissie voor equivalente maatregelen, als vermeld
in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22 december 2006, heeft in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22 december 2006, heeft
advies gegeven op 18 februari 2020. advies gegeven op 18 februari 2020.
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 17 februari 2020. - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 17 februari 2020.
- Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van - Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van
artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op
12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat
voorliggend besluit de invoering van equivalente maatregelen voor het voorliggend besluit de invoering van equivalente maatregelen voor het
jaar 2020 moet mogelijk maken en de voorgesteld equivalente jaar 2020 moet mogelijk maken en de voorgesteld equivalente
maatregelen ingrijpen op de hoeveelheid meststoffen die de betrokken maatregelen ingrijpen op de hoeveelheid meststoffen die de betrokken
landbouwers mogen gebruiken en het tijdstip waarop ze deze meststoffen landbouwers mogen gebruiken en het tijdstip waarop ze deze meststoffen
mogen gebruiken. Opdat landbouwers nog in de mogelijkheid zouden zijn mogen gebruiken. Opdat landbouwers nog in de mogelijkheid zouden zijn
om voor deze equivalente maatregel te kiezen is het dan ook om voor deze equivalente maatregel te kiezen is het dan ook
noodzakelijk dat deze maatregelen zo snel mogelijk van kracht worden. noodzakelijk dat deze maatregelen zo snel mogelijk van kracht worden.
Initiatiefnemer Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Justitie en Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Justitie en
Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme. Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme.
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT : DE VLAAMSE REGERING BESLUIT :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :

1° doelareaal : het doelareaal, als vermeld in artikel 14, § 8, derde 1° doelareaal : het doelareaal, als vermeld in artikel 14, § 8, derde
lid, van het Mestdecreet van 22 december 2006; lid, van het Mestdecreet van 22 december 2006;
2° erkend praktijkcentrum : een praktijkcentrum als vermeld in artikel 2° erkend praktijkcentrum : een praktijkcentrum als vermeld in artikel
2, 1°, van het ministerieel besluit van 15 oktober 2007 tot uitvoering 2, 1°, van het ministerieel besluit van 15 oktober 2007 tot uitvoering
van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2007 betreffende van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2007 betreffende
steun aan investeringen in de omkaderingssector van land- en tuinbouw; steun aan investeringen in de omkaderingssector van land- en tuinbouw;
3° gerealiseerd areaal : het gerealiseerd areaal, als vermeld in 3° gerealiseerd areaal : het gerealiseerd areaal, als vermeld in
artikel 14, § 8, vierde lid, van het Mestdecreet van 22 december 2006; artikel 14, § 8, vierde lid, van het Mestdecreet van 22 december 2006;
4° de hoeveelheid werkzame stikstof die op het betreffende perceel in 4° de hoeveelheid werkzame stikstof die op het betreffende perceel in
het jaar in kwestie opgebracht mag worden, overeenkomstig de het jaar in kwestie opgebracht mag worden, overeenkomstig de
bepalingen van het Mestdecreet van 22 december 2006 : de hoeveelheid bepalingen van het Mestdecreet van 22 december 2006 : de hoeveelheid
stikstof, uitgedrukt in kg werkzame N per hectare, die op het stikstof, uitgedrukt in kg werkzame N per hectare, die op het
betreffende perceel in het jaar in kwestie opgebracht mag worden betreffende perceel in het jaar in kwestie opgebracht mag worden
overeenkomstig de bepalingen van het Mestdecreet van 22 december 2006, overeenkomstig de bepalingen van het Mestdecreet van 22 december 2006,
met inbegrip van de vermindering van de toegelaten bemesting, met inbegrip van de vermindering van de toegelaten bemesting,
overeenkomstig de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, overeenkomstig de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid,
2°, van het Mestdecreet van 22 december 2006, en met uitzondering van 2°, van het Mestdecreet van 22 december 2006, en met uitzondering van
de mogelijkheid, vermeld in artikel 13, § 9, tweede lid, van het de mogelijkheid, vermeld in artikel 13, § 9, tweede lid, van het
Mestdecreet van 22 december 2006, om het dubbele van de hoeveelheid Mestdecreet van 22 december 2006, om het dubbele van de hoeveelheid
stikstof, uitgedrukt in kg werkzame stikstof per hectare, op te stikstof, uitgedrukt in kg werkzame stikstof per hectare, op te
brengen; brengen;
5° nitraatgevoelige teelt : een teelt die geen niet-nitraatgevoelige 5° nitraatgevoelige teelt : een teelt die geen niet-nitraatgevoelige
teelt is; teelt is;
6° wintergranen : wintertarwe, wintergerst, triticale, winterhaver, 6° wintergranen : wintertarwe, wintergerst, triticale, winterhaver,
winterrogge of spelt. winterrogge of spelt.

Art. 2.Voor het jaar 2020 geldt als lijst van equivalente

Art. 2.Voor het jaar 2020 geldt als lijst van equivalente

maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22 maatregelen, vermeld in artikel 14, § 5, van het Mestdecreet van 22
december 2006, de equivalente maatregelen, vermeld in de artikelen 3, december 2006, de equivalente maatregelen, vermeld in de artikelen 3,
4 en 5. 4 en 5.

Art. 3.De landbouwer die in het jaar 2020 vrijgesteld wil worden van

Art. 3.De landbouwer die in het jaar 2020 vrijgesteld wil worden van

de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van het de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van het
Mestdecreet van 22 december 2006, kan kiezen voor de equivalente Mestdecreet van 22 december 2006, kan kiezen voor de equivalente
maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt". maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt".
De landbouwer die kiest voor de equivalente maatregel "Wintergranen na De landbouwer die kiest voor de equivalente maatregel "Wintergranen na
een nitraatgevoelige hoofdteelt" moet de volgende voorwaarden naleven een nitraatgevoelige hoofdteelt" moet de volgende voorwaarden naleven
: :
1° op de percelen wintergranen die in 2020 op de tot het bedrijf 1° op de percelen wintergranen die in 2020 op de tot het bedrijf
behorende percelen landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of behorende percelen landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of
gebiedstype 3, na een nitraatgevoelige hoofdteelt, als nateelt gebiedstype 3, na een nitraatgevoelige hoofdteelt, als nateelt
verbouwd worden, en waarop hij de equivalente maatregel "Wintergranen verbouwd worden, en waarop hij de equivalente maatregel "Wintergranen
na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast, zijn de wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast, zijn de wintergranen
uiterlijk op 15 november 2020 ingezaaid. In afwijking hiervan kan de uiterlijk op 15 november 2020 ingezaaid. In afwijking hiervan kan de
Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, in geval van Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, in geval van
uitzonderlijke weersomstandigheden, de uiterlijke inzaaidatum van het uitzonderlijke weersomstandigheden, de uiterlijke inzaaidatum van het
wintergraan, verlaten en kan aan het verlaten van de inzaaidatum extra wintergraan, verlaten en kan aan het verlaten van de inzaaidatum extra
voorwaarden verbinden of dit beperken tot bepaalde gebieden; voorwaarden verbinden of dit beperken tot bepaalde gebieden;
2° de wintergranen die in 2020 op de tot het bedrijf behorende 2° de wintergranen die in 2020 op de tot het bedrijf behorende
percelen landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, na percelen landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, na
een nitraatgevoelige hoofdteelt, als nateelt verbouwd worden, op een een nitraatgevoelige hoofdteelt, als nateelt verbouwd worden, op een
perceel waarop de landbouwer de equivalente maatregel "Wintergranen na perceel waarop de landbouwer de equivalente maatregel "Wintergranen na
een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast, blijven aangehouden en een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast, blijven aangehouden en
worden in 2021 als hoofdteelt op het betreffende perceel verbouwd; worden in 2021 als hoofdteelt op het betreffende perceel verbouwd;
3° voor de betrokken landbouwer is zijn doelareaal, uitgedrukt in 3° voor de betrokken landbouwer is zijn doelareaal, uitgedrukt in
hectare, kleiner dan of gelijk aan, de som van : hectare, kleiner dan of gelijk aan, de som van :
a) zijn gerealiseerd areaal, uitgedrukt in hectare; a) zijn gerealiseerd areaal, uitgedrukt in hectare;
b) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen b) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen
landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, na landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, na
een nitraatgevoelige hoofdteelt als nateelt wintergranen verbouwd een nitraatgevoelige hoofdteelt als nateelt wintergranen verbouwd
wordt en waarop de landbouwer de equivalente maatregel "Wintergranen wordt en waarop de landbouwer de equivalente maatregel "Wintergranen
na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast. na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan de De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan de
nadere regels bepalen en kan bepalen op welke wijze de landbouwer aan nadere regels bepalen en kan bepalen op welke wijze de landbouwer aan
de Mestbank meedeelt op welke van zijn tot het bedrijf behorende de Mestbank meedeelt op welke van zijn tot het bedrijf behorende
percelen landbouwgrond, waarop hij, in 2020, na een nitraatgevoelige percelen landbouwgrond, waarop hij, in 2020, na een nitraatgevoelige
hoofdteelt, als nateelt wintergranen verbouwt, hij de equivalente hoofdteelt, als nateelt wintergranen verbouwt, hij de equivalente
maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast. maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast.
Voor de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met Voor de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met
percelen waar, in 2020 vóór de nateelt wintergranen, nog een of percelen waar, in 2020 vóór de nateelt wintergranen, nog een of
meerdere specifieke teelten als nateelt verbouwd worden. meerdere specifieke teelten als nateelt verbouwd worden.

Art. 4.De landbouwer die in het jaar 2020 vrijgesteld wil worden van

Art. 4.De landbouwer die in het jaar 2020 vrijgesteld wil worden van

de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van het de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van het
Mestdecreet van 22 december 2006, kan kiezen voor de equivalente Mestdecreet van 22 december 2006, kan kiezen voor de equivalente
maatregel "Adviessysteem groenten KNS". maatregel "Adviessysteem groenten KNS".
De landbouwer die kiest voor de equivalente maatregel "Adviessysteem De landbouwer die kiest voor de equivalente maatregel "Adviessysteem
groenten KNS" moet de volgende voorwaarden naleven : groenten KNS" moet de volgende voorwaarden naleven :
1° in 2020 gebeurt op zijn tot het bedrijf behorende percelen gelegen 1° in 2020 gebeurt op zijn tot het bedrijf behorende percelen gelegen
in gebiedstype 2 of gebiedstype 3 waarop een groente van groep I, een in gebiedstype 2 of gebiedstype 3 waarop een groente van groep I, een
groente van groep II of een groente van groep III verbouwd wordt en groente van groep II of een groente van groep III verbouwd wordt en
waarop hij de equivalente maatregel "Adviessysteem groenten KNS" waarop hij de equivalente maatregel "Adviessysteem groenten KNS"
toepast, de bemesting onder begeleiding van een erkend praktijkcentrum toepast, de bemesting onder begeleiding van een erkend praktijkcentrum
en overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3 `Het Duitse en overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3 `Het Duitse
KNS-adviessysteem (Kulturbegleitenden Nmin sollwerte-systeem bruikbaar KNS-adviessysteem (Kulturbegleitenden Nmin sollwerte-systeem bruikbaar
maken voor toepassing in de Vlaamse tuinbouw)' van het rapport `Het maken voor toepassing in de Vlaamse tuinbouw)' van het rapport `Het
documenteren en milieukundig bijstellen van het KNS en andere documenteren en milieukundig bijstellen van het KNS en andere
bemestingsadviessystemen in de tuinbouw met het oog op een ruimere bemestingsadviessystemen in de tuinbouw met het oog op een ruimere
toepassing in de tuinbouw zoals voorzien in het Actieprogramma toepassing in de tuinbouw zoals voorzien in het Actieprogramma
2011-2014', zoals beschikbaar op de website van de Vlaamse 2011-2014', zoals beschikbaar op de website van de Vlaamse
Landmaatschappij. Landmaatschappij.
In het kader van deze begeleiding leeft de landbouwer ook de volgende In het kader van deze begeleiding leeft de landbouwer ook de volgende
voorwaarden na op zijn tot het bedrijf behorende percelen gelegen in voorwaarden na op zijn tot het bedrijf behorende percelen gelegen in
gebiedstype 2 of gebiedstype 3 waarop een groente van groep I, een gebiedstype 2 of gebiedstype 3 waarop een groente van groep I, een
groente van groep II of een groente van groep III verbouwd wordt en groente van groep II of een groente van groep III verbouwd wordt en
waarop hij de equivalente maatregel "Adviessysteem groenten KNS" waarop hij de equivalente maatregel "Adviessysteem groenten KNS"
toepast : toepast :
a) de landbouwer zorgt dat de hoeveelheid meststoffen, uitgedrukt in a) de landbouwer zorgt dat de hoeveelheid meststoffen, uitgedrukt in
kg werkzame N die op een perceel opgebracht wordt voor het zaaien of kg werkzame N die op een perceel opgebracht wordt voor het zaaien of
planten, maximaal 50% bedraagt van de hoeveelheid werkzame stikstof planten, maximaal 50% bedraagt van de hoeveelheid werkzame stikstof
die op het betreffende perceel in het jaar in kwestie opgebracht mag die op het betreffende perceel in het jaar in kwestie opgebracht mag
worden, overeenkomstig de bepalingen van het Mestdecreet van 22 worden, overeenkomstig de bepalingen van het Mestdecreet van 22
december 2006. In afwijking hiervan mag vóór het zaaien of planten een december 2006. In afwijking hiervan mag vóór het zaaien of planten een
hogere hoeveelheid werkzame stikstof opgebracht worden, als dit hogere hoeveelheid werkzame stikstof opgebracht worden, als dit
gestaafd wordt door een bodemanalyse met bijhorend bemestingsadvies, gestaafd wordt door een bodemanalyse met bijhorend bemestingsadvies,
uitgevoerd vóór de bemesting voorafgaand aan het zaaien of planten; uitgevoerd vóór de bemesting voorafgaand aan het zaaien of planten;
b) als op een perceel meerdere specifieke teelten na elkaar verbouwd b) als op een perceel meerdere specifieke teelten na elkaar verbouwd
worden, mogen er, na het oogsten van een eerste teelt op het worden, mogen er, na het oogsten van een eerste teelt op het
betreffende perceel, geen meststoffen meer opgebracht worden behoudens betreffende perceel, geen meststoffen meer opgebracht worden behoudens
als er na de oogst van een voorgaande teelt een staalname op het als er na de oogst van een voorgaande teelt een staalname op het
betreffende perceel wordt uitgevoerd en er een bijhorend betreffende perceel wordt uitgevoerd en er een bijhorend
bemestingsadvies wordt opgemaakt waaruit blijkt dat het voor de bemestingsadvies wordt opgemaakt waaruit blijkt dat het voor de
volgende teelt noodzakelijk is om nog meststoffen op te brengen. In volgende teelt noodzakelijk is om nog meststoffen op te brengen. In
voorkomend geval wordt de hoeveelheid meststoffen die nog opgebracht voorkomend geval wordt de hoeveelheid meststoffen die nog opgebracht
mag worden, beperkt tot de hoeveelheid, vermeld in het mag worden, beperkt tot de hoeveelheid, vermeld in het
bemestingsadvies, met dien verstande dat de hoeveelheid meststoffen bemestingsadvies, met dien verstande dat de hoeveelheid meststoffen
die in totaal op het betreffende perceel wordt opgebracht in die in totaal op het betreffende perceel wordt opgebracht in
overeenstemming moet zijn met de bepalingen van het Mestdecreet van 22 overeenstemming moet zijn met de bepalingen van het Mestdecreet van 22
december 2006; december 2006;
c) ter staving van de begeleiding houdt de landbouwer alle c) ter staving van de begeleiding houdt de landbouwer alle
stavingsstukken bij en houdt hij per perceel een teelt- en stavingsstukken bij en houdt hij per perceel een teelt- en
bemestingsregister bij waarin hij de bewerkingen op het perceel in bemestingsregister bij waarin hij de bewerkingen op het perceel in
kwestie noteert, zoals de uitgevoerde bemesting, de plant- of kwestie noteert, zoals de uitgevoerde bemesting, de plant- of
inzaaiwerkzaamheden en de bodembewerkingen, evenals de data waarop er inzaaiwerkzaamheden en de bodembewerkingen, evenals de data waarop er
een staalname op het betreffende perceel werd uitgevoerd, en de een staalname op het betreffende perceel werd uitgevoerd, en de
resultaten van de uitgevoerde bodemanalyse; resultaten van de uitgevoerde bodemanalyse;
2° de landbouwer laat in 2020, in zijn opdracht en op zijn kosten, op 2° de landbouwer laat in 2020, in zijn opdracht en op zijn kosten, op
drie, door de Mestbank aangeduide en tot het bedrijf behorende drie, door de Mestbank aangeduide en tot het bedrijf behorende
percelen landbouwgrond, een nitraatresidubepaling uitvoeren, percelen landbouwgrond, een nitraatresidubepaling uitvoeren,
overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 van het Mestdecreet van 22 overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 van het Mestdecreet van 22
december 2006. In afwijking hiervan volstaat het voor bedrijven met december 2006. In afwijking hiervan volstaat het voor bedrijven met
minder dan drie tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, om minder dan drie tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, om
een nitraatresidubepaling te laten uitvoeren op alle tot het bedrijf een nitraatresidubepaling te laten uitvoeren op alle tot het bedrijf
behorende percelen landbouwgrond; behorende percelen landbouwgrond;
3° voor de betrokken landbouwer is zijn doelareaal, uitgedrukt in 3° voor de betrokken landbouwer is zijn doelareaal, uitgedrukt in
hectare, kleiner dan of gelijk aan, de som van : hectare, kleiner dan of gelijk aan, de som van :
a) zijn gerealiseerd areaal, uitgedrukt in hectare; a) zijn gerealiseerd areaal, uitgedrukt in hectare;
b) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen b) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen
landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop,
een groente van groep I, een groente van groep II of een groente van een groente van groep I, een groente van groep II of een groente van
groep III verbouwd wordt en waarop hij de equivalente maatregel groep III verbouwd wordt en waarop hij de equivalente maatregel
"Adviessysteem groenten KNS" toepast en die niet meegerekend zijn "Adviessysteem groenten KNS" toepast en die niet meegerekend zijn
onder punt a). onder punt a).
De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan de De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan de
nadere regels bepalen en kan bepalen op welke wijze de landbouwer aan nadere regels bepalen en kan bepalen op welke wijze de landbouwer aan
de Mestbank meedeelt op welke van zijn tot het bedrijf behorende de Mestbank meedeelt op welke van zijn tot het bedrijf behorende
percelen landbouwgrond, waarop hij, in 2020, een groente van groep I, percelen landbouwgrond, waarop hij, in 2020, een groente van groep I,
een groente van groep II of een groente van groep III verbouwt, hij de een groente van groep II of een groente van groep III verbouwt, hij de
equivalente maatregel "Adviessysteem groenten KNS" toepast. equivalente maatregel "Adviessysteem groenten KNS" toepast.

Art. 5.De landbouwer die in het jaar 2020 vrijgesteld wil worden van

Art. 5.De landbouwer die in het jaar 2020 vrijgesteld wil worden van

de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van het de maatregel, vermeld in artikel 14, § 4, eerste lid, 3°, van het
Mestdecreet van 22 december 2006, kan kiezen voor de equivalente Mestdecreet van 22 december 2006, kan kiezen voor de equivalente
maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt plus maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt plus
adviessysteem groenten KNS". adviessysteem groenten KNS".
De landbouwer die kiest voor de equivalente maatregel "Wintergranen na De landbouwer die kiest voor de equivalente maatregel "Wintergranen na
een nitraatgevoelige hoofdteelt plus adviessysteem groenten KNS" moet een nitraatgevoelige hoofdteelt plus adviessysteem groenten KNS" moet
de volgende voorwaarden naleven : de volgende voorwaarden naleven :
1° de voorwaarden, vermeld in artikel 3, tweede lid, 1° en 2°, en in 1° de voorwaarden, vermeld in artikel 3, tweede lid, 1° en 2°, en in
artikel 4, tweede lid, 1° en 2° ; artikel 4, tweede lid, 1° en 2° ;
2° voor de betrokken landbouwer is zijn doelareaal, uitgedrukt in 2° voor de betrokken landbouwer is zijn doelareaal, uitgedrukt in
hectare, kleiner dan of gelijk aan, de som van : hectare, kleiner dan of gelijk aan, de som van :
a) zijn gerealiseerd areaal, uitgedrukt in hectare; a) zijn gerealiseerd areaal, uitgedrukt in hectare;
b) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen b) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen
landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, na landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, na
een nitraatgevoelige hoofdteelt als nateelt wintergranen verbouwd een nitraatgevoelige hoofdteelt als nateelt wintergranen verbouwd
wordt en waarop de landbouwer de equivalente maatregel "Wintergranen wordt en waarop de landbouwer de equivalente maatregel "Wintergranen
na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast; na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast;
c) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen c) het aantal hectares tot zijn bedrijf behorende percelen
landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop, landbouwgrond gelegen in gebiedstype 2 of in gebiedstype 3, waarop,
een groente van groep I, een groente van groep II of een groente van een groente van groep I, een groente van groep II of een groente van
groep III verbouwd wordt en waarop hij de equivalente maatregel groep III verbouwd wordt en waarop hij de equivalente maatregel
"Adviessysteem groenten KNS" toepast, en die niet meegerekend zijn "Adviessysteem groenten KNS" toepast, en die niet meegerekend zijn
onder punt a) of punt b). onder punt a) of punt b).
De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan de De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, kan de
nadere regels bepalen en kan bepalen op welke wijze de landbouwer aan nadere regels bepalen en kan bepalen op welke wijze de landbouwer aan
de Mestbank meedeelt op welke van zijn tot het bedrijf behorende de Mestbank meedeelt op welke van zijn tot het bedrijf behorende
percelen landbouwgrond, waarop hij, in 2020, na een nitraatgevoelige percelen landbouwgrond, waarop hij, in 2020, na een nitraatgevoelige
hoofdteelt, als nateelt wintergranen verbouwt, hij de equivalente hoofdteelt, als nateelt wintergranen verbouwt, hij de equivalente
maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast, maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige hoofdteelt" toepast,
en op welke van zijn tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, en op welke van zijn tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond,
waarop hij, in 2020, een groente van groep I, een groente van groep II waarop hij, in 2020, een groente van groep I, een groente van groep II
of een groente van groep III verbouwt, hij de equivalente maatregel of een groente van groep III verbouwt, hij de equivalente maatregel
"Adviessysteem groenten KNS" toepast. "Adviessysteem groenten KNS" toepast.
Voor de toepassing van dit artikel kunnen percelen waar, in 2020 vóór Voor de toepassing van dit artikel kunnen percelen waar, in 2020 vóór
de nateelt wintergranen, nog een of meerdere specifieke teelten als de nateelt wintergranen, nog een of meerdere specifieke teelten als
nateelt verbouwd worden, niet aangeduid worden als percelen waarop de nateelt verbouwd worden, niet aangeduid worden als percelen waarop de
equivalente maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige equivalente maatregel "Wintergranen na een nitraatgevoelige
hoofdteelt" toegepast wordt. hoofdteelt" toegepast wordt.

Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.

Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.

Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, is

Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, is

belast met de uitvoering van dit besluit. belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 21 februari 2020. Brussel, 21 februari 2020.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON J. JAMBON
De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en
Toerisme, Toerisme,
Z. DEMIR Z. DEMIR
^