Besluit van de Vlaamse Regering betreffende toerismesubsidies | Besluit van de Vlaamse Regering betreffende toerismesubsidies |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
21 DECEMBER 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende | 21 DECEMBER 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende |
toerismesubsidies | toerismesubsidies |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op het decreet van 30 juni 2000 houdende bepalingen tot | Gelet op het decreet van 30 juni 2000 houdende bepalingen tot |
begeleiding van de aanpassing van de begroting 2000, artikel 24, § 1; | begeleiding van de aanpassing van de begroting 2000, artikel 24, § 1; |
Gelet op het decreet van 19 maart 2004 tot oprichting van het intern | Gelet op het decreet van 19 maart 2004 tot oprichting van het intern |
verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Toerisme | verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Toerisme |
Vlaanderen", artikel 5, § 1, 2° en 3°, en § 2; | Vlaanderen", artikel 5, § 1, 2° en 3°, en § 2; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2000 | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2000 |
houdende vaststelling van de nadere regels betreffende de | houdende vaststelling van de nadere regels betreffende de |
subsidieverlening voor projecten in het kader van het Kustactieplan; | subsidieverlening voor projecten in het kader van het Kustactieplan; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 |
betreffende de erkenning en financiële ondersteuning van | betreffende de erkenning en financiële ondersteuning van |
toeristisch-recreatieve projecten en strategische plannen; | toeristisch-recreatieve projecten en strategische plannen; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 2005 houdende | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 2005 houdende |
vaststelling van de nadere regels betreffende de subsidieverlening | vaststelling van de nadere regels betreffende de subsidieverlening |
voor projecten in het kader van het Kustactieplan 2005-2009, afgekort | voor projecten in het kader van het Kustactieplan 2005-2009, afgekort |
KAP III; | KAP III; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 tot | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 tot |
machtiging van het intern verzelfstandigd agentschap "Toerisme | machtiging van het intern verzelfstandigd agentschap "Toerisme |
Vlaanderen" om ad nominatim subsidies toe te kennen; | Vlaanderen" om ad nominatim subsidies toe te kennen; |
Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad internationaal | Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad internationaal |
Vlaanderen, gegeven op 26 oktober 2012; | Vlaanderen, gegeven op 26 oktober 2012; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 18 oktober 2012; | begroting, gegeven op 18 oktober 2012; |
Gelet op advies 52.239/3 van de Raad van State, gegeven op 20 november | Gelet op advies 52.239/3 van de Raad van State, gegeven op 20 november |
2012 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten | 2012 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten |
op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands | Op voorstel van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands |
Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand; | Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK 1. - Definities | HOOFDSTUK 1. - Definities |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : |
1° wet van 16 mei 2003 : wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de | 1° wet van 16 mei 2003 : wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de |
algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de | algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de |
subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, | subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, |
alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof | alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof |
2° decreet van 8 juli 2011 : het decreet van 8 juli 2011 houdende | 2° decreet van 8 juli 2011 : het decreet van 8 juli 2011 houdende |
regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies | regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies |
en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het | en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het |
Rekenhof; | Rekenhof; |
3° primaire begunstigde : diegene aan wie de subsidie wordt toegekend | 3° primaire begunstigde : diegene aan wie de subsidie wordt toegekend |
en uitbetaald; | en uitbetaald; |
4° resultatenrekening : een overzicht van alle gerealiseerde | 4° resultatenrekening : een overzicht van alle gerealiseerde |
opbrengsten en kosten met betrekking tot de gesubsidieerde activiteit; | opbrengsten en kosten met betrekking tot de gesubsidieerde activiteit; |
5° subsidiebeslissing : elke beslissing tot toekenning van een | 5° subsidiebeslissing : elke beslissing tot toekenning van een |
subsidie, ongeacht de benaming of aard van de akte waarmee ze wordt | subsidie, ongeacht de benaming of aard van de akte waarmee ze wordt |
toegekend; | toegekend; |
6° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het toerisme. | 6° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het toerisme. |
Art. 2.Binnen de perken van de daartoe bestemde kredieten, |
Art. 2.Binnen de perken van de daartoe bestemde kredieten, |
ingeschreven op zijn begroting, kan Toerisme Vlaanderen | ingeschreven op zijn begroting, kan Toerisme Vlaanderen |
toerismesubsidies toekennen. | toerismesubsidies toekennen. |
Een toerismesubsidie kan de vorm aannemen van een algemene | Een toerismesubsidie kan de vorm aannemen van een algemene |
werkingssubsidie, een investeringssubsidie of een projectsubsidie als | werkingssubsidie, een investeringssubsidie of een projectsubsidie als |
vermeld in artikel 56 van het decreet van 8 juli 2011. | vermeld in artikel 56 van het decreet van 8 juli 2011. |
De gesubsidieerde activiteit moet passen in het door de Vlaamse | De gesubsidieerde activiteit moet passen in het door de Vlaamse |
Regering goedgekeurde strategische beleidsplan voor het toerisme in | Regering goedgekeurde strategische beleidsplan voor het toerisme in |
Vlaanderen-Brussel en in de beleidsprioriteiten van de minister, | Vlaanderen-Brussel en in de beleidsprioriteiten van de minister, |
vermeld in de beleidsnota toerisme. Toerisme Vlaanderen stelt dit plan | vermeld in de beleidsnota toerisme. Toerisme Vlaanderen stelt dit plan |
en de beleidsnota digitaal ter beschikking. | en de beleidsnota digitaal ter beschikking. |
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen inzake investeringssubsidies en | HOOFDSTUK 2. - Bepalingen inzake investeringssubsidies en |
projectsubsidies | projectsubsidies |
Afdeling 1. - Oproep tot indienen van aanvragen van subsidies | Afdeling 1. - Oproep tot indienen van aanvragen van subsidies |
Art. 3.Een investeringssubsidie of projectsubsidie kan worden |
Art. 3.Een investeringssubsidie of projectsubsidie kan worden |
toegekend na een jaarlijkse oproep tot indiening van aanvragen en kan | toegekend na een jaarlijkse oproep tot indiening van aanvragen en kan |
betrekking hebben op : | betrekking hebben op : |
1° investeringen in toeristische infrastructuur, met uitzondering van | 1° investeringen in toeristische infrastructuur, met uitzondering van |
: | : |
a) investeringen in toeristische logiezen, als vermeld in het besluit | a) investeringen in toeristische logiezen, als vermeld in het besluit |
van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 tot vaststelling van de | van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 tot vaststelling van de |
voorwaarden waaronder investeringssubsidies kunnen worden toegekend | voorwaarden waaronder investeringssubsidies kunnen worden toegekend |
aan toeristische logiezen; | aan toeristische logiezen; |
b) investeringen in "Toerisme voor Allen"-verblijven, als vermeld in | b) investeringen in "Toerisme voor Allen"-verblijven, als vermeld in |
het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004 betreffende de | het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004 betreffende de |
erkenning en de financiële ondersteuning van verblijven in het kader | erkenning en de financiële ondersteuning van verblijven in het kader |
van "Toerisme voor Allen"; | van "Toerisme voor Allen"; |
2° investeringen in toeristische digitale producten; | 2° investeringen in toeristische digitale producten; |
3° de organisatie van evenementen met een duidelijk toeristisch | 3° de organisatie van evenementen met een duidelijk toeristisch |
potentieel; | potentieel; |
4° de toeristische promotie of marketing; | 4° de toeristische promotie of marketing; |
5° het onderzoek of de studie met betrekking tot de toeristische | 5° het onderzoek of de studie met betrekking tot de toeristische |
sector; | sector; |
6° de opmaak van strategische toeristische plannen; | 6° de opmaak van strategische toeristische plannen; |
7° de vorming of de opleiding in de toeristische sector. | 7° de vorming of de opleiding in de toeristische sector. |
Art. 4.De minister vaardigt voor elke oproep tot het indienen van |
Art. 4.De minister vaardigt voor elke oproep tot het indienen van |
aanvragen voor investeringssubsidies en projectsubsidies bepalingen | aanvragen voor investeringssubsidies en projectsubsidies bepalingen |
uit die betrekking hebben op : | uit die betrekking hebben op : |
1° de inhoud en het doel van de oproep; | 1° de inhoud en het doel van de oproep; |
2° de termijn, die minimaal één maand moet bedragen, waarbinnen de | 2° de termijn, die minimaal één maand moet bedragen, waarbinnen de |
subsidieaanvraag, op straffe van niet-ontvankelijkheid, moet worden | subsidieaanvraag, op straffe van niet-ontvankelijkheid, moet worden |
ingediend; | ingediend; |
3° het subsidiepercentage, dat niet meer kan bedragen dan 75 %; | 3° het subsidiepercentage, dat niet meer kan bedragen dan 75 %; |
4° de uitgaven die in aanmerking komen voor subsidiëring; | 4° de uitgaven die in aanmerking komen voor subsidiëring; |
5° de kwantitatieve, kwalitatieve en geografische criteria op basis | 5° de kwantitatieve, kwalitatieve en geografische criteria op basis |
waarvan beoordeeld wordt of de aanvraag in aanmerking komt voor | waarvan beoordeeld wordt of de aanvraag in aanmerking komt voor |
subsidiëring; | subsidiëring; |
6° de wijze waarop in adviesorganen en -procedures kan worden voorzien | 6° de wijze waarop in adviesorganen en -procedures kan worden voorzien |
per impulsprogramma. | per impulsprogramma. |
Elke oproep tot indiening van aanvragen vermeldt de elementen, vermeld | Elke oproep tot indiening van aanvragen vermeldt de elementen, vermeld |
in het eerste lid. | in het eerste lid. |
Afdeling 2. - Aanvraag van de subsidies | Afdeling 2. - Aanvraag van de subsidies |
Art. 5.§ 1. De subsidieaanvraag moet worden ingediend bij Toerisme |
Art. 5.§ 1. De subsidieaanvraag moet worden ingediend bij Toerisme |
Vlaanderen met een aangetekende brief, door afgifte tegen | Vlaanderen met een aangetekende brief, door afgifte tegen |
ontvangstbewijs of op elektronische wijze. | ontvangstbewijs of op elektronische wijze. |
Als bewijs van het tijdstip waarop de aanvraag is ingediend geldt : | Als bewijs van het tijdstip waarop de aanvraag is ingediend geldt : |
1° in geval van een aangetekende brief : de datum van de poststempel; | 1° in geval van een aangetekende brief : de datum van de poststempel; |
2° in geval van afgifte tegen ontvangstbewijs : de datum van het | 2° in geval van afgifte tegen ontvangstbewijs : de datum van het |
ontvangstbewijs. | ontvangstbewijs. |
3° in geval van elektronische indiening : de datum van het | 3° in geval van elektronische indiening : de datum van het |
elektronisch ontvangstbewijs bij Toerisme Vlaanderen. | elektronisch ontvangstbewijs bij Toerisme Vlaanderen. |
De aanvraag wordt ingediend met het aanvraagformulier dat Toerisme | De aanvraag wordt ingediend met het aanvraagformulier dat Toerisme |
Vlaanderen daarvoor ter beschikking stelt. | Vlaanderen daarvoor ter beschikking stelt. |
§ 2. De subsidie kan worden aangevraagd door : | § 2. De subsidie kan worden aangevraagd door : |
1° gemeentebesturen of hun autonome bedrijven; | 1° gemeentebesturen of hun autonome bedrijven; |
2° provinciebesturen of hun autonome bedrijven; | 2° provinciebesturen of hun autonome bedrijven; |
3° de Vlaamse Gemeenschapscommissie; | 3° de Vlaamse Gemeenschapscommissie; |
4° verenigingen zonder winstoogmerk; | 4° verenigingen zonder winstoogmerk; |
5° intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met | 5° intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met |
rechtspersoonlijkheid; | rechtspersoonlijkheid; |
6° publieke rechtspersonen; | 6° publieke rechtspersonen; |
7° private rechtspersonen; | 7° private rechtspersonen; |
8° grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden met | 8° grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden met |
rechtspersoonlijkheid waaraan een gemeente, een intergemeentelijk | rechtspersoonlijkheid waaraan een gemeente, een intergemeentelijk |
samenwerkingsverband, een provincie of de Vlaamse overheid deelneemt; | samenwerkingsverband, een provincie of de Vlaamse overheid deelneemt; |
9° een samenwerkingsverband van de voormelde aanvragers. | 9° een samenwerkingsverband van de voormelde aanvragers. |
Art. 6.§ 1. De subsidieaanvraag omvat in ieder geval : |
Art. 6.§ 1. De subsidieaanvraag omvat in ieder geval : |
1° een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier als vermeld | 1° een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier als vermeld |
in artikel 5, § 1; | in artikel 5, § 1; |
2° een verantwoording van de activiteit waarvoor de subsidie wordt | 2° een verantwoording van de activiteit waarvoor de subsidie wordt |
aangevraagd, waarin de volgende elementen behandeld worden : | aangevraagd, waarin de volgende elementen behandeld worden : |
a) het doel waarvoor de subsidie aangewend zal worden; | a) het doel waarvoor de subsidie aangewend zal worden; |
b) de activiteit, waarbij de aanvrager duidelijk maakt hoe die | b) de activiteit, waarbij de aanvrager duidelijk maakt hoe die |
activiteit een bijdrage levert aan de beleidsnota toerisme en het | activiteit een bijdrage levert aan de beleidsnota toerisme en het |
strategisch beleidsplan voor het toerisme in Vlaanderen-Brussel en hoe | strategisch beleidsplan voor het toerisme in Vlaanderen-Brussel en hoe |
ze in voorkomend geval voldoet aan de oproep vermeld in artikel 3; | ze in voorkomend geval voldoet aan de oproep vermeld in artikel 3; |
c) een stappenplan van de activiteit; | c) een stappenplan van de activiteit; |
d) de middelen die ingezet zullen worden, met een duidelijk overzicht | d) de middelen die ingezet zullen worden, met een duidelijk overzicht |
van de eventuele cofinanciers en vermelding van de eventuele andere | van de eventuele cofinanciers en vermelding van de eventuele andere |
subsidiërende overheidsinstanties met inbegrip van het subsidiebedrag | subsidiërende overheidsinstanties met inbegrip van het subsidiebedrag |
of het aangevraagde maar nog niet toegewezen subsidiebedrag; | of het aangevraagde maar nog niet toegewezen subsidiebedrag; |
e) als de subsidieaanvraag valt binnen het toepassingsgebied van de | e) als de subsidieaanvraag valt binnen het toepassingsgebied van de |
voorschriften van de Europese Commissie over de toepassing van artikel | voorschriften van de Europese Commissie over de toepassing van artikel |
107 en 108 van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie op | 107 en 108 van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie op |
de-minimissteun : informatie over de door de subsidieaanvrager | de-minimissteun : informatie over de door de subsidieaanvrager |
verkregen subsidies, premies en andere tegemoetkomingen van andere | verkregen subsidies, premies en andere tegemoetkomingen van andere |
overheidsinstanties dan Toerisme Vlaanderen tijdens een periode van | overheidsinstanties dan Toerisme Vlaanderen tijdens een periode van |
drie boekhoudkundige jaren die voorafgaan aan de subsidieaanvraag; | drie boekhoudkundige jaren die voorafgaan aan de subsidieaanvraag; |
3° een begroting waarin voor de activiteit in kwestie een | 3° een begroting waarin voor de activiteit in kwestie een |
gedetailleerd overzicht wordt gegeven van : | gedetailleerd overzicht wordt gegeven van : |
a) een onderbouwde raming van alle kosten; | a) een onderbouwde raming van alle kosten; |
b) alle voorzienbare opbrengsten, inclusief alle reeds verkregen, | b) alle voorzienbare opbrengsten, inclusief alle reeds verkregen, |
aangevraagde of nog aan te vragen subsidies van een overheid. | aangevraagde of nog aan te vragen subsidies van een overheid. |
Toerisme Vlaanderen verklaart de aanvraag niet-ontvankelijk als ze | Toerisme Vlaanderen verklaart de aanvraag niet-ontvankelijk als ze |
niet elk van de vereiste elementen bevat. Toerisme Vlaanderen | niet elk van de vereiste elementen bevat. Toerisme Vlaanderen |
bevestigt aan de aanvrager de ontvankelijkheid van de subsidieaanvraag | bevestigt aan de aanvrager de ontvankelijkheid van de subsidieaanvraag |
binnen een termijn van een maand na afloop van de indieningstermijn | binnen een termijn van een maand na afloop van de indieningstermijn |
van de subsidieaanvraag. | van de subsidieaanvraag. |
§ 2. Toerisme Vlaanderen kan andere bijkomende gegevens of | § 2. Toerisme Vlaanderen kan andere bijkomende gegevens of |
inlichtingen eisen, dan de gegevens of inlichtingen, vermeld in | inlichtingen eisen, dan de gegevens of inlichtingen, vermeld in |
paragraaf 1. | paragraaf 1. |
Als de aanvrager ondanks het schriftelijke verzoek van Toerisme | Als de aanvrager ondanks het schriftelijke verzoek van Toerisme |
Vlaanderen die gegevens niet beschikbaar stelt binnen de gevraagde | Vlaanderen die gegevens niet beschikbaar stelt binnen de gevraagde |
termijn, die ten minste veertien dagen moet bedragen, wordt de | termijn, die ten minste veertien dagen moet bedragen, wordt de |
aanvraag als niet-ontvankelijk beschouwd. | aanvraag als niet-ontvankelijk beschouwd. |
Afdeling 3. - Toekenning van de subsidies | Afdeling 3. - Toekenning van de subsidies |
Art. 7.§ 1.Toerisme Vlaanderen deelt aan alle indieners van een |
Art. 7.§ 1.Toerisme Vlaanderen deelt aan alle indieners van een |
ontvankelijke aanvraag schriftelijk mee of ze al dan niet een | ontvankelijke aanvraag schriftelijk mee of ze al dan niet een |
toerismesubsidie ontvangen. | toerismesubsidie ontvangen. |
Die mededeling bevat voor de positief beoordeelde aanvragen de | Die mededeling bevat voor de positief beoordeelde aanvragen de |
subsidiebeslissing. | subsidiebeslissing. |
§ 2. Elke subsidiebeslissing vermeldt : | § 2. Elke subsidiebeslissing vermeldt : |
1° de primaire begunstigde of, in geval van een samenwerkingsverband, | 1° de primaire begunstigde of, in geval van een samenwerkingsverband, |
alle samenwerkende primaire begunstigden; | alle samenwerkende primaire begunstigden; |
2° de eventuele mogelijkheid om de subsidie of een deel ervan door te | 2° de eventuele mogelijkheid om de subsidie of een deel ervan door te |
geven aan een of meer secundaire begunstigden die bij naam of met een | geven aan een of meer secundaire begunstigden die bij naam of met een |
algemene omschrijving worden aangeduid; | algemene omschrijving worden aangeduid; |
3° de concrete activiteit alsook de eventuele onderdelen ervan | 3° de concrete activiteit alsook de eventuele onderdelen ervan |
waarvoor de subsidie wordt toegekend; | waarvoor de subsidie wordt toegekend; |
4° de periode waarin de gesubsidieerde activiteit plaatsvindt en | 4° de periode waarin de gesubsidieerde activiteit plaatsvindt en |
desgevallend de minimale instandhoudingstermijn; | desgevallend de minimale instandhoudingstermijn; |
5° het maximale bedrag dat aan de activiteit kan worden toegekend, | 5° het maximale bedrag dat aan de activiteit kan worden toegekend, |
uitgedrukt als een nominaal bedrag, waarbij het totaal van de | uitgedrukt als een nominaal bedrag, waarbij het totaal van de |
subsidies die door de Vlaamse overheid of andere overheden voor | subsidies die door de Vlaamse overheid of andere overheden voor |
dezelfde activiteit worden toegekend niet hoger kan zijn dan 100 % van | dezelfde activiteit worden toegekend niet hoger kan zijn dan 100 % van |
de voor die activiteit begrote kosten, verminderd met de eigen | de voor die activiteit begrote kosten, verminderd met de eigen |
financiële inbreng van de primaire begunstigde; | financiële inbreng van de primaire begunstigde; |
6° de procedure volgens welke de primaire begunstigden inhoudelijke | 6° de procedure volgens welke de primaire begunstigden inhoudelijke |
verantwoording afleggen over het gebruik van de subsidie, alsook de | verantwoording afleggen over het gebruik van de subsidie, alsook de |
wijze en het tijdstip waarop gerapporteerd wordt over de stand van | wijze en het tijdstip waarop gerapporteerd wordt over de stand van |
zaken van de realisatie van de activiteit als de realisatie over een | zaken van de realisatie van de activiteit als de realisatie over een |
periode van meer dan een jaar gespreid is; | periode van meer dan een jaar gespreid is; |
7° de procedure volgens welke de subsidie zal worden uitbetaald en, in | 7° de procedure volgens welke de subsidie zal worden uitbetaald en, in |
geval van een samenwerkingsverband, de manier waarop de subsidie zal | geval van een samenwerkingsverband, de manier waarop de subsidie zal |
worden verdeeld over de samenwerkende begunstigden. | worden verdeeld over de samenwerkende begunstigden. |
§ 3. De subsidiebeslissing kan ook : | § 3. De subsidiebeslissing kan ook : |
1° het maximale subsidiebedrag beperken tot : | 1° het maximale subsidiebedrag beperken tot : |
a) een bepaald percentage van de kosten; | a) een bepaald percentage van de kosten; |
b) een bepaald percentage van een of meer kostensoorten; | b) een bepaald percentage van een of meer kostensoorten; |
2° bepalen dat de eigen financiële inbreng alleen voor de realisatie | 2° bepalen dat de eigen financiële inbreng alleen voor de realisatie |
van de gesubsidieerde activiteit aangewend kan worden, als een eigen | van de gesubsidieerde activiteit aangewend kan worden, als een eigen |
financiële inbreng vereist is; | financiële inbreng vereist is; |
3° het percentage van de schijven of voorschotten bepalen, alsook de | 3° het percentage van de schijven of voorschotten bepalen, alsook de |
procedure volgens welke die uitbetaald zullen worden, als de subsidie | procedure volgens welke die uitbetaald zullen worden, als de subsidie |
in schijven of met voorschotten wordt uitbetaald. | in schijven of met voorschotten wordt uitbetaald. |
4° bepalen welke bewijzen, vermeld in artikel 12 en artikel 13, tweede | 4° bepalen welke bewijzen, vermeld in artikel 12 en artikel 13, tweede |
lid, niet hoeven te worden ingediend op voorwaarde dat ze door de | lid, niet hoeven te worden ingediend op voorwaarde dat ze door de |
begunstigde ter beschikking gehouden worden van Toerisme Vlaanderen of | begunstigde ter beschikking gehouden worden van Toerisme Vlaanderen of |
van een andere controlerende instantie. | van een andere controlerende instantie. |
§ 4. Op gemotiveerd verzoek van de begunstigde kan Toerisme Vlaanderen | § 4. Op gemotiveerd verzoek van de begunstigde kan Toerisme Vlaanderen |
de subsidiebeslissing aanpassen. | de subsidiebeslissing aanpassen. |
§ 5. De primaire begunstigde in de oorspronkelijke subsidiebeslissing | § 5. De primaire begunstigde in de oorspronkelijke subsidiebeslissing |
kan vervangen worden door een nieuwe primaire begunstigde als die | kan vervangen worden door een nieuwe primaire begunstigde als die |
laatste de gesubsidieerde activiteit, vóór of in de loop van de | laatste de gesubsidieerde activiteit, vóór of in de loop van de |
uitvoering ervan, overneemt onder dezelfde voorwaarden als vermeld in | uitvoering ervan, overneemt onder dezelfde voorwaarden als vermeld in |
de oorspronkelijke subsidiebeslissing. | de oorspronkelijke subsidiebeslissing. |
Die overdracht maakt het voorwerp uit van een aangepaste | Die overdracht maakt het voorwerp uit van een aangepaste |
subsidiebeslissing waarin ook de verdeling van de toegekende subsidie | subsidiebeslissing waarin ook de verdeling van de toegekende subsidie |
over de oorspronkelijke en de nieuwe primaire begunstigde wordt | over de oorspronkelijke en de nieuwe primaire begunstigde wordt |
bepaald. | bepaald. |
§ 6. In paragraaf 2 en 3 wordt verstaan onder eigen financiële inbreng | § 6. In paragraaf 2 en 3 wordt verstaan onder eigen financiële inbreng |
: de financiële middelen die door de primaire begunstigde van een | : de financiële middelen die door de primaire begunstigde van een |
subsidie worden ingebracht als cofinanciering van de gesubsidieerde | subsidie worden ingebracht als cofinanciering van de gesubsidieerde |
activiteit en die niet voorkomen uit andere subsidies van de Vlaamse | activiteit en die niet voorkomen uit andere subsidies van de Vlaamse |
overheid of andere overheden. | overheid of andere overheden. |
§ 7. Als de subsidieaanvraag betrekking heeft op de realisatie van | § 7. Als de subsidieaanvraag betrekking heeft op de realisatie van |
infrastructuur kan de subsidiebeslissing slechts genomen worden op | infrastructuur kan de subsidiebeslissing slechts genomen worden op |
voorwaarde dat de primaire begunstigde de volgende documenten aan | voorwaarde dat de primaire begunstigde de volgende documenten aan |
Toerisme Vlaanderen heeft overgemaakt : | Toerisme Vlaanderen heeft overgemaakt : |
1° een kopie van de eigendomstitel, de huur- of pachtovereenkomst of | 1° een kopie van de eigendomstitel, de huur- of pachtovereenkomst of |
een gelijkwaardig document van het onroerend goed waarop de | een gelijkwaardig document van het onroerend goed waarop de |
investering betrekking heeft; | investering betrekking heeft; |
2° indien het stedenbouwkundig vergunningsplichtige werken betreft : | 2° indien het stedenbouwkundig vergunningsplichtige werken betreft : |
een stedenbouwkundige vergunning of een stedenbouwkundig attest dat de | een stedenbouwkundige vergunning of een stedenbouwkundig attest dat de |
geplande infrastructuur voor vergunning in aanmerking komt. | geplande infrastructuur voor vergunning in aanmerking komt. |
§ 8. Toerisme Vlaanderen kan geen subsidie verlenen indien daardoor de | § 8. Toerisme Vlaanderen kan geen subsidie verlenen indien daardoor de |
grenzen van de de-minimissteun, zoals vastgesteld in de voorschriften | grenzen van de de-minimissteun, zoals vastgesteld in de voorschriften |
van de Europese Commissie over de toepassing van artikel 107 en 108 | van de Europese Commissie over de toepassing van artikel 107 en 108 |
van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie op | van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie op |
de-minimissteun zouden worden overschreden. | de-minimissteun zouden worden overschreden. |
Afdeling 4. - Aanwending van de subsidies | Afdeling 4. - Aanwending van de subsidies |
Art. 8.§ 1. Een toerismesubsidie moet aangewend worden voor de |
Art. 8.§ 1. Een toerismesubsidie moet aangewend worden voor de |
doeleinden waarvoor ze is verleend. | doeleinden waarvoor ze is verleend. |
Als met toepassing van artikel 7, § 3, 1°, de subsidie beperkt wordt | Als met toepassing van artikel 7, § 3, 1°, de subsidie beperkt wordt |
tot een bepaald maximumpercentage van de kostensoorten, worden die | tot een bepaald maximumpercentage van de kostensoorten, worden die |
kosten bepaald op basis van de resultatenrekening, vermeld in artikel | kosten bepaald op basis van de resultatenrekening, vermeld in artikel |
13, derde lid, met dien verstande dat, als de activiteit over | 13, derde lid, met dien verstande dat, als de activiteit over |
verschillende jaren loopt, de maximaal subsidieerbare kosten bepaald | verschillende jaren loopt, de maximaal subsidieerbare kosten bepaald |
worden op het einde van de volledige activiteit, tenzij het in de | worden op het einde van de volledige activiteit, tenzij het in de |
subsidiebeslissing anders is bepaald. | subsidiebeslissing anders is bepaald. |
§ 2. Een toerismesubsidie mag aangewend worden om winst te realiseren | § 2. Een toerismesubsidie mag aangewend worden om winst te realiseren |
op voorwaarde dat de winsten die voortvloeien uit de gesubsidieerde | op voorwaarde dat de winsten die voortvloeien uit de gesubsidieerde |
activiteit geïnvesteerd of geherinvesteerd worden in de exploitatie of | activiteit geïnvesteerd of geherinvesteerd worden in de exploitatie of |
instandhouding ervan of in andere activiteiten met toeristische | instandhouding ervan of in andere activiteiten met toeristische |
doeleinden, zoals nader bepaald in de subsidiebeslissing. Als de | doeleinden, zoals nader bepaald in de subsidiebeslissing. Als de |
subsidieaanvrager dat niet afdoende kan bewijzen vordert Toerisme | subsidieaanvrager dat niet afdoende kan bewijzen vordert Toerisme |
Vlaanderen de subsidie al dan niet gedeeltelijk terug. | Vlaanderen de subsidie al dan niet gedeeltelijk terug. |
Afdeling 5. - Verantwoording van de aanwending van de subsidies. | Afdeling 5. - Verantwoording van de aanwending van de subsidies. |
Art. 9.De verantwoording van het gebruik van een subsidie omvat : |
Art. 9.De verantwoording van het gebruik van een subsidie omvat : |
1° een inhoudelijke verantwoording waarbij aangetoond wordt dat, en | 1° een inhoudelijke verantwoording waarbij aangetoond wordt dat, en |
eventueel in welke mate, de activiteit waarvoor de subsidie is | eventueel in welke mate, de activiteit waarvoor de subsidie is |
toegekend, gerealiseerd is; | toegekend, gerealiseerd is; |
2° een financiële verantwoording waarbij aangetoond wordt welke kosten | 2° een financiële verantwoording waarbij aangetoond wordt welke kosten |
zijn gemaakt voor de realisatie van de activiteit waarvoor de subsidie | zijn gemaakt voor de realisatie van de activiteit waarvoor de subsidie |
werd toegekend, en welke opbrengsten de begunstigde in het kader van | werd toegekend, en welke opbrengsten de begunstigde in het kader van |
de activiteit heeft verworven uit de activiteit zelf of uit andere | de activiteit heeft verworven uit de activiteit zelf of uit andere |
bronnen. Bij elke betalingsaanvraag worden de bewijsstukken gevoegd | bronnen. Bij elke betalingsaanvraag worden de bewijsstukken gevoegd |
waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft. | waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft. |
Art. 10.Als de realisatie van de toeristische activiteit over een |
Art. 10.Als de realisatie van de toeristische activiteit over een |
periode van meer dan één jaar gespreid wordt, bezorgt de | periode van meer dan één jaar gespreid wordt, bezorgt de |
subsidieaanvrager aan Toerisme Vlaanderen op een in de | subsidieaanvrager aan Toerisme Vlaanderen op een in de |
subsidiebeslissing vastgelegd tijdstip een inhoudelijk en financieel | subsidiebeslissing vastgelegd tijdstip een inhoudelijk en financieel |
verslag over de stand van zaken van de realisatie van de activiteit. | verslag over de stand van zaken van de realisatie van de activiteit. |
Art. 11.Als de betaling van de subsidie gespreid wordt over |
Art. 11.Als de betaling van de subsidie gespreid wordt over |
verschillende schijven of voorschotten, wordt iedere schijf | verschillende schijven of voorschotten, wordt iedere schijf |
verantwoord volgens de voorwaarden, bepaald in de subsidiebeslissing. | verantwoord volgens de voorwaarden, bepaald in de subsidiebeslissing. |
Art. 12.Op het einde van de activiteit dient de begunstigde een |
Art. 12.Op het einde van de activiteit dient de begunstigde een |
verslag in met de inhoudelijke verantwoording. De inhoudelijke | verslag in met de inhoudelijke verantwoording. De inhoudelijke |
verantwoording door de begunstigde en de beoordeling ervan door | verantwoording door de begunstigde en de beoordeling ervan door |
Toerisme Vlaanderen verlopen volgens de voorwaarden vermeld in artikel | Toerisme Vlaanderen verlopen volgens de voorwaarden vermeld in artikel |
4, 1°, 4° en 5°, en bepaald in de subsidiebeslissing. | 4, 1°, 4° en 5°, en bepaald in de subsidiebeslissing. |
Art. 13.De financiële verantwoording wordt ingediend na het |
Art. 13.De financiële verantwoording wordt ingediend na het |
beëindigen van de activiteit, tenzij het in de subsidiebeslissing | beëindigen van de activiteit, tenzij het in de subsidiebeslissing |
anders is bepaald. | anders is bepaald. |
Ze bestaat uit : | Ze bestaat uit : |
1° een resultatenrekening voor de volledige gesubsidieerde activiteit; | 1° een resultatenrekening voor de volledige gesubsidieerde activiteit; |
2° de bewijsstukken die betrekking hebben op de te verantwoorden | 2° de bewijsstukken die betrekking hebben op de te verantwoorden |
subsidie, uitgezonderd die bewijsstukken die al ingediend zijn ter | subsidie, uitgezonderd die bewijsstukken die al ingediend zijn ter |
verantwoording van eerder uitbetaalde schijven. | verantwoording van eerder uitbetaalde schijven. |
De resultatenrekening, vermeld in het tweede lid, 1°, moet alle | De resultatenrekening, vermeld in het tweede lid, 1°, moet alle |
opbrengsten en kosten met betrekking tot de gesubsidieerde activiteit | opbrengsten en kosten met betrekking tot de gesubsidieerde activiteit |
omvatten, ongeacht het werkingsjaar waarin ze werden geboekt. Als voor | omvatten, ongeacht het werkingsjaar waarin ze werden geboekt. Als voor |
dezelfde gesubsidieerde activiteit meerdere subsidies door de overheid | dezelfde gesubsidieerde activiteit meerdere subsidies door de overheid |
werden toegekend, worden deze in één zelfde resultatenrekening over | werden toegekend, worden deze in één zelfde resultatenrekening over |
deze activiteit opgenomen. | deze activiteit opgenomen. |
Art. 14.Toerisme Vlaanderen kan alle bijkomende inlichtingen opvragen |
Art. 14.Toerisme Vlaanderen kan alle bijkomende inlichtingen opvragen |
die nodig zijn voor de definitieve vaststelling van de verantwoorde | die nodig zijn voor de definitieve vaststelling van de verantwoorde |
subsidie. | subsidie. |
Art. 15.De inhoudelijke en de financiële verantwoording en de |
Art. 15.De inhoudelijke en de financiële verantwoording en de |
bewijsstukken, vermeld in artikel 13, kunnen op elektronische wijze | bewijsstukken, vermeld in artikel 13, kunnen op elektronische wijze |
beschikbaar gesteld worden. | beschikbaar gesteld worden. |
De datum van een bewijsstuk moet vallen in de periode waarover | De datum van een bewijsstuk moet vallen in de periode waarover |
verantwoording wordt afgelegd, tenzij het in de subsidiebeslissing | verantwoording wordt afgelegd, tenzij het in de subsidiebeslissing |
anders is bepaald. | anders is bepaald. |
Art. 16.Als met toepassing van artikel 7, § 5, de uitvoering van een |
Art. 16.Als met toepassing van artikel 7, § 5, de uitvoering van een |
activiteit en de daarvoor toegekende subsidie worden overgedragen van | activiteit en de daarvoor toegekende subsidie worden overgedragen van |
de oorspronkelijke naar een nieuwe primaire begunstigde, verantwoorden | de oorspronkelijke naar een nieuwe primaire begunstigde, verantwoorden |
beide primaire begunstigden zich afzonderlijk over hun respectieve | beide primaire begunstigden zich afzonderlijk over hun respectieve |
aandeel in de gesubsidieerde activiteit. | aandeel in de gesubsidieerde activiteit. |
Art. 17.Als de Vlaamse overheid voor dezelfde activiteit meer dan een |
Art. 17.Als de Vlaamse overheid voor dezelfde activiteit meer dan een |
subsidie heeft toegekend en het totaal van de verantwoorde subsidies | subsidie heeft toegekend en het totaal van de verantwoorde subsidies |
lager is dan het totaal van de toegekende subsidies, wordt de subsidie | lager is dan het totaal van de toegekende subsidies, wordt de subsidie |
proportioneel verminderd. | proportioneel verminderd. |
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen inzake algemene werkingssubsidies | HOOFDSTUK 3. - Bepalingen inzake algemene werkingssubsidies |
Art. 18.Toerisme Vlaanderen kan jaarlijks algemene werkingssubsidies |
Art. 18.Toerisme Vlaanderen kan jaarlijks algemene werkingssubsidies |
toekennen aan de organisaties die worden vernoemd in zijn begroting, | toekennen aan de organisaties die worden vernoemd in zijn begroting, |
goedgekeurd bij het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van | goedgekeurd bij het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van |
de Vlaamse Gemeenschap. | de Vlaamse Gemeenschap. |
Voor elke algemene werkingssubsidie wordt een subsidiebeslissing | Voor elke algemene werkingssubsidie wordt een subsidiebeslissing |
genomen. Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing op deze | genomen. Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing op deze |
subsidiebeslissingen. | subsidiebeslissingen. |
Art. 19.§ 1. Een algemene werkingssubsidie moet aangewend worden voor |
Art. 19.§ 1. Een algemene werkingssubsidie moet aangewend worden voor |
de activiteit van de primair begunstigde die vermeld is in de | de activiteit van de primair begunstigde die vermeld is in de |
subsidiebeslissing. | subsidiebeslissing. |
Als met toepassing van artikel 7, § 3, 1°, de subsidie beperkt wordt | Als met toepassing van artikel 7, § 3, 1°, de subsidie beperkt wordt |
tot een bepaald maximumpercentage van de kosten of van de | tot een bepaald maximumpercentage van de kosten of van de |
kostensoorten, worden de kosten bepaald op basis van de | kostensoorten, worden de kosten bepaald op basis van de |
resultatenrekening. | resultatenrekening. |
§ 2. De maximale subsidie die toegekend wordt voor een werkingsperiode | § 2. De maximale subsidie die toegekend wordt voor een werkingsperiode |
wordt verminderd in evenredigheid met de werkelijke duur van de | wordt verminderd in evenredigheid met de werkelijke duur van de |
werkingsperiode. | werkingsperiode. |
Voor de toepassing van het eerste lid wordt : | Voor de toepassing van het eerste lid wordt : |
1° de vermindering berekend in maanden; | 1° de vermindering berekend in maanden; |
2° een gedeelte van een maand beschouwd als een volledige maand. | 2° een gedeelte van een maand beschouwd als een volledige maand. |
HOOFDSTUK 4. - Sancties en onverenigbaarheden | HOOFDSTUK 4. - Sancties en onverenigbaarheden |
Art. 20.§ 1. Als de begunstigde niet voldoet aan de bepalingen van de |
Art. 20.§ 1. Als de begunstigde niet voldoet aan de bepalingen van de |
subsidiebeslissing vervalt de beslissing tot toekenning van de | subsidiebeslissing vervalt de beslissing tot toekenning van de |
subsidie. | subsidie. |
In aanvulling op artikel 13, eerste lid, van de wet van 16 mei 2003 | In aanvulling op artikel 13, eerste lid, van de wet van 16 mei 2003 |
worden de eventueel reeds uitbetaalde voorschotten of schijven ook | worden de eventueel reeds uitbetaalde voorschotten of schijven ook |
teruggevorderd wanneer de begunstigde van de subsidie niet voldoet aan | teruggevorderd wanneer de begunstigde van de subsidie niet voldoet aan |
andere bepalingen van de subsidiebeslissing dan dewelke de | andere bepalingen van de subsidiebeslissing dan dewelke de |
subsidievoorwaarde bevatten of waarin de doeleinden worden omschreven | subsidievoorwaarde bevatten of waarin de doeleinden worden omschreven |
waarvoor de subsidie werd verleend. | waarvoor de subsidie werd verleend. |
§ 2. Als de begunstigde nalaat de subsidie met toepassing van artikel | § 2. Als de begunstigde nalaat de subsidie met toepassing van artikel |
13 volledig te verantwoorden, vervalt de beslissing tot toekenning van | 13 volledig te verantwoorden, vervalt de beslissing tot toekenning van |
de subsidie voor wat betreft het niet verantwoorde gedeelte. | de subsidie voor wat betreft het niet verantwoorde gedeelte. |
In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt het niet verantwoorde | In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt het niet verantwoorde |
gedeelte van eventueel reeds uitbetaalde voorschotten of schijven | gedeelte van eventueel reeds uitbetaalde voorschotten of schijven |
teruggevorderd, overeenkomstig artikel 13, tweede lid, van de wet van | teruggevorderd, overeenkomstig artikel 13, tweede lid, van de wet van |
16 mei 2003. | 16 mei 2003. |
Art. 21.Met behoud van de toepassing van andere verbodsbepalingen die |
Art. 21.Met behoud van de toepassing van andere verbodsbepalingen die |
voortvloeien uit een wet, decreet, ordonnantie, reglement of statuut, | voortvloeien uit een wet, decreet, ordonnantie, reglement of statuut, |
is het elke ambtenaar, openbare gezagsdrager of andere persoon die | is het elke ambtenaar, openbare gezagsdrager of andere persoon die |
belast is met een functie bij de Vlaamse overheid of die tussenpersoon | belast is met een functie bij de Vlaamse overheid of die tussenpersoon |
als vermeld in artikel 55, § 2, 2°, van het decreet van 8 juli 2011, | als vermeld in artikel 55, § 2, 2°, van het decreet van 8 juli 2011, |
verboden een subsidie te behandelen, toe te kennen of de aanwending | verboden een subsidie te behandelen, toe te kennen of de aanwending |
ervan goed te keuren zodra hij daardoor, persoonlijk of via een | ervan goed te keuren zodra hij daardoor, persoonlijk of via een |
tussenpersoon, zou kunnen terechtkomen in een toestand van | tussenpersoon, zou kunnen terechtkomen in een toestand van |
belangenvermenging. | belangenvermenging. |
Als de bepalingen van dit artikel niet worden nageleefd is de | Als de bepalingen van dit artikel niet worden nageleefd is de |
beslissing tot toekenning van een subsidie nietig. Eventueel reeds | beslissing tot toekenning van een subsidie nietig. Eventueel reeds |
uitgekeerde bedragen worden volledig teruggestort. | uitgekeerde bedragen worden volledig teruggestort. |
HOOFDSTUK 5. - Beroep bij de minister | HOOFDSTUK 5. - Beroep bij de minister |
Art. 22.De aanvrager kan, binnen een termijn van dertig kalenderdagen |
Art. 22.De aanvrager kan, binnen een termijn van dertig kalenderdagen |
na de betekening van de volgende beslissingen, per aangetekende brief | na de betekening van de volgende beslissingen, per aangetekende brief |
een beroep instellen bij de minister tegen : | een beroep instellen bij de minister tegen : |
1° de verklaring van niet-ontvankelijkheid, vermeld in artikel 6; | 1° de verklaring van niet-ontvankelijkheid, vermeld in artikel 6; |
2° de niet-toekenning van een subsidie; | 2° de niet-toekenning van een subsidie; |
3° de subsidiebeslissing. | 3° de subsidiebeslissing. |
De minister doet uitspraak binnen een termijn van drie maanden na de | De minister doet uitspraak binnen een termijn van drie maanden na de |
ontvangst van het beroep. | ontvangst van het beroep. |
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen |
Art. 23.De volgende regelingen worden opgeheven : |
Art. 23.De volgende regelingen worden opgeheven : |
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2000 houdende | 1° het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2000 houdende |
vaststelling van de nadere regels betreffende de subsidieverlening | vaststelling van de nadere regels betreffende de subsidieverlening |
voor projecten in het kader van het Kustactieplan; | voor projecten in het kader van het Kustactieplan; |
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 betreffende de | 2° het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 betreffende de |
erkenning en financiële ondersteuning van toeristisch-recreatieve | erkenning en financiële ondersteuning van toeristisch-recreatieve |
projecten en strategische plannen, gewijzigd bij de besluiten van de | projecten en strategische plannen, gewijzigd bij de besluiten van de |
Vlaamse Regering van 11 maart 2005 en 9 september 2011; | Vlaamse Regering van 11 maart 2005 en 9 september 2011; |
3° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 2005 houdende | 3° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 2005 houdende |
vaststelling van de nadere regels betreffende de subsidieverlening | vaststelling van de nadere regels betreffende de subsidieverlening |
voor projecten in het kader van het Kustactieplan 2005-2009, afgekort | voor projecten in het kader van het Kustactieplan 2005-2009, afgekort |
KAP III, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni | KAP III, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni |
2010; | 2010; |
4° het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 tot | 4° het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 tot |
machtiging van het intern verzelfstandigd agentschap "Toerisme | machtiging van het intern verzelfstandigd agentschap "Toerisme |
Vlaanderen" om ad nominatim subsidies toe te kennen. | Vlaanderen" om ad nominatim subsidies toe te kennen. |
Art. 24.De bepalingen over de verantwoording van de aanwending van |
Art. 24.De bepalingen over de verantwoording van de aanwending van |
subsidies uit het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 | subsidies uit het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 |
betreffende de erkenning en financiële ondersteuning van | betreffende de erkenning en financiële ondersteuning van |
toeristisch-recreatieve projecten en strategische plannen en het | toeristisch-recreatieve projecten en strategische plannen en het |
besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 2005 houdende vaststelling | besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 2005 houdende vaststelling |
van de nadere regels betreffende de subsidieverlening voor projecten | van de nadere regels betreffende de subsidieverlening voor projecten |
in het kader van het Kustactieplan 2005-2009, afgekort KAP III, | in het kader van het Kustactieplan 2005-2009, afgekort KAP III, |
blijven van toepassing op de verantwoording van de aanwending van | blijven van toepassing op de verantwoording van de aanwending van |
subsidies die werden toegekend in het kader van die besluiten. | subsidies die werden toegekend in het kader van die besluiten. |
Art. 25.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2013. |
Art. 25.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2013. |
Art. 26.De Vlaamse minister, bevoegd voor het toerisme, is belast met |
Art. 26.De Vlaamse minister, bevoegd voor het toerisme, is belast met |
de uitvoering van dit besluit. | de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 21 december 2012. | Brussel, 21 december 2012. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, | De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, |
Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, | Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, |
G. BOURGEOIS | G. BOURGEOIS |