Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 20/07/2012
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de deontologische code voor inspectieleden, vermeld in artikel 58 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs "
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de deontologische code voor inspectieleden, vermeld in artikel 58 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de deontologische code voor inspectieleden, vermeld in artikel 58 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
20 JULI 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van 20 JULI 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van
de deontologische code voor inspectieleden, vermeld in artikel 58 van de deontologische code voor inspectieleden, vermeld in artikel 58 van
het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs
De Vlaamse Regering, De Vlaamse Regering,
Gelet op het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van Gelet op het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van
onderwijs, artikel 58, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012 onderwijs, artikel 58, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012
betreffende de noodzakelijke bepalingen voor de organisatie van het betreffende de noodzakelijke bepalingen voor de organisatie van het
onderwijs; onderwijs;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 6 mei Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 6 mei
2010; 2010;
Gelet op protocol nr. 156 van 21 oktober 2011 houdende de conclusies Gelet op protocol nr. 156 van 21 oktober 2011 houdende de conclusies
van de onderhandelingen die werden gevoerd in de vergaderingen van van de onderhandelingen die werden gevoerd in de vergaderingen van
sectorcomité X; sectorcomité X;
Gelet op het advies 50.545/1 van de Raad van State, gegeven op 17 Gelet op het advies 50.545/1 van de Raad van State, gegeven op 17
november 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van november 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van
de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke
Kansen en Brussel; Kansen en Brussel;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.De deontologische code bedoeld in artikel 58 van het

Artikel 1.De deontologische code bedoeld in artikel 58 van het

decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, waarvan decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, waarvan
de tekst is opgenomen in de bijlage gevoegd bij dit besluit, wordt de tekst is opgenomen in de bijlage gevoegd bij dit besluit, wordt
vastgesteld. vastgesteld.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2012.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2012.

Art. 3.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met

Art. 3.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met

de uitvoering van dit besluit. de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 20 juli 2012. Brussel, 20 juli 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET P. SMET
Bijlage: De deontologische code voor de inspectieleden Bijlage: De deontologische code voor de inspectieleden
1. In uitvoering van artikel 58 van het decreet van 8 mei 2009 1. In uitvoering van artikel 58 van het decreet van 8 mei 2009
betreffende de kwaliteit van onderwijs worden de plichten van de betreffende de kwaliteit van onderwijs worden de plichten van de
inspectieleden toegelicht in de deontologische code. inspectieleden toegelicht in de deontologische code.
Die code verduidelijkt de regels die een ethisch correct professioneel Die code verduidelijkt de regels die een ethisch correct professioneel
handelen moeten waarborgen en is een referentiekader waaraan de handelen moeten waarborgen en is een referentiekader waaraan de
inspectieleden het eigen optreden en handelen kunnen toetsen. inspectieleden het eigen optreden en handelen kunnen toetsen.
Alle inspectieleden ontvangen een exemplaar van deze code en hebben de Alle inspectieleden ontvangen een exemplaar van deze code en hebben de
plicht de code na te leven. plicht de code na te leven.
Onder « inspectieleden » wordt verstaan: de inspecteurs en de Onder « inspectieleden » wordt verstaan: de inspecteurs en de
coördinerend inspecteurs die belast zijn met de uitvoering van coördinerend inspecteurs die belast zijn met de uitvoering van
opdrachten zoals vastgelegd in het hogervermeld decreet. opdrachten zoals vastgelegd in het hogervermeld decreet.
De inspecteur-generaal is onderworpen aan de deontologische code van De inspecteur-generaal is onderworpen aan de deontologische code van
de Vlaamse ambtenaren. de Vlaamse ambtenaren.
2. De inspectieleden laten zich bij de uitvoering van hun opdrachten 2. De inspectieleden laten zich bij de uitvoering van hun opdrachten
leiden door o.m. de volgende basisprincipes: leiden door o.m. de volgende basisprincipes:
1° het recht op onderwijs; 1° het recht op onderwijs;
2° de rechtspositie van de minderjarige en zijn vertegenwoordiger 2° de rechtspositie van de minderjarige en zijn vertegenwoordiger
(leerplichtonderwijs) of van de cursist; (leerplichtonderwijs) of van de cursist;
3° de vrijheid van onderwijs; 3° de vrijheid van onderwijs;
4° de vrijheid van pedagogische methodes; 4° de vrijheid van pedagogische methodes;
5° de autonomie van de instelling; 5° de autonomie van de instelling;
6° het respect voor de professionaliteit van de personeelsleden van de 6° het respect voor de professionaliteit van de personeelsleden van de
instellingen; instellingen;
7° het respect voor het privéleven. 7° het respect voor het privéleven.
3. Bij de uitoefening van hun taak houden de inspectieleden rekening 3. Bij de uitoefening van hun taak houden de inspectieleden rekening
met de maatschappelijke context en met de autonomie van de instelling, met de maatschappelijke context en met de autonomie van de instelling,
voor zover de instelling niet in tegenspraak handelt met de voor zover de instelling niet in tegenspraak handelt met de
regelgeving waaraan de instelling zich moet houden. Dat impliceert regelgeving waaraan de instelling zich moet houden. Dat impliceert
o.m.: o.m.:
1° het respect voor de beleidsprioriteiten van een instelling; 1° het respect voor de beleidsprioriteiten van een instelling;
2° het respect voor de (persoon van de) onderwijsparticipanten; 2° het respect voor de (persoon van de) onderwijsparticipanten;
3° het correct omgaan met de informatie die ter beschikking wordt 3° het correct omgaan met de informatie die ter beschikking wordt
gesteld van de inspectie; gesteld van de inspectie;
4° de onthouding van uitspraken die begrepen zouden kunnen worden als 4° de onthouding van uitspraken die begrepen zouden kunnen worden als
een oordeel over de rol van het bestuur en het functioneren van een een oordeel over de rol van het bestuur en het functioneren van een
individueel personeelslid; individueel personeelslid;
5° het rekening houden met de context van de instelling. 5° het rekening houden met de context van de instelling.
4. De inspectieleden oefenen hun ambt op een objectieve wijze uit. Dat 4. De inspectieleden oefenen hun ambt op een objectieve wijze uit. Dat
houdt in dat zij: houdt in dat zij:
1° alle instellingen ongebonden en zonder vooroordelen behandelen; 1° alle instellingen ongebonden en zonder vooroordelen behandelen;
2° een onafhankelijke houding aannemen tegenover alle partijen en 2° een onafhankelijke houding aannemen tegenover alle partijen en
belangengroepen; belangengroepen;
3° erover waken dat er geen belangenvermenging mogelijk is vanwege 3° erover waken dat er geen belangenvermenging mogelijk is vanwege
opdrachten, mandaten of professionele verbanden. opdrachten, mandaten of professionele verbanden.
4° bij uitvoering van opdrachten, waar een schijn van 4° bij uitvoering van opdrachten, waar een schijn van
belangenvermenging zou kunnen ontstaan, (bijvoorbeeld vanwege belangenvermenging zou kunnen ontstaan, (bijvoorbeeld vanwege
familiale banden) de inspecteur-generaal daarvan op de hoogte brengen; familiale banden) de inspecteur-generaal daarvan op de hoogte brengen;
Dit betekent dat de inspectieleden o.m. de volgende initiatieven niet Dit betekent dat de inspectieleden o.m. de volgende initiatieven niet
mogen nemen: mogen nemen:
a) actief bijdragen aan begeleidings- of instellingsgebonden vormings- a) actief bijdragen aan begeleidings- of instellingsgebonden vormings-
en nascholingsinitiatieven met betrekking tot aspecten van het en nascholingsinitiatieven met betrekking tot aspecten van het
onderwijs die het voorwerp van toezicht door de inspectie kunnen onderwijs die het voorwerp van toezicht door de inspectie kunnen
uitmaken en die georganiseerd worden voor één of meerdere uitmaken en die georganiseerd worden voor één of meerdere
instelling(en) waarover de inspectie toezicht houdt; instelling(en) waarover de inspectie toezicht houdt;
b) initiatieven nemen die tot het bevoegdheidspakket van de b) initiatieven nemen die tot het bevoegdheidspakket van de
pedagogische begeleiding behoren; pedagogische begeleiding behoren;
c) meewerken aan de productie, publicatie of promotie van middelen en c) meewerken aan de productie, publicatie of promotie van middelen en
methodes die erop gericht zijn de reglementair vastgelegde methodes die erop gericht zijn de reglementair vastgelegde
verplichtingen of doelstellingen van de instellingen te bereiken. De verplichtingen of doelstellingen van de instellingen te bereiken. De
inspectieleden kunnen geen nieuwe overeenkomsten aangaan of bestaande inspectieleden kunnen geen nieuwe overeenkomsten aangaan of bestaande
overeenkomsten verlengen en moeten maatregelen nemen om de uitvoering overeenkomsten verlengen en moeten maatregelen nemen om de uitvoering
van lopende verbintenissen, indien mogelijk, te beëindigen. van lopende verbintenissen, indien mogelijk, te beëindigen.
Als uitzondering op c) is het meewerken aan wetenschappelijk onderzoek Als uitzondering op c) is het meewerken aan wetenschappelijk onderzoek
toegestaan. toegestaan.
5. De inspectieleden werken professioneel. 5. De inspectieleden werken professioneel.
Dat blijkt onder meer uit: Dat blijkt onder meer uit:
1° het engagement om constructief mee te werken aan de ontwikkeling 1° het engagement om constructief mee te werken aan de ontwikkeling
van de onderwijsinspectie als lerende organisatie; van de onderwijsinspectie als lerende organisatie;
2° de wijze waarop ze de inspectie vertegenwoordigen in de contacten 2° de wijze waarop ze de inspectie vertegenwoordigen in de contacten
met het onderwijsveld, de kunst-, cultuur- en welzijnssector, het met het onderwijsveld, de kunst-, cultuur- en welzijnssector, het
bedrijfsleven, de arbeidsmarkt enzovoort; bedrijfsleven, de arbeidsmarkt enzovoort;
3° hun inspanningen om hun deskundigheid als inspectielid te 3° hun inspanningen om hun deskundigheid als inspectielid te
versterken via persoonlijke studie en nascholing; versterken via persoonlijke studie en nascholing;
4° het streven om instellingen en personeelsleden zo weinig mogelijk 4° het streven om instellingen en personeelsleden zo weinig mogelijk
extra te belasten bij onderzoeken en doorlichtingen; extra te belasten bij onderzoeken en doorlichtingen;
5° de wijze waarop ze hun werk organiseren; 5° de wijze waarop ze hun werk organiseren;
6° het respecteren van het gezag van de leidinggevende. 6° het respecteren van het gezag van de leidinggevende.
6. De inspectieleden zijn loyaal in hun relatie tot collega's. 6. De inspectieleden zijn loyaal in hun relatie tot collega's.
Dat houdt in dat zij: Dat houdt in dat zij:
1° zich bij opdrachten in teamverband houden aan de regels die 1° zich bij opdrachten in teamverband houden aan de regels die
noodzakelijk zijn voor een goede teamwerking. Op het gebied van noodzakelijk zijn voor een goede teamwerking. Op het gebied van
besluitvorming impliceert dat het nastreven van consensus; besluitvorming impliceert dat het nastreven van consensus;
2° steun bieden aan hun collega's via opbouwende opmerkingen en via 2° steun bieden aan hun collega's via opbouwende opmerkingen en via
het aanbrengen van ideeën om resultaten te verbeteren; het aanbrengen van ideeën om resultaten te verbeteren;
3° geen waardeoordeel over collega's uitspreken; 3° geen waardeoordeel over collega's uitspreken;
4° bereid zijn informatie die nuttig kan zijn voor collega's, ter 4° bereid zijn informatie die nuttig kan zijn voor collega's, ter
beschikking stellen; beschikking stellen;
5° vastgelegde afspraken respecteren; 5° vastgelegde afspraken respecteren;
6° hun professionele relaties baseren op wederzijds respect, 6° hun professionele relaties baseren op wederzijds respect,
solidariteit, ploeggeest, zelfdiscipline en billijkheid. solidariteit, ploeggeest, zelfdiscipline en billijkheid.
7. De inspectieleden komen hun ambtsverplichtingen na. Bij twijfel 7. De inspectieleden komen hun ambtsverplichtingen na. Bij twijfel
over de uitvoering ervan, raadpleegt de inspecteur of de coördinerend over de uitvoering ervan, raadpleegt de inspecteur of de coördinerend
inspecteur, de inspecteur-generaal; de inspecteur-generaal raadpleegt inspecteur, de inspecteur-generaal; de inspecteur-generaal raadpleegt
de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs. de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
8. Inspectieleden kunnen een persoonlijk standpunt te kennen geven. 8. Inspectieleden kunnen een persoonlijk standpunt te kennen geven.
Publieke standpunten namens de inspectie worden vertolkt door de Publieke standpunten namens de inspectie worden vertolkt door de
inspecteur-generaal of het personeelslid dat daartoe gemandateerd inspecteur-generaal of het personeelslid dat daartoe gemandateerd
wordt. wordt.
Zonder mandaat kan geen enkele inspecteur of geen enkele coördinerend Zonder mandaat kan geen enkele inspecteur of geen enkele coördinerend
inspecteur de inspectie binden ten aanzien van derden. inspecteur de inspectie binden ten aanzien van derden.
9. Er geldt voor de inspectieleden een voorafgaande meldingsplicht 9. Er geldt voor de inspectieleden een voorafgaande meldingsplicht
voor actieve bijdrage aan initiatieven die niet uitgaan van de voor actieve bijdrage aan initiatieven die niet uitgaan van de
inspecteur-generaal, maar die invloed hebben op het onderwijs. Dit inspecteur-generaal, maar die invloed hebben op het onderwijs. Dit
betekent dat inspecteurs en coördinerend inspecteurs vooraf met de betekent dat inspecteurs en coördinerend inspecteurs vooraf met de
inspecteur-generaal overleggen. inspecteur-generaal overleggen.
10. Het is de inspectieleden verboden om rechtstreeks of via een 10. Het is de inspectieleden verboden om rechtstreeks of via een
tussenpersoon, zelfs buiten hun ambt maar omwille ervan, giften, tussenpersoon, zelfs buiten hun ambt maar omwille ervan, giften,
geschenken, beloningen of enig ander voordeel aan te nemen. geschenken, beloningen of enig ander voordeel aan te nemen.
11. Inspecteurs of coördinerend inspecteurs mogen naast hun 11. Inspecteurs of coördinerend inspecteurs mogen naast hun
inspectieambt slechts mits het uitdrukkelijk akkoord van de inspectieambt slechts mits het uitdrukkelijk akkoord van de
inspecteur-generaal, andere activiteiten verrichten die een inspecteur-generaal, andere activiteiten verrichten die een
inhoudelijke verwevenheid vertonen met hun inspectieambt of gebruik inhoudelijke verwevenheid vertonen met hun inspectieambt of gebruik
maken van het prestige van hun ambt. De inspecteur-generaal laat zich maken van het prestige van hun ambt. De inspecteur-generaal laat zich
bij zijn toestemming leiden door het algemene principe dat deze bij zijn toestemming leiden door het algemene principe dat deze
activiteiten de uitoefening van het inspectieambt niet mogen activiteiten de uitoefening van het inspectieambt niet mogen
beïnvloeden en ze geen gebruik maken van de waardigheid en kennis als beïnvloeden en ze geen gebruik maken van de waardigheid en kennis als
inspecteur. inspecteur.
12. De inspectieleden respecteren het ambtsgeheim. 12. De inspectieleden respecteren het ambtsgeheim.
Dat houdt o.m. in dat zij: Dat houdt o.m. in dat zij:
1° de plicht hebben om informatie geheim te houden voor iedereen die 1° de plicht hebben om informatie geheim te houden voor iedereen die
niet bevoegd is om er kennis van te nemen; niet bevoegd is om er kennis van te nemen;
2° de reglementering op de privacy en de bescherming van 2° de reglementering op de privacy en de bescherming van
persoonsgegevens nauwgezet naleven; persoonsgegevens nauwgezet naleven;
3° alle gegevens met betrekking tot individuen (leerlingen, 3° alle gegevens met betrekking tot individuen (leerlingen,
personeelsleden en andere natuurlijke personen) strikt vertrouwelijk personeelsleden en andere natuurlijke personen) strikt vertrouwelijk
behandelen. behandelen.
13. Voor de inspecteur-generaal gelden dezelfde regels op het vlak van 13. Voor de inspecteur-generaal gelden dezelfde regels op het vlak van
deontologie en integriteit als deze die op de Vlaamse ambtenaren van deontologie en integriteit als deze die op de Vlaamse ambtenaren van
toepassing zijn. toepassing zijn.
14. Er wordt een interne deontologische adviescommissie (IDAC) 14. Er wordt een interne deontologische adviescommissie (IDAC)
opgericht. opgericht.
1° De interne deontologische adviescommissie verstrekt een intern 1° De interne deontologische adviescommissie verstrekt een intern
advies over de toepassing, de interpretatie en de evaluatie van de advies over de toepassing, de interpretatie en de evaluatie van de
deontologische code. deontologische code.
2° Zo nodig kan de interne deontologische adviescommissie onderzoeken 2° Zo nodig kan de interne deontologische adviescommissie onderzoeken
in welke mate de handeling die ter discussie staat, een negatieve in welke mate de handeling die ter discussie staat, een negatieve
invloed kan hebben op het vertrouwen van het publiek of in welke mate invloed kan hebben op het vertrouwen van het publiek of in welke mate
die handeling tegenstrijdig is met het behartigen van het belang van die handeling tegenstrijdig is met het behartigen van het belang van
het onderwijs. het onderwijs.
3° De interne deontologische adviescommissie kan in de volgende 3° De interne deontologische adviescommissie kan in de volgende
gevallen om advies gevraagd worden met betrekking tot de toepassing, gevallen om advies gevraagd worden met betrekking tot de toepassing,
de interpretatie en de evaluatie van de deontologische code de interpretatie en de evaluatie van de deontologische code
a. bij twijfel vanwege de inspecteur-generaal; a. bij twijfel vanwege de inspecteur-generaal;
b. bij twijfel vanwege een inspecteur of coördinerend inspecteur met b. bij twijfel vanwege een inspecteur of coördinerend inspecteur met
betrekking tot de interpretatie die door de inspecteur-generaal wordt betrekking tot de interpretatie die door de inspecteur-generaal wordt
gegeven. gegeven.
4° De interne deontologische adviescommissie zal de vraagsteller(s) en 4° De interne deontologische adviescommissie zal de vraagsteller(s) en
wie betrokken is bij de vraag, horen bij de vraag om advies. wie betrokken is bij de vraag, horen bij de vraag om advies.
5° De interne deontologische adviescommissie respecteert de volgende 5° De interne deontologische adviescommissie respecteert de volgende
procedures: procedures:
a. de leden van de IDAC zijn tot het ambtsgeheim gehouden; a. de leden van de IDAC zijn tot het ambtsgeheim gehouden;
b. de IDAC maakt haar advies gelijktijdig bekend aan de b. de IDAC maakt haar advies gelijktijdig bekend aan de
inspectieleden; inspectieleden;
c. de IDAC brengt niet-bindende adviezen uit. c. de IDAC brengt niet-bindende adviezen uit.
6° De interne deontologische adviescommissie is als volgt 6° De interne deontologische adviescommissie is als volgt
samengesteld: samengesteld:
a. de inspecteur-generaal als voorzitter; a. de inspecteur-generaal als voorzitter;
b. twee vertegenwoordigers van de inspecteurs of hun plaatsvervangers b. twee vertegenwoordigers van de inspecteurs of hun plaatsvervangers
gekozen uit een lijst van inspecteurs goedgekeurd door het gekozen uit een lijst van inspecteurs goedgekeurd door het
onderhandelingscomité van de inspectie; onderhandelingscomité van de inspectie;
c. twee coördinerend inspecteurs of hun plaatsvervangers; c. twee coördinerend inspecteurs of hun plaatsvervangers;
d. eventueel experten die de commissie bijstaan. d. eventueel experten die de commissie bijstaan.
Als de adviesvraag over een situatie gaat waarbij een lid van de Als de adviesvraag over een situatie gaat waarbij een lid van de
adviescommissie betrokken is, wordt het lid in kwestie vervangen. adviescommissie betrokken is, wordt het lid in kwestie vervangen.
7° De interne deontologische adviescommissie beslist in principe bij 7° De interne deontologische adviescommissie beslist in principe bij
consensus. consensus.
Als er geen consensus kan worden bereikt, is een gewone meerderheid Als er geen consensus kan worden bereikt, is een gewone meerderheid
voldoende. voldoende.
8° De interne deontologische adviescommissie stelt een 8° De interne deontologische adviescommissie stelt een
werkingsreglement op. werkingsreglement op.
15. Voor de inspectieleden die hun inspectietaken uitoefenen onder de 15. Voor de inspectieleden die hun inspectietaken uitoefenen onder de
verantwoordelijkheid van een andere entiteit of dienst bij de Vlaamse verantwoordelijkheid van een andere entiteit of dienst bij de Vlaamse
overheid of van een andere organisatie, geldt de deontologie die van overheid of van een andere organisatie, geldt de deontologie die van
toepassing is in de entiteit, dienst of organisatie waarin ze toepassing is in de entiteit, dienst of organisatie waarin ze
tewerkgesteld zijn. tewerkgesteld zijn.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering
van 20 juli 2012. tot vaststelling van de deontologische code voor van 20 juli 2012. tot vaststelling van de deontologische code voor
inspectieleden, vermeld in artikel 58 van het decreet van 8 mei 2009 inspectieleden, vermeld in artikel 58 van het decreet van 8 mei 2009
betreffende de kwaliteit van onderwijs. betreffende de kwaliteit van onderwijs.
Brussel, 20 juli 2012. Brussel, 20 juli 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET P. SMET
^