Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van pilootprojecten ter voorbereiding op de hervorming van het deeltijds kunstonderwijs | Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van pilootprojecten ter voorbereiding op de hervorming van het deeltijds kunstonderwijs |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
20 APRIL 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de | 20 APRIL 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de |
organisatie van pilootprojecten ter voorbereiding op de hervorming van | organisatie van pilootprojecten ter voorbereiding op de hervorming van |
het deeltijds kunstonderwijs | het deeltijds kunstonderwijs |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der | Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der |
instellingen, artikel 87, § 1; | instellingen, artikel 87, § 1; |
Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, | Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, |
artikel 90, 1° en artikel 93, § 2; | artikel 90, 1° en artikel 93, § 2; |
Gelet op het decreet van 10 juli 2008 houdende enkele dringende | Gelet op het decreet van 10 juli 2008 houdende enkele dringende |
maatregelen voor het deeltijds kunstonderwijs, artikel 8ter, ingevoegd | maatregelen voor het deeltijds kunstonderwijs, artikel 8ter, ingevoegd |
bij het decreet van 23 december 2011; | bij het decreet van 23 december 2011; |
Gelet op het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de | Gelet op het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de |
begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle | begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle |
op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof, artikel 57; | op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof, artikel 57; |
Gelet op het decreet van 23 december 2011 houdende de algemene | Gelet op het decreet van 23 december 2011 houdende de algemene |
uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar | uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar |
2012; | 2012; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 26 januari 2012; | begroting, gegeven op 26 januari 2012; |
Gelet op advies nr. 50.939/1 van de Raad van State, gegeven op 6 maart | Gelet op advies nr. 50.939/1 van de Raad van State, gegeven op 6 maart |
2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de | 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke | Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke |
kansen en Brussel; | kansen en Brussel; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.§ 1. Dit besluit regelt de voorwaarden waaronder |
Artikel 1.§ 1. Dit besluit regelt de voorwaarden waaronder |
pilootprojecten hervorming deeltijds kunstonderwijs kunnen worden | pilootprojecten hervorming deeltijds kunstonderwijs kunnen worden |
toegewezen en georganiseerd. | toegewezen en georganiseerd. |
§ 2. De projecten bestrijken de periode van 1 september 2012 tot en | § 2. De projecten bestrijken de periode van 1 september 2012 tot en |
met 31 augustus 2014. | met 31 augustus 2014. |
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° lerarenopleiding : een specifieke lerarenopleiding die aansluit op | 1° lerarenopleiding : een specifieke lerarenopleiding die aansluit op |
een vakinhoudelijke opleiding in de kunsten of een geïntegreerde | een vakinhoudelijke opleiding in de kunsten of een geïntegreerde |
lerarenopleiding in de onderwijsvakken muzikale opvoeding, plastische | lerarenopleiding in de onderwijsvakken muzikale opvoeding, plastische |
opvoeding of project kunstvakken; | opvoeding of project kunstvakken; |
2° domeinoverschrijdend : een inhoudelijke benadering van een | 2° domeinoverschrijdend : een inhoudelijke benadering van een |
opleiding waarbij ofwel de artistieke domeinen beeld, dans, drama, | opleiding waarbij ofwel de artistieke domeinen beeld, dans, drama, |
muziek en mediakunst gelijkmatig aan bod komen, ofwel een van die | muziek en mediakunst gelijkmatig aan bod komen, ofwel een van die |
domeinen het uitgangspunt vormt van de opleiding en tegelijkertijd | domeinen het uitgangspunt vormt van de opleiding en tegelijkertijd |
inhoudelijke verbindingen gemaakt worden met de andere domeinen; | inhoudelijke verbindingen gemaakt worden met de andere domeinen; |
3° initiatieopleiding : een artistieke opleiding voor zes- en | 3° initiatieopleiding : een artistieke opleiding voor zes- en |
zevenjarigen die nog nooit deeltijds kunstonderwijs gevolgd hebben; | zevenjarigen die nog nooit deeltijds kunstonderwijs gevolgd hebben; |
4° academie : een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die hetzij | 4° academie : een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die hetzij |
de studierichting beeldende kunst, hetzij de studierichting muziek en | de studierichting beeldende kunst, hetzij de studierichting muziek en |
een of meer andere studierichtingen organiseert, of een kunstacademie | een of meer andere studierichtingen organiseert, of een kunstacademie |
zoals bedoeld in artikel 91, 11°, van het decreet van 31 juli 1990 | zoals bedoeld in artikel 91, 11°, van het decreet van 31 juli 1990 |
betreffende het onderwijs-II; | betreffende het onderwijs-II; |
5° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs; | 5° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs; |
6° het organisatiebesluit Beeldende Kunst : het besluit van de Vlaamse | 6° het organisatiebesluit Beeldende Kunst : het besluit van de Vlaamse |
Regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie van het deeltijds | Regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie van het deeltijds |
kunstonderwijs, studierichting beeldende kunst; | kunstonderwijs, studierichting beeldende kunst; |
7° het organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans : het besluit van | 7° het organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans : het besluit van |
de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie van het | de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie van het |
deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans. | deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans. |
Art. 3.§ 1. De pedagogische begeleidingsdiensten en/of de hogescholen |
Art. 3.§ 1. De pedagogische begeleidingsdiensten en/of de hogescholen |
die een lerarenopleiding organiseren, kunnen voorstellen voor | die een lerarenopleiding organiseren, kunnen voorstellen voor |
pilootprojecten indienen voor ten minste een van de volgende thema's : | pilootprojecten indienen voor ten minste een van de volgende thema's : |
1° de domeinoverschrijdende focus in de initiatieopleiding; | 1° de domeinoverschrijdende focus in de initiatieopleiding; |
2° de wisselwerking en inhoudelijke afstemming tussen de verschillende | 2° de wisselwerking en inhoudelijke afstemming tussen de verschillende |
componenten van de muziekopleiding in de lagere graad; | componenten van de muziekopleiding in de lagere graad; |
3° de competentiegerichte inschaling en evaluatie van leerlingen. | 3° de competentiegerichte inschaling en evaluatie van leerlingen. |
Voor de realisatie van het pilootproject sluiten de indieners een | Voor de realisatie van het pilootproject sluiten de indieners een |
samenwerkingsovereenkomst met minstens vier academies. | samenwerkingsovereenkomst met minstens vier academies. |
§ 2. De projecten passen in de opzet om de hervorming van het | § 2. De projecten passen in de opzet om de hervorming van het |
deeltijds kunstonderwijs voor te bereiden. | deeltijds kunstonderwijs voor te bereiden. |
De projecten beogen : | De projecten beogen : |
1° het concretiseren van de voorstellen uit de conceptnota op het | 1° het concretiseren van de voorstellen uit de conceptnota op het |
niveau van de academie en de klas; | niveau van de academie en de klas; |
2° het opbouwen en verspreiden van pedagogische en didactische | 2° het opbouwen en verspreiden van pedagogische en didactische |
expertise op het gebied van de thema's, vermeld in § 1; | expertise op het gebied van de thema's, vermeld in § 1; |
3° het zich bewust worden en versterken van nieuwe competenties bij | 3° het zich bewust worden en versterken van nieuwe competenties bij |
leerkrachten, directeuren, pedagogische begeleiders en | leerkrachten, directeuren, pedagogische begeleiders en |
lerarenopleiders; | lerarenopleiders; |
4° het in kaart brengen van de impact van de voorstellen in de | 4° het in kaart brengen van de impact van de voorstellen in de |
conceptnota op de schoolorganisatie; | conceptnota op de schoolorganisatie; |
5° het bevorderen van netwerking tussen de leerkrachten, directeuren, | 5° het bevorderen van netwerking tussen de leerkrachten, directeuren, |
pedagogische begeleiders en lerarenopleiders. | pedagogische begeleiders en lerarenopleiders. |
§ 3. In het kader van de projecten met betrekking tot het eerste | § 3. In het kader van de projecten met betrekking tot het eerste |
thema, vermeld in paragraaf 1, organiseren de deelnemende academies | thema, vermeld in paragraaf 1, organiseren de deelnemende academies |
gedurende de schooljaren 2012-2013 en 2013-2014 een | gedurende de schooljaren 2012-2013 en 2013-2014 een |
domeinoverschrijdende initiatieopleiding, waarbij er klasgroepen | domeinoverschrijdende initiatieopleiding, waarbij er klasgroepen |
gevormd worden met minstens tien leerlingen die minstens twee | gevormd worden met minstens tien leerlingen die minstens twee |
wekelijkse lestijden volgen. | wekelijkse lestijden volgen. |
§ 4. Als de noodzaak wordt gemotiveerd, kunnen de deelnemende | § 4. Als de noodzaak wordt gemotiveerd, kunnen de deelnemende |
academies in het kader van de projecten met betrekking tot het tweede | academies in het kader van de projecten met betrekking tot het tweede |
thema, vermeld in § 1, afwijken van de bepalingen over lessenroosters | thema, vermeld in § 1, afwijken van de bepalingen over lessenroosters |
in artikel 7, 1°, en artikel 10, de bepaling over minimumleerplannen | in artikel 7, 1°, en artikel 10, de bepaling over minimumleerplannen |
in artikel 12, de bepalingen over toelatings- en overgangsvereisten in | in artikel 12, de bepalingen over toelatings- en overgangsvereisten in |
artikel 14, 2° en 3°, en artikel 15, 2° en 3°, en de bepalingen over | artikel 14, 2° en 3°, en artikel 15, 2° en 3°, en de bepalingen over |
evaluatie en proeven in artikel 32 tot en met 35 van het | evaluatie en proeven in artikel 32 tot en met 35 van het |
organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans. | organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans. |
§ 5. Als de noodzaak wordt gemotiveerd, kunnen de deelnemende | § 5. Als de noodzaak wordt gemotiveerd, kunnen de deelnemende |
academies in het kader van de projecten met betrekking tot het derde | academies in het kader van de projecten met betrekking tot het derde |
thema, vermeld in § 1, afwijken van de bepalingen over toelatings- en | thema, vermeld in § 1, afwijken van de bepalingen over toelatings- en |
overgangsvereisten in artikel 12 tot en met 17 van het | overgangsvereisten in artikel 12 tot en met 17 van het |
organisatiebesluit Beeldende Kunst, artikel 14 tot en met 28 van het | organisatiebesluit Beeldende Kunst, artikel 14 tot en met 28 van het |
organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans, en de bepalingen over | organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans, en de bepalingen over |
evaluatie en proeven in artikel 19 tot en met 27 van het | evaluatie en proeven in artikel 19 tot en met 27 van het |
organisatiebesluit Beeldende Kunst en artikel 29 tot en met 40 van het | organisatiebesluit Beeldende Kunst en artikel 29 tot en met 40 van het |
organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans. | organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans. |
Art. 4.De oproep wordt bekendgemaakt via de daartoe geschikte kanalen |
Art. 4.De oproep wordt bekendgemaakt via de daartoe geschikte kanalen |
van het Agentschap voor Onderwijscommunicatie. Het bericht vermeldt de | van het Agentschap voor Onderwijscommunicatie. Het bericht vermeldt de |
vormelijke en inhoudelijke vereisten waaraan de voorstellen voor | vormelijke en inhoudelijke vereisten waaraan de voorstellen voor |
pilootprojecten moeten voldoen. | pilootprojecten moeten voldoen. |
Art. 5.De voorstellen voor pilootprojecten worden uiterlijk op 27 |
Art. 5.De voorstellen voor pilootprojecten worden uiterlijk op 27 |
april 2012 op elektronische wijze ingediend in de vorm van een | april 2012 op elektronische wijze ingediend in de vorm van een |
projectfiche waarvan het model door de minister wordt bepaald. Alleen | projectfiche waarvan het model door de minister wordt bepaald. Alleen |
projectfiches die verzonden zijn naar het e-mailadres dat vermeld | projectfiches die verzonden zijn naar het e-mailadres dat vermeld |
wordt in de projectoproep, zijn ontvankelijk. | wordt in de projectoproep, zijn ontvankelijk. |
De indieners van een voorstel wijzen een projectverantwoordelijke aan | De indieners van een voorstel wijzen een projectverantwoordelijke aan |
die optreedt als contactpersoon voor het Vlaams Ministerie van | die optreedt als contactpersoon voor het Vlaams Ministerie van |
Onderwijs en Vorming. | Onderwijs en Vorming. |
Zodra het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming de projectfiche | Zodra het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming de projectfiche |
ontvangt, verbindt het zich ertoe binnen twee werkdagen een | ontvangt, verbindt het zich ertoe binnen twee werkdagen een |
ontvangstbewijs te mailen naar de projectverantwoordelijke. | ontvangstbewijs te mailen naar de projectverantwoordelijke. |
Art. 6.De voorstellen worden beoordeeld op basis van de volgende |
Art. 6.De voorstellen worden beoordeeld op basis van de volgende |
criteria : | criteria : |
1° de inhoudelijke relevantie en opportuniteit binnen het geheel van | 1° de inhoudelijke relevantie en opportuniteit binnen het geheel van |
de bepalingen van artikel 3, §§ 1 en 2; | de bepalingen van artikel 3, §§ 1 en 2; |
2° de kwaliteit van het project op het vlak van de doelmatige en | 2° de kwaliteit van het project op het vlak van de doelmatige en |
gefaseerde aanpak en de verwachte projectresultaten; | gefaseerde aanpak en de verwachte projectresultaten; |
3° de mate waarin de projectpartners maatregelen nemen om de opgedane | 3° de mate waarin de projectpartners maatregelen nemen om de opgedane |
ervaringen en expertise in kaart te brengen en doelgerichte | ervaringen en expertise in kaart te brengen en doelgerichte |
initiatieven opzetten om de transfer naar zo veel mogelijk academies | initiatieven opzetten om de transfer naar zo veel mogelijk academies |
en lerarenopleidingen te realiseren; | en lerarenopleidingen te realiseren; |
4° de mate waarin academies, pedagogische begeleidingsdiensten, | 4° de mate waarin academies, pedagogische begeleidingsdiensten, |
lerarenopleidingen en andere relevante instanties of deskundigen in | lerarenopleidingen en andere relevante instanties of deskundigen in |
het project samenwerken; | het project samenwerken; |
5° de verhouding tussen de verwachte output en de gevraagde subsidies; | 5° de verhouding tussen de verwachte output en de gevraagde subsidies; |
6° de redelijke verdeling van de pilootprojecten over de verschillende | 6° de redelijke verdeling van de pilootprojecten over de verschillende |
thema's en studierichtingen van het deeltijds kunstonderwijs; | thema's en studierichtingen van het deeltijds kunstonderwijs; |
7° de mate van betrokkenheid van het personeel. | 7° de mate van betrokkenheid van het personeel. |
Art. 7.Een commissie die bestaat uit ambtenaren en externe experts |
Art. 7.Een commissie die bestaat uit ambtenaren en externe experts |
met deskundigheid in de thema's vermeld in artikel 3, § 1, en die | met deskundigheid in de thema's vermeld in artikel 3, § 1, en die |
samengesteld is door de minister, maakt vóór 18 mei 2012 een | samengesteld is door de minister, maakt vóór 18 mei 2012 een |
gemotiveerde rangschikking van de voorstellen op basis van de | gemotiveerde rangschikking van de voorstellen op basis van de |
criteria, vermeld in artikel 6. | criteria, vermeld in artikel 6. |
Art. 8.De minister deelt vóór 7 juni 2012 de selectie van de |
Art. 8.De minister deelt vóór 7 juni 2012 de selectie van de |
goedgekeurde projecten mee aan de indieners van de pilootprojecten. | goedgekeurde projecten mee aan de indieners van de pilootprojecten. |
Art. 9.§ 1. Op basis van het advies van de selectiecommissie legt de |
Art. 9.§ 1. Op basis van het advies van de selectiecommissie legt de |
minister per project het subsidiebedrag vast. Aan een geselecteerd | minister per project het subsidiebedrag vast. Aan een geselecteerd |
pilootproject waaraan minstens vier academies deelnemen, wordt per | pilootproject waaraan minstens vier academies deelnemen, wordt per |
volledig schooljaar maximaal 75.000 euro toegekend. De subsidies | volledig schooljaar maximaal 75.000 euro toegekend. De subsidies |
kunnen uitsluitend besteed worden aan personeels- en werkingskosten | kunnen uitsluitend besteed worden aan personeels- en werkingskosten |
ten gevolge van de begeleiding en ondersteuning van de deelnemende | ten gevolge van de begeleiding en ondersteuning van de deelnemende |
academies, het in kaart brengen van de opgedane ervaring en expertise | academies, het in kaart brengen van de opgedane ervaring en expertise |
en de transfer naar andere academies en lerarenopleidingen. | en de transfer naar andere academies en lerarenopleidingen. |
§ 2. Aan een geselecteerd pilootproject in het thema | § 2. Aan een geselecteerd pilootproject in het thema |
'domeinoverschrijdende focus' wordt per schooljaar bijkomend maximaal | 'domeinoverschrijdende focus' wordt per schooljaar bijkomend maximaal |
36.000 euro toegekend. | 36.000 euro toegekend. |
De subsidies kunnen uitsluitend besteed worden aan personeelskosten | De subsidies kunnen uitsluitend besteed worden aan personeelskosten |
ten gevolge van het organiseren van een domeinoverschrijdende | ten gevolge van het organiseren van een domeinoverschrijdende |
initiatieopleiding zoals bedoeld in artikel 3, § 3. | initiatieopleiding zoals bedoeld in artikel 3, § 3. |
Art. 10.§ 1. De jaarlijkse verslaggeving gebeurt in samenspraak met |
Art. 10.§ 1. De jaarlijkse verslaggeving gebeurt in samenspraak met |
alle projectpartners en wordt elektronisch bezorgd aan het Vlaams | alle projectpartners en wordt elektronisch bezorgd aan het Vlaams |
Ministerie van Onderwijs en Vorming, uiterlijk op 1 juli van het | Ministerie van Onderwijs en Vorming, uiterlijk op 1 juli van het |
schooljaar waarop de subsidie betrekking heeft. De verslaggeving bevat | schooljaar waarop de subsidie betrekking heeft. De verslaggeving bevat |
een inhoudelijk en een financieel verslag (inclusief bewijsstukken). | een inhoudelijk en een financieel verslag (inclusief bewijsstukken). |
Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming bezorgt de vormelijke | Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming bezorgt de vormelijke |
en de inhoudelijke elementen van de verslaggeving aan de | en de inhoudelijke elementen van de verslaggeving aan de |
projectverantwoordelijke. | projectverantwoordelijke. |
§ 2. Op basis van de opgedane ervaring en expertise ontwikkelen de | § 2. Op basis van de opgedane ervaring en expertise ontwikkelen de |
projectpartners een instrument dat andere academies of | projectpartners een instrument dat andere academies of |
lerarenopleidingen kan helpen bij de implementatie van de hervorming | lerarenopleidingen kan helpen bij de implementatie van de hervorming |
deeltijds kunstonderwijs, in het bijzonder met betrekking tot de | deeltijds kunstonderwijs, in het bijzonder met betrekking tot de |
thema's, vermeld in artikel 3, § 1. Uiterlijk op 1 maart 2014 bezorgt | thema's, vermeld in artikel 3, § 1. Uiterlijk op 1 maart 2014 bezorgt |
de projectverantwoordelijke één exemplaar van het instrument in een | de projectverantwoordelijke één exemplaar van het instrument in een |
papieren versie of via een elektronische drager aan het Vlaams | papieren versie of via een elektronische drager aan het Vlaams |
Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het instrument wordt beschouwd | Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het instrument wordt beschouwd |
als eindrapport van het pilootproject. | als eindrapport van het pilootproject. |
§ 3. De projectpartners zijn bereid mee te werken aan initiatieven die | § 3. De projectpartners zijn bereid mee te werken aan initiatieven die |
het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming zal nemen ter | het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming zal nemen ter |
voorbereiding van het werkveld deeltijds kunstonderwijs op de | voorbereiding van het werkveld deeltijds kunstonderwijs op de |
hervorming. | hervorming. |
§ 4. Als de minister de jaarlijkse verslaggeving vermeld in § 1 niet | § 4. Als de minister de jaarlijkse verslaggeving vermeld in § 1 niet |
goedkeurt, kan hij beslissen het project stop te zetten. | goedkeurt, kan hij beslissen het project stop te zetten. |
Art. 11.De subsidie wordt als volgt uitbetaald : |
Art. 11.De subsidie wordt als volgt uitbetaald : |
1° een voorschot van 80 % wordt uitbetaald na de goedkeuring van het | 1° een voorschot van 80 % wordt uitbetaald na de goedkeuring van het |
pilootproject en de vastlegging van de middelen; | pilootproject en de vastlegging van de middelen; |
2° het saldo van 20 % wordt uitbetaald na de goedkeuring van het | 2° het saldo van 20 % wordt uitbetaald na de goedkeuring van het |
jaarlijkse inhoudelijke en financiële verslag, vermeld in artikel 10. | jaarlijkse inhoudelijke en financiële verslag, vermeld in artikel 10. |
Art. 12.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 13 januari 2012. |
Art. 12.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 13 januari 2012. |
Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast |
Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast |
met de uitvoering van dit besluit. | met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 20 april 2012. | Brussel, 20 april 2012. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, | De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, |
P. SMET | P. SMET |