Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 20/04/2012
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van pilootprojecten ter voorbereiding op de hervorming van het deeltijds kunstonderwijs "
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van pilootprojecten ter voorbereiding op de hervorming van het deeltijds kunstonderwijs Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van pilootprojecten ter voorbereiding op de hervorming van het deeltijds kunstonderwijs
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
20 APRIL 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de 20 APRIL 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de
organisatie van pilootprojecten ter voorbereiding op de hervorming van organisatie van pilootprojecten ter voorbereiding op de hervorming van
het deeltijds kunstonderwijs het deeltijds kunstonderwijs
De Vlaamse Regering, De Vlaamse Regering,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der
instellingen, artikel 87, § 1; instellingen, artikel 87, § 1;
Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II,
artikel 90, 1° en artikel 93, § 2; artikel 90, 1° en artikel 93, § 2;
Gelet op het decreet van 10 juli 2008 houdende enkele dringende Gelet op het decreet van 10 juli 2008 houdende enkele dringende
maatregelen voor het deeltijds kunstonderwijs, artikel 8ter, ingevoegd maatregelen voor het deeltijds kunstonderwijs, artikel 8ter, ingevoegd
bij het decreet van 23 december 2011; bij het decreet van 23 december 2011;
Gelet op het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de Gelet op het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de
begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle
op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof, artikel 57; op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof, artikel 57;
Gelet op het decreet van 23 december 2011 houdende de algemene Gelet op het decreet van 23 december 2011 houdende de algemene
uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar
2012; 2012;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
begroting, gegeven op 26 januari 2012; begroting, gegeven op 26 januari 2012;
Gelet op advies nr. 50.939/1 van de Raad van State, gegeven op 6 maart Gelet op advies nr. 50.939/1 van de Raad van State, gegeven op 6 maart
2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke
kansen en Brussel; kansen en Brussel;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.§ 1. Dit besluit regelt de voorwaarden waaronder

Artikel 1.§ 1. Dit besluit regelt de voorwaarden waaronder

pilootprojecten hervorming deeltijds kunstonderwijs kunnen worden pilootprojecten hervorming deeltijds kunstonderwijs kunnen worden
toegewezen en georganiseerd. toegewezen en georganiseerd.
§ 2. De projecten bestrijken de periode van 1 september 2012 tot en § 2. De projecten bestrijken de periode van 1 september 2012 tot en
met 31 augustus 2014. met 31 augustus 2014.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° lerarenopleiding : een specifieke lerarenopleiding die aansluit op 1° lerarenopleiding : een specifieke lerarenopleiding die aansluit op
een vakinhoudelijke opleiding in de kunsten of een geïntegreerde een vakinhoudelijke opleiding in de kunsten of een geïntegreerde
lerarenopleiding in de onderwijsvakken muzikale opvoeding, plastische lerarenopleiding in de onderwijsvakken muzikale opvoeding, plastische
opvoeding of project kunstvakken; opvoeding of project kunstvakken;
2° domeinoverschrijdend : een inhoudelijke benadering van een 2° domeinoverschrijdend : een inhoudelijke benadering van een
opleiding waarbij ofwel de artistieke domeinen beeld, dans, drama, opleiding waarbij ofwel de artistieke domeinen beeld, dans, drama,
muziek en mediakunst gelijkmatig aan bod komen, ofwel een van die muziek en mediakunst gelijkmatig aan bod komen, ofwel een van die
domeinen het uitgangspunt vormt van de opleiding en tegelijkertijd domeinen het uitgangspunt vormt van de opleiding en tegelijkertijd
inhoudelijke verbindingen gemaakt worden met de andere domeinen; inhoudelijke verbindingen gemaakt worden met de andere domeinen;
3° initiatieopleiding : een artistieke opleiding voor zes- en 3° initiatieopleiding : een artistieke opleiding voor zes- en
zevenjarigen die nog nooit deeltijds kunstonderwijs gevolgd hebben; zevenjarigen die nog nooit deeltijds kunstonderwijs gevolgd hebben;
4° academie : een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die hetzij 4° academie : een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die hetzij
de studierichting beeldende kunst, hetzij de studierichting muziek en de studierichting beeldende kunst, hetzij de studierichting muziek en
een of meer andere studierichtingen organiseert, of een kunstacademie een of meer andere studierichtingen organiseert, of een kunstacademie
zoals bedoeld in artikel 91, 11°, van het decreet van 31 juli 1990 zoals bedoeld in artikel 91, 11°, van het decreet van 31 juli 1990
betreffende het onderwijs-II; betreffende het onderwijs-II;
5° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs; 5° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;
6° het organisatiebesluit Beeldende Kunst : het besluit van de Vlaamse 6° het organisatiebesluit Beeldende Kunst : het besluit van de Vlaamse
Regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie van het deeltijds Regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie van het deeltijds
kunstonderwijs, studierichting beeldende kunst; kunstonderwijs, studierichting beeldende kunst;
7° het organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans : het besluit van 7° het organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans : het besluit van
de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie van het de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie van het
deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans. deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans.

Art. 3.§ 1. De pedagogische begeleidingsdiensten en/of de hogescholen

Art. 3.§ 1. De pedagogische begeleidingsdiensten en/of de hogescholen

die een lerarenopleiding organiseren, kunnen voorstellen voor die een lerarenopleiding organiseren, kunnen voorstellen voor
pilootprojecten indienen voor ten minste een van de volgende thema's : pilootprojecten indienen voor ten minste een van de volgende thema's :
1° de domeinoverschrijdende focus in de initiatieopleiding; 1° de domeinoverschrijdende focus in de initiatieopleiding;
2° de wisselwerking en inhoudelijke afstemming tussen de verschillende 2° de wisselwerking en inhoudelijke afstemming tussen de verschillende
componenten van de muziekopleiding in de lagere graad; componenten van de muziekopleiding in de lagere graad;
3° de competentiegerichte inschaling en evaluatie van leerlingen. 3° de competentiegerichte inschaling en evaluatie van leerlingen.
Voor de realisatie van het pilootproject sluiten de indieners een Voor de realisatie van het pilootproject sluiten de indieners een
samenwerkingsovereenkomst met minstens vier academies. samenwerkingsovereenkomst met minstens vier academies.
§ 2. De projecten passen in de opzet om de hervorming van het § 2. De projecten passen in de opzet om de hervorming van het
deeltijds kunstonderwijs voor te bereiden. deeltijds kunstonderwijs voor te bereiden.
De projecten beogen : De projecten beogen :
1° het concretiseren van de voorstellen uit de conceptnota op het 1° het concretiseren van de voorstellen uit de conceptnota op het
niveau van de academie en de klas; niveau van de academie en de klas;
2° het opbouwen en verspreiden van pedagogische en didactische 2° het opbouwen en verspreiden van pedagogische en didactische
expertise op het gebied van de thema's, vermeld in § 1; expertise op het gebied van de thema's, vermeld in § 1;
3° het zich bewust worden en versterken van nieuwe competenties bij 3° het zich bewust worden en versterken van nieuwe competenties bij
leerkrachten, directeuren, pedagogische begeleiders en leerkrachten, directeuren, pedagogische begeleiders en
lerarenopleiders; lerarenopleiders;
4° het in kaart brengen van de impact van de voorstellen in de 4° het in kaart brengen van de impact van de voorstellen in de
conceptnota op de schoolorganisatie; conceptnota op de schoolorganisatie;
5° het bevorderen van netwerking tussen de leerkrachten, directeuren, 5° het bevorderen van netwerking tussen de leerkrachten, directeuren,
pedagogische begeleiders en lerarenopleiders. pedagogische begeleiders en lerarenopleiders.
§ 3. In het kader van de projecten met betrekking tot het eerste § 3. In het kader van de projecten met betrekking tot het eerste
thema, vermeld in paragraaf 1, organiseren de deelnemende academies thema, vermeld in paragraaf 1, organiseren de deelnemende academies
gedurende de schooljaren 2012-2013 en 2013-2014 een gedurende de schooljaren 2012-2013 en 2013-2014 een
domeinoverschrijdende initiatieopleiding, waarbij er klasgroepen domeinoverschrijdende initiatieopleiding, waarbij er klasgroepen
gevormd worden met minstens tien leerlingen die minstens twee gevormd worden met minstens tien leerlingen die minstens twee
wekelijkse lestijden volgen. wekelijkse lestijden volgen.
§ 4. Als de noodzaak wordt gemotiveerd, kunnen de deelnemende § 4. Als de noodzaak wordt gemotiveerd, kunnen de deelnemende
academies in het kader van de projecten met betrekking tot het tweede academies in het kader van de projecten met betrekking tot het tweede
thema, vermeld in § 1, afwijken van de bepalingen over lessenroosters thema, vermeld in § 1, afwijken van de bepalingen over lessenroosters
in artikel 7, 1°, en artikel 10, de bepaling over minimumleerplannen in artikel 7, 1°, en artikel 10, de bepaling over minimumleerplannen
in artikel 12, de bepalingen over toelatings- en overgangsvereisten in in artikel 12, de bepalingen over toelatings- en overgangsvereisten in
artikel 14, 2° en 3°, en artikel 15, 2° en 3°, en de bepalingen over artikel 14, 2° en 3°, en artikel 15, 2° en 3°, en de bepalingen over
evaluatie en proeven in artikel 32 tot en met 35 van het evaluatie en proeven in artikel 32 tot en met 35 van het
organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans. organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans.
§ 5. Als de noodzaak wordt gemotiveerd, kunnen de deelnemende § 5. Als de noodzaak wordt gemotiveerd, kunnen de deelnemende
academies in het kader van de projecten met betrekking tot het derde academies in het kader van de projecten met betrekking tot het derde
thema, vermeld in § 1, afwijken van de bepalingen over toelatings- en thema, vermeld in § 1, afwijken van de bepalingen over toelatings- en
overgangsvereisten in artikel 12 tot en met 17 van het overgangsvereisten in artikel 12 tot en met 17 van het
organisatiebesluit Beeldende Kunst, artikel 14 tot en met 28 van het organisatiebesluit Beeldende Kunst, artikel 14 tot en met 28 van het
organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans, en de bepalingen over organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans, en de bepalingen over
evaluatie en proeven in artikel 19 tot en met 27 van het evaluatie en proeven in artikel 19 tot en met 27 van het
organisatiebesluit Beeldende Kunst en artikel 29 tot en met 40 van het organisatiebesluit Beeldende Kunst en artikel 29 tot en met 40 van het
organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans. organisatiebesluit Muziek, Woordkunst en Dans.

Art. 4.De oproep wordt bekendgemaakt via de daartoe geschikte kanalen

Art. 4.De oproep wordt bekendgemaakt via de daartoe geschikte kanalen

van het Agentschap voor Onderwijscommunicatie. Het bericht vermeldt de van het Agentschap voor Onderwijscommunicatie. Het bericht vermeldt de
vormelijke en inhoudelijke vereisten waaraan de voorstellen voor vormelijke en inhoudelijke vereisten waaraan de voorstellen voor
pilootprojecten moeten voldoen. pilootprojecten moeten voldoen.

Art. 5.De voorstellen voor pilootprojecten worden uiterlijk op 27

Art. 5.De voorstellen voor pilootprojecten worden uiterlijk op 27

april 2012 op elektronische wijze ingediend in de vorm van een april 2012 op elektronische wijze ingediend in de vorm van een
projectfiche waarvan het model door de minister wordt bepaald. Alleen projectfiche waarvan het model door de minister wordt bepaald. Alleen
projectfiches die verzonden zijn naar het e-mailadres dat vermeld projectfiches die verzonden zijn naar het e-mailadres dat vermeld
wordt in de projectoproep, zijn ontvankelijk. wordt in de projectoproep, zijn ontvankelijk.
De indieners van een voorstel wijzen een projectverantwoordelijke aan De indieners van een voorstel wijzen een projectverantwoordelijke aan
die optreedt als contactpersoon voor het Vlaams Ministerie van die optreedt als contactpersoon voor het Vlaams Ministerie van
Onderwijs en Vorming. Onderwijs en Vorming.
Zodra het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming de projectfiche Zodra het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming de projectfiche
ontvangt, verbindt het zich ertoe binnen twee werkdagen een ontvangt, verbindt het zich ertoe binnen twee werkdagen een
ontvangstbewijs te mailen naar de projectverantwoordelijke. ontvangstbewijs te mailen naar de projectverantwoordelijke.

Art. 6.De voorstellen worden beoordeeld op basis van de volgende

Art. 6.De voorstellen worden beoordeeld op basis van de volgende

criteria : criteria :
1° de inhoudelijke relevantie en opportuniteit binnen het geheel van 1° de inhoudelijke relevantie en opportuniteit binnen het geheel van
de bepalingen van artikel 3, §§ 1 en 2; de bepalingen van artikel 3, §§ 1 en 2;
2° de kwaliteit van het project op het vlak van de doelmatige en 2° de kwaliteit van het project op het vlak van de doelmatige en
gefaseerde aanpak en de verwachte projectresultaten; gefaseerde aanpak en de verwachte projectresultaten;
3° de mate waarin de projectpartners maatregelen nemen om de opgedane 3° de mate waarin de projectpartners maatregelen nemen om de opgedane
ervaringen en expertise in kaart te brengen en doelgerichte ervaringen en expertise in kaart te brengen en doelgerichte
initiatieven opzetten om de transfer naar zo veel mogelijk academies initiatieven opzetten om de transfer naar zo veel mogelijk academies
en lerarenopleidingen te realiseren; en lerarenopleidingen te realiseren;
4° de mate waarin academies, pedagogische begeleidingsdiensten, 4° de mate waarin academies, pedagogische begeleidingsdiensten,
lerarenopleidingen en andere relevante instanties of deskundigen in lerarenopleidingen en andere relevante instanties of deskundigen in
het project samenwerken; het project samenwerken;
5° de verhouding tussen de verwachte output en de gevraagde subsidies; 5° de verhouding tussen de verwachte output en de gevraagde subsidies;
6° de redelijke verdeling van de pilootprojecten over de verschillende 6° de redelijke verdeling van de pilootprojecten over de verschillende
thema's en studierichtingen van het deeltijds kunstonderwijs; thema's en studierichtingen van het deeltijds kunstonderwijs;
7° de mate van betrokkenheid van het personeel. 7° de mate van betrokkenheid van het personeel.

Art. 7.Een commissie die bestaat uit ambtenaren en externe experts

Art. 7.Een commissie die bestaat uit ambtenaren en externe experts

met deskundigheid in de thema's vermeld in artikel 3, § 1, en die met deskundigheid in de thema's vermeld in artikel 3, § 1, en die
samengesteld is door de minister, maakt vóór 18 mei 2012 een samengesteld is door de minister, maakt vóór 18 mei 2012 een
gemotiveerde rangschikking van de voorstellen op basis van de gemotiveerde rangschikking van de voorstellen op basis van de
criteria, vermeld in artikel 6. criteria, vermeld in artikel 6.

Art. 8.De minister deelt vóór 7 juni 2012 de selectie van de

Art. 8.De minister deelt vóór 7 juni 2012 de selectie van de

goedgekeurde projecten mee aan de indieners van de pilootprojecten. goedgekeurde projecten mee aan de indieners van de pilootprojecten.

Art. 9.§ 1. Op basis van het advies van de selectiecommissie legt de

Art. 9.§ 1. Op basis van het advies van de selectiecommissie legt de

minister per project het subsidiebedrag vast. Aan een geselecteerd minister per project het subsidiebedrag vast. Aan een geselecteerd
pilootproject waaraan minstens vier academies deelnemen, wordt per pilootproject waaraan minstens vier academies deelnemen, wordt per
volledig schooljaar maximaal 75.000 euro toegekend. De subsidies volledig schooljaar maximaal 75.000 euro toegekend. De subsidies
kunnen uitsluitend besteed worden aan personeels- en werkingskosten kunnen uitsluitend besteed worden aan personeels- en werkingskosten
ten gevolge van de begeleiding en ondersteuning van de deelnemende ten gevolge van de begeleiding en ondersteuning van de deelnemende
academies, het in kaart brengen van de opgedane ervaring en expertise academies, het in kaart brengen van de opgedane ervaring en expertise
en de transfer naar andere academies en lerarenopleidingen. en de transfer naar andere academies en lerarenopleidingen.
§ 2. Aan een geselecteerd pilootproject in het thema § 2. Aan een geselecteerd pilootproject in het thema
'domeinoverschrijdende focus' wordt per schooljaar bijkomend maximaal 'domeinoverschrijdende focus' wordt per schooljaar bijkomend maximaal
36.000 euro toegekend. 36.000 euro toegekend.
De subsidies kunnen uitsluitend besteed worden aan personeelskosten De subsidies kunnen uitsluitend besteed worden aan personeelskosten
ten gevolge van het organiseren van een domeinoverschrijdende ten gevolge van het organiseren van een domeinoverschrijdende
initiatieopleiding zoals bedoeld in artikel 3, § 3. initiatieopleiding zoals bedoeld in artikel 3, § 3.

Art. 10.§ 1. De jaarlijkse verslaggeving gebeurt in samenspraak met

Art. 10.§ 1. De jaarlijkse verslaggeving gebeurt in samenspraak met

alle projectpartners en wordt elektronisch bezorgd aan het Vlaams alle projectpartners en wordt elektronisch bezorgd aan het Vlaams
Ministerie van Onderwijs en Vorming, uiterlijk op 1 juli van het Ministerie van Onderwijs en Vorming, uiterlijk op 1 juli van het
schooljaar waarop de subsidie betrekking heeft. De verslaggeving bevat schooljaar waarop de subsidie betrekking heeft. De verslaggeving bevat
een inhoudelijk en een financieel verslag (inclusief bewijsstukken). een inhoudelijk en een financieel verslag (inclusief bewijsstukken).
Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming bezorgt de vormelijke Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming bezorgt de vormelijke
en de inhoudelijke elementen van de verslaggeving aan de en de inhoudelijke elementen van de verslaggeving aan de
projectverantwoordelijke. projectverantwoordelijke.
§ 2. Op basis van de opgedane ervaring en expertise ontwikkelen de § 2. Op basis van de opgedane ervaring en expertise ontwikkelen de
projectpartners een instrument dat andere academies of projectpartners een instrument dat andere academies of
lerarenopleidingen kan helpen bij de implementatie van de hervorming lerarenopleidingen kan helpen bij de implementatie van de hervorming
deeltijds kunstonderwijs, in het bijzonder met betrekking tot de deeltijds kunstonderwijs, in het bijzonder met betrekking tot de
thema's, vermeld in artikel 3, § 1. Uiterlijk op 1 maart 2014 bezorgt thema's, vermeld in artikel 3, § 1. Uiterlijk op 1 maart 2014 bezorgt
de projectverantwoordelijke één exemplaar van het instrument in een de projectverantwoordelijke één exemplaar van het instrument in een
papieren versie of via een elektronische drager aan het Vlaams papieren versie of via een elektronische drager aan het Vlaams
Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het instrument wordt beschouwd Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het instrument wordt beschouwd
als eindrapport van het pilootproject. als eindrapport van het pilootproject.
§ 3. De projectpartners zijn bereid mee te werken aan initiatieven die § 3. De projectpartners zijn bereid mee te werken aan initiatieven die
het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming zal nemen ter het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming zal nemen ter
voorbereiding van het werkveld deeltijds kunstonderwijs op de voorbereiding van het werkveld deeltijds kunstonderwijs op de
hervorming. hervorming.
§ 4. Als de minister de jaarlijkse verslaggeving vermeld in § 1 niet § 4. Als de minister de jaarlijkse verslaggeving vermeld in § 1 niet
goedkeurt, kan hij beslissen het project stop te zetten. goedkeurt, kan hij beslissen het project stop te zetten.

Art. 11.De subsidie wordt als volgt uitbetaald :

Art. 11.De subsidie wordt als volgt uitbetaald :

1° een voorschot van 80 % wordt uitbetaald na de goedkeuring van het 1° een voorschot van 80 % wordt uitbetaald na de goedkeuring van het
pilootproject en de vastlegging van de middelen; pilootproject en de vastlegging van de middelen;
2° het saldo van 20 % wordt uitbetaald na de goedkeuring van het 2° het saldo van 20 % wordt uitbetaald na de goedkeuring van het
jaarlijkse inhoudelijke en financiële verslag, vermeld in artikel 10. jaarlijkse inhoudelijke en financiële verslag, vermeld in artikel 10.

Art. 12.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 13 januari 2012.

Art. 12.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 13 januari 2012.

Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast

Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast

met de uitvoering van dit besluit. met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 20 april 2012. Brussel, 20 april 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET P. SMET
^