Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 18/07/2014
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de registratie van studenten met functiebeperkingen "
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de registratie van studenten met functiebeperkingen Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de registratie van studenten met functiebeperkingen
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
18 JULI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de 18 JULI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de
registratie van studenten met functiebeperkingen registratie van studenten met functiebeperkingen
De Vlaamse Regering, De Vlaamse Regering,
Gelet op de Codex hoger onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij Gelet op de Codex hoger onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij
het decreet van 20 december 2013, artikel III.59, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2013, artikel III.59, gewijzigd bij
artikel VI.25 van het decreet betreffende het onderwijs XXIV; artikel VI.25 van het decreet betreffende het onderwijs XXIV;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën gegeven op 23 april Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën gegeven op 23 april
2014; 2014;
Gelet op het advies 56.448/1 van de Raad van State, gegeven op 4 juli Gelet op het advies 56.448/1 van de Raad van State, gegeven op 4 juli
2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten
op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke
Kansen en Brussel; Kansen en Brussel;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Definities HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder:

1° studenten met functiebeperkingen: de studenten behorende tot één 1° studenten met functiebeperkingen: de studenten behorende tot één
van de acht categorieën van cluster 2 bedoeld in artikel III.59, § 2, van de acht categorieën van cluster 2 bedoeld in artikel III.59, § 2,
van de Codex Hoger Onderwijs. van de Codex Hoger Onderwijs.
2° Aanmoedigingsfonds: het Aanmoedigingsfonds bedoeld in artikel 2° Aanmoedigingsfonds: het Aanmoedigingsfonds bedoeld in artikel
III.59, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs. III.59, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs.
3° blijvende functie-uitval: een effectieve functie-uitval van 3° blijvende functie-uitval: een effectieve functie-uitval van
minstens twaalf maanden waarvan de persoon die de uitval attesteert, minstens twaalf maanden waarvan de persoon die de uitval attesteert,
inschat dat deze uitval niet meer zal verdwijnen. inschat dat deze uitval niet meer zal verdwijnen.
4° langdurige functie-uitval: een effectieve functie-uitval van 4° langdurige functie-uitval: een effectieve functie-uitval van
minstens twaalf maanden waarvan de persoon die de uitval attesteert, minstens twaalf maanden waarvan de persoon die de uitval attesteert,
inschat dat deze uitval tijdelijk zal zijn. inschat dat deze uitval tijdelijk zal zijn.
HOOFDSTUK 2. - Doel van het besluit HOOFDSTUK 2. - Doel van het besluit

Art. 2.Dit besluit legt de procedure vast die de Vlaamse

Art. 2.Dit besluit legt de procedure vast die de Vlaamse

universiteiten en hogescholen moeten volgen om te bepalen wie met het universiteiten en hogescholen moeten volgen om te bepalen wie met het
oog op de allocatie van de financiële middelen van het oog op de allocatie van de financiële middelen van het
Aanmoedigingsfonds behoort tot de cluster `functiebeperkingen', die in Aanmoedigingsfonds behoort tot de cluster `functiebeperkingen', die in
het kader van het Aanmoedigingsfonds gedefinieerd is. het kader van het Aanmoedigingsfonds gedefinieerd is.
HOOFDSTUK 3. - Basisprincipes van de registratie HOOFDSTUK 3. - Basisprincipes van de registratie

Art. 3.De hogescholen en universiteiten registreren hun studenten met

Art. 3.De hogescholen en universiteiten registreren hun studenten met

functiebeperkingen om het in artikel 2 vermelde doel te bereiken. Die functiebeperkingen om het in artikel 2 vermelde doel te bereiken. Die
registratie gebeurt op basis van de volgende principes: registratie gebeurt op basis van de volgende principes:
1° de registratie van studenten met een functiebeperking gebeurt op 1° de registratie van studenten met een functiebeperking gebeurt op
instellingsniveau; instellingsniveau;
2° de registratie gebeurt bij de eerste inschrijving in de hoger 2° de registratie gebeurt bij de eerste inschrijving in de hoger
onderwijsinstelling of op het moment dat de functiebeperking zich onderwijsinstelling of op het moment dat de functiebeperking zich
tijdens de studies manifesteert en de student zich als dusdanig tijdens de studies manifesteert en de student zich als dusdanig
aanmeldt; aanmeldt;
3° studenten met een langdurige uitval moeten zich bij het begin van 3° studenten met een langdurige uitval moeten zich bij het begin van
elk academiejaar opnieuw laten registreren. Studenten met een elk academiejaar opnieuw laten registreren. Studenten met een
blijvende uitval dienen zich slechts éénmalig te laten registreren. blijvende uitval dienen zich slechts éénmalig te laten registreren.
Hun registratie wordt jaarlijks automatisch vernieuwd; Hun registratie wordt jaarlijks automatisch vernieuwd;
4° de student met een functiebeperking kiest zelf of hij zich laat 4° de student met een functiebeperking kiest zelf of hij zich laat
registreren of niet. registreren of niet.

Art. 4.De registratie, vermeld in artikel 3, gebeurt elektronisch in

Art. 4.De registratie, vermeld in artikel 3, gebeurt elektronisch in

de Databank Hoger Onderwijs. Een comité van experts gezamenlijk de Databank Hoger Onderwijs. Een comité van experts gezamenlijk
samengesteld door de universiteiten en hogescholen ziet er op toe dat samengesteld door de universiteiten en hogescholen ziet er op toe dat
deze gegevens geregistreerd worden conform de voorschriften in dit deze gegevens geregistreerd worden conform de voorschriften in dit
besluit. Over de manier waarop ze dit toezicht uitoefent, stelt ze besluit. Over de manier waarop ze dit toezicht uitoefent, stelt ze
tegen 1 oktober 2014 een afsprakenkader op. Het comité van experts kan tegen 1 oktober 2014 een afsprakenkader op. Het comité van experts kan
hierbij een lijst van erkende en bevoegde personen of diensten hierbij een lijst van erkende en bevoegde personen of diensten
vastleggen. Het comité nodigt een waarnemer van de bevoegde dienst van vastleggen. Het comité nodigt een waarnemer van de bevoegde dienst van
de Vlaamse overheid uit bij zijn werkzaamheden. de Vlaamse overheid uit bij zijn werkzaamheden.
De bevoegde dienst van de Vlaamse overheid bezorgt het comité van De bevoegde dienst van de Vlaamse overheid bezorgt het comité van
experts na afloop van het academiejaar en ten laatste op 31 oktober experts na afloop van het academiejaar en ten laatste op 31 oktober
een geaggregeerd rapport met de door de instellingen geregistreerde een geaggregeerd rapport met de door de instellingen geregistreerde
gegevens. gegevens.
Het comité bezorgt aan de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid Het comité bezorgt aan de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid
tegen uiterlijk 31 januari na afloop van het academiejaar een tegen uiterlijk 31 januari na afloop van het academiejaar een
adviserend rapport met zijn bevindingen. De bevoegde dienst van de adviserend rapport met zijn bevindingen. De bevoegde dienst van de
Vlaamse overheid bekrachtigd al dan niet de door de instellingen Vlaamse overheid bekrachtigd al dan niet de door de instellingen
geregistreerde gegevens op basis van dit rapport. Bij geregistreerde gegevens op basis van dit rapport. Bij
niet-bekrachtiging zal de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid de niet-bekrachtiging zal de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid de
betrokken instellingen uitnodigen de nodige aanpassingen van de betrokken instellingen uitnodigen de nodige aanpassingen van de
gegevens in de Databank Hoger Onderwijs door te voeren. gegevens in de Databank Hoger Onderwijs door te voeren.
Bij ontstentenis van dit rapport van het comité van experts vallen, Bij ontstentenis van dit rapport van het comité van experts vallen,
bij het bepalen van de verdeling van de middelen van het bij het bepalen van de verdeling van de middelen van het
Aanmoedigingsfonds, de gegevens van het niet-gevalideerde Aanmoedigingsfonds, de gegevens van het niet-gevalideerde
referentiejaar of van de niet-gevalideerde referentiejaren weg. referentiejaar of van de niet-gevalideerde referentiejaren weg.
In afwijking van het derde en vierde lid van dit artikel bezorgt de In afwijking van het derde en vierde lid van dit artikel bezorgt de
bevoegde dienst van de Vlaams overheid het comité einde februari 2015 bevoegde dienst van de Vlaams overheid het comité einde februari 2015
een geaggregeerd rapport met de door de instellingen op 31 december een geaggregeerd rapport met de door de instellingen op 31 december
2014 geregistreerde gegevens. Het comité bezorgt vervolgens aan de 2014 geregistreerde gegevens. Het comité bezorgt vervolgens aan de
bevoegde dienst van de Vlaamse overheid tegen uiterlijk 30 april 2015 bevoegde dienst van de Vlaamse overheid tegen uiterlijk 30 april 2015
zijn adviserend rapport over deze gegevens. zijn adviserend rapport over deze gegevens.
HOOFDSTUK 4. - Documentering van de functiebeperking HOOFDSTUK 4. - Documentering van de functiebeperking

Art. 5.De registratie van studenten met een functiebeperking wordt

Art. 5.De registratie van studenten met een functiebeperking wordt

gekoppeld aan een documentering van de functiebeperking. gekoppeld aan een documentering van de functiebeperking.
De documentering, vermeld in het eerste lid, kan gebeuren op twee De documentering, vermeld in het eerste lid, kan gebeuren op twee
manieren: manieren:
1° De student legt één van de volgende documenten voor die afgeleverd 1° De student legt één van de volgende documenten voor die afgeleverd
zijn door de Vlaamse of de federale overheden, of door een erkende en zijn door de Vlaamse of de federale overheden, of door een erkende en
bevoegd verklaarde instantie: bevoegd verklaarde instantie:
a) de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een a) de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een
Handicap (VAPH); Handicap (VAPH);
b) het GON-attest of het gemotiveerd verslag voor toelating tot het b) het GON-attest of het gemotiveerd verslag voor toelating tot het
geïntegreerd secundair onderwijs vermeld in artikel 352 van de Codex geïntegreerd secundair onderwijs vermeld in artikel 352 van de Codex
Secundair Onderwijs; Secundair Onderwijs;
c) een erkenning van de handicap door de Directie-generaal voor c) een erkenning van de handicap door de Directie-generaal voor
Personen met een handicap. Afhankelijk van de leeftijd van de student Personen met een handicap. Afhankelijk van de leeftijd van de student
betreft het een attest van verhoogde kinderbijslag, of een attest van betreft het een attest van verhoogde kinderbijslag, of een attest van
een inkomensvervangende of integratietegemoetkoming; een inkomensvervangende of integratietegemoetkoming;
2° De student legt een gespecialiseerd attest voor waarin de volgende 2° De student legt een gespecialiseerd attest voor waarin de volgende
elementen zijn geattesteerd: elementen zijn geattesteerd:
a) de aard van de functie-uitval; a) de aard van de functie-uitval;
b) de ernst van de functie-uitval; b) de ernst van de functie-uitval;
c) de duur van de functie-uitval. Alleen in geval van blijvende of c) de duur van de functie-uitval. Alleen in geval van blijvende of
langdurige uitval wordt gesproken van een functiebeperking. langdurige uitval wordt gesproken van een functiebeperking.
De tweede manier van documentering wordt enkel gebruikt als de student De tweede manier van documentering wordt enkel gebruikt als de student
geen van de documenten, omschreven in art. 5, tweede lid, 1° kan geen van de documenten, omschreven in art. 5, tweede lid, 1° kan
voorleggen. voorleggen.

Art. 6.De gespecialiseerde attesten, vermeld in artikel 5, tweede

Art. 6.De gespecialiseerde attesten, vermeld in artikel 5, tweede

lid, 2°, bestaan uit een algemeen deel dat de vorm aanneemt van het lid, 2°, bestaan uit een algemeen deel dat de vorm aanneemt van het
formulier in bijlage 1 en attesteert tot welke categorie de formulier in bijlage 1 en attesteert tot welke categorie de
functiebeperking van de student behoort en een bijzonder deel dat de functiebeperking van de student behoort en een bijzonder deel dat de
aard, de ernst en de duur van de uitval voor de functiebeperking in aard, de ernst en de duur van de uitval voor de functiebeperking in
kwestie gedetailleerd attesteert. kwestie gedetailleerd attesteert.
Het bijzonder deel van de gespecialiseerde attesten, vermeld in Het bijzonder deel van de gespecialiseerde attesten, vermeld in
artikel 5, tweede lid, 2°, neemt voor de categorieën van artikel 5, tweede lid, 2°, neemt voor de categorieën van
functiebeperkingen A tot en met D en F tot en met H, de vorm aan van functiebeperkingen A tot en met D en F tot en met H, de vorm aan van
de formulieren opgenomen in bijlagen 2 tot en met 8, die bij dit de formulieren opgenomen in bijlagen 2 tot en met 8, die bij dit
besluit zijn gevoegd. Ze worden ingevuld door de bevoegde persoon die besluit zijn gevoegd. Ze worden ingevuld door de bevoegde persoon die
in het formulier is aangegeven. in het formulier is aangegeven.
De gespecialiseerde attesten, vermeld in artikel 5, tweede lid, 2° van De gespecialiseerde attesten, vermeld in artikel 5, tweede lid, 2° van
dit besluit, worden gevalideerd door een persoon of dienst die de dit besluit, worden gevalideerd door een persoon of dienst die de
instelling aangewezen heeft. Bij de validatie wordt de kwaliteit van instelling aangewezen heeft. Bij de validatie wordt de kwaliteit van
de attesten getoetst en wordt er nagegaan of de attesten beantwoorden de attesten getoetst en wordt er nagegaan of de attesten beantwoorden
aan de voorschriften van dit besluit. aan de voorschriften van dit besluit.

Art. 7.Een gespecialiseerd attest voor categorie E, leerstoornis,

Art. 7.Een gespecialiseerd attest voor categorie E, leerstoornis,

bestaat uit een gemotiveerd verslag op basis van diagnostische bestaat uit een gemotiveerd verslag op basis van diagnostische
protocollen PRODIA, waarin aangegeven wordt in welke mate de volgende protocollen PRODIA, waarin aangegeven wordt in welke mate de volgende
criteria aanwezig zijn: criteria aanwezig zijn:
1° achterstandscriterium; 1° achterstandscriterium;
2° hardnekkigheidscriterium; 2° hardnekkigheidscriterium;
3° exclusiviteitscriterium. 3° exclusiviteitscriterium.
In het eerste lid wordt verstaan onder diagnostische protocollen In het eerste lid wordt verstaan onder diagnostische protocollen
PRODIA: de kwalitatieve diagnostiek binnen een onderwijscontext voor PRODIA: de kwalitatieve diagnostiek binnen een onderwijscontext voor
het objectief en genuanceerd in beeld brengen van mogelijkheden, het objectief en genuanceerd in beeld brengen van mogelijkheden,
beperkingen en onderwijsbehoeften van leerlingen met specifieke beperkingen en onderwijsbehoeften van leerlingen met specifieke
onderwijsbehoeften, en van de problematieken waarmee onderwijs en CLB onderwijsbehoeften, en van de problematieken waarmee onderwijs en CLB
in hun werking geconfronteerd worden. Ze richten zich op de in hun werking geconfronteerd worden. Ze richten zich op de
verschillende ontwikkelingsdomeinen verschillende ontwikkelingsdomeinen
Het attest, vermeld in het eerste lid, wordt gevalideerd door een Het attest, vermeld in het eerste lid, wordt gevalideerd door een
persoon of dienst die de instelling aangewezen heeft. Bij de validatie persoon of dienst die de instelling aangewezen heeft. Bij de validatie
wordt de kwaliteit van de attesten getoetst en wordt er nagegaan of de wordt de kwaliteit van de attesten getoetst en wordt er nagegaan of de
attesten beantwoorden aan de voorschriften van dit besluit. attesten beantwoorden aan de voorschriften van dit besluit.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen

Art. 8.Het besluit treedt in werking met ingang van het academiejaar

Art. 8.Het besluit treedt in werking met ingang van het academiejaar

2014-2015. 2014-2015.

Art. 9.De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs is belast met

Art. 9.De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs is belast met

de uitvoering van dit besluit. de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 18 juli 2014. Brussel, 18 juli 2014.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET P. SMET
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering
van 18 juli 2014 betreffende de registratie van studenten met van 18 juli 2014 betreffende de registratie van studenten met
functiebeperkingen. functiebeperkingen.
Brussel, 18 juli 2014. Brussel, 18 juli 2014.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET P. SMET
^