Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van een subsidie aan tijdelijke projecten voor leerlingen met autismespectrumstoornissen | Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van een subsidie aan tijdelijke projecten voor leerlingen met autismespectrumstoornissen |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
17 SEPTEMBER 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de | 17 SEPTEMBER 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de |
toekenning van een subsidie aan tijdelijke projecten voor leerlingen | toekenning van een subsidie aan tijdelijke projecten voor leerlingen |
met autismespectrumstoornissen | met autismespectrumstoornissen |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, inzonderheid | Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, inzonderheid |
op artikel 169; | op artikel 169; |
Gelet op het decreet van 20 oktober 2000 betreffende het onderwijs | Gelet op het decreet van 20 oktober 2000 betreffende het onderwijs |
XII-Ensor, inzonderheid artikel 79; | XII-Ensor, inzonderheid artikel 79; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2002 | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2002 |
houdende de voorwaarden tot toekenning van subsidies afkomstig van de | houdende de voorwaarden tot toekenning van subsidies afkomstig van de |
over de Vlaamse Gemeenschap verdeelde winst van de Nationale Loterij, | over de Vlaamse Gemeenschap verdeelde winst van de Nationale Loterij, |
inzonderheid artikel 9; | inzonderheid artikel 9; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, |
gegeven op 18 maart 2004; | gegeven op 18 maart 2004; |
Gelet op het protocol nr. 530 van 4 juni 2004 houdende de conclusies | Gelet op het protocol nr. 530 van 4 juni 2004 houdende de conclusies |
van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke | van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke |
vergadering van sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse | vergadering van sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse |
Gemeenschap" van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en | Gemeenschap" van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en |
plaatselijke overheidsdiensten; | plaatselijke overheidsdiensten; |
Gelet op het protocol nr. 297 van 4 juni 2004 houdende de conclusies | Gelet op het protocol nr. 297 van 4 juni 2004 houdende de conclusies |
van de onderhandelingen die gevoerd werden in de vergadering van het | van de onderhandelingen die gevoerd werden in de vergadering van het |
overkoepelend onderhandelingscomité vrij gesubsidieerd onderwijs; | overkoepelend onderhandelingscomité vrij gesubsidieerd onderwijs; |
Gelet op het advies 37.306/1 van de Raad van State, gegeven op 17 juni | Gelet op het advies 37.306/1 van de Raad van State, gegeven op 17 juni |
2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de | 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming; | Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I.- Doelstellingen, doelgroep en duur van het tijdelijk | HOOFDSTUK I.- Doelstellingen, doelgroep en duur van het tijdelijk |
project | project |
Artikel 1.De strategische doelstelling van het tijdelijk project is |
Artikel 1.De strategische doelstelling van het tijdelijk project is |
binnen zes geografische omschrijvingen te komen tot een optimalisering | binnen zes geografische omschrijvingen te komen tot een optimalisering |
van het onderwijsaanbod aan kinderen met autismespectrumstoornissen. | van het onderwijsaanbod aan kinderen met autismespectrumstoornissen. |
Art. 2.De operationele doelstellingen van het tijdelijk project zijn |
Art. 2.De operationele doelstellingen van het tijdelijk project zijn |
: | : |
- de verdere ontwikkeling van de eigen deskundigheid en | - de verdere ontwikkeling van de eigen deskundigheid en |
professionaliteit (draagkracht) binnen de pilootschool ten aanzien van | professionaliteit (draagkracht) binnen de pilootschool ten aanzien van |
de problematiek van autismespectrumstoornissen; | de problematiek van autismespectrumstoornissen; |
- het ondersteunen op school-, klas- en leerkrachtniveau van scholen | - het ondersteunen op school-, klas- en leerkrachtniveau van scholen |
voor gewoon onderwijs met kinderen met autismespectrumstoornissen | voor gewoon onderwijs met kinderen met autismespectrumstoornissen |
teneinde een gerichte aanpak voor deze leerlingen uit te werken; | teneinde een gerichte aanpak voor deze leerlingen uit te werken; |
- het ondersteunen op school- klas- en leerkrachtniveau van scholen | - het ondersteunen op school- klas- en leerkrachtniveau van scholen |
voor buitengewoon onderwijs met kinderen met | voor buitengewoon onderwijs met kinderen met |
autismespectrumstoornissen teneinde een werking voor deze kinderen op | autismespectrumstoornissen teneinde een werking voor deze kinderen op |
te zetten of verder uit te bouwen en te ontwikkelen. | te zetten of verder uit te bouwen en te ontwikkelen. |
Art. 3.Binnen elke geografische omschrijving, zoals bepaald in |
Art. 3.Binnen elke geografische omschrijving, zoals bepaald in |
artikel 6, werkt een school voor buitengewoon basisonderwijs of een | artikel 6, werkt een school voor buitengewoon basisonderwijs of een |
school voor buitengewoon secundair onderwijs met expertise op het vlak | school voor buitengewoon secundair onderwijs met expertise op het vlak |
van de begeleiding van kinderen met autismespectrumstoornissen, verder | van de begeleiding van kinderen met autismespectrumstoornissen, verder |
pilootschool genoemd, aan de doelstellingen zoals bepaald in artikel | pilootschool genoemd, aan de doelstellingen zoals bepaald in artikel |
4. Ze bouwen een samenwerking uit met scholen in de regio. | 4. Ze bouwen een samenwerking uit met scholen in de regio. |
Art. 4.De doelgroep van het tijdelijk project bestaat uit de scholen |
Art. 4.De doelgroep van het tijdelijk project bestaat uit de scholen |
en personeelsleden die leerlingen met autismespectrumstoornissen | en personeelsleden die leerlingen met autismespectrumstoornissen |
begeleiden en, op indirecte wijze de betreffende leerlingen zelf. | begeleiden en, op indirecte wijze de betreffende leerlingen zelf. |
Art. 5.Binnen de perken van de beschikbare kredieten loopt het |
Art. 5.Binnen de perken van de beschikbare kredieten loopt het |
tijdelijk project tot het einde van het schooljaar 2005-2006. | tijdelijk project tot het einde van het schooljaar 2005-2006. |
HOOFDSTUK II. - Aanduiding en opvolging van het project | HOOFDSTUK II. - Aanduiding en opvolging van het project |
Art. 6.§.1. De aanduiding van zes pilootscholen gebeurt door de |
Art. 6.§.1. De aanduiding van zes pilootscholen gebeurt door de |
Vlaamse minister bevoegd voor het Onderwijs op voorstel van het | Vlaamse minister bevoegd voor het Onderwijs op voorstel van het |
Gemeenschapsonderwijs en van de representatieve verenigingen van | Gemeenschapsonderwijs en van de representatieve verenigingen van |
inrichtende machten en na overleg binnen de stuurgroep zoals bepaald | inrichtende machten en na overleg binnen de stuurgroep zoals bepaald |
in artikel 8. Hierbij dient rekening te worden gehouden met volgende | in artikel 8. Hierbij dient rekening te worden gehouden met volgende |
verdeling over de netten en de niveaus : | verdeling over de netten en de niveaus : |
- drie scholen van het gesubsidieerd vrij onderwijs, waarvan twee | - drie scholen van het gesubsidieerd vrij onderwijs, waarvan twee |
scholen voor buitengewoon basisonderwijs en één school voor | scholen voor buitengewoon basisonderwijs en één school voor |
buitengewoon secundair onderwijs; | buitengewoon secundair onderwijs; |
- drie scholen van het officieel onderwijs, waarvan twee scholen voor | - drie scholen van het officieel onderwijs, waarvan twee scholen voor |
buitengewoon basisonderwijs en één school voor buitengewoon secundair | buitengewoon basisonderwijs en één school voor buitengewoon secundair |
onderwijs. | onderwijs. |
Bij de aanduiding van de zes pilootscholen wordt rekening gehouden met | Bij de aanduiding van de zes pilootscholen wordt rekening gehouden met |
een regionale spreiding over Vlaanderen. | een regionale spreiding over Vlaanderen. |
§.2. De scholen die deelnemen aan het tijdelijk project streven een | §.2. De scholen die deelnemen aan het tijdelijk project streven een |
optimale samenwerking na met hun Centrum voor Leerlingenbegeleiding | optimale samenwerking na met hun Centrum voor Leerlingenbegeleiding |
voor de verdere projectuitwerking. | voor de verdere projectuitwerking. |
Art. 7.§.1. Om een subsidie te ontvangen moeten de pilootscholen een |
Art. 7.§.1. Om een subsidie te ontvangen moeten de pilootscholen een |
projectbeschrijving indienen bij het departement onderwijs. | projectbeschrijving indienen bij het departement onderwijs. |
De projectbeschrijving bevat : | De projectbeschrijving bevat : |
- de identificatiegegevens van de pilootschool en het rekeningnummer | - de identificatiegegevens van de pilootschool en het rekeningnummer |
waarop de subsidie kan gestort worden; | waarop de subsidie kan gestort worden; |
- de initiatieven die gepland worden inzake de eigen | - de initiatieven die gepland worden inzake de eigen |
deskundigheidsbevordering; | deskundigheidsbevordering; |
- een beschrijving van de initiatieven die gepland worden met | - een beschrijving van de initiatieven die gepland worden met |
betrekking tot de ondersteuning van de scholen voor gewoon onderwijs | betrekking tot de ondersteuning van de scholen voor gewoon onderwijs |
waarmee samengewerkt zal worden; | waarmee samengewerkt zal worden; |
- een beschrijving van de initiatieven die gepland worden met | - een beschrijving van de initiatieven die gepland worden met |
betrekking tot de ondersteuning van de scholen voor buitengewoon | betrekking tot de ondersteuning van de scholen voor buitengewoon |
onderwijs waarmee samengewerkt zal worden; | onderwijs waarmee samengewerkt zal worden; |
- de afbakening van de regio waarin samengewerkt zal worden met andere | - de afbakening van de regio waarin samengewerkt zal worden met andere |
scholen. De afbakening van de regio gebeurt in overleg met de | scholen. De afbakening van de regio gebeurt in overleg met de |
stuurgroep; | stuurgroep; |
- een begroting betreffende de aanwending van de subsidie. | - een begroting betreffende de aanwending van de subsidie. |
§ 2. De pilootscholen rapporteren tussentijds aan de stuurgroep. | § 2. De pilootscholen rapporteren tussentijds aan de stuurgroep. |
§ 3. De pilootscholen stellen jaarlijks een rapport op met een | § 3. De pilootscholen stellen jaarlijks een rapport op met een |
financieel en een inhoudelijk verslag over het voorbije schooljaar. | financieel en een inhoudelijk verslag over het voorbije schooljaar. |
De stuurgroep zoals bepaald in artikel 8 bepaalt de rubrieken die in | De stuurgroep zoals bepaald in artikel 8 bepaalt de rubrieken die in |
het jaarrapport moeten opgenomen zijn. | het jaarrapport moeten opgenomen zijn. |
Het jaarrapport wordt uiterlijk op 15 augustus ingeleverd bij het | Het jaarrapport wordt uiterlijk op 15 augustus ingeleverd bij het |
departement onderwijs. | departement onderwijs. |
Art. 8.§.1. De opvolging van de projecten gebeurt door een stuurgroep |
Art. 8.§.1. De opvolging van de projecten gebeurt door een stuurgroep |
aangesteld door de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs. De | aangesteld door de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs. De |
stuurgroep bevat vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en | stuurgroep bevat vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en |
van de representatieve verenigingen van inrichtende machten, van de | van de representatieve verenigingen van inrichtende machten, van de |
sector van de Centra voor Leerlingenbegeleiding, van het kabinet van | sector van de Centra voor Leerlingenbegeleiding, van het kabinet van |
de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs, van het departement | de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs, van het departement |
Onderwijs, van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling, van de inspectie | Onderwijs, van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling, van de inspectie |
basisonderwijs en secundair onderwijs, een vertegenwoordiger van elke | basisonderwijs en secundair onderwijs, een vertegenwoordiger van elke |
pilootschool en eventueel één of meerdere externe deskundigen. | pilootschool en eventueel één of meerdere externe deskundigen. |
§ 2. De stuurgroep heeft, naast de opdrachten vermeld in artikel 6 en | § 2. De stuurgroep heeft, naast de opdrachten vermeld in artikel 6 en |
7, volgende taken : | 7, volgende taken : |
- goedkeuren van de door de pilootscholen voorgestelde | - goedkeuren van de door de pilootscholen voorgestelde |
samenwerkingsverbanden, zoals bedoeld in artikel 7; | samenwerkingsverbanden, zoals bedoeld in artikel 7; |
- inhoudelijk beoordelen van de projectbeschrijvingen; | - inhoudelijk beoordelen van de projectbeschrijvingen; |
- uitwerken van een opvolgings- en evaluatiesysteem; | - uitwerken van een opvolgings- en evaluatiesysteem; |
- opvolgen en bijsturen van het project; | - opvolgen en bijsturen van het project; |
- opvolgen en stimuleren van de communicatie en netwerking tussen | - opvolgen en stimuleren van de communicatie en netwerking tussen |
pilootscholen en scholen binnen de projectregio's en tussen de | pilootscholen en scholen binnen de projectregio's en tussen de |
projecten onderling; | projecten onderling; |
- toezien op het beantwoorden door de pilootscholen van vragen van | - toezien op het beantwoorden door de pilootscholen van vragen van |
alle scholen binnen de projectregio's; | alle scholen binnen de projectregio's; |
- jaarlijks evalueren van de financiële en inhoudelijke rapportering | - jaarlijks evalueren van de financiële en inhoudelijke rapportering |
door de pilootscholen; | door de pilootscholen; |
- communiceren met belangengroepen en vakbonden; | - communiceren met belangengroepen en vakbonden; |
- opstellen van een eindrapport met beleidsaanbevelingen ten behoeve | - opstellen van een eindrapport met beleidsaanbevelingen ten behoeve |
van de minister bevoegd voor het onderwijs; | van de minister bevoegd voor het onderwijs; |
HOOFDSTUK III. - Aard en aanwending van de middelen | HOOFDSTUK III. - Aard en aanwending van de middelen |
Art. 9.§ 1. Met toepassing van hoofdstuk XI, afdeling 1 van het |
Art. 9.§ 1. Met toepassing van hoofdstuk XI, afdeling 1 van het |
decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en van hoofdstuk X van het | decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en van hoofdstuk X van het |
decreet van 20 oktober 2000 betreffende het onderwijs XII-Ensor worden | decreet van 20 oktober 2000 betreffende het onderwijs XII-Ensor worden |
gedurende de schooljaren 2003-2004, 2004-2005 en 2005-2006 extra | gedurende de schooljaren 2003-2004, 2004-2005 en 2005-2006 extra |
middelen toegekend aan zes pilootscholen. De extra middelen worden | middelen toegekend aan zes pilootscholen. De extra middelen worden |
toegekend onder de vorm van een subsidie. | toegekend onder de vorm van een subsidie. |
§ 2. De subsidie bedraagt 100.000 euro per schooljaar en per | § 2. De subsidie bedraagt 100.000 euro per schooljaar en per |
pilootschool en wordt uitbetaald in twee schijven. Voor het schooljaar | pilootschool en wordt uitbetaald in twee schijven. Voor het schooljaar |
2003-2004 wordt de eerste schijf van 66% uitbetaald bij de start van | 2003-2004 wordt de eerste schijf van 66% uitbetaald bij de start van |
het project en het saldo voor eind juli 2004. Nadien worden de | het project en het saldo voor eind juli 2004. Nadien worden de |
voorschotten uitbetaald in de eerste helft van januari en het saldo | voorschotten uitbetaald in de eerste helft van januari en het saldo |
voor eind juli. | voor eind juli. |
§ 3. De subsidie kan aangewend worden voor personeels-, werkings- en | § 3. De subsidie kan aangewend worden voor personeels-, werkings- en |
nascholingskosten en is overdraagbaar naar een volgend school- of | nascholingskosten en is overdraagbaar naar een volgend school- of |
begrotingsjaar. | begrotingsjaar. |
Art. 10.De in artikel 9, § 3 bedoelde aanwending van de subsidie, of |
Art. 10.De in artikel 9, § 3 bedoelde aanwending van de subsidie, of |
een deel ervan, voor personeelskosten gebeurt als volgt : | een deel ervan, voor personeelskosten gebeurt als volgt : |
a) de inrichtende macht of het schoolbestuur van de pilootschool kan | a) de inrichtende macht of het schoolbestuur van de pilootschool kan |
één of meerdere personeelsleden aanwerven met een arbeidsovereenkomst | één of meerdere personeelsleden aanwerven met een arbeidsovereenkomst |
in de zin van de wet van 3 juli 1978 betreffende de | in de zin van de wet van 3 juli 1978 betreffende de |
arbeidsovereenkomsten. De inrichtende macht of het schoolbestuur | arbeidsovereenkomsten. De inrichtende macht of het schoolbestuur |
betaalt deze personeelsleden ten laste van de middelen zoals bedoeld | betaalt deze personeelsleden ten laste van de middelen zoals bedoeld |
in artikel 9; | in artikel 9; |
b) de inrichtende macht of het schoolbestuur van de pilootschool kan | b) de inrichtende macht of het schoolbestuur van de pilootschool kan |
voor één of meerdere vastbenoemde personeelsleden een verlof wegens | voor één of meerdere vastbenoemde personeelsleden een verlof wegens |
opdracht in het belang van het onderwijs bekomen in toepassing van | opdracht in het belang van het onderwijs bekomen in toepassing van |
artikel 77quater, § 3 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de | artikel 77quater, § 3 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de |
rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het | rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het |
Gemeenschapsonderwijs of artikel 51quater, § 3 van het decreet van 27 | Gemeenschapsonderwijs of artikel 51quater, § 3 van het decreet van 27 |
maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden | maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden |
van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor | van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor |
leerlingenbegeleiding. Het departement onderwijs vordert per kwartaal | leerlingenbegeleiding. Het departement onderwijs vordert per kwartaal |
de volledige loonkost van het betreffende personeelslid terug van de | de volledige loonkost van het betreffende personeelslid terug van de |
pilootschool. | pilootschool. |
Art. 11.De personeelsleden van de pilootscholen die functioneren |
Art. 11.De personeelsleden van de pilootscholen die functioneren |
binnen dit project worden of blijven personeelslid van het | binnen dit project worden of blijven personeelslid van het |
schoolbestuur of de inrichtende macht van de school voor buitengewoon | schoolbestuur of de inrichtende macht van de school voor buitengewoon |
onderwijs. De bestaande rechtspositieregeling blijft op hen van | onderwijs. De bestaande rechtspositieregeling blijft op hen van |
toepassing. | toepassing. |
Tijdens de uitvoering van activiteiten in de gewone school vallen ze | Tijdens de uitvoering van activiteiten in de gewone school vallen ze |
onder de verantwoordelijkheid van de directie van de school voor | onder de verantwoordelijkheid van de directie van de school voor |
gewoon onderwijs. | gewoon onderwijs. |
Art. 12.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2004. |
Art. 12.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2004. |
Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs is belast met |
Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs is belast met |
de uitvoering van dit besluit. | de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 17 september 2004. | Brussel, 17 september 2004. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
Y. LETERME | Y. LETERME |
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, | De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |