Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 17/07/2000
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse regering houdende uitspraak over de op 31 maart 2000 door UNIZO (vroeger NCMV), Spastraat 8, 1000 Brussel, ingediende aanvraag tot wijziging van sommige voorwaarden van titel II van het VLAREM voor bepaalde ingedeelde en niet-ingedeelde gasolieopslagplaatsen "
Besluit van de Vlaamse regering houdende uitspraak over de op 31 maart 2000 door UNIZO (vroeger NCMV), Spastraat 8, 1000 Brussel, ingediende aanvraag tot wijziging van sommige voorwaarden van titel II van het VLAREM voor bepaalde ingedeelde en niet-ingedeelde gasolieopslagplaatsen Besluit van de Vlaamse regering houdende uitspraak over de op 31 maart 2000 door UNIZO (vroeger NCMV), Spastraat 8, 1000 Brussel, ingediende aanvraag tot wijziging van sommige voorwaarden van titel II van het VLAREM voor bepaalde ingedeelde en niet-ingedeelde gasolieopslagplaatsen
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
17 JULI 2000. - Besluit van de Vlaamse regering houdende uitspraak 17 JULI 2000. - Besluit van de Vlaamse regering houdende uitspraak
over de op 31 maart 2000 door UNIZO (Unie van Zelfstandige over de op 31 maart 2000 door UNIZO (Unie van Zelfstandige
Ondernemers) (vroeger NCMV), Spastraat 8, 1000 Brussel, ingediende Ondernemers) (vroeger NCMV), Spastraat 8, 1000 Brussel, ingediende
aanvraag tot wijziging van sommige voorwaarden van titel II van het aanvraag tot wijziging van sommige voorwaarden van titel II van het
VLAREM voor bepaalde ingedeelde en niet-ingedeelde VLAREM voor bepaalde ingedeelde en niet-ingedeelde
gasolieopslagplaatsen gasolieopslagplaatsen
De Vlaamse regering, De Vlaamse regering,
Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning,
zoals gewijzigd bij de decreten van 7 februari 1990, 12 december 1990, zoals gewijzigd bij de decreten van 7 februari 1990, 12 december 1990,
21 december 1990, 21 december 1993, 21 december 1994, 8 juli 1996, 21 21 december 1990, 21 december 1993, 21 december 1994, 8 juli 1996, 21
oktober 1997 en 18 mei 1999; oktober 1997 en 18 mei 1999;
Gelet op het besluit van 1 juni 1995 van de Vlaamse regering houdende Gelet op het besluit van 1 juni 1995 van de Vlaamse regering houdende
algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, gewijzigd bij algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, gewijzigd bij
de besluiten van de Vlaamse regering van 6 september 1995, 26 juni de besluiten van de Vlaamse regering van 6 september 1995, 26 juni
1996, 3 juni 1997, 17 december 1997, 24 maart 1998, 6 oktober 1998 en 1996, 3 juni 1997, 17 december 1997, 24 maart 1998, 6 oktober 1998 en
19 januari 1999, verder genoemd « titel II van het VLAREM »; 19 januari 1999, verder genoemd « titel II van het VLAREM »;
Gelet op de op 31 maart 2000 door UNIZO (UNIE VAN ZELFSTANDIGE Gelet op de op 31 maart 2000 door UNIZO (UNIE VAN ZELFSTANDIGE
ONDERNEMERS) (vroeger NCMV), Spastraat 8, 1000 Brussel, ingediende ONDERNEMERS) (vroeger NCMV), Spastraat 8, 1000 Brussel, ingediende
aanvraag om in afwijking van artikel 5.17.2.11, § 1, artikel aanvraag om in afwijking van artikel 5.17.2.11, § 1, artikel
5.17.2.11, § 4, artikel 5.17.3.19, § 1, artikel 5.17.3.19, § 4, 5.17.2.11, § 4, artikel 5.17.3.19, § 1, artikel 5.17.3.19, § 4,
artikel 5.17.2.8, § 2 en artikel 6.5.7.2 van titel II van het VLAREM artikel 5.17.2.8, § 2 en artikel 6.5.7.2 van titel II van het VLAREM
voor de volgende categorieën van inrichtingen : voor de volgende categorieën van inrichtingen :
- voor de opslag van gasolie (P4-producten) in ondergrondse houders, - voor de opslag van gasolie (P4-producten) in ondergrondse houders,
die onder de toepassing valt van de VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6,1°, die onder de toepassing valt van de VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6,1°,
a), de voorwaarden te wijzigen van : a), de voorwaarden te wijzigen van :
- artikel 5.17.2.8, § 2 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.2.8, § 2 dat luidt als volgt :
« § 2. Behalve voor de houders uit gewapende thermohardende « § 2. Behalve voor de houders uit gewapende thermohardende
kunststoffen dient ten minste om de 10 jaar, voor de houders gelegen kunststoffen dient ten minste om de 10 jaar, voor de houders gelegen
in de waterwingebieden en de beschermingszones, en om de 15 jaar voor in de waterwingebieden en de beschermingszones, en om de 15 jaar voor
de houders gelegen in de andere gebieden, de installatie onderworpen de houders gelegen in de andere gebieden, de installatie onderworpen
aan een algemeen onderzoek, omvattende : aan een algemeen onderzoek, omvattende :
5° een dichtheidsbeproeving op rechtstreeks in de grond ingegraven 5° een dichtheidsbeproeving op rechtstreeks in de grond ingegraven
enkelwandige houders bij een overdruk van minstens 30 kPa gedurende enkelwandige houders bij een overdruk van minstens 30 kPa gedurende
minimum 1 uur of bij een onderdruk van hoogstens 30 kPa; beproeving minimum 1 uur of bij een onderdruk van hoogstens 30 kPa; beproeving
bij een overdruk van meer dan 30 kPa mag enkel geschieden indien de bij een overdruk van meer dan 30 kPa mag enkel geschieden indien de
houders daartoe volledig worden gevuld met water; niet toegankelijke houders daartoe volledig worden gevuld met water; niet toegankelijke
enkelwandige leidingen moeten worden beproefd bij een overdruk van enkelwandige leidingen moeten worden beproefd bij een overdruk van
tenminste 30 kPa gedurende 1 uur; een gelijkwaardige tenminste 30 kPa gedurende 1 uur; een gelijkwaardige
dichtheidsbeproeving, uitgevoerd overeenkomstig een door de afdeling dichtheidsbeproeving, uitgevoerd overeenkomstig een door de afdeling
Milieuvergunningen aanvaarde code van goede praktijk, is eveneens Milieuvergunningen aanvaarde code van goede praktijk, is eveneens
toegelaten. »; toegelaten. »;
- artikel 5.17.2.11, § 1 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.2.11, § 1 dat luidt als volgt :
« § 1. Als bestaande houders voor de opslag van P1-, P2-, P3- of « § 1. Als bestaande houders voor de opslag van P1-, P2-, P3- of
P4-producten worden beschouwd : P4-producten worden beschouwd :
1° . . 1° . .
2° . . 2° . .
3° . .. »; 3° . .. »;
- artikel 5.17.2.11, § 4 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.2.11, § 4 dat luidt als volgt :
« § 4. Het algemeen onderzoek als bedoeld in artikel 5.17.2.8, § 2, « § 4. Het algemeen onderzoek als bedoeld in artikel 5.17.2.8, § 2,
dient een eerste maal uitgevoerd te worden uiterlijk op de data dient een eerste maal uitgevoerd te worden uiterlijk op de data
vermeld in onderstaande tabel, afhankelijk van de ligging, de aard van vermeld in onderstaande tabel, afhankelijk van de ligging, de aard van
de opgeslagen vloeistof en de klasse : de opgeslagen vloeistof en de klasse :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor dezelfde data dient een corrosiviteitsonderzoek overeenkomstig Voor dezelfde data dient een corrosiviteitsonderzoek overeenkomstig
artikel 5.17.2.4, § 3 uitgevoerd op de volgende ingegraven metalen artikel 5.17.2.4, § 3 uitgevoerd op de volgende ingegraven metalen
houders met een individueel waterinhoudsvermogen vanaf 5.000 l of voor houders met een individueel waterinhoudsvermogen vanaf 5.000 l of voor
de opslag van P3- en/of P4-producten vanaf 10.000 l evenals de erbij de opslag van P3- en/of P4-producten vanaf 10.000 l evenals de erbij
horende leidingen : . . »; horende leidingen : . . »;
- voor de opslag van gasolie (P4-producten) in bovengrondse houders - voor de opslag van gasolie (P4-producten) in bovengrondse houders
die onder de toepassing valt van de VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6,1°, die onder de toepassing valt van de VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6,1°,
a) de voorwaarden te wijzigen van : a) de voorwaarden te wijzigen van :
- artikel 5.17.3.19, § 1 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.3.19, § 1 dat luidt als volgt :
« § 1. Als bestaande houders voor de opslag van P1-, P2-, P3- of « § 1. Als bestaande houders voor de opslag van P1-, P2-, P3- of
P4-producten worden beschouwd : P4-producten worden beschouwd :
1° . . 1° . .
2° . . 2° . .
3° . .. »; 3° . .. »;
- artikel 5.17.3.19, § 4 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.3.19, § 4 dat luidt als volgt :
« § 4. Het algemeen onderzoek als bedoeld in artikel 5.17.3.16 dient, « § 4. Het algemeen onderzoek als bedoeld in artikel 5.17.3.16 dient,
voor zover technisch mogelijk, een eerste maal uitgevoerd te worden voor zover technisch mogelijk, een eerste maal uitgevoerd te worden
uiterlijk op de data vermeld in onderstaande tabel, afhankelijk van de uiterlijk op de data vermeld in onderstaande tabel, afhankelijk van de
ligging, de aard van de opgeslagen vloeistof en de klasse : ligging, de aard van de opgeslagen vloeistof en de klasse :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
- voor de opslag van gasolie (P4-producten) die volgens de - voor de opslag van gasolie (P4-producten) die volgens de
VLAREM-indelingslijst niet zijn ingedeeld en die onder de toepassing VLAREM-indelingslijst niet zijn ingedeeld en die onder de toepassing
valt van het hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM de voorwaarden valt van het hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM de voorwaarden
te wijzigen van artikel 6.5.7.2 dat luidt als volgt : te wijzigen van artikel 6.5.7.2 dat luidt als volgt :
« Opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder visueel kan « Opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder visueel kan
geïnspecteerd zijn moeten binnen een termijn van 84 maanden geïnspecteerd zijn moeten binnen een termijn van 84 maanden
onderworpen zijn aan een controle door een erkende technicus. onderworpen zijn aan een controle door een erkende technicus.
Andere dan opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder Andere dan opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder
visueel kan geïnspecteerd zijn moeten binnen een termijn van 60 visueel kan geïnspecteerd zijn moeten binnen een termijn van 60
maanden onderworpen zijn aan een controle door een erkende technicus. maanden onderworpen zijn aan een controle door een erkende technicus.
»; »;
Gelet op het advies van 18 mei 2000 van de Milieu- en Natuurraad van Gelet op het advies van 18 mei 2000 van de Milieu- en Natuurraad van
Vlaanderen, waarin de MINA-raad verklaart voorstander te zijn om de Vlaanderen, waarin de MINA-raad verklaart voorstander te zijn om de
problematiek van de gasolietanks te regelen via een aanpassing van de problematiek van de gasolietanks te regelen via een aanpassing van de
VLAREM-reglementering en met betrekking tot bedoelde sectorale VLAREM-reglementering en met betrekking tot bedoelde sectorale
afwijkingsaanvraag verder hoofdzakelijk het volgende wordt gesteld : afwijkingsaanvraag verder hoofdzakelijk het volgende wordt gesteld :
- het kan niet de bedoeling zijn om een milieubeleidsovereenkomst - het kan niet de bedoeling zijn om een milieubeleidsovereenkomst
telkens opnieuw te laten vergezellen van een sectorale telkens opnieuw te laten vergezellen van een sectorale
afwijkingsaanvraag; afwijkingsaanvraag;
- door de combinatie van milieubeleidsovereenkomst met een sectorale - door de combinatie van milieubeleidsovereenkomst met een sectorale
afwijkingsaanvraag wordt een scala aan mogelijke situaties gecreëerd afwijkingsaanvraag wordt een scala aan mogelijke situaties gecreëerd
met telkens verschillende regels in plaats van één wettelijke met telkens verschillende regels in plaats van één wettelijke
regeling; regeling;
- de vereisten die in titel II van het VLAREM opgenomen zijn m.b.t. - de vereisten die in titel II van het VLAREM opgenomen zijn m.b.t.
het verlenen van een algemene of sectorale afwijking zijn vrij het verlenen van een algemene of sectorale afwijking zijn vrij
summier; de beoordeling van de aanvraag zou sterk vergemakkelijkt summier; de beoordeling van de aanvraag zou sterk vergemakkelijkt
worden indien de aanvraag vergezeld zou zijn van een toelichtende nota worden indien de aanvraag vergezeld zou zijn van een toelichtende nota
van de AMINAL of van de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie; van de AMINAL of van de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie;
- de MINA-raad begrijpt dat de huidige situatie noopt tot ingrijpende - de MINA-raad begrijpt dat de huidige situatie noopt tot ingrijpende
bijsturingen en kan dan ook in grote mate akkoord gaan met de bijsturingen en kan dan ook in grote mate akkoord gaan met de
gevraagde afwijkingen; toch betreurt de raad dat via deze sectorale gevraagde afwijkingen; toch betreurt de raad dat via deze sectorale
afwijking een amnestieregeling uitgewerkt wordt voor gasolietanks die afwijking een amnestieregeling uitgewerkt wordt voor gasolietanks die
reeds een eerste keer onderzocht hadden moeten worden; reeds een eerste keer onderzocht hadden moeten worden;
- met betrekking tot de voor niet-ingedeelde gasolietanks gevraagde - met betrekking tot de voor niet-ingedeelde gasolietanks gevraagde
afwijking van artikel 6.5.7.2 van titel II van het VLAREM wordt in de afwijking van artikel 6.5.7.2 van titel II van het VLAREM wordt in de
aanvraag geen onderscheid gemaakt tussen ondergrondse en bovengrondse; aanvraag geen onderscheid gemaakt tussen ondergrondse en bovengrondse;
- de mogelijkheid tot afwijking van artikel 5.17.2.8, § 2 van titel II - de mogelijkheid tot afwijking van artikel 5.17.2.8, § 2 van titel II
van het VLAREM wordt gevraagd alhoewel deze in het betreffende artikel van het VLAREM wordt gevraagd alhoewel deze in het betreffende artikel
reeds is voorzien; reeds is voorzien;
Gelet op het ontwerp-advies van 17 mei 2000 van de Sociaal-economische Gelet op het ontwerp-advies van 17 mei 2000 van de Sociaal-economische
Raad van Vlaanderen, bevestigd op 14 juni 2000, waarin de SERV Raad van Vlaanderen, bevestigd op 14 juni 2000, waarin de SERV
verklaart voorstander te zijn om de problematiek van de gasolietanks verklaart voorstander te zijn om de problematiek van de gasolietanks
te regelen via een aanpassing van de VLAREM-reglementering en met te regelen via een aanpassing van de VLAREM-reglementering en met
betrekking tot bedoelde sectorale afwijkingsaanvraag verder betrekking tot bedoelde sectorale afwijkingsaanvraag verder
hoofdzakelijk het volgende wordt gesteld : hoofdzakelijk het volgende wordt gesteld :
- naast de gevraagde afwijkingen dringen zich ook andere aanpassingen - naast de gevraagde afwijkingen dringen zich ook andere aanpassingen
op; op;
- de gevraagde afwijking beoogt in de overgangsregeling het - de gevraagde afwijking beoogt in de overgangsregeling het
onderscheid weg te werken tussen periodiciteit van controles voor onderscheid weg te werken tussen periodiciteit van controles voor
bestaande tanks gelegen in waterwingebieden en beschermingszones bestaande tanks gelegen in waterwingebieden en beschermingszones
enerzijds en deze gelegen in andere gebieden anderzijds; enerzijds en deze gelegen in andere gebieden anderzijds;
- de SERV heeft vanuit pragmatische overwegingen, gezien de bestaande - de SERV heeft vanuit pragmatische overwegingen, gezien de bestaande
praktijk en oorzaken van de vastgestelde problemen, geen bezwaren bij praktijk en oorzaken van de vastgestelde problemen, geen bezwaren bij
de gevraagde afwijkingen; de SERV heeft wel principieel bedenkingen de gevraagde afwijkingen; de SERV heeft wel principieel bedenkingen
bij de verlenging van de overgangstermijn voor het eerste periodieke bij de verlenging van de overgangstermijn voor het eerste periodieke
onderzoek van 1 augustus 2000 naar 1 augustus 2002 of 1 augustus 2003 onderzoek van 1 augustus 2000 naar 1 augustus 2002 of 1 augustus 2003
en nog meer bij de amnestie voor de tanks die reeds op 1 augustus 1998 en nog meer bij de amnestie voor de tanks die reeds op 1 augustus 1998
aan een eerste onderzoek moesten onderworpen zijn; aan een eerste onderzoek moesten onderworpen zijn;
Gelet op het gunstige advies van 29 mei 2000, bevestigd op 19 juni Gelet op het gunstige advies van 29 mei 2000, bevestigd op 19 juni
2000 van de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie; 2000 van de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie;
Overwegende dat de voormelde aanvraag overeenkomstig artikel 1.2.3.1 Overwegende dat de voormelde aanvraag overeenkomstig artikel 1.2.3.1
van titel II van het VLAREM werd ingediend en betrekking heeft van titel II van het VLAREM werd ingediend en betrekking heeft
enerzijds op opslagplaatsen van gasolie bedoeld in de enerzijds op opslagplaatsen van gasolie bedoeld in de
VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6.1°, a) en anderzijds op opslagplaatsen VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6.1°, a) en anderzijds op opslagplaatsen
van minder dan 5.000 l die niet zijn ingedeeld volgens de van minder dan 5.000 l die niet zijn ingedeeld volgens de
VLAREM-indelingslijst maar waarop het hoofdstuk 6.5 van titel II van VLAREM-indelingslijst maar waarop het hoofdstuk 6.5 van titel II van
het VLAREM van toepassing is; het VLAREM van toepassing is;
Overwegende dat de aanvraag inzonderheid als volgt wordt gemotiveerd : Overwegende dat de aanvraag inzonderheid als volgt wordt gemotiveerd :
- de in de VLAREM-reglementering vooropgestelde termijn voor het - de in de VLAREM-reglementering vooropgestelde termijn voor het
uitvoeren van de eerste periodieke controle kan om diverse redenen uitvoeren van de eerste periodieke controle kan om diverse redenen
niet worden gehaald; er wordt gevreesd dat indien de termijn niet niet worden gehaald; er wordt gevreesd dat indien de termijn niet
wordt verlengd 75 % van de in Vlaanderen aanwezige gasolietanks voor wordt verlengd 75 % van de in Vlaanderen aanwezige gasolietanks voor
de verwarming van gebouwen vanaf 1 augustus 2000 niet meer mag worden de verwarming van gebouwen vanaf 1 augustus 2000 niet meer mag worden
gevuld; gevuld;
- de opslagtanks die geplaatst werden onder toepassing van de vorige - de opslagtanks die geplaatst werden onder toepassing van de vorige
versie van titel II van het VLAREM, welke door de Raad van State versie van titel II van het VLAREM, welke door de Raad van State
nietig werd verklaard, niet als bestaande houders kunnen worden nietig werd verklaard, niet als bestaande houders kunnen worden
beschouwd en derhalve moeten worden geregulariseerd; beschouwd en derhalve moeten worden geregulariseerd;
- andere onderzoekstechnieken, die meer zekerheid bieden m.b.t. de - andere onderzoekstechnieken, die meer zekerheid bieden m.b.t. de
vaststelling van het risico op bodemverontreiniging, zouden als vaststelling van het risico op bodemverontreiniging, zouden als
alternatief voor het lekdichtheidsonderzoek moeten worden toegelaten; alternatief voor het lekdichtheidsonderzoek moeten worden toegelaten;
Overwegende dat in de aanvraag inzonderheid de volgende alternatieve Overwegende dat in de aanvraag inzonderheid de volgende alternatieve
regeling voor de gevraagde verdaging van de termijn voor het uitvoeren regeling voor de gevraagde verdaging van de termijn voor het uitvoeren
van de eerste periodieke controle wordt voorgesteld : van de eerste periodieke controle wordt voorgesteld :
- « wanneer het een ingedeelde ondergrondse gasolietank en/of een - « wanneer het een ingedeelde ondergrondse gasolietank en/of een
niet-ingedeelde gasolietank waarvan de wanden niet toegankelijk zijn niet-ingedeelde gasolietank waarvan de wanden niet toegankelijk zijn
betreft, moet het onderzoek, aanvullend aan de voorgeschreven betreft, moet het onderzoek, aanvullend aan de voorgeschreven
controles, tevens een dichtheidsproef omvatten. In voorkomend geval controles, tevens een dichtheidsproef omvatten. In voorkomend geval
kan deze dichtheidsproef vervangen worden door een andere kan deze dichtheidsproef vervangen worden door een andere
onderzoekstechniek die meer zekerheid biedt m.b.t. het risico op onderzoekstechniek die meer zekerheid biedt m.b.t. het risico op
bodemverontreiniging; bodemverontreiniging;
het eerste onderzoek, in voorkomend geval met inbegrip van de het eerste onderzoek, in voorkomend geval met inbegrip van de
dichtheidsproef, moet uiterlijk vóór 1 augustus 2002 (ondergrondse dichtheidsproef, moet uiterlijk vóór 1 augustus 2002 (ondergrondse
houders) en vóór 1 augustus 2003 (bovengrondse houders) zijn houders) en vóór 1 augustus 2003 (bovengrondse houders) zijn
uitgevoerd, waarbij prioriteit moet worden verleend aan tanks gelegen uitgevoerd, waarbij prioriteit moet worden verleend aan tanks gelegen
in een waterwingebied of beschermingszone. »; in een waterwingebied of beschermingszone. »;
Overwegende dat in de voormelde adviezen van MINA-raad en SERV tevens Overwegende dat in de voormelde adviezen van MINA-raad en SERV tevens
wordt verwezen naar het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst dat een wordt verwezen naar het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst dat een
drietal representatieve organisaties met betrekking tot bedoelde drietal representatieve organisaties met betrekking tot bedoelde
opslagplaatsen van gasolie willen onderschrijven en waarvan de opslagplaatsen van gasolie willen onderschrijven en waarvan de
decretale goedkeuringsprocedure lopende is; dat onderhavige sectorale decretale goedkeuringsprocedure lopende is; dat onderhavige sectorale
afwijkingsaanvraag evenwel juridisch totaal losstaat van de beoogde afwijkingsaanvraag evenwel juridisch totaal losstaat van de beoogde
milieubeleidsovereenkomst; dat een milieubeleidsovereenkomst volgens milieubeleidsovereenkomst; dat een milieubeleidsovereenkomst volgens
het decreet van 15 juni 1994 betreffende de het decreet van 15 juni 1994 betreffende de
milieubeleidsovereenkomsten de geldende wetgeving of reglementering milieubeleidsovereenkomsten de geldende wetgeving of reglementering
niet kan vervangen, noch er in minder strenge zin van afwijken; dat in niet kan vervangen, noch er in minder strenge zin van afwijken; dat in
de beoogde milieubeleidsovereenkomst, waarvan de goedkeuringsprocedure de beoogde milieubeleidsovereenkomst, waarvan de goedkeuringsprocedure
lopende is, er wel wordt van uitgaat dat over onderhavige lopende is, er wel wordt van uitgaat dat over onderhavige
afwijkingsaanvraag uitspraak is gedaan op het ogenblik van de afwijkingsaanvraag uitspraak is gedaan op het ogenblik van de
definitieve goedkeuring van de milieubeleidsovereenkomst; definitieve goedkeuring van de milieubeleidsovereenkomst;
Overwegende dat de regelgeving met betrekking tot de opslag van Overwegende dat de regelgeving met betrekking tot de opslag van
gasolie de jongste decennia nogal ingrijpend is gewijzigd; dat de gasolie de jongste decennia nogal ingrijpend is gewijzigd; dat de
exploitatie van een opslag van gasolie of stookolie vroeger was exploitatie van een opslag van gasolie of stookolie vroeger was
onderworpen aan een exploitatievergunningsplicht, deze van 3.000 l of onderworpen aan een exploitatievergunningsplicht, deze van 3.000 l of
meer op basis van het ARAB en de overige op basis van het besluit van meer op basis van het ARAB en de overige op basis van het besluit van
de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering van de de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering van de
handelingen die het grondwater kunnen verontreinigen; handelingen die het grondwater kunnen verontreinigen;
dat met de met de VLAREM-reglementering doorgevoerde vereenvoudiging dat met de met de VLAREM-reglementering doorgevoerde vereenvoudiging
beide voormelde vergunningen sedert 1 september 1991 zijn geïntegreerd beide voormelde vergunningen sedert 1 september 1991 zijn geïntegreerd
in de milieuvergunning; dat op basis van deze VLAREM-reglementering de in de milieuvergunning; dat op basis van deze VLAREM-reglementering de
opslagplaatsen van 100 l tot 20.000 l aanvankelijk in de 3de klasse opslagplaatsen van 100 l tot 20.000 l aanvankelijk in de 3de klasse
waren ingedeeld waardoor de vroegere vergunningsplicht werd vervangen waren ingedeeld waardoor de vroegere vergunningsplicht werd vervangen
door een meldingsplicht; door een meldingsplicht;
dat met de wijziging van titel I van het VLAREM, bij besluit van de dat met de wijziging van titel I van het VLAREM, bij besluit van de
Vlaamse regering van 28 oktober 1992, met ingang van 12 februari 1993 Vlaamse regering van 28 oktober 1992, met ingang van 12 februari 1993
een verdere vereenvoudiging werd doorgevoerd; dat met name de een verdere vereenvoudiging werd doorgevoerd; dat met name de
opslagplaatsen tot 5.000 l die behoren bij de woonfunctie van een opslagplaatsen tot 5.000 l die behoren bij de woonfunctie van een
onroerend goed, dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt, onroerend goed, dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt,
gewoon niet meer werden ingedeeld; dat voor deze niet-ingedeelde gewoon niet meer werden ingedeeld; dat voor deze niet-ingedeelde
opslagplaatsen de gewone VLAREM-meldingsplicht verviel en werd opslagplaatsen de gewone VLAREM-meldingsplicht verviel en werd
vervangen door een eenvoudige melding aan de afdeling Water van de vervangen door een eenvoudige melding aan de afdeling Water van de
AMINAL overeenkomstig artikel 6.5.4.3 van titel II van het VLAREM; AMINAL overeenkomstig artikel 6.5.4.3 van titel II van het VLAREM;
dat op het vlak van milieuvoorwaarden aanvankelijk de algemene en dat op het vlak van milieuvoorwaarden aanvankelijk de algemene en
sectorale voorwaarden van toepassing waren zoals die werden sectorale voorwaarden van toepassing waren zoals die werden
vastgesteld door de titel II van het VLAREM die bij besluit van de vastgesteld door de titel II van het VLAREM die bij besluit van de
Vlaamse regering van 7 januari 1992 was goedgekeurd; dat na Vlaamse regering van 7 januari 1992 was goedgekeurd; dat na
vernietiging van dit besluit bij arrest van de Raad van State, vernietiging van dit besluit bij arrest van de Raad van State,
grotendeels dezelfde milieuvoorwaarden werden heropgenomen in de grotendeels dezelfde milieuvoorwaarden werden heropgenomen in de
nieuwe titel II van het VLAREM die bij besluit van de Vlaamse regering nieuwe titel II van het VLAREM die bij besluit van de Vlaamse regering
van 1 juni 1995 werd goedgekeurd en sedert 1 augustus 1995 in voege van 1 juni 1995 werd goedgekeurd en sedert 1 augustus 1995 in voege
is; is;
dat de huidige titel II van het VLAREM specifieke milieuvoorwaarden dat de huidige titel II van het VLAREM specifieke milieuvoorwaarden
bevat : bevat :
- voor de opslagplaatsen die als hinderlijk zijn ingedeeld, onder het - voor de opslagplaatsen die als hinderlijk zijn ingedeeld, onder het
hoofdstuk 5.17; hoofdstuk 5.17;
- voor de niet-ingedeelde opslagplaatsen tot 5.000 l die behoren bij - voor de niet-ingedeelde opslagplaatsen tot 5.000 l die behoren bij
de woonfunctie van een onroerend goed, dat hoofdzakelijk als de woonfunctie van een onroerend goed, dat hoofdzakelijk als
woongelegenheid wordt gebruikt, onder het hoofdstuk 6.5; woongelegenheid wordt gebruikt, onder het hoofdstuk 6.5;
Overwegende dat de relatief strenge VLAREM-regelgeving noodzakelijk is Overwegende dat de relatief strenge VLAREM-regelgeving noodzakelijk is
in het licht van het grote risico dat dergelijke opslagplaatsen in het licht van het grote risico dat dergelijke opslagplaatsen
vertegenwoordigen op het vlak van de bodemverontreiniging; dat in de vertegenwoordigen op het vlak van de bodemverontreiniging; dat in de
VLAREM-reglementering voor de naleving van de milieuvoorwaarden, nodig VLAREM-reglementering voor de naleving van de milieuvoorwaarden, nodig
om deze verontreiniging te voorkomen, in de eerste plaats een rol om deze verontreiniging te voorkomen, in de eerste plaats een rol
wordt toegekend aan erkende technici en/of erkende milieudeskundigen; wordt toegekend aan erkende technici en/of erkende milieudeskundigen;
dat met name voorzien is dat de opslaginstallatie wordt onderworpen dat met name voorzien is dat de opslaginstallatie wordt onderworpen
aan periodieke onderzoeken al naargelang uit te voeren door erkende aan periodieke onderzoeken al naargelang uit te voeren door erkende
technici en/of erkende milieudeskundigen; dat voor de bestaande technici en/of erkende milieudeskundigen; dat voor de bestaande
opslaginstallaties een overgangsregeling is voorzien waarbij is opslaginstallaties een overgangsregeling is voorzien waarbij is
opgelegd dat het eerste periodieke onderzoek uiterlijk voor een opgelegd dat het eerste periodieke onderzoek uiterlijk voor een
welbepaalde datum moet zijn uitgevoerd; welbepaalde datum moet zijn uitgevoerd;
dat na de vaststelling van de titel II van het VLAREM bij besluit van dat na de vaststelling van de titel II van het VLAREM bij besluit van
de Vlaamse regering van 7 januari 1992 weinig of geen uitvoering werd de Vlaamse regering van 7 januari 1992 weinig of geen uitvoering werd
gegeven aan de voorziene sectorale milieuvoorwaarden; dat na de gegeven aan de voorziene sectorale milieuvoorwaarden; dat na de
vaststelling van de nieuwe titel II van het VLAREM bij besluit van de vaststelling van de nieuwe titel II van het VLAREM bij besluit van de
Vlaamse regering van 1 juni 1995 blijkbaar evenmin meteen werk werd Vlaamse regering van 1 juni 1995 blijkbaar evenmin meteen werk werd
gemaakt van het zich in regel stellen van bedoelde opslaginstallaties gemaakt van het zich in regel stellen van bedoelde opslaginstallaties
met de uitgevaardigde reglementering; dat dit « aarzelen » van de met de uitgevaardigde reglementering; dat dit « aarzelen » van de
betrokken particulieren en exploitanten uiteindelijk heeft geleid tot betrokken particulieren en exploitanten uiteindelijk heeft geleid tot
de situatie waarbij op enkele maanden vóór het verstrijken van de de situatie waarbij op enkele maanden vóór het verstrijken van de
overgangstermijn waarbinnen het eerste periodieke onderzoek voor een overgangstermijn waarbinnen het eerste periodieke onderzoek voor een
groot deel van de opslaginstallaties moet zijn uitgevoerd, met name 1 groot deel van de opslaginstallaties moet zijn uitgevoerd, met name 1
augustus 2000, de grote meerderheid van de opslaginstallaties nog niet augustus 2000, de grote meerderheid van de opslaginstallaties nog niet
voor een eerste maal zijn gecontroleerd geweest door een erkende voor een eerste maal zijn gecontroleerd geweest door een erkende
technicus, respectievelijk een erkende milieudeskundige; dat technicus, respectievelijk een erkende milieudeskundige; dat
particulieren en exploitanten blijkbaar bewust hebben gewacht tot de particulieren en exploitanten blijkbaar bewust hebben gewacht tot de
laatste maanden van de termijn om zich in regel te stellen; dat laatste maanden van de termijn om zich in regel te stellen; dat
ingevolge dit massaal wachten de periode waarbinnen de erkende ingevolge dit massaal wachten de periode waarbinnen de erkende
technici/ erkende milieudeskundigen de voorgeschreven technici/ erkende milieudeskundigen de voorgeschreven
controle-onderzoeken moeten uitvoeren uiterst kort is geworden, zelfs controle-onderzoeken moeten uitvoeren uiterst kort is geworden, zelfs
dermate dat het quasi materieel onmogelijk is geworden om alle dermate dat het quasi materieel onmogelijk is geworden om alle
geviseerde opslaginstallaties nog tijdig te kunnen uitvoeren; dat het geviseerde opslaginstallaties nog tijdig te kunnen uitvoeren; dat het
aantal bestaande dergelijke opslagplaatsen in het Vlaamse Gewest aantal bestaande dergelijke opslagplaatsen in het Vlaamse Gewest
immers op 760.000 kan worden geraamd waarvan een 450.000-tal immers op 760.000 kan worden geraamd waarvan een 450.000-tal
ondergrondse zijn; ondergrondse zijn;
Overwegende dat de motivering van de aanvraag kan bijgetreden worden; Overwegende dat de motivering van de aanvraag kan bijgetreden worden;
dat met betrekking tot de in het reeds geciteerde advies van de dat met betrekking tot de in het reeds geciteerde advies van de
MINA-raad gemaakte concrete bemerkingen het volgende kan worden MINA-raad gemaakte concrete bemerkingen het volgende kan worden
gesteld : gesteld :
- in de aanvraag wordt bij de gevraagde afwijking van artikel 6.5.7.2 - in de aanvraag wordt bij de gevraagde afwijking van artikel 6.5.7.2
van titel II van het VLAREM voor de niet-ingedeelde gasolietanks wel van titel II van het VLAREM voor de niet-ingedeelde gasolietanks wel
degelijk een onderscheid gemaakt tussen ondergrondse en bovengrondse degelijk een onderscheid gemaakt tussen ondergrondse en bovengrondse
tanks; meer bepaald bij de in de aanvraag voorgestelde alternatieve tanks; meer bepaald bij de in de aanvraag voorgestelde alternatieve
milieuvoorwaarden waarbij voor niet-ingedeelde gasolietanks waarvan de milieuvoorwaarden waarbij voor niet-ingedeelde gasolietanks waarvan de
wanden niet toegankelijk zijn een aanvullende dichtheidsproef wordt wanden niet toegankelijk zijn een aanvullende dichtheidsproef wordt
voorgesteld; voorgesteld;
- aangaande de gevraagde afwijking van artikel 5.17.2.8, § 2 van titel - aangaande de gevraagde afwijking van artikel 5.17.2.8, § 2 van titel
II van het VLAREM moet worden opgemerkt dat de in het betreffende II van het VLAREM moet worden opgemerkt dat de in het betreffende
artikel reeds voorziene mogelijkheid tot afwijking betrekking heeft op artikel reeds voorziene mogelijkheid tot afwijking betrekking heeft op
een alternatieve « gelijkwaardige dichtheidsbeproeving »; zoals ook een alternatieve « gelijkwaardige dichtheidsbeproeving »; zoals ook
uit het proefproject PREMAZ, doorgevoerd o.a. in de gemeente Bierbeek, uit het proefproject PREMAZ, doorgevoerd o.a. in de gemeente Bierbeek,
is gebleken, kan de dichtheidsbeproeving technisch evenwel volledig is gebleken, kan de dichtheidsbeproeving technisch evenwel volledig
vervangen worden door een controlemethode gesteund op metingen van vervangen worden door een controlemethode gesteund op metingen van
potentiaalverschillen aan en rondom de gasolietank; rekening houdend potentiaalverschillen aan en rondom de gasolietank; rekening houdend
met de evolutie van de techniek is het dan ook verantwoord deze nieuwe met de evolutie van de techniek is het dan ook verantwoord deze nieuwe
controlemogelijkheid als alternatief toe te laten; controlemogelijkheid als alternatief toe te laten;
dat met betrekking tot de in het reeds geciteerde advies van de SERV dat met betrekking tot de in het reeds geciteerde advies van de SERV
gemaakte concrete bemerking, met name dat de gevraagde afwijking gemaakte concrete bemerking, met name dat de gevraagde afwijking
beoogt in de overgangsregeling het onderscheid weg te werken tussen beoogt in de overgangsregeling het onderscheid weg te werken tussen
periodiciteit van controles voor bestaande tanks gelegen in periodiciteit van controles voor bestaande tanks gelegen in
waterwingebieden en beschermingszones enerzijds en deze gelegen in waterwingebieden en beschermingszones enerzijds en deze gelegen in
andere gebieden anderzijds, kan worden aangestipt dat met de gevraagde andere gebieden anderzijds, kan worden aangestipt dat met de gevraagde
afwijking inzonderheid wordt beoogd alle gasolieopslagtanks onder afwijking inzonderheid wordt beoogd alle gasolieopslagtanks onder
controle te brengen; voor de bestaande tanks impliceert dit de controle te brengen; voor de bestaande tanks impliceert dit de
uitvoering van een eerste periodiek onderzoek als compensatie voor de uitvoering van een eerste periodiek onderzoek als compensatie voor de
afwezigheid van het controle-onderzoek bij de plaatsing van de tank; afwezigheid van het controle-onderzoek bij de plaatsing van de tank;
na de uitvoering van dit eerste periodieke onderzoek is er geen reden na de uitvoering van dit eerste periodieke onderzoek is er geen reden
om nog een afwijkende frequentie voor de verdere periodieke om nog een afwijkende frequentie voor de verdere periodieke
onderzoeken te voorzien; dat de frequentie van deze verdere periodieke onderzoeken te voorzien; dat de frequentie van deze verdere periodieke
onderzoeken is gedivercifieerd in functie van de aard van de tank, de onderzoeken is gedivercifieerd in functie van de aard van de tank, de
opslagwijze en ook de ligging is milieutechnisch verantwoord; opslagwijze en ook de ligging is milieutechnisch verantwoord;
Overwegende dat de alternatieve milieuvoorwaarden die in de aanvraag Overwegende dat de alternatieve milieuvoorwaarden die in de aanvraag
worden voorgesteld als nodig en voldoende kunnen worden bestempeld; worden voorgesteld als nodig en voldoende kunnen worden bestempeld;
dat het opnemen van deze voorwaarden ook een aanpassing impliceert van dat het opnemen van deze voorwaarden ook een aanpassing impliceert van
VLAREM-bepalingen waarvoor geen expliciete afwijking werd gevraagd; VLAREM-bepalingen waarvoor geen expliciete afwijking werd gevraagd;
Overwegende dat er bijgevolg aanleiding toe bestaat aan de vraag om in Overwegende dat er bijgevolg aanleiding toe bestaat aan de vraag om in
afwijking van artikel 5.17.2.11, § 1, artikel 5.17.2.11, § 4, artikel afwijking van artikel 5.17.2.11, § 1, artikel 5.17.2.11, § 4, artikel
5.17.3.19, § 1, artikel 5.17.3.19, § 4, artikel 5.17.2.8, § 2 en 5.17.3.19, § 1, artikel 5.17.3.19, § 4, artikel 5.17.2.8, § 2 en
artikel 6.5.7.2 van titel II van het VLAREM voor de volgende artikel 6.5.7.2 van titel II van het VLAREM voor de volgende
categorieën van inrichtingen : categorieën van inrichtingen :
- voor de opslag van gasolie (P4-producten) in ondergrondse houders, - voor de opslag van gasolie (P4-producten) in ondergrondse houders,
die onder de toepassing valt van de VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6,1°, die onder de toepassing valt van de VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6,1°,
a), de voorwaarden te wijzigen van : a), de voorwaarden te wijzigen van :
- artikel 5.17.2.8, § 2 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.2.8, § 2 dat luidt als volgt :
« § 2. Behalve voor de houders uit gewapende thermohardende « § 2. Behalve voor de houders uit gewapende thermohardende
kunststoffen dient ten minste om de 10 jaar, voor de houders gelegen kunststoffen dient ten minste om de 10 jaar, voor de houders gelegen
in de waterwingebieden en de beschermingszones, en om de 15 jaar voor in de waterwingebieden en de beschermingszones, en om de 15 jaar voor
de houders gelegen in de andere gebieden, de installatie onderworpen de houders gelegen in de andere gebieden, de installatie onderworpen
aan een algemeen onderzoek, omvattende : aan een algemeen onderzoek, omvattende :
5° een dichtheidsbeproeving op rechtstreeks in de grond ingegraven 5° een dichtheidsbeproeving op rechtstreeks in de grond ingegraven
enkelwandige houders bij een overdruk van minstens 30 kPa gedurende enkelwandige houders bij een overdruk van minstens 30 kPa gedurende
minimum 1 uur of bij een onderdruk van hoogstens 30 kPa; beproeving minimum 1 uur of bij een onderdruk van hoogstens 30 kPa; beproeving
bij een overdruk van meer dan 30 kPa mag enkel geschieden indien de bij een overdruk van meer dan 30 kPa mag enkel geschieden indien de
houders daartoe volledig worden gevuld met water; niet toegankelijke houders daartoe volledig worden gevuld met water; niet toegankelijke
enkelwandige leidingen moeten worden beproefd bij een overdruk van enkelwandige leidingen moeten worden beproefd bij een overdruk van
tenminste 30 kPa gedurende 1 uur; een gelijkwaardige tenminste 30 kPa gedurende 1 uur; een gelijkwaardige
dichtheidsbeproeving, uitgevoerd overeenkomstig een door de afdeling dichtheidsbeproeving, uitgevoerd overeenkomstig een door de afdeling
Milieuvergunningen aanvaarde code van goede praktijk, is eveneens Milieuvergunningen aanvaarde code van goede praktijk, is eveneens
toegelaten. »; toegelaten. »;
- artikel 5.17.2.11, § 1 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.2.11, § 1 dat luidt als volgt :
« § 1. Als bestaande houders voor de opslag van P1-, P2-, P3- of « § 1. Als bestaande houders voor de opslag van P1-, P2-, P3- of
P4-producten worden beschouwd : P4-producten worden beschouwd :
1° . . 1° . .
2° . . 2° . .
3° . .. »; 3° . .. »;
- artikel 5.17.2.11, § 4 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.2.11, § 4 dat luidt als volgt :
« § 4. Het algemeen onderzoek als bedoeld in artikel 5.17.2.8, § 2, « § 4. Het algemeen onderzoek als bedoeld in artikel 5.17.2.8, § 2,
dient een eerste maal uitgevoerd te worden uiterlijk op de data dient een eerste maal uitgevoerd te worden uiterlijk op de data
vermeld in onderstaande tabel, afhankelijk van de ligging, de aard van vermeld in onderstaande tabel, afhankelijk van de ligging, de aard van
de opgeslagen vloeistof en de klasse : de opgeslagen vloeistof en de klasse :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor dezelfde data dient een corrosiviteitsonderzoek overeenkomstig Voor dezelfde data dient een corrosiviteitsonderzoek overeenkomstig
artikel 5.17.2.4, § 3 uitgevoerd op de volgende ingegraven metalen artikel 5.17.2.4, § 3 uitgevoerd op de volgende ingegraven metalen
houders met een individueel waterinhoudsvermogen vanaf 5.000 l of voor houders met een individueel waterinhoudsvermogen vanaf 5.000 l of voor
de opslag van P3- en/of P4-producten vanaf 10.000 l evenals de erbij de opslag van P3- en/of P4-producten vanaf 10.000 l evenals de erbij
horende leidingen : horende leidingen :
- voor de opslag van gasolie (P4-producten) in bovengrondse houders - voor de opslag van gasolie (P4-producten) in bovengrondse houders
die onder de toepassing valt van de VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6,1°, die onder de toepassing valt van de VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6,1°,
a) de voorwaarden te wijzigen van : a) de voorwaarden te wijzigen van :
- artikel 5.17.3.19, § 1 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.3.19, § 1 dat luidt als volgt :
« § 1. Als bestaande houders voor de opslag van P1-, P2-, P3- of « § 1. Als bestaande houders voor de opslag van P1-, P2-, P3- of
P4-producten worden beschouwd : P4-producten worden beschouwd :
1° . . 1° . .
2° . . 2° . .
3° . .. »; 3° . .. »;
- artikel 5.17.3.19, § 4 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.3.19, § 4 dat luidt als volgt :
« § 4. Het algemeen onderzoek als bedoeld in artikel 5.17.3.16 dient, « § 4. Het algemeen onderzoek als bedoeld in artikel 5.17.3.16 dient,
voor zover technisch mogelijk, een eerste maal uitgevoerd te worden voor zover technisch mogelijk, een eerste maal uitgevoerd te worden
uiterlijk op de data vermeld in onderstaande tabel, afhankelijk van de uiterlijk op de data vermeld in onderstaande tabel, afhankelijk van de
ligging, de aard van de opgeslagen vloeistof en de klasse : ligging, de aard van de opgeslagen vloeistof en de klasse :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
- voor de opslag van gasolie (P4-producten) die volgens de - voor de opslag van gasolie (P4-producten) die volgens de
VLAREM-indelingslijst niet zijn ingedeeld en die onder de toepassing VLAREM-indelingslijst niet zijn ingedeeld en die onder de toepassing
valt van het hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM de voorwaarden valt van het hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM de voorwaarden
te wijzigen van artikel 6.5.7.2 dat luidt als volgt : te wijzigen van artikel 6.5.7.2 dat luidt als volgt :
« Opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder visueel kan « Opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder visueel kan
geïnspecteerd zijn moeten binnen een termijn van 84 maanden geïnspecteerd zijn moeten binnen een termijn van 84 maanden
onderworpen zijn aan een controle door een erkende technicus. onderworpen zijn aan een controle door een erkende technicus.
Andere dan opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder Andere dan opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder
visueel kan geïnspecteerd zijn moeten binnen een termijn van 60 visueel kan geïnspecteerd zijn moeten binnen een termijn van 60
maanden onderworpen zijn aan een controle door een erkende technicus. maanden onderworpen zijn aan een controle door een erkende technicus.
»; »;
een positief gevolg te verlenen. een positief gevolg te verlenen.
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 6 juli Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 6 juli
2000; 2000;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw; Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.De door UNIZO (UNIE VAN ZELFSTANDIGE ONDERNEMERS) (vroeger

Artikel 1.De door UNIZO (UNIE VAN ZELFSTANDIGE ONDERNEMERS) (vroeger

NCMV), Spastraat 8, 1000 Brussel, ingediende vraag om in afwijking van NCMV), Spastraat 8, 1000 Brussel, ingediende vraag om in afwijking van
artikel 5.17.2.11, § 1, artikel 5.17.2.11, § 4, artikel 5.17.3.19, § artikel 5.17.2.11, § 1, artikel 5.17.2.11, § 4, artikel 5.17.3.19, §
1, artikel 5.17.3.19, § 4, artikel 5.17.2.8, § 2 en artikel 6.5.7.2 1, artikel 5.17.3.19, § 4, artikel 5.17.2.8, § 2 en artikel 6.5.7.2
van titel II van het VLAREM voor de volgende categorieën van van titel II van het VLAREM voor de volgende categorieën van
inrichtingen : inrichtingen :
- voor de opslag van gasolie (P4-producten) in ondergrondse houders, - voor de opslag van gasolie (P4-producten) in ondergrondse houders,
die onder de toepassing valt van de VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6,1°, die onder de toepassing valt van de VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6,1°,
a), de voorwaarden te wijzigen van : a), de voorwaarden te wijzigen van :
- artikel 5.17.2.8, § 2 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.2.8, § 2 dat luidt als volgt :
« § 2. Behalve voor de houders uit gewapende thermohardende « § 2. Behalve voor de houders uit gewapende thermohardende
kunststoffen dient ten minste om de 10 jaar, voor de houders gelegen kunststoffen dient ten minste om de 10 jaar, voor de houders gelegen
in de waterwingebieden en de beschermingszones, en om de 15 jaar voor in de waterwingebieden en de beschermingszones, en om de 15 jaar voor
de houders gelegen in de andere gebieden, de installatie onderworpen de houders gelegen in de andere gebieden, de installatie onderworpen
aan een algemeen onderzoek, omvattende : aan een algemeen onderzoek, omvattende :
5° een dichtheidsbeproeving op rechtstreeks in de grond ingegraven 5° een dichtheidsbeproeving op rechtstreeks in de grond ingegraven
enkelwandige houders bij een overdruk van minstens 30 kPa gedurende enkelwandige houders bij een overdruk van minstens 30 kPa gedurende
minimum 1 uur of bij een onderdruk van hoogstens 30 kPa; beproeving minimum 1 uur of bij een onderdruk van hoogstens 30 kPa; beproeving
bij een overdruk van meer dan 30 kPa mag enkel geschieden indien de bij een overdruk van meer dan 30 kPa mag enkel geschieden indien de
houders daartoe volledig worden gevuld met water; niet toegankelijke houders daartoe volledig worden gevuld met water; niet toegankelijke
enkelwandige leidingen moeten worden beproefd bij een overdruk van enkelwandige leidingen moeten worden beproefd bij een overdruk van
tenminste 30 kPa gedurende 1 uur; een gelijkwaardige tenminste 30 kPa gedurende 1 uur; een gelijkwaardige
dichtheidsbeproeving, uitgevoerd overeenkomstig een door de afdeling dichtheidsbeproeving, uitgevoerd overeenkomstig een door de afdeling
Milieuvergunningen aanvaarde code van goede praktijk, is eveneens Milieuvergunningen aanvaarde code van goede praktijk, is eveneens
toegelaten. »; toegelaten. »;
- artikel 5.17.2.11, § 1 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.2.11, § 1 dat luidt als volgt :
« § 1. Als bestaande houders voor de opslag van P1-, P2-, P3- of « § 1. Als bestaande houders voor de opslag van P1-, P2-, P3- of
P4-producten worden beschouwd : P4-producten worden beschouwd :
1° . . 1° . .
2° . . 2° . .
3° . .. »; 3° . .. »;
- artikel 5.17.2.11, § 4 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.2.11, § 4 dat luidt als volgt :
« § 4. Het algemeen onderzoek als bedoeld in artikel 5.17.2.8, § 2, « § 4. Het algemeen onderzoek als bedoeld in artikel 5.17.2.8, § 2,
dient een eerste maal uitgevoerd te worden uiterlijk op de data dient een eerste maal uitgevoerd te worden uiterlijk op de data
vermeld in onderstaande tabel, afhankelijk van de ligging, de aard van vermeld in onderstaande tabel, afhankelijk van de ligging, de aard van
de opgeslagen vloeistof en de klasse : de opgeslagen vloeistof en de klasse :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor dezelfde data dient een corrosiviteitsonderzoek overeenkomstig Voor dezelfde data dient een corrosiviteitsonderzoek overeenkomstig
artikel 5.17.2.4, § 3 uitgevoerd op de volgende ingegraven metalen artikel 5.17.2.4, § 3 uitgevoerd op de volgende ingegraven metalen
houders met een individueel waterinhoudsvermogen vanaf 5.000 l of voor houders met een individueel waterinhoudsvermogen vanaf 5.000 l of voor
de opslag van P3- en/of P4-producten vanaf 10.000 l evenals de erbij de opslag van P3- en/of P4-producten vanaf 10.000 l evenals de erbij
horende leidingen : horende leidingen :
- voor de opslag van gasolie (P4-producten) in bovengrondse houders - voor de opslag van gasolie (P4-producten) in bovengrondse houders
die onder de toepassing valt van de VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6,1°, die onder de toepassing valt van de VLAREM-indelingsrubriek 17.3.6,1°,
a) de voorwaarden te wijzigen van : a) de voorwaarden te wijzigen van :
- artikel 5.17.3.19, § 1 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.3.19, § 1 dat luidt als volgt :
« § 1. Als bestaande houders voor de opslag van P1-, P2-, P3- of « § 1. Als bestaande houders voor de opslag van P1-, P2-, P3- of
P4-producten worden beschouwd : P4-producten worden beschouwd :
1° . . 1° . .
2° . . 2° . .
3° . .. »; 3° . .. »;
- artikel 5.17.3.19, § 4 dat luidt als volgt : - artikel 5.17.3.19, § 4 dat luidt als volgt :
« § 4. Het algemeen onderzoek als bedoeld in artikel 5.17.3.16 dient, « § 4. Het algemeen onderzoek als bedoeld in artikel 5.17.3.16 dient,
voor zover technisch mogelijk, een eerste maal uitgevoerd te worden voor zover technisch mogelijk, een eerste maal uitgevoerd te worden
uiterlijk op de data vermeld in onderstaande tabel, afhankelijk van de uiterlijk op de data vermeld in onderstaande tabel, afhankelijk van de
ligging, de aard van de opgeslagen vloeistof en de klasse : ligging, de aard van de opgeslagen vloeistof en de klasse :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
- voor de opslag van gasolie (P4-producten) die volgens de - voor de opslag van gasolie (P4-producten) die volgens de
VLAREM-indelingslijst niet zijn ingedeeld en die onder de toepassing VLAREM-indelingslijst niet zijn ingedeeld en die onder de toepassing
valt van het hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM de voorwaarden valt van het hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM de voorwaarden
te wijzigen van artikel 6.5.7.2 dat luidt als volgt : te wijzigen van artikel 6.5.7.2 dat luidt als volgt :
« Opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder visueel kan « Opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder visueel kan
geïnspecteerd zijn moeten binnen een termijn van 84 maanden geïnspecteerd zijn moeten binnen een termijn van 84 maanden
onderworpen zijn aan een controle door een erkende technicus. onderworpen zijn aan een controle door een erkende technicus.
Andere dan opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder Andere dan opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder
visueel kan geïnspecteerd zijn moeten binnen een termijn van 60 visueel kan geïnspecteerd zijn moeten binnen een termijn van 60
maanden onderworpen zijn aan een controle door een erkende technicus. maanden onderworpen zijn aan een controle door een erkende technicus.
»; »;
wordt toegestaan. wordt toegestaan.

Art. 2.Artikel 5.17.2.8, § 2, 5° van het besluit van 1 juni 1995 van

Art. 2.Artikel 5.17.2.8, § 2, 5° van het besluit van 1 juni 1995 van

de Vlaamse regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake de Vlaamse regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake
milieuhygiëne wordt aangevuld met een tweede lid dat luidt als volgt : milieuhygiëne wordt aangevuld met een tweede lid dat luidt als volgt :
« voor de opslag van gasolie en/of stookolie (P3-producten) in « voor de opslag van gasolie en/of stookolie (P3-producten) in
ondergrondse houders, die onder de toepassing valt van rubriek ondergrondse houders, die onder de toepassing valt van rubriek
17.3.6,1°, a) van de indelingslijst, mag de dichtheidsbeproeving op 17.3.6,1°, a) van de indelingslijst, mag de dichtheidsbeproeving op
rechtstreeks in de grond ingegraven enkelwandige houders, bedoeld in rechtstreeks in de grond ingegraven enkelwandige houders, bedoeld in
het eerste lid, worden vervangen door een controlemethode op basis van het eerste lid, worden vervangen door een controlemethode op basis van
metingen van potentiaalverschillen uitgevoerd overeenkomstig een door metingen van potentiaalverschillen uitgevoerd overeenkomstig een door
de afdeling Milieuvergunningen aanvaarde code van goede praktijk. ». de afdeling Milieuvergunningen aanvaarde code van goede praktijk. ».

Art. 3.Artikel 5.17.2.11, § 1 van hetzelfde besluit wordt aangevuld

Art. 3.Artikel 5.17.2.11, § 1 van hetzelfde besluit wordt aangevuld

met een derde lid dat luidt als volgt : met een derde lid dat luidt als volgt :
« In afwijking van de bepalingen van het eerste lid, worden ook als « In afwijking van de bepalingen van het eerste lid, worden ook als
bestaande houders voor de opslag van gasolie en/of stookolie bestaande houders voor de opslag van gasolie en/of stookolie
(P3-producten) beschouwd, de houders die onder de toepassing vallen (P3-producten) beschouwd, de houders die onder de toepassing vallen
van rubriek 17.3.6,1°, a) van de indelingslijst en die vóór 1 augustus van rubriek 17.3.6,1°, a) van de indelingslijst en die vóór 1 augustus
1995 een eerste maal zijn gevuld. ». 1995 een eerste maal zijn gevuld. ».

Art. 4.Artikel 5.17.2.11, § 4 van hetzelfde besluit wordt aangevuld

Art. 4.Artikel 5.17.2.11, § 4 van hetzelfde besluit wordt aangevuld

met een vijfde lid dat luidt als volgt : met een vijfde lid dat luidt als volgt :
« In afwijking van de bepalingen van het eerste en derde lid, moeten « In afwijking van de bepalingen van het eerste en derde lid, moeten
voor bestaande houders voor de opslag van gasolie en/of stookolie voor bestaande houders voor de opslag van gasolie en/of stookolie
(P3-producten) die onder de toepassing vallen van rubriek 17.3.6,1°, (P3-producten) die onder de toepassing vallen van rubriek 17.3.6,1°,
a) van de indelingslijst, het algemeen onderzoek en het a) van de indelingslijst, het algemeen onderzoek en het
corrosiviteitsonderzoek een eerste maal worden uitgevoerd vóór 1 corrosiviteitsonderzoek een eerste maal worden uitgevoerd vóór 1
augustus 2002. ». augustus 2002. ».

Art. 5.Artikel 5.17.3.19, § 1 van hetzelfde besluit wordt aangevuld

Art. 5.Artikel 5.17.3.19, § 1 van hetzelfde besluit wordt aangevuld

met een derde lid dat luidt als volgt : met een derde lid dat luidt als volgt :
« In afwijking van de bepalingen van het eerste lid, worden ook als « In afwijking van de bepalingen van het eerste lid, worden ook als
bestaande houders voor de opslag van gasolie en/of stookolie bestaande houders voor de opslag van gasolie en/of stookolie
(P3-producten) beschouwd, de houders die onder de toepassing vallen (P3-producten) beschouwd, de houders die onder de toepassing vallen
van rubriek 17.3.6,1°, a) van de indelingslijst en die vóór 1 augustus van rubriek 17.3.6,1°, a) van de indelingslijst en die vóór 1 augustus
1995 een eerste maal zijn gevuld. ». 1995 een eerste maal zijn gevuld. ».

Art. 6.Artikel 5.17.3.19, § 4 van hetzelfde besluit wordt aangevuld

Art. 6.Artikel 5.17.3.19, § 4 van hetzelfde besluit wordt aangevuld

met een vierde lid dat luidt als volgt : met een vierde lid dat luidt als volgt :
« In afwijking van de bepalingen van het eerste lid, moet voor « In afwijking van de bepalingen van het eerste lid, moet voor
bestaande houders voor de opslag van gasolie en/of stookolie bestaande houders voor de opslag van gasolie en/of stookolie
(P3-producten) die onder de toepassing vallen van rubriek 17.3.6,1°, (P3-producten) die onder de toepassing vallen van rubriek 17.3.6,1°,
a) van de indelingslijst, het algemeen onderzoek een eerste maal a) van de indelingslijst, het algemeen onderzoek een eerste maal
worden uitgevoerd vóór 1 augustus 2003. ». worden uitgevoerd vóór 1 augustus 2003. ».

Art. 7.In artikel 6.5.7.2 van hetzelfde besluit worden de volgende

Art. 7.In artikel 6.5.7.2 van hetzelfde besluit worden de volgende

wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
« Opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder visueel kan « Opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder visueel kan
geïnspecteerd zijn moeten vóór 1 augustus 2003 onderworpen zijn aan geïnspecteerd zijn moeten vóór 1 augustus 2003 onderworpen zijn aan
een controle door een erkende technicus. »; een controle door een erkende technicus. »;
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt : 2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
« Andere dan opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder « Andere dan opslaginstallaties waarvan de buitenwand van de houder
visueel kan geïnspecteerd zijn moeten vóór 1 augustus 2002 onderworpen visueel kan geïnspecteerd zijn moeten vóór 1 augustus 2002 onderworpen
zijn aan een eerste controle door een erkende technicus. Vanaf de zijn aan een eerste controle door een erkende technicus. Vanaf de
datum van deze eerste controle moeten de periodieke controles worden datum van deze eerste controle moeten de periodieke controles worden
uitgevoerd volgens de bepalingen van artikel 6.5.5.2 en 6.5.5.3. »; uitgevoerd volgens de bepalingen van artikel 6.5.5.2 en 6.5.5.3. »;
3° het derde lid wordt aangevuld met een zevende gedachtestreep die 3° het derde lid wordt aangevuld met een zevende gedachtestreep die
luidt als volgt : luidt als volgt :
« - voor de rechtstreeks in de grond ingegraven enkelwandige houders, « - voor de rechtstreeks in de grond ingegraven enkelwandige houders,
de uitvoering van een dichtheidsbeproeving bij een overdruk van de uitvoering van een dichtheidsbeproeving bij een overdruk van
minstens 30 kPa gedurende minimum 1 uur of bij een onderdruk van minstens 30 kPa gedurende minimum 1 uur of bij een onderdruk van
hoogstens 30 kPa; beproeving bij een overdruk van meer dan 30 kPa mag hoogstens 30 kPa; beproeving bij een overdruk van meer dan 30 kPa mag
enkel geschieden indien de houders daartoe volledig worden gevuld met enkel geschieden indien de houders daartoe volledig worden gevuld met
water; niet toegankelijke enkelwandige leidingen moeten worden water; niet toegankelijke enkelwandige leidingen moeten worden
beproefd bij een overdruk van ten minste 30 kPa gedurende 1 uur; een beproefd bij een overdruk van ten minste 30 kPa gedurende 1 uur; een
gelijkwaardige dichtheidsbeproeving, uitgevoerd overeenkomstig een gelijkwaardige dichtheidsbeproeving, uitgevoerd overeenkomstig een
door de afdeling Milieuvergunningen aanvaarde code van goede praktijk, door de afdeling Milieuvergunningen aanvaarde code van goede praktijk,
is eveneens toegelaten; is eveneens toegelaten;
voormelde dichtheidsbeproeving mag worden vervangen door een voormelde dichtheidsbeproeving mag worden vervangen door een
controlemethode op basis van metingen van potentiaalverschillen controlemethode op basis van metingen van potentiaalverschillen
uitgevoerd overeenkomstig een door de afdeling Milieuvergunningen uitgevoerd overeenkomstig een door de afdeling Milieuvergunningen
aanvaarde code van goede praktijk; aanvaarde code van goede praktijk;
de eerste controles die overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk de eerste controles die overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk
vóór 1 augustus 2000 werden uitgevoerd blijven onverminderd vóór 1 augustus 2000 werden uitgevoerd blijven onverminderd
rechtsgeldig ook wanneer deze de voormelde dichtheidsbeproeving niet rechtsgeldig ook wanneer deze de voormelde dichtheidsbeproeving niet
hebben omvat. ». hebben omvat. ».

Art. 8.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2000.

Art. 8.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2000.

Art. 9.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu, is belast

Art. 9.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu, is belast

met de uitvoering van dit besluit. met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 17 juli 2000. Brussel, 17 juli 2000.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw,
Mevr. V. DUA Mevr. V. DUA
^