Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 14/11/2008
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot vaststelling van het statuut van de gewestelijke ontvangers, inzake de uitvoering van het sectoraal akkoord 2005-2007, het sectoraal akkoord 2008-2009 en andere bepalingen "
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot vaststelling van het statuut van de gewestelijke ontvangers, inzake de uitvoering van het sectoraal akkoord 2005-2007, het sectoraal akkoord 2008-2009 en andere bepalingen Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot vaststelling van het statuut van de gewestelijke ontvangers, inzake de uitvoering van het sectoraal akkoord 2005-2007, het sectoraal akkoord 2008-2009 en andere bepalingen
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
14 NOVEMBER 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van 14 NOVEMBER 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van
het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot vaststelling het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot vaststelling
van het statuut van de gewestelijke ontvangers, inzake de uitvoering van het statuut van de gewestelijke ontvangers, inzake de uitvoering
van het sectoraal akkoord 2005-2007, het sectoraal akkoord 2008-2009 van het sectoraal akkoord 2005-2007, het sectoraal akkoord 2008-2009
en andere bepalingen en andere bepalingen
De Vlaamse Regering, De Vlaamse Regering,
Gelet op de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare Gelet op de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare
centra voor maatschappelijk welzijn, artikel 43, § 4, vervangen bij centra voor maatschappelijk welzijn, artikel 43, § 4, vervangen bij
het decreet van 7 juli 2006; het decreet van 7 juli 2006;
Gelet op het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 76, § 2; Gelet op het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 76, § 2;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot
vaststelling van het statuut van de gewestelijke ontvangers, gewijzigd vaststelling van het statuut van de gewestelijke ontvangers, gewijzigd
bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006; bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006
houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de
diensten van de Vlaamse overheid, gewijzigd bij de besluiten van de diensten van de Vlaamse overheid, gewijzigd bij de besluiten van de
Vlaamse Regering van 29 september 2006, 16 maart 2007, 6 juli 2007 en Vlaamse Regering van 29 september 2006, 16 maart 2007, 6 juli 2007 en
19 juli 2007; 19 juli 2007;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
begroting, gegeven op 17 september 2008; begroting, gegeven op 17 september 2008;
Gelet op protocol nr. 265.857 van 13 oktober 2008 van het sectorcomité Gelet op protocol nr. 265.857 van 13 oktober 2008 van het sectorcomité
XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest; XVIII Vlaamse Gemeenschap - Vlaams Gewest;
Gelet op advies 45.239/3 van de Raad van State, gegeven op 21 oktober Gelet op advies 45.239/3 van de Raad van State, gegeven op 21 oktober
2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur,
Stedenbeleid, Wonen en Inburgering; Stedenbeleid, Wonen en Inburgering;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering

Artikel 1.In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering

van 11 juni 2004 tot vaststelling van het statuut van de gewestelijke van 11 juni 2004 tot vaststelling van het statuut van de gewestelijke
ontvangers worden de woorden « gewestelijke ontvangers » vervangen ontvangers worden de woorden « gewestelijke ontvangers » vervangen
door de woorden « gewestelijk ontvangers ». door de woorden « gewestelijk ontvangers ».

Art. 2.In hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen

Art. 2.In hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen

aangebracht : aangebracht :
1° de woorden « gewestelijke ontvanger » worden telkens vervangen door 1° de woorden « gewestelijke ontvanger » worden telkens vervangen door
de woorden « gewestelijk ontvanger »; de woorden « gewestelijk ontvanger »;
2° de woorden « gewestelijke ontvangers » worden telkens vervangen 2° de woorden « gewestelijke ontvangers » worden telkens vervangen
door de woorden « gewestelijk ontvangers »; door de woorden « gewestelijk ontvangers »;
3° het woord « gouverneur » wordt telkens vervangen door het woord « 3° het woord « gouverneur » wordt telkens vervangen door het woord «
provinciegouverneur ». provinciegouverneur ».

Art. 3.Aan artikel 2 van hetzelfde besluit worden een punt 4° en 5°

Art. 3.Aan artikel 2 van hetzelfde besluit worden een punt 4° en 5°

toegevoegd, die luiden als volgt : toegevoegd, die luiden als volgt :
« 4° VPS : het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 « 4° VPS : het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006
houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de
diensten van de Vlaamse overheid; diensten van de Vlaamse overheid;
5° de gewestelijk ontvanger : de vastbenoemde gewestelijk ontvanger en 5° de gewestelijk ontvanger : de vastbenoemde gewestelijk ontvanger en
de stagiair. » de stagiair. »

Art. 4.Aan deel I, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit worden een

Art. 4.Aan deel I, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit worden een

artikel 2bis en 2ter toegevoegd, die luiden als volgt : artikel 2bis en 2ter toegevoegd, die luiden als volgt :
«

Art. 2bis.Voor de toepassing van het VPS op de gewestelijk

«

Art. 2bis.Voor de toepassing van het VPS op de gewestelijk

ontvanger wordt verstaan onder : ontvanger wordt verstaan onder :
1° de ambtenaar : de vastbenoemde gewestelijk ontvanger en de 1° de ambtenaar : de vastbenoemde gewestelijk ontvanger en de
stagiair; stagiair;
2° het personeelslid : de vastbenoemde gewestelijk ontvanger, de 2° het personeelslid : de vastbenoemde gewestelijk ontvanger, de
stagiair en de contractuele gewestelijk ontvanger; stagiair en de contractuele gewestelijk ontvanger;
3° het contractueel personeelslid : de contractuele gewestelijk 3° het contractueel personeelslid : de contractuele gewestelijk
ontvanger; ontvanger;
4° de lijnmanager : de provinciegouverneur, tenzij anders is bepaald; 4° de lijnmanager : de provinciegouverneur, tenzij anders is bepaald;
5° de Vlaamse minister, bevoegd voor bestuurszaken : de minister van 5° de Vlaamse minister, bevoegd voor bestuurszaken : de minister van
Binnenlandse Aangelegenheden, tenzij anders is bepaald en uitgezonderd Binnenlandse Aangelegenheden, tenzij anders is bepaald en uitgezonderd
voor de aanwijzing van het geneeskundig controleorgaan, vermeld in voor de aanwijzing van het geneeskundig controleorgaan, vermeld in
artikel X 18 van het VPS; artikel X 18 van het VPS;
6° de functioneel bevoegde Vlaamse minister of de functionele minister 6° de functioneel bevoegde Vlaamse minister of de functionele minister
: de minister van Binnenlandse Aangelegenheden; : de minister van Binnenlandse Aangelegenheden;
7° de benoemende overheid : de provinciegouverneur, tenzij anders is 7° de benoemende overheid : de provinciegouverneur, tenzij anders is
bepaald; bepaald;
8° de Vlaamse Gemeenschap, de IVA met rechtspersoonlijkheid, de EVA, 8° de Vlaamse Gemeenschap, de IVA met rechtspersoonlijkheid, de EVA,
de SAR of het Gemeenschapsonderwijs, de diensten van de Vlaamse de SAR of het Gemeenschapsonderwijs, de diensten van de Vlaamse
overheid : het Vlaams Gewest; overheid : het Vlaams Gewest;
9° de ambtenaar op proef, de ambtenaar in proeftijd : de stagiair. 9° de ambtenaar op proef, de ambtenaar in proeftijd : de stagiair.

Art. 2ter.De minister van Binnenlandse Aangelegenheden stelt het

Art. 2ter.De minister van Binnenlandse Aangelegenheden stelt het

arbeidsreglement voor de gewestelijk ontvangers vast. » arbeidsreglement voor de gewestelijk ontvangers vast. »

Art. 5.Het opschrift van deel III van hetzelfde besluit wordt

Art. 5.Het opschrift van deel III van hetzelfde besluit wordt

vervangen door wat volgt : vervangen door wat volgt :
« Deel III Rechten, plichten, onverenigbaarheden en cumulatie van « Deel III Rechten, plichten, onverenigbaarheden en cumulatie van
activiteiten ». activiteiten ».

Art. 6.Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt

Art. 6.Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt

: :
«

Art. 5.De bepalingen van deel II van het VPS, met uitzondering van

«

Art. 5.De bepalingen van deel II van het VPS, met uitzondering van

artikel II 3, II 4 en II 7, § 2, zijn van overeenkomstige toepassing artikel II 3, II 4 en II 7, § 2, zijn van overeenkomstige toepassing
op de gewestelijk ontvanger, op voorwaarde van de volgende op de gewestelijk ontvanger, op voorwaarde van de volgende
aanpassingen : aanpassingen :
1° in artikel II 1, § 1, worden de woorden « de diensten van de 1° in artikel II 1, § 1, worden de woorden « de diensten van de
Vlaamse overheid » gelezen als « de Vlaamse Regering »; Vlaamse overheid » gelezen als « de Vlaamse Regering »;
2° in artikel II 1, § 1, worden de woorden « zijn lijnmanager en/of 2° in artikel II 1, § 1, worden de woorden « zijn lijnmanager en/of
functionele chef » gelezen als « de provinciegouverneur en de functionele chef » gelezen als « de provinciegouverneur en de
arrondissementscommissaris »; arrondissementscommissaris »;
3° in artikel II 2, § 2, worden de woorden « de Interne Audit van de 3° in artikel II 2, § 2, worden de woorden « de Interne Audit van de
Vlaamse Administratie op de hoogte brengen overeenkomstig artikel 34, Vlaamse Administratie op de hoogte brengen overeenkomstig artikel 34,
§ 3, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003 » § 3, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003 »
gelezen als « de externe auditcommissie bij de gemeente op de hoogte gelezen als « de externe auditcommissie bij de gemeente op de hoogte
brengen » en de woorden « een functionele chef » als « de brengen » en de woorden « een functionele chef » als « de
arrondissementscommissaris; arrondissementscommissaris;
4° in artikel II 6, § 3, tweede lid, worden de woorden « de diensten 4° in artikel II 6, § 3, tweede lid, worden de woorden « de diensten
van de Vlaamse overheid » gelezen als « de Vlaamse overheid »; van de Vlaamse overheid » gelezen als « de Vlaamse overheid »;
5° in artikel II 12 en II 14 wordt het woord « lijnmanager » gelezen 5° in artikel II 12 en II 14 wordt het woord « lijnmanager » gelezen
als « arrondissementscommissaris ». als « arrondissementscommissaris ».

Art. 7.Artikel 6 tot en met 10 van hetzelfde besluit worden

Art. 7.Artikel 6 tot en met 10 van hetzelfde besluit worden

opgeheven. opgeheven.

Art. 8.Aan deel IV, titel 1, van hetzelfde besluit worden een artikel

Art. 8.Aan deel IV, titel 1, van hetzelfde besluit worden een artikel

12bis en 12ter toegevoegd, die luiden als volgt : 12bis en 12ter toegevoegd, die luiden als volgt :
«

Art. 12bis.Naast de vacaturevervulling, vermeld in artikel 12, kan

«

Art. 12bis.Naast de vacaturevervulling, vermeld in artikel 12, kan

een vacante betrekking, als dat noodzakelijk is voor de dienst, een vacante betrekking, als dat noodzakelijk is voor de dienst,
vervuld worden door een verandering van dienstaanwijzing na akkoord vervuld worden door een verandering van dienstaanwijzing na akkoord
van de betrokken provinciegouverneurs. van de betrokken provinciegouverneurs.

Art. 12ter.De provinciegouverneur kan een nieuwe gewestelijk

Art. 12ter.De provinciegouverneur kan een nieuwe gewestelijk

ontvanger aanstellen voor de uittredende gewestelijk ontvanger zijn ontvanger aanstellen voor de uittredende gewestelijk ontvanger zijn
ambt beëindigt. De nieuwe gewestelijk ontvanger kan op zijn vroegst ambt beëindigt. De nieuwe gewestelijk ontvanger kan op zijn vroegst
zes maanden voor de beëindiging van het ambt van de uittredende zes maanden voor de beëindiging van het ambt van de uittredende
gewestelijk ontvanger in dienst treden. gewestelijk ontvanger in dienst treden.
De nieuwe gewestelijk ontvanger staat de uittredende gewestelijk De nieuwe gewestelijk ontvanger staat de uittredende gewestelijk
ontvanger bij in de vervulling van zijn taken en de uitoefening van ontvanger bij in de vervulling van zijn taken en de uitoefening van
zijn opdrachten. Bij de beëindiging van het ambt van de uittredende zijn opdrachten. Bij de beëindiging van het ambt van de uittredende
gewestelijk ontvanger neemt de nieuwe gewestelijk ontvanger het ambt gewestelijk ontvanger neemt de nieuwe gewestelijk ontvanger het ambt
van gewestelijk ontvanger op. » van gewestelijk ontvanger op. »

Art. 9.In artikel 13, 5°, van hetzelfde besluit worden de woorden «

Art. 9.In artikel 13, 5°, van hetzelfde besluit worden de woorden «

het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap » vervangen door de woorden het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap » vervangen door de woorden
« de diensten van de Vlaamse overheid ». « de diensten van de Vlaamse overheid ».

Art. 10.In artikel 16 van hetzelfde besluit wordt punt 2° opgeheven.

Art. 10.In artikel 16 van hetzelfde besluit wordt punt 2° opgeheven.

Art. 11.Aan artikel 23, § 1, van hetzelfde besluit wordt een tweede

Art. 11.Aan artikel 23, § 1, van hetzelfde besluit wordt een tweede

lid toegevoegd, dat luidt als volgt : lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
« De provinciegouverneur beslist of de stage deeltijds uitgevoerd kan « De provinciegouverneur beslist of de stage deeltijds uitgevoerd kan
worden. In geval van deeltijdse stage wordt de duur van de stage pro worden. In geval van deeltijdse stage wordt de duur van de stage pro
rata verlengd. » rata verlengd. »

Art. 12.In deel VI van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 1, dat

Art. 12.In deel VI van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 1, dat

bestaat uit artikel 32, vervangen door wat volgt : bestaat uit artikel 32, vervangen door wat volgt :
« Hoofdstuk 1. Basisprincipes van de evaluatie « Hoofdstuk 1. Basisprincipes van de evaluatie

Art. 32.Artikel IV 1 en IV 2 van het VPS zijn van overeenkomstige

Art. 32.Artikel IV 1 en IV 2 van het VPS zijn van overeenkomstige

toepassing op de gewestelijk ontvanger, waarbij in artikel IV 2 het toepassing op de gewestelijk ontvanger, waarbij in artikel IV 2 het
woord « lijnmanager » gelezen wordt als « arrondissementscommissaris. woord « lijnmanager » gelezen wordt als « arrondissementscommissaris.
» »

Art. 13.Artikel 35 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 13.Artikel 35 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 35.De arrondissementscommissaris legt de evaluatie vast in een

«

Art. 35.De arrondissementscommissaris legt de evaluatie vast in een

verslag. Het verslag bevat in voorkomend geval de eindvermelding « verslag. Het verslag bevat in voorkomend geval de eindvermelding «
onvoldoende », die loopbaangevolgen heeft zoals bepaald in dit onvoldoende », die loopbaangevolgen heeft zoals bepaald in dit
besluit. besluit.
De geëvalueerde gewestelijk ontvanger kan opmerkingen toevoegen aan De geëvalueerde gewestelijk ontvanger kan opmerkingen toevoegen aan
het definitieve beschrijvende evaluatieverslag. » het definitieve beschrijvende evaluatieverslag. »

Art. 14.Aan deel VI, hoofdstuk III, van hetzelfde besluit wordt een

Art. 14.Aan deel VI, hoofdstuk III, van hetzelfde besluit wordt een

artikel 35bis toegevoegd, dat luidt als volgt : artikel 35bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
«

Art. 35bis.Artikel IV 6 en IV 7 van het VPS zijn van

«

Art. 35bis.Artikel IV 6 en IV 7 van het VPS zijn van

overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. » overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. »

Art. 15.Aan deel VI van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 4,

Art. 15.Aan deel VI van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 4,

bestaande uit artikel 35ter toegevoegd, dat luidt als volgt : bestaande uit artikel 35ter toegevoegd, dat luidt als volgt :
« Hoofdstuk 4. Beroep tegen de evaluatie « onvoldoende » « Hoofdstuk 4. Beroep tegen de evaluatie « onvoldoende »

Art. 35ter.De gewestelijk ontvanger van wie het evaluatieverslag

Art. 35ter.De gewestelijk ontvanger van wie het evaluatieverslag

wordt besloten met de vermelding « onvoldoende », kan daartegen beroep wordt besloten met de vermelding « onvoldoende », kan daartegen beroep
instellen bij de provinciegouverneur binnen vijftien kalenderdagen na instellen bij de provinciegouverneur binnen vijftien kalenderdagen na
het bezorgen van het evaluatieverslag. De provinciegouverneur neemt het bezorgen van het evaluatieverslag. De provinciegouverneur neemt
een definitieve beslissing binnen dertig kalenderdagen. » een definitieve beslissing binnen dertig kalenderdagen. »

Art. 16.Artikel 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 16.Artikel 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 36.De bepalingen van deel VIII, titel 1, van het VPS zijn van

«

Art. 36.De bepalingen van deel VIII, titel 1, van het VPS zijn van

overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger, met overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger, met
uitzondering van artikel VIII 2, 4° en 5°, VIII 5 en VIII 6. » uitzondering van artikel VIII 2, 4° en 5°, VIII 5 en VIII 6. »

Art. 17.Artikel 37 tot en met 39 van hetzelfde besluit worden

Art. 17.Artikel 37 tot en met 39 van hetzelfde besluit worden

opgeheven. opgeheven.

Art. 18.Artikel 43 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 18.Artikel 43 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 43.Artikel VIII 9 tot en met VIII 11 van het VPS zijn van

«

Art. 43.Artikel VIII 9 tot en met VIII 11 van het VPS zijn van

overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger, op voorwaarde overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger, op voorwaarde
van de volgende aanpassingen : van de volgende aanpassingen :
1° de woorden « het personeelslid dat het voorstel heeft gedaan » 1° de woorden « het personeelslid dat het voorstel heeft gedaan »
worden gelezen als « de arrondissementscommissaris »; worden gelezen als « de arrondissementscommissaris »;
2° de woorden « de overheid die bevoegd is voor het uitspreken van de 2° de woorden « de overheid die bevoegd is voor het uitspreken van de
tuchtstraf », « de bevoegde overheid voor de uitspraak » en « de tuchtstraf », « de bevoegde overheid voor de uitspraak » en « de
bevoegde overheid » worden gelezen als « de provinciegouverneur »; bevoegde overheid » worden gelezen als « de provinciegouverneur »;
3° de woorden « in toepassing van art. VIII 12 » vermeld in artikel 3° de woorden « in toepassing van art. VIII 12 » vermeld in artikel
VIII 11, worden gelezen als « met toepassing van artikel 51 ». » VIII 11, worden gelezen als « met toepassing van artikel 51 ». »

Art. 19.Artikel 44 tot en met 47 van hetzelfde besluit worden

Art. 19.Artikel 44 tot en met 47 van hetzelfde besluit worden

opgeheven; opgeheven;

Art. 20.Artikel 52 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 20.Artikel 52 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 52.De bepalingen van deel VIII, titel 2, hoofdstuk 3, van het

«

Art. 52.De bepalingen van deel VIII, titel 2, hoofdstuk 3, van het

VPS zijn van overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger, VPS zijn van overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger,
met uitzondering van artikel VIII 19 en VIII 21, en waarbij in artikel met uitzondering van artikel VIII 19 en VIII 21, en waarbij in artikel
VIII 20 de woorden « de administratieve overheid » worden gelezen als VIII 20 de woorden « de administratieve overheid » worden gelezen als
« de provinciegouverneur en de arrondissementscommissaris ». » « de provinciegouverneur en de arrondissementscommissaris ». »

Art. 21.Artikel 53 en artikel 55 tot en met 58 van hetzelfde besluit

Art. 21.Artikel 53 en artikel 55 tot en met 58 van hetzelfde besluit

worden opgeheven. worden opgeheven.

Art. 22.Artikel 59 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 22.Artikel 59 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 59.De bepalingen van deel VIII, titel 3, van het VPS zijn van

«

Art. 59.De bepalingen van deel VIII, titel 3, van het VPS zijn van

overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger, met overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger, met
uitzondering van artikel VIII 24, § 2, vierde gedachtestreep. » uitzondering van artikel VIII 24, § 2, vierde gedachtestreep. »

Art. 23.Artikel 60 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 23.Artikel 60 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 24.Artikel 61 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 24.Artikel 61 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 61.De bepalingen van deel IX van het VPS, met uitzondering van

«

Art. 61.De bepalingen van deel IX van het VPS, met uitzondering van

artikel IX 2, IX 6 en IX 7, zijn van overeenkomstige toepassing op de artikel IX 2, IX 6 en IX 7, zijn van overeenkomstige toepassing op de
gewestelijk ontvanger, op voorwaarde van de volgende aanpassingen : gewestelijk ontvanger, op voorwaarde van de volgende aanpassingen :
1° in artikel IX 4 worden de woorden « de overheid bevoegd voor het 1° in artikel IX 4 worden de woorden « de overheid bevoegd voor het
uitspreken van de schorsing in het belang van de dienst » gelezen als uitspreken van de schorsing in het belang van de dienst » gelezen als
« de provinciegouverneur »; « de provinciegouverneur »;
2° in artikel IX 13 worden de woorden « artikel VIII 19, derde lid » 2° in artikel IX 13 worden de woorden « artikel VIII 19, derde lid »
gelezen als « artikel 54. » gelezen als « artikel 54. »

Art. 25.Artikel 63 en 64 van hetzelfde besluit worden opgeheven.

Art. 25.Artikel 63 en 64 van hetzelfde besluit worden opgeheven.

Art. 26.In artikel 65 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid

Art. 26.In artikel 65 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid

opgeheven. opgeheven.

Art. 27.In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven :

Art. 27.In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven :

1° artikel 67 en 68; 1° artikel 67 en 68;
2° artikel 69, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2° artikel 69, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van
17 februari 2006; 17 februari 2006;
3° artikel 70 tot en met 73. 3° artikel 70 tot en met 73.

Art. 28.Artikel 74 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 28.Artikel 74 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 74.De bepalingen van deel X, titel 1, van het VPS zijn van

«

Art. 74.De bepalingen van deel X, titel 1, van het VPS zijn van

overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger, met overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger, met
uitzondering van artikel X 2 en waarbij het woord « lijnmanager » uitzondering van artikel X 2 en waarbij het woord « lijnmanager »
wordt gelezen als « arrondissementscommissaris » ». wordt gelezen als « arrondissementscommissaris » ».

Art. 29.Artikel 77 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 29.Artikel 77 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 77.De dienstvrijstellingen worden aangevraagd bij de

«

Art. 77.De dienstvrijstellingen worden aangevraagd bij de

arrondissementscommissaris. » arrondissementscommissaris. »

Art. 30.Artikel 78 en 79 van hetzelfde besluit worden opgeheven.

Art. 30.Artikel 78 en 79 van hetzelfde besluit worden opgeheven.

Art. 31.Artikel 80 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 31.Artikel 80 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 80.De bepalingen van deel X, titel 2, van het VPS zijn van

«

Art. 80.De bepalingen van deel X, titel 2, van het VPS zijn van

overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. » overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. »

Art. 32.In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven :

Art. 32.In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven :

1° artikel 81; 1° artikel 81;
2° artikel 82, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2° artikel 82, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van
17 februari 2006; 17 februari 2006;
3° artikel 83. 3° artikel 83.

Art. 33.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

Art. 33.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het opschrift van van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het opschrift van
titel 3 vervangen door wat volgt : titel 3 vervangen door wat volgt :
« Titel 3. Bevallingsverlof en opvangverlof ». « Titel 3. Bevallingsverlof en opvangverlof ».

Art. 34.In deel IX, titel 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 34.In deel IX, titel 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het
opschrift van hoofdstuk 1 vervangen door wat volgt : opschrift van hoofdstuk 1 vervangen door wat volgt :
« Hoofdstuk 1. Bevallingsverlof ». « Hoofdstuk 1. Bevallingsverlof ».

Art. 35.Artikel 84 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

Art. 35.Artikel 84 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt vervangen door wat van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt vervangen door wat
volgt : volgt :
«

Art. 84.De bepalingen van deel X, titel 3, hoofdstuk 1, van het VPS

«

Art. 84.De bepalingen van deel X, titel 3, hoofdstuk 1, van het VPS

zijn van overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. » zijn van overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. »

Art. 36.Artikel 85 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

Art. 36.Artikel 85 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt opgeheven. van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt opgeheven.

Art. 37.Artikel 87 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 37.Artikel 87 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 38.Artikel 88 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 38.Artikel 88 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 88.De bepalingen van deel X, titel 3, hoofdstuk 2, van het VPS

«

Art. 88.De bepalingen van deel X, titel 3, hoofdstuk 2, van het VPS

zijn van overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. » zijn van overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. »

Art. 39.Artikel 89 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 39.Artikel 89 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 40.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

Art. 40.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt titel 4, bestaande van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt titel 4, bestaande
uit artikel 90 tot en met 94, vervangen door wat volgt : uit artikel 90 tot en met 94, vervangen door wat volgt :
« Titel 4. Ziekteverlof « Titel 4. Ziekteverlof

Art. 90.De bepalingen van deel X, titel 4, van het VPS, met

Art. 90.De bepalingen van deel X, titel 4, van het VPS, met

uitzondering van artikel X 24, zijn van overeenkomstige toepassing op uitzondering van artikel X 24, zijn van overeenkomstige toepassing op
de gewestelijk ontvanger. de gewestelijk ontvanger.
Titel 5. Verlof voor deeltijdse prestaties Titel 5. Verlof voor deeltijdse prestaties

Art. 91.De gewestelijk ontvanger kan een verlof voor deeltijdse

Art. 91.De gewestelijk ontvanger kan een verlof voor deeltijdse

prestaties krijgen. Het verlof wordt toegestaan door de prestaties krijgen. Het verlof wordt toegestaan door de
arrondissementscommissaris, die beoordeelt of het geven van de arrondissementscommissaris, die beoordeelt of het geven van de
toestemming verenigbaar is met de goede werking van de dienst. toestemming verenigbaar is met de goede werking van de dienst.
De nadere regelen voor het opnemen van het verlof voor deeltijdse De nadere regelen voor het opnemen van het verlof voor deeltijdse
prestaties worden bepaald in overleg met de arrondissementscommissaris prestaties worden bepaald in overleg met de arrondissementscommissaris
en de gewestelijk ontvanger. en de gewestelijk ontvanger.
De gewestelijk ontvanger kan binnen vijftien kalenderdagen vanaf de De gewestelijk ontvanger kan binnen vijftien kalenderdagen vanaf de
kennisgeving van de beslissing tot weigering van het verlof voor kennisgeving van de beslissing tot weigering van het verlof voor
deeltijdse prestaties in beroep gaan bij de provinciegouverneur. De deeltijdse prestaties in beroep gaan bij de provinciegouverneur. De
provinciegouverneur neemt een definitieve beslissing binnen dertig provinciegouverneur neemt een definitieve beslissing binnen dertig
kalenderdagen. kalenderdagen.
Het verlof voor deeltijdse prestaties kan worden opgezegd door de Het verlof voor deeltijdse prestaties kan worden opgezegd door de
gewestelijk ontvanger en door de arrondissementscommissaris. gewestelijk ontvanger en door de arrondissementscommissaris.

Art. 92.Artikel X 26 en X 27 van het VPS zijn van overeenkomstige

Art. 92.Artikel X 26 en X 27 van het VPS zijn van overeenkomstige

toepassing op de gewestelijk ontvanger. » toepassing op de gewestelijk ontvanger. »

Art. 41.Artikel 93 en 94 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 41.Artikel 93 en 94 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, worden besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, worden
opgeheven. opgeheven.

Art. 42.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

Art. 42.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het opschrift van van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het opschrift van
titel 5 vervangen door wat volgt : titel 5 vervangen door wat volgt :
« Titel 6. Verlof voor loopbaanonderbreking ». « Titel 6. Verlof voor loopbaanonderbreking ».

Art. 43.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

Art. 43.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het opschrift van van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het opschrift van
titel 6 vervangen door wat volgt : titel 6 vervangen door wat volgt :
« Titel 7. Verlof voor opdracht ». « Titel 7. Verlof voor opdracht ».

Art. 44.Artikel 106 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 44.Artikel 106 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 106.De bepalingen van deel X, titel 7, hoofdstuk 2, van het

«

Art. 106.De bepalingen van deel X, titel 7, hoofdstuk 2, van het

VPS zijn van overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. » VPS zijn van overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. »

Art. 45.Artikel 107 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 45.Artikel 107 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 46.In het opschrift van deel IX, titel 6, hoofdstuk 2, van

Art. 46.In het opschrift van deel IX, titel 6, hoofdstuk 2, van

hetzelfde besluit worden de woorden « van algemeen belang » geschrapt. hetzelfde besluit worden de woorden « van algemeen belang » geschrapt.

Art. 47.Artikel 108 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 47.Artikel 108 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 108.De bepalingen van deel X, titel 7, hoofdstuk 3, van het

«

Art. 108.De bepalingen van deel X, titel 7, hoofdstuk 3, van het

VPS zijn van overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger, VPS zijn van overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger,
met uitzondering van artikel X 50, § 2, waarbij de woorden « de met uitzondering van artikel X 50, § 2, waarbij de woorden « de
Vlaamse overheid » worden gelezen als « de minister van Binnenlandse Vlaamse overheid » worden gelezen als « de minister van Binnenlandse
Aangelegenheden ». Aangelegenheden ».

Art. 48.In hetzelfde besluit wordt tussen artikel 108 en 109 het

Art. 48.In hetzelfde besluit wordt tussen artikel 108 en 109 het

volgende opschrift ingevoegd : volgende opschrift ingevoegd :
« Titel 8. Dienstvrijstelling voor vorming ». « Titel 8. Dienstvrijstelling voor vorming ».

Art. 49.Artikel 109 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 49.Artikel 109 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 109.Artikel X 59, met uitzondering van het vormingsverlof, en

«

Art. 109.Artikel X 59, met uitzondering van het vormingsverlof, en

artikel X 60 van het VPS zijn van overeenkomstige toepassing op de artikel X 60 van het VPS zijn van overeenkomstige toepassing op de
gewestelijk ontvanger waarbij het woord « lijnmanager » wordt gelezen gewestelijk ontvanger waarbij het woord « lijnmanager » wordt gelezen
als « arrondissementscommissaris ». » als « arrondissementscommissaris ». »

Art. 50.In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven :

Art. 50.In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven :

1° artikel 110, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1° artikel 110, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van
17 februari 2006; 17 februari 2006;
2° artikel 111, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2° artikel 111, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van
17 februari 2006; 17 februari 2006;
3° artikel 112 en 113. 3° artikel 112 en 113.

Art. 51.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

Art. 51.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het opschrift van van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het opschrift van
titel 7 vervangen door wat volgt : titel 7 vervangen door wat volgt :
« Titel 9. Omstandigheidsverlof ». « Titel 9. Omstandigheidsverlof ».

Art. 52.Artikel 114 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 52.Artikel 114 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 114.De bepalingen van deel X, titel 9, van het VPS zijn van

«

Art. 114.De bepalingen van deel X, titel 9, van het VPS zijn van

overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. » overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. »

Art. 53.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

Art. 53.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het opschrift van van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het opschrift van
titel 8 vervangen door wat volgt : titel 8 vervangen door wat volgt :
« Titel 10. Politiek verlof ». « Titel 10. Politiek verlof ».

Art. 54.Artikel 115 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 54.Artikel 115 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 115.De bepalingen van deel X, titel 11, van het VPS zijn van

«

Art. 115.De bepalingen van deel X, titel 11, van het VPS zijn van

overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger waarbij het overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger waarbij het
woord « lijnmanager » wordt gelezen als « arrondissementscommissaris woord « lijnmanager » wordt gelezen als « arrondissementscommissaris
». » ». »

Art. 55.In hetzelfde besluit wordt tussen artikel 115 en 116 het

Art. 55.In hetzelfde besluit wordt tussen artikel 115 en 116 het

volgende opschrift ingevoegd : volgende opschrift ingevoegd :
« Titel 11. Onbetaald verlof ». « Titel 11. Onbetaald verlof ».

Art. 56.Artikel 116 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 56.Artikel 116 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 116.§ 1. De gewestelijk ontvanger kan aanspraak maken op een

«

Art. 116.§ 1. De gewestelijk ontvanger kan aanspraak maken op een

contingent onbetaald verlof van maximaal 5 jaar tijdens de loopbaan, contingent onbetaald verlof van maximaal 5 jaar tijdens de loopbaan,
fractioneerbaar in maanden, naar rata van de duur die nodig is om een fractioneerbaar in maanden, naar rata van de duur die nodig is om een
stage of proefperiode in een andere betrekking bij een overheidsdienst stage of proefperiode in een andere betrekking bij een overheidsdienst
of in de privésector te doorlopen. of in de privésector te doorlopen.
Binnen dat contingent is, al dan niet tezelfdertijd, naar keuze van de Binnen dat contingent is, al dan niet tezelfdertijd, naar keuze van de
ambtenaar : ambtenaar :
1° één jaar gelijkgesteld met dienstactiviteit; 1° één jaar gelijkgesteld met dienstactiviteit;
2° één jaar een recht. 2° één jaar een recht.
De nadere regelen voor de opname van een contingent onbetaald verlof De nadere regelen voor de opname van een contingent onbetaald verlof
worden bepaald in overleg met de arrondissementscommissaris en de worden bepaald in overleg met de arrondissementscommissaris en de
gewestelijk ontvanger. gewestelijk ontvanger.
§ 2. De gewestelijk ontvanger kan tegen de weigering van het onbetaald § 2. De gewestelijk ontvanger kan tegen de weigering van het onbetaald
verlof dat een gunst is, in beroep gaan bij de provinciegouverneur verlof dat een gunst is, in beroep gaan bij de provinciegouverneur
binnen vijftien kalenderdagen vanaf de kennisgeving van de beslissing binnen vijftien kalenderdagen vanaf de kennisgeving van de beslissing
tot weigering. De provinciegouverneur neemt een definitieve beslissing tot weigering. De provinciegouverneur neemt een definitieve beslissing
binnen dertig kalenderdagen. binnen dertig kalenderdagen.
§ 3. Het verlof, vermeld in § 1, is niet van toepassing op de § 3. Het verlof, vermeld in § 1, is niet van toepassing op de
stagiair. stagiair.

Art. 57.Artikel 117 tot en met 119 van hetzelfde besluit worden

Art. 57.Artikel 117 tot en met 119 van hetzelfde besluit worden

opgeheven. opgeheven.

Art. 58.Artikel 120 tot en met 121 van hetzelfde besluit, gewijzigd

Art. 58.Artikel 120 tot en met 121 van hetzelfde besluit, gewijzigd

bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, worden
opgeheven. opgeheven.

Art. 59.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

Art. 59.In deel IX van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het opschrift van van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt het opschrift van
titel 9 vervangen door wat volgt : titel 9 vervangen door wat volgt :
« Titel 12. Verlof krachtens federale bepalingen of verplichtingen ». « Titel 12. Verlof krachtens federale bepalingen of verplichtingen ».

Art. 60.Artikel 123 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 60.Artikel 123 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 123.De bepalingen van deel X, titel 12, van het VPS zijn van

«

Art. 123.De bepalingen van deel X, titel 12, van het VPS zijn van

overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. » overeenkomstige toepassing op de gewestelijk ontvanger. »

Art. 61.Het opschrift van deel X van hetzelfde besluit wordt

Art. 61.Het opschrift van deel X van hetzelfde besluit wordt

vervangen door wat volgt : vervangen door wat volgt :
« Deel X. Het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en de « Deel X. Het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en de
definitieve ambtsneerlegging ». definitieve ambtsneerlegging ».

Art. 62.Artikel 124 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

Art. 62.Artikel 124 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit

van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt vervangen door wat van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt vervangen door wat
volgt : volgt :
«

Art. 124.De bepalingen van deel XI, hoofdstuk 1, van het VPS, met

«

Art. 124.De bepalingen van deel XI, hoofdstuk 1, van het VPS, met

uitzondering van artikel XI 2, zijn van overeenkomstige toepassing op uitzondering van artikel XI 2, zijn van overeenkomstige toepassing op
de gewestelijk ontvanger, op voorwaarde van de volgende aanpassingen : de gewestelijk ontvanger, op voorwaarde van de volgende aanpassingen :
1° de woorden « de werkgever » worden gelezen als « de 1° de woorden « de werkgever » worden gelezen als « de
provinciegouverneur »; provinciegouverneur »;
2° de woorden « de diensten van de Vlaamse overheid » worden gelezen 2° de woorden « de diensten van de Vlaamse overheid » worden gelezen
als « het Vlaamse Gewest ». » als « het Vlaamse Gewest ». »

Art. 63.In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven :

Art. 63.In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven :

1° artikel 125 tot en met 127; 1° artikel 125 tot en met 127;
2° artikel 128, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2° artikel 128, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van
17 februari 2006; 17 februari 2006;
3° artikel 129 en 130. 3° artikel 129 en 130.

Art. 64.Artikel 132 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 64.Artikel 132 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 132.Aan de graad van gewestelijk ontvanger wordt de volgende

«

Art. 132.Aan de graad van gewestelijk ontvanger wordt de volgende

salarisschaal verbonden. salarisschaal verbonden.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 65.In deel XI, titel 1, van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 3,

Art. 65.In deel XI, titel 1, van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 3,

dat bestaat uit artikel 134 tot en met 138, vervangen door wat volgt : dat bestaat uit artikel 134 tot en met 138, vervangen door wat volgt :
« Hoofdstuk 3. In aanmerking nemen van diensten en ervaring « Hoofdstuk 3. In aanmerking nemen van diensten en ervaring

Art. 134.De diensten en ervaring van de gewestelijk ontvanger worden

Art. 134.De diensten en ervaring van de gewestelijk ontvanger worden

in aanmerking genomen voor de berekening van zijn geldelijke in aanmerking genomen voor de berekening van zijn geldelijke
anciënniteit zoals voor de personeelsleden van de diensten van de anciënniteit zoals voor de personeelsleden van de diensten van de
Vlaamse overheid. Vlaamse overheid.

Art. 135.In afwijking van artikel 134 behouden de gewestelijk

Art. 135.In afwijking van artikel 134 behouden de gewestelijk

ontvangers, die in dienst waren wanneer dit statuut in werking treedt, ontvangers, die in dienst waren wanneer dit statuut in werking treedt,
hun geldelijke anciënniteit. » hun geldelijke anciënniteit. »

Art. 66.Artikel 134, 135, 136, 137 en 138 van hetzelfde besluit

Art. 66.Artikel 134, 135, 136, 137 en 138 van hetzelfde besluit

worden opgeheven. worden opgeheven.

Art. 67.Aan artikel 139 van hetzelfde besluit wordt een § 5

Art. 67.Aan artikel 139 van hetzelfde besluit wordt een § 5

toegevoegd, die luidt als volgt : toegevoegd, die luidt als volgt :
« § 5. Artikel VII 11, § 2, van het VPS is van overeenkomstige « § 5. Artikel VII 11, § 2, van het VPS is van overeenkomstige
toepassing op de gewestelijk ontvanger. » toepassing op de gewestelijk ontvanger. »

Art. 68.Artikel 140 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

Art. 68.Artikel 140 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Art. 140.Als het maandsalaris niet volledig verschuldigd is, wordt

«

Art. 140.Als het maandsalaris niet volledig verschuldigd is, wordt

het bedrag van het maandloon berekend volgens de formule, vermeld in het bedrag van het maandloon berekend volgens de formule, vermeld in
artikel VII 6, § 1, van het VPS. » artikel VII 6, § 1, van het VPS. »

Art. 69.In artikel 146 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door

Art. 69.In artikel 146 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door

wat volgt : wat volgt :
« § 2. Het bedrag van de eindejaarstoelage is gelijk aan een « § 2. Het bedrag van de eindejaarstoelage is gelijk aan een
percentage van het brutosalaris van de maand november. Dit percentage percentage van het brutosalaris van de maand november. Dit percentage
is gelijk aan het percentage, vermeld in artikel VII 22, § 2, van het is gelijk aan het percentage, vermeld in artikel VII 22, § 2, van het
VPS voor de personeelsleden met rang A2. » VPS voor de personeelsleden met rang A2. »

Art. 70.Aan deel XI, titel 2, van hetzelfde besluit wordt een

Art. 70.Aan deel XI, titel 2, van hetzelfde besluit wordt een

hoofdstuk 3, bestaande uit artikel 146bis, toegevoegd, dat luidt als hoofdstuk 3, bestaande uit artikel 146bis, toegevoegd, dat luidt als
volgt : volgt :
« Hoofdstuk 3. Toelage voor het tijdelijk overnemen van een ander « Hoofdstuk 3. Toelage voor het tijdelijk overnemen van een ander
bestuur bestuur

Art. 146bis.§ 1. De gewestelijk ontvanger die door de

Art. 146bis.§ 1. De gewestelijk ontvanger die door de

arrondissementscommissaris wordt belast met een bijkomend bestuur, bij arrondissementscommissaris wordt belast met een bijkomend bestuur, bij
tijdelijke afwezigheid van de effectieve titularis die tijdelijke afwezigheid van de effectieve titularis die
verantwoordelijk is voor dit bestuur of in afwachting van de invulling verantwoordelijk is voor dit bestuur of in afwachting van de invulling
van een vacature, ontvangt hiervoor een toelage. van een vacature, ontvangt hiervoor een toelage.
§ 2. De arrondissementscommissaris bepaalt deze toelage a rato van het § 2. De arrondissementscommissaris bepaalt deze toelage a rato van het
aantal gepresteerde uren voor het bijkomend bestuur, voor zover dit aantal gepresteerde uren voor het bijkomend bestuur, voor zover dit
aantal gepresteerde uren opgeteld bij het aantal uren verricht voor de aantal gepresteerde uren opgeteld bij het aantal uren verricht voor de
eigen besturen een normale voltijdse beroepsbezigheid te boven gaat. eigen besturen een normale voltijdse beroepsbezigheid te boven gaat.
Deze toelage mag maximaal 40 % bedragen van het beginsalaris van een Deze toelage mag maximaal 40 % bedragen van het beginsalaris van een
gewestelijk ontvanger. gewestelijk ontvanger.
§ 3. Het recht op deze toelage ontstaat zodra de gewestelijk ontvanger § 3. Het recht op deze toelage ontstaat zodra de gewestelijk ontvanger
gedurende ten minste vijf opeenvolgende werkdagen wordt belast met het gedurende ten minste vijf opeenvolgende werkdagen wordt belast met het
bijkomend bestuur. » bijkomend bestuur. »

Art. 71.In artikel 156 van hetzelfde besluit worden de woorden « het

Art. 71.In artikel 156 van hetzelfde besluit worden de woorden « het

ministerie van de Vlaamse Gemeenschap » vervangen door de woorden « de ministerie van de Vlaamse Gemeenschap » vervangen door de woorden « de
diensten van de Vlaamse overheid ». diensten van de Vlaamse overheid ».

Art. 72.Artikel 157 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 72.Artikel 157 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 73.In deel XI, titel 3, van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 4,

Art. 73.In deel XI, titel 3, van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 4,

bestaande uit artikel 158, opgeheven. bestaande uit artikel 158, opgeheven.

Art. 74.In deel XI, titel 3, van hetzelfde besluit wordt het

Art. 74.In deel XI, titel 3, van hetzelfde besluit wordt het

opschrift van hoofdstuk 5 vervangen door wat volgt : opschrift van hoofdstuk 5 vervangen door wat volgt :
« Hoofdstuk 5. Dienstverplaatsingen naar de te bedienen besturen met « Hoofdstuk 5. Dienstverplaatsingen naar de te bedienen besturen met
het openbaar vervoer » het openbaar vervoer »

Art. 75.In deel XI, titel 3, van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 6,

Art. 75.In deel XI, titel 3, van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 6,

bestaande uit artikel 158ter tot en met 158sexies, vervangen door wat bestaande uit artikel 158ter tot en met 158sexies, vervangen door wat
volgt : volgt :
« Hoofdstuk 6. Forfaitaire tegemoetkoming voor dienstverplaatsingen « Hoofdstuk 6. Forfaitaire tegemoetkoming voor dienstverplaatsingen
naar de te bedienen besturen naar de te bedienen besturen

Art. 158ter.De standplaats van de gewestelijk ontvanger wordt

Art. 158ter.De standplaats van de gewestelijk ontvanger wordt

vastgesteld in zijn woonplaats. vastgesteld in zijn woonplaats.

Art. 158quater.De gewestelijk ontvanger heeft voor de verplaatsingen

Art. 158quater.De gewestelijk ontvanger heeft voor de verplaatsingen

met eigen motorvoertuig tussen zijn standplaats en de door hem te met eigen motorvoertuig tussen zijn standplaats en de door hem te
bedienen besturen per gemeente van tewerkstelling recht op een bedienen besturen per gemeente van tewerkstelling recht op een
tegemoetkoming ten bedrage van de volledige maandelijkse kostprijs van tegemoetkoming ten bedrage van de volledige maandelijkse kostprijs van
een treinkaart tweede klasse voor dezelfde afstand. een treinkaart tweede klasse voor dezelfde afstand.

Art. 158quinquies.De gewestelijk ontvanger mag de tegemoetkoming niet

Art. 158quinquies.De gewestelijk ontvanger mag de tegemoetkoming niet

combineren met de door de werkgever ten laste genomen kosten van een combineren met de door de werkgever ten laste genomen kosten van een
abonnement op het openbaar vervoer naar en van het te bedienen bestuur abonnement op het openbaar vervoer naar en van het te bedienen bestuur
of met een fietsvergoeding. » of met een fietsvergoeding. »

Art. 76.In deel XI, titel 3, van hetzelfde besluit wordt het

Art. 76.In deel XI, titel 3, van hetzelfde besluit wordt het

hoofdstuk 7, bestaande uit artikel 158septies, opgeheven. hoofdstuk 7, bestaande uit artikel 158septies, opgeheven.

Art. 77.Aan deel XI, titel 3, van hetzelfde besluit wordt een

Art. 77.Aan deel XI, titel 3, van hetzelfde besluit wordt een

hoofdstuk 8, dat bestaat uit artikel 158octies tot en met 158decies, hoofdstuk 8, dat bestaat uit artikel 158octies tot en met 158decies,
toegevoegd, dat luidt als volgt : toegevoegd, dat luidt als volgt :
« Hoofdstuk 8. Maaltijdcheques « Hoofdstuk 8. Maaltijdcheques

Art. 158octies.Elke gewestelijk ontvanger heeft per effectieve

Art. 158octies.Elke gewestelijk ontvanger heeft per effectieve

werkdag recht op één maaltijdcheque, ongeacht de duur van de werkdag recht op één maaltijdcheque, ongeacht de duur van de
arbeidsprestaties. arbeidsprestaties.

Art. 158nonies.De nominale waarde van de maaltijdcheque bedraagt 5,00

Art. 158nonies.De nominale waarde van de maaltijdcheque bedraagt 5,00

euro, waarvan de werknemersbijdrage en de werkgeversbijdrage worden euro, waarvan de werknemersbijdrage en de werkgeversbijdrage worden
vastgesteld als volgt : vastgesteld als volgt :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 158decies.§ 1. In geval van een verlof voor opdracht, blijft het

Art. 158decies.§ 1. In geval van een verlof voor opdracht, blijft het

recht op maaltijdcheques behouden indien het salaris door de Vlaamse recht op maaltijdcheques behouden indien het salaris door de Vlaamse
overheid wordt doorbetaald. overheid wordt doorbetaald.
§ 2. In geval van dienstvrijstelling die een volledige werkdag in § 2. In geval van dienstvrijstelling die een volledige werkdag in
beslag neemt, beslist de arrondissementscommissaris naar gelang van de beslag neemt, beslist de arrondissementscommissaris naar gelang van de
aard van de dienstvrijstelling of het recht op maaltijdcheques aard van de dienstvrijstelling of het recht op maaltijdcheques
behouden blijft. behouden blijft.
§ 3. Een buitenlandse dienstreis geeft geen recht op de toekenning van § 3. Een buitenlandse dienstreis geeft geen recht op de toekenning van
een maaltijdcheque. een maaltijdcheque.
§ 4. Er is geen recht op maaltijdcheques in geval van tuchtschorsing § 4. Er is geen recht op maaltijdcheques in geval van tuchtschorsing
zoals vermeld in artikel VIII 2, 3°, van het VPS of in geval van zoals vermeld in artikel VIII 2, 3°, van het VPS of in geval van
schorsing in het belang van de dienst zoals vermeld in deel IX van het schorsing in het belang van de dienst zoals vermeld in deel IX van het
VPS. VPS.
§ 5. In geval van deelname aan een georganiseerde werkonderbreking § 5. In geval van deelname aan een georganiseerde werkonderbreking
zoals vermeld in artikel X 5 van het VPS verliest de gewestelijk zoals vermeld in artikel X 5 van het VPS verliest de gewestelijk
ontvanger het recht op maaltijdcheques indien die dag geen prestaties ontvanger het recht op maaltijdcheques indien die dag geen prestaties
worden verricht. In geval van lock-out, waarbij het personeelslid de worden verricht. In geval van lock-out, waarbij het personeelslid de
toegang tot de werkplaats werd verhinderd, is er recht op een toegang tot de werkplaats werd verhinderd, is er recht op een
maaltijdcheque als de gewestelijk ontvanger die dag een prestatie maaltijdcheque als de gewestelijk ontvanger die dag een prestatie
levert of de afwezigheid via een attest verantwoordt. » levert of de afwezigheid via een attest verantwoordt. »

Art. 78.Aan deel XI, titel 3, van hetzelfde besluit wordt een

Art. 78.Aan deel XI, titel 3, van hetzelfde besluit wordt een

hoofdstuk 9, dat bestaat uit artikel 158undecies, toegevoegd, dat hoofdstuk 9, dat bestaat uit artikel 158undecies, toegevoegd, dat
luidt als volgt : luidt als volgt :
« Hoofdstuk 9. Rechtsbijstand « Hoofdstuk 9. Rechtsbijstand

Art. 158undecies.De gewestelijk ontvanger die door derden

Art. 158undecies.De gewestelijk ontvanger die door derden

gerechtelijk vervolgd worden, krijgt hiervoor rechtsbijstand onder de gerechtelijk vervolgd worden, krijgt hiervoor rechtsbijstand onder de
voorwaarden, vermeld in een omzendbrief van de minister van voorwaarden, vermeld in een omzendbrief van de minister van
Binnenlandse Aangelegenheden. » Binnenlandse Aangelegenheden. »

Art. 79.In artikel 159 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 79.In artikel 159 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, worden de besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, worden de
woorden « de delen IV, V, VII, VIII en X en de artikelen 108 tot en woorden « de delen IV, V, VII, VIII en X en de artikelen 108 tot en
met 113 » vervangen door de woorden « de delen IV, titel 1 en 3, V, met 113 » vervangen door de woorden « de delen IV, titel 1 en 3, V,
VII, VIII, IX, titel 5, titel 6 en titel 7, hoofdstuk 2 en van deel X. VII, VIII, IX, titel 5, titel 6 en titel 7, hoofdstuk 2 en van deel X.
» »

Art. 80.In deel XII van hetzelfde besluit wordt een artikel 159bis

Art. 80.In deel XII van hetzelfde besluit wordt een artikel 159bis

ingevoegd, dat luidt als volgt : ingevoegd, dat luidt als volgt :
«

Art. 159bis.De contractuele gewestelijk ontvanger behoudt in geval

«

Art. 159bis.De contractuele gewestelijk ontvanger behoudt in geval

van carenzdag, zijn bezoldiging voor die dag. » van carenzdag, zijn bezoldiging voor die dag. »

Art. 81.Artikel 160bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

Art. 81.Artikel 160bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt vervangen besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt vervangen
door wat volgt : door wat volgt :
«

Art. 160bis.In afwijking van artikel X 9, § 1, van het VPS kunnen

«

Art. 160bis.In afwijking van artikel X 9, § 1, van het VPS kunnen

voor de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2008 voor de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2008
maximaal 33 werkdagen vakantie geheel of gedeeltelijk opgespaard maximaal 33 werkdagen vakantie geheel of gedeeltelijk opgespaard
worden en aangewend worden in de daaropvolgende kalenderjaren en worden en aangewend worden in de daaropvolgende kalenderjaren en
uiterlijk vóór de pensionering. » uiterlijk vóór de pensionering. »

Art. 82.Artikel 160ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

Art. 82.Artikel 160ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt vervangen besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006, wordt vervangen
door wat volgt : door wat volgt :
«

Art. 160ter.Artikel XI 13 van het VPS is van overeenkomstige

«

Art. 160ter.Artikel XI 13 van het VPS is van overeenkomstige

toepassing op de gewestelijk ontvanger. » toepassing op de gewestelijk ontvanger. »

Art. 83.Bijlage 1 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 83.Bijlage 1 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 84.De volgende bepalingen van het besluit hebben uitwerking met

Art. 84.De volgende bepalingen van het besluit hebben uitwerking met

ingang van de ernaast vermelde datum : ingang van de ernaast vermelde datum :
1° artikel 72, 74, 75 en 76 hebben uitwerking met ingang van 1 maart 1° artikel 72, 74, 75 en 76 hebben uitwerking met ingang van 1 maart
2006; 2006;
2° artikel 80 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2006; 2° artikel 80 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2006;
3° artikel 77 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2007; 3° artikel 77 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2007;
4° artikel 3, 4, 31, wat betreft artikel X 9, § 1, VPS, en 81 hebben 4° artikel 3, 4, 31, wat betreft artikel X 9, § 1, VPS, en 81 hebben
uitwerking met ingang van 1 januari 2008; uitwerking met ingang van 1 januari 2008;
5° artikel 64 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009. 5° artikel 64 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.

Art. 85.De Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse

Art. 85.De Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse

aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit. aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 14 november 2008. Brussel, 14 november 2008.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS K. PEETERS
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en
Inburgering, Inburgering,
M. KEULEN M. KEULEN
^