Besluit van de Vlaamse regering betreffende het tijdelijk project zorgverbreding in het gewoon basisonderwijs | Besluit van de Vlaamse regering betreffende het tijdelijk project zorgverbreding in het gewoon basisonderwijs |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
11 JULI 1998. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende het | 11 JULI 1998. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende het |
tijdelijk project zorgverbreding in het gewoon basisonderwijs | tijdelijk project zorgverbreding in het gewoon basisonderwijs |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, inzonderheid | Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, inzonderheid |
op artikel 169 tot en met 171 en 180; | op artikel 169 tot en met 171 en 180; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 6 april 1998; | begroting, gegeven op 6 april 1998; |
Gelet op het protocol nr. 294 van 19 mei 1998 houdende de conclusies | Gelet op het protocol nr. 294 van 19 mei 1998 houdende de conclusies |
van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke | van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke |
vergadering van het sectorcomité X en van de onderafdeling "Vlaamse | vergadering van het sectorcomité X en van de onderafdeling "Vlaamse |
Gemeenschap" van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en | Gemeenschap" van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en |
plaatselijke overheidsdiensten; | plaatselijke overheidsdiensten; |
Gelet op het protocol nr. 73 van 19 mei 1998 houdende de conclusies | Gelet op het protocol nr. 73 van 19 mei 1998 houdende de conclusies |
van de onderhandelingen die gevoerd werden in het overkoepelend | van de onderhandelingen die gevoerd werden in het overkoepelend |
onderhandelingscomité; | onderhandelingscomité; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de | Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de |
omstandigheid dat de schoolbesturen vóór het einde van het schooljaar, | omstandigheid dat de schoolbesturen vóór het einde van het schooljaar, |
en met het oog op de voorbereiding van het schooljaar 1998-1999, | en met het oog op de voorbereiding van het schooljaar 1998-1999, |
moeten weten of zij extra lestijden gefinancierd of gesubsidieerd | moeten weten of zij extra lestijden gefinancierd of gesubsidieerd |
krijgen; | krijgen; |
Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 3 juni 1998 met | Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 3 juni 1998 met |
toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde | toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde |
wetten op de Raad van State; | wetten op de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken; | Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Algemeen | HOOFDSTUK I. - Algemeen |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op het gewoon basisonderwijs, |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op het gewoon basisonderwijs, |
gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. | gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. |
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° aanwendingsplan : plan waarin wordt beschreven op welke wijze de | 1° aanwendingsplan : plan waarin wordt beschreven op welke wijze de |
extra lestijden worden aangewend; | extra lestijden worden aangewend; |
2° decreet : het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; | 2° decreet : het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; |
3° in aanmerking komende leerling : een regelmatige leerling | 3° in aanmerking komende leerling : een regelmatige leerling |
- waarvan de moeder het diploma secundair onderwijs niet heeft | - waarvan de moeder het diploma secundair onderwijs niet heeft |
behaald; | behaald; |
- of behoort tot een eenoudergezin; | - of behoort tot een eenoudergezin; |
- of waarvan de beide ouders werkloos zijn; | - of waarvan de beide ouders werkloos zijn; |
4° teldag : eerste schooldag van februari. | 4° teldag : eerste schooldag van februari. |
Voor de scholen verbonden aan een Centrum voor Kinderzorg en | Voor de scholen verbonden aan een Centrum voor Kinderzorg en |
Gezinsondersteuning telt de school het aantal in aanmerking komende | Gezinsondersteuning telt de school het aantal in aanmerking komende |
leerlingen tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de | leerlingen tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de |
eerste schooldag van februari. | eerste schooldag van februari. |
HOOFDSTUK II. - Toekenning van extra lestijden | HOOFDSTUK II. - Toekenning van extra lestijden |
Art. 3.Met toepassing van artikel 169 van het decreet kunnen |
Art. 3.Met toepassing van artikel 169 van het decreet kunnen |
afhankelijk van de stand van de kredieten op de begroting voor het | afhankelijk van de stand van de kredieten op de begroting voor het |
niveau kleuteronderwijs en/of lager onderwijs extra lestijden | niveau kleuteronderwijs en/of lager onderwijs extra lestijden |
zorgverbreding voor leerbedreigde leerlingen worden toegekend aan | zorgverbreding voor leerbedreigde leerlingen worden toegekend aan |
scholen die gelijktijdig aan volgende voorwaarden voldoen : | scholen die gelijktijdig aan volgende voorwaarden voldoen : |
1° het schoolbestuur dient een aanvraag met aanwendingsplan in; | 1° het schoolbestuur dient een aanvraag met aanwendingsplan in; |
2° in de aanvraag worden om de nood aan extra lestijden aan te tonen | 2° in de aanvraag worden om de nood aan extra lestijden aan te tonen |
de nodige gegevens over leerlingenaantallen vermeld; | de nodige gegevens over leerlingenaantallen vermeld; |
3° de school telt op de teldag ten minste 10 % of 20 in aanmerking | 3° de school telt op de teldag ten minste 10 % of 20 in aanmerking |
komende leerlingen; | komende leerlingen; |
4° de onderwijsinspectie heeft geen negatief oordeel uitgebracht over | 4° de onderwijsinspectie heeft geen negatief oordeel uitgebracht over |
de aanwending van de extra lestijden in voorafgaand schooljaar. | de aanwending van de extra lestijden in voorafgaand schooljaar. |
Art. 4.In het aanwendingsplan, bedoeld in artikel 3, 1°, moet het |
Art. 4.In het aanwendingsplan, bedoeld in artikel 3, 1°, moet het |
schoolbestuur : | schoolbestuur : |
1° beschrijven op welke manier gewerkt wordt op volgende | 1° beschrijven op welke manier gewerkt wordt op volgende |
actieterreinen : | actieterreinen : |
a) preventie en remediëring van ontwikkelings- en leerachterstanden; | a) preventie en remediëring van ontwikkelings- en leerachterstanden; |
b) taalvaardigheidsonderwijs; | b) taalvaardigheidsonderwijs; |
c) intercultureel onderwijs; | c) intercultureel onderwijs; |
d) socio-emotionele ontwikkeling; | d) socio-emotionele ontwikkeling; |
e) de betrokkenheid van de ouders. | e) de betrokkenheid van de ouders. |
2° beschrijven voor elk van de vijf actieterreinen : | 2° beschrijven voor elk van de vijf actieterreinen : |
a) hoe de extra lestijden worden ingezet om resultaten te bereiken; | a) hoe de extra lestijden worden ingezet om resultaten te bereiken; |
b) hoe het geheel van het lestijdenpakket in een school wordt | b) hoe het geheel van het lestijdenpakket in een school wordt |
aangewend om resultaten te bereiken; | aangewend om resultaten te bereiken; |
c) hoe het overleg binnen het schoolteam opgevat is en hoe in | c) hoe het overleg binnen het schoolteam opgevat is en hoe in |
voorkomend geval samengewerkt wordt met externe instanties; | voorkomend geval samengewerkt wordt met externe instanties; |
d) hoe de school de werking en de resultaten evalueert; | d) hoe de school de werking en de resultaten evalueert; |
3° de verbintenis aangaan de school te laten begeleiden door de | 3° de verbintenis aangaan de school te laten begeleiden door de |
pedagogische begeleiding, samen te werken met het P.M.S.-centrum, en | pedagogische begeleiding, samen te werken met het P.M.S.-centrum, en |
de betrokken leerkrachten te laten deelnemen aan nascholing gericht op | de betrokken leerkrachten te laten deelnemen aan nascholing gericht op |
zorgverbreding. | zorgverbreding. |
Art. 5.De gegevens over de aantallen leerlingen en de vormelijke |
Art. 5.De gegevens over de aantallen leerlingen en de vormelijke |
vereisten voor de aanvraag en het aanwendingsplan worden door het | vereisten voor de aanvraag en het aanwendingsplan worden door het |
departement gecontroleerd. | departement gecontroleerd. |
De inhoud van het aanwendingsplan wordt beoordeeld door een | De inhoud van het aanwendingsplan wordt beoordeeld door een |
beoordelingscommissie, samengesteld uit leden van de | beoordelingscommissie, samengesteld uit leden van de |
onderwijsinspectie, leden van het departement en externe deskundigen. | onderwijsinspectie, leden van het departement en externe deskundigen. |
Voor het verkrijgen van extra lestijden moet het aanwendingsplan van | Voor het verkrijgen van extra lestijden moet het aanwendingsplan van |
de school gunstig beoordeeld worden op voorwaarden, beschreven in | de school gunstig beoordeeld worden op voorwaarden, beschreven in |
artikel 4. | artikel 4. |
Art. 6.Als de kredieten voor zorgverbreding niet voldoende zijn om |
Art. 6.Als de kredieten voor zorgverbreding niet voldoende zijn om |
alle verantwoorde aanvragen te honoreren, worden ze door de | alle verantwoorde aanvragen te honoreren, worden ze door de |
beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 5, toegekend aan de scholen | beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 5, toegekend aan de scholen |
waarvan het aanwendingsplan de beste beoordeling krijgt. Bij gelijke | waarvan het aanwendingsplan de beste beoordeling krijgt. Bij gelijke |
beoordeling wordt rekening gehouden met het percentage van het aantal | beoordeling wordt rekening gehouden met het percentage van het aantal |
in aanmerking komende leerlingen. De keuze wordt door de | in aanmerking komende leerlingen. De keuze wordt door de |
beoordelingscommissie verantwoord. | beoordelingscommissie verantwoord. |
Art. 7.§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 3 worden de extra |
Art. 7.§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 3 worden de extra |
lestijden aan een school toegekend voor een periode van twee | lestijden aan een school toegekend voor een periode van twee |
schooljaren. De extra lestijden worden echter per schooljaar berekend | schooljaren. De extra lestijden worden echter per schooljaar berekend |
op grond van de leerlingencijfers berekend op de teldag van het | op grond van de leerlingencijfers berekend op de teldag van het |
betreffende schooljaar. Scholen die daardoor in het tweede schooljaar | betreffende schooljaar. Scholen die daardoor in het tweede schooljaar |
de minimumdrempel bedoeld in artikel 3, 3° niet meer bereiken, | de minimumdrempel bedoeld in artikel 3, 3° niet meer bereiken, |
behouden de mogelijkheid op extra lestijden. Een school kan het tweede | behouden de mogelijkheid op extra lestijden. Een school kan het tweede |
schooljaar nooit meer extra lestijden krijgen dan het eerste | schooljaar nooit meer extra lestijden krijgen dan het eerste |
schooljaar. | schooljaar. |
§ 2. Wanneer er in het tweede jaar kredieten beschikbaar komen door | § 2. Wanneer er in het tweede jaar kredieten beschikbaar komen door |
toepassing van artikel 7, § 1 en artikel 8 kunnen aan de scholen, die | toepassing van artikel 7, § 1 en artikel 8 kunnen aan de scholen, die |
door toepassing van artikel 6 geen extra lestijden hebben gekregen, | door toepassing van artikel 6 geen extra lestijden hebben gekregen, |
toch voor één schooljaar extra lestijden toegekend worden. Dit gebeurt | toch voor één schooljaar extra lestijden toegekend worden. Dit gebeurt |
volgens de criteria van artikel 6. | volgens de criteria van artikel 6. |
Art. 8.Het gebruik van de extra lestijden wordt jaarlijks beoordeeld |
Art. 8.Het gebruik van de extra lestijden wordt jaarlijks beoordeeld |
door de onderwijsinspectie. Die beoordeling kan aanleiding geven tot | door de onderwijsinspectie. Die beoordeling kan aanleiding geven tot |
de maatregelen, bedoeld in de artikelen 10 tot en met 12. | de maatregelen, bedoeld in de artikelen 10 tot en met 12. |
Art. 9.§ 1. Het aantal extra lestijden wordt voor het niveau |
Art. 9.§ 1. Het aantal extra lestijden wordt voor het niveau |
kleuteronderwijs berekend op grond van het aantal op de teldag | kleuteronderwijs berekend op grond van het aantal op de teldag |
ingeschreven regelmatige leerlingen volgens onderstaande tabel : | ingeschreven regelmatige leerlingen volgens onderstaande tabel : |
aantal leerlingen aantal extra lestijden | aantal leerlingen aantal extra lestijden |
35-89 6 | 35-89 6 |
90-149 12 | 90-149 12 |
150 en meer 18 | 150 en meer 18 |
§ 2. Het aantal extra lestijden wordt voor het niveau lager onderwijs | § 2. Het aantal extra lestijden wordt voor het niveau lager onderwijs |
van een school berekend op grond van het aantal op de teldag | van een school berekend op grond van het aantal op de teldag |
ingeschreven regelmatige leerlingen in de eerste en tweede | ingeschreven regelmatige leerlingen in de eerste en tweede |
leerlingengroepen volgens onderstaande tabel : | leerlingengroepen volgens onderstaande tabel : |
aantal leerlingen aantal extra lestijden | aantal leerlingen aantal extra lestijden |
36-48 6 | 36-48 6 |
49-99 12 | 49-99 12 |
100 en meer 18 | 100 en meer 18 |
§ 3. De krachtens § 1 en § 2 bekomen extra lestijden mogen samengeteld | § 3. De krachtens § 1 en § 2 bekomen extra lestijden mogen samengeteld |
worden en vrij verdeeld worden over alle leerlingengroepen van de | worden en vrij verdeeld worden over alle leerlingengroepen van de |
school. | school. |
§ 4. In afwijking van artikel 2, 3° komen leerlingen, voor wie extra | § 4. In afwijking van artikel 2, 3° komen leerlingen, voor wie extra |
lestijden onderwijsvoorrang worden aangevraagd krachtens het besluit | lestijden onderwijsvoorrang worden aangevraagd krachtens het besluit |
van de Vlaamse regering van 14 juli 1998 betreffende het tijdelijk | van de Vlaamse regering van 14 juli 1998 betreffende het tijdelijk |
project onderwijsvoorrang in het basisonderwijs, niet in aanmerking | project onderwijsvoorrang in het basisonderwijs, niet in aanmerking |
voor extra lestijden zorgverbreding. | voor extra lestijden zorgverbreding. |
HOOFDSTUK III. - Stopzetten van de toekenning van de extra lestijden | HOOFDSTUK III. - Stopzetten van de toekenning van de extra lestijden |
en sancties | en sancties |
Art. 10.Onverminderd de toepassing van artikel 174 van het decreet |
Art. 10.Onverminderd de toepassing van artikel 174 van het decreet |
zal in de hierna vermelde gevallen de financiering of de subsidiëring | zal in de hierna vermelde gevallen de financiering of de subsidiëring |
van de extra lestijden onmiddellijk worden stopgezet : | van de extra lestijden onmiddellijk worden stopgezet : |
1° wanneer blijkt dat de aanvraag onjuiste gegevens bevat; | 1° wanneer blijkt dat de aanvraag onjuiste gegevens bevat; |
2° wanneer vastgesteld wordt dat het aanwendingsplan niet nageleefd | 2° wanneer vastgesteld wordt dat het aanwendingsplan niet nageleefd |
wordt. | wordt. |
Art. 11.§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 10, worden door |
Art. 11.§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 10, worden door |
het departement vastgestelde overtredingen inzake de berekening en de | het departement vastgestelde overtredingen inzake de berekening en de |
aanwending van de extra lestijden bij aangetekend schrijven meegedeeld | aanwending van de extra lestijden bij aangetekend schrijven meegedeeld |
aan het schoolbestuur in kwestie. De mededeling verwijst naar de | aan het schoolbestuur in kwestie. De mededeling verwijst naar de |
mogelijke sancties. | mogelijke sancties. |
§ 2. Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de betekening van het | § 2. Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de betekening van het |
aangetekend schrijven kan het schoolbestuur bij het departement een | aangetekend schrijven kan het schoolbestuur bij het departement een |
verweerschrift indienen. | verweerschrift indienen. |
De betekening wordt geacht te gebeuren de derde werkdag na het | De betekening wordt geacht te gebeuren de derde werkdag na het |
versturen van het aangetekend schrijven. De herfstvakantie, | versturen van het aangetekend schrijven. De herfstvakantie, |
kerstvakantie, krokusvakantie, paasvakantie en zomervakantie schorten | kerstvakantie, krokusvakantie, paasvakantie en zomervakantie schorten |
de termijn van 30 kalenderdagen op. | de termijn van 30 kalenderdagen op. |
Art. 12.§ 1. Na ontvangst van het verweerschrift en uiterlijk 60 |
Art. 12.§ 1. Na ontvangst van het verweerschrift en uiterlijk 60 |
kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven legt het | kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven legt het |
departement Onderwijs indien nodig een dossier met een voorstel tot | departement Onderwijs indien nodig een dossier met een voorstel tot |
sanctie voor aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs. | sanctie voor aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs. |
§ 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, neemt | § 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, neemt |
vervolgens, met toepassing van artikel 177, 11° van het decreet een | vervolgens, met toepassing van artikel 177, 11° van het decreet een |
beslissing over een sanctie. Na een termijn van drie maanden kan geen | beslissing over een sanctie. Na een termijn van drie maanden kan geen |
sanctie meer genomen worden. | sanctie meer genomen worden. |
§ 3. De beslissing wordt bij aangetekend schrijven aan het | § 3. De beslissing wordt bij aangetekend schrijven aan het |
schoolbestuur in kwestie meegedeeld. | schoolbestuur in kwestie meegedeeld. |
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen |
Art. 13.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 1998. |
Art. 13.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 1998. |
Art. 14.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast |
Art. 14.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast |
met de uitvoering van dit besluit. | met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 14 juli 1998. | Brussel, 14 juli 1998. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
L. VAN DEN BRANDE | L. VAN DEN BRANDE |
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, | De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, |
L. VAN DEN BOSSCHE | L. VAN DEN BOSSCHE |