Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 22 oktober 1996 tot regeling van de procedure voor de toewijzing van nascholingsprojecten op initiatief van de Vlaamse regering | Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 22 oktober 1996 tot regeling van de procedure voor de toewijzing van nascholingsprojecten op initiatief van de Vlaamse regering |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
14 JULI 1998. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het | 14 JULI 1998. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het |
besluit van de Vlaamse regering van 22 oktober 1996 tot regeling van | besluit van de Vlaamse regering van 22 oktober 1996 tot regeling van |
de procedure voor de toewijzing van nascholingsprojecten op initiatief | de procedure voor de toewijzing van nascholingsprojecten op initiatief |
van de Vlaamse regering | van de Vlaamse regering |
De Vlaamse regering, | De Vlaamse regering, |
Gelet op het decreet van 16 april 1996 betreffende de lerarenopleiding | Gelet op het decreet van 16 april 1996 betreffende de lerarenopleiding |
en de nascholing, inzonderheid op artikel 53 en 55; | en de nascholing, inzonderheid op artikel 53 en 55; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 22 oktober 1996 tot | Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 22 oktober 1996 tot |
regeling van de procedure voor de toewijzing van nascholingsprojecten | regeling van de procedure voor de toewijzing van nascholingsprojecten |
op initiatief van de Vlaamse regering; | op initiatief van de Vlaamse regering; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 5 juni 1998; | begroting, gegeven op 5 juni 1998; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 |
juli 1989 en 4 augustus 1996; | juli 1989 en 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat de voorbereidende procedure voor de bepaling van de | Overwegende dat de voorbereidende procedure voor de bepaling van de |
nascholingsprioriteiten op initiatief van de Vlaamse regering | nascholingsprioriteiten op initiatief van de Vlaamse regering |
onmiddellijk moet kunnen starten zodat de beleidsprioriteiten | onmiddellijk moet kunnen starten zodat de beleidsprioriteiten |
uiterlijk eind november kunnen worden vastgelegd; | uiterlijk eind november kunnen worden vastgelegd; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken; | Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.In artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 22 |
Artikel 1.In artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 22 |
oktober 1996 tot regeling van de procedure voor de toewijzing van | oktober 1996 tot regeling van de procedure voor de toewijzing van |
nascholingsprojecten op initiatief van de Vlaamse regering worden de | nascholingsprojecten op initiatief van de Vlaamse regering worden de |
woorden « januari, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad » vervangen | woorden « januari, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad » vervangen |
door het woord « november ». | door het woord « november ». |
Art. 2.In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de woorden « 20 |
Art. 2.In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de woorden « 20 |
maart » vervangen door de woorden « 15 februari ». | maart » vervangen door de woorden « 15 februari ». |
Art. 3.In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de woorden « 20 |
Art. 3.In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de woorden « 20 |
april » vervangen door de woorden « 15 maart ». | april » vervangen door de woorden « 15 maart ». |
Art. 4.In artikel 8 van hetzelfde besluit wordt de eerste zin |
Art. 4.In artikel 8 van hetzelfde besluit wordt de eerste zin |
vervangen door wat volgt: « Op basis van de rangschikking stelt de | vervangen door wat volgt: « Op basis van de rangschikking stelt de |
minister vóór 15 april bij ministerieel besluit de projecten vast die | minister vóór 15 april bij ministerieel besluit de projecten vast die |
voor financiering in aanmerking komen ». | voor financiering in aanmerking komen ». |
Art. 5.Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt opgegeven. |
Art. 5.Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt opgegeven. |
Art. 6.Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat |
Art. 6.Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat |
volgt: | volgt: |
« Art.10. De minister deelt vóór eind april de selectie van de | « Art.10. De minister deelt vóór eind april de selectie van de |
goedgekeurde projecten mee aan de indieners van nascholingsprojecten, | goedgekeurde projecten mee aan de indieners van nascholingsprojecten, |
de scholen, de ARGO en de representatieve verenigingen van inrichtende | de scholen, de ARGO en de representatieve verenigingen van inrichtende |
machten van het gesubsidieerd onderwijs. » | machten van het gesubsidieerd onderwijs. » |
Art. 7.In artikel 11 van hetzelfde besluit wordt het woord « minister |
Art. 7.In artikel 11 van hetzelfde besluit wordt het woord « minister |
» vervangen door de woorden « minister of zijn gemachtigde ». | » vervangen door de woorden « minister of zijn gemachtigde ». |
Art. 8.Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat |
Art. 8.Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat |
volgt: | volgt: |
« Art.12. Van het totale budget voor het realiseren van de nascholing | « Art.12. Van het totale budget voor het realiseren van de nascholing |
op initiatief van de Vlaamse regering is jaarlijks maximaal 10 % | op initiatief van de Vlaamse regering is jaarlijks maximaal 10 % |
bestemd voor projecten met betrekking tot : | bestemd voor projecten met betrekking tot : |
1° de inhoudelijke en administratieve opvolging van de | 1° de inhoudelijke en administratieve opvolging van de |
nascholingsprojecten; | nascholingsprojecten; |
2° innovatieve nascholingsvoorstellen die niet beantwoorden aan | 2° innovatieve nascholingsvoorstellen die niet beantwoorden aan |
artikel 53 van het decreet van 16 april 1996 betreffende de | artikel 53 van het decreet van 16 april 1996 betreffende de |
lerarenopleiding en de nascholing, maar wel inspelen op recent | lerarenopleiding en de nascholing, maar wel inspelen op recent |
wetenschappelijk onderzoek. | wetenschappelijk onderzoek. |
Deze projecten zijn niet onderworpen aan de hierboven omschreven | Deze projecten zijn niet onderworpen aan de hierboven omschreven |
selectieprocedure. De projecten worden voor goedkeuring voorgelegd aan | selectieprocedure. De projecten worden voor goedkeuring voorgelegd aan |
de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting ». | de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting ». |
Art. 9.Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat |
Art. 9.Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat |
volgt: | volgt: |
« Art.13. § 1. Het bedrag dat ieder schooljaar voor de | « Art.13. § 1. Het bedrag dat ieder schooljaar voor de |
nascholingsprojecten wordt uitgetrokken, wordt in twee keer | nascholingsprojecten wordt uitgetrokken, wordt in twee keer |
uitbetaald. Een eerste schijf ten bedrage van 50 % wordt uitbetaald in | uitbetaald. Een eerste schijf ten bedrage van 50 % wordt uitbetaald in |
de loop van de maand na de startdatum van het project. | de loop van de maand na de startdatum van het project. |
§ 2. Binnen de maand na de einddatum van het project dient de | § 2. Binnen de maand na de einddatum van het project dient de |
nascholingsorganisatie een eindrapport en een verslag van rekenkundig | nascholingsorganisatie een eindrapport en een verslag van rekenkundig |
beheer in bij de verantwoordelijke cel van het departement Onderwijs. | beheer in bij de verantwoordelijke cel van het departement Onderwijs. |
In het eindrapport wordt de uitvoering van het project verantwoord ten | In het eindrapport wordt de uitvoering van het project verantwoord ten |
aanzien van de aanvraag. | aanzien van de aanvraag. |
§ 3. Op basis van de beoordeling van het ingediende dossier wordt een | § 3. Op basis van de beoordeling van het ingediende dossier wordt een |
tweede schijf uitbetaald. | tweede schijf uitbetaald. |
§ 4. De nascholingsorganisaties dienen door middel van een verslag van | § 4. De nascholingsorganisaties dienen door middel van een verslag van |
rekenkundig beheer hun kosten te bewijzen. Daarenboven kunnen | rekenkundig beheer hun kosten te bewijzen. Daarenboven kunnen |
organisaties die minder dan 80 % van het geplande aantal deelnemers | organisaties die minder dan 80 % van het geplande aantal deelnemers |
bereiken, maximum 80 % van het geplande budget toegekend krijgen. | bereiken, maximum 80 % van het geplande budget toegekend krijgen. |
Organisaties die minder dan 60 % van het geplande aantal deelnemers | Organisaties die minder dan 60 % van het geplande aantal deelnemers |
bereiken, kunnen maximum, voor elke effectief bereikte deelnemer, het | bereiken, kunnen maximum, voor elke effectief bereikte deelnemer, het |
geplande bedrag per deelnemer uitbetaald krijgen. | geplande bedrag per deelnemer uitbetaald krijgen. |
§ 5. Middelen, toegekend op basis van het contract, die niet | § 5. Middelen, toegekend op basis van het contract, die niet |
overeenkomstig hun bestemming worden besteed of niet tijdig worden | overeenkomstig hun bestemming worden besteed of niet tijdig worden |
aangewend, moeten onmiddellijk terugbetaald worden. Als de middelen | aangewend, moeten onmiddellijk terugbetaald worden. Als de middelen |
niet overeenkomstig hun bestemming worden besteed, dan kan, | niet overeenkomstig hun bestemming worden besteed, dan kan, |
onverminderd de terugbetaling, een deel van de middelen niet toegekend | onverminderd de terugbetaling, een deel van de middelen niet toegekend |
worden ten bedrage van ten hoogste het vijfvoud van de middelen die | worden ten bedrage van ten hoogste het vijfvoud van de middelen die |
niet overeenkomstig hun bestemming werden besteed. | niet overeenkomstig hun bestemming werden besteed. |
§6. Organisaties die middelen niet overeenkomstig hun bestemming | §6. Organisaties die middelen niet overeenkomstig hun bestemming |
besteden of deze niet tijdig aanwenden of de contractuele voorwaarden | besteden of deze niet tijdig aanwenden of de contractuele voorwaarden |
niet naleven, kunnen tijdens de volgende drie schooljaren niet meer in | niet naleven, kunnen tijdens de volgende drie schooljaren niet meer in |
aanmerking komen voor financiering van nascholingsprojecten in het | aanmerking komen voor financiering van nascholingsprojecten in het |
kader van de nascholing op initiatief van de Vlaamse regering. » | kader van de nascholing op initiatief van de Vlaamse regering. » |
Art. 10.Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt opgegeven. |
Art. 10.Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt opgegeven. |
Art. 11.In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de woorden « 1 |
Art. 11.In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de woorden « 1 |
januari 1996 » vervangen door de woorden « 1 september 1998 ». | januari 1996 » vervangen door de woorden « 1 september 1998 ». |
Art. 12.De bijlage gevoegd bij hetzelfde besluit wordt vervangen door |
Art. 12.De bijlage gevoegd bij hetzelfde besluit wordt vervangen door |
de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd. | de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd. |
Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast |
Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast |
met de uitvoering van dit besluit. | met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 14 juli 1998. | Brussel, 14 juli 1998. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
L. VAN DEN BRANDE | L. VAN DEN BRANDE |
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, | De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, |
L. VAN DEN BOSSCHE | L. VAN DEN BOSSCHE |
BIJLAGE | BIJLAGE |
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap | Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap |
Departement Onderwijs | Departement Onderwijs |
OVEREENKOMST NR. NSPXX.XX.XX | OVEREENKOMST NR. NSPXX.XX.XX |
Nascholingsproject op initiatief van de Vlaamse regering | Nascholingsproject op initiatief van de Vlaamse regering |
Ter uitvoering van de bepalingen van het besluit van de Vlaamse | Ter uitvoering van de bepalingen van het besluit van de Vlaamse |
regering van 22 oktober 1996 tot regeling van de procedure voor de | regering van 22 oktober 1996 tot regeling van de procedure voor de |
toewijzing van nascholingsprojecten op initiatief van de Vlaamse | toewijzing van nascholingsprojecten op initiatief van de Vlaamse |
regering wordt, | regering wordt, |
TUSSEN | TUSSEN |
de Vlaamse regering, vertegenwoordigd door de Vlaamse minister, | de Vlaamse regering, vertegenwoordigd door de Vlaamse minister, |
bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde, enerzijds, | bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde, enerzijds, |
EN | EN |
ORGANISATIE, ADRES, | ORGANISATIE, ADRES, |
vertegenwoordigd door: | vertegenwoordigd door: |
NAAM, ADRES (gemachtigde) | NAAM, ADRES (gemachtigde) |
en : | en : |
NAAM, ADRES (projectleider) | NAAM, ADRES (projectleider) |
anderzijds, | anderzijds, |
het volgende overeengekomen : | het volgende overeengekomen : |
Artikel 1.Voorwerp |
Artikel 1.Voorwerp |
De Vlaamse Gemeenschap kent aan de nascholingsorganisatie een bedrag | De Vlaamse Gemeenschap kent aan de nascholingsorganisatie een bedrag |
toe met het oog op de verwezenlijking van een nascholingsproject op | toe met het oog op de verwezenlijking van een nascholingsproject op |
initiatief van de Vlaamse regering over het volgende onderwerp : « | initiatief van de Vlaamse regering over het volgende onderwerp : « |
TITEL » | TITEL » |
Dit nascholingsproject wordt uitgevoerd onder de voorwaarden die | Dit nascholingsproject wordt uitgevoerd onder de voorwaarden die |
vermeld zijn in de omschrijving van de prioritaire nascholingsthema's | vermeld zijn in de omschrijving van de prioritaire nascholingsthema's |
en in de projectfiche, die als bijlage bij deze overeenkomst gevoegd | en in de projectfiche, die als bijlage bij deze overeenkomst gevoegd |
is. | is. |
Artikel 2.Algemene voorwaarden |
Artikel 2.Algemene voorwaarden |
2.1. De nascholingsorganisatie kan aantonen dat de deelnemers tot de | 2.1. De nascholingsorganisatie kan aantonen dat de deelnemers tot de |
doelgroep behoren. Het project moet toegankelijk zijn voor alle | doelgroep behoren. Het project moet toegankelijk zijn voor alle |
scholen die behoren tot de doelgroep. | scholen die behoren tot de doelgroep. |
Onder volgende voorwaarden kunnen kandidaat-deelnemers door de | Onder volgende voorwaarden kunnen kandidaat-deelnemers door de |
nascholingsorganisatie geweigerd worden : | nascholingsorganisatie geweigerd worden : |
a) Indien de kandidaat-deelnemer niet behoort tot de doelgroep die in | a) Indien de kandidaat-deelnemer niet behoort tot de doelgroep die in |
de projectaanvraag goedgekeurd werd; | de projectaanvraag goedgekeurd werd; |
b) Indien het in de projectaanvraag vermelde maximum aantal deelnemers | b) Indien het in de projectaanvraag vermelde maximum aantal deelnemers |
overschreden wordt. In dat geval geldt de inschrijvingsdatum als | overschreden wordt. In dat geval geldt de inschrijvingsdatum als |
selectiecriterium. Indien de nascholingsorganisatie een ander | selectiecriterium. Indien de nascholingsorganisatie een ander |
selectiecriterium wenst te hanteren dan dient dit criterium vooraf ter | selectiecriterium wenst te hanteren dan dient dit criterium vooraf ter |
goedkeuring te worden voorgelegd, aan de verantwoordelijke cel binnen | goedkeuring te worden voorgelegd, aan de verantwoordelijke cel binnen |
het departement Onderwijs. | het departement Onderwijs. |
De nascholingsorganisatie deelt elke weigering mee aan de school. | De nascholingsorganisatie deelt elke weigering mee aan de school. |
2.1. De projecten worden uitgevoerd in de loop van het schooljaar | 2.1. De projecten worden uitgevoerd in de loop van het schooljaar |
waarop de beleidsprioriteit van toepassing is. In de projectfiche | waarop de beleidsprioriteit van toepassing is. In de projectfiche |
wordt de startdatum en de einddatum van de projecten vermeld. | wordt de startdatum en de einddatum van de projecten vermeld. |
2.2. De nascholingsorganisaties zijn verplicht om hun project gratis | 2.2. De nascholingsorganisaties zijn verplicht om hun project gratis |
aan te bieden aan de deelnemers. Er kan alleen een financiële bijdrage | aan te bieden aan de deelnemers. Er kan alleen een financiële bijdrage |
gevraagd worden voor drank, maaltijden en verblijf. | gevraagd worden voor drank, maaltijden en verblijf. |
2.3. De vertegenwoordiger van de nascholingsorganisatie en de | 2.3. De vertegenwoordiger van de nascholingsorganisatie en de |
projectleider(s) verzekeren de dagelijkse leiding van het project en | projectleider(s) verzekeren de dagelijkse leiding van het project en |
dragen er de verantwoordelijkheid voor. | dragen er de verantwoordelijkheid voor. |
2.4. Elke structurele wijziging van het project (projectplanning, | 2.4. Elke structurele wijziging van het project (projectplanning, |
medewerkers) dient zonder verwijl schriftelijk aan de | medewerkers) dient zonder verwijl schriftelijk aan de |
verantwoordelijke cel binnen het departement Onderwijs meegedeeld te | verantwoordelijke cel binnen het departement Onderwijs meegedeeld te |
worden. | worden. |
2.5. De vertegenwoordiger van de nascholingsorganisatie stelt de | 2.5. De vertegenwoordiger van de nascholingsorganisatie stelt de |
infrastructuur, het materiaal en het bevoegde personeel waarover hij | infrastructuur, het materiaal en het bevoegde personeel waarover hij |
beschikt ten dienste van het gefinancierde project. | beschikt ten dienste van het gefinancierde project. |
2.6. De vertegenwoordiger van de nascholingsorganisatie aanvaardt de | 2.6. De vertegenwoordiger van de nascholingsorganisatie aanvaardt de |
administratieve controles om de besteding van het verleende bedrag na | administratieve controles om de besteding van het verleende bedrag na |
te gaan en staat toe dat de leden van de onderwijsinspectie en de | te gaan en staat toe dat de leden van de onderwijsinspectie en de |
personeelsleden van de verantwoordelijke cel binnen het departement | personeelsleden van de verantwoordelijke cel binnen het departement |
Onderwijs het project bijwonen. | Onderwijs het project bijwonen. |
2.7. De vertegenwoordiger van de nascholingsorganisatie moet, telkens | 2.7. De vertegenwoordiger van de nascholingsorganisatie moet, telkens |
het hem wordt gevraagd, en onverminderd de periodieke verplichtingen | het hem wordt gevraagd, en onverminderd de periodieke verplichtingen |
waaraan hij volgens artikel 13, § 2 van genoemd besluit moet voldoen, | waaraan hij volgens artikel 13, § 2 van genoemd besluit moet voldoen, |
binnen de 30 dagen een stand van zaken van het lopende project | binnen de 30 dagen een stand van zaken van het lopende project |
inleveren. | inleveren. |
2.8. De nascholingsorganisaties zijn verplicht om door middel van een | 2.8. De nascholingsorganisaties zijn verplicht om door middel van een |
verslag van rekenkundig beheer hun kosten te bewijzen. | verslag van rekenkundig beheer hun kosten te bewijzen. |
2.9. Organisaties die minder dan 80 % van het geplande aantal | 2.9. Organisaties die minder dan 80 % van het geplande aantal |
deelnemers bereiken, kunnen maximum 80 % van het geplande budget | deelnemers bereiken, kunnen maximum 80 % van het geplande budget |
toegekend krijgen. Organisaties die minder dan 60 % van het geplande | toegekend krijgen. Organisaties die minder dan 60 % van het geplande |
aantal deelnemers bereiken, kunnen, voor elke effectief bereikte | aantal deelnemers bereiken, kunnen, voor elke effectief bereikte |
deelnemer, maximum het geplande bedrag per deelnemer uitbetaald | deelnemer, maximum het geplande bedrag per deelnemer uitbetaald |
krijgen. | krijgen. |
2.10. Daar het bedrag uitsluitend wordt uitgetrokken voor de | 2.10. Daar het bedrag uitsluitend wordt uitgetrokken voor de |
verwezenlijking van het nascholingsproject, is de vertegenwoordiger | verwezenlijking van het nascholingsproject, is de vertegenwoordiger |
van de nascholingsorganisatie verplicht het alleen hieraan te | van de nascholingsorganisatie verplicht het alleen hieraan te |
besteden. Zodra de besteding ervan niet meer met de opdracht | besteden. Zodra de besteding ervan niet meer met de opdracht |
overeenkomt of indien de middelen niet tijdig aangewend worden, moeten | overeenkomt of indien de middelen niet tijdig aangewend worden, moeten |
ze onmiddellijk terugbetaald worden. Als de middelen niet | ze onmiddellijk terugbetaald worden. Als de middelen niet |
overeenkomstig hun bestemming worden besteed, dan kan, onverminderd de | overeenkomstig hun bestemming worden besteed, dan kan, onverminderd de |
terugbetaling, een deel van de middelen niet toegekend worden ten | terugbetaling, een deel van de middelen niet toegekend worden ten |
bedrage van ten hoogste het vijfvoud van de middelen die niet | bedrage van ten hoogste het vijfvoud van de middelen die niet |
overeenkomstig hun bestemming werden besteed. | overeenkomstig hun bestemming werden besteed. |
2.11. Organisaties die middelen niet overeenkomstig hun bestemming | 2.11. Organisaties die middelen niet overeenkomstig hun bestemming |
aanwenden, ze niet tijdig aanwenden of de contractuele voorwaarden | aanwenden, ze niet tijdig aanwenden of de contractuele voorwaarden |
niet naleven, kunnen tijdens de volgende drie schooljaren niet meer in | niet naleven, kunnen tijdens de volgende drie schooljaren niet meer in |
aanmerking komen voor financiering van nascholingsprojecten in het | aanmerking komen voor financiering van nascholingsprojecten in het |
kader van de nascholing op initiatief van de Vlaamse regering. | kader van de nascholing op initiatief van de Vlaamse regering. |
Artikel 3.Financiering |
Artikel 3.Financiering |
3.1. De Vlaamse Gemeenschap verleent aan de nascholingsorganisatie een | 3.1. De Vlaamse Gemeenschap verleent aan de nascholingsorganisatie een |
bedrag van XXX.XXX,-BEF voor één schooljaar, bestemd voor de | bedrag van XXX.XXX,-BEF voor één schooljaar, bestemd voor de |
financiering van het nascholingsproject bepaald in artikel 1 van de | financiering van het nascholingsproject bepaald in artikel 1 van de |
overeenkomst. | overeenkomst. |
3.2. De loonkosten omvatten de geïndexeerde brutowedden, sociale | 3.2. De loonkosten omvatten de geïndexeerde brutowedden, sociale |
werkgeversbijdragen, wettelijke verzekeringen alsmede elke andere | werkgeversbijdragen, wettelijke verzekeringen alsmede elke andere |
wettelijke vergoeding of toelage bij de wedde. | wettelijke vergoeding of toelage bij de wedde. |
3.3. De werkingskosten omvatten de kosten voor : | 3.3. De werkingskosten omvatten de kosten voor : |
a) centraal beheer en algemene exploitatie : onder andere de huur, het | a) centraal beheer en algemene exploitatie : onder andere de huur, het |
onderhoud, de verwarming en de verlichting van gebouwen, lokalen en | onderhoud, de verwarming en de verlichting van gebouwen, lokalen en |
vergaderzalen, de kosten verbonden met het centrale beheer van de | vergaderzalen, de kosten verbonden met het centrale beheer van de |
goederen en diensten die aan de nascholingsmedewerkers ter beschikking | goederen en diensten die aan de nascholingsmedewerkers ter beschikking |
worden gesteld, en de kosten die specifiek met de uitvoering van het | worden gesteld, en de kosten die specifiek met de uitvoering van het |
nascholingsproject verbonden zijn. Indien 10 % overheadkosten worden | nascholingsproject verbonden zijn. Indien 10 % overheadkosten worden |
aangerekend (uitsluitend mogelijk voor universiteiten en hogescholen), | aangerekend (uitsluitend mogelijk voor universiteiten en hogescholen), |
worden er geen andere kosten meer vergoed voor beheer en exploitatie; | worden er geen andere kosten meer vergoed voor beheer en exploitatie; |
b) materiële organisatie : onder andere de aankoop en de aanmaak van | b) materiële organisatie : onder andere de aankoop en de aanmaak van |
documentatiemateriaal, het drukwerk, het gebruik van computer-, | documentatiemateriaal, het drukwerk, het gebruik van computer-, |
laboratorium- of bureaumateriaal; | laboratorium- of bureaumateriaal; |
c) projectmedewerkers : de reis- en zendingskosten en honoraria van de | c) projectmedewerkers : de reis- en zendingskosten en honoraria van de |
project-medewerkers. | project-medewerkers. |
3.4. Uitrustingskosten dienen voor het bekostigen van de aankoop van | 3.4. Uitrustingskosten dienen voor het bekostigen van de aankoop van |
technische apparatuur die noodzakelijk is voor de uitvoering van het | technische apparatuur die noodzakelijk is voor de uitvoering van het |
project en in de begroting werden verantwoord, en voor zover de | project en in de begroting werden verantwoord, en voor zover de |
apparatuur waarover de nascholingsorganisatie beschikt, niet kan | apparatuur waarover de nascholingsorganisatie beschikt, niet kan |
worden benut. De uitrustingskosten worden gefinancierd ten bedrage van | worden benut. De uitrustingskosten worden gefinancierd ten bedrage van |
de afschrijvingskosten. | de afschrijvingskosten. |
Artikel 4.Uitrusting |
Artikel 4.Uitrusting |
Uitrustingsgoederen die met het toegekende bedrag worden aangekocht, | Uitrustingsgoederen die met het toegekende bedrag worden aangekocht, |
worden eigendom van de nascholingsorganisatie. De | worden eigendom van de nascholingsorganisatie. De |
nascholingsorganisatie verbindt er zich toe de bedoelde goederen ter | nascholingsorganisatie verbindt er zich toe de bedoelde goederen ter |
beschikking te laten van de projectmedewerkers gedurende de tijd die | beschikking te laten van de projectmedewerkers gedurende de tijd die |
vereist is voor het afwerken van het project. | vereist is voor het afwerken van het project. |
Artikel 5.Eindrapport |
Artikel 5.Eindrapport |
Binnen de maand na het einde van het project wordt door de | Binnen de maand na het einde van het project wordt door de |
projectmedewerker(s) een eindverslag ingediend. Deze verslagen vormen | projectmedewerker(s) een eindverslag ingediend. Deze verslagen vormen |
de basis voor de opvolging door de commissie nascholing, vermeld in | de basis voor de opvolging door de commissie nascholing, vermeld in |
artikel 3 van genoemd besluit. Het eindverslag dient opgemaakt te | artikel 3 van genoemd besluit. Het eindverslag dient opgemaakt te |
worden volgens een vooraf opgegeven model en dient de volgende | worden volgens een vooraf opgegeven model en dient de volgende |
bijlagen te bevatten : | bijlagen te bevatten : |
a) Alfabetisch gerangschikte deelnemerslijst : naam, adres, | a) Alfabetisch gerangschikte deelnemerslijst : naam, adres, |
telefoonnummer en onderwijsnet; | telefoonnummer en onderwijsnet; |
b) Evaluatie : modelformulieren (schriftelijke en mondelinge | b) Evaluatie : modelformulieren (schriftelijke en mondelinge |
evaluatie) en/of beschrijving (mondelinge evaluatie); | evaluatie) en/of beschrijving (mondelinge evaluatie); |
c) Facultatief : extra verduidelijkende informatie die onontbeerlijk | c) Facultatief : extra verduidelijkende informatie die onontbeerlijk |
geacht wordt. | geacht wordt. |
Artikel 6.Boekhouding, verslagen van het rekenkundig beheer |
Artikel 6.Boekhouding, verslagen van het rekenkundig beheer |
6.1. De nascholingsorganisatie houdt een omstandige boekhouding bij | 6.1. De nascholingsorganisatie houdt een omstandige boekhouding bij |
van de aanwending van het toegekende bedrag. In die boekhouding worden | van de aanwending van het toegekende bedrag. In die boekhouding worden |
de loonkosten, de werkingskosten en de uitrustingskosten afzonderlijk | de loonkosten, de werkingskosten en de uitrustingskosten afzonderlijk |
bijgehouden. | bijgehouden. |
6.2. Binnen de maand na het einde van het project wordt door de | 6.2. Binnen de maand na het einde van het project wordt door de |
projectleider(s) bij het departement Onderwijs samen met het | projectleider(s) bij het departement Onderwijs samen met het |
eindrapport, een verslag van het rekenplichtig beheer ingediend dat | eindrapport, een verslag van het rekenplichtig beheer ingediend dat |
betrekking heeft op de gebruikte bedragen van de loonkosten, de | betrekking heeft op de gebruikte bedragen van de loonkosten, de |
werkingskosten en de uitrustingskosten. | werkingskosten en de uitrustingskosten. |
6.3. Niet gebruikte bedragen worden door de Vlaamse Gemeenschap | 6.3. Niet gebruikte bedragen worden door de Vlaamse Gemeenschap |
teruggevorderd. | teruggevorderd. |
Artikel 7.Duur en einde van de overeenkomst |
Artikel 7.Duur en einde van de overeenkomst |
De overeenkomst treedt in werking op XX.XX.199X en eindigt op | De overeenkomst treedt in werking op XX.XX.199X en eindigt op |
XX.XX.199X. | XX.XX.199X. |
De overeenkomst kan worden geschorst op voorwaarde dat er een akkoord | De overeenkomst kan worden geschorst op voorwaarde dat er een akkoord |
is tussen de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn | is tussen de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn |
vertegenwoordiger en de vertegenwoordiger van de | vertegenwoordiger en de vertegenwoordiger van de |
nascholingsorganisatie. | nascholingsorganisatie. |
Artikel 8.Burgerlijke aansprakelijkheid |
Artikel 8.Burgerlijke aansprakelijkheid |
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, kan in geen enkel | De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, kan in geen enkel |
geval aansprakelijk worden gesteld voor om het even welke schade aan | geval aansprakelijk worden gesteld voor om het even welke schade aan |
personen of goederen die rechtstreeks of onrechtstreeks voortspruit | personen of goederen die rechtstreeks of onrechtstreeks voortspruit |
uit de gefinancierde projecten. | uit de gefinancierde projecten. |
Artikel 9.Bijzondere bepaling |
Artikel 9.Bijzondere bepaling |
De bijlagen bij deze overeenkomst, evenals alle eventueel bijkomende | De bijlagen bij deze overeenkomst, evenals alle eventueel bijkomende |
bijlagen en aanhangsels maken er een geïntegreerd deel van uit. | bijlagen en aanhangsels maken er een geïntegreerd deel van uit. |
Opgemaakt in 3 exemplaren te Brussel op... | Opgemaakt in 3 exemplaren te Brussel op... |
Namens de Vlaamse minister bevoegd voor het Onderwijs, | Namens de Vlaamse minister bevoegd voor het Onderwijs, |
NAAM GEMACHTIGDE AMBTENAAR | NAAM GEMACHTIGDE AMBTENAAR |
De vertegenwoordiger van de nascholingsorganisatie | De vertegenwoordiger van de nascholingsorganisatie |
NAAM | NAAM |
De projectleider | De projectleider |
NAAM | NAAM |
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering | Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering |
van 14 juli 1998 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering | van 14 juli 1998 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering |
van 22 oktober 1996 tot regeling van de procedure voor de toewijzing | van 22 oktober 1996 tot regeling van de procedure voor de toewijzing |
van nascholingsprojecten op initiatief van de Vlaamse regering. | van nascholingsprojecten op initiatief van de Vlaamse regering. |
Brussel, 14 juli 1998. | Brussel, 14 juli 1998. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
L.VAN DEN BRANDE | L.VAN DEN BRANDE |
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, | De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, |
L. VAN DEN BOSSCHE | L. VAN DEN BOSSCHE |