Besluit van de Vlaamse Regering ter uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid, wat betreft de mobiliteitsmonitoring en de voortgangsrapportage | Besluit van de Vlaamse Regering ter uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid, wat betreft de mobiliteitsmonitoring en de voortgangsrapportage |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
13 MEI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering ter uitvoering van het | 13 MEI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering ter uitvoering van het |
decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid, wat | decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid, wat |
betreft de mobiliteitsmonitoring en de voortgangsrapportage | betreft de mobiliteitsmonitoring en de voortgangsrapportage |
Rechtsgronden | Rechtsgronden |
Dit besluit is gebaseerd op: | Dit besluit is gebaseerd op: |
- het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid, | - het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid, |
artikel 10/3, § 2, artikel 18, § 4, artikel 19, vierde lid, artikel | artikel 10/3, § 2, artikel 18, § 4, artikel 19, vierde lid, artikel |
23, § 3, en artikel 24, § 1, eerste lid, vervangen bij het decreet van | 23, § 3, en artikel 24, § 1, eerste lid, vervangen bij het decreet van |
9 oktober 2020, en § 3, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 9 | 9 oktober 2020, en § 3, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 9 |
oktober 2020. | oktober 2020. |
Vormvereisten | Vormvereisten |
De volgende vormvereisten zijn vervuld: | De volgende vormvereisten zijn vervuld: |
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord | - De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord |
gegeven op 24 januari 2022. | gegeven op 24 januari 2022. |
- De Mobiliteitsraad heeft advies gegeven op 18 maart 2022. | - De Mobiliteitsraad heeft advies gegeven op 18 maart 2022. |
- De Vlaamse Toezichtcommissie heeft advies nr. 2022/017 gegeven op 15 | - De Vlaamse Toezichtcommissie heeft advies nr. 2022/017 gegeven op 15 |
februari 2022. | februari 2022. |
- De Raad van State heeft advies 71.235/3 gegeven op 21 april 2022, | - De Raad van State heeft advies 71.235/3 gegeven op 21 april 2022, |
met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op | met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op |
de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. | de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. |
Juridisch kader | Juridisch kader |
Dit besluit sluit aan op de volgende regelgeving: | Dit besluit sluit aan op de volgende regelgeving: |
- het Bestuursdecreet van 7 december 2018; | - het Bestuursdecreet van 7 december 2018; |
- het besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2020 over de | - het besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2020 over de |
regionale mobiliteitsplannen met integratie van de | regionale mobiliteitsplannen met integratie van de |
milieueffectrapportage. | milieueffectrapportage. |
Initiatiefnemer | Initiatiefnemer |
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Mobiliteit | Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Mobiliteit |
en Openbare Werken. | en Openbare Werken. |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: | DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: |
HOOFDSTUK 1. - Definities | HOOFDSTUK 1. - Definities |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: |
1° decreet van 26 april 2019: het decreet van 26 april 2019 | 1° decreet van 26 april 2019: het decreet van 26 april 2019 |
betreffende de basisbereikbaarheid; | betreffende de basisbereikbaarheid; |
2° vervoerregioraad: een vervoerregioraad als vermeld in artikel 7 van | 2° vervoerregioraad: een vervoerregioraad als vermeld in artikel 7 van |
het decreet van 26 april 2019. | het decreet van 26 april 2019. |
HOOFDSTUK 2. - Mobiliteitsmonitoring | HOOFDSTUK 2. - Mobiliteitsmonitoring |
Art. 2.Het mobiliteitsmonitoringssysteem, vermeld in artikel 24 van |
Art. 2.Het mobiliteitsmonitoringssysteem, vermeld in artikel 24 van |
het decreet van 26 april 2019, bevat, naast de in artikel 24, § 1, | het decreet van 26 april 2019, bevat, naast de in artikel 24, § 1, |
derde lid, van het decreet van 26 april 2019 vermelde | derde lid, van het decreet van 26 april 2019 vermelde |
gepseudonimiseerde gegevens, de ontwikkeling en het beheer van: | gepseudonimiseerde gegevens, de ontwikkeling en het beheer van: |
1° metagegevens over mobiliteitsinformatie; | 1° metagegevens over mobiliteitsinformatie; |
2° een gegevensbank met technische en anonieme gegevens; | 2° een gegevensbank met technische en anonieme gegevens; |
3° verkeersmodellen. | 3° verkeersmodellen. |
In het eerste lid, 1°, wordt verstaan onder metagegevens: documentatie | In het eerste lid, 1°, wordt verstaan onder metagegevens: documentatie |
die de volgende elementen beschrijft: | die de volgende elementen beschrijft: |
1° wie de eigenaar is van de mobiliteitsinformatie; | 1° wie de eigenaar is van de mobiliteitsinformatie; |
2° wat de inhoud en de frequentie van actualisering is; | 2° wat de inhoud en de frequentie van actualisering is; |
3° op welke technische wijze en onder welke voorwaarden de eigenaar, | 3° op welke technische wijze en onder welke voorwaarden de eigenaar, |
vermeld in punt 1°, benaderd en bevraagd kan worden. | vermeld in punt 1°, benaderd en bevraagd kan worden. |
De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden verzameld met het oog | De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden verzameld met het oog |
op het vervullen van de taken, vermeld in artikel 24, § 1, eerste, | op het vervullen van de taken, vermeld in artikel 24, § 1, eerste, |
tweede en zesde lid, en § 3, van het voormelde decreet. | tweede en zesde lid, en § 3, van het voormelde decreet. |
Het departement Mobiliteit en Openbare Werken staat in voor de | Het departement Mobiliteit en Openbare Werken staat in voor de |
kwaliteitszorg en neemt de maatregelen die nodig zijn om | kwaliteitszorg en neemt de maatregelen die nodig zijn om |
mobiliteitsinformatie te verspreiden. | mobiliteitsinformatie te verspreiden. |
De gemeenten, provincies en de publiekrechtelijke en | De gemeenten, provincies en de publiekrechtelijke en |
privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast | privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast |
zijn met taken van openbaar nut, vermeld in artikel 4 van het | zijn met taken van openbaar nut, vermeld in artikel 4 van het |
voormelde decreet, verlenen hun medewerking aan de ontwikkeling en | voormelde decreet, verlenen hun medewerking aan de ontwikkeling en |
actualisering van de gegevensbank, vermeld in het eerste lid, punt 2°, | actualisering van de gegevensbank, vermeld in het eerste lid, punt 2°, |
met de anonieme, technische en geaggregeerde gegevens waarover ze | met de anonieme, technische en geaggregeerde gegevens waarover ze |
beschikken conform titel III, hoofdstuk 3, afdeling 3, van het | beschikken conform titel III, hoofdstuk 3, afdeling 3, van het |
Bestuursdecreet van 7 december 2018. | Bestuursdecreet van 7 december 2018. |
Art. 3.Met behoud van de toepassing van artikel 24 van het decreet |
Art. 3.Met behoud van de toepassing van artikel 24 van het decreet |
van 26 april 2019 hebben de gegevens, vermeld in artikel 2, eerste | van 26 april 2019 hebben de gegevens, vermeld in artikel 2, eerste |
lid, punt 2°, minstens betrekking op de volgende thema's: | lid, punt 2°, minstens betrekking op de volgende thema's: |
1° verkeersveiligheid; | 1° verkeersveiligheid; |
2° verkeersvolume en -performantie voor verschillende modi; | 2° verkeersvolume en -performantie voor verschillende modi; |
3° infrastructuur; | 3° infrastructuur; |
4° aanbod en gebruik van vervoersdiensten; | 4° aanbod en gebruik van vervoersdiensten; |
5° milieu-indicatoren. | 5° milieu-indicatoren. |
Voor de thema's, vermeld in het eerste lid, worden gegevens verzameld | Voor de thema's, vermeld in het eerste lid, worden gegevens verzameld |
over de personenmobiliteit en het goederenverkeer als die beschikbaar | over de personenmobiliteit en het goederenverkeer als die beschikbaar |
zijn. | zijn. |
Art. 4.De gegevens, vermeld in artikel 2, eerste lid, punt 2°, dragen |
Art. 4.De gegevens, vermeld in artikel 2, eerste lid, punt 2°, dragen |
bij tot het inzichtelijk maken van de mobiliteitstoestand voor elke | bij tot het inzichtelijk maken van de mobiliteitstoestand voor elke |
vervoerregio, vermeld in artikel 6 van het decreet van 26 april 2019, | vervoerregio, vermeld in artikel 6 van het decreet van 26 april 2019, |
en op het niveau van het Vlaamse Gewest. | en op het niveau van het Vlaamse Gewest. |
De gegevens, vermeld in artikel 2, eerste lid, punt 2°, kunnen | De gegevens, vermeld in artikel 2, eerste lid, punt 2°, kunnen |
dienstdoen als basis voor: | dienstdoen als basis voor: |
1° beschrijvende of kwantitatieve analyses; | 1° beschrijvende of kwantitatieve analyses; |
2° het berekenen van indicatoren, in voorkomend geval gedefinieerd in | 2° het berekenen van indicatoren, in voorkomend geval gedefinieerd in |
de Vlaamse Mobiliteitsvisie, vermeld in artikel 10/1 van het voormelde | de Vlaamse Mobiliteitsvisie, vermeld in artikel 10/1 van het voormelde |
decreet, het Verkeersveiligheidsplan, vermeld in artikel 23 van het | decreet, het Verkeersveiligheidsplan, vermeld in artikel 23 van het |
voormelde decreet, of de mobiliteitsplannen, vermeld in artikel 12 van | voormelde decreet, of de mobiliteitsplannen, vermeld in artikel 12 van |
het voormelde decreet; | het voormelde decreet; |
3° het meten van de effecten van de Vlaamse Mobiliteitsvisie, het | 3° het meten van de effecten van de Vlaamse Mobiliteitsvisie, het |
Verkeersveiligheidsplan en de mobiliteitsplannen, vermeld in punt 2° ; | Verkeersveiligheidsplan en de mobiliteitsplannen, vermeld in punt 2° ; |
4° het opmaken van een voortgangsrapport als vermeld in artikel 6 van | 4° het opmaken van een voortgangsrapport als vermeld in artikel 6 van |
dit besluit. | dit besluit. |
Voor de taken, vermeld in het tweede lid, wordt de gegevensbank, | Voor de taken, vermeld in het tweede lid, wordt de gegevensbank, |
vermeld in artikel 2, eerste lid, punt 2°, gehanteerd als unieke | vermeld in artikel 2, eerste lid, punt 2°, gehanteerd als unieke |
informatiebron, tenzij de informatie niet aanwezig is in de | informatiebron, tenzij de informatie niet aanwezig is in de |
gegevensbank. | gegevensbank. |
Art. 5.De gegevens in de gegevensbank, vermeld in artikel 2, eerste |
Art. 5.De gegevens in de gegevensbank, vermeld in artikel 2, eerste |
lid, 2°, worden minstens één keer per jaar geactualiseerd op basis van | lid, 2°, worden minstens één keer per jaar geactualiseerd op basis van |
de beschikbare en de meest recente cijfers op het moment dat het | de beschikbare en de meest recente cijfers op het moment dat het |
departement Mobiliteit en Openbare Werken de gegevens ter beschikking | departement Mobiliteit en Openbare Werken de gegevens ter beschikking |
krijgt. | krijgt. |
HOOFDSTUK 3. - Voortgangsrapportage | HOOFDSTUK 3. - Voortgangsrapportage |
Art. 6.Er wordt minstens in elke eerste helft van elke regeerperiode |
Art. 6.Er wordt minstens in elke eerste helft van elke regeerperiode |
voor de regionale mobiliteitsplannen een voortgangsrapport als vermeld | voor de regionale mobiliteitsplannen een voortgangsrapport als vermeld |
in artikel 24, § 3, van het decreet van 26 april 2019, opgesteld dat | in artikel 24, § 3, van het decreet van 26 april 2019, opgesteld dat |
is samengesteld uit de volgende elementen: | is samengesteld uit de volgende elementen: |
1° een omschrijving, analyse en evaluatie van de mobiliteitstoestand | 1° een omschrijving, analyse en evaluatie van de mobiliteitstoestand |
en de ontwikkeling ervan; | en de ontwikkeling ervan; |
2° een omschrijving, analyse en evaluatie van het gevoerde | 2° een omschrijving, analyse en evaluatie van het gevoerde |
mobiliteitsbeleid zoals vooropgesteld in het actieplan, vermeld in | mobiliteitsbeleid zoals vooropgesteld in het actieplan, vermeld in |
artikel 3, § 2, 3°, c), van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 | artikel 3, § 2, 3°, c), van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 |
november 2020 over de regionale mobiliteitsplannen met integratie van | november 2020 over de regionale mobiliteitsplannen met integratie van |
de milieueffectrapportage, en in relatie tot de elementen, vermeld in | de milieueffectrapportage, en in relatie tot de elementen, vermeld in |
punt 4° tot en met 6° ; | punt 4° tot en met 6° ; |
3° een omschrijving van de evolutie van de planningscontext sinds de | 3° een omschrijving van de evolutie van de planningscontext sinds de |
goedkeuring van het regionaal mobiliteitsplan, als dat relevant is | goedkeuring van het regionaal mobiliteitsplan, als dat relevant is |
voor de elementen, vermeld in punt 4° tot en met 6° ; | voor de elementen, vermeld in punt 4° tot en met 6° ; |
4° een verslag van de stand van de uitvoering van het regionaal | 4° een verslag van de stand van de uitvoering van het regionaal |
mobiliteitsplan; | mobiliteitsplan; |
5° in voorkomend geval een omschrijving, analyse en evaluatie van de | 5° in voorkomend geval een omschrijving, analyse en evaluatie van de |
redenen voor de vertraging bij de uitvoering en het niet-bereiken van | redenen voor de vertraging bij de uitvoering en het niet-bereiken van |
de operationele doelstellingen; | de operationele doelstellingen; |
6 een opgave van de nog uit te voeren maatregelen en het vermoedelijke | 6 een opgave van de nog uit te voeren maatregelen en het vermoedelijke |
tijdschema ervan ter uitvoering van het actieplan van het regionaal | tijdschema ervan ter uitvoering van het actieplan van het regionaal |
mobiliteitsplan en de eventuele alternatieven om de operationele | mobiliteitsplan en de eventuele alternatieven om de operationele |
doelstellingen van het plan alsnog te bereiken. | doelstellingen van het plan alsnog te bereiken. |
Art. 7.In het voortgangsrapport wordt een van de volgende |
Art. 7.In het voortgangsrapport wordt een van de volgende |
beslissingen weergegeven: | beslissingen weergegeven: |
1° de vervoerregioraad is van oordeel dat de strategische visie voor | 1° de vervoerregioraad is van oordeel dat de strategische visie voor |
de lange termijn integraal moet worden herzien; | de lange termijn integraal moet worden herzien; |
2° de vervoerregioraad bevestigt de strategische visie, maar is van | 2° de vervoerregioraad bevestigt de strategische visie, maar is van |
oordeel dat een bijsturing noodzakelijk is. De bijsturing kan van de | oordeel dat een bijsturing noodzakelijk is. De bijsturing kan van de |
volgende aard zijn: de operationele doelstellingen moeten aangepast | volgende aard zijn: de operationele doelstellingen moeten aangepast |
worden of de omschrijving van de gewenste ontwikkeling voor een of | worden of de omschrijving van de gewenste ontwikkeling voor een of |
meer thema's moet aangepast worden; | meer thema's moet aangepast worden; |
3° de vervoerregioraad bevestigt de strategische visie. | 3° de vervoerregioraad bevestigt de strategische visie. |
In het geval, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt het regionaal | In het geval, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt het regionaal |
mobiliteitsplan volledig herzien. | mobiliteitsplan volledig herzien. |
In het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt het regionaal | In het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt het regionaal |
mobiliteitsplan gedeeltelijk herzien. De relevante delen van het | mobiliteitsplan gedeeltelijk herzien. De relevante delen van het |
regionaal mobiliteitsplan en het actieplan worden aangepast. | regionaal mobiliteitsplan en het actieplan worden aangepast. |
In het geval, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt het regionaal | In het geval, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt het regionaal |
mobiliteitsplan bevestigd en verder uitgevoerd volgens de afspraken | mobiliteitsplan bevestigd en verder uitgevoerd volgens de afspraken |
die zijn opgenomen in het voortgangsrapport in navolging van artikel | die zijn opgenomen in het voortgangsrapport in navolging van artikel |
6, 6°. | 6, 6°. |
Art. 8.De vervoerregioraad is belast met de opmaak van het |
Art. 8.De vervoerregioraad is belast met de opmaak van het |
voortgangsrapport. | voortgangsrapport. |
De vervoerregioraad betrekt de actoren, vermeld in artikel 5, § 1, | De vervoerregioraad betrekt de actoren, vermeld in artikel 5, § 1, |
eerste lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 | eerste lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 |
november 2020 over de regionale mobiliteitsplannen met integratie van | november 2020 over de regionale mobiliteitsplannen met integratie van |
de milieueffectrapportage, bij de opmaak van het voortgangsrapport. | de milieueffectrapportage, bij de opmaak van het voortgangsrapport. |
De vervoerregioraad maakt het voortgangsrapport ter kennisgeving over | De vervoerregioraad maakt het voortgangsrapport ter kennisgeving over |
aan de Vlaams minister, bevoegd voor het algemeen mobiliteitsbeleid. | aan de Vlaams minister, bevoegd voor het algemeen mobiliteitsbeleid. |
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling | HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling |
Art. 9.De Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen |
Art. 9.De Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen |
mobiliteitsbeleid, de Vlaamse minister, bevoegd voor het | mobiliteitsbeleid, de Vlaamse minister, bevoegd voor het |
gemeenschappelijk vervoer, de Vlaamse minister, bevoegd voor de | gemeenschappelijk vervoer, de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
weginfrastructuur en het wegenbeleid, de Vlaamse minister bevoegd voor | weginfrastructuur en het wegenbeleid, de Vlaamse minister bevoegd voor |
de waterinfrastructuur en het waterbeleid, en de Vlaamse minister, | de waterinfrastructuur en het waterbeleid, en de Vlaamse minister, |
bevoegd voor de regionale luchthavens, zijn, ieder wat hem of haar | bevoegd voor de regionale luchthavens, zijn, ieder wat hem of haar |
betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. | betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 13 mei 2022. | Brussel, 13 mei 2022. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
J. JAMBON | J. JAMBON |
De Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, | De Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, |
L. PEETERS | L. PEETERS |