Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de regels voor het beheer van de DAB ICT en tot regeling van de bevoegdheden van en de delegatie aan de ICT-manager | Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de regels voor het beheer van de DAB ICT en tot regeling van de bevoegdheden van en de delegatie aan de ICT-manager |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
12 DECEMBER 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling | 12 DECEMBER 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling |
van de regels voor het beheer van de DAB ICT en tot regeling van de | van de regels voor het beheer van de DAB ICT en tot regeling van de |
bevoegdheden van en de delegatie aan de ICT-manager | bevoegdheden van en de delegatie aan de ICT-manager |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der | Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der |
instellingen, inzonderheid op artikel 87, gewijzigd bij de wet van 8 | instellingen, inzonderheid op artikel 87, gewijzigd bij de wet van 8 |
augustus 1988 tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 | augustus 1988 tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 |
tot hervorming der instellingen, en bij de bijzondere wet van 16 juli | tot hervorming der instellingen, en bij de bijzondere wet van 16 juli |
1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur en tot | 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur en tot |
aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de Gewesten en de | aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de Gewesten en de |
Gemeenschappen; | Gemeenschappen; |
Gelet op de wetten betreffende de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd | Gelet op de wetten betreffende de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd |
op 17 juli 1991, inzonderheid op artikel 140; | op 17 juli 1991, inzonderheid op artikel 140; |
Gelet op het decreet van 22 december 2006 houdende bepalingen tot | Gelet op het decreet van 22 december 2006 houdende bepalingen tot |
begeleiding van de begroting 2007, inzonderheid op artikel 79; | begeleiding van de begroting 2007, inzonderheid op artikel 79; |
Overwegende dat de taken van beleidsondersteuning en beleidsuitvoering | Overwegende dat de taken van beleidsondersteuning en beleidsuitvoering |
respectievelijk toevertrouwd worden aan de departementen en de | respectievelijk toevertrouwd worden aan de departementen en de |
verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse administratie; | verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse administratie; |
Overwegende dat de taken van beleidsuitvoering die niet aan | Overwegende dat de taken van beleidsuitvoering die niet aan |
verzelfstandigde agentschappen worden toevertrouwd, vervuld worden | verzelfstandigde agentschappen worden toevertrouwd, vervuld worden |
door de departementen; | door de departementen; |
Overwegende dat de ICT-manager houder is van een managementfunctie van | Overwegende dat de ICT-manager houder is van een managementfunctie van |
niveau N, en dat het in overeenstemming is met de zwaarte van zijn | niveau N, en dat het in overeenstemming is met de zwaarte van zijn |
functie om hem voor de entiteit waarover hij de leiding heeft, de | functie om hem voor de entiteit waarover hij de leiding heeft, de |
bevoegdheden en delegaties toe te kennen die toegewezen zijn aan de | bevoegdheden en delegaties toe te kennen die toegewezen zijn aan de |
hoofden van departementen; | hoofden van departementen; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 15 juli 2008; | begroting, gegeven op 15 juli 2008; |
Gelet op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State, | Gelet op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State, |
nummer 45.021/1/V, gegeven op 15 september 2008, met toepassing van | nummer 45.021/1/V, gegeven op 15 september 2008, met toepassing van |
artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, | artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, |
gecoördineerd op 12 januari 1973; | gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, | Op voorstel van de Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, |
Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, | Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, |
Zeevisserij en Plattelandsbeleid en van de Vlaamse minister van | Zeevisserij en Plattelandsbeleid en van de Vlaamse minister van |
Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening; | Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen |
Artikel 1.Dit besluit regelt het beheer van de Dienst met |
Artikel 1.Dit besluit regelt het beheer van de Dienst met |
Afzonderlijk Beheer ICT, hierna de DAB ICT te noemen. | Afzonderlijk Beheer ICT, hierna de DAB ICT te noemen. |
Dit besluit regelt tevens de bevoegdheden en de delegaties die | Dit besluit regelt tevens de bevoegdheden en de delegaties die |
toegekend worden aan de ICT-manager als hoofd van de entiteit | toegekend worden aan de ICT-manager als hoofd van de entiteit |
ICT-Beleid met een managementfunctie van niveau N. | ICT-Beleid met een managementfunctie van niveau N. |
Art. 2.Binnen de organisatiestructuur van de Vlaamse administratie |
Art. 2.Binnen de organisatiestructuur van de Vlaamse administratie |
valt de DAB ICT samen met de entiteit ICT-Beleid die binnen het | valt de DAB ICT samen met de entiteit ICT-Beleid die binnen het |
beleidsdomein Bestuurszaken belast is met de beleidsondersteuning en | beleidsdomein Bestuurszaken belast is met de beleidsondersteuning en |
de beleidsuitvoering met betrekking tot het beleidsveld ICT, vermeld | de beleidsuitvoering met betrekking tot het beleidsveld ICT, vermeld |
in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 | in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 |
met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
Art. 3.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Art. 3.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° het Vlaams personeelsstatuut, afgekort VPS : het besluit van de | 1° het Vlaams personeelsstatuut, afgekort VPS : het besluit van de |
Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de | Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de |
rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse | rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse |
overheid, met inbegrip van de wijzigingen die daaraan werden | overheid, met inbegrip van de wijzigingen die daaraan werden |
aangebracht en eventueel nog aangebracht zullen worden; | aangebracht en eventueel nog aangebracht zullen worden; |
2° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het beleid inzake | 2° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het beleid inzake |
informatie- en communicatietechnologie in de diensten van de Vlaamse | informatie- en communicatietechnologie in de diensten van de Vlaamse |
Regering en de instellingen en rechtspersonen die afhangen van de | Regering en de instellingen en rechtspersonen die afhangen van de |
Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest; | Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest; |
3° de ICT-manager : het hoofd van de entiteit ICT-Beleid, aangesteld | 3° de ICT-manager : het hoofd van de entiteit ICT-Beleid, aangesteld |
in een managementfunctie van N-niveau krachtens : | in een managementfunctie van N-niveau krachtens : |
a) het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 houdende | a) het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005 houdende |
aanstelling van de houders van de management- en | aanstelling van de houders van de management- en |
projectleidersfuncties van N-niveau door herplaatsing bij de diensten | projectleidersfuncties van N-niveau door herplaatsing bij de diensten |
van de Vlaamse overheid; | van de Vlaamse overheid; |
b) artikel V 1 van het VPS. | b) artikel V 1 van het VPS. |
Voor de toepassing van het VPS wordt : | Voor de toepassing van het VPS wordt : |
1) de entiteit ICT-Beleid beschouwd als een entiteit als vermeld in | 1) de entiteit ICT-Beleid beschouwd als een entiteit als vermeld in |
artikel I 2, 3°, van het VPS; | artikel I 2, 3°, van het VPS; |
2) de ICT-manager beschouwd als een lijnmanager als vermeld in artikel | 2) de ICT-manager beschouwd als een lijnmanager als vermeld in artikel |
I 2, 10°, van het VPS. | I 2, 10°, van het VPS. |
HOOFDSTUK II. - Bepalingen inzake het beheer van de DAB ICT en de | HOOFDSTUK II. - Bepalingen inzake het beheer van de DAB ICT en de |
organisatie, het management en de werking van de entiteit ICT-Beleid | organisatie, het management en de werking van de entiteit ICT-Beleid |
Art. 4.De ICT-manager, of zijn plaatsvervanger, wordt aangesteld als |
Art. 4.De ICT-manager, of zijn plaatsvervanger, wordt aangesteld als |
beheerder en gedelegeerd ordonnateur van de DAB ICT. De ICT-manager is | beheerder en gedelegeerd ordonnateur van de DAB ICT. De ICT-manager is |
daarbij bevoegd voor : | daarbij bevoegd voor : |
1° de aanwending van de kredieten die ingeschreven zijn op de | 1° de aanwending van de kredieten die ingeschreven zijn op de |
begroting van de DAB ICT; | begroting van de DAB ICT; |
2° de aanwending van de wedde-, werkings-, subsidie- en | 2° de aanwending van de wedde-, werkings-, subsidie- en |
investeringskredieten voor de DAB ICT of de entiteit ICT-Beleid als | investeringskredieten voor de DAB ICT of de entiteit ICT-Beleid als |
die nog niet opgenomen zijn in de eigen begroting van de DAB ICT, en | die nog niet opgenomen zijn in de eigen begroting van de DAB ICT, en |
ingeschreven zijn in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse | ingeschreven zijn in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse |
Gemeenschap; | Gemeenschap; |
3° de aanstelling van de rekenplichtige die belast is met de | 3° de aanstelling van de rekenplichtige die belast is met de |
financiële verrichtingen van de DAB ICT. | financiële verrichtingen van de DAB ICT. |
De beslissing met betrekking tot de dagvaarding van de rekenplichtigen | De beslissing met betrekking tot de dagvaarding van de rekenplichtigen |
van de DAB ICT voor het Rekenhof wordt genomen door de minister. Die | van de DAB ICT voor het Rekenhof wordt genomen door de minister. Die |
beslissing kan niet gedelegeerd worden. | beslissing kan niet gedelegeerd worden. |
Art. 5.Met betrekking tot het beheer van de DAB ICT en de |
Art. 5.Met betrekking tot het beheer van de DAB ICT en de |
organisatie, het management en de werking van de entiteit ICT-Beleid | organisatie, het management en de werking van de entiteit ICT-Beleid |
worden alle delegaties van beslissingsbevoegdheden die opgenomen zijn | worden alle delegaties van beslissingsbevoegdheden die opgenomen zijn |
in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot | in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot |
regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden | regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden |
van de departementen van de Vlaamse ministeries, uitgeoefend door de | van de departementen van de Vlaamse ministeries, uitgeoefend door de |
ICT-manager. De ICT-manager oefent die beslissingsbevoegdheden uit in | ICT-manager. De ICT-manager oefent die beslissingsbevoegdheden uit in |
overeenstemming met de bepalingen van het voormelde besluit. | overeenstemming met de bepalingen van het voormelde besluit. |
Voor de toepassing van het besluit, vermeld in het eerste lid, met | Voor de toepassing van het besluit, vermeld in het eerste lid, met |
betrekking tot de entiteit ICT-Beleid wordt verstaan onder : | betrekking tot de entiteit ICT-Beleid wordt verstaan onder : |
1° minister : de minister vermeld in artikel 3, 2°; | 1° minister : de minister vermeld in artikel 3, 2°; |
2° hoofd van een departement : de ICT-manager; | 2° hoofd van een departement : de ICT-manager; |
3° departement : de entiteit ICT-Beleid. | 3° departement : de entiteit ICT-Beleid. |
Art. 6.§ 1. Met betrekking tot de personeelsleden van de entiteit |
Art. 6.§ 1. Met betrekking tot de personeelsleden van de entiteit |
ICT-Beleid worden alle bevoegdheden die krachtens het VPS toekomen aan | ICT-Beleid worden alle bevoegdheden die krachtens het VPS toekomen aan |
de lijnmanager, uitgeoefend door de ICT-manager. | de lijnmanager, uitgeoefend door de ICT-manager. |
Voor de toepassing van het VPS op de personeelsleden van de entiteit | Voor de toepassing van het VPS op de personeelsleden van de entiteit |
ICT-Beleid geldt dat : | ICT-Beleid geldt dat : |
1° de entiteit ICT-Beleid beschouwd wordt als een entiteit als vermeld | 1° de entiteit ICT-Beleid beschouwd wordt als een entiteit als vermeld |
in artikel I 2, 3°, van het VPS; | in artikel I 2, 3°, van het VPS; |
2° de ICT-manager optreedt als lijnmanager voor de entiteit ICT-beleid | 2° de ICT-manager optreedt als lijnmanager voor de entiteit ICT-beleid |
als vermeld in artikel I 2, 10°, van het VPS; | als vermeld in artikel I 2, 10°, van het VPS; |
3° de ICT-manager optreedt als benoemende overheid als vermeld in | 3° de ICT-manager optreedt als benoemende overheid als vermeld in |
artikel I 2, 11°, van het VPS; | artikel I 2, 11°, van het VPS; |
4° de ICT-manager optreedt als indienstnemende overheid voor het | 4° de ICT-manager optreedt als indienstnemende overheid voor het |
contractuele personeelslid als vermeld in artikel I 2, 12°, van het | contractuele personeelslid als vermeld in artikel I 2, 12°, van het |
VPS; | VPS; |
5° de ICT-manager optreedt als hoofd van het beleidsveld ICT als | 5° de ICT-manager optreedt als hoofd van het beleidsveld ICT als |
vermeld in artikel VI 71 van het VPS. | vermeld in artikel VI 71 van het VPS. |
§ 2. De ICT-manager bepaalt voor de IT-mandaten vermeld in artikel VI | § 2. De ICT-manager bepaalt voor de IT-mandaten vermeld in artikel VI |
68, § 1, van het VPS, het percentage van de prestatietoelage, vermeld | 68, § 1, van het VPS, het percentage van de prestatietoelage, vermeld |
in deel VII, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 8 van het VPS. | in deel VII, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 8 van het VPS. |
§ 3. In afwijking van artikel I 8 van het VPS richt de ICT-manager het | § 3. In afwijking van artikel I 8 van het VPS richt de ICT-manager het |
managementorgaan van de entiteit ICT-Beleid op. | managementorgaan van de entiteit ICT-Beleid op. |
Art. 7.Voor de functie van ICT-manager wordt een plaatsvervanger in |
Art. 7.Voor de functie van ICT-manager wordt een plaatsvervanger in |
de volgende gevallen aangewezen : | de volgende gevallen aangewezen : |
1° bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de ICT-manager. De | 1° bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de ICT-manager. De |
aanwijzing van de plaatsvervanger gebeurt in dat geval : | aanwijzing van de plaatsvervanger gebeurt in dat geval : |
a) ofwel door de ICT-manager; | a) ofwel door de ICT-manager; |
b) ofwel, in geval van onvermogen van de ICT-manager, door de | b) ofwel, in geval van onvermogen van de ICT-manager, door de |
minister; | minister; |
2° bij verlof voor opdracht van de ICT-manager. De aanwijzing van de | 2° bij verlof voor opdracht van de ICT-manager. De aanwijzing van de |
plaatsvervanger die voor de duur van het toegestane verlof belast | plaatsvervanger die voor de duur van het toegestane verlof belast |
wordt met de waarneming van de functie van ICT-manager, gebeurt in dat | wordt met de waarneming van de functie van ICT-manager, gebeurt in dat |
geval door de minister; | geval door de minister; |
3° bij vacantverklaring van de functie van ICT-manager. De aanwijzing | 3° bij vacantverklaring van de functie van ICT-manager. De aanwijzing |
van de plaatsvervanger die voor de duur van de selectieprocedure | van de plaatsvervanger die voor de duur van de selectieprocedure |
belast wordt met de waarneming van de functie van ICT-manager, gebeurt | belast wordt met de waarneming van de functie van ICT-manager, gebeurt |
in dat geval door de minister. | in dat geval door de minister. |
In geval van tijdelijke afwezigheid van de ICT-manager plaatst de | In geval van tijdelijke afwezigheid van de ICT-manager plaatst de |
plaatsvervanger, boven de vermelding van zijn graad en handtekening, | plaatsvervanger, boven de vermelding van zijn graad en handtekening, |
de formule "voor de ICT-manager, afwezig". | de formule "voor de ICT-manager, afwezig". |
In geval van waarneming van de functie tekent de plaatsvervanger, | In geval van waarneming van de functie tekent de plaatsvervanger, |
naast de vermelding van zijn graad en handtekening, met de formule | naast de vermelding van zijn graad en handtekening, met de formule |
"ICT-manager a.i.". | "ICT-manager a.i.". |
HOOFDSTUK III. - Bepalingen inzake de begroting | HOOFDSTUK III. - Bepalingen inzake de begroting |
Art. 8.De DAB ICT maakt jaarlijks een begroting op van alle |
Art. 8.De DAB ICT maakt jaarlijks een begroting op van alle |
ontvangsten en uitgaven. | ontvangsten en uitgaven. |
Een begrotingsjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december van | Een begrotingsjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december van |
hetzelfde jaar. | hetzelfde jaar. |
Art. 9.Met de jaarlijkse begroting en de aanpassingen eraan : |
Art. 9.Met de jaarlijkse begroting en de aanpassingen eraan : |
1° worden de beschikbare middelen en de uitgaven voor het betreffende | 1° worden de beschikbare middelen en de uitgaven voor het betreffende |
jaar geraamd; | jaar geraamd; |
2° wordt machtiging verleend om ontvangsten en uitgaven te realiseren | 2° wordt machtiging verleend om ontvangsten en uitgaven te realiseren |
overeenkomstig de wetten, decreten en besluiten die van kracht zijn. | overeenkomstig de wetten, decreten en besluiten die van kracht zijn. |
Art. 10.§ 1. De jaarlijkse begroting wordt onderverdeeld in |
Art. 10.§ 1. De jaarlijkse begroting wordt onderverdeeld in |
ontvangsten en uitgaven. | ontvangsten en uitgaven. |
§ 2. De ontvangsten bestaan uit : | § 2. De ontvangsten bestaan uit : |
1° het van het vorige jaar overgedragen saldo; | 1° het van het vorige jaar overgedragen saldo; |
2° de in het lopende jaar geplande opname uit de reserve die | 2° de in het lopende jaar geplande opname uit de reserve die |
overeenkomstig artikel 17 werd aangelegd; | overeenkomstig artikel 17 werd aangelegd; |
3° de ontvangsten van het lopend jaar die bestaan uit : | 3° de ontvangsten van het lopend jaar die bestaan uit : |
a) de dotaties die voor het betreffende begrotingsjaar aan de DAB ICT | a) de dotaties die voor het betreffende begrotingsjaar aan de DAB ICT |
worden toegekend ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de | worden toegekend ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de |
Vlaamse Gemeenschap; | Vlaamse Gemeenschap; |
b) de bedragen die voortvloeien uit het beheer en de exploitatie door | b) de bedragen die voortvloeien uit het beheer en de exploitatie door |
de DAB ICT; | de DAB ICT; |
c) schenkingen en legaten. | c) schenkingen en legaten. |
§ 3. De uitgaven volgen het stelsel van de gesplitste kredieten en | § 3. De uitgaven volgen het stelsel van de gesplitste kredieten en |
omvatten : | omvatten : |
1° vastleggingskredieten : de kredieten ten belope waarvan tijdens het | 1° vastleggingskredieten : de kredieten ten belope waarvan tijdens het |
betreffende begrotingsjaar verbintenissen mogen worden aangegaan. | betreffende begrotingsjaar verbintenissen mogen worden aangegaan. |
De vastleggingskredieten zijn limitatief. Behalve als een bijzondere | De vastleggingskredieten zijn limitatief. Behalve als een bijzondere |
begrotingsmachtiging een hoger bedrag toestaat, wordt het totaal van | begrotingsmachtiging een hoger bedrag toestaat, wordt het totaal van |
de aan te gane verbintenissen beperkt tot de ontvangsten, vermeld in § | de aan te gane verbintenissen beperkt tot de ontvangsten, vermeld in § |
2; | 2; |
2° ordonnanceringskredieten : de geraamde bedragen ten belope waarvan | 2° ordonnanceringskredieten : de geraamde bedragen ten belope waarvan |
tijdens het betreffende begrotingsjaar verplichtingen ten opzichte van | tijdens het betreffende begrotingsjaar verplichtingen ten opzichte van |
crediteuren geboekt zullen worden ten gevolge van verbintenissen die | crediteuren geboekt zullen worden ten gevolge van verbintenissen die |
in dat jaar of in vorige jaren zijn ontstaan of aangegaan. | in dat jaar of in vorige jaren zijn ontstaan of aangegaan. |
De vastleggings- en ordonnanceringskredieten, vermeld in het eerste | De vastleggings- en ordonnanceringskredieten, vermeld in het eerste |
lid, worden opgedeeld in : | lid, worden opgedeeld in : |
1° apparaatskredieten, bestemd voor de eigen werking van de DAB ICT; | 1° apparaatskredieten, bestemd voor de eigen werking van de DAB ICT; |
2° beleidskredieten, bestemd voor de beleidsondersteuning en de | 2° beleidskredieten, bestemd voor de beleidsondersteuning en de |
beleidsuitvoering met betrekking tot het beleidsveld ICT, vermeld in | beleidsuitvoering met betrekking tot het beleidsveld ICT, vermeld in |
artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met | artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met |
betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
§ 4. Voor verbintenissen ten laste of ten bate van de DAB ICT en | § 4. Voor verbintenissen ten laste of ten bate van de DAB ICT en |
waarvan de uitvoering zich op recurrente wijze over meerdere jaren | waarvan de uitvoering zich op recurrente wijze over meerdere jaren |
uitstrekt, worden de ontvangsten, vermeld in § 2, en de uitgaven, | uitstrekt, worden de ontvangsten, vermeld in § 2, en de uitgaven, |
vermeld in § 3, alleen begroot voor de bedragen die opeisbaar zullen | vermeld in § 3, alleen begroot voor de bedragen die opeisbaar zullen |
worden tijdens het begrotingsjaar. | worden tijdens het begrotingsjaar. |
§ 5. De minister kan de ontvangsten en uitgaven nader indelen in door | § 5. De minister kan de ontvangsten en uitgaven nader indelen in door |
hem te bepalen economische categorieën. | hem te bepalen economische categorieën. |
Art. 11.Het ontwerp van de begroting van de DAB ICT wordt ter |
Art. 11.Het ontwerp van de begroting van de DAB ICT wordt ter |
goedkeuring voorgelegd aan de minister en wordt toegevoegd aan het | goedkeuring voorgelegd aan de minister en wordt toegevoegd aan het |
ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de | ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de |
Vlaamse Gemeenschap. | Vlaamse Gemeenschap. |
Art. 12.De begroting van de DAB ICT is goedgekeurd door de |
Art. 12.De begroting van de DAB ICT is goedgekeurd door de |
afkondiging van het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van | afkondiging van het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van |
de Vlaamse Gemeenschap. | de Vlaamse Gemeenschap. |
Art. 13.De minister kan, met het akkoord van de Vlaamse minister, |
Art. 13.De minister kan, met het akkoord van de Vlaamse minister, |
bevoegd voor de financiën en de begroting, overschrijvingen tussen en | bevoegd voor de financiën en de begroting, overschrijvingen tussen en |
overschrijdingen van kredieten op de DAB-begroting toestaan. | overschrijdingen van kredieten op de DAB-begroting toestaan. |
Als de kredietoverschrijding in totaal een hogere dotatie ten laste | Als de kredietoverschrijding in totaal een hogere dotatie ten laste |
van de Vlaamse Gemeenschap zou meebrengen dan die welke is | van de Vlaamse Gemeenschap zou meebrengen dan die welke is |
ingeschreven in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse | ingeschreven in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse |
Gemeenschap, dan moet ze voorafgegaan worden door een overeenstemmende | Gemeenschap, dan moet ze voorafgegaan worden door een overeenstemmende |
wijziging van die begroting. | wijziging van die begroting. |
HOOFDSTUK IV. - Bepalingen inzake de uitvoering van de begroting, de | HOOFDSTUK IV. - Bepalingen inzake de uitvoering van de begroting, de |
comptabiliteit en het afleggen van de rekeningen | comptabiliteit en het afleggen van de rekeningen |
Art. 14.§ 1. Op de uitgavenbegroting van een bepaald jaar worden de |
Art. 14.§ 1. Op de uitgavenbegroting van een bepaald jaar worden de |
volgende bedragen aangerekend : | volgende bedragen aangerekend : |
1° op het vastleggingskrediet : | 1° op het vastleggingskrediet : |
a) de bedragen die tijdens het betreffende begrotingsjaar opeisbaar | a) de bedragen die tijdens het betreffende begrotingsjaar opeisbaar |
worden ten gevolge van verbintenissen die aangegaan zijn tijdens dat | worden ten gevolge van verbintenissen die aangegaan zijn tijdens dat |
jaar of tijdens vorige begrotingsjaren, en waarvan de uitvoering zich | jaar of tijdens vorige begrotingsjaren, en waarvan de uitvoering zich |
op recurrente wijze over meerdere jaren uitstrekt; | op recurrente wijze over meerdere jaren uitstrekt; |
b) het totale bedrag van de niet-recurrente verbintenissen die tijdens | b) het totale bedrag van de niet-recurrente verbintenissen die tijdens |
het betreffende begrotingsjaar ontstaan of gesloten worden; | het betreffende begrotingsjaar ontstaan of gesloten worden; |
2° op het ordonnanceringskrediet : de bedragen die tijdens het | 2° op het ordonnanceringskrediet : de bedragen die tijdens het |
betreffende begrotingsjaar in betaling gesteld worden ten gevolge van | betreffende begrotingsjaar in betaling gesteld worden ten gevolge van |
tijdens dat begrotingsjaar of tijdens vorige begrotingsjaren aangegane | tijdens dat begrotingsjaar of tijdens vorige begrotingsjaren aangegane |
verbintenissen. | verbintenissen. |
Behoudens een bijzondere begrotingsmachtiging wordt het bedrag van de | Behoudens een bijzondere begrotingsmachtiging wordt het bedrag van de |
aan te gane verbintenissen, vermeld in het eerste lid, 1°, beperkt | aan te gane verbintenissen, vermeld in het eerste lid, 1°, beperkt |
door de goedgekeurde limitatieve kredieten en door de gerealiseerde | door de goedgekeurde limitatieve kredieten en door de gerealiseerde |
ontvangsten. | ontvangsten. |
§ 2. De begrotingsboekhouding wordt gevoerd overeenkomstig de | § 2. De begrotingsboekhouding wordt gevoerd overeenkomstig de |
aanrekeningsregels, bepaald in het koninklijk besluit van 1 juli 1964 | aanrekeningsregels, bepaald in het koninklijk besluit van 1 juli 1964 |
tot vaststelling van de regels van aanrekening van de budgettaire | tot vaststelling van de regels van aanrekening van de budgettaire |
ontvangsten en uitgaven van de diensten van algemeen bestuur van de | ontvangsten en uitgaven van de diensten van algemeen bestuur van de |
staat, met uitzondering van de bepalingen vermeld in artikel 5, 1°, | staat, met uitzondering van de bepalingen vermeld in artikel 5, 1°, |
artikel 6, artikel 7 en artikel 9 van het voornoemde besluit. | artikel 6, artikel 7 en artikel 9 van het voornoemde besluit. |
Art. 15.Op 31 december van elk begrotingsjaar wordt het |
Art. 15.Op 31 december van elk begrotingsjaar wordt het |
begrotingssaldo van dat jaar bepaald. Het begrotingssaldo wordt | begrotingssaldo van dat jaar bepaald. Het begrotingssaldo wordt |
gevormd door het verschil tussen : | gevormd door het verschil tussen : |
1° de effectief in de loop van dat jaar gerealiseerde ontvangsten; | 1° de effectief in de loop van dat jaar gerealiseerde ontvangsten; |
2° de effectief in de loop van dat jaar goedgekeurde ordonnanceringen. | 2° de effectief in de loop van dat jaar goedgekeurde ordonnanceringen. |
Art. 16.Op 31 december van elk begrotingsjaar wordt het |
Art. 16.Op 31 december van elk begrotingsjaar wordt het |
uitvoeringssaldo van dat jaar bepaald. Het uitvoeringssaldo wordt | uitvoeringssaldo van dat jaar bepaald. Het uitvoeringssaldo wordt |
gevormd door het begrotingssaldo, vermeld in artikel 15, verhoogd met | gevormd door het begrotingssaldo, vermeld in artikel 15, verhoogd met |
het totale bedrag van de vastgestelde rechten die nog niet effectief | het totale bedrag van de vastgestelde rechten die nog niet effectief |
werden ontvangen, en verminderd met het totale bedrag van de aangegane | werden ontvangen, en verminderd met het totale bedrag van de aangegane |
verbintenissen die nog niet werden geordonnanceerd. | verbintenissen die nog niet werden geordonnanceerd. |
Art. 17.Het uitvoeringssaldo, vastgesteld overeenkomstig artikel 16, |
Art. 17.Het uitvoeringssaldo, vastgesteld overeenkomstig artikel 16, |
kan geheel of gedeeltelijk aangewend worden voor de vorming van een | kan geheel of gedeeltelijk aangewend worden voor de vorming van een |
reserve. | reserve. |
Als dat voorzien is in de jaarlijkse begroting van de DAB of, zoniet, | Als dat voorzien is in de jaarlijkse begroting van de DAB of, zoniet, |
met het akkoord van de minister, bevoegd voor de begroting, kan de | met het akkoord van de minister, bevoegd voor de begroting, kan de |
reserve in een volgend begrotingsjaar aangewend worden om uitgaven te | reserve in een volgend begrotingsjaar aangewend worden om uitgaven te |
dekken die voortvloeien uit onvoorziene omstandigheden of uit de | dekken die voortvloeien uit onvoorziene omstandigheden of uit de |
specifieke doelstellingen van de DAB ICT. | specifieke doelstellingen van de DAB ICT. |
Art. 18.Op het einde van een begrotingsjaar worden naar het volgende |
Art. 18.Op het einde van een begrotingsjaar worden naar het volgende |
begrotingsjaar overgedragen : | begrotingsjaar overgedragen : |
1° het begrotingssaldo, vermeld in artikel 15, verminderd met de | 1° het begrotingssaldo, vermeld in artikel 15, verminderd met de |
overeenkomstig artikel 17 gevormde reserve. Dat bedrag mag in het | overeenkomstig artikel 17 gevormde reserve. Dat bedrag mag in het |
volgende jaar aangewend worden voor het aangaan van nieuwe | volgende jaar aangewend worden voor het aangaan van nieuwe |
verbintenissen, als de voorwaarden, vermeld in artikel 14, § 1, tweede | verbintenissen, als de voorwaarden, vermeld in artikel 14, § 1, tweede |
lid, worden nageleefd; | lid, worden nageleefd; |
2° de nog openstaande vorderingen; | 2° de nog openstaande vorderingen; |
3° de nog openstaande verbintenissen; | 3° de nog openstaande verbintenissen; |
4° de bij het verstrijken van het vorige jaar beschikbare | 4° de bij het verstrijken van het vorige jaar beschikbare |
geldmiddelen; | geldmiddelen; |
5° de gecumuleerde reserve. | 5° de gecumuleerde reserve. |
Art. 19.De rekenplichtige die belast is met de financiële |
Art. 19.De rekenplichtige die belast is met de financiële |
verrichtingen van de DAB ICT is tegenover het Rekenhof verantwoording | verrichtingen van de DAB ICT is tegenover het Rekenhof verantwoording |
verschuldigd over het behandelen en bewaren van de gelden en waarden | verschuldigd over het behandelen en bewaren van de gelden en waarden |
van de DAB. | van de DAB. |
Art. 20.De financieel-administratief beheerder van de entiteit |
Art. 20.De financieel-administratief beheerder van de entiteit |
ICT-Beleid, vermeld in artikel VI 68, § 1, 4°, van het VPS is belast | ICT-Beleid, vermeld in artikel VI 68, § 1, 4°, van het VPS is belast |
met : | met : |
1° het opstellen van kwartaalrekeningen; | 1° het opstellen van kwartaalrekeningen; |
2° het jaarlijks opmaken van een rekening van uitvoering van de | 2° het jaarlijks opmaken van een rekening van uitvoering van de |
begroting; | begroting; |
3° het jaarlijks opmaken van een staat van activa en passiva. | 3° het jaarlijks opmaken van een staat van activa en passiva. |
Art. 21.Er moet een vermogenscomptabiliteit gevoerd worden. Daarvoor |
Art. 21.Er moet een vermogenscomptabiliteit gevoerd worden. Daarvoor |
wordt onder meer een inventaris van het vermogen opgemaakt | wordt onder meer een inventaris van het vermogen opgemaakt |
overeenkomstig de geldende bepalingen. | overeenkomstig de geldende bepalingen. |
HOOFDSTUK V. - Bepalingen inzake de controle | HOOFDSTUK V. - Bepalingen inzake de controle |
Art. 22.Er moet een systeem van interne controle opgezet worden op |
Art. 22.Er moet een systeem van interne controle opgezet worden op |
zodanige wijze dat de verleende bevoegdheden en delegaties op een | zodanige wijze dat de verleende bevoegdheden en delegaties op een |
doeltreffende en doelmatige wijze worden gebruikt en misbruiken worden | doeltreffende en doelmatige wijze worden gebruikt en misbruiken worden |
vermeden, en dat de principes van functiescheiding worden | vermeden, en dat de principes van functiescheiding worden |
gerealiseerd. | gerealiseerd. |
Art. 23.De bepalingen betreffende de begrotingscontrole zijn van |
Art. 23.De bepalingen betreffende de begrotingscontrole zijn van |
toepassing op de DAB ICT. | toepassing op de DAB ICT. |
Art. 24.De uitgaven van de DAB ICT worden vrijgesteld van het visum |
Art. 24.De uitgaven van de DAB ICT worden vrijgesteld van het visum |
van de controleur van de vastleggingen. | van de controleur van de vastleggingen. |
Art. 25.De uitgaven van de DAB ICT worden vereffend en betaald zonder |
Art. 25.De uitgaven van de DAB ICT worden vereffend en betaald zonder |
voorafgaand visum van het Rekenhof. | voorafgaand visum van het Rekenhof. |
Art. 26.De bewijsstukken worden door de DAB ICT ter plaatse bewaard. |
Art. 26.De bewijsstukken worden door de DAB ICT ter plaatse bewaard. |
Het Rekenhof en het IVA Centrale Accounting van het Vlaams Ministerie | Het Rekenhof en het IVA Centrale Accounting van het Vlaams Ministerie |
van Financiën en Begroting kunnen de rekeningen ter plaatse | van Financiën en Begroting kunnen de rekeningen ter plaatse |
controleren. Ze mogen zich te allen tijde alle bewijsstukken, staten, | controleren. Ze mogen zich te allen tijde alle bewijsstukken, staten, |
inlichtingen of toelichtingen doen verstrekken betreffende de | inlichtingen of toelichtingen doen verstrekken betreffende de |
ontvangsten, de uitgaven, de activa en de schulden. | ontvangsten, de uitgaven, de activa en de schulden. |
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen |
Art. 27.In afwijking van artikel 4, eerste lid, 3°, mogen de |
Art. 27.In afwijking van artikel 4, eerste lid, 3°, mogen de |
financiële verrichtingen voor de DAB ICT uitgevoerd worden door een | financiële verrichtingen voor de DAB ICT uitgevoerd worden door een |
centrale rekenplichtige van de Vlaamse Gemeenschap. | centrale rekenplichtige van de Vlaamse Gemeenschap. |
Art. 28.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007, |
Art. 28.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007, |
met uitzondering van artikel 27 dat uitwerking heeft met ingang van 1 | met uitzondering van artikel 27 dat uitwerking heeft met ingang van 1 |
januari 2008. | januari 2008. |
Art. 29.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, en de |
Art. 29.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, en de |
Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begroting, zijn, | Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begroting, zijn, |
ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit | ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Brussel, 12 december 2008. | Brussel, 12 december 2008. |
De minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van | De minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van |
Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, | Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, |
Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, | Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke | De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke |
Ordening, | Ordening, |
D. VAN MECHELEN | D. VAN MECHELEN |